marduk

Trespasser – Чому не вийшло?

Politiek in muziek. Ik denk te mogen stellen dat de gemiddelde muziekliefhebber zijn of haar muziek het liefst politiekvrij heeft, hoewel de meesten een protestsong op tijd en stond wel kunnen waarderen. Er lopen echter tal van bands rond die hun muziek gebruiken om tal van politieke pijnpunten aan te kaarten. Binnen het wereldje van de extreme klanken zijn er aan beide uiteinden van het spectrum ook bands te vinden die hun politieke opvattingen middels hun muziek aan de man willen brengen. Aan de rechtse kant heb je NSBM en lijnrecht tegenover deze nationaalsocialistisch gezinde zielen staat de RABM-beweging wat staat voor Red and Anarchist black metal. Beide extremen clashen van tijd tot tijd, zeker als Antifa zich (te pas en te onpas) bemoeit. De meningen over dit fenomeen laat ik over aan de internet warriors onder ons. In het geval van de Zweed XVI en zijn band Trespasser is zijn muzikale uitlaatklep heel sterk politiek geïnspireerd. Gevoed door teleurstellingen in het fascistisch gedachtegoed van veel van zijn favoriete bands en het ontbreken van brutaliteit en muzikaal vakmanschap van veel van de ‘linkse’ spelers richtte de Zweed met een jarenlange achtergrond in de punk-scene in 2017 Trespasser als soloproject op. Al snel besloot hij echter zanger Dräparn aan de rangen toe te voegen (wat een uitstekende zet was op basis van zijn strot die we hier te horen krijgen) en na drie demo’s ziet de eerste langspeler “Чому не вийшло?” nu het levenslicht. De stijl van de zeven nummers die het debuut telt, beschrijft de muzikant als ‘anarchastische blastbeat mayhem’. Hoewel de sound overduidelijk als black metal omschreven kan worden, neemt XVI die term zelf niet in de mond aangezien hij walgt van de ego-worshipping en de quasi-spirituele rituelen waarachter veel black metal-bands zich verschuilen. Soit, de voornaamste inspiratiebronnen voor Trespasser’s muziek waren Marduks’ “Frontschwein“, Dissection’s “Storm of the light’s bane” en “Pure holocaust” van Immortal. Van die eerste twee is dat absoluut niet gelogen. Razendsnelle door blastbeats gevoede partijen, hondsbrutale vocalen, wat oorlogssamples dabei: de Zweedse pantserdivisie loert in pijlsnelle nummers als “Tachanka” en “The execution of Grigoriev” om de hoek. In de melodische stukken zoals de openingsklanken van “Hunted like wolves” leeft de geest van Jon Nödtveidt dan weer onmiskenbaar voort. De invloed van the sons of northern darkness is minder voor de hand liggend. De zeven nummers vliegen aan een rotvaart voorbij maar gelukkig kennen songs als het met-akoestische-gitaren-doorspekte “Death to fight death“, afsluiter “Miscreant dawn” en het met-plechtige-gezangen-doorspekte “To the barricades” ook de nodige mid-tempo passages. Thematisch gezien handelt de plaat over de geschiedenis van anarchisme en de ideeën van Nestor Ivanovitsj Machno, een Russische (Oekraïense) partizanenleider en volksheld die tijdens de Russische Burgeroorlog als leider van het Zwarte Leger, onder anarchistische vlag, streed aan wisselende fronten tegen wisselende vijanden. Ondertussen is de band door toevoeging van drummer Леопольд, bassist Upiór en gitarist Gyða Hrund ook klaar om live dood en anarchie te zaaien. “Чому не вийшло?” is een plaat waarvan het politiek statement wellicht groter is dan het muzikale doordat de invloeden er wat té dik bovenop liggen. Desondanks een erg effectieve, agressieve, maar niet-rechtlijnige black metal-plaat.

JOKKE: 80/100

Trespasser – Чому не вийшло? (Heavenly Vault Records 2019)
1. Hunted like wolves
2. Black flags on a blood-red horizon
3. To the barricades
4. Death to fight death
5. Tachanka
6. The execution of Grigoriev
7. Miscreant Dawn

