limbonic art

The Kryptik – Behold fortress inferno

Beetje vreemd dat The Kryptik zijn nieuwe release “Behold fortress inferno” als een EP bestempelt als je weet dat die met een speelduur van bijna veertig minuten zelfs een tikkeltje langer duurt dan de twee langspelers die de Brazilianen reeds op hun conto hebben (“Through infinity of darkness” uit 2017 en “When the shadows rise” uit 2019). Misschien komt het doordat ze een Mayhemcover hebben moeten toevoegen om aan de speelduur te komen? Daarover later meer. De heren Sinner en Tormentor zijn duidelijk ergens halfweg de jaren negentig in hun muzikale ontwikkeling blijven steken, want The Kryptik eert symfonische blackmetalgrootheden als Emperor, Obtained Enslavement, Abigor en Limbonic Art, maar zal ook liefhebbers van recentere bands als Evilfeast of Vargrav kunnen bekoren. Bij de combinatie “symfonisch” en “Braziliaans” zal u in eerste instantie misschien de wenkbrauwen fronsen, daar we normaliter meer bestiale klanken gewend zijn die uit het Latijns-Amerikaanse land op ons afkomen, maar wie het vorige werk van The Kryptik kent, weet dat het duo best wel kaas heeft gegeten van het componeren van aanstekelijke symfonische blackmetalsongs. Vanaf de begintonen van “Behold fortres inferno” wordt een middeleeuwse citadel aan neo-klassieke symfonische black opgetrokken. De toetsen tieren welig, maar de fundering van snijdende tremolo’s, stuwende drums en ijselijke screams zit stevig in de ondergrond verankerd. “The plagues of the abyss” wordt middels klokkengeluid, mysterieuze samples en het gehuil van wolven ingeleid, waarna hemelse keyboards voortdurend aanzwellen tussen de nocturnale black metal die naar het einde toe wat in snelheid afneemt. Na de twee eerste songs, die beide op meer dan acht minuten afklokken, is het tijd om even adem te happen tijdens het somber klinkende intermezzo “…Of darkness“. Het geeft de tijd om de zwaarden opnieuw te slijpen en aangesterkt door klanken van strijdgewoel begeven we ons terug het slagveld op tussen de marcherende zwarte legioenen. Mavorim zanger Baptist komt de krijgers mee ophitsen en op dit nummer bereikt The Kryptik met veel gratie en grootsheid haar apotheose. De clandestiene mysteries van hun sound geven langzaam hun geheimen prijs wanneer je de kosmische sleutel op de juiste manier weet te gebruiken om de bombastische kryptokronkels te ontcijferen. Terwijl de strijd vervaagt, explodeert ook “Paths from eternity” de kosmos in. De heldere zang die hier opduikt is wel niet om over naar huis te schrijven en vormt een kleine smet op het voor de rest glanzende blazoen. Deze uitstekende EP bevat als toetje nog een getrouwe maar uit mistige synths opgetrokken cover van de Mayhem klassieker “Funeral fog” met een zangbijdrage van Utu’s Necromaniac wiens scream ik minder overtuigend vind, maar Attila’s timbre wel meer benadert dan die van Sinner. The past is alive!

JOKKE: 81/00

The Kryptik – Behold fortress inferno (Purity Through Fire 2020)
1. Behold fortress inferno
2. The plagues of the abyss
3. …Of darkness
4. Black legions march
5. Paths from eternity
6. Funeral fog (Mayhem cover)

