limbonic art

Borgne – Y

Fans van kosmische/industriële black kunnen niet om Borgne, het geesteskind van de Zwitser Sergio Da Silva beter bekend als Bornyhake, heen. Sinds 2017 omringde de multi-instrumentalist, die een graag geziene gast is bij tal van andere bands zoals Darvaza, Manii, Serpens Luminis en Schammasch, zich met keyboardspeelster Lady Kaos (Asagraum). Met “Y” is Borgne al aan zijn negende (!) langspeler toe, die zoals gewoonlijk op een dik uur afklokt. Borgne is een labelhopper en nadat de vorige plaat via Avantgarde Music verscheen werd nu een deal met het Franse Les Acteurs de l’Ombre Productions getekend. Die waren zo opgetogen over het feit dat ze eindelijk met deze act konden samenwerken dat ze voor het eerst uit hun carrière een band een meerplatendeal aanboden. Borgne is zo’n band waarvan je op voorhand weet wat je kan verwachten hoewel sinds voorganger “[∞]” toch wel een hoorbare verschuiving van ambient black naar industriële atmosblack plaatsvond. Opener “As far as my eyes can see” klinkt als een kruisbestuiving tussen het kosmische Limbonic Art en het militaristische Mysticum. “Je deviens mon propre abysse” voegt modern klinkende machinale riffs en beats aan het klankpallet toe en de start van “A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence” klinkt als een door de mangel gehaalde Oranssi Pazuzu. Dit nummer bevat, net als het afsluitende “A voice in the land of stars“, een bijdrage op zang en gitaar van Schammasch opperhoofd C.S.R. De statische vrouwelijke vocalen zijn afkomstig uit de strot van ene Ruby Bouzioti die bij enkele symfonische bands zingt. Deze bijna tien minuten durende klepper ontwikkelt zich tot een traag voortstuwende en bombastisch gedragen compositie. In de aftrap van “Derrière les yeux de la création” trekken akoestische gitaren en aanzwengelende elektronische percussie de spanningsboog aan om zich vervolgens te ontpoppen tot een gothisch horror aandoend nummer waarin pas naar het einde toe het tempo wat omhoog gaat. Het was wachten tot “Qui serais-je si je ne le tentais pas?” om nog eens via een intergalactische roetsjbaan de kosmos ingestuwd te worden. Beats en bliepjes wringen zich doorheen de ratelende drumpulsen die weids klinkende gitaarpanorama’s doen openvouwen. “Paraclesium” is van een heel andere orde en is eerder een soort van soundscape-achtige speeltuin waarin de heer en dame zich met allerhande elektronica en samples kunnen uitleven; goed voor een minuut of drie maar geen negen. Gelukkig is er dan nog de titaan “A voice in the land of stars“, een zeventien minuten durende klepper die nog eens opsomt waar Borgne voor staat en stilistisch terug aanknoopt bij de opener met aangrijpende heldere zangpartijen van C.S.R. als extra bonus. Guillame Schmid van Serpens Luminis leverde deze keer de afwisselend Engels- en Franstalige teksten aan en Kruger-drummer Raphaël Bovey verzorgde de mastering en leverde nog enkele samples aan. Qua intensiteit, zwartheid en integriteit zit het zoals gewoonlijk snor, maar het is vooral de geboden variatie die “Y” tot een klepper bombardeert!

JOKKE: 85/100

Borgne – Y (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2020)
1. As far as my eyes can see
2. Je deviens mon propre abysse
3. A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence
4. Derrière les yeux de la création
5. Qui serais-je si je ne le tentais pas?
6. Paraclesium
7. A voice in the land of stars

