krautrock

Enslaved – Utgard

Utgard” is alweer de vijftiende langspeler van het uit het Noorse Bergen afkomstige Enslaved. De band rond stichtende leden Ivar Bjørnson en Grutle Kjellson houdt er sinds diens oprichting in 1991 een naarstig werktempo op na, zonder daarbij afbreuk te doen aan kwaliteit. Althans als je de meer progressieve richting kunt smaken die de heren sinds “Mardraum” uit 2000 zijn ingeslagen. Doorheen zijn lange carrière is de band onderhevig geweest aan tal van line-up wissels en ook nu valt er op de drumkruk een nieuw gezicht te bespeuren. Iver Sandøy nam de stokken over van Cato Bekkevold, maar is eigenlijk geen échte nieuwkomer, want hij maakt als producer reeds sinds “Axioma ethica odini” (2010) deel uit van het Enslaved universum. En het mag gezegd worden dat hij met zijn gevarieerd drumspel en aanstekelijke heldere zang een absolute meerwaarde vormt voor Enslaved. In de eerste single “Homebound” schittert de man naast zijn andere bandleden. Het is een héél aanstekelijk nummer waarin Enslaved extreme metalelementen afwisselt met progressievere stukken en dat een heerlijk meeslepende leadsolo bevat van Arve Isdal, die ondertussen ook al 18 jaar meedraait, en dan is er natuurlijk nog die kippenvelopwekkende zang van Iver in het refrein. Heldere zang is voor Enslaved anno 2020 misschien nog belangrijker dan vroeger en het feit dat er nu met Iver, Grutle en – de enorm gegroeide – Håkon drie zangers in de band zitten die over een goede zangstem beschikken, draagt toe tot het gevarieerde luisterspel dat natuurlijk ook nog steeds door de raspende strot van Grutle opgeschrikt wordt. Zelfs Ice Dale en Ivar draven als achtergrondzangers op in het met vikingkoren ingeluide “Fires in the dark“, dat voorts geen evident nummer is om een plaat mee te openen, en in het afsluitende meeslepende en progrockerige “Distant seasons” horen we Ivar’s dochters op de achtergrond mee zingen. Maar er zijn ook nog voldoende extreme metalpassages die voor tegengewicht zorgen. Zo is er de dreigende adrenalinestoot “Jettegryta“, maar Enslaved zou natuurlijk Enslaved niet zijn als er ook geen progressievere oorden en afwijkende maatsoorten verkend zouden worden. Ook het mooi opbouwende “Flight of thought and memory” kent heerlijk zwartgeblakerd riffwerk en dito vocalen afgewisseld met zalvende heldere zang en een progressieve gitaarsolo die gelukkig niet in geneuzel vervalt. “Storms of Utgard” ligt wat in het verlengde en Grutle ontketent hier met zijn kenmerkende strot wel degelijk de storm waarover gezongen wordt. De grootste verrassing valt waarschijnlijk te bespeuren in het van post-punk, krautrock en elektronica doordrongen “Urjotun“, een experiment dat ik als uitermate geslaagd bestempel. “Sequence“, waarin een gastbijdrage te horen valt van percussionist/toetsenist Martin Horntveth, is dan weer de meest progressieve compositie die er op “Utgard” prijkt en waar de muzikanten het zich permitteren even te losgehen wat o.a. resulteert in syncopisch toetsenspel. Het Vikingelement vertaalt zich dan weer naar de veelvuldige koortjes die her en der opduiken en ook veelal Noorse teksten brengen. “Utgard” is met net geen 45 minuten speeltijd de kortste plaat sinds “Blodhemn” uit 1998 waarop Enslaved bewijst ook meer compactere songs (binnen de vier tot zes minuten) te kunnen schrijven waarin een veelvoud aan stijlelementen passeert die de eigenzinnige Enslaved-stempel meekrijgen. Deze heren zijn nog lang niet uitgemusiceerd!