Black Altar/Kirkebrann – Deus inversus

Er passeren hier tegenwoordig zo veel splits dat ik er haast een gespleten persoonlijkheid aan overhoudt, alhoewel in het geval van deze Pools/Noorse-alliantie beide bands erg goed bij mekaar passen in plaats van schizofrene gevoelens op te wekken. Zowel Black Altar als Kirkebrann spelen immers up-tempo Scandinavisch zwartmetaal met geselende riffs en spijtig genoeg ook wel een generieke sound en productie. Waar zitten ‘em dan de verschillen tussen beide bands? “Deus inversus” wordt afgetrapt door Black Altar die al sinds 1996 meedraaien en meteen met het titelnummer in huis vallen, waarvan u hieronder ook de stijlvolle zwart/witte videoclip kunt zien. Het snelle werk – kan ook niet anders met de ingehuurde Lars Brodesson (Funeral Mist, ex-Marduk) op de drumkruk – wordt opgesmukt met dramatische en bombastische koorzang waarbij het vrouwelijk aandeel vertolkt wordt door Lilly Kim en de Griek Alexandros Antoniou (o.a. Macabre Omen) voor mannelijk tegengewicht zorgt. Gitarist Mauser gooit ook scheurende gitaarleads in de strijd, zo kennen we hem immers nog uit zijn verleden bij Vader. Waar nodig smukt Michał Staczkun het totaalplaatje nog wat op met samples zoals hij ook bij o.a. Hate doet. Schreeuwlelijk Shadow – tevens eigenaar van Odium Records die deze split uitbrengen – stretcht zijn stembanden in alle uithoeken wat een gevarieerd pallet aan krijskleuren oplevert. In het meer catchy “Ancient warlust” schakelen de muzikanten aanvankelijk een versnelling lager en krijgen we knap melodieus gitaarwerk voorgeschoteld. Eens de intro erop zit gaat de voet terug op het gaspedaal, maar het wordt slecht sporadisch zo’n blastfestijn zoals de titeltrack liet horen. De orchestrale bombast blijft hier in de verkleedkast opgeborgen. De Noren van Kirkebrann zetten – net als de gelijknamige True Norwegian black candles – de boel eveneens in lichterlaaie, maar drummer Thunberg (tevens gitarist bij Dødheimsgard) zorgt ook voor de nodige schwung door “Begrensa bevissthet” met een haast dansbaar drumritme in te zetten. Kan perfect! Dat bewees Marduk o.a. ook al met het geweldige “The blond beast“. Ook “Faux pas” wordt door Thunberg ritmisch in gang gestoken en is dan weer een topvoorbeeld van een meer rockgoriënteerd catchy nummer met melodieuze leads. “Et nederlag” combineert het beste van twee werelden: mid-tempo melodieus werk en verbeten Noorse furie. De krijsstem van Draug is wat droger en raspender vergeleken met die van Shadow en de totaalsound wat scheller. Afsluiten doet Kirkebrann met het ingetogen akoestische instrumentale “Ufødte klarhet” dat folky van ondertoon is, maar wel op een duistere manier. Interessante split dit “Deus inversus” voor liefhebbers van (overwegend snelle) melodieuze Scandinavische black. Alleen dus wat spijtig van de generieke moderne productie die Mauser en Morpheus (ex-Limbonic Art) Black Altar en Kirkebrann respectievelijk hebben aangemeten.

JOKKE: 78/100 (Black Altar: 77/100 – Kirkebrann: 79/100)

Black Altar/Kirkebrann – Deus Inversus (Odium Records 2020)
1. Black Altar – Deus inversus
2. Black Altar – Ancient warlust
3. Black Altar – Outro
4. Kirkebrann – Begrensa bevissthet
5. Kirkebrann – Faux pas
6. Kirkebrann – Et nederlag
7. Kirkebrann – Ufødte klarhet

Ringarë – Sorrow befell

Ik ben vergeten hoe vaak ik deze zin al heb neergepend: Alex Poole weet van geen stilzitten. Nadat hij eind 2018 het geniale Eschaton mémoireuitbracht met Chaos Moon, werd niet veel later aangekondigd dat ook Ringar een comeback zou maken en verder zou teren op enkele releases en ideeên die de laatste Chaos Moon niet haalden, maar dan onder de licht aangepaste naam Ringarë. Belofte maakt schuld, dus kwam een dik jaar geleden “Under pale moon” uit waarover Jokke toen het volgende te zeggen had: “Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen”. Ook op de nieuwe demo “Sorrow befell” nemen de toetsen het voortouw – maar veel prominenter dan voorheen het geval was. Naast het feit dat Poole en Likpredikaren (die ook de zang verzorgt bij Musmahhu) altijd al inspiratie haalden uit bands als Limbonic Art en het op Tolkiens boeken gebaseerde dungeon synth genre wordt “Sorrow befell” ruwweg in twee delen opgesplitst: vier nummers aan symfonische black die velen onder ons nostalgisch 25 jaar achterom doen kijken, en vier nummers aan pure ambient/dungeon synth. Over die laatste kunnen we kort zijn: ik heb het nooit echt voor deze genres gehad en hoewel “Lightless descent” I tot en met IV best wel een rustgevende sfeer neerpoten vind ik deze laatste 10 van de 35 minuten nogal overbodig. Één outro track was goed geweest. De eerste paar nummers zijn echter een pak dynamischer dan wat op “Under pale moon” te horen was en kregen ook een iets warmere klank mee. Aan de gekende formule wordt niet geraakt, al klinken de drums een pak sterieler. Niettemin worden weer enkele riffs om u tegen te zeggen uitgebracht, zoals het begin van “Blood pact sanctity”, een nummer dat precies als een bare bones versie van Chaos Moon klinkt. Ook vocaal snijden de scherpe uithalen van Likpredikaren door merg en been. Ringarë brengt met deze demo een twintigtal minuten kwalitatieve symfonische black, maar erg wereldschokkend is het niet – wél onderhoudend – en die laatste vier nummers mochten wat mij betreft gerust achterwege worden gelaten. Misschien dat ze voor de liefhebbers van rustige synthmuziek een meerwaarde betekenen, maar zoals vaak komt het bij mij wat over als filler-materiaal.

