marduk

Black Altar/Kirkebrann – Deus inversus

Er passeren hier tegenwoordig zo veel splits dat ik er haast een gespleten persoonlijkheid aan overhoudt, alhoewel in het geval van deze Pools/Noorse-alliantie beide bands erg goed bij mekaar passen in plaats van schizofrene gevoelens op te wekken. Zowel Black Altar als Kirkebrann spelen immers up-tempo Scandinavisch zwartmetaal met geselende riffs en spijtig genoeg ook wel een generieke sound en productie. Waar zitten ‘em dan de verschillen tussen beide bands? “Deus inversus” wordt afgetrapt door Black Altar die al sinds 1996 meedraaien en meteen met het titelnummer in huis vallen, waarvan u hieronder ook de stijlvolle zwart/witte videoclip kunt zien. Het snelle werk – kan ook niet anders met de ingehuurde Lars Brodesson (Funeral Mist, ex-Marduk) op de drumkruk – wordt opgesmukt met dramatische en bombastische koorzang waarbij het vrouwelijk aandeel vertolkt wordt door Lilly Kim en de Griek Alexandros Antoniou (o.a. Macabre Omen) voor mannelijk tegengewicht zorgt. Gitarist Mauser gooit ook scheurende gitaarleads in de strijd, zo kennen we hem immers nog uit zijn verleden bij Vader. Waar nodig smukt Michał Staczkun het totaalplaatje nog wat op met samples zoals hij ook bij o.a. Hate doet. Schreeuwlelijk Shadow – tevens eigenaar van Odium Records die deze split uitbrengen – stretcht zijn stembanden in alle uithoeken wat een gevarieerd pallet aan krijskleuren oplevert. In het meer catchy “Ancient warlust” schakelen de muzikanten aanvankelijk een versnelling lager en krijgen we knap melodieus gitaarwerk voorgeschoteld. Eens de intro erop zit gaat de voet terug op het gaspedaal, maar het wordt slecht sporadisch zo’n blastfestijn zoals de titeltrack liet horen. De orchestrale bombast blijft hier in de verkleedkast opgeborgen. De Noren van Kirkebrann zetten – net als de gelijknamige True Norwegian black candles – de boel eveneens in lichterlaaie, maar drummer Thunberg (tevens gitarist bij Dødheimsgard) zorgt ook voor de nodige schwung door “Begrensa bevissthet” met een haast dansbaar drumritme in te zetten. Kan perfect! Dat bewees Marduk o.a. ook al met het geweldige “The blond beast“. Ook “Faux pas” wordt door Thunberg ritmisch in gang gestoken en is dan weer een topvoorbeeld van een meer rockgoriënteerd catchy nummer met melodieuze leads. “Et nederlag” combineert het beste van twee werelden: mid-tempo melodieus werk en verbeten Noorse furie. De krijsstem van Draug is wat droger en raspender vergeleken met die van Shadow en de totaalsound wat scheller. Afsluiten doet Kirkebrann met het ingetogen akoestische instrumentale “Ufødte klarhet” dat folky van ondertoon is, maar wel op een duistere manier. Interessante split dit “Deus inversus” voor liefhebbers van (overwegend snelle) melodieuze Scandinavische black. Alleen dus wat spijtig van de generieke moderne productie die Mauser en Morpheus (ex-Limbonic Art) Black Altar en Kirkebrann respectievelijk hebben aangemeten.

JOKKE: 78/100 (Black Altar: 77/100 – Kirkebrann: 79/100)

Black Altar/Kirkebrann – Deus Inversus (Odium Records 2020)
1. Black Altar – Deus inversus
2. Black Altar – Ancient warlust
3. Black Altar – Outro
4. Kirkebrann – Begrensa bevissthet
5. Kirkebrann – Faux pas
6. Kirkebrann – Et nederlag
7. Kirkebrann – Ufødte klarhet

