mgla

Kriegsmaschine – Apocalypticists

Als een donderslag bij heldere hemel worden we getrakteerd op de derde langspeler van het Poolse Kriegsmaschine, de andere band van Mikołaj Żentara en Maciej Kowalski (ofte Darkside) die er ook het geniale Mgła op nahouden. In afwachting van een nieuwe plaat van die laatste kunnen we ons alvast verkneukelen op “Apocalypticists” die er vier jaar na voorganger “Enemy of man” komt. Vanaf opener “Residual blight” hoor je eigenlijk meteen dat het duo ook in Mgła actief is en dan vooral door het sublieme drumspel van Darkside. Ik ken weinig black metal-drummers die zo’n schwung aan een song kunnen geven. Bijna nergens drumt de Pool rechtlijnig; ik vind dat er zelfs een zekere tribal-sfeer doorheen zijn percussie waait. Je zou bij momenten bijna je dansschoenen aantrekken om je tussen de Latino’s of Afrikanen op de dansvloer te begeven…en je ronduit belachelijk te maken. Door zijn moderne, inventieve insteek is Darkside voor een groot deel verantwoordelijk voor de sound van Kriegsmaschine en eerlijk gezegd vind ik de bandnaam ondertussen niet meer echt passend en misschien zelfs te beperkend voor de muzikale klanken van de heren. Je verwacht eerder rechtlijnig geram genre pantserdivisie Marduk en de industriële vibes die het oudere werk van Kriegsmaschine kenmerkten behoren ondertussen ook tot de verleden tijd. Maar laten we natuurlijk ook het heerlijke gitaarspel van M. niet onvermeld laten. De trage, hypnotiserende riffs brengen je zoals in “Lost in liminal” bijna in trance, een gevoel dat versterkt wordt door de drums die pirouettes rond de melodieën draaien. De cleane gezangen die in de titeltrack opduiken, creëren zelfs een beeld van indianenstammen die een bezwerende en onheilspellende dans rond een kampvuur uitvoeren. Ook in het meer dan elf minuten durende en met samples ingekleurde “The other death” eisen de drums met hun pulserend ritme alle aandacht op en stuwen ze de song naar een post-metal-achtige finale inclusief wijd uitwaaierende gitaarmelodie. Als afsluiter nog even meegeven dat de prozaïsche teksten van M. het apocalyptisch gevoel van de muziek perfect verwoorden: “…The body wrecked. The mind shattered. The soul destroyed. Ripe for apocalypse. And everything that constituted yourself, all the things you’ve done and those you could have. The joyous memories, the warmth and the calm. The silly thought that one day a change would come. The naive adolescence, off track with its dreams, but in the end – harmless and innocent. The anecdotes, and digressions and pauses. Those moments of bliss atop the green hills. The illusion of belief, justification and truth. All those things you’ve learned for later, for another life. And every word that could be spoken, every thought that could be born and all that could have been is now no more. Per plaat lijkt de agressie af te nemen, maar het apocalyptisch gevoel dat de muziek uitademt blijft groeien. Kriegsmaschine leidt ons met “Apocalypticists” dan ook al smalend lachend de ondergang tegemoet.

JOKKE: 88/100

Kriegsmaschine – Apocalypticists (No Solace 2018)
1. Residual blight
2. The pallid scourge
3. Lost in liminal
4. Apocalypticists
5. The other death
6. On the essence of transformation

