marduk

Ondskapt – Grimoire ordo devus

We hebben maar liefst een decennium lang moeten wachten op “Grimoire ordo devus“, de vierde langspeler van het Zweedse Ondskapt. De vele line-upwissels zijn hier ongetwijfeld debet aan want enkel zanger Acerbus blijft nog over van de kwaadaardige bezetting die Ondskapt 20 jaar geleden uit de grond stampte. De nieuwelingen zijn gitarist J.Megiddo, die recent ook als nieuwe bassist bij Marduk toetrad en een staat van dienst opbouwde bij o.a. Degial en In Aternum, bassist Gefandi Ör Andlät (o.a. ex-Mephorash) en drummer Daemonum Subeunt die ondermeer bij Sterbhaus voor de percussionele hartslag zorgt. Nu, het lange wachten wordt wel beloond met een plaat die op een klein uur aftikt. Genereus nietwaar? De hamvraag is natuurlijk of het aantrekken van nieuwe snarenplukkers een grote invloed heeft gehad op de sound van Ondskapt anno 2020? De sinistere begrafenisatmosfeer die over de EP en drie volwaardige voorgangers gedrapeerd hing, is nog steeds aanwezig, zij het in mindere mate doordat het tempo bij momenten gevoelig hoger ligt. Er werd tevens ook een zekere complexiteit en techniciteit in het gitaarwerk geïnjecteerd. “Semita sinistram“, de échte opener van deze plaat, laat eigenlijk al meteen een samenvatting horen van al waar Ondskapt voor staat, namelijk dynamisch gearrangeerd orthodox zwartmetaal waarbij met het grootste gemak tussen verschillende tempo’s geswitched wordt, voor de gelegenheid voorzien van een snuifje bombast. In “Ascension” horen we een adembenemende solo terwijl we in het meer dan acht minuten durende “Animam malum daemonium” dan weer Satyricon “Rebel extravaganza“-era dis-harmonieën waarnemen. “Paragon Belial” wordt middels sfeervol akoestisch gitaarwerk op gang getrapt om daarna een pandoering rond de oren te geven. Ook in het afsluitende “Excision” is naast beklijvend tremolo gitaarwerk een grote rol voor akoestische klanken weggelegd. In een song als “Devotum in legione” zorgen abrupte overgangen tussen meer slepende en venijnig snelle tremoloriffs, die bovendien vakkundig en gezwind aan mekaar getimmerd worden, voor een spannende dynamiek. Ook Acerbus laat een uur lang horen het kunstje van gevarieerd te screamen nog niet verleerd te zijn. Op de juiste momenten gooit de Zweed ook heldere, theatrale zang in de strijd wat het orthodoxe karakter nog extra in de zwarte verf zet, maar het “DMDSworship niveau van debuut “Draco sit mihi dux” wordt niet meer herhaald. Parallellen met landgenoten Valkyrja of Watain zullen niet verbazen en in het melodische gitaarwerk van “Opposites” waart de geest van Jon Nödtveidt ontegensprekelijk rond. Het Zweedse plaatje zou in dit geval natuurlijk niet compleet zijn zonder enkele Dissection invloeden. Nog even meegeven dat we in de intro en het enorm pakkende met akoestische gitaren doorspekte “Possession” een sample horen van de film “The witch” uit 2015. Liefhebbers van de grafstemming die het oude werk typeerde zullen misschien een tikkeltje teleurgesteld zijn in “Grimoire ordo devus“. Ook voor mij lijkt deze vierde full-length niet te kunnen tippen aan de eerste twee langspelers maar desondanks de meer technische aanpak, is dit nog steeds een bovengemiddeld sterke release die bovendien een uur lang de aandacht weet vast te houden.

