kawir

Necromantical Invocation – Dogme et rituel de la haute magie

Het Belgische Medieval Prophecy Records staat met beide voeten diep in de Belgische ondergrond geworteld, maar weet zo nu en dan ook undergroundspul uit internationale wateren op te vissen. Dat is ook nu weer het geval (en voor de gelegenheid in samenwerking met het eveneens Belgische Zombi Danz Records) met Necromantical Invocation, een Helleense blackmetalband die in 2014 werd opgericht door Echetleos. De man is niet aan zijn proefstuk toe en deed reeds ervaring op bij o.a. Ithaqua, Cades Cruenta en Kawir. Na enkele jaren in de schaduw rond gesluimerd te hebben, komt Necromantical Invocation met een (vreemd genoeg) Frans getitelde demo op de proppen die doet vermoeden dat het hier thematisch gezien niet over koetjes en kalfjes gaat, zelfs niet over gehoornde bokken en anaal genomen geiten in dit geval. “Dogme et rituel de la haute magie” behandelt onderwerpen als necromantie, hekserij, ceremoniële magie en waarzeggerij en bevat een Griekse spoken word intro en outro, waarbij de vrouwenstem wat aan Cadaveria van Opera IX doet denken. Daar ik destijds wiskunde en economie boven Latijn en Grieks prefereerde, versta ik spijtig genoeg geen jota van wat er meegedeeld werd. In het titelnummer is een nog meer theatrale rol voor de vrouwelijke vocalen weggelegd waardoor zelfs een Diamanda Gallas even vanachter een Griekse zuil komt piepen. “Necromantical ritual” en de titelsong zijn composities van respectievelijk tien en vijftien minuten en laten een grote variatie aan invloeden en stijlen horen. De blackmetalklanken van “Necromantical ritual“, waarin een prominente rol voor de basgitaar en toetsen is weggelegd, verraden geen Scandinavische invloeden, maar hebben een eerder mediterrane flair. Denk aan Necromantia en Mortuary Drape, maar ook wel wat aan oude Samael. Tussen deze old-school elementen en de lekker sappige rochelscream zit echter ook heel wat avant-garde en theatraliteit verborgen (zoals bv. bij een Sigh), net als dark ambient, dungeon synth en invloeden uit klassieke muziek. Echetlos laat zich dan ook door een klein leger aan gastmuzikanten bijstaan voor het inspelen van o.a. de drums, piano, viool en saxofoon. Die laatste roept in het haast als een Griekse rituele tragedie klinkende titelnummer, waarin de blackmetal achterwege blijft, een macabere atmosfeer op die herinnert aan de experimentele nummers van Carpathian Forest, een band die ook niet vies was van het gebruik van dit blaasinstrument. De wisselwerking tussen de verschillende vocale stijlen (gefluister, theatrale vrouwenzang, creepy mannenstem), de mediterrane akoestische klanken, de treurende viool, beladen toetsen, licht-erotische saxofoon en het haast freestylen op de basgitaar creëert een hoogst intrigerend spanningsveld. Het mysterie en de magie druipen dan ook als dik kaarsvet van deze uitermate geslaagde demo af. Ik vraag me af of Necromantical Invocation ook in de toekomst zowel voor de traditionele blackmetal- als de theatrale avant-garde aanpak (die ongetwijfeld niet bij iedereen in de smaak zal vallen) zal blijven gaan. “Dogme et rituel de la haute magie” is een mooi eerbetoon geworden aan Baron Blood, de op 20 november 2019 aan een hartaanval overleden bassist die het meest gekend is van zijn werk bij de Griekse blackmetalpioniers Necromantia. Hulde!

JOKKE: 86/100

Necromantical Invocation – Dogme et rituel de la haute magie (Zombi Danz records/Medieval Prophecy Records 2021)
1. Nυχτερινή Επίκληση
2. Necromantical ritual
3. Dogme et rituel de la haute magie
4. Αι Σκιαί Του Άδου

