limbonic art

Ringarë – Under pale moon

Met bands als Vargrav en Evilfeast en de heropleving van het dungeon synth gebeuren lijken de ooit zo verafschuwde keyboards in black metal terug trendy te worden. Ook Ringarë schuwt het gebruik van synthesizers niet. Die naam zegt u waarschijnlijk niets, maar een enkeling hoort misschien wel vaag een belletje rinkelen bij de originele naam Ringar. Voor wie het nog steeds in Keulen hoort donderen, hoop ik dat Chaos Moon wel bekend terrein is aangezien Alex Poole hierachter schuilgaat. Ringarë werd in de winter van 2004 in het leven geroepen als een ode aan de synth black metal-bands uit de jaren negentig en er werden vele uren aan muziek gecomponeerd en opgenomen. Een deel van het materiaal vond zijn weg naar de Chaos Moon-plaat “Languor into echoes, beyond” uit 2004, terwijl de rest in de vergetelheid geraakte. Chaos Moon mastermind Alex Poole viste het materiaal begin 2018 terug op en schonk het na veertien jaar een tweede leven in de vorm van debuut “Under pale moon“. De met-horden-synths-onderbouwde black klinkt erg vertrouwd in de oren en katapulteert de luisteraar die er destijds bij was terug naar de tweede helft van de jaren negentig. De volgende cryptische zin uit de begeleidende promotekst verwijst naar drie platen die belangrijk waren voor Ringarë (de bands zoek je zelf maar uit): “Under the moon in the Scorpio does this second-wave mysticism lay, beholding the sad realm of the stars while waiting entree into a grand psychotic castle.” Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen. Maar de toetsen staan regelmatig ook zonder begeleidende metalen klanken in het middelpunt van de belangstelling waarbij een middeleeuwse fantasiewereld zich in de verbeelding afspeelt. Ze eisen zelfs de volledige tweede helft van de achttien minuten durende afsluiter “Through forest and fog” op. Zo bombastisch als een Limbonic Art – verrek, nu verklap ik toch al één van de inspiratiebronnen – gaat het er echter niet aan toe, maar de kosmische klanken van die andere verborgen band hoor ik wel terug. “Under pale moon” is een fijne luisterplaat die nostalgische gevoelens uitlokt, maar ook niet meer dan dat. De melodieën zijn immers niet zo beklijvend als die van de grootmeesters uit het genre. Maar het potentieel is er wel, alleen vraag ik mij af of dit geen eenmalig gebeuren was?

JOKKE: 78/100

Ringarë – Under pale moon (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Under pale moon
2. In nocturnal agony
3. Sorrow under starry night
4. Through forest and fog

Vargrav – Netherstorm

Symfonische black metal klinkt sommigen waarschijnlijk nogal vies in de oren maar back in the days kwamen er onder deze noemer toch enkele klassiekers uit (Limbonic Art’s “Moon in the scorpio“, Gehenna’s “Malice“, Dimmu Borgir’s “Stormblast“, Emperor’s “In the Nightside eclipse“, Ancient’s “The cainian chronicle“, …). Het was pas gedurende de foute Duitse Last Episode jaren dat deze term een wrange nasmaak kreeg door allerlei derderangs bandjes met Mystic Circle op kop. Het was dan ook een tijdje cool om een sticker “no keyboards were used during the recording process” op je album aan te brengen. Toch zijn er bands die in deze stijl nog onderhoudende platen weten afleveren en het Finse Vargrav is één van hen. Debuut “Netherstorm” kan dan ook als een blast from the past doorgaan want dit album katapulteert de luisteraar terug naar de hoogdagen van spannende symfonische black metal waarbij obese synth-lagen een middeleeuwse majestueusheid en grandeur creëren. Natuurlijk zijn er dikke knipogen naar de reeds eerder aangehaalde bands en bij toevoeging Obtained Enslavement en Abigor, maar daar maken we nu eens geen punt van. Zeker als dat krakers oplevert zoals het snelle “Shadowed secrets unmasked” waarin ook met de vocalen geëxperimenteerd wordt. In “Ethereal visions of a monumental” gaat dat zelfs zó ver dat het even lijkt alsof R2-D2 meezingt. “Limbo of abysmal void” klinkt in eerste instantie trager en meeslepender van karakter, maar ontbindt toch ook al snel haar demonen middels ijselijke riffs, blastende drums en grootse keyboardpartijen. Het is het tien minuten overschrijdende “Obidient intolerant ensnared” dat mid-tempogewijs een ode brengt aan de melancholie van lang vervlogen tijden. Als kers bovenop de taart, die uit vijf lange songs en een outro bestaat, krijgen we nog twee bonus tracks voorgeschoteld waarvan “The glory of eternal night” in oude Emperor-stijl een ode vormt aan de nachtelijke magie en “Ancient queen” natuurlijk oorspronkelijk door deze keizers van de symfonische black metal geschreven werd. Deze coversong prijkt op een aparte 7″ die bij de plaat meegeleverd wordt. Ik heb me kostelijk geamuseerd met dit “Netherstorm” en verwacht dat vele nostalgische zielen dat mee met mij zullen doen.