JOKKE: 85/100

Ondskapt – Grimoire ordo devus (Osmose Productions 2020)
1. Prelude
2. Semita sinistram
3. Ascension
4. Devotum in legione
5. Animam malum daemonium
6. Opposites
7. Paragon Belial
8. Possession
9. Old and hideous
10. Excision

Blood Magic – Medieval dark arts

Uit de vier, van verschillende gekleurde en zwaar gexeroxte covers voorziene, demotapes van de meest recente Spiritual Disease batch, heb ik dit Blood Magic geplukt dat met “Medieval dark arts” aan een eerste demo toe is, gelimiteerd tot een karige 50 exemplaren die de kleur geel meekreeg. Dat het duo Charred Remain (zang, gitaar, bas en synths) en Witch Fire (drums) een voorliefde heeft voor middeleeuwse rollenspellen wordt meteen duidelijk uit de nochtans grofkorrelige bandfoto’s: maliënkolders, zwaarden en toortsen, heel de bataclan is aanwezig. De acht nummers die het Amerikaanse tweetal uit zijn hoge hoed tovert, nemen ons een dik half uur mee op een trip doorheen de bergen van Wallachije, een voormalig vorstendom tussen de Zuidelijke Karpaten en de Donau. Het labeltje dat we op Blood Magic kunnen plakken is ongetwijfeld dat van rauwe black metal, maar de productie klinkt bovengemiddeld goed. Geen eendimensionaal geram of hallucinogene repetitiviteit hier, maar dynamisch gecomponeerde nummers met gevarieerd drumwerk en voortreffelijke riffs die een oeroude melodieusheid uitstralen en sporadisch ingezet toetsenwerk dat oorlogsopwekkende klanken produceert die doen herinneren aan de grote veldslagen van weleer. Niet elke track is een volwaardig blackmetalnummer. Zo zijn “Village burns on castle siege” en “War horn blasts in blood moon light” opgetrokken uit zwaar vervormde keyboardklanken en distorted basgitaar waarin de oorlogsdreiging alomtegenwoordig is en de noisey klanken van het afsluitende “Funeral winds across citadel walls” lijken op noodkreten van oorlogsgevangenen die het duo buitgemaakt heeft en in een ondergrondse kerker aan het folteren is. Het prijsbeest op “Medieval dark arts” is ontegensprekelijk het titelnummer dat mid-tempo start en wat weg lijkt te hebben van de aanloop van “Deme quaden thyrane” van Marduk. Plots zet Witch Fire een meer rockende beat in en de gitaren volgen braafjes om even later het tempo nog op te drijven en overstag te gaan naar uptempo gerag. Heel het nummer lang wordt er heen en weer geschakeld tussen verschillende versnellingen en eindigen doet Blood Magic met een melodieuze finale. De heldere zang en op het randje van valse solo in “Secret paths to sorcery” weten dan weer een pak minder te beklijven. De korrel waarmee Charred Remain macabere toverspreuken over zijn vijanden uitstort, lijkt heel hard op Ihsahn’s screams ten tijde van “Wrath of the tyrant” en eigenlijk doet ook het gitaargeluid van een nummer als “Vampyric treaty on burning ash” sterk aan de Emperor demo denken, maar dan met minder prominent aanwezige toetsen. Ook stokoud Pools blackmetalspul kan als referentie dienen. Veelbelovende demo!

JOKKE: 82/100

Blood Magic – Medieval dark arts (Spiritual Disease 2020)
1. Necromantic psychick attak
2. Spell cast on combatant camp
3. Medieval dark arts
4. Village burns on castle siege
5. Vampyric treaty on burning ash
6. War horn blasts in blood moon light
7. Secret paths to sorcery
8. Funeral winds across citadel walls