CAS: 78/100

Ringarë – Sorrow befell (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sorrow befell
2. Warlock of fathomless plagues
3. Blood pact sanctity
4. Forever in shadow
5. Lightless descent I
6. Lightless descent II
7. Lightless descent III
8. Lightless descent IV

Borgne – Y

Fans van kosmische/industriële black kunnen niet om Borgne, het geesteskind van de Zwitser Sergio Da Silva beter bekend als Bornyhake, heen. Sinds 2017 omringde de multi-instrumentalist, die een graag geziene gast is bij tal van andere bands zoals Darvaza, Manii, Serpens Luminis en Schammasch, zich met keyboardspeelster Lady Kaos (Asagraum). Met “Y” is Borgne al aan zijn negende (!) langspeler toe, die zoals gewoonlijk op een dik uur afklokt. Borgne is een labelhopper en nadat de vorige plaat via Avantgarde Music verscheen werd nu een deal met het Franse Les Acteurs de l’Ombre Productions getekend. Die waren zo opgetogen over het feit dat ze eindelijk met deze act konden samenwerken dat ze voor het eerst uit hun carrière een band een meerplatendeal aanboden. Borgne is zo’n band waarvan je op voorhand weet wat je kan verwachten hoewel sinds voorganger “[∞]” toch wel een hoorbare verschuiving van ambient black naar industriële atmosblack plaatsvond. Opener “As far as my eyes can see” klinkt als een kruisbestuiving tussen het kosmische Limbonic Art en het militaristische Mysticum. “Je deviens mon propre abysse” voegt modern klinkende machinale riffs en beats aan het klankpallet toe en de start van “A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence” klinkt als een door de mangel gehaalde Oranssi Pazuzu. Dit nummer bevat, net als het afsluitende “A voice in the land of stars“, een bijdrage op zang en gitaar van Schammasch opperhoofd C.S.R. De statische vrouwelijke vocalen zijn afkomstig uit de strot van ene Ruby Bouzioti die bij enkele symfonische bands zingt. Deze bijna tien minuten durende klepper ontwikkelt zich tot een traag voortstuwende en bombastisch gedragen compositie. In de aftrap van “Derrière les yeux de la création” trekken akoestische gitaren en aanzwengelende elektronische percussie de spanningsboog aan om zich vervolgens te ontpoppen tot een gothisch horror aandoend nummer waarin pas naar het einde toe het tempo wat omhoog gaat. Het was wachten tot “Qui serais-je si je ne le tentais pas?” om nog eens via een intergalactische roetsjbaan de kosmos ingestuwd te worden. Beats en bliepjes wringen zich doorheen de ratelende drumpulsen die weids klinkende gitaarpanorama’s doen openvouwen. “Paraclesium” is van een heel andere orde en is eerder een soort van soundscape-achtige speeltuin waarin de heer en dame zich met allerhande elektronica en samples kunnen uitleven; goed voor een minuut of drie maar geen negen. Gelukkig is er dan nog de titaan “A voice in the land of stars“, een zeventien minuten durende klepper die nog eens opsomt waar Borgne voor staat en stilistisch terug aanknoopt bij de opener met aangrijpende heldere zangpartijen van C.S.R. als extra bonus. Guillame Schmid van Serpens Luminis leverde deze keer de afwisselend Engels- en Franstalige teksten aan en Kruger-drummer Raphaël Bovey verzorgde de mastering en leverde nog enkele samples aan. Qua intensiteit, zwartheid en integriteit zit het zoals gewoonlijk snor, maar het is vooral de geboden variatie die “Y” tot een klepper bombardeert!