JOKKE: 84/100

Vargrav – Netherstorm (Werewolf Records 2018)
1. Netherstorm
2. Shadowed secrets unmasked
3. Limbo of abysmal void
4. Etherial visions of a monumental
5. Obidient intolerant ensnared
6. Outro
7. The glory of eternal night (bonus)
8. Ancient queen (bonus Emperor cover)

Arkona – Lunaris

De meest gekende Poolse bands die de second wave of black metal begin jaren negentig in gang staken, zijn ongetwijfeld Behemoth en Graveland. Vergeet echter Arkona niet dat sinds haar oprichting in 1993 al zeventien kogels uit de strak om-de-lederen-broek-gespannen kogelriem heeft afgeschoten. Met “Lunaris” als langspeler nummer zes, vuurt Arkona echter haar meest dodelijke kogel op de luisteraar af. Doorheen de jaren is het een komen-en-gaan van bandleden geweest met veteraan Khorzon (gitaar, bas en keyboards) als enige constante. En zelfs na de opnames van “Lunaris” blijft het een voortdurende position switch. Op plaat horen we Nechrist als tweede gitarist, Zaala als drummer/mitrailleursalvo en Necrosodom als sessiezanger. Die laatste werd recent vervangen door zanger/bassist Drac waardoor drie vierde van de huidige line-up uit leden van Taran bestaat. Het Arkona-geluid anno 2016 is een synthese van snelle op Zweedse leest (think Setherial, Dark Funeral) geschoeide straightforward black metal waarbij keyboards voor een donkere, neo-klassieke, romantische invalshoek zorgen. De heidense thematiek ligt er niet vingerdik bovenop zoals bij het type Аркона pagan/folk-band waarvan ik het groengespikkeld schijt krijg. Denk eerder richting Drudkh, vooral door de vocalen en onderhuidse pagan feel en – waarom niet – aan Falkenback zoals tijdens het begin van “Ziemia”. Het galloperende ritme en de drum rolls en fills uit de eerste helft van “Nie dla mnie litość” knipogen naar Dissection om nadien stillere wateren te verkennen waarbij de duistere symfonische klanken aan Limbonic Art doen denken. Hoewel “Lunaris” het hoogtepunt is uit de Arkona discografie en enkele pijnpunten uit het verleden, zoals de steriel klinkende (maar retestrakke) hyperblasts, verholpen zijn, heb ik toch nog wel enkele puntjes van kritiek. Zo klinken de snelle black metal passages bij momenten nogal standaard en inwisselbaar. Verder zal niet iedereen de keyboards kunnen smaken. Ik trek ze nog wel, hoewel ze halverwege opener “Droga do ocalenia” een ongewenste Bal-Sagoth déjà-vue oproepen. Het is niet zo dat de cinematografische toetsen- en orgelpartijen voortdurend de strijd met de tremoloriffs aangaan, ze fungeren eerder als aftrap of rustpunt in de vrij lange nummers, want het zijn de riffs die grotendeels voor het majestueuze karakter zorgen. Concluderend laat “Lunaris” niets nieuws onder de zon horen, maar is de plaat wel best te pruimen, vooral als je je kan vinden in voorgaande name droppings.

