marduk

Valkyrja – Throne ablaze

Op Metal Archives staat een vernietigende review te lezen van “The antagonist’s fire“, de derde plaat van Valkyrja, waarin de Zweedse band als een goedkope karikatuur van Watain wordt afgeschilderd en de songs als B-kantjes van diens “Sworn to the dark“-album afgedaan worden. Ik kan me in deze kritiek wel enigszins vinden maar Valkyrja als ‘goedkoop’ of ‘karikatuur’ bestempelen, gaat mij toch een paar bruggen te ver. Dat de Zweedse band goed naar genre- en streekgenoten Watain heeft geluisterd, valt niet te ontkennen en in dat opzicht is volgend statement van de band dan ook quatsch: As part of Valkyrja’s philosophy of ridding themselves from limitations, no specific genre was ever chosen since it would only serve to establish a framework of useless expectation. The artistic output created under the flag of Valkyrja defies all earthly shackles, including those of commercial categorization. Valkyrja speelt immers overduidelijk Zweedse black met invloeden van Watain en Marduk (inspecteer maar eens enkele riffs in “Opposer of light“), zonder buiten de lijntjes van het genre te kleuren. Daar waar Erik en co echter meer catchy te werk gaan, zijn de nummers van Valkyrja toch net iets moeilijker te doorgronden maar ze zitten wel vernuftig in mekaar. Enkel met “Crowned serpent” lijkt voor een meer toegankelijke, meezingbare en korte albumopener vol wervelende arpeggio’s gekozen te zijn. Ondanks voortdurend gerommel in de line-up heeft bandbrein Simon Wizén – die by the way nog geen dertig jaar oud is – zich sinds de oprichting van Valkyrja in 2004 steeds met uitstekende muzikanten weten omringen waardoor er op de strakke uitvoering van diens Zweedse melo-black al vier langspelers lang niets aan te merken valt. Na de plotse verdwijning van zanger RSDX (die echter nooit op plaat te horen was) heeft hij nu ook de vocalen voor zijn rekening genomen en die moeten absoluut niet onderdoen voor die van Andreas Lind die op de vorige albums te horen was. Simon klinkt een tikkeltje heser, maar hij kwijt zich heel goed van zijn nieuwe taak. Een ander pluspunt is het mooie soleerwerk en de knappe gitaarharmonieën die we o.a. in “Tombs into flesh” en “Paradise Lost” te horen krijgen. En hoewel de band grossiert in snelheidsduivels blijft het kwartet ook stevig overeind staan in mid-tempo songs als “Halo of lies”, dat een knappe flow kent, en “Transcendental death” waarin ook naar hogere snelheden geschakeld wordt. En zelfs in de negen minuten durende titeltrack met prachtige slotmelodieën blijven we geboeid luisteren. Collega Cas haalde recent vernietigend uit naar het plagiaat van Groza aangaande haar grote voorbeeld Mgła. Hoewel bij Valkyrja de Watain-invloeden er eveneens vingerdik bovenop liggen, beleef ik echter meer luisterplezier aan Valkyrja dan aan de laatste twee Watain-albums. Bovendien blijft Valkyrja consistent hoge kwaliteit afleveren. Liefhebbers van snel Zweeds spul genre Watain, Marduk, Setherial of Dark Funeral kunnen blind tot de aanschaf overgaan. Ben je op zoek naar een meer eigenzinnige of originele sound, dan laat je “Throne ablaze” maar aan de kant liggen.