JOKKE: 85/100

Borgne – Y (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2020)
1. As far as my eyes can see
2. Je deviens mon propre abysse
3. A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence
4. Derrière les yeux de la création
5. Qui serais-je si je ne le tentais pas?
6. Paraclesium
7. A voice in the land of stars

To Conceal The Horns – Purist

Keyboards in black metal zijn precies nog nooit zo ‘in’ gebleken als de laatste jaren en dan met name in Finland. To Conceal The Horns heeft dat geroken en probeert een graantje mee te pikken van deze ‘hype’. De band is het solo ruimtetuig van ene Joni Salaamo aka Agitathur Vexd met een verleden in de ter ziele gegane bands Ghost Brigade en Alghazanth. Dit project werd vorig jaar het leven in geroepen en resulteerde meteen in twee EP’s (“Kun luovun” en “Transformaation yöpuolta“) waarbij die laatste vooral een heuse ontwikkeling richting kosmische black liet horen. De eerste langspeler “Purist“, waarop Vexd door drummer Syntinen bijgestaan wordt, zet die lijn verder. To Conceal The Horns zet hier een astraal black metal-geluid neer waar de geest van oude-Covenant en Troll doorheen waart. De biografie haalt ook Limbonic Art aan, maar dat vind ik persoonlijk een brug te ver aangezien de kosmische paden die hier bewandeld worden verre van zo avant-garde en bombastisch klinken als wat Morpheus en Daemon destijds uit hun toverhoed te voorschijn haalden. Naast een intro en interlude staan er vijf échte nummers op de tracklist die gemiddeld op zo’n dikke zeven minuten afklokken wat maakt dat er op deze trips heel wat ruimte is voor mooie spanningsopbouwen, knappe overgangen en weelderige melodieën. Zo stuwen de koorgezangen van het weids klinkende “Wanderer in time” je verder de galaxies in. De architectuur van “The rite of purification” is uit modernere riffs opgetrokken daar waar de eerdere songs meer teruggrijpen naar de mystieke uitspattingen van halfweg de jaren ’90. In het nummer draven tevens enkele death metal growls op die de droge krijsstrot vergezellen. Wanneer Vexd in het Zweeds aandoende en met pakkende leads doorspekte “Death horizon” of het in het Fins vertolkte “Musta usva” wat steviger van leer trekt, kunnen parallellen met Mare Cognitum getrokken worden hoewel “Musta usva” ook enkele meer op klassieke muziek gestoelde partijen bevat. Aan het einde van dit nummer wordt nog een solo ingezet, maar dan dooft het nummer plotsklaps uit om over te gaan op akoestisch getokkel in “Vapaus“. “Purist” laat niets nieuws onder de zon horen, maar is wel een erg degelijke plaat met enkele knappe melodieën en goed uitgewerkte songs. Prima spul voor liefhebbers van de aangehaalde bands, het recent besproken The True Werwolf of de revelatie Vargrav, niet voor niks drie Finse bands.

JOKKE: 81/100

To Conceal The Horns – Purist (Purity Through Fire 2020)
1. Ataraxy – Intro
2. Realm of Averiandur
3. Wanderer in time
4. The rite of purification
5. Musta usva
6. Vapaus – Interlude
7. Death horizon