To Conceal The Horns – Purist

Keyboards in black metal zijn precies nog nooit zo ‘in’ gebleken als de laatste jaren en dan met name in Finland. To Conceal The Horns heeft dat geroken en probeert een graantje mee te pikken van deze ‘hype’. De band is het solo ruimtetuig van ene Joni Salaamo aka Agitathur Vexd met een verleden in de ter ziele gegane bands Ghost Brigade en Alghazanth. Dit project werd vorig jaar het leven in geroepen en resulteerde meteen in twee EP’s (“Kun luovun” en “Transformaation yöpuolta“) waarbij die laatste vooral een heuse ontwikkeling richting kosmische black liet horen. De eerste langspeler “Purist“, waarop Vexd door drummer Syntinen bijgestaan wordt, zet die lijn verder. To Conceal The Horns zet hier een astraal black metal-geluid neer waar de geest van oude-Covenant en Troll doorheen waart. De biografie haalt ook Limbonic Art aan, maar dat vind ik persoonlijk een brug te ver aangezien de kosmische paden die hier bewandeld worden verre van zo avant-garde en bombastisch klinken als wat Morpheus en Daemon destijds uit hun toverhoed te voorschijn haalden. Naast een intro en interlude staan er vijf échte nummers op de tracklist die gemiddeld op zo’n dikke zeven minuten afklokken wat maakt dat er op deze trips heel wat ruimte is voor mooie spanningsopbouwen, knappe overgangen en weelderige melodieën. Zo stuwen de koorgezangen van het weids klinkende “Wanderer in time” je verder de galaxies in. De architectuur van “The rite of purification” is uit modernere riffs opgetrokken daar waar de eerdere songs meer teruggrijpen naar de mystieke uitspattingen van halfweg de jaren ’90. In het nummer draven tevens enkele death metal growls op die de droge krijsstrot vergezellen. Wanneer Vexd in het Zweeds aandoende en met pakkende leads doorspekte “Death horizon” of het in het Fins vertolkte “Musta usva” wat steviger van leer trekt, kunnen parallellen met Mare Cognitum getrokken worden hoewel “Musta usva” ook enkele meer op klassieke muziek gestoelde partijen bevat. Aan het einde van dit nummer wordt nog een solo ingezet, maar dan dooft het nummer plotsklaps uit om over te gaan op akoestisch getokkel in “Vapaus“. “Purist” laat niets nieuws onder de zon horen, maar is wel een erg degelijke plaat met enkele knappe melodieën en goed uitgewerkte songs. Prima spul voor liefhebbers van de aangehaalde bands, het recent besproken The True Werwolf of de revelatie Vargrav, niet voor niks drie Finse bands.

JOKKE: 81/100

To Conceal The Horns – Purist (Purity Through Fire 2020)
1. Ataraxy – Intro
2. Realm of Averiandur
3. Wanderer in time
4. The rite of purification
5. Musta usva
6. Vapaus – Interlude
7. Death horizon

Ateiggär – Us d’r Höll chunnt nume Zyt

Met Vargrav en Gardsghastr hebben we het afgelopen jaar al fijne met keyboards doorspekte black mogen horen. Ook het Zwitserse Ateiggär doet nu een poging om nieuw leven te blazen in het in het verleden vaak verguisde subgenre van de door ons allen geliefde black metal. Ateiggär betekent zoveel als “initiator van ideeën” en werd pas aan het begin van dit jaar opgericht door de gesluierde individuen Fauth Temenkeel en Fauth Lantav. Het lyrisch universum van de band beslaat alchemistische en mystieke ideeën die uit het begin van de moderne tijd stammen. “Us d’r Höll chunnt nume Zyt” is het eerste wapenfeit van het duo dat banden heeft met het “Helvetic Underground Committee” waarvan o.a. Arkhaaik en Kvelgeyst hier de revue al passeerden. Beide muzikanten presenteren ondanks hun jeugdige leeftijd op deze EP vier volbloed nummers en een intro die diep geworteld zijn in de symfonische tradities van jaren negentig second wave black metal. De inluidende klanken van “En Seelefunke” zetten een bombastisch symfonisch geluid neer dat een Limbonic Art of Cradle Of Filth-achtig spektakel doet vermoeden, hoewel de keyboards in de eigenlijke nummers toch een iets minder overheersende rol innemen. Op een misplaatst kermisachtig pianoriedeltje in “Und d Korybante tanzed in Sturm” na, nemen de toetsen het vooral over wanneer de riffs net wat té lichtvoetig uitvallen om alzo meer body aan het geheel te geven. Maar gelukkig bevat een nummer als “En Blinde namens Duracotus” best ook wel enkele gave old-school opzwepende riffs. Door de band genomen draagt het toetsenwerk bij aan de mystieke sfeer die neergezet wordt, hoewel enkele Disney-achtige passages niet vermeden kunnen worden. Ook wordt er soms geëxperimenteerd met helder gezongen uithalen die niet altijd geslaagd uitdraaien. “De Dämon us Levania” bevat enkele oude Dødheimsgard-referenties wat natuurlijk dan weer wel mooi meegenomen is. “Us d’r Höll chunnt nume Zyt” heeft zo zijn momenten, maar is niet over de gehele lijn geslaagd. Bepaal vooral zelf of je hier mee weg kunt. Liefhebbers kunnen kiezen tussen een digitale versie, vinyl- of cassetterelease.