Alasthor – Mahapralaya

Alasthor is een black metal band uit Bergen, niet het Noorse stadje, maar het Waalse, en is actief sinds 2013. Omdat er al een dozijn bands met de naam Alastor rondliep, besloten de heren WxTen en Styx een “h” aan de weinig originele bandnaam toe te voegen. Spijtig genoeg lijdt de muziek van het duo eveneens aan een gebrek aan inspiratie want wat Alasthor op diens derde EP “Mahapralaya” laat horen klinkt als dertien in een dozijn snelle black. Ze strooien zelf namen als Marduk, Arkhon infaustus, Dissection, Gorgoroth, Funeral Mist, Nargaroth, Watain en Mgła in het rond maar dat is puur aandachttrekkerij want het melodieuze aspect van een Dissection, de ijskoude sound van een Gorgoroth, de schwung van een Mgła of de orthodoxe aanpak van een Funeral Mist hoor ik hier absoluut nergens in terug. In een Marduk of bv. Thy Primordial kan ik dan nog deels inkomen omdat Alasthor’s zwartmetaal wel enkele Zweedse trekjes vertoont en de (geprogrammeerde?) drums bij wijlen tegen 300 per uur razen. De hese scream van Styx klinkt – op een sporadische diepere grunt na – vrij eentonig ook al spuwt deze de Left Hand Path-teksten uit van collega WxTen die een auteur is verbonden aan Fall Of Man publishing die naar eigen zeggen weet waar hij het over heeft, een ritueel beoefenaar van het sinistere pad is en zijn teksten even serieus neemt als zijn muziek. WxTen verzorgde ook alle opnames, en hoewel we een DIY-aanpak toejuichen, klinken de opnames vrij zielloos. Geef me dan maar de iets meer snerpende en verwrongen sound van de vorig jaar verschenen EP “Ascension of rage“. Al wat Alasthor tot dusver uitbracht, gebeurde in eigen beheer. Ik vrees dat dit nog wel een tijdje zo zal blijven, want wat de heren laten horen spring nergens boven de middelmaat uit. Het gebrek aan een eigen smoelwerk, songs die blijven hangen en memorabele riffs, resulteert dan ook in een clichématige eindscore.

JOKKE: 66/100

Alasthor – Mahapralaya (Eigen beheer 2020)
1. Possessed by the goddess
2. Riders of the dark scales
3. Nahash
4. Neuronal injection

Akolyth – Akolyth

Amor Fati Productions was erg schuw in het delen van info over Akolyth (een acoliet is een altaardienaar), een nieuwe band die ze in hun kamp welkom heetten. Het gelijknamige debuut van deze black metal band werd in de Brusselse Opus Magnum Studios opgenomen – dat werd wel gelost – en laat dat nu net de plaats zijn waar duizendpoot Déhà als studio engineer werkt, dus mijn kop eraf als deze multi-instrumentalist niet bij dit orkestje betrokken is. De insteek van Akolyth’s black metal leidt ons terug naar de grimmige jaren ’90, hoe kan het ook anders? Heeft iemand al eens gehoord dat een band de black metal sound van de jaren ’00 wou doen herleven? Ik alvast niet. De sound van de vier nummers, die alle met de negen minuten grens flirten, is droog, maar eerder warm dan schel en snerpend. Daar zit de goed hoorbare basgitaar die de lijm tussen de gitaar en de drums vormt ook voor iets tussen. Voorts zijn de zwartmetalen klanken gestript van overtollig vet en wordt een less is more-aanpak gehanteerd. Het gitaarwerk schippert wat tussen verwrongen akkoorden en heel wat rockend materiaal wat bijwijlen een black ’n roll feel creëert. Maar ook blastbeats met enkele Mardukiaanse akkoordenschema’s en old school Mayhem riffs ontbreken niet in opener “A work of ages“. In de snellere stukken van het daaropvolgende van Noorse invloeden doordrongen “The night, the fog” hou ik een Gehenna ten tijde van diens meest primitieve “WW” plaat in gedachten. “What dwells between fractured worlds” – mijn persoonlijke favoriet – kent een hypnotiserende flow waarbij er tussen hoogtes en laagtes gereisd wordt en bevat een basic basisriff die nog uren blijft nazinderen. Het vocale spectrum (van Déhà?) gaat vrij breed – van duivels gekrijs over gehuil en van ritualistische klaagzang tot maniakale uithalen. Vooral in het afsluitende “To become his doorway” gaat de zanger voluit. Dit debuut is – ondanks de grote “DMDS” Mayhem invloeden – over de ganse lijn geslaagd.