Walpurgia – Altar of the goatbaphomet

Het woordje “goatbaphomet” uit de titel van Walpurgia’s eerste demo verraadt meteen wat voor rottend vlees we hier in de kuip hebben: nucleaire apocalyptische war metal voor geitenneukers die woorden als “infernal hails” en “true cult” doorgaans als “infernal hailz” en “true kvlt” schrijven. Deze Griekse band is ontsproten aan het brein van gitaarvernieler Porphyrion (Nergal, Kawir, Cult of Eibon, etc.) die kortelings daarna een bloedpact sloot met vuilbekker Nyogtha Zalon Nazaron (Hate Manifesto, Black Blood Invocation, etc.) en bassist Sadistic Necrofagos (Kawir, Caedes Cruenta, etc.). Voor de opnames van “Altar of the goatbaphomet” werd de Duitser Hyperion (Kawir, Abyssus) als huurling voor het slachtwerk aangetrokken. De demo verscheen in een oplage van 50 handgenummerde exemplaren en het feit dat die in sneltempo van eigenaar veranderd waren, trok het Zweedse Regain Records aan om het onding opnieuw te verspreiden op analoge en digitale dragers. Het powertrio raast er vijf blasfemische nummers in 21 minuten door en eert daarbij het “trve” Helleense geluid hoewel Walpurgia doorgaans een pak bestialer, rauwer, brutaler en aggressiever klinkt. De gitaren zijn laaggestemd en zorgen samen met de diepe onverstaanbare growls voor een regelrechte aanval in de lage regionen. Aan het woord “progressie” hebben deze beeldenstormers het groengespikkeld schijt en nummers als “Anomalistic orgies of the Mephistopheles” en het afsluitende “Desecration ritual” zijn dan ook geschreven zonder compromissen te maken. Vooruit met de geit en slacht ze op het altaar van de Gehoornde die met een goedkeurend alziend oog vanuit het door onze landgenoot Christophe  Szpajdel ontworpen gave logo toekijkt! De organisch klinkende drums hakken er in de snelle passages als een op hol geslagen naaimachine op los en toch bevat bijvoorbeeld de openende titeltrack ook opvallend veel schwung. Het wat langere “Sadistic recrucifixion” kent een dynamische songstructuur terwijl “Rites of the black mass” dan weer een tergend traag repetitief death/doom-nummer is waarbij door de mangel gehaalde heldere proclamerende zang een liturgie verkondigt. Deze afwisseling zorgt ervoor dat ik Walpurgia een pak beter trek dan veel genregenoten. Als oude rukkers als Blasphemy, Beherit of Bestial Warlust uw meug zijn, moet je Walpurgia zeker eens checken.

JOKKE: 77/100

Walpurgia – Altar of the goatbaphomet (Regain Records/Helter Skelter 2020)
1. Altar of the goatbaphomet
2. Anomalistic orgies of the mephistopheles
3. Sadistic recrucifixion
4. Rites of the black mass
5. Desecration ritual

Kawir – Adrasteia

Het kan aan onze lijst van labels of een gat in mijn cultuur liggen, maar ik leer vrij veel Griekse metal-bands kennen de laatste tijd. Ook Kawir was me relatief onbekend al zijn ze blijkbaar reeds actief sinds 1993. Het zou gaan om black metal met een folklore inslag, waarbij de teksten op dit album vooral draaien om oud-Griekse mythologie en tragedie. Dit kan je op het gehoor natuurlijk niet meteen herkennen, maar het is wel een leuke info om te hebben als je poogt de lyrics te ontcijferen. “Adrasteia” heeft slechts zes nummers en ik weet niet of dit een goede of slechte zaak is. Van opener “Tydeus” word ik namelijk niet bepaald enthousiast. Een vrij saai cliché folk metal-nummer van bijna zeven minuten is namelijk nou niet iets waarmee ik de spits zou afbijten. Pas tegen het einde van dit nummer en gedurende de volgende twee songs, laten deze Grieken horen dat ze iets meer in hun mars hebben door wat sneller en complexer materiaal op de luisteraar af te vuren. De vierde track “Limniades” is weer een stap terug, terwijl “Colchis” een poging tot folk is die beter in de vergetelheid was gebleven. Afsluiter “Medea” is dan weer een doorsnede van de eerdere nummers met sterkere black metal stukken en zwakkere folk elementen. We horen hier een band met potentieel die zich echter vergaloppeerd aan de “folk elementen” die ze pogen naar voren te brengen. Kawir is namelijk op zijn best bij het aframmelen van melodische black en gaat een beetje de mist in zodra ze een soort “pagan stijl” trachten na te bootsen. Dit is zeker en vast geen slechte release. Sound zit prima, speltechnisch is alles in orde en ook het artwork is mooi. Maar mij kan deze, middelmatige, release helaas niet echt bekoren.

Xavier: 67/100

Kawir – Adrasteia (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Tydeus
2. Atalanti
3. Danaides
4. Limniades
5. Colchis
6. Medea