JOKKE: 80/100

Arkona – Lunaris (Debemur Morti Productions 2016)
1. Droga do ocalenia
2. Ziemia
3. Śmierć i odrodzenie
4. Nie dla mnie litość
5. Lśnienie
6. Lunaris

Ultha – Dismal ruins

Vorig jaar bracht het Duitse Ultha het veelbelovende debuut “Pain cleanses every doubt” uit. Er waren nog wat werkpunten, maar het potentieel was er. De volgende stap richting stardom was een split met de Franse vriendjes van het fantastische Paramnesia. Door gezondheidsproblemen in de rangen van die band, werd de samenwerking echter op de lange baan geschoven, waardoor Ultha besloot om de twee songs, die exclusief voor de split bedoeld waren, nu toch reeds als EP met de mensheid te delen. Fijn gebaar. De eerste song “…And they carried death in their eyes” werd geschreven tijdens de opnameperiode van het debuut, maar laat toch een licht andere sound horen. De basis is nog steeds atmosferische, doch rauwe USBM in het straatje van Weakling, die nu echter door nieuwkomer A. opgefleurd wordt met de nodige keyboards. Nu kan het gebruik van toetsen binnen black metal een meerwaarde bieden indien ze correct (lees: subtiel) aangewend worden, maar het kan ook op een carnavaleske bedoening uitdraaien. Gelukkig is dat laatste niet het geval en zorgt de song voor een flashback naar jaren negentig black metal (Limbonic Art is dan al snel een referentie, hoewel de bombast wel een paar gradaties minder is), vooraleer de foute Duitse Last Episode bands de kop opstaken met hun symfonische Disney metal. Het andere nummer “Ghost walking” is een coversong van het Amerikaanse Mighty Sphincter, een deathrock/gothic legende, maar onbekend bij ondergetekende. Ik heb het origineel, inclusief heerlijk cheezy eighties clip, dus maar eens opgesnord en Ultha heeft er een doomy trage versie van gemaakt die vrij bombastisch en apocalyptisch klinkt, opnieuw versterkt door het – deze keer massief – inzetten van keyboards en heroïsche samenzang. Later op het jaar zou de tweede langspeler moeten verschijnen, die opnieuw een zekere koerswijziging in de sound zou moeten laten horen, evenals een split seven inch met de landgenoten van Morast. In de gaten te houden.

JOKKE: 73/100

Ultha – Dismal ruins (Vendetta Records 2016)
1. …And they carried death in their eyes
2. Ghost walking

 

Borgne – Règne des morts

Dat de heersende Star Wars mania mij totaal gestolen kan worden, wil niet zeggen dat ik mijn metal – naast zwart – soms ook niet een tikkeltje galactisch lust. De industriële black van het éénogige Zwitserse monster Borgne doet me immers regelmatig aan een ruimtereis doorheen oneindige sterrenstelsels denken. Op muzikaal gebied dan toch, want de teksten (Frans, Engels en Grieks) handelen zoals van oudsher over eerder misantropisch gerelateerde onderwerpen. Bezieler Bornyhake lijkt het nog steeds niet zo op zijn medemens begrepen te hebben. Langspeler nummer zes is drie jaar in de maak geweest, maar Borgne verwent zijn aanhang op “Règne des morts” dan ook met een plaat die tot aan het gaatje gevuld is. Voor de luisteraar met weinig tijd zal een album van tachtig minuten niet altijd even gemakkelijk de weg naar de stereo vinden. Wie ’s nachts echter geen rekening hoeft te houden met slapende kinders raad ik aan om “Règne des morts” toch eens aan een nocturnale luisterbeurt te onderwerpen. Dat is immers het momentum waarop de lang uitgesponnen composities het best tot hun recht komen. Het industrieel karakter van Borgne zit hem vooral in de machinaal klinkende drums en allerhande keyboardgeluidjes en soundscapes die de, met momenten razende, black opfleuren. Niet zo theatraal als bijvoorbeeld een Limbonic Art, maar eerder zoals bij de collega’s en landgenoten van Darkspace waarbij de keyboards haast een extra melkwegstelsel creëren dat zich tegen lichtsnelheid een weg baant doorheen het zwarte universum. Bornyhake en kompanen hebben de klus niet alleen moeten klaren en hebben hulp gekregen van enkele gelijkgestemde zielen. Zo verzorgde Dirge Rep (ex-Gehenna, ex-Enslaved en ex-nog een heleboel Noorse bands) de tekst voor opener “Void Miasma” en deden de Finnen Spellgoth en Hex Inferi (beiden actief bij Horna) een duit in het zakje op “Abysmal existence”, het kroonjuweel van de plaat, dat je een ware “slap in the face” biedt na de melancholische aftrap, halverwege een hypnotiserende ambient-laag op je gemoed laat inwerken, om dan weer plots machinaal op je in te stampen. Toch moet ik toegeven dat het album een lange rit is, want om tachtig minuten te blijven boeien is het toch wel ietwat te veel van hetzelfde. Het is gelukkig niet zo erg als bij de eerder dit jaar verschenen dubbelaar van het gelijkaardige Midnight Oddysey, waarbij slechts de helft beklijvend was tegenover een overbodige andere helft, maar “Règne des mort” komt wat mij betreft pas echt op gang vanaf “Everything is a fallacy”, maar dan zijn we toch al meer dan een half uur aan onze ruimtereis bezig. De liefhebbers zal dit echter worst wezen en zullen hun hartje danig kunnen ophalen bij een verder degelijke plaat.