JOKKE: 86/100

Valkyrja – Throne ablaze (World Terror Committee 2018)
1. In ruins I set my throne
2. Crowned serpent
3. Opposer of light
4. Tombs into flesh
5. Halo of lies
6. Transcendental death
7. Paradise lost
8. Throne ablaze

 

 

Kriegsmaschine – Apocalypticists

Als een donderslag bij heldere hemel worden we getrakteerd op de derde langspeler van het Poolse Kriegsmaschine, de andere band van Mikołaj Żentara en Maciej Kowalski (ofte Darkside) die er ook het geniale Mgła op nahouden. In afwachting van een nieuwe plaat van die laatste kunnen we ons alvast verkneukelen op “Apocalypticists” die er vier jaar na voorganger “Enemy of man” komt. Vanaf opener “Residual blight” hoor je eigenlijk meteen dat het duo ook in Mgła actief is en dan vooral door het sublieme drumspel van Darkside. Ik ken weinig black metal-drummers die zo’n schwung aan een song kunnen geven. Bijna nergens drumt de Pool rechtlijnig; ik vind dat er zelfs een zekere tribal-sfeer doorheen zijn percussie waait. Je zou bij momenten bijna je dansschoenen aantrekken om je tussen de Latino’s of Afrikanen op de dansvloer te begeven…en je ronduit belachelijk te maken. Door zijn moderne, inventieve insteek is Darkside voor een groot deel verantwoordelijk voor de sound van Kriegsmaschine en eerlijk gezegd vind ik de bandnaam ondertussen niet meer echt passend en misschien zelfs te beperkend voor de muzikale klanken van de heren. Je verwacht eerder rechtlijnig geram genre pantserdivisie Marduk en de industriële vibes die het oudere werk van Kriegsmaschine kenmerkten behoren ondertussen ook tot de verleden tijd. Maar laten we natuurlijk ook het heerlijke gitaarspel van M. niet onvermeld laten. De trage, hypnotiserende riffs brengen je zoals in “Lost in liminal” bijna in trance, een gevoel dat versterkt wordt door de drums die pirouettes rond de melodieën draaien. De cleane gezangen die in de titeltrack opduiken, creëren zelfs een beeld van indianenstammen die een bezwerende en onheilspellende dans rond een kampvuur uitvoeren. Ook in het meer dan elf minuten durende en met samples ingekleurde “The other death” eisen de drums met hun pulserend ritme alle aandacht op en stuwen ze de song naar een post-metal-achtige finale inclusief wijd uitwaaierende gitaarmelodie. Als afsluiter nog even meegeven dat de prozaïsche teksten van M. het apocalyptisch gevoel van de muziek perfect verwoorden: “…The body wrecked. The mind shattered. The soul destroyed. Ripe for apocalypse. And everything that constituted yourself, all the things you’ve done and those you could have. The joyous memories, the warmth and the calm. The silly thought that one day a change would come. The naive adolescence, off track with its dreams, but in the end – harmless and innocent. The anecdotes, and digressions and pauses. Those moments of bliss atop the green hills. The illusion of belief, justification and truth. All those things you’ve learned for later, for another life. And every word that could be spoken, every thought that could be born and all that could have been is now no more. Per plaat lijkt de agressie af te nemen, maar het apocalyptisch gevoel dat de muziek uitademt blijft groeien. Kriegsmaschine leidt ons met “Apocalypticists” dan ook al smalend lachend de ondergang tegemoet.

JOKKE: 88/100

Kriegsmaschine – Apocalypticists (No Solace 2018)
1. Residual blight
2. The pallid scourge
3. Lost in liminal
4. Apocalypticists
5. The other death
6. On the essence of transformation