LINGUA IGNOTA – CALIGULA

HET IS NIET ONZE BEDOELING OM HIER EEN POTJE LUIDRUCHTIG TE SCHREEUWEN, MAAR HET BEGELEIDEND PERSBERICHT VAN LINGUA IGNOTA’S TWEEDE PLAAT “CALIGULA” VERMELDT UITDRUKKELIJK DAT ALLE TITELS IN HOOFDLETTERS VERMELD MOETEN WORDEN. De brave en gehoorzame zielen die we zijn, volgen we dat verzoek dus op. LINGUA IGNOTA is een naam waarover ik veel goeds hoorde na afloop van de laatste Roadburn-editie. Zelf heb ik haar set toen niet gezien, maar de verwachtingen waren hoog gespannen toen “CALIGULA” op de deurmat viel. LINGUA IGNOTA is het alterego van de Amerikaanse Kristin Hayter en is in de eerste plaats haar vehikel om uiting te geven aan haar persoonlijke demonen, maar tegelijkertijd kaart ze de decadentie, corruptie, verdorvenheid en het zinloze geweld aan dat 2000 jaar na het overlijden van de Romeinse keizer Caligula – de personificatie van al dit ongein – nog steeds de wereld niet uit is. De sonische, bijwijlen opereske terreur die Hayter over ons uitstort kent haar gelijke niet en met dien verstande is LINGUA IGNOTA dus een juiste naamkeuze. Deze Latijnse term voor “onbekende taal” verwijst immers naar het oudste bekende voorbeeld van een kunsttaal die in de 12e eeuw gemaakt werd door de Duitse abdis en mystica Hildegard von Bingen, en is toepasselijk voor de demonische opera die deze outsider heeft weten vast te leggen. “Let them hate me so long as they fear me“, “Who will fuck you if I won’t“, “Abandon your body, so no one can break it“, “Life is cruel and time heals nothing“, “Bitch, I smell you bleeding, and I know where you sleep“, het zijn maar enkele voorbeelden van de goudeerlijke en hatelijke one-liners die we naar ons hoofd geslingerd krijgen en ik zou niet graag in de schoenen van de geadresseerde staan. “BUTCHER OF THE WORLD” bestaat uit een sample van Henry Purcell’s “Music for the funeral of Queen Mary” dat eerder al door Marduk gebruikt werd voor het nummer “Blackcrowned” en natuurlijk ook gekend is van de soundtrack van Stanley Kubrick’s “A clockwork orange“. Qua intensiteit moeten de getergde kreten die we hier moedwillig ondergaan niet onderdoen voor de salpetervocalen van Mortuus, maar even later schakelt Hayer hoorbaar moeiteloos over op een breekbare cleane opera-achtige stem of feeërieke folkzang. We zien het Mortuus haar nog niet nadoen. De muzikale fundering is opgetrokken uit een volledige arsenaal aan live instrumentatie waaraan een heleboel gastmuzikanten meewerkten. Zo noteren we o.a. Sam McKinlay (THE RITA) die instaat voor de misselijkmakende noise-partijen, drummer Lee Buford (The Body) en percussionist Ted Byrnes (Cackle Car, Wood & Metal). Hoewel Hayer zonder twijfel haar mannetje kan staan achter het microstatief, horen we ook gastzang van Dylan Walker (Full of Hell), Mike Berdan (Uniform) en Noraa Kaplan (Visibilities). De veelzijdigheid aan vocale capriolen en de spagaat aan extreme emoties die in de nummers en teksten gecapteerd zijn, maken van “CALIGULA” geen easy listening-plaat. Au contraire, hiervoor moet je een uur lang in de juiste mood zijn en nadien blijf je compleet verweesd achter. “Intens” is een understatement in dit geval. Bezint eer ge begint!

JOKKE: 81/100

LINGUA IGNOTA – CALIGULA (Profound Lore 2019)
1. FAITHFUL SERVANT FRIEND OF CHRIST
2. DO YOU DOUBT ME TRAITOR 09:34
3. BUTCHER OF THE WORLD 06:33
4. MAY FAILURE BE YOUR NOOSE
5. FRAGRANT IS MY MANY FLOWERED CROWN
6. IF THE POISON WON’T TAKE YOU MY DOGS WILL
7. DAY OF TEARS AND MOURNING
8. SORROW! SORROW! SORROW!
9. SPITE ALONE HOLDS ME ALOFT
10. FUCKING DEATHDEALER
11. I AM THE BEAST

