One Tail One Head

Ulvdalir – …Of death eternal

Het Russische Ulvdalir zette zich in 2008 op de internationale black metal-kaart door tegelijkertijd twee langspelers uit te brengen (“Flame once lost” en “Soul void“). Nadien volgde in 2011 nog de “Cold breath of apocalypse“-plaat die een grote progressie liet horen. Nadien bracht de band nog enkele EP’s, splits en een compilatie uit, maar op een nieuw volwaardig album was het acht jaar wachten. Die lange wachttijd heeft echter haar vruchten afgeworpen want met “…Of death eternal” starten de Russen het nieuwe jaar met glans. Nog even meegeven dat Ulvdalir samen met labelmakkers Khashm de “True Ingrian Black Metal Death inner circle” vormt, maar is twee bands niet wat zielig om van een inner circle te kunnen spreken? Soit, tussen de intro en outro prijken zes nieuwe nummers met een gemiddelde speelduur van zo’n zeven minuten die het orthodox black metal-label opgespeld kunnen krijgen (maar niet in occulte hocus pocus vervallen) en gelijkenissen vertonen met de Zweedse en Griekse school hoewel we ook die typische Russische hardvochtige insteek horen. “Awakening” is meteen een schoolvoorbeeld van hoe agressie en melodie hand in hand kunnen gaan. In “Black flame of will” geven rockgetinte riffs en de op-de-voorgrond-tredende basgitaar het nummer aan het einde een One Tail One Head-draai mee. In “Swords of Belial” gaat de voet aanvankelijk van het gaspedaal maar even later wordt ie toch weer ingedrukt zodat deze song een mooie dynamiek krijgt inclusief pakkende riffs en strak uitgevoerde drumpartijen. En opnieuw passeert halfweg zo’n heerlijk stuwend OTOH-stukje. Het mid-tempo “Birth of the beast” dient met haar slepend soleerwerk toch ook nog even onder de aandacht gebracht te worden en “Music of cold spheres” moet het hebben van haar scheurende solo’s en heavy metal-riffs. “Eternal angel of death eternal” vat met haar goed uitgevoerde dynamische mix van innemende melodieuze en venijnige black tenslotte nogmaals negen minuten lang samen waar Ulvdalir voor staat. Vladimir Uzelac (tevens ex-live-bassist bij Ulvdalir) voorzag de plaat van een krachtige productie met gedefinieerde drumsound en duidelijk hoorbare basgitaar (wat de Ulvdalir-sound al van in de begindagen kenmerkt). Deze productie past dit soort black als gegoten en de Servische knoppentovenaar bewijst dan ook dat er met zijn Wormhole Studio nog andere mogelijkheden bestaan dan de drukbezochte Necromorbus Studio. Kortom, Ulvdalir levert met “…Of death eternal” één van de sterkste platen ooit van Russische bodem af.

JOKKE: 85/100

Ulvdalir – …Of death eternal (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Intro
2. Awakening
3. Black flame of will
4. Swords of Belial
5. Birth of the beast
6. Music of cold spheres
7. Eternal angel of death eternal
8. Outro