Gevurah – Sulphur soul

Sulphur souls“, is dat geen nummer van Marduk’s “Opus nocturne” hoor ik u denken? Inderdaad, het blijkt één van de lievelingsplaten van het Canadese duo Gevurah te zijn, maar is tevens ook een titel die de lading van hun nagelnieuwe EP perfect dekt. Zwavel is het element dat de ziel van een leeg naar een sterk schijnend iets doet transformeren. Conceptueel gezien behandelt de EP de vier elementen van de geest: “aarde” vertegenwoordigd door lood, “water” door kwik, “vuur” door zwavel en “lucht” door goud of zout. De plaat beschrijft onze spirituele reis die start met de dood van het ego en eindigt met de wedergeboorte als gezuiverde entiteiten met een herenigde geest en wil, losgekoppeld van de materiële wereld die onze hedendaagse samenleving is. “Sulfur soul” bevat vier nummers die de vier fasen van het alchemistische proces vertegenwoordigen en klokt af op een halfuur. Benieuwd of het uit Quebec afkomstige duo het venijn van debuut EP “Necheshirion” terug kan evenaren want hun eerste langspeler “Hallelujah” stelde twee jaar geleden lichtjes teleur? De religieuze black met Zweedse insteek die in opener “The putrid stench of rotting flesh” aangesneden wordt, snijdt menig teder communiezieltje in elk geval in fijne plakjes. De zoals steeds zwaar dreunende basgitaar maakt het geluid van het duo extra zwaar en heavy, maar in het mid-tempo nummer “Across the primordial sea” is er ook iets meer ruimte voor melodie. Op “Mark of Lucifer” gaat Gevurah voluit en horen we een gedreven band die vol overgave musiceert en de teksten gemeend uitspuwt wat mijn hart enkele slagen doet overslagen. Het meer dan tien minuten durende “Black sun Thaumiel” kent een lange instrumentale aanloop waarop percussie en begeesterend riffwerk elkaar versterken en een occulte atmosfeer creëren totdat de hel losbarst en de vonken in het rond vliegen. Later keren de percussie en rituele elementen nogmaals terug waardoor de afsluiter met voorsprong dé song is waarop agressie en atmosfeer hand in hand gaan en die uitmondt in een melodieuze finale. In het oude werk gaven liturgische gezangen of mystieke ambient extra gewicht aan het spirituele aura van Gevurah, maar voor deze elementen is er geen plaats op “Sulphur soul“. Niet dat we dat erg vinden, want de Canadezen hebben hun langspeler weten overklassen met deze sterke EP.

JOKKE: 83/100

Gevurah – Sulphur soul (Profound Lore 2018)
1. The putrid stench of rotting flesh
2. Across the primordial sea
3. Mark of Lucifer
4. Black sun Thaumiel

Ultha – The inextricable wandering

Na een mooi underground-parcours te hebben afgelegd via Vendetta Records, is het grote Century Media de nieuwe thuisbasis geworden van Ultha, zowat dé beste band die de black metal-scene van onze oosterburen te bieden heeft. “Black” is in dit geval echter een groot woord (dixit de band zelf) want hoewel het kwartet puurt uit de duisternis van het genre gaat het echter niet de religieuze, occulte of orthodoxe tour op. En qua sound vindt Ultha zichzelf dichter aanleunen bij post-punk en darkwave dan bij een Darkthrone of Marduk. De nieuwe derde langspeler “The inextricable wandering” draait om melancholie, alomtegenwoordige droefheid en hopeloosheid. Gitarist/zanger en songschrijver Ralph Schmidt bevond zich tijdens het schrijfproces van de plaat dan ook in de zes zwaarste maanden van zijn leven. Als promopraatje voor een metalplaat is een gekwelde ziel natuurlijk altijd mooi meegenomen, maar wie de beste man kent, weet dat dit welgemeende ernst is. Ook angst vormt een rode draad doorheen de plaat. Elk van de zes nummers handelt over een angstpatroon en de gevolgen die Ralph daarvan ondervond. De zesenzestig minuten durende rit is als het ware een dagboek geworden van de algemene angsten die de muzikant voelde en alle rotzooi die hij de afgelopen maanden heeft doorgemaakt. “The inextricable wandering” gebruikt herhaling en repetitieve elementen als grootste kracht en het resultaat klinkt in de magistrale achttien minuten durende afsluiter “I’m afraid to follow you there” hypnotiserend, emotioneel beklijvend en introspectief. In de overrompelende partijen van binnenkomer “The avarist (Eyes of a tragedy)” klinkt het viertal dan weer roofzuchtig en bijtend agressief. In de donkere spleten van Ultha’s sound, waar insecten thuishouden en nachtmerries zich manifesteren, horen we echo’s van Emperor, Wolves In The Throne Room, Fields Of The Nephilim en Neurosis. De darkwave waarover we het eerder hadden, komt duidelijk naar voor in songs als “There is no love, high up in the gallows” en “We only speak in darkness” dat ook wel wat recente Tombs uitademt. Standaard black metal-elementen zoals blast beats, gure riffs en ijzige screams komen er in deze nummers niet aan te pas; duisternis en desolaatheid des te meer. Ook in de riffs van “Cyanide lips” snappen we het statement van de band aangaande post-punk en horen we best wel wat Planks terug, de oude band van Ralph. Ultha heeft zich met “The inextricable wandering” opnieuw overtroffen en verkent duidelijk nieuwe paden ten opzichte van de reeds geweldige voorganger “Converging sins“, hier kunnen we alleen maar respect voor hebben. Misschien dat sommigen echter wel teleurgesteld gaan zijn daar er iets minder échte black metal-stukken te horen zijn, hoewel deze puristen met het keizerlijke “With knives to the throat and hell in your heart“, waarin triomfantelijke keys heel wat speelruimte krijgen, toch serieus aan hun zwartgeblakerde trekken zullen komen. Het onvolprezen Ultha levert opnieuw jaarlijstmateriaal af!