Serpents Oath – Nihil

Het uit Limburg afkomstige Serpents Oath treedt plotsklaps uit de duisternis om meteen met het volwaardig debuut “Nihil” via Soulseller Records uit te pakken. In het interview met Tes Reoth, spraakbuis en zanger van het trio, konden jullie al lezen dat de heren niets aan het toeval overlaten: geen halfslachtig gedoe met demo’s of EP’s, maar meteen voor een heuse langspeler gaan waarbij over elk detail (sound, logo, lyrics, visueel aspect, bandfoto’s, videoclip, e.d.) minutieus nagedacht werd. Dat Serpents Oath een voorliefde heeft voor het snellere blackmetalgeweld, en dan vooral het op Zweedse leest geschoeide knuppelwerk, wordt al vrij snel duidelijk met “Speaking in tongues“. Referenties van een Dark Funeral ten tijde van “Diabolis interium” zweven doorheen de venijnige tremoloriffs die Daenum in deze opener of het later volgende “The swords of night and day“op de luisteraar afvuurt. Draghul duwt het gaspedaal veelvuldig in, maar ondanks de ziedende tempo’s van bv. “The beast reborn” (hallo Marduk!) bevat elk nummer wel een hook of catchy element wat de herkenbaarheid van de songs ten goede komt. Dat kan het meebrulrefrein van de oorworm “Serpents of eight” zijn, maar evengoed een aanstekelijke melodie zoals de openingsriffs van het gedeeltelijk mid-tempo gespeelde “Malediction” of het meer melodieuze “Into the abyss” waarin we ook wel een gezonde dosis Dissection horen. Zelfs enkele goed geplaatste drumroffels herkennen we meteen bij een tweede luisterbeurt. Tes Reoth beschikt over een stel krachtige stembanden en laat die tijdens het screamen verschillende toonhoogtes verkennen. Andy Classen (Belphegor, Krisiun, …) zat achter de knoppen tijdens het inblikken van “Nihil” wat mijns inziens wel resulteert in een iets te afgelikte sound. Graag volgende keer een tikkeltje ruwer, maar ondanks de propere moderne productie, lijdt de atmosfeer er gelukkig niet onder. Dat komt doordat er enkele duistere ambientintermezzi van de hand van de Franse Melek-Tha tussen de nummers ingebouwd zijn. Ondanks dit puntje van kritiek is “Nihil” een geslaagd debuut geworden. De drie muzikanten hebben al heel wat jaren op de teller staan (o.a. in Insanity Reigns Supreme), maar van metaalmoeheid is hier hoegenaamd geen sprake. Au contraire, want voor de bevlogenheid waarmee Serpents Oath op “Nihil” uitpakt, kan ik alleen maar respect opbrengen. Een concert van deze nieuwkomers bijwonen staat dan ook met stip genoteerd in mijn concertagenda die hopelijk binnen enkele maanden terug kan beginnen vollopen.

JOKKE: 82/100

Serpents Oath – Nihil (Soulseller Records 2020)
1. Vox mortis
2. Speaking in tongues
3. Leviathan speaks
4. Thrice cursed
5. Malediction
6. Serpents of eight
7. Bestia resurrectus
8. Into the abyss
9. Mephisto
10. The beast reborn
11. The swords of night and day
12. Beyond the gates

nether – Between shades and shadows

Vanuit de mistige herfstlandschappen waarin het pittoreske Limburg in deze tijd van het jaar meermaals ondergedompeld wordt, bereikt ons het debuut van nether (yep, zonder hoofdletter). De heren J, P, B en K hebben al wat kilometers op hun tellers staan en tezamen richtte ze de band vorig jaar op. Dat volwaardige debuut “Between shades and shadows” verschijnt dus al tamelijk snel via (het mij onbekende) Art Gates Records. Nu is nether niet de meest originele bandnaam, maar voor de heren symboliseert deze onderwereld de kern of roots van ieder individu, ook al is deze donker en goed verstopt. In het sobere artwork en bandlogo komt de thematiek duidelijk naar voren. Acht nummers prijken er op het debuut en in plaats van opener “The hand of the unspoken” met een gitaarriff in te zetten, krijgt drummer B de eer om het boeltje op gang te roffelen. Hij doet dat met verve (wat een binnenkomer zeg!) en al snel blijkt dat de drums een belangrijk deel vormen van de hondsagressieve sound die het viertal op ons afvuurt en die ingeblikt werd met Andy Classen achter de knoppen, gekend als producer van ondermeer Belphegor en Krisiun. In de ram- en blaasstukken van het voorts best dynamisch gecomponeerde “Abandon” of het brutale “Humanity’s crescendo” moeten we onlosmakelijk aan een band als Marduk, oude-Enthroned of Dark Funeral (ten tijde van “Diabolis interium“) denken, maar de riffs van K en P zijn nog niet altijd van hetzelfde kaliber. De hakkende tempo’s in combinatie met de gortdroge gitaarsound zorgen ook voor een machinale en industriële toets (ik hoor Mysticum in de verte soms wat resoneren). Voor finesse is er niet veel plaats op deze plaat, hoewel het tempo ook niet voortdurend verschroeiend hoog ligt. Zo neigen “To the shores” (mijn persoonlijke favoriet) en “The blood is gone” wat meer naar de atmosferische kant van het blackmetalspectrum. Bassist J neemt ook de honneurs als zanger waar, maar zijn krijsende strot is nogal eentonig, een wat breder bereik zou geen kwaad kunnen. In “To the shore” worden zijn screams afgewisseld met de wat diepere grunt van gitarist P. Op zich een mooie prestatie dat nether vrij snel met een langspeler op de proppen komt en de heren laten horen al goed op mekaar te zijn ingespeeld. Links en rechts moet er wel nog wat aan de formule bijgeschaafd worden, maar het potentieel is zeker aanwezig.

