naglfar

Malakhim – II

In oktober 2017 schreven we zeer lovende woorden over de eerste demo van het Zweedse Malakhim. De EP die in die recensie aangekondigd werd is ondertussen en feit. Deze keer krijgen we één song meer voorgeschoteld dan op de demo en het geluid ligt natuurlijk in het verlengde ervan, namelijk Zweedse black met occulte invalshoek en een doodsmetalen randje. De no bullshit-attitude en spirituele rebellie komen gemeend over en de professionele uitvoering verraadt dat de bandleden al heel wat jaren op de teller hebben staan. Aan namedropping willen de band en het label niet te veel doen, zodat Malakhim zo veel mogelijk op zichzelf kan staan. Maar noteer toch maar even dat Naglfar’s Andreas Nilsson één van de twee snarenplukkers van dienst is. In de sound van de vier nummers horen we invloeden van zowel oude als moderne acts uit het genre doorsijpelen, zonder dat er één specifieke band kan aangewezen worden. Opener “In the rays of the new sun” heeft een majestueus randje terwijl er in “Triumphant spears” sneller van leer getrokken wordt. “He who devours” moet het hebben van de spanningsopbouw in de mid-tempo start van het nummer die de luisteraar geleidelijk aan op het puntje van zijn stoel doet zitten totdat de hel uiteindelijk losbarst. “Sworn to Satan’s fire” is de meest chaotische track van het viertal met in your face drumpartijen en snelle en intense, maar ook melodieuze riffs. Puntje van kritiek is dat zanger E zijn erg bevlogen semi-cleane uithalen, vergeleken met de demo, nu een pak minder in de strijd gooit. Maar zijn krijsende strot schuurt ook legger weg hoor, daar niet van. Malakhim levert opnieuw een erg gesmaakte EP af die door Karmazid van passend artwork voorzien werd maar toch de duimen moet leggen ten opzichte van de demo. En nu op naar die langspeler!

JOKKE: 83/100

Malakhim – II (Iron Bonehead Productions 2019)
1. In the rays of a new sun
2. Triumphant spears
3. He who devours
4. Sworn to Satan’s fire

Blodhemn – Mot ein evig ruin

Het zou me niet verbazen dat het Noorse Blodhemn de inspiratie voor de bandnaam vond bij het gelijknamige Enslaved album uit 1998. Vooral daar beide bands afkomstig zijn uit Bergen, niet alleen de natste stad van Europa (ik kan erover meespreken), maar ook één van de belangrijkste black metal-grootsteden als het aankomt op Noorse black metal. Invisus is het meesterbrein achter de band die in 2004 boven de doopvont werd gehouden en geeft in een studio-omgeving in zijn eentje gestalte aan Blodhemn. In een live-setting wordt de man bijgestaan door enkele sessiemuzikanten waarvan gitarist Xarim (Den Saakaldte, Djevelkult) de bekendste is. Op zich ligt het nagelnieuwe “Mot ein evig ruin” in het verlengde van “H7” uit 2014 die op haar beurt mooi verder borduurde op het in 2012 verschenen “Holmengraa“. Blodhemn groei met andere woorden per release gestaag door in het subsegment van melodieuze black want “Mot ein evig ruin” staat opnieuw bol van de tremolo picking riffs en Invisus heeft een goed oor voor catchy melodieën. Luister maar eens naar het acht minuten durende “Uante krefter i fra nord” dat niet had misstaan op Naglfar’s “Diabolical“-album. Bovendien zorgt een heuse lading thrashy riffs voor extra vinnigheid en vurigheid. De mannen van Aura Noir zouden zonder blozen tekenen voor een nummer als “Dra te’ helvete” waarin ook de obligate “ballen-tussen-het-portier-van-de-Porsche-schreeuw” passeert. In de progressieve gitaarpartijen die we halverwege “Døgenikt” horen, komt de latere Enslaved vanachter de hoek piepen, maar over ’t algemeen trekt Blodhemn wel een stuk harder van leer. Om blastbeat-moeheid echter tegen te gaan, wordt in het rockende, pompende en de nekspieren op de proef stellende “Østfront” en de galopperende hekkensluiter “Mot midnatt” wat gas teruggenomen. Blodhemn is niet de meest grimmige of rauwe speler in de Noorse black metal-scene en ook de vrij heldere mix (van de hand van Borknagar’s Øystein Brunn) zal adepten van groezelige black te week in de oren klinken. Wie zichzelf echter tot de doelgroep rekent die goed geschreven, degelijk uitgevoerde en vlot in het gehoor liggende thrashy melo-black kan waarderen, zal veel plezier beleven aan Blodhemn’s derde en beste album tot op heden.