JOKKE: 90/100

Enslaved – Utgard (Nuclear Blast 2020)
1. Fires in the dark
2. Jettegryta
3. Sequence
4. Homebound
5. Útgarðr
6. Urjotun
7. Flight of thought and memory
8. Storms of Utgard
9. Distant seasons

Witch Trail – The sun has left the hill

Naast, of net door het feit dat Laurens en Jeffrey me regelmatig voorzien van financiële en andere katers zou een mens bijna vergeten dat de heren er samen met Hendrik ook nog een orkestje op nahouden. Witch Trail heet het beestje, en zijn aard is diffuus en moeilijk te omschrijven. Met “The sun has left the hill” zijn de heren aan hun tweede full length toe, waarop ze de eigenzinnige weg die ze na hun blackthrash-verleden hebben ingeslagen verder bewandelen. Roze albumhoezen zijn sinds 2013 in, en wat het Gentse trio ons visueel toont is even moeilijk te omschrijven als eender welke genredefiniëring die we op de band kunnen plakken. Mijn beste gok is een lsd-tab omringd door de visuele effecten ervan, en daarmee zitten we eigenlijk niet ver van de omschrijving van de muziek af. Naast de overduidelijke fundering die uit het black metalboekje wordt gehaald experimenteren de heren gretig met invloeden uit sludge, grunge, krautrock en wat nog. Opener “Sinking” knalt er meteen vrij uptempo in waar heldere leads in schril contrast staan met de beukende blastbeats en Jeffreys getormenteerd gekrijs, en zet meteen de toon voor het komende halfuur aan geëxperimenteer en eclecticisme. Dat Laurens niet kan tellen hoor je er niet aan, want zijn drumspel zit retestrak – wat ik ook kan beamen na een zweterige, broeierige releaseshow in een veel te klein café in november. Met “Stupor” gaan de heren een meer speelse, haast funky kant op en wordt zowaar een postpunk nummer in de plaat verwerkt. “Silent running” wordt dan weer sludgy op gang getrokken alvorens postrockgewijs op te bouwen richting “Afloat”, waarin halfweg een stuk pure manie – compleet met overslaande krijsen wordt ontketend, om daarna enkele gitaarsolo’s uit de mouw te schudden. Afsluiter “Residue” is meteen ook het meest tegendraadse nummer op een toch al eigenwijze plaat. Dankzij de garage-achtige sound (ingeblikt bij Go To Eleven) krijgt het geheel een rauw en vuil kantje mee. “The sun has left the hill” is geen spek naar ieders bek, maar liefhebbers van intrigerende, genre-combinerende en inventieve muziek zullen bij herhaalde luisterbeurten steeds iets nieuw ontdekken tijdens deze halfuur durende trip, die fysiek vereeuwigd werd dankzij Consouling Sounds en Babylon Doom Cult Records. Licht verteerbaar is het allemaal niet, maar dat houdt het net interessant. Zonder blikken of blozen kan gesteld worden dat mijn geliefde Gentse scene springlevend is, en Witch Trail is hier één van de voortrekkers van!

CAS: 83/100

Witch Trail – The sun has left the hill (Consouling Sounds & Babylon Doom Cult Records, 2019)
1. Sinking
2. Watcher
3. Stupor
4. Lucid
5. Silent running
6. Afloat
7. Residue

Wolvennest – Void

De debuutplaat van ons eigenste Wolvennest hakte twee jaar geleden fameus op mijn ziel in. Gelijktijdig met het spelen van shows om dit meesterwerk op de bühne te vertolken, werkte deze roedel wolven naarstig aan een opvolger zodat we twee jaar later weeral mogen genieten van het spiksplinternieuwe “Void“. Het mooie aan Wolvennest is dat een allegaartje aan muzikanten uit verschillende “scenes” zoals alternatieve rock, metalcore, black metal en drone, binnen de band een vruchtvolle samenwerking aangaat wat resulteert in een begeesterende mix van krautrock, psychedelica, ambient, drones en stoner die baadt in het mysterieuze aura van black metal. Daar waar het gelijknamige debuut nog samen met enkele leden van Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand werd geschreven, hebben onze wolven en wolvin de klus nu helemaal zelf geklaard. Nog steeds straalt de muziek middels haar lange instrumentale passages, repetitieve dreunende ritmes en subtiele climaxopbouwen een bedwelmende en trance opwekkende gloed uit. Nieuw ingrediënt zijn de Oosterse invloeden die onder andere in het gitaarwerk van de fantastische opener “Silure” geslopen zijn. Pas vanaf “Ritual lovers” duiken de hypnotiserende ietwat sensuele vocalen van frontvrouw Shazzula op die je langzaamaan de dieperik mee insleuren. Als bovenop de zware onderstroom dan nog een psychedelische solo en de nodige synth-effecten opduiken, wordt de bedwelmende roes alleen maar groter en duurt het nadien ook even alvorens ik terug op deze wereldbol beland en merk dat het tijd is om kant B op te leggen van deze van-een-fantastische-hoes-voorziene dubbelelpee. De titeltrack bevat allerlei spookachtige effecten en Shazzula klinkt hier als een proclamerende heks die een occult ritueel opdraagt dat het einde der tijden lijkt in te leiden. Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik dan ook een mysterieus landschap opdoemen waaraan alle kleur en leven zich langzaamaan onttrekt totdat er één grote desolate leegte overblijft. De ondergang van het mensdom is op twaalf minuten in kannen en kruiken. “L’heure noire” is een lichtopvretende symbiose tussen psychedelica en onheilspellende black metal waarbij er zelfs blastbeats in de strijd gegooid worden. De mannelijke vocalen worden hier op gepaste wijze vertolkt door Alexander von Meilenwald die ingewijden zullen kennen van het geniale The Ruins Of Beverast. Net zoals de opener bevat ook “The gates” een oosterse insteek middels Arabische bezweringen die vertolkt worden door Ismail Khalidi en een duister samenspel vormen met de in het Frans vertolkte vrouwelijke zanglijnen. “Void” werd ingeblikt onder het alziend oog van duivel-doet-al Déhà die tevens ook de drums inspeelde en de zeventien minuten durende kolos “La mort” voorzag van piano en vocalen. “Void” is opnieuw een klepper van formaat geworden waarbij elke song haar eigen identiteit heeft en bijdraagt aan dit avontuurlijk en occult muzikaal ritueel dat een blik aan emoties bij de luisteraar weet open te trekken. Straffe bende!