JOKKE: 82/100

Akolyth – Akolyth (Amor Fati Productions 2020)
1. A work of ages
2. The night, the fog
3. What dwells between fractured worlds
4. To become his doorway

Vuur & Zijde/Impavida – Split

Black metal spelen zonder er één scream aan te pas te laten komen; het kan, dat bewijst Vuur & Zijde. Alvorens een volwaardig debuut te presenteren, brengt Lupus Lounge/Prophecy Productions de eerste drie nummers van deze nieuwe band met leden van Laster, Nusquama en Terzij De horde uit op een split met het Duitse Impavida. De drie songs die Vuur & Zijde – wat een prachtige bandnaam ook – aanreikt, werden opgenomen in een afgelegen slaapzaal aan de Friese kust. Met titels als “Zonnestorm“, “Zilt” en “Noordzee” wordt de link met de opnamelocatie meteen duidelijk. En eerlijk gezegd hoor je de wind en de zee op een bepaalde manier ook wel terug in hun muziek. De vrouwelijke heldere vocalen klinken bijwijlen als een sirene die de luisteraar subtiel verleiden en naar de steile rotswanden boven kolkend water lokken. De cleane gitaarakkoorden die over de grimmige onderstroom aan black metal-riffs en repetitieve blastbeats gedrapeerd zijn, klinken vluchtig en sturen een meanderende zweem doorheen het etherische geheel. En de prachtige innemende melodieën zwellen aan en af als eb en vloed. Het ijle van een Laster hoor je hier tot op zekere hoogte ook wel terug. Ik herinner me een interview waarin Misþyrming’s Dagur aangaf dat het hem stoorde wanneer reviewers het adjectief “atmosferisch” voor black metal gebruiken aangezien het genre voor hem in se onlosmakelijk met atmosfeer verbonden is. Ik kan hem daar tot op een bepaalde hoogte wel in volgen, hoewel er toch wel een behoorlijk verschil in ‘atmosfeer’ is tussen – ik zeg maar – een “Panzer division Marduk” of een “Filosofem“. Vuur & Zijde is voor mij echter zo’n band waarbij atmosfeer nóg meer dan bij de doorsnee black metal band versmolten is met diens identiteit. De puristen zullen het Nederlandse trio wegens het ontbreken van de typerende screams wellicht niet als black metal beschouwen, maar muzikaal, en dus zeker qua atmosfeer, zie ik geen probleem om Vuur & Zijde in dit hokje te plaatsen. De vurige black metal basis in combinatie met de fragiele, fluwelen zang zorgt voor adembenemende contrasten. Benieuwd naar meer! Bij het anonieme Duits/Amerikaanse duo Impavida zijn de – vaak hysterische – screams in elk geval wél aanwezig wat hun kant van de split meteen iets agressiever doet klinken, hoewel ook hier ‘atmosfeer’ een sleutelwoord blijft. “Gram” ‘is een eerder kort en gruwelijk nummer dat de eindeloze cyclus en het vervagen van psychotische nachtmerries binnen de constructie van de werkelijkheid beschrijft. Nadat de maalstroom aan repetitieve blastende drums en gelaagde gitaarriffs is gaan liggen, volgt nog een bezwerende finale met cleane gitaren waarvoor Oneiric (Erraunt en Vpaahsalbrox) optekende. Ik ben niet meteen overtuigd van dit nummer maar in het daaropvolgende, meer dan veertien minuten durende “Wahn & Stille“, komen de intenties van het duo veel beter tot hun recht. De lange compositie en diens geestverruimende, multi-gelaagde textuur stuurt onze geest richting uitgestrekte en onaardse dimensies. Verschroeiende uitbarstingen wisselen eerder glimmende tonen af. Er ontstaan visioenen van duizelingwekkende kosmische proporties en de stromen van glinsterende, etherische melodieën en de zwellende, zintuiglijke synths stuwen ons verder de hoogte in. U snapt het plaatje wel, maar toch kan ook deze song ons niet even hard beklijven als wat we op Impavida’s tweede langspeler “Antipode” hoorden. Maar al bij al een geslaagde split waarbij vooral Vuur & Zijde ons positief verraste.