Orkan – Element

Het Noorse Orkan wist me een tijdje geleden te overtuigen als opener voor de Taake/Bölzer/One Tail One Head-package. De band was niet alleen aan de line-up toegevoegd wegens diens gitarist Gjermund Fredheim die al meer dan een decennium lang links van Taake’s Hoest op het podium prijkt (en tevens verantwoordelijk is voor de eerst banjosolo ooit op een black metal-plaat), maar zag ook de opportuniteit om nieuw werk te spelen van haar nagelnieuwe derde album “Element“. Zoals de titel reeds prijsgeeft, draaien de teksten rond de kracht en furiositeit van de vier natuurelementen waarbij vooral de prachtige landschappen van hun geboorteregio (het Stord-eiland ten zuiden van Bergen) geëerd worden. “Lenker” opent de plaat op een vrij traditionele manier met een snel en van repetitief drumwerk voorziene drive. “I flammar skal du eldast” en “Avmakt” klokken beide op meer dan negen minuten af en zijn epischer van opzet met lange uitgesponnen instrumentale passages en een mooie dynamiek die zich gaandeweg ontplooit als monumentale berglandschappen die uit de aarde oprijzen. “Iskald” bevat heerlijk opzwepend en iets technischer gitaarwerk en zanger Einar Fjelldal kwijt zich oerdegelijk van zijn taak door de voortrazende black van snijdende vocalen te voorzien. Orkan bewijst hier haar naam niet gestolen te hebben. “Motstraums” is een kort slepend nummer dat toelaat om zelf verzonnen Noors op een plechtstatige manier mee te k(w)elen. Hoewel de eerste zes nummers al een overdonderende indruk nalaten, komt de climax middels het afsluitende “Heim” waarin de vier Noren laten horen ook niet vies te zijn van experiment (we ontwaarden eerder op het album ook reeds accordeon-klanken, wat niet zo voor de hand liggend is voor een black metal-band). Cleane gitaren, een diepe pulserende tromdrum en dronende feedback zetten een droevige toon neer en creëren een spanningsboog die je op het puntje van je stoel doet zitten. De verwachte snelheidsuitbarsting blijft uit maar de song ontpopt zich tot een epische ode aan het thuisland waarin heldere zang alle aandacht opeist. Besluit: Orkan weet zich plaat na plaat nog meer te positioneren als een oerdegelijke speler in de Noorse black metal-league.     

JOKKE: 85/100

Orkan – Element (Dark Essence Records 2018)
1. Lenker 
2. I flammar skal du eldast 
3. Iskald 
4. Motstraums 
5. Avmakt 
6. Den våte grav 
7. Heim

Whoredom Rife – NID – Hymner av hat

Vier jaar geleden meldde het Noorse Whoredom Rife zich vanuit het niets aan het black metal-firmament. Partner in crime was Terratur Possessions, een label met een uit de kluiten gewassen neus voor al het talent dat er in Trondheim en omstreken ronddwaalt. Middels haar selftitled EP uit 2016 en de debuutlangspeler “Dommedagskvad” uit 2017 wist de band, bestaande uit kernduo V. Einride (alle muziek) en K.R. (zang), heel wat zieltjes voor zich te winnen. Ook live wist het duo, aangevuld met leden van One Tail One Head, Mare, Ritual Death en Perished, me eerder dit jaar op Throne Fest te overtuigen middels een strakke en bevlogen performance. Dat sommige criticasters van Boredom Rife spreken, snap ik dan ook hoegenaamd niet, tenzij je je portie black metal liever rommeliger, grimmiger of dissonanter consumeert: op dat vlak is Whoredom Rife inderdaad meer easy listening. Het duo perfectioneert haar jaren ’90 black dan ook tot in de puntjes zonder echter een nieuw/fris geluid te laten horen. De band heeft als doel de oude Noorse grootheden te eren en slaagt met verve in haar opzet. Zoals al vaker het geval is geweest bij de band, ervaar ik hetzelfde majestueuze gevoel als bij het onvolprezen debuut van Keep Of Kalessin (ik weet het ondertussen wel hoor jongens!) en in “New hate dawns” grijpt de band terug naar het gouden Satyricon-tijdperk ten tijde van “Nemesis divina“. Aan inspiratie blijkbaar geen gebrek aangezien de Noren een jaar na “Dommedagskvad” al met langspeler nummer twee op de proppen komen. Een plaat die de band wel eens definitief tot in de hoogste regionen van het black metal-wereldje zou kunnen stoten, zonder dat er noemenswaardige veranderingen te bespeuren vallen ten opzichte van het debuut. De bijwijlen epische en monumentale zwartmetalen klanken bevatten nog steeds de nodige portie haat en venijn, de sound is droog en helder maar niet te afgelikt en het artwork is voor de derde keer op rij van de hand van Jose Gabriel Alegría Sabogal en Kontamination Design en bevat – in tegenstelling tot de blasfemische taferelen van de hoes van “Dommedagskvad” – verwijzingen naar de lokale thuisstad Trondheim. Het nieuwe materiaal klinkt wel donkerder en meer repetitief vergeleken met de voorganger en er werden deze keer amper ondersteunende keyboards ingezet. “Hyllest” werd als eerste nummer op ons losgelaten en start inderdaad met een vrij eentonige basisbeat, maar halfweg het nummer schudt de multi-instrumentalist wel weer een ijskoude kippenvelopwekkende melodie uit zijn gitaar. Elke song bevat er zo wel één. Herhaling (zowel qua riffstructuren als invulling van de blastbeats waarbij er weinig plaats is voor cymbaalaccenten en inventieve roffels) en een goed oor voor melodie lijken ook in de andere songs de basisformule te zijn, maar het magistrale “Where the shadows dwell“, dat akoestisch start, springt er nog een tikkeltje extra bovenuit qua pakkendheid. Het tempo ligt volcontinu hoog waarbij opener “Summoning the ravens” en “Crown of deceit” het felste uit de speakers knallen. Het is eigenlijk pas in de meer dan tien minuten durende afsluiter “Ceremonial incantation” dat er wat gas terug genomen wordt; dit is meteen ook de meest epische en slepende song op de plaat. Whoredom Rife levert met “NID – Hymner av hat” een logische opvolger uit voor het debuut dat waarschijnlijk nog moeilijk te overtreffen valt. De aanpak is iets meer back to basics, maar zelfs na een tiental luisterbeurten blijven de songs dermate boeien, waardoor de band in haar opzet slaagt. Ik voorspel een heel mooie toekomst voor deze Noren.