Groza – Unified in void

Groza. Meer dan dat woord heb ik hoogstwaarschijnlijk niet nodig om de geest van menig lezer met een vleug nostalgie en affectie te laten terugblikken op de eerste echte langspeler van Mgła. Echter zou een review van dat album nogal laattijdig zijn, dus dissecteren we hier het debuut van de gelijknamige Duitse band. Met “Unified in void” stappen de heren helaas mee in de trend om een release van minder dan een half uur toch een full length te noemen, maar zo’n schoonheidsfoutje kunnen we door de vingers zien. Op naar de muziek dus! Vol goede moed werd de startknop ingedrukt, en vanaf de eerste noot valt op dat niet enkel de bandnaam van de Poolse meesters werd overgenomen. Letterlijk alles aan dit werk schreeuwt Mgła en Groza doet geen enkele moeite dit te verbergen. De anonieme (hoe kan het ook anders?) drummer doet erg zijn best de karakteristieke ride-patronen van Darkside na te apen maar slaagt er maar half in, en ook het twin-gitaarspel waarmee de Polen naam hebben gemaakt is terug te vinden. Het gaat zelfs zo ver dat in “Thanatos” een riff te bespeuren valt die bijna letterlijk copy-paste is van “Exercises in futility I”. Het punt waarop de Duitsers dan toch enige vorm van originele insteek in hun muziek proberen te steken zijn de vocals, die vaak afglijden richting diepere grunts – maar hier komt de naam Uada dan weer bovendrijven. Ook de productie met sterke focus op de basgitaar horen we terug bij de laatstgenoemden, en dan heb ik het nog niet over de wel erg gelijkaardige bandfoto’s gehad. Wat het plaatje echter helemaal compleet maakt is dat het artwork een bijna exacte kopie is van “Hekatomb”, het laatste uitbraaksel van Funeral Mist: dezelfde cirkel bomen, met exact dezelfde plaatsing van het logo. Uiteraard dient na deze tirade de bemerking gemaakt te worden dat elke band de mosterd en inspiratie wel van ergens haalt, maar in dit geval gaat het niet meer om inspiratie maar om knip- en plakwerk. Hoewel Jokke lovend was over Uada’s “Cult of a dying sun” vond ik dat album al een ongeïnspireerde Mgła- en Dissectionkloon, maar Groza tart de verbeelding en brengt de overtreffende trap van schaamteloos pikken uit. Waarom een vrij gewaardeerd label als Art of Propaganda Records deze band heeft getekend blijft me een raadsel. Heb ik dan helemaal niets positief te zeggen over “Unified in void”, hoor ik u vragen? Jawel: deze band gaan zodanig schaamteloos met het concept ‘artistieke integriteit’ om waardoor ze hopelijk, waarschijnlijk, even snel terug van de aardbol zullen verdwijnen als dat ze ten tonele zijn gekomen. Ze zouden moeten beschaamd zijn.

CAS: 5/100

Groza – Unified in void (Art Of Propaganda Records 2018)
1. Unified In Void
2. Ouroboros
3. Amongst the Worms
4. Unworthy
5. Thanatos

Uada – Cult of a dying sun

Het kan verkeren. Na jarenlang aan te modderen met het middelmatige Ceremonial Castings, besluit Jake Superchi er in 2014 het bijltje bij neer te gooien en Uada op te richten. Vanuit het niets katapulteerde deze nieuwe act zich met debuut “Devoid of light“, en diens gemakkelijke verteerbare melodieuze black gecombineerd met een van het Poolse Mgła gepikt imago, naar een internationaal publiek. De hamvraag is natuurlijk of dit een lucky shot was of dat Uada een blijvertje is. Daar waar “Devoid of light” met een dik halfuur speeltijd eerder een teaser was, krijgen we nu met “Cult of a dying sun” en haar vijfenvijftig minuten een bovengemiddeld lange plaat voorgeschoteld waarop Uada kan bewijzen geen eendagsvlieg te zijn. Het nieuwe werk borduurt alvast lekker verder op de voorganger en dan meer specifiek op diens geweldige afsluiter “Black autumn, white spring“. We krijgen met andere woorden goed in het gehoor liggende meloblack met epische toets te horen waarbij Dissection meermaals als referentie opduikt (check die tweede single “Snakes & vultures“), maar ook de meer traditionele invloed van een Judas Priest is hoorbaar, ondermeer in de titeltrack die verder ook wel héél erg hard aan Mgła doet denken. Jake perst een gevarieerd scala aan vocalen (rauw, hees, woest, hoge screams, grunts) uit zijn stembanden waarbij hij meermaals aan een huilende wolf doet denken. Wanneer zijn stem de diepte in gaat, ligt het timbre me wel minder. Halverwege de plaat vormt “The wanderer” een instrumentaal rustpunt waarin akoestische gitaren en rituele gezangen de sfeermakers zijn. Nadien volgen nog drie lange epische nummers waarbij vooral “Sphere (Imprisonment)” er bovenuit springt omdat de gitaartandem Jake Superchi/James Sloan zich hier kan uitleven in mooie solo’s en melodieuze gitaarharmonieën. De baspartijen van nieuwkomer Edward Halpin eisen hun plaats in de mix op en qua sound, die iets properder en transparanter is vergeleken met de voorganger, ligt enkel de makke en platte snaredrum mij minder goed. Wel châpeau voor drummer Brent Boutte die slechts kortelings voor de opnames de band vervoegde om de aan de kant gezette Trevor Matthews (Pillorian) te vervangen. Ondertussen heeft Brent Uada echter ook verlaten en treffen we Josiah Babcock (evenals Halpin ook actief in Sjukdom) op de drumkruk aan. Benieuwd hoe lang deze line-up het gaat volhouden tijdens de lange weg richting stardom? Criticasters zullen het anonieme imago van de band – ook ik heb het ondertussen wel gehad met de nageaapte zwarte-kap-over-het-hoofd presentatie van menig black metal band – perfect weten te rijmen met een gebrek aan eigen identiteit, maar wat Jake en zijn kornuiten laten horen doen ze wel goed (en professioneel). En ze krijgen extra punten voor het artwork, opnieuw van de hand van onze landgenoot Kris Verwimp, en vormgeving van de platen die piekfijn tot in de kleinste details uitgewerkt zijn. Benieuwd of het derde en laatste deel van de trilogie ook via het sympathieke Eisenwald zal uitkomen of dat de band in tussentijd door een groot label zal ingelijfd worden. Uada heeft immers alles in huis om het te maken, maar ik vrees dat de band de komende jaren wel verder richting mainstream festival-black zal opschuiven. Moest dit pessimistisch scenario zich voordoen hebben we natuurlijk wel nog twee uitstekende platen om op terug te vallen.