JOKKE: 90/100

Ultha – The inextricable wandering (Century Media 2018)
1. The avarist (Eyes of a tragedy)
2. With knives to the throat and hell in your heart
3. There is no love, high up in the gallows
4. Cyanide lips
5. We only speak in darkness
6. I’m afraid to follow you there

Funeral Mist – Hekatomb

Eerder dit jaar kregen we een nieuw album van Marduk voor de kiezen – eentje dat mij persoonlijk niet in de minste mate kon bekoren. Onverwacht kondigde het toonaangevende Norma Envangelium Diaboli in dezelfde periode dan zonder veel boe of ba “Hekatomb” aan. Naast het non-stop touren met Marduk moet frontman Mortuus (hier onder het pseudoniem Arioch) ergens de tijd hebben gevonden om negen jaar na het gerevereerde “Maranatha” een nieuw hoofdstuk te breien aan de discografie van Funeral Mist, waarmee hij middels het uit 2003 afkomstige “Salvation” mee aan de wieg stond van de orthodoxe black metal. Hype en enthousiasme alom! “Hekatomb” is voorzien van oersaai artwork – foto’s van een bos zijn achterhaald en bovendien al beter uitgevoerd (en dan denk ik bijvoorbeeld aan het artwork van de laatste Cosmic Church). Gelukkig is de muziek die de Zweed maakt dat niet. Zo brengt Funeral Mist ons naar goede gewoonte opnieuw een album dat tot de nok toe vol zit met blastbeats en waarop zelden gas wordt teruggenomen. Echter is er iets meer ruimte gelaten voor wat geëxperimenteer, iets wat hem niet altijd even goed afgaat. Zo lijken de eerste riffs van opener “In nomine domini” niet in het plaatje te passen. Het is eigenlijk pas met “Cockatrice” dat we een nummer te horen krijgen dat waarlijk fantastisch is en dat me meteen zin doet krijgen om de rest van de discografie terug op repeat te zetten. Ook al is de Burzum-esque ambient passage in het midden van de song misschien wat overbodig, toch weet Arioch hier enkele meesterlijke, melodische riffs uit zijn mouw te schudden. “Metamorphosis” teert dan iets verder op trage tot mid-tempo Marduk nummers, en voorziet met epische achtergrondzang een eerste relatief rustpunt op het album, dat misschien iets te eentonig aandoet. Nadien wordt het gaspedaal weer volledig ingedrukt: Marduk-oudgediende Lars Broddesson neemt trouwens de rol van vellenmepper op zich en doet dit met verve. Wat ook vanaf de eerste noot opvalt is dat Ariochs zang veel veelzijdiger en dynamischer is dan de nogal ééndimensionale kreten die hij op Marduks “Viktoria” slaakt – de man is de kunst nog niet verleerd, ondanks dat de Marduk-telg het tegendeel deed vermoeden. Zoals gewoonlijk bij Funeral Mist zit ook de productie terug snor, waarbij vooral de zeer heldere gitaarsound opvalt. Met “Hekatomb” levert Funeral Mist opnieuw (en zoals verwacht) een zeer degelijk werk af, waarbij helaas nog enkele losse eindjes te bespeuren vallen. De razernij, blasfemie en muzikale variatie zijn nog steeds aanwezig. Echter kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er meer uit dit album kon worden gehaald. Alles doet wat gestroomlijnder aan dan op eerder materiaal het geval was, alsof wat op veilig wordt gespeeld. Overtuigen doet Funeral Mist zeker, maar “Hekatomb” haalt helaas het torenhoge niveau van “Salvation” en “Maranatha” niet, en ondanks enkele fantastische songs lijkt het feit dat vaak luidkeels wordt geroepen dat dit één van de beste black metal albums ooit zou zijn me toch ferm overdreven. Nuja, met elk album opnieuw een baanbrekend werk uitbrengen is sowieso al een moeilijke opgave, niet?