JOKKE: 92/100

Wolvennest – Void (Ván Records 2018)
1. Silure
2. Ritual lovers
3. Void
4. L’Heure noire
5. The gates
6. La mort

Poison Blood – Poison Blood

Beherit’s “Drawing down the moon” is een plaat met een cultstatus, dat vond ook Jenks Miller van Horseback. In plaats van de krautrock, drone en psychedelica van zijn hoofdband zocht de muzikant een nieuwe uitlaatklep in de vorm van meer straightforward agressie. Via een digitale date met Neill Jameson (Krieg) kreeg Poison Blood vorm, dat een eerbetoon vormt aan de eerder vernoemde plaat van de Finnen. Acht songs die op negentien minuten afklokken: in de grotendeels mid-tempo minimalistische black metal van het duo lijkt geen plaats voor overbodige franjes hoewel er meer dan louter Beherit-worship te beleven valt. “Deformed lights” en “From the ash” bevatten psychedelische gitaar- en synthleads, dus de invloed van Horseback schemert zeker nog door in de composities. In “Myths from the desert” vormt een punky d-beat de hartslag van de song waarover een aanstekelijke deathrock-achtige melodie opduikt. Het contrast met het aansluitende hels rockende “Cracked and desolate sky” kan niet groter zijn. De dungeon synth klanken van “The flower of serpents” halen de één minuut niet evenals het daaropvolgende “Shelter beneath the sea” dat een helse pandoering rond je oren geeft niettemin door de verrotte vocalen van Neill. Het afsluitende “Circles of salt” is de enige song die boven de vier minuten afklokt en via een creepy keyboardlijntje evolueert naar een repetitief krautrock gedreven lo-fo black noise nummer. Nu moet ik toegeven dat sommige nummers gerust nog verder uitgewerkt mochten worden want soms is het wat abrupt gedaan. Desalniettemin een leuk plaatje! Laat ons hopen dat het niet bij een éénmalige samenwerking blijft want dit smaakt naar meer!

JOKKE: 83/100

Poison Blood – Poison Blood (Relapse records 2017)
1. The scourge and the gestalt
2. Deformed lights
3. Myths from the desert
4. Cracked and desolate sky
5. The flower of serpents
6. Shelter beneath the sea
7. From the lash
8. Circles of salt