JOKKE: 84/100

Uada – Cult of a dying sun (Eisenwald 2018)
1. The purging fire
2. Snakes & vultures
3. Cult of a dying sun
4. The wanderer
5. Blood sand ash
6. Sphere (Imprisonment)
7. Mirrors

Nahtrunar – Mysterium tremendum

Voor velen leek 2015 het jaar van Mgła te zijn, dat toen het gevierde “Exercises in futility” uitbracht. Echter hoorden we dat jaar nog albums die ervoor zorgden dat het haar in onze nek overeind stond vanaf de eerste noot. Één daarvan was “Symbolismus”, van de hand van een onbekende, maar verre van onbeminde Oostenrijker. Het album kwam uit het niets maar blies vriend en vijand omver met ijskoude black metal die eigenlijk enkel uit het Noorwegen van de jaren negentig afkomstig kon zijn. Nahtrunar was echter niet enkel in staat om de traditie in ere te houden, maar ook om de luisteraar een staaltje enorm meeslepend gitaarwerk voor te schotelen waarin je werd meegezogen en waarbij de vocals je meteen terug katapulteerden naar the good old days. Na  opvolger “Existenz” komt nu uit het niets “Mysterium tremendum” op ons afgevuurd, naar goede gewoonte zonder promotie en met een simpele upload op Bandcamp. Alvorens we naar de laatste worp overgaan dient gezegd te worden dat Nahtrunar met “Existenz” wat aan het gekende “second album syndrome” leed: een tweede langspeler amper een jaar na de eerste uitbrengen zorgt er wel vaker voor dat de kwaliteit van een minder niveau is. Benieuwd dus wat “Mysterium tremendums” ons biedt: een album dat niet de meest originele titel kreeg toegekend (denk maar aan het oeuvre van bands als Fides Inversa en Medico Peste). Nahtrunar biedt ons exact dezelfde formule als waarmee de band begon: no-nonsense black metal met meeslepende, vaak repetitieve riffs, waarbij de nummers traditioneel gescheiden worden door akoestische passages. IJskoud, doch ingenieus gitaarspel wordt steeds begeleid door drumwerk dat niet steeds origineel, maar telkens doeltreffend en precies is. Qua geluid blijft de beste man teren op wat hij met “Symbolismus” uitbracht. Nahtrunar blijft trouw aan de basisprincipes die deze stijl van black metal in acht moet nemen: een zuivere maar ongelikte productie gecombineerd met melodieuze tremolo picked riffs en een vorm van primitivisme waar elke ninteties-liefhebber zijn vingers bij af zou moeten likken. Maar… Er is steeds een maar, en in dit geval ligt die helaas voor de hand: Nahtrunar lijdt niet enkel aan een second, maar ook aan een third album syndrome. Misschien werd “Mysterium tremendum” te snel geschreven of wie weet zit het feit dat dit album niet meer door Altare Productions wordt uitgebracht er voor iets tussen. Nahtrunar brengt een album dat geen centimeter afwijkt van de gekende formule, maar weet amper nog sfeer te creëren. In vergelijking met het magistrale “Symbolismus” klinken de riffs minder creatief, en lijkt het volledige album wat geforceerd aan te doen. Nahtrunar zegent ons opnieuw met een degelijke prestatie, zoals het dat steeds heeft gedaan, maar mijn focus blijft vastgespijkerd op het debuut dat elke collectie waardig is en telkens opnieuw een magische sfeer weet te scheppen, zonder aan beide opvolgers nog veel aandacht te besteden.

