mgla

Worsen – Cursed to witness life

Worsen is terug begot. Vijf jaar geleden was ik ferm onder de indruk van diens “Blood” EP. In tussentijd verscheen nog een split met Whitewurm, maar nu is er eindelijk een eerste volwaardige langspeler. “Cursed to witness life” werd het beestje gedoopt, een titel met een sombere insteek. Rick Contes, de alleenheerser achter Worsen die verder ook actief is/was bij Ayr, Young And In The Way en Votnut, schreef en speelde de plaat op zijn eentje in en bewijst dat hij tot de top qua one man metal bands behoort. In de review van de EP kwam de band Mgła menigmaal ter sprake en ook nu is de invloed van deze Poolse heersers nog steeds hoorbaar aanwezig in de melodieuze maar tegelijkertijd agressieve USBM. Wanneer halfweg in opener “Open grave” Zweeds klinkende gitaarharmonieën opduiken, wordt ook een Dissection en Uada-connectie hoorbaar. “Aspirations rusted shut” heeft ook iets Zweeds over zich hangen, maar dan met meer focus op snelheid en vinnigheid. “Weakened world” laat het tempo zakken en is opnieuw heel schatplichtig aan de gemaskerde Polen, hoewel ook een Nachtmystium vanachter de hoek komt piepen. Keyboards zorgen voor extra pompeuze ondersteuning terwijl de catchy melodielijn zich in je gehoor nestelt en de riffs ook weer kortstondig Zweedse wateren verkennen. In “A blade in the dark” wordt het tempo terug opgeschroefd en vliegen de tremoloriffs om de oren, maar na twee minuten kiest Rick opnieuw voor een mid-tempo intermezzo met mooie gitaarlijnen, alvorens een versnelling hoger te schakelen voor de finale van het nummer. De sfeer die in “Cradled by the cold” wordt neergezet, klinkt somber en guur en bevat een heel coole riffsectie. Het titelnummer is dan weer triomfantelijker van insteek hoewel de boodschap niet zo optimistisch is. Ook hier maakt Rick gretig gebruik van keyboards als extra sfeerscheppende factor. Veel bands plaatsen hun meest epische nummer aan het einde van een plaat, zo ook Worsen. Het negen minuten durende “Haunting my mind” is de traagste song van het geheel, bevat het grootste aandeel keyboards en sleept zich gestaag naar een cathartische climax toe waarbij pakkende leads voor een zalvende toets zorgen. Over het algemeen beschouwd, is er op “Cursed to witness life” meer ruimte voor melodieuze harmonieën en verschoof de agressie wat meer naar de achtergrond, hoewel er toch ook nog de nodige in your face stukken te horen zijn. Rick nam alles zelf op en zorgde voor de mix terwijl de mastering in handen was van Jack Control (o.a. Darkthrone en Aura Noir). “Cursed to witness life” is het prototype van een moderne black metal-plaat met een uitstekende, maar niet overgeproduceerde sound en pakkende nummers waarbij gedurende veertig minuten geen enkel dipje te bespeuren valt. Liefhebbers van de aangehaalde referenties kunnen zonder blikken of blozen tot een aanschaf overgaan.

JOKKE: 86/100

Worsen – Cursed to witness life (The Hell Command 2019)
1. Open grave
2. Aspirations rusted shut
3. Weakened world
4. A blade in the dark
5. Cradled by the cold
6. Cursed to witness life
7. Haunting my mind