JOKKE: 82/100

Blodhemn – Mot ein evig ruin (Soulseller Records 2019)
1. Ruin (Intro)
2. Det gjekk ein faen
3. Døgenikt
4. Østfront
5. Nordhavs speil
6. Uante krefter i fra nord
7. Dra te’ helvete
8. Mot midnatt

Morgal – Morgal

De laatste tijd lijkt de Finse black metal-scene weer springlevend te zijn, hoewel de meeste releases die ik gehoord heb niet boven de middenmoot uitsteken. Wat me wel kon bekoren is de nieuwe EP van Morgal, een vervaarlijk uitziend trio dat hels kabaal maakt waarin de spirit van jaren ’80 heavy metal en jaren ’90 black metal doorheen waait. Straf als je weet dat twee-derde van de line-up nog geen twintigers zijn en de band in 2014 opgericht werd. Deze EP is niet de eerste release van de Finnen, maar het voorgaande werk is zó gelimiteerd (debuut “Käärmesielu” kwam op slechts twintig exemplaren uit) dat de kans klein is dat iemand van jullie er iets van in huis heeft. Dat deze jonkies uit Finland komen, is trouwens niet zo duidelijk te horen want de sound neigt eerder naar die van buurland Zweden. Vooral een band als Naglfar kan als referentie dienen. Het zijn de melodieuze leads van gitarist Crusher die immers een Zweeds karakter geven aan de raggende old school herrie van Morgal en de hoge krijsende keelklanken van zanger/bassist Lord Warmoon lijken als twee druppels water op die van Jens Rydén, oud Naglfar zanger. Het tempo op deze EP ligt hoog zodat de vier nummers er in nog geen kwartier tijd worden doorgejaagd. Dat zal wel deels aan het jeugdig enthousiasme van de bandleden te wijten zijn, maar toch klinkt het geheel bij momenten wat té gejaagd en lijkt vooral drummer SS Exiler sneller te willen spelen dan hij eigenlijk kan (dat komt ervan als je zo nodig met een iets té gestrekte foute arm op de bandfoto wil). Deze kritiek terzijde is dit een explosief EP’tje van een band die nog wel wat moois in haar mars kan hebben.

JOKKE: 72/100

Morgal – Morgal (Werewolf Records/Hells Headbangers 2018)
1. Blood for Atazoth
2. Mistress of blood
3. The black goddess
4. Warcry of the vampire

Necrophobic – Mark of the necrogram

Het Zweedse Necrophobic heeft ondanks haar lange carrière (de band werd in 1989 opgericht!) altijd wat in de schaduw van grotere acts als Dissection, Dark Funeral en Watain gestaan. Om één of andere reden heb ik de band nooit op de voet gevolgd waardoor maar een paar platen me goed bekend zijn. Met het nagelnieuwe “Mark of the necrogram” presenteren drummer Joakim Sterner – die er reeds van in het begin bij is -,  de sinds 2016 teruggekeerde gitaartandem Sebastian Ramstedt en Johan Bergebäck, bassist Alex Friberg en zanger en oudgediende Anders Strokirk – die te horen was op het debuut “The nocturnal silence” – hun achtste langspeler die een schot in de roos is. Of de terugkeer van Anders er voor iets tussen zit, weet ik niet maar de nieuweling doet me erg denken aan de eerste twee (en voor mij meest bekende) platen ook al is de productie natuurlijk moderner (en voor sommigen waarschijnlijk té afgelikt). Het kwintet klinkt gedreven en laat de ene na de andere overtuigende song op de luisteraar los. De melodieuze gitaarriffs van de titelsong zetten de vlam meteen in de pan en doen op vocaal gebied ook denken aan Naglfar, hun landgenoten die in hetzelfde vaarwater opereren. De toegankelijkheid van het aanstekelijke, met overduidelijke Dissection harmonieën doorspekte “Tsar bomba” valt niet te ontkennen en bezit het nodige hitpotentieel om de band tot bij een breder publiek te brengen. Hierna volgen de nummers “Lamashtu” en “Sacrosanct” die er qua hitgevoeligheid bijna lijnrecht tegenover staan en meer black metal invloeden laten horen, hoewel melodieuze riffs en harmonieuze gitaarsolo’s ook hier alomtegenwoordig zijn. “Requiem for a dying sun” legt het meeste dynamiek aan de dag en klinkt mede daardoor epischer en dreigender. Het felle, uptempo “Crown of horns” is opnieuw erg schatplichtig aan Dissection of je dat nu erg vindt of niet. “From the great above to the great below” vat nog eens samen waar Necrophobic anno 2018 (en eigenlijk al heel haar carrière lang, zo leerde me het dieper uitpluizen van hun discografie) voor staat: melodieus/extreem metalgeweld van de bovenste Zweedse plank.