CAS: 78/100

Nahtrunar – Mysterium tremendans (independent, 2018)
1. Mysterium tremendum
2. Dar Verstummen der götter
3. Instrumental I
4. Hagalaz, das kalte kreuz
5. Wilder flug
6. Instrumental II
7. Im flehen aschener zungen

Over The Voids – Over the voids…

In het black metal wereldje lopen meer nostalgische figuren rond die een ode willen brengen aan de gloriedagen van jaren negentig black metal dan dat er visionairs tussen zitten. Zo ook de Pool Michał Stępień, beter bekend als The Fall van Medico Peste en vroeger actief in Mord’A’Stigmata, die zijn liefde voor de ijskoude duisternis van Darkthrone’s “Transylvanian hunger” en de dromerige landschappen van Ulver’s “Bergtatt” als aanleiding zag voor het oprichten van zijn nieuwe geesteskindje Over The Voids. De catchy melodieën van de twin gitaren staan centraal in de vier lange songs die op zijn solodebuut prijken en creëren een melancholische mood naar vervlogen tijden. Serene cleane vocalen en akoestische gitaren geven extra cachet aan de traditionele en grimmige black, die echter klinkt als een klok. Geen stofzuiger- of keldersound hier! Door de transparante, moderne maar niet té afgestofte productie van M (Mgła) horen we dat The Fall goed overweg kan met (bas)gitaren en drums en ook als zanger staat hij best zijn mannetje. Hoewel Michał meestal screams uit zijn strot perst, hanteert hij ook sporadisch een cleane zangstem zoals in “Never again will they hunger“, een song die gaat over het positief omarmen van de eigen sterfelijkheid. In “Ghosts lay eggs” schudt de Pool de ene na de andere ijskoude tremolo-riff uit zijn mouw en perst hij een hoog tempo uit zijn drumkit. Subtiele invloeden van Mgła vinden hun weg naar zijn riffs, wat kan verklaard worden doordat hij als live-bassist bij deze machtige band bijklust. Erg vinden we dat niet. Wat wel soms een valkuil vormt, is het té lang uitmelken van een bepaalde melodie of riff zoals in de dertien minuten durende opener “Battle of heaven“. Voor de rest valt op dit debuut niet veel aan te merken. Origineel klinkt het in de verste verte niet, maar ik vind “Over the voids…” toch erg genietbaar.

JOKKE: 78/100

Over The Voids – Over the voids… (Nordvis Produktion 2017)
1. Battle of heaven
2. Ghosts lay eggs
3. Prophet of the winter
4. Never again will they hunger

Antzaat – Een dystopische blik op de maatschappij

De laatste jaren doken er met Possession, Goat Torment, LVTHN en Absolutus tal van veelbelovende black metal bands uit de Belgische underground op. Een recente nieuwkomer is Antzaat die met haar eerste EP “Black hand of the father” meteen wist te overtuigen. De band staat aan de vooravond van een korte tour met het Poolse Blaze Of Perdition maar vond toch nog de tijd om ons te woord te staan. (JOKKE)

antzaat-ifp
(c) Djuna Keen

Heilgroet! Eerder dit jaar staken jullie plots de kop op. Met welk doel voor ogen werd Antzaat opgericht?
Antzaat is opgericht om de creatieve frustraties van de leden kwijt te kunnen en om de kleine Belgische black metal-scène aan te vullen.

Gitarist Ronarg kennen we van Ars Veneficium. Hebben de andere leden ook een verleden in andere bands?
Nihil speelt ook lead guitar bij Death Metal band Incult. Drummer Eenzaat en bassist Isaroth hebben een geschiedenis bij verschillende andere bands.