JOKKE: 90/100

Whoredom Rife – NID – Hymner av hat (Terratur Possessions 2018)
1. Summoning the ravens
2. Verdi oeydest
3. Where the shadows dwell
4. Hyllest
5. Crown of deceit
6. New hate dawns
7. Ceremonial incantation

WhoredomRife_Cover

Ritual Death – Ritual Death

Eén van de rauwste spelers van de Nidrosian black metal-scene is ongetwijfeld het mysterieuze Ritual Death waarachter leden van ondermeer Mare, Dark Sonority en One Tail One Head schuilgaan. Blikvanger in de ruwe sound van het trio zijn de orgelklanken van organist H. Tvedt die zoals steeds een mysterieus, sacraal sfeertje over het geheel draperen. “Luciferian pyre” is hier een schoolvoorbeeld van. Zanger/gitarist Luctus perst, zoals we van hem gewend zijn, erg vreemde klanken uit zijn keel waarbij de gehoornde meermaals geëerd wordt. Het slepende “Ritual murder (Mark of the devil)” klinkt hierdoor erg creepy en haast als een ritualistische zwarte mis. Op de drumkruk vinden we Mare-mastermind Nosophoros terug die de trommels basic en rechtlijnig maar effectief bespeelt. De vier nummers op deze selftitled EP – wat het er niet gemakkelijk op maakt aangezien de debuut-EP ook titelloos was – doen bovendien de oerdagen van het black metal-genre herleven. Geen al te moeilijke, primitief van insteek zijnde duivelse herrie in een to the point en no-nonsense uitvoering. Love it! Veel meer woorden dienen hier niet aan vuilgemaakt te worden.

JOKKE: 80/100

Ritual Death – Ritual Death (Terratur Possessions 2018)
1. Ritual death
2. December moon cultus
3. Luciferian pyre
4. Ritual murder (Mark of the devil)