JOKKE: 74/100

Ateiggär – Us d’r Höll chunnt nume Zyt (Eisenwald 2019)
1. En Seelefunke
2. Und d Korybante tanzed in Sturm
3. Us d’r Höll chunnt nume Zyt
4. En Blinde namens Duracotus
5. De Dämon us Levania

Rraaumm – The eternal dance at the nucleus of time

Rraaumm…vreemde naam voor een band hoor ik u denken…en dat is het ook. De betekenis ervan dien ik jullie echter schuldig te blijven. Achter het cryptische woord gaat een Duitse black metal band schuil en daar stopt de info die ik kan meegeven zowaar al (er wordt wel gefluisterd dat hier iemand van Häxenzijrkell bij betrokken zou zijn). Oh ja, en het artwork werd verzorgd door Karmazid, een ondertussen bekende naam in het designwereldje dankzij ontwerpen voor o.a. LVTHN, Wederganger, Blaze Of Perdition, Gevurah en…Häxenzijrkell. Soit, full focus op de muziek dan maar. “The eternal dance at the nucleus of time” is Rraaumm’s eerste EP waarvan de speelduur van de vier nummers op 38 minuten afklokt (er werd in de vorm van “Out of the aeons” een extraatje toegevoegd ten opzichte van de reeds eerder verschenen cassetteuitgave). De lengte van de songs is een hint naar het black metal-segment dat we te horen krijgen: atmosferische black waarbij de nodige tijd uitgetrokken wordt om een verhaal te vertellen. Om de kippenvelfactor in de twaalf minuten durende opener “To wander beyond lunar seas” de hoogte in te jagen, worden post-rock gitaarlijnen, melodieuze solo’s, spookachtige keyboards, burzumeske repetitiviteit en verwrongen gekwelde screams ingezet. Snelheidsrecords worden er hier niet gebroken, maar dat hoeft allerminst. De mystieke aanvang van een nummer als “Spiral black vortices” doet een herinnering aan oude-Limbonic Art voorbijkomen, maar de typische bombast van deze twee Noren blijft hier achterwege. Hoewel er kosmisch aandoende trips ondernomen worden, doet Rraaumm dit op een organische manier en aan een slepend doomtempo waarin sporadisch een spoken word sample opduikt. Het titelnummer is wat meer uptempo en klinkt vrij braafjes, moesten het niet de zwaar door de mangel gehaalde vocalen zijn die toch nog voor een bibber- en beefeffect zorgen. Me omver blazen doet “The eternal dance at the nucleus of time” niet, daarvoor zijn er te weinig memorabele passages en klinkt het allemaal nog wat te vrijblijvend, maar ik ruik wel potentieel.