JOKKE: 80/100 (Vuur & Zijde: 82/100; Impavida: 78/100)

Vuur & Zijde/Impavida – Split (Lupus Lounge/Prophecy Productions 2020)
1. Vuur & Zijde – Zonnestorm
2. Vuur & Zijde – Zilt
3. Vuur & Zijde – Noordzee
4. Impavida – Gram
5. Impavida – Wahn & Stille

Lifvsleda – Manifest MMXIX

Wie geil wordt van een lekker potje Zweedse black, zit bij het eveneens Zweedse Shadow Records gebeiteld. Het label van Marcus Tena (ex-Triumphator) heeft een duivels pact gesloten met tal van Zweedse underground grootheden zoals Triumphator, Sorhin, Setherial, Abruptum, Allegiance, Marduk, Ofermod en ga zo maar door, maar heeft ook een neus voor nieuw Zweeds talent. Dat bewees het label recent nog met bijvoorbeeld Ultra Silvam. Met Lifvsleda heeft Marcus opnieuw een interessante nieuwe band opgevist, hoewel de individuen achter Lifvsleda reeds sinds de gloriedagen van de vroege Scandinavische black metal actief zijn. Zo zou o.a. Sorhin’s Nattfursth de vocalen hier voor zijn rekening nemen. De band speelt naar eigen woorden death worshipping Swedish black metal, daar laat de zeis in het bandlogo, ontworpen door Malign’s Mörk, ook geen onduidelijkheid over bestaan. Over het opnameproces krijgen we nog mee dat deze vier eerste nummers, die onder de noemer “Manifest MMXIX” de deur uitgaan, op kapotte instrumenten in de uitgestrekte Zweedse bossen en onder het licht van de maan werden ingespeeld. Lifvsleda is er in elk geval in geslaagd om de ronddwalende geesten uit het verleden te capteren en in pakkende nummers te gieten. De productie is rauw, zonder bijtend of snerpend te zijn, met heerlijke basloopjes die zich tussen de dodelijke riffs murwen. Nattfursth braakt, krijst en gorgelt de Zweedse teksten uit zijn systeem alsof zijn leven ervan afhangt. De tempo’s variëren van mid- tot up-tempo met heel wat oog voor dynamiek en in “II” zorgen donderende accenten op de floor tom voor een onbehaaglijk gevoel alsof er een apocalyptische storm op komst is. Ook dat typische Zweedse melancholische gevoel is aanwezig en druipt van een nummer als “III” af. “IV” weet dan weer middels duistere ambient en verhalende samples een creepy nocturnale grafstemming neer te zetten. Intrigerende EP die mijn innerlijke vlam voor gemene Zweedse black keer na keer een kwartier lang weet aan te wakkeren. Memento mori!

JOKKE: 87/100

Lifvsleda – Manifest MMXIX (Shadow records 2019)
1. I
2. II
3. III
4. IV

Walghinge – Afgrondschemering

Tweede release voor onze landgenoten Walghinge, een duo dat in 2017 besloot een potje recht voor de raap old school black te spelen. Vorig jaar bracht Gramschap de eerste demo “’t Bloed kruip…” aan de man en nu is het tijd voor een nieuwe zeven duims EP getiteld “Afgrondschemering” waarvan het duistere coverartwork de gitzwarte sfeer perfect weet neer te zetten. Snarenplukker Níd en haatprediker Ht lieten zich op deze twee-songs-tellende release opnieuw bijstaan door een sessiedrummer, maar deze keer werd Hennix ingeruild voor Haistulf. Wereldschokkend is het allemaal niet, maar dat is waarschijnlijk ook verre van de intentie van dit duo. Walghinge speelt immers geen zwartmetaal voor liefhebbers met een open geest of nood aan avontuur, maar voor de puristen van het genre. Dit is lelijke, gure, haatvolle, ouderwetse ketelmuziek zonder orthodoxe, theatrale, avantgardistische of dissonante inslag maar met een overvloedige necro-feel. De keyboards die op de demo af en toe de kop opstaken, blijven deze keer volledig achterwege. Ook hoorden we toen soms oeroude Marduk-invloeden doorheen het riffwerk schemeren, terwijl het titelnummer van deze EP eerder rockend dan striemend is, zonder echter over typische black ’n roll te kunnen spreken. “Gesel der schepping” wisselt verschillende tempo’s af en bevat een achtergrondmelodie die haast door een mondharmonica lijkt te zijn ingespeeld, hoewel ze waarschijnlijk toch aan een gitaar ontsproten is. Intrigerend! Tenslotte nog even meegeven dat de Nederlandse teksten vol dood, verderf en blasfemie best poëtisch geschreven zijn. Walghinge is voer voor de traditionele black metal-liefhebber met oogkleppen die nooit verder dan klassieke Darkthrone is geraakt.

