marduk

Nocturnes Mist – Marquis of hell

Op de cover van Nocturnes Mist vierde langspeler “Marquis of hell” prijkt een engel met het hoofd van een raaf die op een zwarte wolf rijdt en een zwaard ter hand heeft. Deze demoon uit de “Ars goetia” – een 17de eeuws boek rond demonologie waar menig black metal band inspiratie uit haalde voor een bandnaam – veroorzaakt onenigheid, is beter bekend onder de naam Andras en deze Aussies wijden er hun plaat dus volledig aan. Nocturnes Mist draait al sinds 1997 mee, maar was me niet bekend. De verklaring hiervoor ligt hoogstwaarschijnlijk in het feit dat de muziek die we zevenendertig minuten lang te horen krijgen, ons nu niet bepaald van onze stoel doet vallen. Dit is mid jaren ’90 black zonder veel moeilijkdoenerij waarbij keyboards sporadisch ingezet worden als extra sfeermaker. In de snelle stukken hoor ik vaag iets van een oude Marduk doorschemeren, maar ik moet ook regelmatig aan het Oostenrijkse Astaroth denken, zo’n middelmatige band uit de tweede helft van de jaren ’90. De vocale honeurs worden zowel door Deceiver, Inferus als Ominous waargenomen wat voor de nodige variatie zorgt en ook de drummer wisselt (monotone) beukstukken af met mid-tempo werk, maar pakkend vuurwerk krijgen we nergens te horen of het moet in enkele van de flitsende gitaarsolo’s zijn. In de titeltrack of het afsluitende “Treacherous ways” valt alles nog wel mooi samen tot een onderhoudend nummer maar door de band genomen klinkt Nocturnes Mist’s black metal te veel als dertien in een dozijn en mist (no pun intended) het een eigen smoelwerk.

JOKKE: 60/100

Nocturnes Mist – Marquis of hell (Séance Records 2019)
1. Abyssus
2. Eyes in fear
3. Cursed
4. War machine
5. Wolves of Satan
6. Marquis of hell
7. Summoning
8. Treacherous ways

Cirith Gorgor – Sovereign

Het blijft maar black metal-releases regenen bij onze Noorderburen. Deze keer is het de beurt aan Cirith Gorgor, één van de veteranen in de Nederlandse scene met bijna vijfentwintig jaar op de teller. Na de eerste drie platen verloor ik de band wat uit het oog om terug in te pikken bij het uit 2016 stammende “Visions of exalted Lucifer” en de daaropvolgende ietwat teleurstellende EP “Bi den dode hant“. “Hellbound” was de eerste teaser van “Sovereign“, de alweer zevende langspeler van het gecorpsepainte gezelschap, die ik hoorde en kon – ondanks de Marduk-referenties – maar matig boeien. Ik had met andere woorden niet echt veel zin meer om de rest van de plaat te checken, maar besloot dat om één of andere reden uiteindelijk toch nog maar te doen. Of ik daar al dan niet spijt van heb, lees je in de volgende regels. De symfonische en bombastische inleidende klanken van “Funeral march for modern man” had ik niet van een band als Cirith Gorgor verwacht en contrasteren met de hellepoorten die in de snelle songs wagenwijd opengetrokken worden. Frontman Satanael heeft duidelijk werk van zijn zang gemaakt want hij combineert nu meermaals Mortuus-achtige screams met hogere cleane uithalen zoals Wraath/Luctus – de beste frontman uit de hedendaagse scene – dat ook doet. In “Sovereign” gaat de voet aanvankelijk terug van het gaspedaal en doemen moderne Satyricon invloeden op. Noctiz (van Paragon Impure en Lugubrum-fame) voorziet de titeltrack trouwens van gastzang. “Luciferian deathsquad” is retesnel, soms wat rechtlijniger maar weet naar het einde toe terug meer variatie in te bouwen. In “Deathcult” weet het kwartet opnieuw te verrassen door een slepend nummer met proclamerende zang neer te zetten dat uitmondt in melodieuze black waarbij nog een gitaarsolo en meerstemmige koorzang passeren. Ook in “Legio luporum” en het eerder mid-tempo “Dominion” hebben de muzikanten rekening gehouden met de kracht van dynamiek zodat de blastpartijen hun doel niet missen als ze uit de startblokken schieten. “Sovereign” kakt nergens in, ook niet naar het einde toe, want we blijven bij de les: of er nu doorgeraasd wordt of de band zich van haar melodische kant laat zien. Erg afwisselende plaat die me positief verrast heeft.