Ateiggär – Us d’r Höll chunnt nume Zyt

Met Vargrav en Gardsghastr hebben we het afgelopen jaar al fijne met keyboards doorspekte black mogen horen. Ook het Zwitserse Ateiggär doet nu een poging om nieuw leven te blazen in het in het verleden vaak verguisde subgenre van de door ons allen geliefde black metal. Ateiggär betekent zoveel als “initiator van ideeën” en werd pas aan het begin van dit jaar opgericht door de gesluierde individuen Fauth Temenkeel en Fauth Lantav. Het lyrisch universum van de band beslaat alchemistische en mystieke ideeën die uit het begin van de moderne tijd stammen. “Us d’r Höll chunnt nume Zyt” is het eerste wapenfeit van het duo dat banden heeft met het “Helvetic Underground Committee” waarvan o.a. Arkhaaik en Kvelgeyst hier de revue al passeerden. Beide muzikanten presenteren ondanks hun jeugdige leeftijd op deze EP vier volbloed nummers en een intro die diep geworteld zijn in de symfonische tradities van jaren negentig second wave black metal. De inluidende klanken van “En Seelefunke” zetten een bombastisch symfonisch geluid neer dat een Limbonic Art of Cradle Of Filth-achtig spektakel doet vermoeden, hoewel de keyboards in de eigenlijke nummers toch een iets minder overheersende rol innemen. Op een misplaatst kermisachtig pianoriedeltje in “Und d Korybante tanzed in Sturm” na, nemen de toetsen het vooral over wanneer de riffs net wat té lichtvoetig uitvallen om alzo meer body aan het geheel te geven. Maar gelukkig bevat een nummer als “En Blinde namens Duracotus” best ook wel enkele gave old-school opzwepende riffs. Door de band genomen draagt het toetsenwerk bij aan de mystieke sfeer die neergezet wordt, hoewel enkele Disney-achtige passages niet vermeden kunnen worden. Ook wordt er soms geëxperimenteerd met helder gezongen uithalen die niet altijd geslaagd uitdraaien. “De Dämon us Levania” bevat enkele oude Dødheimsgard-referenties wat natuurlijk dan weer wel mooi meegenomen is. “Us d’r Höll chunnt nume Zyt” heeft zo zijn momenten, maar is niet over de gehele lijn geslaagd. Bepaal vooral zelf of je hier mee weg kunt. Liefhebbers kunnen kiezen tussen een digitale versie, vinyl- of cassetterelease.

JOKKE: 74/100

Ateiggär – Us d’r Höll chunnt nume Zyt (Eisenwald 2019)
1. En Seelefunke
2. Und d Korybante tanzed in Sturm
3. Us d’r Höll chunnt nume Zyt
4. En Blinde namens Duracotus
5. De Dämon us Levania

Rraaumm – The eternal dance at the nucleus of time

Rraaumm…vreemde naam voor een band hoor ik u denken…en dat is het ook. De betekenis ervan dien ik jullie echter schuldig te blijven. Achter het cryptische woord gaat een Duitse black metal band schuil en daar stopt de info die ik kan meegeven zowaar al (er wordt wel gefluisterd dat hier iemand van Häxenzijrkell bij betrokken zou zijn). Oh ja, en het artwork werd verzorgd door Karmazid, een ondertussen bekende naam in het designwereldje dankzij ontwerpen voor o.a. LVTHN, Wederganger, Blaze Of Perdition, Gevurah en…Häxenzijrkell. Soit, full focus op de muziek dan maar. “The eternal dance at the nucleus of time” is Rraaumm’s eerste EP waarvan de speelduur van de vier nummers op 38 minuten afklokt (er werd in de vorm van “Out of the aeons” een extraatje toegevoegd ten opzichte van de reeds eerder verschenen cassetteuitgave). De lengte van de songs is een hint naar het black metal-segment dat we te horen krijgen: atmosferische black waarbij de nodige tijd uitgetrokken wordt om een verhaal te vertellen. Om de kippenvelfactor in de twaalf minuten durende opener “To wander beyond lunar seas” de hoogte in te jagen, worden post-rock gitaarlijnen, melodieuze solo’s, spookachtige keyboards, burzumeske repetitiviteit en verwrongen gekwelde screams ingezet. Snelheidsrecords worden er hier niet gebroken, maar dat hoeft allerminst. De mystieke aanvang van een nummer als “Spiral black vortices” doet een herinnering aan oude-Limbonic Art voorbijkomen, maar de typische bombast van deze twee Noren blijft hier achterwege. Hoewel er kosmisch aandoende trips ondernomen worden, doet Rraaumm dit op een organische manier en aan een slepend doomtempo waarin sporadisch een spoken word sample opduikt. Het titelnummer is wat meer uptempo en klinkt vrij braafjes, moesten het niet de zwaar door de mangel gehaalde vocalen zijn die toch nog voor een bibber- en beefeffect zorgen. Me omver blazen doet “The eternal dance at the nucleus of time” niet, daarvoor zijn er te weinig memorabele passages en klinkt het allemaal nog wat te vrijblijvend, maar ik ruik wel potentieel.