JOKKE: 85/100

Necrophobic – Mark of the necrogram (Century Media 2018)
1. Mark of the necrogram
2. Odium caecum
3. Tsar bomba
4. Lamashtu
5. Sacrosanct
6. Pesta
7. Requiem for a dying sun
8. Crown of horns
9. From the great above to the great below
10. Undergången

Malakhim – Demo I

Nog steeds verschijnt er maandelijks wel één of andere demo van een nieuwe veelbelovende band. In oktober viel die eer te beurt aan Malakhim, een gloednieuwe speler in de overbevolkte Zweedse black metal scene. De fysieke cassette was op één dag tijd uitverkocht, maar gelukkig brengt Iron Bonehead weldra ook de CD- en vinylrelease uit. De vijf vrienden die in 2015 in Umeå een duivelspact smeedden, verdienden hun sporen in tal van andere acts waarvan Andreas Nilsson met Naglfar en Ancient Wisdom ongetwijfeld voor de bekendste namen optekent. Het kwintet heeft een duidelijke duivelse visie wat zich ook middels de bandnaam manifesteert. “Malakhim” betekent immers zo veel als “engel” of “boodschapper” in het Judaïsme; een satanische wel te verstaan. Het eerste wat opvalt bij het beluisteren van de drie songs is de overweldigende sound. Dit is verre van demokwaliteit! Hulde dus aan Marcus Norman (Naglfar, Ancient Wisdom, Bewitched) die instond voor de productie en mastering in zijn Wolf’s Lair studio. De snelle Zweeds klinkende (hoe kan het ook anders) black metal knalt krachtig uit de boxen en geeft je een kwartier durend oplawaai tegen je voorgevel. Opener “A thousand burning worlds” bevat een Grieks aandoende twin lead gitaarpartij maar laat voor de rest toch voornamelijk een orthodoxe inslag horen. De vocalen van E. klinken erg sterk en de semi-cleane woorden die hij tussen zijn screams uitbraakt, doen denken aan een band als Dysangelium. De zwaar ronkende basgitaar, die duidelijk hoorbaar is in al het geweld, eist de laatste noten van deze sterke song op. “The mass of flesh” en “The golden shrines” liggen goed in het gehoor en klinken vertrouwd doordat er de nodige Dissection/Watain-worship te detecteren valt. De band klinkt op haar best wanneer ze de nodige atmosfeer toevoegt over de denderende blasts en dodelijke riffs. Malakhim laat geen verfrissende of vernieuwende dingen horen, maar weet wel de beste elementen uit Zweedse black metal en de orthodoxe stroming samen te voegen tot goed geschreven songs die vakkundig uitgevoerd worden. Een nieuwe EP zou al in de maak zijn. Jochei!

JOKKE: 85/100

Malakhim – Demo I (Iron Bonehead Productions 2017)
1. A thousand burning worlds
2. The mass of flesh
3. The golden shrines

Batushka – Litourgiya

Het einde van het jaar nadert met rasse schreden en net als ik denk alle topreleases nu wel gehoord te hebben, stuit ik op Batushka (niet te verwarren met onze landgenoten van Bathsheba), die met debuut “Litourgiya” misschien wel dé meest originele vorm van black metal uitbrengen die ik dit jaar gehoord heb. Het gebodene houdt immers het midden tussen wervelende, doch goed in het gehoor liggende, black metal en beklijvende doom en dit alles doorspekt met religieuze, orthodoxe Slavonische gezangen. Theatraliteit en grootse epiek druipen van de acht nummers af. Wanneer het gaspedaal ingedrukt wordt, valt niet te ontkennen dat er, naast het lagergestemde riffwerk, heel wat elementen van de Zweedse school in de black metal doorgesijpeld zijn: striemende tremolo-picking gitaarmelodieën à la Naglfar en naar Dark Funeral neigende demonische screams. Je zou het ze op basis van deze stijlelementen niet aangeven, maar we hebben hier wel degelijk met een Pools collectief te maken, waarvan de leden echter anoniem wensen te blijven. Volgens de geruchtenmolen gaat het om muzikanten van (erg) bekende bands, hoewel ik de helse screamende vocalen nochtans niet meteen aan een andere Poolse band kan linken. Door de moderne productie waarin alle elementen duidelijk hoorbaar zijn (hoor die basgitaar ronken!), knalt het plaatje erg krachtig uit de speakers, met enig minpuntje dat de bassdrums soms wat té getriggerd klinken. Wanneer de kaart van de catchy melodie getrokken wordt (nummerke drie of vijf) komt een band als Deafheaven of Ghost Bath vanachter de hoek piepen, maar laat dat de haters vooral niet afschrikken. De meerwaarde van deze band ligt namelijk in de manier waarin de extremen opgezocht worden door felle blastpartijen te laten contrasteren met atmosferische en ritualistische doom (nummerke vier) en vooral door de erg intrigerende en pakkende diepe basstem, die de rituele kloostergezangen produceert (Galisische samoilka zang voor de geïnteresseerden), te laten samensmelten met duivelskrijsen. Je lijkt wel enkele honderden jaren terug in de tijd gekatapulteerd te worden naar één of andere duistere, sacrale middeleeuwse bijeenkomst. Je hoort duidelijk dat hier volbloed muzikanten aan het werk zijn, want de nummers, die alle mooi rond de vijfminutengrens aftikken, zitten héél goed ineen (check bijvoorbeeld nummerke zeven). Voor sommigen zal hier misschien dan ook wel té veel over nagedacht zijn of verliest de band, in vergelijking met bijvoorbeeld een Cult Of Fire, wat van haar mystieke charme door de moderne productie. Mijn kop er echter op IS-wijze af als Batushka, na Svartidauði, Bölzer en Misþyrming niet “the next big thing” in de underground scene gaat worden. Ideale band om op een Nidrosian Black Mass te zetten, ware het niet dat het doek over dit festival gevallen is. Ik ben fan!