JOKKE: 81/100

Cirith Gorgor – Sovereign (Hammerheart Records 2019)
1. Funeral march for modern man
2. Hellbound
3. Sovereign
4. Luciferian deathsquad
5. Deathcult
6. Legio luporum
7. Dominion
8. Manifestation of evil
9. Blood and iron

Nordjevel – Necrogenesis

Het heeft de voorbije jaren serieus gerommeld in het Nordjevel-kamp. Van de stichtende leden is drie jaar na het gelijknamige debuut enkel zanger Doedsadmiral (Doedsvangr, Enepsigos, Svartelder) nog van de partij, weliswaar bijgestaan door oudgediend bassist DezeptiCunt (ex-Ragnarok). Marduk-drummer Fredrik Widigs (of ex-Marduk drummer: hoe zit dat nu eigenlijk?) gaf zijn drumstokken door aan dat ander snelheidsmonster Nils “Dominator” Fjellström (o.a. ex-Dark Funeral, The Wretched End en Odium) en op gitaar treffen we Destructhor (Myrkskog, Odium, ex-Morbid Angel, ex-Zyklon) aan, ook niet de minste natuurlijk. Met zulke line-up verwacht je van je sokken geblazen te worden en dat is wat op het nagelnieuwe “Necrogenesis” ook gebeurt. Althans wat agressie betreft, want dat blijkt duidelijk het stokpaardje te zijn van het Noors/Zweedse gezelschap. Op gebied van atmosfeer blijf ik echter serieus op mijn honger zitten en dat komt in de eerste plaats door de steriele generieke sound van “Necrogenesis” waardoor Nordjevel al haar eigenheid verliest en zo in het clubje van Dark Funeral, Setherial en Ragnarok-bands terecht komt ofte black metal-bands die ondanks hun extreem karakter voornamelijk als instapband in het genre gelden voor zij die nog niet veel moeite hebben gedaan om dieper in de ondergrond te graven. Er staan in de vorm van het melodieuze mid-tempo “Black lights of the void“, het van een coole videoclip voorziene “Amen whores“, het botten vermorzelende Immortaliaanse Apokalupsis eschation” en de epische acht minuten durende afsluiter “Panzerengel” heus wel enkele interessante nummers op “Necrogenesis” hoor. Tevens werd er meer dynamiek ingebouwd vergeleken met het debuut door in de opener of “Nazarene necrophilia” een black ’n roll vibe in te bouwen en deze veteranen kunnen natuurlijk een heus potje spelen, maar er blijft aan het einde van de rit verdomd weinig plakken van deze zevenenveertig minuten durende plaat. Jammer!

JOKKE: 75/100

Nordjevel – Necrogenesis (Osmose Productions 2019)
1. Sunset glow
2. Devilry
3. The idea of one-ness
4. Black lights from the void
5. Amen whores
6. The fevered lands
7. Nazarene necrophilia
8. Apokalupsis eschation
9. Panzerengel