Deus Mortem – Kosmocide

Het pad van de Poolse black metal-scene werd de afgelopen twintig jaar in de eerste plaats geëffend door Behemoth. Meer recent was het Mgła die uit de dichte mist opdoemde en liet horen dat ook zij een hele resem bands kunnen inspireren op zowel muzikaal als visueel vlak. In de vorm van Deus Mortem biedt zich opnieuw een speler aan die het in zich heeft om tot de hoogste echelons van de Poolse scene door te dringen. We hebben uiteindelijk zo’n drie jaar moeten wachten op een nieuwe langspeler nadat in 2016 de geweldige EP “Demons of matter and the shells of the dead” verscheen waarop mijn persoonlijke Deus Mortem favoriet “Olam haBeriah” prijkte. Wat een heerlijke song is me dat toch! Maar nu is er dus het spiksplinternieuwe “Kosmocide“. Wanneer Deus Mortem in een nummer als “Sinister lava” gas terug neemt horen we nog steeds een duidelijke link naar hun reeds eerder vernoemde gemaskerde landgenoten (de plaat werd ook vereeuwigd in Mgła’s M’s No Solace Studios en samen vertrekken ze weldra ook op tour). De melodieën in het afsluitende “The destroyer” zijn dan weer schatplichtig aan Dissection. Wanneer de Polen echter van jetje geven – en dat is het grootste deel van deze 43 minuten het geval – infuseren ze hun black met een heuse portie thrash zoals ook een Watain dat regelmatig doet. Dat was op debuut “Emanations of the black light” reeds het geval en zal waarschijnlijk altijd zo blijven. De duidelijk hoorbare invloeden vinden we echter allesbehalve erg want de zeven nummers zijn opnieuw beresterk. Vergelijk het een beetje met een Whordeom Rife die ook niets nieuws onder de zon laten horen, maar hun sterke songs wel met voldoende overtuiging en klasse brengen. Deus Mortem bandleider Necrosodom en zijn mannen hechten veel belang aan details zoals zangkoortjes (“The soul of the worlds“, “The seeker“) of akoestische gitaren en hebben duidelijk hun tijd genomen om boeiende en pakkende songs te schrijven met heel wat interessante bruggetjes, catchy riffs en een duidelijk rol voor de lead gitarist. Dit alles culmineert in het epische “Ceremony of reversion part 2” waarin akoestische gitaren, een hoge heavy metal zanguithaal en proclamerende vocalen de revue passeren. Opnieuw klasse van deze Polen die agressiever uit de hoek komen dan op de meer melodieuze EP!

JOKKE: 90/100

Deus Mortem – Kosmocide (Terratur Possessions 2019)
1. Remorseless beast
2. The soul of the worlds
3. Sinister lava
4. Through the crown it departs
5. The seeker
6. Ceremony of reversion p.2
7. The destroyer

Kriegsmaschine – Apocalypticists

Als een donderslag bij heldere hemel worden we getrakteerd op de derde langspeler van het Poolse Kriegsmaschine, de andere band van Mikołaj Żentara en Maciej Kowalski (ofte Darkside) die er ook het geniale Mgła op nahouden. In afwachting van een nieuwe plaat van die laatste kunnen we ons alvast verkneukelen op “Apocalypticists” die er vier jaar na voorganger “Enemy of man” komt. Vanaf opener “Residual blight” hoor je eigenlijk meteen dat het duo ook in Mgła actief is en dan vooral door het sublieme drumspel van Darkside. Ik ken weinig black metal-drummers die zo’n schwung aan een song kunnen geven. Bijna nergens drumt de Pool rechtlijnig; ik vind dat er zelfs een zekere tribal-sfeer doorheen zijn percussie waait. Je zou bij momenten bijna je dansschoenen aantrekken om je tussen de Latino’s of Afrikanen op de dansvloer te begeven…en je ronduit belachelijk te maken. Door zijn moderne, inventieve insteek is Darkside voor een groot deel verantwoordelijk voor de sound van Kriegsmaschine en eerlijk gezegd vind ik de bandnaam ondertussen niet meer echt passend en misschien zelfs te beperkend voor de muzikale klanken van de heren. Je verwacht eerder rechtlijnig geram genre pantserdivisie Marduk en de industriële vibes die het oudere werk van Kriegsmaschine kenmerkten behoren ondertussen ook tot de verleden tijd. Maar laten we natuurlijk ook het heerlijke gitaarspel van M. niet onvermeld laten. De trage, hypnotiserende riffs brengen je zoals in “Lost in liminal” bijna in trance, een gevoel dat versterkt wordt door de drums die pirouettes rond de melodieën draaien. De cleane gezangen die in de titeltrack opduiken, creëren zelfs een beeld van indianenstammen die een bezwerende en onheilspellende dans rond een kampvuur uitvoeren. Ook in het meer dan elf minuten durende en met samples ingekleurde “The other death” eisen de drums met hun pulserend ritme alle aandacht op en stuwen ze de song naar een post-metal-achtige finale inclusief wijd uitwaaierende gitaarmelodie. Als afsluiter nog even meegeven dat de prozaïsche teksten van M. het apocalyptisch gevoel van de muziek perfect verwoorden: “…The body wrecked. The mind shattered. The soul destroyed. Ripe for apocalypse. And everything that constituted yourself, all the things you’ve done and those you could have. The joyous memories, the warmth and the calm. The silly thought that one day a change would come. The naive adolescence, off track with its dreams, but in the end – harmless and innocent. The anecdotes, and digressions and pauses. Those moments of bliss atop the green hills. The illusion of belief, justification and truth. All those things you’ve learned for later, for another life. And every word that could be spoken, every thought that could be born and all that could have been is now no more. Per plaat lijkt de agressie af te nemen, maar het apocalyptisch gevoel dat de muziek uitademt blijft groeien. Kriegsmaschine leidt ons met “Apocalypticists” dan ook al smalend lachend de ondergang tegemoet.