JOKKE: 78/100

Borgne – Règne des morts (Those Opposed Records 2015)
1. Void miasma
2. Eonious fovous
3. When swans are choking
4. Everything is a fallacy
5. Abysmal existence
6. Fear
7. L’odeur de la mort

Midnight Odyssey – Shards of silver fade

Een weekje geleden stuitte ik online, vlak voor het slapen gaan, op “Starlight oblivion”, het eerste vrijgegeven nummer van de nieuwe plaat van het tot dan toe voor mij onbekende Midnight Odyssey. Wat er zich de volgende achttien minuten op auditief vlak afspeelde triggerde mijn interesse om de rest van de plaat op te zoeken. Het feit dat “Shards of silver fade” een mastodont van een plaat bleek te zijn die, verspreid over twee schijfjes, meer dan tweeënhalf uur (!!!) duurt, resulteerde bijgevolg tot een korte nachtrust en wallen waarbij de exemplaren van Walter Grootaers in het niets verdwenen. Van een gebrek aan creativiteit kunnen we mastermind Tony Parker bijgevolg ook niet beschuldigen. Van “zijn verhaal beknopt vertellen” of “straight to the point” komen echter wel. Maar ach, dat is ook helemaal de bedoeling niet van de Australische éénmansband Midnight Odyssey, want deze naam staat garant voor uitgesponnen en über atmosferische progressieve en kosmische ambient black metal (een hele mond vol). Maar staat de kwantiteit in dit geval ook gelijk aan constante kwaliteit? Om deze plaat naar waarde te kunnen schatten, moet je een zekere theatraliteit, progressiviteit of avantgarde in je black metal kunnen smaken. Hoewel dat bij mij maar tot op zekere hoogte het geval is, blijf ik toch aan mijn stereo gekluisterd. Collega Filip overleeft de eerste twee minuten zelfs niet zonder over zijn nek te gaan, daar durf ik mijn handen voor in het vuur te steken. Maar dit geheel ter zijde. De plaat trapt af met plechtstatige en epische cleane zang op een dik aangzwollen tapijt van keyboards. Pas na een kwartier nemen de black metal vocalen en grimmige gitaren de overhand. Net op tijd omdat ik juist begon in te dommelen. De black metal die je hier voorgeschoteld krijgt is geen moment agressief maar draait helemaal rond “atmosfeer” en de klinische drums storen hier zelfs niet bij. Op zijn beste en spannendste momenten neigen de klanken naar Summoning, Bal-Sagoth, Limbonic Art of Lunar Aurora. Spijtig genoeg zijn deze pieken te veel ondergesneeuwd in saaie en langdradige platte meug. De rustige stukken hebben evenveel met black metal te maken als McDonalds met gastronomisch eten. Niks, nada, niente. Het is eerder een soort van new of dark wave achtige (think Dead Can Dance of Fields Of The Nephilim) musical die we dan te verteren krijgen…en ik ben niet zo tuk op musicals. De grandeur in “A ghost in gleaming stars” doet zijn werk wel bij mijn armhaartjes en de grunts in “Asleep in the fire” creëren een episch doom momentum om even later op Dimmu-bombast over te schakelen. In een nachtelijke roes en op een hoog volume scoort de plaat wel beter dan op andere momenten geef ik grif toe. Een tijdje geleden kwam van labelgenoot Mare Cognitum een gelijkaardig album uit dat het een pak beter deed bij ondergetekende. Ik raad Tony aan om de volgende keer voor één schijfje te gaan (disc twee is de betere) en meer gefocust en gestroomlijnder te werk te gaan (tien minuten per nummer in plaats van twintig zullen ook wel volstaan om je verhaal te vertellen). De eerste twee nummers van disc twee zouden immers een knappe plaat van veertig minuten opleveren. By far de moeilijkste plaat die ik al heb gereviewed voor Addergebroed. 60/100 voor disc één en 80/100 voor disc twee bepalen de uiteindelijke score.