Valkyrja – Throne ablaze

Op Metal Archives staat een vernietigende review te lezen van “The antagonist’s fire“, de derde plaat van Valkyrja, waarin de Zweedse band als een goedkope karikatuur van Watain wordt afgeschilderd en de songs als B-kantjes van diens “Sworn to the dark“-album afgedaan worden. Ik kan me in deze kritiek wel enigszins vinden maar Valkyrja als ‘goedkoop’ of ‘karikatuur’ bestempelen, gaat mij toch een paar bruggen te ver. Dat de Zweedse band goed naar genre- en streekgenoten Watain heeft geluisterd, valt niet te ontkennen en in dat opzicht is volgend statement van de band dan ook quatsch: As part of Valkyrja’s philosophy of ridding themselves from limitations, no specific genre was ever chosen since it would only serve to establish a framework of useless expectation. The artistic output created under the flag of Valkyrja defies all earthly shackles, including those of commercial categorization. Valkyrja speelt immers overduidelijk Zweedse black met invloeden van Watain en Marduk (inspecteer maar eens enkele riffs in “Opposer of light“), zonder buiten de lijntjes van het genre te kleuren. Daar waar Erik en co echter meer catchy te werk gaan, zijn de nummers van Valkyrja toch net iets moeilijker te doorgronden maar ze zitten wel vernuftig in mekaar. Enkel met “Crowned serpent” lijkt voor een meer toegankelijke, meezingbare en korte albumopener vol wervelende arpeggio’s gekozen te zijn. Ondanks voortdurend gerommel in de line-up heeft bandbrein Simon Wizén – die by the way nog geen dertig jaar oud is – zich sinds de oprichting van Valkyrja in 2004 steeds met uitstekende muzikanten weten omringen waardoor er op de strakke uitvoering van diens Zweedse melo-black al vier langspelers lang niets aan te merken valt. Na de plotse verdwijning van zanger RSDX (die echter nooit op plaat te horen was) heeft hij nu ook de vocalen voor zijn rekening genomen en die moeten absoluut niet onderdoen voor die van Andreas Lind die op de vorige albums te horen was. Simon klinkt een tikkeltje heser, maar hij kwijt zich heel goed van zijn nieuwe taak. Een ander pluspunt is het mooie soleerwerk en de knappe gitaarharmonieën die we o.a. in “Tombs into flesh” en “Paradise Lost” te horen krijgen. En hoewel de band grossiert in snelheidsduivels blijft het kwartet ook stevig overeind staan in mid-tempo songs als “Halo of lies”, dat een knappe flow kent, en “Transcendental death” waarin ook naar hogere snelheden geschakeld wordt. En zelfs in de negen minuten durende titeltrack met prachtige slotmelodieën blijven we geboeid luisteren. Collega Cas haalde recent vernietigend uit naar het plagiaat van Groza aangaande haar grote voorbeeld Mgła. Hoewel bij Valkyrja de Watain-invloeden er eveneens vingerdik bovenop liggen, beleef ik echter meer luisterplezier aan Valkyrja dan aan de laatste twee Watain-albums. Bovendien blijft Valkyrja consistent hoge kwaliteit afleveren. Liefhebbers van snel Zweeds spul genre Watain, Marduk, Setherial of Dark Funeral kunnen blind tot de aanschaf overgaan. Ben je op zoek naar een meer eigenzinnige of originele sound, dan laat je “Throne ablaze” maar aan de kant liggen.

JOKKE: 86/100

Valkyrja – Throne ablaze (World Terror Committee 2018)
1. In ruins I set my throne
2. Crowned serpent
3. Opposer of light
4. Tombs into flesh
5. Halo of lies
6. Transcendental death
7. Paradise lost
8. Throne ablaze

 

 