Oranssi Pazuzu – Kevät / Värimyrsky

Oranssi Pazuzu gaat weldra de hort op met Cobalt en Aluk Todolo – van een kwijlaffiche gesproken! Naar aanleiding van deze tour brengen de Finse psychonauten een 10″ uit die enkel tijdens optredens te verkrijgen is – dat wordt weer tijdig aanwezig zijn om de merch stand te plunderen en een exemplaar op de kop te tikken. Wat Oranssi Pazuzu zo’n klasseband maakt, is dat ze de waanzin van hun albums live nog doodleuk weten te overtreffen. Altijd grappig om – tussen de trance door – het publiek even in ’t oog te houden. Daar waar bij menig sludge of post-metal band de mensenmassa synchroon op de cadans van de rifforkanen meebeweegt, lijkt elke toeschouwer van een Oranssi Pazuzu concert in de muzikale waanzin op zoek te zijn naar een eigen houvast om er daarna enige vorm van trippende spastische dans aan vast te koppelen. Grappig om zien! Van afwijkende maatsoorten en psychedelische hysterie is op deze EP echter geen sprake. “Kevät” (lente) is een erg donkere, trage en mooi-in-zijn-guurheid-zijnde atmosferische doomsong die een a-typisch geluid laat horen, maar daarom niet minder beklemmend is. Ik snap dat deze song voor een EP bewaard werd, want ik zie deze ook niet meteen op één van de laatste twee langspelers passen. “Värimyrsky” kent een lange aanloop, meer eens de song uitbarst, horen we een meer voor de hand liggend geluid waarbij de dissonante, doch catchy repetitieve melodie een terugkeer naar het toegankelijkere materiaal van doorbraakplaat “Valonielu” uit 2013 betekent en ook liefhebbers van psychedelica en krautrock zal aanspreken. Voor de fans van de band worden het drukke (en dure tijden) want naast deze gelimiteerde EP, komt er nog een EP (“Farmakologinen“) met oud materiaal uit evenals een repress van de eerste drie langspelers.

JOKKE: 85/100

Oranssi Pazuzu – Kevät / Värimyrsky (SVart Records 2017)
1. Kevät
2. Värimyrsky

Wolvennest – Wolvennest

Je hebt bands die ontegensprekelijk vaandeldragers van een bepaald genre zijn en geen duimbreed van de voorgeschreven krijtlijnen afwijken en je hebt acts die onmogelijk op één muzikale stroming vast te pinnen zijn en niets liever doen dan buiten de lijntjes kleuren. Het nieuwe Belgische Wolvennest is zo één van die bands waarbij ongebonden creativiteit boven een strikt omlijnd keurslijf staat. Eén blik op de line-up van dit collectief maakt duidelijk dat muzikanten uit verscheidene hoeken van het alternatieve, metal en experimentele genre elkaar hier gevonden hebben. De kernleden zijn Kirby Michel (La Muerte, Arkangel, Length of Time, Deviate), Corvus von Burtle (Cult Of Erinyes, Monads) en Marc De Backer (o.a. Mongolito), die samen met John Marx (Temple Of Nothing), Shazzula (Aqua Nebula Oscillator en gekend van haar experimentele film “Black mass rising” en samenwerkingen met ondermeer Over-Gain Optimal Death, White Hills, Farflung, Kadavar en Mater Suspiria Vision) en Jason Van Gullick Wolvennest vorm geven. Op hun gelijknamide debuut vinden we bovendien Albin Julius en zangeres Marthynna (beiden van Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand) als gasten en co-writers terug. Het resulaat is een hypnotische soundscape trip van net geen uur waarin elementen van jaren ’70 krautrock, cinematografische drones, space-rock, repetitieve psychedelica loops, occulte doom, beukende stoner, ambient black metal – live baadt hun ritueel in een aan-orthodoxe-black-metal-ontleende-sfeer – en sinistere synthesizers op meesterlijke wijze geblend worden in vijf pakkende songs gaande van zes tot bijwijlen twintig minuten (“Out of darkness deep” – ik had geen betere titel kunnen verzinnen voor deze bezwerende monoliet). Het is voor bands als Wolvennest dat festivals als Roadburn (waarvan ze volgend jaar deel uitmaken) en Desert Fest (pronkt reeds op hun palmares) uitgevonden lijken te zijn.

JOKKE: 90/100

Wolvennest – Wolvennest (Ván Records 2016)
1. Unreal
2. Partir
3. Tief unter
4. Out of darkness deep
5. Nuit noire de l’âme