JOKKE: 70/100

Midnight Odyssey – Shards of silver fade (I, Voidhanger Records 2015)

Disc 1
1. From a frozen wasteland
2. Hunter of the celestial sea
3. Son of phoebus
4. A ghost in gleaming stars

Disc 2
1. Asleep in the fire
2. Starlight oblivion
3. Darker skies once radiant
4. Shards of silver fade

Mare Cognitum – Phobos monolith

Derde keer, goede keer want voor het eerst heeft Jacob Buczarski, de man achter de éénmansband Mare Cognitum, eens knap artwork voorzien om zijn muzikale kunst te visualiseren (het oog wil ook wat, weet je wel). De paarse tinten en het futuristische ruimtelandschap van de kleurrijke hoes van “Phobos monolith” deden me meteen terugdenken aan het machtige Limbonic Art. Niet alleen het artwork maar ook de voorliefde voor het eindeloze universum en kosmische mystiek is een overeenkomst die de Amerikaan deelt met deze Noorse band. Muzikaal gezien kunnen we slechts van een beperkte muzikale gemene deler spreken: oké, beide bands spelen atmosferische black metal en in beide gevallen komen de drums uit een machientje in plaats van te zijn ingespeeld door een drummer van vlees en bloed (hoewel dat er bij Mare Cognitum amper aan te horen is), maar daar houden de vergelijkingen dan ook op. De theatrale bombast van Limbonic Art blijft achterwege, terwijl Mare Cognitum meer voor een vloeiende atmosferische opbouw kiest. Soms ingetogen, subtiel en emotioneel (de aanloop van de plaat of de song “Noumenon”), maar meestal majestueus en knetterhard, schieten de intense blast drums en tremelo riffs je met een oerknal de ruimte in, om alzo in een eindeloze baan rond de aarde en in een spiraal van kosmische black (en sporadische death) metal terecht te komen. De vier lange ruimtereizen klokken af tussen de acht en vijftien minuten en bevatten ongebreidelde instrumentale passages waarop het lekker wegdromen is naar verre ruimtestelsels en een zee van kleurrijke sterren. Pas na een dikke zes minuten trekt ruimtereiziger Jacob zijn strot open in openingstrack “Weaving the thread of transcendence” waarbij opvalt dat zijn vocalen meermaals refereren aan de sappige hese screams van John Haughm van Agalloch. In afsluiter “Ephemeral eternities” zoeken zijn stembanden lager gelegen regionen op om de meer death metal getinte riffs te ondersteunen. Nu ben ik normaal gezien geen liefhebber van futuristische toestanden of Star Wars en Star Trek nerd-doenerij, maar deze “space odeyssey” raad ik elke fan van Darkspace, Emperoriaanse black metal of de (cascadiaanse) post-verwanten (debuutplaat “Al-Azif” van The Great Old Ones is ook nog een goede referentie) aan.

JOKKE: 84/100

Mare Cognitum – Phobos monolith (I, Voidhanger Records 2014)
1. Weaving the thread of transcendence
2. Entropic hallucinations
3. Noumenon
4. Ephemeral eternities