Kriegsmaschine – Apocalypticists

Als een donderslag bij heldere hemel worden we getrakteerd op de derde langspeler van het Poolse Kriegsmaschine, de andere band van Mikołaj Żentara en Maciej Kowalski (ofte Darkside) die er ook het geniale Mgła op nahouden. In afwachting van een nieuwe plaat van die laatste kunnen we ons alvast verkneukelen op “Apocalypticists” die er vier jaar na voorganger “Enemy of man” komt. Vanaf opener “Residual blight” hoor je eigenlijk meteen dat het duo ook in Mgła actief is en dan vooral door het sublieme drumspel van Darkside. Ik ken weinig black metal-drummers die zo’n schwung aan een song kunnen geven. Bijna nergens drumt de Pool rechtlijnig; ik vind dat er zelfs een zekere tribal-sfeer doorheen zijn percussie waait. Je zou bij momenten bijna je dansschoenen aantrekken om je tussen de Latino’s of Afrikanen op de dansvloer te begeven…en je ronduit belachelijk te maken. Door zijn moderne, inventieve insteek is Darkside voor een groot deel verantwoordelijk voor de sound van Kriegsmaschine en eerlijk gezegd vind ik de bandnaam ondertussen niet meer echt passend en misschien zelfs te beperkend voor de muzikale klanken van de heren. Je verwacht eerder rechtlijnig geram genre pantserdivisie Marduk en de industriële vibes die het oudere werk van Kriegsmaschine kenmerkten behoren ondertussen ook tot de verleden tijd. Maar laten we natuurlijk ook het heerlijke gitaarspel van M. niet onvermeld laten. De trage, hypnotiserende riffs brengen je zoals in “Lost in liminal” bijna in trance, een gevoel dat versterkt wordt door de drums die pirouettes rond de melodieën draaien. De cleane gezangen die in de titeltrack opduiken, creëren zelfs een beeld van indianenstammen die een bezwerende en onheilspellende dans rond een kampvuur uitvoeren. Ook in het meer dan elf minuten durende en met samples ingekleurde “The other death” eisen de drums met hun pulserend ritme alle aandacht op en stuwen ze de song naar een post-metal-achtige finale inclusief wijd uitwaaierende gitaarmelodie. Als afsluiter nog even meegeven dat de prozaïsche teksten van M. het apocalyptisch gevoel van de muziek perfect verwoorden: “…The body wrecked. The mind shattered. The soul destroyed. Ripe for apocalypse. And everything that constituted yourself, all the things you’ve done and those you could have. The joyous memories, the warmth and the calm. The silly thought that one day a change would come. The naive adolescence, off track with its dreams, but in the end – harmless and innocent. The anecdotes, and digressions and pauses. Those moments of bliss atop the green hills. The illusion of belief, justification and truth. All those things you’ve learned for later, for another life. And every word that could be spoken, every thought that could be born and all that could have been is now no more. Per plaat lijkt de agressie af te nemen, maar het apocalyptisch gevoel dat de muziek uitademt blijft groeien. Kriegsmaschine leidt ons met “Apocalypticists” dan ook al smalend lachend de ondergang tegemoet.

JOKKE: 88/100

Kriegsmaschine – Apocalypticists (No Solace 2018)
1. Residual blight
2. The pallid scourge
3. Lost in liminal
4. Apocalypticists
5. The other death
6. On the essence of transformation

Gevurah – Sulphur soul

Sulphur souls“, is dat geen nummer van Marduk’s “Opus nocturne” hoor ik u denken? Inderdaad, het blijkt één van de lievelingsplaten van het Canadese duo Gevurah te zijn, maar is tevens ook een titel die de lading van hun nagelnieuwe EP perfect dekt. Zwavel is het element dat de ziel van een leeg naar een sterk schijnend iets doet transformeren. Conceptueel gezien behandelt de EP de vier elementen van de geest: “aarde” vertegenwoordigd door lood, “water” door kwik, “vuur” door zwavel en “lucht” door goud of zout. De plaat beschrijft onze spirituele reis die start met de dood van het ego en eindigt met de wedergeboorte als gezuiverde entiteiten met een herenigde geest en wil, losgekoppeld van de materiële wereld die onze hedendaagse samenleving is. “Sulfur soul” bevat vier nummers die de vier fasen van het alchemistische proces vertegenwoordigen en klokt af op een halfuur. Benieuwd of het uit Quebec afkomstige duo het venijn van debuut EP “Necheshirion” terug kan evenaren want hun eerste langspeler “Hallelujah” stelde twee jaar geleden lichtjes teleur? De religieuze black met Zweedse insteek die in opener “The putrid stench of rotting flesh” aangesneden wordt, snijdt menig teder communiezieltje in elk geval in fijne plakjes. De zoals steeds zwaar dreunende basgitaar maakt het geluid van het duo extra zwaar en heavy, maar in het mid-tempo nummer “Across the primordial sea” is er ook iets meer ruimte voor melodie. Op “Mark of Lucifer” gaat Gevurah voluit en horen we een gedreven band die vol overgave musiceert en de teksten gemeend uitspuwt wat mijn hart enkele slagen doet overslagen. Het meer dan tien minuten durende “Black sun Thaumiel” kent een lange instrumentale aanloop waarop percussie en begeesterend riffwerk elkaar versterken en een occulte atmosfeer creëren totdat de hel losbarst en de vonken in het rond vliegen. Later keren de percussie en rituele elementen nogmaals terug waardoor de afsluiter met voorsprong dé song is waarop agressie en atmosfeer hand in hand gaan en die uitmondt in een melodieuze finale. In het oude werk gaven liturgische gezangen of mystieke ambient extra gewicht aan het spirituele aura van Gevurah, maar voor deze elementen is er geen plaats op “Sulphur soul“. Niet dat we dat erg vinden, want de Canadezen hebben hun langspeler weten overklassen met deze sterke EP.