Nocturnes Mist – Marquis of hell

Op de cover van Nocturnes Mist vierde langspeler “Marquis of hell” prijkt een engel met het hoofd van een raaf die op een zwarte wolf rijdt en een zwaard ter hand heeft. Deze demoon uit de “Ars goetia” – een 17de eeuws boek rond demonologie waar menig black metal band inspiratie uit haalde voor een bandnaam – veroorzaakt onenigheid, is beter bekend onder de naam Andras en deze Aussies wijden er hun plaat dus volledig aan. Nocturnes Mist draait al sinds 1997 mee, maar was me niet bekend. De verklaring hiervoor ligt hoogstwaarschijnlijk in het feit dat de muziek die we zevenendertig minuten lang te horen krijgen, ons nu niet bepaald van onze stoel doet vallen. Dit is mid jaren ’90 black zonder veel moeilijkdoenerij waarbij keyboards sporadisch ingezet worden als extra sfeermaker. In de snelle stukken hoor ik vaag iets van een oude Marduk doorschemeren, maar ik moet ook regelmatig aan het Oostenrijkse Astaroth denken, zo’n middelmatige band uit de tweede helft van de jaren ’90. De vocale honeurs worden zowel door Deceiver, Inferus als Ominous waargenomen wat voor de nodige variatie zorgt en ook de drummer wisselt (monotone) beukstukken af met mid-tempo werk, maar pakkend vuurwerk krijgen we nergens te horen of het moet in enkele van de flitsende gitaarsolo’s zijn. In de titeltrack of het afsluitende “Treacherous ways” valt alles nog wel mooi samen tot een onderhoudend nummer maar door de band genomen klinkt Nocturnes Mist’s black metal te veel als dertien in een dozijn en mist (no pun intended) het een eigen smoelwerk.

JOKKE: 60/100

Nocturnes Mist – Marquis of hell (Séance Records 2019)
1. Abyssus
2. Eyes in fear
3. Cursed
4. War machine
5. Wolves of Satan
6. Marquis of hell
7. Summoning
8. Treacherous ways

Cirith Gorgor – Sovereign

Het blijft maar black metal-releases regenen bij onze Noorderburen. Deze keer is het de beurt aan Cirith Gorgor, één van de veteranen in de Nederlandse scene met bijna vijfentwintig jaar op de teller. Na de eerste drie platen verloor ik de band wat uit het oog om terug in te pikken bij het uit 2016 stammende “Visions of exalted Lucifer” en de daaropvolgende ietwat teleurstellende EP “Bi den dode hant“. “Hellbound” was de eerste teaser van “Sovereign“, de alweer zevende langspeler van het gecorpsepainte gezelschap, die ik hoorde en kon – ondanks de Marduk-referenties – maar matig boeien. Ik had met andere woorden niet echt veel zin meer om de rest van de plaat te checken, maar besloot dat om één of andere reden uiteindelijk toch nog maar te doen. Of ik daar al dan niet spijt van heb, lees je in de volgende regels. De symfonische en bombastische inleidende klanken van “Funeral march for modern man” had ik niet van een band als Cirith Gorgor verwacht en contrasteren met de hellepoorten die in de snelle songs wagenwijd opengetrokken worden. Frontman Satanael heeft duidelijk werk van zijn zang gemaakt want hij combineert nu meermaals Mortuus-achtige screams met hogere cleane uithalen zoals Wraath/Luctus – de beste frontman uit de hedendaagse scene – dat ook doet. In “Sovereign” gaat de voet aanvankelijk terug van het gaspedaal en doemen moderne Satyricon invloeden op. Noctiz (van Paragon Impure en Lugubrum-fame) voorziet de titeltrack trouwens van gastzang. “Luciferian deathsquad” is retesnel, soms wat rechtlijniger maar weet naar het einde toe terug meer variatie in te bouwen. In “Deathcult” weet het kwartet opnieuw te verrassen door een slepend nummer met proclamerende zang neer te zetten dat uitmondt in melodieuze black waarbij nog een gitaarsolo en meerstemmige koorzang passeren. Ook in “Legio luporum” en het eerder mid-tempo “Dominion” hebben de muzikanten rekening gehouden met de kracht van dynamiek zodat de blastpartijen hun doel niet missen als ze uit de startblokken schieten. “Sovereign” kakt nergens in, ook niet naar het einde toe, want we blijven bij de les: of er nu doorgeraasd wordt of de band zich van haar melodische kant laat zien. Erg afwisselende plaat die me positief verrast heeft.

JOKKE: 81/100

Cirith Gorgor – Sovereign (Hammerheart Records 2019)
1. Funeral march for modern man
2. Hellbound
3. Sovereign
4. Luciferian deathsquad
5. Deathcult
6. Legio luporum
7. Dominion
8. Manifestation of evil
9. Blood and iron

