orthodox black metal

Nox Formulae – Drakon darshan Satan

Hoewel de oude Griekse black metal scene niet altijd mijn kopje thee is geweest, staat de bakermat van de westerse beschaving de dag van vandaag vooral bekend om de export van de orthodoxe variant van het genre. Naast olijfbomen is Griekenland ook de vruchtbare bodem voor een kern aan die hard esoterisch geïnspireerde artiesten waarvan de bekendste ongetwijfeld Acherontas, Serpent Noir en Thy Darkened Shade zijn. Aan dit rijtje occult gestemde zielen kan Nox Formulae toegevoegd worden die voor de tweede keer hun Luciferiaanse incantaties op de wereld loslaten. Gek genoeg doen ze dat niet naar goede gewoonte via World Terror Committee maar werd gekozen om met het Amerikaanse Dark Descent Records in zee te gaan. Opmerkelijk, gezien het label zich voornamelijk met rottende death metal bezighoudt. Een titel als “Drakon darshan Satan” laat geen twijfel bestaan over waar de heren hun inspiratie hebben gehaald, maar in tegenstelling tot de meeste van hun landgenoten worden de ambient intermezzo’s en ritualistische hocus-pocus geschrapt. Onversneden black metal die in uw bakkes geramd wordt dus. Hoewel minder progressief en technisch subtiel dan pakweg Thy Darkened Shade weet Nox Formulae ingenieus gitaarspel in hun relatief snelle black metal te krijgen, zoals de passende solo in “Eclipse of Gharrasielh”. Ondanks het gebrek aan traditionele intermezzo’s weten de Grieken op deze manier hun album toch bezwerend te doen klinken. De hese en vrij verstaanbare zang van de drie (3!) vocalisten lijkt bovenop de krachtige mix te zweven, maar het is toch de continue stroom aan intrigerende riffs die het album naar een hoger niveau tilt. Drummer Mezkal kan een aardig potje meppen en houdt het tempo consistent hoog maar mist variatie in zijn spel. Na twintig minuten rammen duikt het tempo met “The blood oath of Thagirion” initieel wat naar beneden (hoewel dit bijzonder relatief is) waardoor je even naar adem kunt happen. Een zeer welkom rustpunt, en door de relatief andere aanpak van dit nummer is het meteen één van de interessantste tracks die het album rijk is, niet in het minst door de langgerekte solo op het eind. Aan dissonantie geen gebrek ook op “Drakon darshan Satan”, maar het zijn toch vooral de harmonieuze melodieën die de aandacht opeisen. “The arrival of Noctifer” bouwt dan weer opzwepend en onheilspellend op middels elektronische beats en hierop wordt de Gehoornde dan toch opgeroepen met clean gezongen incantaties (met zodanig veel delay en reverb op dat ze even goed new wave zouden kunnen maken). Op deze manier omzeilen ze het herhalen van ritualistische ambient en steken ze dit concept in een nieuw jasje dat niet voor iedereen zal passen, maar mij wel bevalt. Eens Noctifer is gearriveerd wordt beslist er terug volop voor te gaan en met “Berzeks of OD” krijgen we terug een heel dynamisch Nox Formulae te horen, dat gezapig rollende riffs ten berde brengt en opnieuw een solo tentoonspreidt waar de Noren van Tortorum trots op zouden zijn. Ook vocaal wordt hier alles uit de kast getrokken, getuigen de overslaande, pijnlijke screams die doorheen het nummer te horen zijn. Ondanks het feit dat ik pas bij deze tweede langspeler lucht kreeg van het kwintet weet Nox Formulae me aardig te verrassen met een aanpak die zeer dynamisch, gevarieerd en bijwijlen inventief is maar toch trouw blijft aan de fundamenten van het orthodoxe genre.