JOKKE: 75/100

nether – Between shades and shadows (Art Gates Records 2020)
1. The hand of the unspoken
2. Mouths sealed clenched fists
3. Abandon
4. To the shores
5. Humanity’s crescendo
6. The blood is gone
7. The oathbreakers
8. So all adore me

Horde Of Hel – Döden nalkas

Negen jaar na het opvallend matige “Likdagg” grijpt deze haatdragende band uit het niets met een ijzeren hand naar de keel van iedere muzikant die de troon van ‘snelste blackmetalsound ter wereld’ ook maar durfde benaderen. Nog geen drie seconden diep in het eerste nummer wordt een volledig doortrapt drum- en gitaarsalvo afgeschoten met een quasi ongeziene, woeste razernij die zelfs een doorgewinterde fan meteen op zijn plek weet te zetten. Verderop in “Döden nalkas” trekken de drie Zweden het tempo zelfs op tot 500 Bpm, wat vrijwel meteen doet denken aan de betere speedcore kicks. Het geheel raast je buis van Eustachius op een dikke drie kwartier volledig aan gort, en gezien dat vooralsnog exact de opzet blijkt, moet gezegd worden dat Horde of Hel zijn doel weet te bereiken. Jammer genoeg verliezen de heren soms ook de pedalen en voelt het geheel een beetje inhoudsloos of onbezield aan. Er zijn heel wat tragere intermezzo’s en vreemde, bijna catchy songstructuren terug te vinden ook, zoals de intro van “Totalitarian regime”, die de fans van voornoemde recordhoudende blastbeats niet altijd zullen kunnen smaken, maar het schenkt het oor weliswaar een klein beetje rust. De langspeler zit voorts ook ramvol industrial – synths en gemodificeerde vocals, noise en kille ambient – die zich toch op één of andere manier in de gitzwarte metalen riffs weten te nestelen en daar dan ook nog eens thuis lijken te horen. Of de drie heren hier het warm water opnieuw uitvinden? Verre van, maar het geheel beukt je voorhoofd zo genadeloos tegen de dichtstbijzijnde muur dat je enigszins verweerd maar dankbaar achterblijft. De bandleden deden al heel wat ervaring op bij onder meer In Battle en Nordjevel, maar vooral de toevoeging van echte drums dankzij Nils “Dominator” Fjellström krijgt hier een eervolle vermelding. De man speelde eerder al (op studioalbums en live) bij een slee van gerenommeerde bands als 1349, Dark Funeral, Myrkskog, The Wretched End et al., en het is te merken. Wat een ongebreidelde agressie. Persoonlijk hoogtepunt is de ongefilterde gabber op “No remorse”, dat op zes en halve minuut zonder enige schaamte de nakomeling van een stomende nacht tussen Neophyte en Anaal Nathrakh ter aarde weet te werpen. Lang verhaal kort, dit is Marduk met een flinke injectie amfetamines recht in de aorta. Dit is paarse neonverlichting onder je uitgebouwde Golf, bestuurd door een met corpsepaint bekladde psychopaat. Als ze over negen jaar weer aan een opvolger beginnen, laat hen dan nog nét iets langer over bepaalde songstructuur nadenken – dan kan dat wel eens een échte hit opleveren.