JOKKE: 88/100

Kriegsmaschine – Apocalypticists (No Solace 2018)
1. Residual blight
2. The pallid scourge
3. Lost in liminal
4. Apocalypticists
5. The other death
6. On the essence of transformation

Groza – Unified in void

Groza. Meer dan dat woord heb ik hoogstwaarschijnlijk niet nodig om de geest van menig lezer met een vleug nostalgie en affectie te laten terugblikken op de eerste echte langspeler van Mgła. Echter zou een review van dat album nogal laattijdig zijn, dus dissecteren we hier het debuut van de gelijknamige Duitse band. Met “Unified in void” stappen de heren helaas mee in de trend om een release van minder dan een half uur toch een full length te noemen, maar zo’n schoonheidsfoutje kunnen we door de vingers zien. Op naar de muziek dus! Vol goede moed werd de startknop ingedrukt, en vanaf de eerste noot valt op dat niet enkel de bandnaam van de Poolse meesters werd overgenomen. Letterlijk alles aan dit werk schreeuwt Mgła en Groza doet geen enkele moeite dit te verbergen. De anonieme (hoe kan het ook anders?) drummer doet erg zijn best de karakteristieke ride-patronen van Darkside na te apen maar slaagt er maar half in, en ook het twin-gitaarspel waarmee de Polen naam hebben gemaakt is terug te vinden. Het gaat zelfs zo ver dat in “Thanatos” een riff te bespeuren valt die bijna letterlijk copy-paste is van “Exercises in futility I”. Het punt waarop de Duitsers dan toch enige vorm van originele insteek in hun muziek proberen te steken zijn de vocals, die vaak afglijden richting diepere grunts – maar hier komt de naam Uada dan weer bovendrijven. Ook de productie met sterke focus op de basgitaar horen we terug bij de laatstgenoemden, en dan heb ik het nog niet over de wel erg gelijkaardige bandfoto’s gehad. Wat het plaatje echter helemaal compleet maakt is dat het artwork een bijna exacte kopie is van “Hekatomb”, het laatste uitbraaksel van Funeral Mist: dezelfde cirkel bomen, met exact dezelfde plaatsing van het logo. Uiteraard dient na deze tirade de bemerking gemaakt te worden dat elke band de mosterd en inspiratie wel van ergens haalt, maar in dit geval gaat het niet meer om inspiratie maar om knip- en plakwerk. Hoewel Jokke lovend was over Uada’s “Cult of a dying sun” vond ik dat album al een ongeïnspireerde Mgła- en Dissectionkloon, maar Groza tart de verbeelding en brengt de overtreffende trap van schaamteloos pikken uit. Waarom een vrij gewaardeerd label als Art of Propaganda Records deze band heeft getekend blijft me een raadsel. Heb ik dan helemaal niets positief te zeggen over “Unified in void”, hoor ik u vragen? Jawel: deze band gaan zodanig schaamteloos met het concept ‘artistieke integriteit’ om waardoor ze hopelijk, waarschijnlijk, even snel terug van de aardbol zullen verdwijnen als dat ze ten tonele zijn gekomen. Ze zouden moeten beschaamd zijn.

CAS: 5/100

Groza – Unified in void (Art Of Propaganda Records 2018)
1. Unified In Void
2. Ouroboros
3. Amongst the Worms
4. Unworthy
5. Thanatos