Wie zou vermoeden dat “Antzaat” één of andere mythische demoon is, slaat de bal compleet mis. Het betreft immers een oud vergeten Nederlands woord. Wat betekent het exact?
Antzaat is inderdaad een oud Nederlands woord. Als je een antzaat bent, ben je vijandig en haatdragend; dan ben je “tegen”. Wij hechten veel belang aan de lokale verankering, daarom hebben we gekozen voor een Oernederlandstalige naam.

Jullie hebben recent een eerste veelbelovende EP “The black hand of the father” uitgebracht. Wat bedoelen jullie met deze titel?
De meeste lyrics van de EP zijn gemaakt met een dystopische blik op de maatschappij. De zwarte hand van een duistere figuur bespeelt de massa als pionnen, zonder dat de pionnen het door hebben. Andere teksten zijn gebaseerd op occulte literatuur.

Toen ik de eerste promotievideo “Disciples of the Concrete Temple” zag, maakte ik meteen de bemerking dat het om de zoveelste band ging die qua visuele presentatie probeert te teren op de gehypte looks van het dezer dagen populaire Poolse Mgla; hoewel zij ook niet de eersten waren om zich door middel van hoodies en doeken anoniem voor te stellen. Snappen jullie deze kritiek en waarom is het anonieme zo belangrijk voor jullie? Het lijkt me natuurlijk ook een pak efficiënter om een kap over jullie hoofd te trekken dan de tronies telkens met corpsepaint te moeten besmeuren als jullie optreden.
Maskers, corpsepaint, zwarte kledij, leder, spikes, … Dit zijn allemaal typische kenmerken van metal die iedereen vrijuit kan gebruiken. Wij dragen hoodies en maskers omdat het perfect aansluit bij het muzikale concept. We zijn allemaal stukken van één geheel en proberen ons niet onherkenbaar te maken. Elk bandlid heeft zo zijn eigen symbool waarmee hij zich vereenzelvigt. Mensen hebben het recht om kritiek te uiten en wij hebben het recht om die te negeren.

antzaat-dotct
(c) Maaike Sanfrinnon

Jullie muziek leunt echter niet bij onze Poolse vrienden aan. Op de EP laten jullie vijf sterke black metal songs horen die eerder geïnspireerd zijn door Noorse black met pagan inslag à la Kampfar en Taake. Mijn collega Cas merkte echter ook sterke gelijkenissen op met het Finse Sargeist. Zo gaf hij aan dat de openingsriff van “Disciples of the concrete temple“ wel héél veel weg heeft van diens “Empire of suffering”. Wie beschouwen jullie zelf als jullie voornaamste inspiratiebronnen? 
Behexen, Satanic Warmaster, Darkthrone, Ulver en inderdaad Sargeist zijn enkele van onze inspiraties. Het kan inderdaad zijn dat “Disciples of the concrete temple” uw collega doet denken aan “Empire of suffering”, maar zeggen dat het er heel veel van weg heeft, vinden we wat overdreven.

Hoe groot is de uitdaging om origineel uit de hoek te komen voor een band als Antzaat?
Die is zeer groot, er zijn namelijk veel black metal bands die allemaal proberen origineel uit de hoek te komen. Veel dingen zijn immers al gedaan. Met “The black hand of the father” hebben we onze eerste stappen gezet. De toekomst zal uitwijzen waar deze ons gaan leiden.

Wat is voor jullie de waarde van een positieve of negatieve review? Houden jullie als jonge, nieuwe band rekening met kritiek (indien die onderbouwd is) of doen jullie stug jullie eigen ding?
Positieve reviews zijn altijd fijn om te hebben, maar wij zijn niet de mensen om compromissen te sluiten. Wanneer we kritiek tegenkomen die onderbouwd is én waar we ons in kunnen vinden, zullen we hier rekening mee houden.

Jullie zetten een krabbel onder een contract met het Belgische Immortal Frost Productions waar Ars Veneficium ook getekend is en diens zanger Surtur labeleigenaar is. Was het van meet af aan duidelijk dat jullie met hem in zee wilden gaan of was er ook interesse van andere labels?
Immortal Frost Productions was voor ons een logische keuze. We kennen Surtur en weten dat hij voldoende kennis heeft om ons vooruit te helpen. Verder maakt dit het ook gemakkelijk om combo-tours te doen met Ars Veneficium.