CAS: 83/100

Funeral Mist – Hekatomb (Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. In nomine domini
2. Naught but death
3. Shedding skin
4. Cockatrice
5. Metamorphosis
6. Within the without
8. Hosanna
9. Pallor Mortis

RDS-220 – Hell is truth seen too late III & IIII

Enkele maanden na de overrompelende release van delen I en II slaan de heren John M. en Siegried H. met delen III en IIII van hun “Hell is truth seen too late” reeks genadeloos hard terug. Het concept is ongewijzigd gebleven: met andere woorden zijn het opnieuw twee tapes vol ziedende black metal met één song op elk kant en telkens een andere gastzanger per tape. Op de eerste cassette verzorgt Paulo Rui van de Portugese grindcore band Besta de vocalen en op deel IIII horen we de Fransman Dehn Sora van Throane en Treha Sektori. Hoewel beide heren niet echt een black metal-achtergrond hebben, leveren ze een voortreffelijke prestatie. “Numbers delight” klinkt razend en woest zoals we ondertussen van de band gewend zijn en de geprogrammeerde drums ratelen als een bezetene. In vergelijking met delen I en II is de helse bak lawaai op deel III met iets meer industrial en machinale invloeden doorspekt (“Lost god“). Het acht minuten durende “Onction” bevat tussen al het grof geschut door ook mid-tempo riffs, enkele futuristisch aandoende effectjes en een melodieuze gitaarsolo die voor een welgekomen afwisseling blijven zorgen want eenmaal de band op dreef is, hakken de militaristisch aandoende staccato-drums er genadeloos hard op in. Ook “Des bris dans une prisme” heeft naast al het geweld meer oog voor melodie waardoor deel IIII duidelijk het meest melodieuze is. Maar laat u niet misleiden want eens de laatste tonen uitgestorven zijn, worden de helrode striemen die de geselende riffs hebben nagelaten duidelijk zichtbaar in onze ziel. Liefhebbers van razendsnelle black à la Marduk of Mysticum of andere industrial-black metal bands moeten dit zeker eens een kans geven. Maar wees snel, want er zijn opnieuw slechts 50 stuks beschikbaar.

JOKKE: 82/100

RDS-220 – Hell is truth seen too late III & IIII (Svart Blod Records 2018)
Tape 3 – Chapter III
A – Numbers delight
B – Lost god
Tape 4 – Chapter IIII
A – Onction
B – Des bris dans une prisme