JOKKE: 70/100

Walghinge – Afgrondschemering (Gramschap 2019)
1. Afgrondschemering
2. Gesel der schepping

Aegrus – In manus satanas

Voor mij staat Finland synoniem met vlot lopende defecatie van degelijke metal. Het is alsof er iets in de meren leeft wat Finnen, om een of andere reden, uitzonderlijk goed maakt in het opbouwen en uitwerken van nummers. Steeds krijg ik het gevoel dat ze alginds automatisch meer werken rond een muzikaal thema en niet gewoon een boel leuke riffs aan elkaar rijgen. Zo ook Aegrus, uit Finland dus, die toe zijn aan hun derde langspeler “In manus satanas“. Net zoals op de vorige twee releases, duikelt het viertal snelle, melodische black metal op. De productie is vlijmscherp, maar passend. Iedereen beheerst duidelijk het gekozen instrument en alles sluit erg mooi op elkaar aan. Ergens doet het me denken aan de hoogdagen van Setherial, eerder dan aan een Finse band, maar dat kan ook aan mij liggen. Op een instrumentaaltje na, gaan de meeste nummers over de vijf minuten en ook al liggen ze in dezelfde lijn, dat is helemaal niet erg dankzij de sterke melodieën en het drumwerk van Kauko Kuusisalo (…And Oceans, etc.). Enkel de vijfde track “Ascending shadows” neemt gas terug en lijkt wel een soort satanische ballade zoals we die van sommige oude Marduk-platen kennen. Ook dit is geslaagd. Zoals gewoonlijk anno 2019 kan je nauwelijks zeggen dat er iets geweldigs origineel wordt gebracht, maar dat mag je bands gewoon niet meer kwalijk nemen. En zeker Aegrus niet, want wat ze doen, doen ze verduiveld prima. Kortom een knaller voor iedere black metal-liefhebber en voor mij één van de beste platen in het genre dit jaar.

Xavier: 87/100

Aegrus – In manus satanas (Saturnal Records 2019)
1. Hymn to the firewinged one
2. Nightspirit theosis
3. Gestalt of perdition
4. At the altar of twilight
5. Ascending shadows
6. Nemesis
7. The black wings upon me
8. In manus satanas

Trespasser – Чому не вийшло?

Politiek in muziek. Ik denk te mogen stellen dat de gemiddelde muziekliefhebber zijn of haar muziek het liefst politiekvrij heeft, hoewel de meesten een protestsong op tijd en stond wel kunnen waarderen. Er lopen echter tal van bands rond die hun muziek gebruiken om tal van politieke pijnpunten aan te kaarten. Binnen het wereldje van de extreme klanken zijn er aan beide uiteinden van het spectrum ook bands te vinden die hun politieke opvattingen middels hun muziek aan de man willen brengen. Aan de rechtse kant heb je NSBM en lijnrecht tegenover deze nationaalsocialistisch gezinde zielen staat de RABM-beweging wat staat voor Red and Anarchist black metal. Beide extremen clashen van tijd tot tijd, zeker als Antifa zich (te pas en te onpas) bemoeit. De meningen over dit fenomeen laat ik over aan de internet warriors onder ons. In het geval van de Zweed XVI en zijn band Trespasser is zijn muzikale uitlaatklep heel sterk politiek geïnspireerd. Gevoed door teleurstellingen in het fascistisch gedachtegoed van veel van zijn favoriete bands en het ontbreken van brutaliteit en muzikaal vakmanschap van veel van de ‘linkse’ spelers richtte de Zweed met een jarenlange achtergrond in de punk-scene in 2017 Trespasser als soloproject op. Al snel besloot hij echter zanger Dräparn aan de rangen toe te voegen (wat een uitstekende zet was op basis van zijn strot die we hier te horen krijgen) en na drie demo’s ziet de eerste langspeler “Чому не вийшло?” nu het levenslicht. De stijl van de zeven nummers die het debuut telt, beschrijft de muzikant als ‘anarchastische blastbeat mayhem’. Hoewel de sound overduidelijk als black metal omschreven kan worden, neemt XVI die term zelf niet in de mond aangezien hij walgt van de ego-worshipping en de quasi-spirituele rituelen waarachter veel black metal-bands zich verschuilen. Soit, de voornaamste inspiratiebronnen voor Trespasser’s muziek waren Marduks’ “Frontschwein“, Dissection’s “Storm of the light’s bane” en “Pure holocaust” van Immortal. Van die eerste twee is dat absoluut niet gelogen. Razendsnelle door blastbeats gevoede partijen, hondsbrutale vocalen, wat oorlogssamples dabei: de Zweedse pantserdivisie loert in pijlsnelle nummers als “Tachanka” en “The execution of Grigoriev” om de hoek. In de melodische stukken zoals de openingsklanken van “Hunted like wolves” leeft de geest van Jon Nödtveidt dan weer onmiskenbaar voort. De invloed van the sons of northern darkness is minder voor de hand liggend. De zeven nummers vliegen aan een rotvaart voorbij maar gelukkig kennen songs als het met-akoestische-gitaren-doorspekte “Death to fight death“, afsluiter “Miscreant dawn” en het met-plechtige-gezangen-doorspekte “To the barricades” ook de nodige mid-tempo passages. Thematisch gezien handelt de plaat over de geschiedenis van anarchisme en de ideeën van Nestor Ivanovitsj Machno, een Russische (Oekraïense) partizanenleider en volksheld die tijdens de Russische Burgeroorlog als leider van het Zwarte Leger, onder anarchistische vlag, streed aan wisselende fronten tegen wisselende vijanden. Ondertussen is de band door toevoeging van drummer Леопольд, bassist Upiór en gitarist Gyða Hrund ook klaar om live dood en anarchie te zaaien. “Чому не вийшло?” is een plaat waarvan het politiek statement wellicht groter is dan het muzikale doordat de invloeden er wat té dik bovenop liggen. Desondanks een erg effectieve, agressieve, maar niet-rechtlijnige black metal-plaat.