De samenwerking met Immortal Frost Productions lijkt in elk geval haar vruchten af te werken aangezien jullie weldra op een korte tournee vertrekken met Blaze Of Perdition en Ars Veneficium. Welke steden doen jullie allemaal aan?
Het plan was eerst om Nederland, België en Duitsland te doorkruisen, maar omdat de locatie in Nederland failliet is verklaard, zal het bij België en Duitsland blijven. De eerste dag stoppen we in café De Witte Non in Hasselt, voor ons bekend terrein. Zaterdag is het in Asgaard, Gent te doen en ten slotte rijden we door naar Löberschutz. Dit ligt halverwege Duitsland, dus ik verwacht weinig slaap.

Ik moet zeggen dat ik de productie van de EP erg geslaagd vind. Waar werd “The black hand of the father” vereeuwigd en hoe verliep het opnameproces?
Zelf zijn we ook tevreden. Ronarg begon met het schrijven van de muziek, die we dan oefenden en verder afwerkten. Toen we vijf nummers hadden, besloten we om een EP op te nemen. De drums werden opgenomen in Zwaneberg CC; de rest is home recording. Het volledige pakket werd vervolgens naar Owe Inborr van Wolfthrone Studios in Finland gestuurd. Met zijn ervaring in het genre, wisten we dat hij het er goed van zou afbrengen.

Zit er al nieuw Antzaat-materiaal in de koker en wanneer mogen we dit verwachten?
Er zijn momenteel nog geen plannen voor nieuwe opnames. Maar wees gerust, de tijd staat niet stil en nieuwe nummers zullen er komen.

Welke doelen staan er op jullie bucket list?
Tegenover doelen hebben we een redelijk nuchter standpunt. We hopen verder te kunnen gaan in de richting die we hebben ingeslagen en dat de mini-tour van dit weekend de eerste van vele is.

Het einde van het jaar staat weeral stilaan voor de deur. Met het zicht op de eindejaarslijstjes had ik graag enkele van jullie absolute toppers vernomen die dit jaar het levenslicht zagen. 
We zijn unaniem fan van de nieuwste release van onze tour-genoten Blaze of Perdition, genaamd “Conscious darkness“. Smaakvolle lange nummers met boeiende teksten.
Verder is ook de nieuwste van Der Weg einer Freiheit (“Finisterre“) het waard om vernoemd te worden. Blastbeats die geregeld worden afgewisseld met zachtere stukken.
Andere releases die ons kunnen bekoren zijn Azarath met “In extremis“, Night met “Raft of the world” en “Sanctimonious” van Attic.

Bedankt voor het interview en succes met de tour!

Antzaat – The black hand of the father

Plots was daar Antzaat, een nieuwe speler aan het Belgische black metal firmament. Op basis van de visuele presentatie van de band waren we eerst behoorlijk sceptisch want het leek wel de zoveelste Mgła-kloon te zijn waarbij de tronies van deze Vlaamse lookalikes achter zwarte kappen verscholen zitten. Vooroordelen maar even aan de kant geschoven om de eerste EP “The black hand of the father” een kans te geven. En dat valt allesbehalve tegen! Antzaat, met in haar gelederen een gitarist van Ars Veneficium, tapt echter uit een ander muzikaal vaatje dan de Polen. Gure Noorse second wave black metal met een pagan ondertoon is wat deze vijf nummers tellende EP ons laat horen. Kampfar en Taake schieten meteen door mijn hoofd wanneer ik de tweeëntwintig minuten durende grimmige en bevroren melodieuze black tot mij neem. Het pakkende en lekker rockende “Rite of the new dawn” is hier misschien wel het beste voorbeeld van. De blast-partijen en tremolo-riffs worden sterk uitgevoerd en de productie heeft een lekker groezelig randje behouden hoewel de melo-black energiek door de boxen knalt.  Er is misschien wat weinig afwisseling tussen de onderlinge songs maar het betreft dan ook nog maar het eerste wapenfeit van onze landgenoten. Immortal Frost Productions heeft groot gelijk dat ze deze rakkers hebben ingelijfd want hier gaan we nog van horen!

JOKKE: 80/100

Antzaat – The black hand of the father (Immortal Frost productions 2017)
1. Disciples of the concrete temple
2. Rite of the new dawn
3. Circle of leeches
4. Hierarchy of the battered
5. The black hand of the father