Jules: 82/100

Horde of Hel – Döden nalkas (Blooddawn Productions/Regain Records 2020)
1. Blodets morgon
2. Death division status
3. Visdomen kallas døden
4. Standard nordland
5. Totalitarian regime
6. Total death
7. Holy ash
8. No remorse
9. Livets narkos
10. Of eternity and ruins

Black Altar/Kirkebrann – Deus inversus

Er passeren hier tegenwoordig zo veel splits dat ik er haast een gespleten persoonlijkheid aan overhoudt, alhoewel in het geval van deze Pools/Noorse-alliantie beide bands erg goed bij mekaar passen in plaats van schizofrene gevoelens op te wekken. Zowel Black Altar als Kirkebrann spelen immers up-tempo Scandinavisch zwartmetaal met geselende riffs en spijtig genoeg ook wel een generieke sound en productie. Waar zitten ‘em dan de verschillen tussen beide bands? “Deus inversus” wordt afgetrapt door Black Altar die al sinds 1996 meedraaien en meteen met het titelnummer in huis vallen, waarvan u hieronder ook de stijlvolle zwart/witte videoclip kunt zien. Het snelle werk – kan ook niet anders met de ingehuurde Lars Brodesson (Funeral Mist, ex-Marduk) op de drumkruk – wordt opgesmukt met dramatische en bombastische koorzang waarbij het vrouwelijk aandeel vertolkt wordt door Lilly Kim en de Griek Alexandros Antoniou (o.a. Macabre Omen) voor mannelijk tegengewicht zorgt. Gitarist Mauser gooit ook scheurende gitaarleads in de strijd, zo kennen we hem immers nog uit zijn verleden bij Vader. Waar nodig smukt Michał Staczkun het totaalplaatje nog wat op met samples zoals hij ook bij o.a. Hate doet. Schreeuwlelijk Shadow – tevens eigenaar van Odium Records die deze split uitbrengen – stretcht zijn stembanden in alle uithoeken wat een gevarieerd pallet aan krijskleuren oplevert. In het meer catchy “Ancient warlust” schakelen de muzikanten aanvankelijk een versnelling lager en krijgen we knap melodieus gitaarwerk voorgeschoteld. Eens de intro erop zit gaat de voet terug op het gaspedaal, maar het wordt slecht sporadisch zo’n blastfestijn zoals de titeltrack liet horen. De orchestrale bombast blijft hier in de verkleedkast opgeborgen. De Noren van Kirkebrann zetten – net als de gelijknamige True Norwegian black candles – de boel eveneens in lichterlaaie, maar drummer Thunberg (tevens gitarist bij Dødheimsgard) zorgt ook voor de nodige schwung door “Begrensa bevissthet” met een haast dansbaar drumritme in te zetten. Kan perfect! Dat bewees Marduk o.a. ook al met het geweldige “The blond beast“. Ook “Faux pas” wordt door Thunberg ritmisch in gang gestoken en is dan weer een topvoorbeeld van een meer rockgoriënteerd catchy nummer met melodieuze leads. “Et nederlag” combineert het beste van twee werelden: mid-tempo melodieus werk en verbeten Noorse furie. De krijsstem van Draug is wat droger en raspender vergeleken met die van Shadow en de totaalsound wat scheller. Afsluiten doet Kirkebrann met het ingetogen akoestische instrumentale “Ufødte klarhet” dat folky van ondertoon is, maar wel op een duistere manier. Interessante split dit “Deus inversus” voor liefhebbers van (overwegend snelle) melodieuze Scandinavische black. Alleen dus wat spijtig van de generieke moderne productie die Mauser en Morpheus (ex-Limbonic Art) Black Altar en Kirkebrann respectievelijk hebben aangemeten.