Atomikylä -Keräily

Met Roadburn nog vers in het geheugen zijn mijn – door de vele Finse psychedelische orkestjes vakkundig platgewalste – oorhaartjes langzaamaan terug recht aan het klauteren. Op papier voorspelden de bookmakers dat de IJslandse blekkies Misþyrming en Co voor de meest intense en overweldigende sets van het vierdaagse gebeuren zouden optekenen. Hoewel er door hen best indrukwekkende live shows werden neergezet, kwamen de Finnen voor ondergetekende toch als grote overwinnaars uit de bus. Oranssi Pazuzu, Dark Buddha Rising en het tot dusver voor mij onbekende Atomikylä leverden alledrie een zinderende en op alle zintuigen inbeukende prestatie af waarbij het er naar uitzag dat je ledematen het slachtoffer waren geworden van één of andere spastische ritmestoornis tijdens hun zoektocht naar een aanknopingspunt in de verstikkende en bedwelmende waas aan de van een vervaarlijk zwart randje voorziene psychedelica. Atomikylä is de sonische doorsnede van Oranssi Pazuzu en Dark Buddha Rising, zowel qua line-up als qua sound, met “Keräily” als tweede wapenfeit en mogelijks in een nog lelijkere van fluoriscerende kleuren voorziene hoes gestoken dan voorganger “Erkale” uit 2014. Drie nummers – meer hebben onze Finse drinkebroers niet nodig om de luisteraar mee te nemen naar een parallel universum dat bestaat uit een repetitieve, uit stoner en krautrock-riffs opgetrokken, basis waarover een waaier aan effecten, orgel-, synth- en trompetklanken gedrapeerd ligt. Ik kan mij best inbeelden dat bij niet getrainde luisteraars een nummer zoals het achttien minuten durende “Katkos“het nodige wenkbrauwgefrons zal opleveren maar ik lust er wel pap van. Tijd zat voor de niet-drummers onder ons om tijdens de lange opener een cursus “Drummen in niet-standaard maatsoorten” te googelen om zo de vinger te proberen leggen op de vele ritme- en maatsoortenwissels die we te verwerken krijgen. De meer jazzy getinte stukjes uit het debuut worden grotendeels achterwege gelaten en door de bocht genomen klinkt het kwartet iets meer stoned. Zoals bij hun eerder genoemde collega’s zijn het vooral de vocalen die het geheel een zwartmetalen stempel opleveren. Het aanschouwen van het op-en-neer corrigerend hoofdgetik tijdens mindfuckRisteily” levert ongetwijfeld grappige taferelen op. Mijn buren springen met gemak door het raam als ik dit oorverdovend luid door mijn speakers laat knallen – maar ik heb mijn buren graag. Ook het afsluitende en iets beknoptere”Pakoputki” (hoewel ook nog zeven minuten lang) biedt voldoende fraais om de liefhebber ettelijke oorgasmes te bezorgen en de haters een zenuwinzinking. Wel nog even meegeven dat de band live in een naar zweet en bier stinkende club nog beter uit de verf komt dan op plaat. Uitchecken die handel als Oranssi Pazuzu je ding is!      

JOKKE: 86/100

Atomikylä -Keräily (Svart Records 2016)
1. Katkos
2. Risteily
3. Pakoputki

Oranssi Pazuzu – Värähtelijä

Aan bedwelmende substanties doe ik niet mee. Als ik een geestverruimende trip wil, leg ik wel een plaat van het geniale Finse Oranssi Pazuzu op. Het in 2013 verschenen “Valonielu” was een psiechedelisch meesterwerkje, waarvan ik aannam dat het vrij moeilijk zou worden om nog te overtreffen. Of het nagelnieuwe “Värähtelijä” in haar opzet geslaagd is, is zelfs na een vijftal luisterbeurten nog onmogelijk te zeggen, maar dat het een nek-aan-nek race is geworden en dat de plaat iets heviger is dan haar voorganger, is overduidelijk. Als ik Google Translate mag geloven betekent de titel zoveel als “vibrator”. Niet zo’n gekke keuze voor een plaat die je meermaals in vervoering brengt, je lusten stimuleert en de (o)orgasmes aaneenrijgt. Oranssi Pazuzu heeft absoluut een eigen smoelwerk waarin black metal met alle fluorescerende kleuren uit de psychedelica gemengd worden tot één geestverruimende spacecake. Deze lekkernij, van net geen zeventig minuten, is in zeven plakken versneden met een dikte van vijf tot ruim zeventien minuten. “Saturaatio” is meteen een binnenkomer van jewelste waarin heel uiteenlopende hoeken van het psychedelisch universum verkend worden. naargeestige black à la het Amerikaanse Twilight, oosterse mantra’s, bedwelmende paddo stoner, dronende doom en mysterieuze synth-waves versmelten met elkaar als wasbollen in een lavalamp. “Lahja” is ritueler en repetitiever van aard en kruipt onder je huid met een joekel van een oorwurm. De titeltrack staat garant voor een trance verwekkende trip vol krautrock, jaren zeventig psychedelica en oosters aandoende meditatiemuziek waarin de basloopjes van Ontto een prominente rol opeisen. Het korte maar krachtige “Hypnotisoitu viharukous” heeft zijn naam absoluut niet gestolen, want dit hypnotiserende woedegebed doet je hersenpan uiteenspatten met bombastisch toetsenwerk dat aan Emperor refereert. Het monumentale “Vasemman käden hierarkia” teert eerder op hallucinogene stoner-rock doorspekt met een krankzinnigheid aan gelaagde en verwrongen noise-effecten. Halverwege deze song gaat de storm liggen en begint het kwintet onder aanvoering van bandleider Jun-His (verder ook deel uitmakend van Grave Pleasures) aan een instrumentale kosmische reis doorheen prachtige sterrenstelsels die eindigt in beukende drones en ausgeflipte stoner/doom. Als Enslaved geen “Frost” had gemaakt maar de lijn van “Vikingligr veldi” verder had doorgedreven en de psychedelica verder had uitgediept, zouden ze klinken zoals dit Oranssi Pazuzu. In “Havuluu” gaat de repetitieve ronkende en zoemende bas de strijd aan met tegendraads drumwerk van ritme-Meister Korjak alvorens in blasts uit te monden waardoor de waanzin van ons eigenste Alkerdeel ten tonele verschijnt. Met momenten blijft hun plaat precies hangen, wat de trance alleen maar versterkt en wat doet denken aan het machtige “Occult rock” van Aluk Todolo. De rustigere afsluiter grijpt eerder terug naar jaren zeventig psychedelische rock, opgesmukt met percussie en subliminale beats. Trip van het jaar en weldra in Het Bos en op Roadburn (het festival bij uitstek dat voor een band als Oranssi Pazuzu lijkt uitgevonden te zijn) te aanschouwen!