Uada – Cult of a dying sun

Het kan verkeren. Na jarenlang aan te modderen met het middelmatige Ceremonial Castings, besluit Jake Superchi er in 2014 het bijltje bij neer te gooien en Uada op te richten. Vanuit het niets katapulteerde deze nieuwe act zich met debuut “Devoid of light“, en diens gemakkelijke verteerbare melodieuze black gecombineerd met een van het Poolse Mgła gepikt imago, naar een internationaal publiek. De hamvraag is natuurlijk of dit een lucky shot was of dat Uada een blijvertje is. Daar waar “Devoid of light” met een dik halfuur speeltijd eerder een teaser was, krijgen we nu met “Cult of a dying sun” en haar vijfenvijftig minuten een bovengemiddeld lange plaat voorgeschoteld waarop Uada kan bewijzen geen eendagsvlieg te zijn. Het nieuwe werk borduurt alvast lekker verder op de voorganger en dan meer specifiek op diens geweldige afsluiter “Black autumn, white spring“. We krijgen met andere woorden goed in het gehoor liggende meloblack met epische toets te horen waarbij Dissection meermaals als referentie opduikt (check die tweede single “Snakes & vultures“), maar ook de meer traditionele invloed van een Judas Priest is hoorbaar, ondermeer in de titeltrack die verder ook wel héél erg hard aan Mgła doet denken. Jake perst een gevarieerd scala aan vocalen (rauw, hees, woest, hoge screams, grunts) uit zijn stembanden waarbij hij meermaals aan een huilende wolf doet denken. Wanneer zijn stem de diepte in gaat, ligt het timbre me wel minder. Halverwege de plaat vormt “The wanderer” een instrumentaal rustpunt waarin akoestische gitaren en rituele gezangen de sfeermakers zijn. Nadien volgen nog drie lange epische nummers waarbij vooral “Sphere (Imprisonment)” er bovenuit springt omdat de gitaartandem Jake Superchi/James Sloan zich hier kan uitleven in mooie solo’s en melodieuze gitaarharmonieën. De baspartijen van nieuwkomer Edward Halpin eisen hun plaats in de mix op en qua sound, die iets properder en transparanter is vergeleken met de voorganger, ligt enkel de makke en platte snaredrum mij minder goed. Wel châpeau voor drummer Brent Boutte die slechts kortelings voor de opnames de band vervoegde om de aan de kant gezette Trevor Matthews (Pillorian) te vervangen. Ondertussen heeft Brent Uada echter ook verlaten en treffen we Josiah Babcock (evenals Halpin ook actief in Sjukdom) op de drumkruk aan. Benieuwd hoe lang deze line-up het gaat volhouden tijdens de lange weg richting stardom? Criticasters zullen het anonieme imago van de band – ook ik heb het ondertussen wel gehad met de nageaapte zwarte-kap-over-het-hoofd presentatie van menig black metal band – perfect weten te rijmen met een gebrek aan eigen identiteit, maar wat Jake en zijn kornuiten laten horen doen ze wel goed (en professioneel). En ze krijgen extra punten voor het artwork, opnieuw van de hand van onze landgenoot Kris Verwimp, en vormgeving van de platen die piekfijn tot in de kleinste details uitgewerkt zijn. Benieuwd of het derde en laatste deel van de trilogie ook via het sympathieke Eisenwald zal uitkomen of dat de band in tussentijd door een groot label zal ingelijfd worden. Uada heeft immers alles in huis om het te maken, maar ik vrees dat de band de komende jaren wel verder richting mainstream festival-black zal opschuiven. Moest dit pessimistisch scenario zich voordoen hebben we natuurlijk wel nog twee uitstekende platen om op terug te vallen.

JOKKE: 84/100

Uada – Cult of a dying sun (Eisenwald 2018)
1. The purging fire
2. Snakes & vultures
3. Cult of a dying sun
4. The wanderer
5. Blood sand ash
6. Sphere (Imprisonment)
7. Mirrors