JOKKE: 78/100 (Black Altar: 77/100 – Kirkebrann: 79/100)

Black Altar/Kirkebrann – Deus Inversus (Odium Records 2020)
1. Black Altar – Deus inversus
2. Black Altar – Ancient warlust
3. Black Altar – Outro
4. Kirkebrann – Begrensa bevissthet
5. Kirkebrann – Faux pas
6. Kirkebrann – Et nederlag
7. Kirkebrann – Ufødte klarhet

Alasthor – Mahapralaya

Alasthor is een black metal band uit Bergen, niet het Noorse stadje, maar het Waalse, en is actief sinds 2013. Omdat er al een dozijn bands met de naam Alastor rondliep, besloten de heren WxTen en Styx een “h” aan de weinig originele bandnaam toe te voegen. Spijtig genoeg lijdt de muziek van het duo eveneens aan een gebrek aan inspiratie want wat Alasthor op diens derde EP “Mahapralaya” laat horen klinkt als dertien in een dozijn snelle black. Ze strooien zelf namen als Marduk, Arkhon infaustus, Dissection, Gorgoroth, Funeral Mist, Nargaroth, Watain en Mgła in het rond maar dat is puur aandachttrekkerij want het melodieuze aspect van een Dissection, de ijskoude sound van een Gorgoroth, de schwung van een Mgła of de orthodoxe aanpak van een Funeral Mist hoor ik hier absoluut nergens in terug. In een Marduk of bv. Thy Primordial kan ik dan nog deels inkomen omdat Alasthor’s zwartmetaal wel enkele Zweedse trekjes vertoont en de (geprogrammeerde?) drums bij wijlen tegen 300 per uur razen. De hese scream van Styx klinkt – op een sporadische diepere grunt na – vrij eentonig ook al spuwt deze de Left Hand Path-teksten uit van collega WxTen die een auteur is verbonden aan Fall Of Man publishing die naar eigen zeggen weet waar hij het over heeft, een ritueel beoefenaar van het sinistere pad is en zijn teksten even serieus neemt als zijn muziek. WxTen verzorgde ook alle opnames, en hoewel we een DIY-aanpak toejuichen, klinken de opnames vrij zielloos. Geef me dan maar de iets meer snerpende en verwrongen sound van de vorig jaar verschenen EP “Ascension of rage“. Al wat Alasthor tot dusver uitbracht, gebeurde in eigen beheer. Ik vrees dat dit nog wel een tijdje zo zal blijven, want wat de heren laten horen spring nergens boven de middelmaat uit. Het gebrek aan een eigen smoelwerk, songs die blijven hangen en memorabele riffs, resulteert dan ook in een clichématige eindscore.

JOKKE: 66/100

Alasthor – Mahapralaya (Eigen beheer 2020)
1. Possessed by the goddess
2. Riders of the dark scales
3. Nahash
4. Neuronal injection

Akolyth – Akolyth

Amor Fati Productions was erg schuw in het delen van info over Akolyth (een acoliet is een altaardienaar), een nieuwe band die ze in hun kamp welkom heetten. Het gelijknamige debuut van deze black metal band werd in de Brusselse Opus Magnum Studios opgenomen – dat werd wel gelost – en laat dat nu net de plaats zijn waar duizendpoot Déhà als studio engineer werkt, dus mijn kop eraf als deze multi-instrumentalist niet bij dit orkestje betrokken is. De insteek van Akolyth’s black metal leidt ons terug naar de grimmige jaren ’90, hoe kan het ook anders? Heeft iemand al eens gehoord dat een band de black metal sound van de jaren ’00 wou doen herleven? Ik alvast niet. De sound van de vier nummers, die alle met de negen minuten grens flirten, is droog, maar eerder warm dan schel en snerpend. Daar zit de goed hoorbare basgitaar die de lijm tussen de gitaar en de drums vormt ook voor iets tussen. Voorts zijn de zwartmetalen klanken gestript van overtollig vet en wordt een less is more-aanpak gehanteerd. Het gitaarwerk schippert wat tussen verwrongen akkoorden en heel wat rockend materiaal wat bijwijlen een black ’n roll feel creëert. Maar ook blastbeats met enkele Mardukiaanse akkoordenschema’s en old school Mayhem riffs ontbreken niet in opener “A work of ages“. In de snellere stukken van het daaropvolgende van Noorse invloeden doordrongen “The night, the fog” hou ik een Gehenna ten tijde van diens meest primitieve “WW” plaat in gedachten. “What dwells between fractured worlds” – mijn persoonlijke favoriet – kent een hypnotiserende flow waarbij er tussen hoogtes en laagtes gereisd wordt en bevat een basic basisriff die nog uren blijft nazinderen. Het vocale spectrum (van Déhà?) gaat vrij breed – van duivels gekrijs over gehuil en van ritualistische klaagzang tot maniakale uithalen. Vooral in het afsluitende “To become his doorway” gaat de zanger voluit. Dit debuut is – ondanks de grote “DMDS” Mayhem invloeden – over de ganse lijn geslaagd.