JOKKE: 94/100

Oranssi Pazuzu Värähtelijä (Svart Records 2016)
1. Saturaatio
2. Lahja
3. Värähtelijä
4. Hypnotisoitu viharukous
5. Vasemman käden hierarkia
6. Havuluu
7. Valveavaruus

Alkerdeel/Nihill – The abyss stares back #4

The abyss stares back” is een reeks compilatieplaten van het Belgische Hypertension Records. Ze kiezen niet zomaar de eerste beste bands om mee samen te werken. Met Drums Are For Parades, Amenra, Hessian, Scott Kelly en een resem meer worden de hipste der scène tentoon gesteld. Alle bands die meewerken aan deze reeks platen presenteren enkel en alleen maar exclusief materiaal dat mág en kán afwijken van hun gekende oeuvre. Voor Alkerdeel is dat echter niet het geval. Onze Vlaemsche Speenzalvigen doen waarin ze goed zijn: het spelen van groezelige black metal met een totaal gebrek aan franjes. De eerste duizend minuten van “SHSRR” beslaan slechts één akkoord. In feite lijkt het op en iets meer black metalversie van Aluk Todolo, incluis de vele basloopjes. De track eindigt met een pure, onversneden old school Darkthrone riff. Allereerst vond ik het nogal cheap en wat simpel allemaal, maar dat gevoel heeft ruimte gemaakt voor charme. Ook de productie is, zoals immer bij Alkerdeel verschrikkelijk (maar) goed. Dit kwartiertje Nilfist 666 smaakt naar meer! En dat krijgen we voorgeschoteld op de andere kant van het zwarte goud. Maar meer Dyson 666 deze keer. Nihill uit dat andere Lage Land, knalt langs alle kanten. Het tempo ligt non-stop verschroeiend hoog en de extreem eentonige (positief bedoeld hier) drums (-computer) geven “Serve in slavery and thralldom” een industrieel karakter. Alle knoppen op 11 en dat een kwartier lang. Tak tak tak maar! Als halverwege het nummer overvloeit naar pure noise, is het nog even wachten om te happen naar adem. Nihill grijpt je naar de strot en laat niet los tot het echt gedaan is. Mijn vrouw kloeg over “dat kabaal wat opstond“, dus Nihill snapt het wel. Zelf geraak ik echter niet helemaal in de juiste sfeer om het te vatten. Enerzijds valt de intense chaos goed te smaken, maar anderzijds is het ook een opluchting als na een kwartier de ooraanval op zijn einde loopt.

Flp: 72/100

Alkerdeel/Nihill – The abyss stares back #4 (Hypertension 2014)
1. Alkerdeel – SHSRR
2. Nihill – Serve in slavery and thralldom