Nordjevel – Necrogenesis

Het heeft de voorbije jaren serieus gerommeld in het Nordjevel-kamp. Van de stichtende leden is drie jaar na het gelijknamige debuut enkel zanger Doedsadmiral (Doedsvangr, Enepsigos, Svartelder) nog van de partij, weliswaar bijgestaan door oudgediend bassist DezeptiCunt (ex-Ragnarok). Marduk-drummer Fredrik Widigs (of ex-Marduk drummer: hoe zit dat nu eigenlijk?) gaf zijn drumstokken door aan dat ander snelheidsmonster Nils “Dominator” Fjellström (o.a. ex-Dark Funeral, The Wretched End en Odium) en op gitaar treffen we Destructhor (Myrkskog, Odium, ex-Morbid Angel, ex-Zyklon) aan, ook niet de minste natuurlijk. Met zulke line-up verwacht je van je sokken geblazen te worden en dat is wat op het nagelnieuwe “Necrogenesis” ook gebeurt. Althans wat agressie betreft, want dat blijkt duidelijk het stokpaardje te zijn van het Noors/Zweedse gezelschap. Op gebied van atmosfeer blijf ik echter serieus op mijn honger zitten en dat komt in de eerste plaats door de steriele generieke sound van “Necrogenesis” waardoor Nordjevel al haar eigenheid verliest en zo in het clubje van Dark Funeral, Setherial en Ragnarok-bands terecht komt ofte black metal-bands die ondanks hun extreem karakter voornamelijk als instapband in het genre gelden voor zij die nog niet veel moeite hebben gedaan om dieper in de ondergrond te graven. Er staan in de vorm van het melodieuze mid-tempo “Black lights of the void“, het van een coole videoclip voorziene “Amen whores“, het botten vermorzelende Immortaliaanse Apokalupsis eschation” en de epische acht minuten durende afsluiter “Panzerengel” heus wel enkele interessante nummers op “Necrogenesis” hoor. Tevens werd er meer dynamiek ingebouwd vergeleken met het debuut door in de opener of “Nazarene necrophilia” een black ’n roll vibe in te bouwen en deze veteranen kunnen natuurlijk een heus potje spelen, maar er blijft aan het einde van de rit verdomd weinig plakken van deze zevenenveertig minuten durende plaat. Jammer!

JOKKE: 75/100

Nordjevel – Necrogenesis (Osmose Productions 2019)
1. Sunset glow
2. Devilry
3. The idea of one-ness
4. Black lights from the void
5. Amen whores
6. The fevered lands
7. Nazarene necrophilia
8. Apokalupsis eschation
9. Panzerengel

Valkyrja – Throne ablaze

Op Metal Archives staat een vernietigende review te lezen van “The antagonist’s fire“, de derde plaat van Valkyrja, waarin de Zweedse band als een goedkope karikatuur van Watain wordt afgeschilderd en de songs als B-kantjes van diens “Sworn to the dark“-album afgedaan worden. Ik kan me in deze kritiek wel enigszins vinden maar Valkyrja als ‘goedkoop’ of ‘karikatuur’ bestempelen, gaat mij toch een paar bruggen te ver. Dat de Zweedse band goed naar genre- en streekgenoten Watain heeft geluisterd, valt niet te ontkennen en in dat opzicht is volgend statement van de band dan ook quatsch: As part of Valkyrja’s philosophy of ridding themselves from limitations, no specific genre was ever chosen since it would only serve to establish a framework of useless expectation. The artistic output created under the flag of Valkyrja defies all earthly shackles, including those of commercial categorization. Valkyrja speelt immers overduidelijk Zweedse black met invloeden van Watain en Marduk (inspecteer maar eens enkele riffs in “Opposer of light“), zonder buiten de lijntjes van het genre te kleuren. Daar waar Erik en co echter meer catchy te werk gaan, zijn de nummers van Valkyrja toch net iets moeilijker te doorgronden maar ze zitten wel vernuftig in mekaar. Enkel met “Crowned serpent” lijkt voor een meer toegankelijke, meezingbare en korte albumopener vol wervelende arpeggio’s gekozen te zijn. Ondanks voortdurend gerommel in de line-up heeft bandbrein Simon Wizén – die by the way nog geen dertig jaar oud is – zich sinds de oprichting van Valkyrja in 2004 steeds met uitstekende muzikanten weten omringen waardoor er op de strakke uitvoering van diens Zweedse melo-black al vier langspelers lang niets aan te merken valt. Na de plotse verdwijning van zanger RSDX (die echter nooit op plaat te horen was) heeft hij nu ook de vocalen voor zijn rekening genomen en die moeten absoluut niet onderdoen voor die van Andreas Lind die op de vorige albums te horen was. Simon klinkt een tikkeltje heser, maar hij kwijt zich heel goed van zijn nieuwe taak. Een ander pluspunt is het mooie soleerwerk en de knappe gitaarharmonieën die we o.a. in “Tombs into flesh” en “Paradise Lost” te horen krijgen. En hoewel de band grossiert in snelheidsduivels blijft het kwartet ook stevig overeind staan in mid-tempo songs als “Halo of lies”, dat een knappe flow kent, en “Transcendental death” waarin ook naar hogere snelheden geschakeld wordt. En zelfs in de negen minuten durende titeltrack met prachtige slotmelodieën blijven we geboeid luisteren. Collega Cas haalde recent vernietigend uit naar het plagiaat van Groza aangaande haar grote voorbeeld Mgła. Hoewel bij Valkyrja de Watain-invloeden er eveneens vingerdik bovenop liggen, beleef ik echter meer luisterplezier aan Valkyrja dan aan de laatste twee Watain-albums. Bovendien blijft Valkyrja consistent hoge kwaliteit afleveren. Liefhebbers van snel Zweeds spul genre Watain, Marduk, Setherial of Dark Funeral kunnen blind tot de aanschaf overgaan. Ben je op zoek naar een meer eigenzinnige of originele sound, dan laat je “Throne ablaze” maar aan de kant liggen.