JOKKE: 70/100

Rraaumm – The eternal dance at the nucleus of time (Ván Records 2019)
1. To wander beyond lunar seas
2. Spiral black vortices
3. Out of the aeons
3. The eternal dance at the nucleus of time

Ringarë – Under pale moon

Met bands als Vargrav en Evilfeast en de heropleving van het dungeon synth gebeuren lijken de ooit zo verafschuwde keyboards in black metal terug trendy te worden. Ook Ringarë schuwt het gebruik van synthesizers niet. Die naam zegt u waarschijnlijk niets, maar een enkeling hoort misschien wel vaag een belletje rinkelen bij de originele naam Ringar. Voor wie het nog steeds in Keulen hoort donderen, hoop ik dat Chaos Moon wel bekend terrein is aangezien Alex Poole hierachter schuilgaat. Ringarë werd in de winter van 2004 in het leven geroepen als een ode aan de synth black metal-bands uit de jaren negentig en er werden vele uren aan muziek gecomponeerd en opgenomen. Een deel van het materiaal vond zijn weg naar de Chaos Moon-plaat “Languor into echoes, beyond” uit 2004, terwijl de rest in de vergetelheid geraakte. Chaos Moon mastermind Alex Poole viste het materiaal begin 2018 terug op en schonk het na veertien jaar een tweede leven in de vorm van debuut “Under pale moon“. De met-horden-synths-onderbouwde black klinkt erg vertrouwd in de oren en katapulteert de luisteraar die er destijds bij was terug naar de tweede helft van de jaren negentig. De volgende cryptische zin uit de begeleidende promotekst verwijst naar drie platen die belangrijk waren voor Ringarë (de bands zoek je zelf maar uit): “Under the moon in the Scorpio does this second-wave mysticism lay, beholding the sad realm of the stars while waiting entree into a grand psychotic castle.” Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen. Maar de toetsen staan regelmatig ook zonder begeleidende metalen klanken in het middelpunt van de belangstelling waarbij een middeleeuwse fantasiewereld zich in de verbeelding afspeelt. Ze eisen zelfs de volledige tweede helft van de achttien minuten durende afsluiter “Through forest and fog” op. Zo bombastisch als een Limbonic Art – verrek, nu verklap ik toch al één van de inspiratiebronnen – gaat het er echter niet aan toe, maar de kosmische klanken van die andere verborgen band hoor ik wel terug. “Under pale moon” is een fijne luisterplaat die nostalgische gevoelens uitlokt, maar ook niet meer dan dat. De melodieën zijn immers niet zo beklijvend als die van de grootmeesters uit het genre. Maar het potentieel is er wel, alleen vraag ik mij af of dit geen eenmalig gebeuren was?

JOKKE: 78/100

Ringarë – Under pale moon (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Under pale moon
2. In nocturnal agony
3. Sorrow under starry night
4. Through forest and fog

Vargrav – Netherstorm

Symfonische black metal klinkt sommigen waarschijnlijk nogal vies in de oren maar back in the days kwamen er onder deze noemer toch enkele klassiekers uit (Limbonic Art’s “Moon in the scorpio“, Gehenna’s “Malice“, Dimmu Borgir’s “Stormblast“, Emperor’s “In the Nightside eclipse“, Ancient’s “The cainian chronicle“, …). Het was pas gedurende de foute Duitse Last Episode jaren dat deze term een wrange nasmaak kreeg door allerlei derderangs bandjes met Mystic Circle op kop. Het was dan ook een tijdje cool om een sticker “no keyboards were used during the recording process” op je album aan te brengen. Toch zijn er bands die in deze stijl nog onderhoudende platen weten afleveren en het Finse Vargrav is één van hen. Debuut “Netherstorm” kan dan ook als een blast from the past doorgaan want dit album katapulteert de luisteraar terug naar de hoogdagen van spannende symfonische black metal waarbij obese synth-lagen een middeleeuwse majestueusheid en grandeur creëren. Natuurlijk zijn er dikke knipogen naar de reeds eerder aangehaalde bands en bij toevoeging Obtained Enslavement en Abigor, maar daar maken we nu eens geen punt van. Zeker als dat krakers oplevert zoals het snelle “Shadowed secrets unmasked” waarin ook met de vocalen geëxperimenteerd wordt. In “Ethereal visions of a monumental” gaat dat zelfs zó ver dat het even lijkt alsof R2-D2 meezingt. “Limbo of abysmal void” klinkt in eerste instantie trager en meeslepender van karakter, maar ontbindt toch ook al snel haar demonen middels ijselijke riffs, blastende drums en grootse keyboardpartijen. Het is het tien minuten overschrijdende “Obidient intolerant ensnared” dat mid-tempogewijs een ode brengt aan de melancholie van lang vervlogen tijden. Als kers bovenop de taart, die uit vijf lange songs en een outro bestaat, krijgen we nog twee bonus tracks voorgeschoteld waarvan “The glory of eternal night” in oude Emperor-stijl een ode vormt aan de nachtelijke magie en “Ancient queen” natuurlijk oorspronkelijk door deze keizers van de symfonische black metal geschreven werd. Deze coversong prijkt op een aparte 7″ die bij de plaat meegeleverd wordt. Ik heb me kostelijk geamuseerd met dit “Netherstorm” en verwacht dat vele nostalgische zielen dat mee met mij zullen doen.