JOKKE: 80/100

Trespasser – Чому не вийшло? (Heavenly Vault Records 2019)
1. Hunted like wolves
2. Black flags on a blood-red horizon
3. To the barricades
4. Death to fight death
5. Tachanka
6. The execution of Grigoriev
7. Miscreant Dawn

LINGUA IGNOTA – CALIGULA

HET IS NIET ONZE BEDOELING OM HIER EEN POTJE LUIDRUCHTIG TE SCHREEUWEN, MAAR HET BEGELEIDEND PERSBERICHT VAN LINGUA IGNOTA’S TWEEDE PLAAT “CALIGULA” VERMELDT UITDRUKKELIJK DAT ALLE TITELS IN HOOFDLETTERS VERMELD MOETEN WORDEN. De brave en gehoorzame zielen die we zijn, volgen we dat verzoek dus op. LINGUA IGNOTA is een naam waarover ik veel goeds hoorde na afloop van de laatste Roadburn-editie. Zelf heb ik haar set toen niet gezien, maar de verwachtingen waren hoog gespannen toen “CALIGULA” op de deurmat viel. LINGUA IGNOTA is het alterego van de Amerikaanse Kristin Hayter en is in de eerste plaats haar vehikel om uiting te geven aan haar persoonlijke demonen, maar tegelijkertijd kaart ze de decadentie, corruptie, verdorvenheid en het zinloze geweld aan dat 2000 jaar na het overlijden van de Romeinse keizer Caligula – de personificatie van al dit ongein – nog steeds de wereld niet uit is. De sonische, bijwijlen opereske terreur die Hayter over ons uitstort kent haar gelijke niet en met dien verstande is LINGUA IGNOTA dus een juiste naamkeuze. Deze Latijnse term voor “onbekende taal” verwijst immers naar het oudste bekende voorbeeld van een kunsttaal die in de 12e eeuw gemaakt werd door de Duitse abdis en mystica Hildegard von Bingen, en is toepasselijk voor de demonische opera die deze outsider heeft weten vast te leggen. “Let them hate me so long as they fear me“, “Who will fuck you if I won’t“, “Abandon your body, so no one can break it“, “Life is cruel and time heals nothing“, “Bitch, I smell you bleeding, and I know where you sleep“, het zijn maar enkele voorbeelden van de goudeerlijke en hatelijke one-liners die we naar ons hoofd geslingerd krijgen en ik zou niet graag in de schoenen van de geadresseerde staan. “BUTCHER OF THE WORLD” bestaat uit een sample van Henry Purcell’s “Music for the funeral of Queen Mary” dat eerder al door Marduk gebruikt werd voor het nummer “Blackcrowned” en natuurlijk ook gekend is van de soundtrack van Stanley Kubrick’s “A clockwork orange“. Qua intensiteit moeten de getergde kreten die we hier moedwillig ondergaan niet onderdoen voor de salpetervocalen van Mortuus, maar even later schakelt Hayer hoorbaar moeiteloos over op een breekbare cleane opera-achtige stem of feeërieke folkzang. We zien het Mortuus haar nog niet nadoen. De muzikale fundering is opgetrokken uit een volledige arsenaal aan live instrumentatie waaraan een heleboel gastmuzikanten meewerkten. Zo noteren we o.a. Sam McKinlay (THE RITA) die instaat voor de misselijkmakende noise-partijen, drummer Lee Buford (The Body) en percussionist Ted Byrnes (Cackle Car, Wood & Metal). Hoewel Hayer zonder twijfel haar mannetje kan staan achter het microstatief, horen we ook gastzang van Dylan Walker (Full of Hell), Mike Berdan (Uniform) en Noraa Kaplan (Visibilities). De veelzijdigheid aan vocale capriolen en de spagaat aan extreme emoties die in de nummers en teksten gecapteerd zijn, maken van “CALIGULA” geen easy listening-plaat. Au contraire, hiervoor moet je een uur lang in de juiste mood zijn en nadien blijf je compleet verweesd achter. “Intens” is een understatement in dit geval. Bezint eer ge begint!