Crimson moon – Mors vincit omnia

Het verhaal van Crimson Moon begon in 1994 toen multi-instrumentalist Scorpios Androctonus de band in zijn eentje in de US begon. Vier jaar later verkaste de muzikant naar Duitsland van waaruit hij sindsdien in menig band en project actief was. Zo verdeelde hij zijn tijd o.a. over Acherontas, Sabnack, Zemial en Melechesh, om er maar een paar te noemen. Met Crimson Moon is Scorpios – ondanks een inactieve periode tussen 1996 en 2005 – ondertussen aan langspeler nummer vier gearriveerd, met daarnaast nog talrijke demo’s, splits, EP’s en een compilatie. Ik leerde de band kennen via “Oneironaut“, de vorige langspeler die drie jaar geleden op Debemur Morti werd gereleased. Hoewel dat absoluut geen slechte plaat was, klonken de nummers soms als tweederangs Acherontas-songs. Ook op “Mors vincit omnia” (“De Dood overwint alles“) kozen Scorpios en co (gitaristen Agreas en Sabnoc en drummer Blastum) voor een black metal geluid dat barst van de occulte grandeur als ode voor Azrael, de Engel des Doods. De legio koorzangen, orgels, kosmische synthscapes, rituele ornamenten en andere hocus pocus zijn misschien wel iets té prominent aanwezig en leidden alzo de aandacht af van de second wave-riffs die niet altijd even beklijvend zijn. Blastum kennen we van zijn drumwerk voor o.a. Merrimack, Antaeus en Aosoth, maar kiest in de opener voor een nogal houterig hakkend drumpatroon dat me persoonlijk niet goed ligt. In de latere songs vloeit het dynamische drumspel gelukkig meer. In een nummer als “Godspeed, angel of death” pakt de mayonaise wel en ontwaren we de typische strotten van Proscriptor (Absu) en Lord Angelslayer (Archgoat) in de occulte grootspraak. In dit nummer eist de basgitaar tevens een goed hoorbare rol op. De veelvuldige variatie in zang is een welgekomen aanvulling op de vrij droge en monotone screams van Scorpios. In “Upon the pale horse” horen we een vocale gastbijdrage van Demoncy’s Ixithra en blijven we ondanks de veelvuldige zangkoren goed bij de les. Kawir’s Phaesphoros stond in voor de mix en horen we dan weer in de rituele gezangen van “Parcae – Trinity of fates” opduiken. Goede zaak dat we in dit nummer vanaf 3:40 toch ook weer wat venijnige riffs te horen krijgen, want alle ritualistische elementen beginnen op den duur gezapig in plaats van cryptisch te klinken. En wat ik van die panfluit moet denken, weet ik nog altijd niet goed. Brian Artwick, gekend van zijn werk voor o.a. Absu, Nurse en Equimanthorn componeerde het also outro dienende “Tempus fugit” maar heeft niet veel om het lijf. Concluderend is “Mors vincit omnia” voer voor wie zijn of haar black graag met een occulte saus en brandend kaarsvet overgoten ziet, hoewel het bijlange na niet de beste plaat in het genre is. Mij begint de theatrale bombast na vijfenvijftig minuten wel wat tegen te steken en wordt het eenheidsworst doordat zo goed als alle nummers van de nodige tierlantijntjes doordrongen zijn. Er is duidelijk veel werk in deze plaat gekropen, maar geef me nu naderhand maar liever een straightforward black metal-plaatje.

JOKKE: 73/100

Crimson Moon – Mors vincit omnia (Debemur Morti productions 2019)
1. Vanitas
2. Altars of Azrael
3. Godspeed, angel of death
4. Upon the pale horse
5. Parcae – Trinity of fates
6. Mors vincit omnia
7. Funeral begotten
8. Tempus fugit

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics

Toen ik als ukkie van 11 jaar de mysterieuze wereld van black metal ontdekte, was mijn blik vooral op het hoge noorden gericht. Ik vond het toen nogal een ridicuul idee dat deze duistere muziek ook in mediterrane landen zou worden gespeeld. Ik heb me met andere woorden nooit echt ondergedompeld in de oervaders van bv. de Griekse scene zijnde Rotting Christ, Necromantia, Varathorn, Kawir en Zemial. Stom natuurlijk. In de latere, meer occulte exploten van deze scene (Acherontas, Acrimonious, Serpent Noir, Thy Darkened Shade, …) ben ik beter thuis. Embrace Of Thorns heeft met haar mix van black, death en bestial war metal echter nooit in een bepaald hokje gepast. De band is sinds 1999 actief, na een jaartje eerder onder de naam Requiem geopereerd te hebben. Sinds de naamsverandering was de band vrij consistent qua muzikale output. Nu heeft het iets langer dan normaal geduurd, maar vier jaar na “Darkness impenetrable” valt het nieuwe “Scorn aesthetics” nu toch op de deurmat. Er is bitter weinig veranderd in het receptuur van de band want hun black metal wordt nog steeds met een zeer fikse scheut death metal en een snuifje war metal op smaak gebracht. Zo hoor je in opener “The wanderer and his shadow” ongetwijfeld de invloed van Morbid Angel doorschemeren. De vocalen klinken dan ook wat dieper en de sound wat zwaarder (hoor die bas maar eens ronken) dan de doorsnee black metal band. Melodieuze partijen en mid-tempo nummers (bijvoorbeeld “Reducto ad absurdum” dat een Deströyer 666-achtige solo bevat) worden afgewisseld met beukende dubbele basritmes (“Mutter aller Leiden” of de titeltrack) of opzwepend snel geschut. “In our image, after our likeness” is met haar negen minuten speeltijd en ingebouwde spoken word-samples de langste en meest epische track van het album. Met de dynamiek zit het alvast helemaal snor. Volgens de heren is het feit dat ze de voorbije twintig jaar voor velen noch vis noch vlees waren, de verklaring voor het feit dat de band nog vrij diep in de underground verscholen zit. Hoewel Embrace Of Thorns nog nooit zo goed geklonken heeft en er best een paar knallers op “Scorn aesthetics” prijken (“Stoking the fire of resentment” en de opener), kan ik me in deze redenering slechts deels vinden. Een grotere oorzaak voor hun onbekendheid is het songmateriaal dat niet genoeg blijft plakken en te weinig beklijft. Het niveau van de aangehaalde referentiebands (voeg hier gerust ook oude Celtic Frost, Dissection en Incantation aan toe) wordt dan ook nergens geëvenaard.  De songschrijvers Herald of Demonic Pestilence en Archfiend DevilPig zullen dus nog een tandje moeten bijsteken als ze echt potten willen breken.