JOKKE: 70/100

Rraaumm – The eternal dance at the nucleus of time (Ván Records 2019)
1. To wander beyond lunar seas
2. Spiral black vortices
3. Out of the aeons
3. The eternal dance at the nucleus of time

Ringarë – Under pale moon

Met bands als Vargrav en Evilfeast en de heropleving van het dungeon synth gebeuren lijken de ooit zo verafschuwde keyboards in black metal terug trendy te worden. Ook Ringarë schuwt het gebruik van synthesizers niet. Die naam zegt u waarschijnlijk niets, maar een enkeling hoort misschien wel vaag een belletje rinkelen bij de originele naam Ringar. Voor wie het nog steeds in Keulen hoort donderen, hoop ik dat Chaos Moon wel bekend terrein is aangezien Alex Poole hierachter schuilgaat. Ringarë werd in de winter van 2004 in het leven geroepen als een ode aan de synth black metal-bands uit de jaren negentig en er werden vele uren aan muziek gecomponeerd en opgenomen. Een deel van het materiaal vond zijn weg naar de Chaos Moon-plaat “Languor into echoes, beyond” uit 2004, terwijl de rest in de vergetelheid geraakte. Chaos Moon mastermind Alex Poole viste het materiaal begin 2018 terug op en schonk het na veertien jaar een tweede leven in de vorm van debuut “Under pale moon“. De met-horden-synths-onderbouwde black klinkt erg vertrouwd in de oren en katapulteert de luisteraar die er destijds bij was terug naar de tweede helft van de jaren negentig. De volgende cryptische zin uit de begeleidende promotekst verwijst naar drie platen die belangrijk waren voor Ringarë (de bands zoek je zelf maar uit): “Under the moon in the Scorpio does this second-wave mysticism lay, beholding the sad realm of the stars while waiting entree into a grand psychotic castle.” Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen. Maar de toetsen staan regelmatig ook zonder begeleidende metalen klanken in het middelpunt van de belangstelling waarbij een middeleeuwse fantasiewereld zich in de verbeelding afspeelt. Ze eisen zelfs de volledige tweede helft van de achttien minuten durende afsluiter “Through forest and fog” op. Zo bombastisch als een Limbonic Art – verrek, nu verklap ik toch al één van de inspiratiebronnen – gaat het er echter niet aan toe, maar de kosmische klanken van die andere verborgen band hoor ik wel terug. “Under pale moon” is een fijne luisterplaat die nostalgische gevoelens uitlokt, maar ook niet meer dan dat. De melodieën zijn immers niet zo beklijvend als die van de grootmeesters uit het genre. Maar het potentieel is er wel, alleen vraag ik mij af of dit geen eenmalig gebeuren was?

JOKKE: 78/100

Ringarë – Under pale moon (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Under pale moon
2. In nocturnal agony
3. Sorrow under starry night
4. Through forest and fog

Vargrav – Netherstorm

Symfonische black metal klinkt sommigen waarschijnlijk nogal vies in de oren maar back in the days kwamen er onder deze noemer toch enkele klassiekers uit (Limbonic Art’s “Moon in the scorpio“, Gehenna’s “Malice“, Dimmu Borgir’s “Stormblast“, Emperor’s “In the Nightside eclipse“, Ancient’s “The cainian chronicle“, …). Het was pas gedurende de foute Duitse Last Episode jaren dat deze term een wrange nasmaak kreeg door allerlei derderangs bandjes met Mystic Circle op kop. Het was dan ook een tijdje cool om een sticker “no keyboards were used during the recording process” op je album aan te brengen. Toch zijn er bands die in deze stijl nog onderhoudende platen weten afleveren en het Finse Vargrav is één van hen. Debuut “Netherstorm” kan dan ook als een blast from the past doorgaan want dit album katapulteert de luisteraar terug naar de hoogdagen van spannende symfonische black metal waarbij obese synth-lagen een middeleeuwse majestueusheid en grandeur creëren. Natuurlijk zijn er dikke knipogen naar de reeds eerder aangehaalde bands en bij toevoeging Obtained Enslavement en Abigor, maar daar maken we nu eens geen punt van. Zeker als dat krakers oplevert zoals het snelle “Shadowed secrets unmasked” waarin ook met de vocalen geëxperimenteerd wordt. In “Ethereal visions of a monumental” gaat dat zelfs zó ver dat het even lijkt alsof R2-D2 meezingt. “Limbo of abysmal void” klinkt in eerste instantie trager en meeslepender van karakter, maar ontbindt toch ook al snel haar demonen middels ijselijke riffs, blastende drums en grootse keyboardpartijen. Het is het tien minuten overschrijdende “Obidient intolerant ensnared” dat mid-tempogewijs een ode brengt aan de melancholie van lang vervlogen tijden. Als kers bovenop de taart, die uit vijf lange songs en een outro bestaat, krijgen we nog twee bonus tracks voorgeschoteld waarvan “The glory of eternal night” in oude Emperor-stijl een ode vormt aan de nachtelijke magie en “Ancient queen” natuurlijk oorspronkelijk door deze keizers van de symfonische black metal geschreven werd. Deze coversong prijkt op een aparte 7″ die bij de plaat meegeleverd wordt. Ik heb me kostelijk geamuseerd met dit “Netherstorm” en verwacht dat vele nostalgische zielen dat mee met mij zullen doen.