JOKKE: 81/100

LINGUA IGNOTA – CALIGULA (Profound Lore 2019)
1. FAITHFUL SERVANT FRIEND OF CHRIST
2. DO YOU DOUBT ME TRAITOR 09:34
3. BUTCHER OF THE WORLD 06:33
4. MAY FAILURE BE YOUR NOOSE
5. FRAGRANT IS MY MANY FLOWERED CROWN
6. IF THE POISON WON’T TAKE YOU MY DOGS WILL
7. DAY OF TEARS AND MOURNING
8. SORROW! SORROW! SORROW!
9. SPITE ALONE HOLDS ME ALOFT
10. FUCKING DEATHDEALER
11. I AM THE BEAST

Nocturnes Mist – Marquis of hell

Op de cover van Nocturnes Mist vierde langspeler “Marquis of hell” prijkt een engel met het hoofd van een raaf die op een zwarte wolf rijdt en een zwaard ter hand heeft. Deze demoon uit de “Ars goetia” – een 17de eeuws boek rond demonologie waar menig black metal band inspiratie uit haalde voor een bandnaam – veroorzaakt onenigheid, is beter bekend onder de naam Andras en deze Aussies wijden er hun plaat dus volledig aan. Nocturnes Mist draait al sinds 1997 mee, maar was me niet bekend. De verklaring hiervoor ligt hoogstwaarschijnlijk in het feit dat de muziek die we zevenendertig minuten lang te horen krijgen, ons nu niet bepaald van onze stoel doet vallen. Dit is mid jaren ’90 black zonder veel moeilijkdoenerij waarbij keyboards sporadisch ingezet worden als extra sfeermaker. In de snelle stukken hoor ik vaag iets van een oude Marduk doorschemeren, maar ik moet ook regelmatig aan het Oostenrijkse Astaroth denken, zo’n middelmatige band uit de tweede helft van de jaren ’90. De vocale honeurs worden zowel door Deceiver, Inferus als Ominous waargenomen wat voor de nodige variatie zorgt en ook de drummer wisselt (monotone) beukstukken af met mid-tempo werk, maar pakkend vuurwerk krijgen we nergens te horen of het moet in enkele van de flitsende gitaarsolo’s zijn. In de titeltrack of het afsluitende “Treacherous ways” valt alles nog wel mooi samen tot een onderhoudend nummer maar door de band genomen klinkt Nocturnes Mist’s black metal te veel als dertien in een dozijn en mist (no pun intended) het een eigen smoelwerk.

JOKKE: 60/100

Nocturnes Mist – Marquis of hell (Séance Records 2019)
1. Abyssus
2. Eyes in fear
3. Cursed
4. War machine
5. Wolves of Satan
6. Marquis of hell
7. Summoning
8. Treacherous ways