JOKKE: 72/100

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics (Iron Bonehead Productions 2018)
1. The wanderer and his shadow
2. Mutter aller Leiden
3. Reducto ad absurdum
4. Stoking the fire of resentment
5. Scorn aesthetics
6. In our image, after our likeness
7. Wolf uncaged _ Prometheus unbound

Acrimonious – Eleven dragons

Hoewel het in Griekenland regelmatig bakken en braden is, stond het Helleense Acrimonious altijd al een beetje in de schaduw van Acherontas – volledig onterecht wat mij betreft. Tijdens de demo- en EP-dagen van de band brachten ze qua sound een hommage aan oude goden zoals Samael, Sarcofago, oude Mayhem, Tormentor, Nifelheim, maar vanaf debuut “Purulence” uit 2009 schoof het geheel meer richting Dissection en Watain uit. Na deze plaat vond oprichter Cain Letifer (Serpent Noir, Thy Darkened Shade, ex-Acherontas, ex-Nightbringer) in drummer C. Docre (met identiek dezelfde bands op zijn curriculum vitae) en gitarist Semjaza 218 (Nadiwrath, The Ashes, Thy Darkened Shade, ex-Kawir, ex-Nergal, ex-Ravencult) twee gelijkgestemde zielen en werd in 2012 “Sunyata” uitgebracht, wat het debuut op alle vlakken overklaste. Sindsdien is het stil geweest rond Acrimonious maar dat lange wachten wordt nu beloond met “Eleven dragons“, dat met elf nummers en 67 minuten speeltijd een plaat is geworden zoals er nog zelden verschijnen. Geen hapklaar tussendoortje dus, maar een werkstuk dat in zijn geheel moet ondergaan worden. “Incineration initiator” is met haar negen minuten meteen de langste song en krijgt met haar progressief karakter de eer om het zaakje af te trappen. Een iets avontuurlijkere song met meer eigen karakter wordt links en rechts afgewisseld met vintage Watain en Dissection-achtige tracks zoals “The northern portal“, “Damnation’s bell” en “Elder of the nashiym” waar de Zweedse melodieuze bloedspetters vanaf spatten. Het gitaargepingel in “Kaivalya” en de akoestische klanken van “Thaumitan crown” raken dan weer eerder de gevoelige snaar net zoals de uitdijende leadgitaar in “Stirring the ancient waters“. De mix en mastering van Stamos Koliousis (Sitra Ahra Studios) is uitmuntend qua transparantie (hoor die basgitaar ronken), maar klinkt toch knallend en ruw genoeg voor dit soort occulte necro black. Net zoals hun Tsjechische broeders Inferno verkaste ook Acrimonious het Poolse Agonia Records om onderdak te vinden bij het Duitse W.T.C. waar ze in goed gezelschap verkeren van een legioen gelijkgestemde zielen. Wat Watain betreft is het nog bang afwachten welke richting zij verder zullen uitgaan na het zwaar teleurstellende “The wild hunt“. The disappointed ones hebben aan Acrimonious in elk geval een zéér vette kluif, want “Eleven dragons” is allerminst een draak van een plaat geworden. De invloeden van de helden liggen er misschien iets té dik bovenop, maar de uitvoering is naadloos en de kwaliteit torenhoog.

JOKKE: 87/100

Acrimonious – Eleven dragons (World Terror Committee 2017)
1. Incineration initiator
2. The northern portal
3. Damnation’s bells
4. Satariel’s grail
5. Elder of the nashiym
6. Kaivalya
7. Qayin rex mortis
8. Ominous visions of nod
9. Stirring the ancient waters
10. Litany of moloch’s feast
11. Thaumitan crown