JOKKE: 83/100

Gevurah – Sulphur soul (Profound Lore 2018)
1. The putrid stench of rotting flesh
2. Across the primordial sea
3. Mark of Lucifer
4. Black sun Thaumiel

Ultha – The inextricable wandering

Na een mooi underground-parcours te hebben afgelegd via Vendetta Records, is het grote Century Media de nieuwe thuisbasis geworden van Ultha, zowat dé beste band die de black metal-scene van onze oosterburen te bieden heeft. “Black” is in dit geval echter een groot woord (dixit de band zelf) want hoewel het kwartet puurt uit de duisternis van het genre gaat het echter niet de religieuze, occulte of orthodoxe tour op. En qua sound vindt Ultha zichzelf dichter aanleunen bij post-punk en darkwave dan bij een Darkthrone of Marduk. De nieuwe derde langspeler “The inextricable wandering” draait om melancholie, alomtegenwoordige droefheid en hopeloosheid. Gitarist/zanger en songschrijver Ralph Schmidt bevond zich tijdens het schrijfproces van de plaat dan ook in de zes zwaarste maanden van zijn leven. Als promopraatje voor een metalplaat is een gekwelde ziel natuurlijk altijd mooi meegenomen, maar wie de beste man kent, weet dat dit welgemeende ernst is. Ook angst vormt een rode draad doorheen de plaat. Elk van de zes nummers handelt over een angstpatroon en de gevolgen die Ralph daarvan ondervond. De zesenzestig minuten durende rit is als het ware een dagboek geworden van de algemene angsten die de muzikant voelde en alle rotzooi die hij de afgelopen maanden heeft doorgemaakt. “The inextricable wandering” gebruikt herhaling en repetitieve elementen als grootste kracht en het resultaat klinkt in de magistrale achttien minuten durende afsluiter “I’m afraid to follow you there” hypnotiserend, emotioneel beklijvend en introspectief. In de overrompelende partijen van binnenkomer “The avarist (Eyes of a tragedy)” klinkt het viertal dan weer roofzuchtig en bijtend agressief. In de donkere spleten van Ultha’s sound, waar insecten thuishouden en nachtmerries zich manifesteren, horen we echo’s van Emperor, Wolves In The Throne Room, Fields Of The Nephilim en Neurosis. De darkwave waarover we het eerder hadden, komt duidelijk naar voor in songs als “There is no love, high up in the gallows” en “We only speak in darkness” dat ook wel wat recente Tombs uitademt. Standaard black metal-elementen zoals blast beats, gure riffs en ijzige screams komen er in deze nummers niet aan te pas; duisternis en desolaatheid des te meer. Ook in de riffs van “Cyanide lips” snappen we het statement van de band aangaande post-punk en horen we best wel wat Planks terug, de oude band van Ralph. Ultha heeft zich met “The inextricable wandering” opnieuw overtroffen en verkent duidelijk nieuwe paden ten opzichte van de reeds geweldige voorganger “Converging sins“, hier kunnen we alleen maar respect voor hebben. Misschien dat sommigen echter wel teleurgesteld gaan zijn daar er iets minder échte black metal-stukken te horen zijn, hoewel deze puristen met het keizerlijke “With knives to the throat and hell in your heart“, waarin triomfantelijke keys heel wat speelruimte krijgen, toch serieus aan hun zwartgeblakerde trekken zullen komen. Het onvolprezen Ultha levert opnieuw jaarlijstmateriaal af!

JOKKE: 90/100

Ultha – The inextricable wandering (Century Media 2018)
1. The avarist (Eyes of a tragedy)
2. With knives to the throat and hell in your heart
3. There is no love, high up in the gallows
4. Cyanide lips
5. We only speak in darkness
6. I’m afraid to follow you there