JOKKE: 84/100

Vargrav – Netherstorm (Werewolf Records 2018)
1. Netherstorm
2. Shadowed secrets unmasked
3. Limbo of abysmal void
4. Etherial visions of a monumental
5. Obidient intolerant ensnared
6. Outro
7. The glory of eternal night (bonus)
8. Ancient queen (bonus Emperor cover)

Arkona – Lunaris

De meest gekende Poolse bands die de second wave of black metal begin jaren negentig in gang staken, zijn ongetwijfeld Behemoth en Graveland. Vergeet echter Arkona niet dat sinds haar oprichting in 1993 al zeventien kogels uit de strak om-de-lederen-broek-gespannen kogelriem heeft afgeschoten. Met “Lunaris” als langspeler nummer zes, vuurt Arkona echter haar meest dodelijke kogel op de luisteraar af. Doorheen de jaren is het een komen-en-gaan van bandleden geweest met veteraan Khorzon (gitaar, bas en keyboards) als enige constante. En zelfs na de opnames van “Lunaris” blijft het een voortdurende position switch. Op plaat horen we Nechrist als tweede gitarist, Zaala als drummer/mitrailleursalvo en Necrosodom als sessiezanger. Die laatste werd recent vervangen door zanger/bassist Drac waardoor drie vierde van de huidige line-up uit leden van Taran bestaat. Het Arkona-geluid anno 2016 is een synthese van snelle op Zweedse leest (think Setherial, Dark Funeral) geschoeide straightforward black metal waarbij keyboards voor een donkere, neo-klassieke, romantische invalshoek zorgen. De heidense thematiek ligt er niet vingerdik bovenop zoals bij het type Аркона pagan/folk-band waarvan ik het groengespikkeld schijt krijg. Denk eerder richting Drudkh, vooral door de vocalen en onderhuidse pagan feel en – waarom niet – aan Falkenback zoals tijdens het begin van “Ziemia”. Het galloperende ritme en de drum rolls en fills uit de eerste helft van “Nie dla mnie litość” knipogen naar Dissection om nadien stillere wateren te verkennen waarbij de duistere symfonische klanken aan Limbonic Art doen denken. Hoewel “Lunaris” het hoogtepunt is uit de Arkona discografie en enkele pijnpunten uit het verleden, zoals de steriel klinkende (maar retestrakke) hyperblasts, verholpen zijn, heb ik toch nog wel enkele puntjes van kritiek. Zo klinken de snelle black metal passages bij momenten nogal standaard en inwisselbaar. Verder zal niet iedereen de keyboards kunnen smaken. Ik trek ze nog wel, hoewel ze halverwege opener “Droga do ocalenia” een ongewenste Bal-Sagoth déjà-vue oproepen. Het is niet zo dat de cinematografische toetsen- en orgelpartijen voortdurend de strijd met de tremoloriffs aangaan, ze fungeren eerder als aftrap of rustpunt in de vrij lange nummers, want het zijn de riffs die grotendeels voor het majestueuze karakter zorgen. Concluderend laat “Lunaris” niets nieuws onder de zon horen, maar is de plaat wel best te pruimen, vooral als je je kan vinden in voorgaande name droppings.

JOKKE: 80/100

Arkona – Lunaris (Debemur Morti Productions 2016)
1. Droga do ocalenia
2. Ziemia
3. Śmierć i odrodzenie
4. Nie dla mnie litość
5. Lśnienie
6. Lunaris