Nahtrunar – Mysterium tremendum

Voor velen leek 2015 het jaar van Mgła te zijn, dat toen het gevierde “Exercises in futility” uitbracht. Echter hoorden we dat jaar nog albums die ervoor zorgden dat het haar in onze nek overeind stond vanaf de eerste noot. Één daarvan was “Symbolismus”, van de hand van een onbekende, maar verre van onbeminde Oostenrijker. Het album kwam uit het niets maar blies vriend en vijand omver met ijskoude black metal die eigenlijk enkel uit het Noorwegen van de jaren negentig afkomstig kon zijn. Nahtrunar was echter niet enkel in staat om de traditie in ere te houden, maar ook om de luisteraar een staaltje enorm meeslepend gitaarwerk voor te schotelen waarin je werd meegezogen en waarbij de vocals je meteen terug katapulteerden naar the good old days. Na  opvolger “Existenz” komt nu uit het niets “Mysterium tremendum” op ons afgevuurd, naar goede gewoonte zonder promotie en met een simpele upload op Bandcamp. Alvorens we naar de laatste worp overgaan dient gezegd te worden dat Nahtrunar met “Existenz” wat aan het gekende “second album syndrome” leed: een tweede langspeler amper een jaar na de eerste uitbrengen zorgt er wel vaker voor dat de kwaliteit van een minder niveau is. Benieuwd dus wat “Mysterium tremendums” ons biedt: een album dat niet de meest originele titel kreeg toegekend (denk maar aan het oeuvre van bands als Fides Inversa en Medico Peste). Nahtrunar biedt ons exact dezelfde formule als waarmee de band begon: no-nonsense black metal met meeslepende, vaak repetitieve riffs, waarbij de nummers traditioneel gescheiden worden door akoestische passages. IJskoud, doch ingenieus gitaarspel wordt steeds begeleid door drumwerk dat niet steeds origineel, maar telkens doeltreffend en precies is. Qua geluid blijft de beste man teren op wat hij met “Symbolismus” uitbracht. Nahtrunar blijft trouw aan de basisprincipes die deze stijl van black metal in acht moet nemen: een zuivere maar ongelikte productie gecombineerd met melodieuze tremolo picked riffs en een vorm van primitivisme waar elke ninteties-liefhebber zijn vingers bij af zou moeten likken. Maar… Er is steeds een maar, en in dit geval ligt die helaas voor de hand: Nahtrunar lijdt niet enkel aan een second, maar ook aan een third album syndrome. Misschien werd “Mysterium tremendum” te snel geschreven of wie weet zit het feit dat dit album niet meer door Altare Productions wordt uitgebracht er voor iets tussen. Nahtrunar brengt een album dat geen centimeter afwijkt van de gekende formule, maar weet amper nog sfeer te creëren. In vergelijking met het magistrale “Symbolismus” klinken de riffs minder creatief, en lijkt het volledige album wat geforceerd aan te doen. Nahtrunar zegent ons opnieuw met een degelijke prestatie, zoals het dat steeds heeft gedaan, maar mijn focus blijft vastgespijkerd op het debuut dat elke collectie waardig is en telkens opnieuw een magische sfeer weet te scheppen, zonder aan beide opvolgers nog veel aandacht te besteden.

CAS: 78/100

Nahtrunar – Mysterium tremendans (independent, 2018)
1. Mysterium tremendum
2. Dar Verstummen der götter
3. Instrumental I
4. Hagalaz, das kalte kreuz
5. Wilder flug
6. Instrumental II
7. Im flehen aschener zungen

Over The Voids – Over the voids…

In het black metal wereldje lopen meer nostalgische figuren rond die een ode willen brengen aan de gloriedagen van jaren negentig black metal dan dat er visionairs tussen zitten. Zo ook de Pool Michał Stępień, beter bekend als The Fall van Medico Peste en vroeger actief in Mord’A’Stigmata, die zijn liefde voor de ijskoude duisternis van Darkthrone’s “Transylvanian hunger” en de dromerige landschappen van Ulver’s “Bergtatt” als aanleiding zag voor het oprichten van zijn nieuwe geesteskindje Over The Voids. De catchy melodieën van de twin gitaren staan centraal in de vier lange songs die op zijn solodebuut prijken en creëren een melancholische mood naar vervlogen tijden. Serene cleane vocalen en akoestische gitaren geven extra cachet aan de traditionele en grimmige black, die echter klinkt als een klok. Geen stofzuiger- of keldersound hier! Door de transparante, moderne maar niet té afgestofte productie van M (Mgła) horen we dat The Fall goed overweg kan met (bas)gitaren en drums en ook als zanger staat hij best zijn mannetje. Hoewel Michał meestal screams uit zijn strot perst, hanteert hij ook sporadisch een cleane zangstem zoals in “Never again will they hunger“, een song die gaat over het positief omarmen van de eigen sterfelijkheid. In “Ghosts lay eggs” schudt de Pool de ene na de andere ijskoude tremolo-riff uit zijn mouw en perst hij een hoog tempo uit zijn drumkit. Subtiele invloeden van Mgła vinden hun weg naar zijn riffs, wat kan verklaard worden doordat hij als live-bassist bij deze machtige band bijklust. Erg vinden we dat niet. Wat wel soms een valkuil vormt, is het té lang uitmelken van een bepaalde melodie of riff zoals in de dertien minuten durende opener “Battle of heaven“. Voor de rest valt op dit debuut niet veel aan te merken. Origineel klinkt het in de verste verte niet, maar ik vind “Over the voids…” toch erg genietbaar.

JOKKE: 78/100

Over The Voids – Over the voids… (Nordvis Produktion 2017)
1. Battle of heaven
2. Ghosts lay eggs
3. Prophet of the winter
4. Never again will they hunger