JOKKE: 82/100

Akolyth – Akolyth (Amor Fati Productions 2020)
1. A work of ages
2. The night, the fog
3. What dwells between fractured worlds
4. To become his doorway

Vuur & Zijde/Impavida – Split

Black metal spelen zonder er één scream aan te pas te laten komen; het kan, dat bewijst Vuur & Zijde. Alvorens een volwaardig debuut te presenteren, brengt Lupus Lounge/Prophecy Productions de eerste drie nummers van deze nieuwe band met leden van Laster, Nusquama en Terzij De horde uit op een split met het Duitse Impavida. De drie songs die Vuur & Zijde – wat een prachtige bandnaam ook – aanreikt, werden opgenomen in een afgelegen slaapzaal aan de Friese kust. Met titels als “Zonnestorm“, “Zilt” en “Noordzee” wordt de link met de opnamelocatie meteen duidelijk. En eerlijk gezegd hoor je de wind en de zee op een bepaalde manier ook wel terug in hun muziek. De vrouwelijke heldere vocalen klinken bijwijlen als een sirene die de luisteraar subtiel verleiden en naar de steile rotswanden boven kolkend water lokken. De cleane gitaarakkoorden die over de grimmige onderstroom aan black metal-riffs en repetitieve blastbeats gedrapeerd zijn, klinken vluchtig en sturen een meanderende zweem doorheen het etherische geheel. En de prachtige innemende melodieën zwellen aan en af als eb en vloed. Het ijle van een Laster hoor je hier tot op zekere hoogte ook wel terug. Ik herinner me een interview waarin Misþyrming’s Dagur aangaf dat het hem stoorde wanneer reviewers het adjectief “atmosferisch” voor black metal gebruiken aangezien het genre voor hem in se onlosmakelijk met atmosfeer verbonden is. Ik kan hem daar tot op een bepaalde hoogte wel in volgen, hoewel er toch wel een behoorlijk verschil in ‘atmosfeer’ is tussen – ik zeg maar – een “Panzer division Marduk” of een “Filosofem“. Vuur & Zijde is voor mij echter zo’n band waarbij atmosfeer nóg meer dan bij de doorsnee black metal band versmolten is met diens identiteit. De puristen zullen het Nederlandse trio wegens het ontbreken van de typerende screams wellicht niet als black metal beschouwen, maar muzikaal, en dus zeker qua atmosfeer, zie ik geen probleem om Vuur & Zijde in dit hokje te plaatsen. De vurige black metal basis in combinatie met de fragiele, fluwelen zang zorgt voor adembenemende contrasten. Benieuwd naar meer! Bij het anonieme Duits/Amerikaanse duo Impavida zijn de – vaak hysterische – screams in elk geval wél aanwezig wat hun kant van de split meteen iets agressiever doet klinken, hoewel ook hier ‘atmosfeer’ een sleutelwoord blijft. “Gram” ‘is een eerder kort en gruwelijk nummer dat de eindeloze cyclus en het vervagen van psychotische nachtmerries binnen de constructie van de werkelijkheid beschrijft. Nadat de maalstroom aan repetitieve blastende drums en gelaagde gitaarriffs is gaan liggen, volgt nog een bezwerende finale met cleane gitaren waarvoor Oneiric (Erraunt en Vpaahsalbrox) optekende. Ik ben niet meteen overtuigd van dit nummer maar in het daaropvolgende, meer dan veertien minuten durende “Wahn & Stille“, komen de intenties van het duo veel beter tot hun recht. De lange compositie en diens geestverruimende, multi-gelaagde textuur stuurt onze geest richting uitgestrekte en onaardse dimensies. Verschroeiende uitbarstingen wisselen eerder glimmende tonen af. Er ontstaan visioenen van duizelingwekkende kosmische proporties en de stromen van glinsterende, etherische melodieën en de zwellende, zintuiglijke synths stuwen ons verder de hoogte in. U snapt het plaatje wel, maar toch kan ook deze song ons niet even hard beklijven als wat we op Impavida’s tweede langspeler “Antipode” hoorden. Maar al bij al een geslaagde split waarbij vooral Vuur & Zijde ons positief verraste.