JOKKE: 90/100

Batushka – Litourgiya (Witching Hour Productions 2015)
1. Yekteniya 1
2. Yekteniya 2
3. Yekteniya 3
4. Yekteniya 4
5. Yekteniya 5
6. Yekteniya 6
7. Yekteniya 7
8. Yekteniya 8

Osculum Infame – Axis of blood

Osculum Infame zijn Fransen, maar niet van die vrolijke exemplaren zoals de lugubere hoes van “Axis of blood” laat uitschijnen. Operationeel sinds begin jaren negentig met een bescheiden underground hitje (“Dor-Nu-Fauglith”) uit 1997 op hun palmares. Een hiaat van acht jaar aan het begin van het nieuwe millennium maakt dat ze nu pas hun tweede volwaardige plaat ophoesten. Frontman en songschrijver D. Deviant hielt zich tijdens de winterslaap van Osculum Infame bezig met het welbekende Arkhon Infaustus, maar sinds deze band in de ijskast zit, werd eerstgenoemde terug vanonder de mottenballen gehaald. Medestrijders werden gerekruteerd bij menig andere Franse (al dan niet bekende) extreme metal acts. Daar waar het oude werk als grimmige en licht symfonische black metal omschreven kon worden, komt de band nu iets agressiever en directer uit de hoek, wat absoluut een goede zet is. Na het intro krijgen we met “Cognitive perdition of the insane” een eerste (weliswaar grotendeels mid-tempo) kopstoot uitgedeeld die ons wat doet denken aan het Zweedse Shining: zwartgalligheid met oog voor melodie en een zekere catchyness zonder cheesy over te komen. In “Kaoïst serpentis” wordt het gaspedaal ingedrukt en komen de Zweedse invloeden (think Naglfar of Thy Primordial) nog duidelijker naar voren om dan na zes minuten plots nog even onze nekspieren te beproeven en een pak te beginnen rocken. De vocale aanpak van de frontman klinkt gevarieerd: zijn scream is door de bocht genomen iets dieper dan de standaard black metal vocalen, en de eerder spoken word achtige passages in “Absolve me not!” werden serieus door de effectenbak gehaald. Centraal in de tracklist vinden we drie nummers terug die reeds op de EP “Consuming the metatron” uit 2012 prijkten, maar opnieuw werden opgenomen en een hoog Dark Funeral gehalte bevatten. De band speelt met tempo’s wat de dynamiek ten goede komt en heeft oog voor detail (subtiel klokkengeluid in de openingstrack, productionele effectjes en geweerschot in “My angel”, hoorngeschal en onweer in “Solemn faith“, doomy violen in “White void” waarvoor Ahès van de Keltische folk/black metalband Brann Barr optekende), maar is die feedback en dat versterkergepiep in verscheidene nummers nu echt nodig? Werkt serieus op mijn systeem! Buiten dit margegeneuzel klinkt Osculum Infame overtuigend, gemeend en weet ze, met wat ze in een klein uurtje ten gehore brengen, te overtuigen.

JOKKE: 80/100

Osculum infame – Axis of blood (Battlesk’rs Productions 2015)
1. ApokalupVI
2. Cognitive perdition of the insane
3. Kaoïst serpentis
4. My angel
5. Absolve me not!
6. Let there be darkness
7. Inner falling of the glory of god
8. White void
9. Asphyxiated light
10. I in the ocean of worms
11. Solemn faith