kêres

Askeregn/Kêres – Split

Askeregn is een Noorse black metal-band die in 2011 voor het eerst van zich liet horen middels de uitstekende “Undergangsglimt” demo. Een jaar later volgde een split met het Finse Vordr en in 2015 verscheen uiteindelijk de eerste langspeler “Monumenter“. Het Noorse trio bestaande uit zanger, drummer en gitarist E. Rustad, gitarist F. Granum en bassist T. Torsetnes is niet van de meest productieve maar volgend jaar zou, als alles goed gaat, een tweede volwaardige plaat moeten verschijnen via Terratur Possessions. In afwachting van dat heuglijke nieuws verblijden de Noren ons met een onuitgegeven nummer dat in 2017 vereeuwigd werd. Voor de gelegenheid werd opnieuw bij een Finse band aangeklopt om de krachten te bundelen voor een split. Deze keer is het geniale Kêres de uitverkorene, maar Askeregn trapt de split af. Van het volwaardige debuut weten we dat de Noren zowel in staat zijn om up-tempo traditionele songs te schrijven als meer atmosferische, a-typische composities met complexe structuren. “Fra avgrunnens rumlende dyp” past eerder onder die laatste noemer want het is een intrigerende track die middels bijtende riffs en up-tempo drumwerk start, maar gaandeweg ook meeslepende gitaarpartijen bevat die naar het einde toe repetitief van aard zijn. De zang wisselt af tussen standaard screams, semi-cleane partijen en een subtiele depressieve vocale invulling wat de vermoedens dat de zanger bij het geweldige Knokkelklang betrokken zou zijn, alleen maar versterkt. Voor dit nummer alleen al is deze split het aanschaffen waard. Maar dan moet Kêres nog komen. Atvar, de Fin achter deze one man band, verschafte ons eerder dit jaar nog veel luisterplezier met zijn vierde full-length “Ice, vapor and crooked arrows” en kan in onze ogen en oren eigenlijk bar weinig verkeerd doen. “Forging the forbidden stone” is, ondanks een snelle start, opnieuw grotendeels een mid-tempo compositie vol beklijvende gitaarmelodieën, atmosferische grimheid en hoorbare bastonen, maar klinkt qua totaalsound iets minder rauw en meer melodieus ten opzichte van het voorgaande werk. De keyboards die op de laatste langspeler meermaals opdoken blijven ditmaal achterwege en worden hier geen seconde gemist. In de laatste break van het nummer nemen de riffs een haast stoner-achtige groove aan hoewel de algemene stemming er toch één van gure doch dromerige besneeuwde Finse winterlandschappen blijft. Ook dit nummer is een schot in de roos. Geluidsfragmenten zijn er momenteel online nog niet te vinden, maar we raden liefhebbers van één of beide bands ten stelligste aan deze seven inch in huis te halen, ook indien je deze geluidsdrager normaliter niet aanschaft. Luister nu voor een keer eens naar onze goede raad.

JOKKE: 84/100 (Askeregn: 84/100 – Kêres: 84/100)

Askeregn/Kêres – Split (Terratur Possessions 2019)
1. Askeregn – Fra avgrunnens rumlende dyp
2. Kêres – Forging the forbidden stone

Cosmic Church – Täyttymys

Deze week lekte het nieuws dat het Noorse One Tail One Head de handdoek in de ring gooit maar eerst nog hun debuut full length zal uitbrengen, en een tijdje geleden gaf ook de Zweed achter Panphage er met het magistrale Jord de brui aan. Dit is echter nog niet het einde van de Scandinavische miserie, gezien ook in Finland een meesterlijk project zijn laatste stralen daglicht heeft gezien. Na een dertien jaar durende carrière houdt Luxixul Sumering Auter, meesterbrein achter Cosmic Church, het voor bekeken. Echter sluit ook hij het hoofdstuk in schoonheid af door middel van een allerlaatste langspeler. Albums als “Ylistys” en de “Vigilia” EP vinden al enkele jaren regelmatig de weg naar mijn gehoorgang dus waren de verwachtingen voor zwanenzang “Täyttymys”, een titel die zich passend laat vertalen naar ‘voltrekking’, hooggespannen. Hoewel Cosmic Church van Finse bodem afkomstig is leunt de sound dichter aan bij die van pakweg Blood Red Fog, Kêres en Burzum dan bij de ‘typische’ punky Finse sound, uitgedragen door Horna en aanverwanten. Naast de herkenbare albumhoes met een ‘bosfoto’ waarin de protagonist een rode badjas draagt, brengt “Täyttymys” ons subtiele keyboardlagen bovenop geloopt, bijzonder melodieus gitaarspel (dat vrij helder klinkt en niet verdrinkt in een poel van distortion). Wat de drums betreft moet het allemaal zo ingewikkeld en experimenteel niet zijn en de krijsende vocalen zitten net genoeg weggestopt om niet alle aandacht op te eisen. Ondanks de simpele opzet weet de man opnieuw een zeer eigenzinnig werk uit te brengen waarin een ode aan de eerste werken van Burzum wordt gebracht (zeker “Vangittu” getuigt hiervan), maar waarin meerdere invloeden te bespeuren vallen. Zo pik ik in “Sinetti”, een song waarin het tempo ferm de hoogte in gaat en waarin de spanningsboog naar het eind toe absoluut meesterlijk ineenzit, ook enkele post-vibes op, terwijl “Armolahja” enige folkmelodieën ten berde brengt. Ondanks de verschillende invloeden is de rode draad doorheen dit eind-epos duidelijk voelbaar: mede dankzij de zeer heldere productie waarin elk instrument goed tot zijn recht komt en de keys duidelijk aanwezig maar niet al te overweldigend zijn, zit er een duidelijke flow in het album. Net zoals bij het hiervoor aangehaalde album van Panphage het geval was, is het ook hier duidelijk de bedoeling op play te drukken en je drie kwartier te laten meevoeren, aangezien individuele nummers minder goed op zichzelf staan. Het is zonde om alweer een fantastisch project naar de geschiedenisboeken te verwijzen, maar Cosmic Church valt moeilijk met enige andere band te vergelijken en heeft met “Täyttymys” alvast een indrukwekkend en eigenwijs slotstuk aan zijn discografie toegevoegd.

CAS: 87/100

Cosmic Church – Täyttymys (Eigen beheer, 2018)
1. Aloitus
2. Armolahja
3. Sinetti
4. Huuto
5. Vangittu
6. Alttari
7. Täyttymys