JOKKE: 84/100

Vargrav – Netherstorm (Werewolf Records 2018)
1. Netherstorm
2. Shadowed secrets unmasked
3. Limbo of abysmal void
4. Etherial visions of a monumental
5. Obidient intolerant ensnared
6. Outro
7. The glory of eternal night (bonus)
8. Ancient queen (bonus Emperor cover)

Arkona – Lunaris

De meest gekende Poolse bands die de second wave of black metal begin jaren negentig in gang staken, zijn ongetwijfeld Behemoth en Graveland. Vergeet echter Arkona niet dat sinds haar oprichting in 1993 al zeventien kogels uit de strak om-de-lederen-broek-gespannen kogelriem heeft afgeschoten. Met “Lunaris” als langspeler nummer zes, vuurt Arkona echter haar meest dodelijke kogel op de luisteraar af. Doorheen de jaren is het een komen-en-gaan van bandleden geweest met veteraan Khorzon (gitaar, bas en keyboards) als enige constante. En zelfs na de opnames van “Lunaris” blijft het een voortdurende position switch. Op plaat horen we Nechrist als tweede gitarist, Zaala als drummer/mitrailleursalvo en Necrosodom als sessiezanger. Die laatste werd recent vervangen door zanger/bassist Drac waardoor drie vierde van de huidige line-up uit leden van Taran bestaat. Het Arkona-geluid anno 2016 is een synthese van snelle op Zweedse leest (think Setherial, Dark Funeral) geschoeide straightforward black metal waarbij keyboards voor een donkere, neo-klassieke, romantische invalshoek zorgen. De heidense thematiek ligt er niet vingerdik bovenop zoals bij het type Аркона pagan/folk-band waarvan ik het groengespikkeld schijt krijg. Denk eerder richting Drudkh, vooral door de vocalen en onderhuidse pagan feel en – waarom niet – aan Falkenback zoals tijdens het begin van “Ziemia”. Het galloperende ritme en de drum rolls en fills uit de eerste helft van “Nie dla mnie litość” knipogen naar Dissection om nadien stillere wateren te verkennen waarbij de duistere symfonische klanken aan Limbonic Art doen denken. Hoewel “Lunaris” het hoogtepunt is uit de Arkona discografie en enkele pijnpunten uit het verleden, zoals de steriel klinkende (maar retestrakke) hyperblasts, verholpen zijn, heb ik toch nog wel enkele puntjes van kritiek. Zo klinken de snelle black metal passages bij momenten nogal standaard en inwisselbaar. Verder zal niet iedereen de keyboards kunnen smaken. Ik trek ze nog wel, hoewel ze halverwege opener “Droga do ocalenia” een ongewenste Bal-Sagoth déjà-vue oproepen. Het is niet zo dat de cinematografische toetsen- en orgelpartijen voortdurend de strijd met de tremoloriffs aangaan, ze fungeren eerder als aftrap of rustpunt in de vrij lange nummers, want het zijn de riffs die grotendeels voor het majestueuze karakter zorgen. Concluderend laat “Lunaris” niets nieuws onder de zon horen, maar is de plaat wel best te pruimen, vooral als je je kan vinden in voorgaande name droppings.

JOKKE: 80/100

Arkona – Lunaris (Debemur Morti Productions 2016)
1. Droga do ocalenia
2. Ziemia
3. Śmierć i odrodzenie
4. Nie dla mnie litość
5. Lśnienie
6. Lunaris