JOKKE: 86/100

Valkyrja – Throne ablaze (World Terror Committee 2018)
1. In ruins I set my throne
2. Crowned serpent
3. Opposer of light
4. Tombs into flesh
5. Halo of lies
6. Transcendental death
7. Paradise lost
8. Throne ablaze

 

 

Kriegsmaschine – Apocalypticists

Als een donderslag bij heldere hemel worden we getrakteerd op de derde langspeler van het Poolse Kriegsmaschine, de andere band van Mikołaj Żentara en Maciej Kowalski (ofte Darkside) die er ook het geniale Mgła op nahouden. In afwachting van een nieuwe plaat van die laatste kunnen we ons alvast verkneukelen op “Apocalypticists” die er vier jaar na voorganger “Enemy of man” komt. Vanaf opener “Residual blight” hoor je eigenlijk meteen dat het duo ook in Mgła actief is en dan vooral door het sublieme drumspel van Darkside. Ik ken weinig black metal-drummers die zo’n schwung aan een song kunnen geven. Bijna nergens drumt de Pool rechtlijnig; ik vind dat er zelfs een zekere tribal-sfeer doorheen zijn percussie waait. Je zou bij momenten bijna je dansschoenen aantrekken om je tussen de Latino’s of Afrikanen op de dansvloer te begeven…en je ronduit belachelijk te maken. Door zijn moderne, inventieve insteek is Darkside voor een groot deel verantwoordelijk voor de sound van Kriegsmaschine en eerlijk gezegd vind ik de bandnaam ondertussen niet meer echt passend en misschien zelfs te beperkend voor de muzikale klanken van de heren. Je verwacht eerder rechtlijnig geram genre pantserdivisie Marduk en de industriële vibes die het oudere werk van Kriegsmaschine kenmerkten behoren ondertussen ook tot de verleden tijd. Maar laten we natuurlijk ook het heerlijke gitaarspel van M. niet onvermeld laten. De trage, hypnotiserende riffs brengen je zoals in “Lost in liminal” bijna in trance, een gevoel dat versterkt wordt door de drums die pirouettes rond de melodieën draaien. De cleane gezangen die in de titeltrack opduiken, creëren zelfs een beeld van indianenstammen die een bezwerende en onheilspellende dans rond een kampvuur uitvoeren. Ook in het meer dan elf minuten durende en met samples ingekleurde “The other death” eisen de drums met hun pulserend ritme alle aandacht op en stuwen ze de song naar een post-metal-achtige finale inclusief wijd uitwaaierende gitaarmelodie. Als afsluiter nog even meegeven dat de prozaïsche teksten van M. het apocalyptisch gevoel van de muziek perfect verwoorden: “…The body wrecked. The mind shattered. The soul destroyed. Ripe for apocalypse. And everything that constituted yourself, all the things you’ve done and those you could have. The joyous memories, the warmth and the calm. The silly thought that one day a change would come. The naive adolescence, off track with its dreams, but in the end – harmless and innocent. The anecdotes, and digressions and pauses. Those moments of bliss atop the green hills. The illusion of belief, justification and truth. All those things you’ve learned for later, for another life. And every word that could be spoken, every thought that could be born and all that could have been is now no more. Per plaat lijkt de agressie af te nemen, maar het apocalyptisch gevoel dat de muziek uitademt blijft groeien. Kriegsmaschine leidt ons met “Apocalypticists” dan ook al smalend lachend de ondergang tegemoet.

JOKKE: 88/100

Kriegsmaschine – Apocalypticists (No Solace 2018)
1. Residual blight
2. The pallid scourge
3. Lost in liminal
4. Apocalypticists
5. The other death
6. On the essence of transformation