Mare – Ebony tower

Een luttele vijftien jaar na haar oprichting vond het Noorse Mare het maar eens hoogtijd geworden om met een volwaardig debuut op de proppen te komen. We kregen sinds de geboorte van de band gelukkig wel al drie demo’s en twee goede EP’s te verwerken (“Spheres like death” uit 2010 en “Throne of the thirteenth witch” uit 2007). Het uit Trondheim afkomstige kwartet doopte haar sound – op al dan niet arrogant wijze – tot “Nidrosian black sorcerous art” en bestaat uit leden die in de line-up van zowat elke andere Nidrosian black metal band opduiken/opdoken. Dit vriendenclubje, met het label Terratur Possessions als gemene deler, krijgt her en der ook wel wat kritiek en misnoegen omdat deze scene serieus gehypet zou worden. So be it, ik vind zowat alles uit de NBM-scene verdomd lekker, of het nu origineel klinkt of niet. En sinds een overweldigend optreden van enkele jaren geleden in Magasin 4, staat dus ook Mare bij ondergetekende hoog aangeschreven waardoor deze langspeler met veel gejuich onthaald wordt. Van de twee beresterke nummers “Blood across the firmament” en het van een Emperor-achtige intro voorziene “These foundations of darkness” konden we al enige tijd genieten en deze deden me watertanden naar de drie andere songs die “Ebony tower” vervolledigen. De muziek van Mare kenmerkt zich vanaf de openingstonen van “Flaming black zenith” door een erg occult sfeertje dat doorheen haar black metal waart en zich dieper onderhuids vastzet. In de eerste plaats manifesteert die rituele atmosfeer zich middels de sacrale (ge)zang(en) van frontman en gitarist HBM Azazil (Black Majesty, Dark Sonority, Vemod) waarbij dat in het geval van het reeds aangehaalde “These foundations of darkness” wel héél hard richting Mayhem’s Attila neigt. Anderzijds is er het geslaagde huwelijk tussen begeesterende en repetitieve – al dan niet tremolo-picking – gitaarriffs en ondersteunende keyboards. Het tempo van drummer ⷚ (One Tail One Head, Aptorian Demon) hoeft hierbij niet continu verschroeiend hoog te liggen zoals het tien minuten durende mid-tempo en van fraaie kippenvelopwekkende gitaarmelodieën voorziene “Nightbound” laat horen. Ondanks de Mayhem-worship in het begin van het nummer ongetwijfeld de beste track van de plaat, hoewel de vier andere songs amper moeten onderdoen. Tegelijkertijd met de release van “Ebony tower” verschijnt er ook een gelimiteerde EP van Lamia Vox waarop twee nummers vol rituele percussie en duistere ambient prijken die ooit voor dit debuut geschreven werden maar er nooit op beland zijn, behalve dan de geheimzinnige en onheilspellende outro van het van psychedelische riffjes voorziene “Labyrinth of dying stars“. Het lange wachten op “Ebony tower” wordt ruimschoots goedgemaakt door de torenhoge (no pun intended) kwaliteit van de vijfenveertig minuten hoogwaardige black die we voorgeschoteld krijgen ook al wordt er meer dan eens een serieus vette knipoog naar “De mysteriis dom sathanas” gegeven. “This isn’t a show, this isn’t a gimmick. This is real Black Metal how it always was meant to be”, dixit MareZe hebben godverdomme gelijk!

JOKKE: 90/100

Mare – Ebony tower (Terratur Possessions 2018)
1. Flaming black zenith
2. Blood across the firmanent
3. These foundations of darkness
4. Nightbound
5. Labyrinth of dying stars

Darvaza – Darkness in turmoil

Het Italiaans/Noorse Darvaza breidt met het nagelnieuwe “Darkness in turmoil” een einde aan de EP-trilogie die het eerder met “The downward descent” en “The silver chalice” erg sterk was begonnen. Dat Omega aka Gionata Potenti een drummer van formaat is, bewees de kleine Italiaan al meermaals in o.a. Blut Aus Nord, Chaos Invocation en Glorior Belli (to name but a few) maar in Darvaza laat hij horen ook geweldige songs te kunnen schrijven. En als je dat talent bezit, heb je natuurlijk ook een fantastische frontman nodig die Omega vond in de Noor Wraath (o.a. One Tail One Head, Behexen, Ritual Death). Op muzikaal vlak liggen de drie nieuwe nummers in het verlengde van de twee voorgaande EP’s, waarbij “Towards the darkest mystery” misschien net iets meer old school vibes uitstraalt. “A new sun” is de snelste track van de EP maar vind ik vrij middelmatig voor hun doen. Gelukkig zijn er nog de gevarieerde vocalen die Wraath uit zijn strot kan toveren en die nog veel goed maken. In het catchy Lucifer-aanroepende refrein van “Towards the darkest mystery” laat de Noor zich écht gaan. “Fearless unfeard he slept” is tenslotte mid-tempo van opzet en opnieuw experimenteert de frontman lekker met zijn stembanden. Het nummer kent een plechtstatig einde waarbij de basgitaar lekker door de repetitieve gitaarriffs heen ronkt. Gionata’s gitaarspel is ondertussen best herkenbaar, dus daar verdient onze multi-instrumentalist alvast een dikke pluim voor. En met “Towards the darkest mystery” bevat ook deze EP een échte klepper zoals “The barren earth” vanop het eerste deel of de titelsong van de tweede EP. “Darkness in turmoil” is echter niet het overweldigende sluitstuk dat ik had verwacht, maar desondanks is Darvaza nog steeds een band die ik erg kan appreciëren – en dat heeft niets te maken met de slang in het logo – en die hopelijk nog tot grootse dingen in staat is.