Marduk – Viktoria

Marduk is ongetwijfeld de hardst werkende en daardoor ook wel één van de meest populaire black metal bands – die ook daadwerkelijk nog black metal speelt – op onze aardkloot. De pantserdivisie is voortdurend de hort op om hun muziek op alle continenten – behalve Antarctica dan – te verspreiden en brengt de teller met “Viktoria” ondertussen al op langspeler nummer veertien (!). De Zweden zijn bovendien nog maar twee jaar verwijderd van een iconische dertigjarige carrière en dat zonder ook maar één hiatus. Persoonlijk is de band rond spilfiguur Morgan Håkansson één van mijn all time favorites; op plaat dan toch, want live ben ik van mening dat een tweede gitarist nog altijd van pas komt en dat ze hun ouder werk op het oorspronkelijke tempo moeten spelen in plaats van alles twee keer zo snel af te haspelen, wat ten koste gaat van de sfeer van de nummers. Maar we gaan het hier natuurlijk over “Viktoria” hebben, een plaat die qua thematiek in het verlengde ligt van het fantastische “Frontschwein” en dus weer talrijke oorlogstopics behandelt. In navolging van het recente Antifa-gedoe, maakt Morgan alvast het volgende statement: “Overall, I would say we have a fascination with the whole war machine. At least from my point of view, the Germans had the most fascinating machinery and equipment. Viktoria is not a standpoint, however. It’s just a reflection of history, the way it happened. With that in mind, it’s more interesting to write a soundtrack tied to specific historical events. Look at movies, for example. They’ve tackled both sides of World War II. So, Viktoria is more about history. Nothing more. Nothing less.” Op de thematiek na zijn er echter wel de nodige verschillen te merken ten opzichte van de voorganger. Ten eerste is er het simpele a-typische cover artwork. De zwart-witafbeelding van de soldaat op de hoes is van de hand van frontman Daniel “Mortuus” Rostén en is geïnspireerd op de propagandaposters van de “Reichspropagandaleitung” en de “Office of War Information“. Love it or hate it. Ten tweede is het gitaarwerk meer basic en gestript, vooral in de tragere nummers want hoewel de plaat slechts op een luttele 33 minuten afklokt, is “Viktoria” ondanks haar militaristische invalshoek geen “Panzer division Marduk” part II geworden en is het dus geen continu rammen en blazen dat de klok slaat. Alleen valt er geen enkel trager nummer te bespeuren dat kan toegevoegd worden aan hun geweldige mid-tempo back catalogue met krakers als “Accuser/Opposer“, “Imago mortis“, “Materialized in stone“, “Wolves“, “Temple of decay“, “Coram satanae” “Funeral dawn” en dan vergeet ik er nog wel een paar. Daarvoor zijn de riffs van “Tiger I” en “Silent night” nu eenmaal té simpel en niet spannend en uitdagend genoeg. Gelukkig zijn er natuurlijk ook nog de rampestampers waarvoor Marduk het meest gekend staat. Zo zijn “Equestrian bloodlust” met haar hoge, aan “Opus nocturne” refererende tom-fills en het pompende, naar het gitaarwerk van “Serpent sermons” teruggrijpende “The devil’s song” gelukkig enkele positieve uitschieters. En de titeltrack is met haar traag atmosferisch en bass-driven middenstuk een geslaagd experiment. Ten derde is er de productie (opnieuw zat bassist Devo achter de knoppen in zijn Endarker Studio) die, ondanks de old-school organische sound en analoge drums, iets te dun en open klinkt, maar het is vooral frontbeest Mortuus die voor zijn doen nog nooit zo vlak en eendimensionaal heeft geklonken. En het vocaal toonladder-fratske dat hij in “June 44” ten berde brengt, ergert me elke luisterbeurt mateloos. Voor de rest valt op die song echter weinig aan te merken. In de laatste song van de plaat bewijst hij gelukkig toch nog even waartoe hij met zijn verwrongen stembanden in staat is. Bij gebrek aan andere You-Tube video’s, post ik hieronder het korte, niemendalletjes “Werwolf” dat “Viktoria” opent. Het niveau ligt op de rest van de plaat gelukkig hoger, maar toch had hier veel meer ingezeten. Vergeleken met het vervaarlijke en beestachtige “Frontschwein” is “Viktoria” spijtig genoeg maar een mak lammetje. Victorie is te hoog gegrepen deze keer.

JOKKE: 75/100

Marduk – Viktoria (Century Media Records 2018)
1. Werwolf
2. June 44
3. Equestrian bloodlust
4. Tiger I
5. Narva
6. The last fallen
7. Viktoria
8. The devil’s song
9. Silent night