JOKKE: 80/100 (Vuur & Zijde: 82/100; Impavida: 78/100)

Vuur & Zijde/Impavida – Split (Lupus Lounge/Prophecy Productions 2020)
1. Vuur & Zijde – Zonnestorm
2. Vuur & Zijde – Zilt
3. Vuur & Zijde – Noordzee
4. Impavida – Gram
5. Impavida – Wahn & Stille

Lifvsleda – Manifest MMXIX

Wie geil wordt van een lekker potje Zweedse black, zit bij het eveneens Zweedse Shadow Records gebeiteld. Het label van Marcus Tena (ex-Triumphator) heeft een duivels pact gesloten met tal van Zweedse underground grootheden zoals Triumphator, Sorhin, Setherial, Abruptum, Allegiance, Marduk, Ofermod en ga zo maar door, maar heeft ook een neus voor nieuw Zweeds talent. Dat bewees het label recent nog met bijvoorbeeld Ultra Silvam. Met Lifvsleda heeft Marcus opnieuw een interessante nieuwe band opgevist, hoewel de individuen achter Lifvsleda reeds sinds de gloriedagen van de vroege Scandinavische black metal actief zijn. Zo zou o.a. Sorhin’s Nattfursth de vocalen hier voor zijn rekening nemen. De band speelt naar eigen woorden death worshipping Swedish black metal, daar laat de zeis in het bandlogo, ontworpen door Malign’s Mörk, ook geen onduidelijkheid over bestaan. Over het opnameproces krijgen we nog mee dat deze vier eerste nummers, die onder de noemer “Manifest MMXIX” de deur uitgaan, op kapotte instrumenten in de uitgestrekte Zweedse bossen en onder het licht van de maan werden ingespeeld. Lifvsleda is er in elk geval in geslaagd om de ronddwalende geesten uit het verleden te capteren en in pakkende nummers te gieten. De productie is rauw, zonder bijtend of snerpend te zijn, met heerlijke basloopjes die zich tussen de dodelijke riffs murwen. Nattfursth braakt, krijst en gorgelt de Zweedse teksten uit zijn systeem alsof zijn leven ervan afhangt. De tempo’s variëren van mid- tot up-tempo met heel wat oog voor dynamiek en in “II” zorgen donderende accenten op de floor tom voor een onbehaaglijk gevoel alsof er een apocalyptische storm op komst is. Ook dat typische Zweedse melancholische gevoel is aanwezig en druipt van een nummer als “III” af. “IV” weet dan weer middels duistere ambient en verhalende samples een creepy nocturnale grafstemming neer te zetten. Intrigerende EP die mijn innerlijke vlam voor gemene Zweedse black keer na keer een kwartier lang weet aan te wakkeren. Memento mori!

JOKKE: 87/100

Lifvsleda – Manifest MMXIX (Shadow records 2019)
1. I
2. II
3. III
4. IV