JOKKE: 83/100

Darvaza – Darkness in turmoil (Terratur Possessions 2018)
1. A new sun
2. Towards the darkest mystery
3. Fearless unfeard he slept

Cosmic Church – Täyttymys

Deze week lekte het nieuws dat het Noorse One Tail One Head de handdoek in de ring gooit maar eerst nog hun debuut full length zal uitbrengen, en een tijdje geleden gaf ook de Zweed achter Panphage er met het magistrale Jord de brui aan. Dit is echter nog niet het einde van de Scandinavische miserie, gezien ook in Finland een meesterlijk project zijn laatste stralen daglicht heeft gezien. Na een dertien jaar durende carrière houdt Luxixul Sumering Auter, meesterbrein achter Cosmic Church, het voor bekeken. Echter sluit ook hij het hoofdstuk in schoonheid af door middel van een allerlaatste langspeler. Albums als “Ylistys” en de “Vigilia” EP vinden al enkele jaren regelmatig de weg naar mijn gehoorgang dus waren de verwachtingen voor zwanenzang “Täyttymys”, een titel die zich passend laat vertalen naar ‘voltrekking’, hooggespannen. Hoewel Cosmic Church van Finse bodem afkomstig is leunt de sound dichter aan bij die van pakweg Blood Red Fog, Kêres en Burzum dan bij de ‘typische’ punky Finse sound, uitgedragen door Horna en aanverwanten. Naast de herkenbare albumhoes met een ‘bosfoto’ waarin de protagonist een rode badjas draagt, brengt “Täyttymys” ons subtiele keyboardlagen bovenop geloopt, bijzonder melodieus gitaarspel (dat vrij helder klinkt en niet verdrinkt in een poel van distortion). Wat de drums betreft moet het allemaal zo ingewikkeld en experimenteel niet zijn en de krijsende vocalen zitten net genoeg weggestopt om niet alle aandacht op te eisen. Ondanks de simpele opzet weet de man opnieuw een zeer eigenzinnig werk uit te brengen waarin een ode aan de eerste werken van Burzum wordt gebracht (zeker “Vangittu” getuigt hiervan), maar waarin meerdere invloeden te bespeuren vallen. Zo pik ik in “Sinetti”, een song waarin het tempo ferm de hoogte in gaat en waarin de spanningsboog naar het eind toe absoluut meesterlijk ineenzit, ook enkele post-vibes op, terwijl “Armolahja” enige folkmelodieën ten berde brengt. Ondanks de verschillende invloeden is de rode draad doorheen dit eind-epos duidelijk voelbaar: mede dankzij de zeer heldere productie waarin elk instrument goed tot zijn recht komt en de keys duidelijk aanwezig maar niet al te overweldigend zijn, zit er een duidelijke flow in het album. Net zoals bij het hiervoor aangehaalde album van Panphage het geval was, is het ook hier duidelijk de bedoeling op play te drukken en je drie kwartier te laten meevoeren, aangezien individuele nummers minder goed op zichzelf staan. Het is zonde om alweer een fantastisch project naar de geschiedenisboeken te verwijzen, maar Cosmic Church valt moeilijk met enige andere band te vergelijken en heeft met “Täyttymys” alvast een indrukwekkend en eigenwijs slotstuk aan zijn discografie toegevoegd.

CAS: 87/100

Cosmic Church – Täyttymys (Eigen beheer, 2018)
1. Aloitus
2. Armolahja
3. Sinetti
4. Huuto
5. Vangittu
6. Alttari
7. Täyttymys