CAS: 85/100

Nox Formulae – Drakon darshan Satan (Dark Descent Records 2020)
1. Psychopath of NOX
2. Ravens of terror
3. Eclipse of Gharrasielh
4. The black stone of Satan
5. The blood oath of Thagirion
6. The arrival of Noctifer
7. Berzeks of OD
8. Eve of annihilation

Shrine of Insanabilis – Vast vortex litanies

Nadat Dysangelium de verwachtingen helaas niet helemaal kon inlossen, krijgt Wold Terror Committee dit jaar nog een tweede kans in de vorm van “Vast vortex litanies”, de tweede langspeler van Shrine of Insanabilis nadat in 2015 hun debuut “Disciples of the void en in het jaar daarna een twee nummers tellende EP het levenslicht zagen. Net zoals Dysangelium zag ik Shrine of Insanabilis een enorm strakke set spelen in Het Bos, dit keer als opener voor Slidhr, Sinmara en Acherontas. Ondanks mijn vermoeidheid na het Fall of Summer festival in Parijs wist het Duits kwartet te overtuigen – een kunstje dat ze op Netherlands Deathfest probleemloos (en dan heb ik het over de kwaliteit, niet over de technische mankementen) overdeden. De orthodoxe black metal die de heren spelen raast aan sneltempo door de speakers: zo goed als elk nummer zit barstensvol blast beats en het tempo blijft zo goed als constant de hogere regionen opzoeken. Shrine of Insanabilis is compromisloos en ondanks het orthodoxe karakter wordt niet gedweept met overbodige rituele passages en kilo’s dissonantie, hoewel die hier en daar (uiteraard) de kop op steken. De focus ligt vooral op melodieuze leadlijnen, een scherpe gitaarsound en de tandem van vocalen: hoge screams wisselen af of worden gecombineerd met diepere grunts, wat de dynamiek ten goede komt gezien de nummers allen een gelijkaardige opbouw hebben en er weinig ademruimte overblijft om wat gas terug te nemen. In nummers als “The last-born tyrant” en het fenomenale “Mother and executioner” zetten de heren net iets meer in op catchy, meeslepende melodie en dat mochten ze wat mij betreft wat vaker gedaan hebben. Shrine of Insanabilis hanteert een take no prisoners-aanpak waardoor, zeker door het constant hoge tempo, de afzonderlijke nummers af en toe wat onderling inwisselbaar worden. Echt memorabele nummers zoals “Ruina” van het debuut, die er met kop en schouders bovenuit steken vallen niet te bespeuren, ondanks het consistent technisch hoge niveau van de muzikanten, maar toch is dit een erg puik album geworden. De plaat werd ingeblikt in de befaamde Necromorbus Studio waardoor we naar goede gewoonte niks op de sound kunnen aanmerken. Na het teleurstellende album van Dysangelium weet W.T.C. Productions dit jaar dan toch nog terug te slaan!

CAS: 83/100

Shrine of Insanabilis – Vast vortex litanies (W.T.C Productions 2019)
1. Parallax endeavour
2. Lusting after a burn
3. The last-born tyrant
4. Vertex
5. Mother and executioner
6. Inisible. Infinite…
7. Verdict

Dysangelium – Death leading

Het Duitse label World Terror Committee (W.T.C. dus) lijkt precies al even over zijn hoogdagen heen te zijn, zeker nu de golf aan orthodox geïnspireerde theologisch neuzelende bands wat lijkt uitgeraasd. Eind 2019 slaat het label dan toch nog terug middels de release van twee langverwachte albums. Eentje daarvan is “Death leading”, Dysangeliums vervolg op het in mijn ogen geniale Thánatos áskēsis, dat alweer uit 2015 dateert en me steeds is bijgebleven omwille van de fantastische liveshow die de band neerpootte in Het Bos, als opener voor Vassafor, Ascension en Bölzer. Vier jaar later zijn we, en nog steeds schalt het debuut regelmatig door de speakers. Blij waren we dan ook toen we de promomail voor “Death leading” in de virtuele postbus kregen, waarbij het label ons belooft dat de band meer matuur is geworden en de jeugdig flakkerende vlammen ontaard zijn in de smeulende kolen der wijsheid. Helaas zijn kolen over het algemeen minder fascinerend om naar te kijken, net zoals Dysangelium ook een pak minder weet te beklijven. Het volledig analoog geproducet (pluspunten!) album gaat verder op het élan geschetst door het debuut, maar pakt het allemaal wat braver aan. Het orthodoxe riffwerk blijft behouden, net zoals de prominente bassound – al treedt die hier soms iets té veel op de voorgrond waardoor de rest wat verloren gaat. Wat wél nog steeds op en top is zijn de raspende, ruwe keelklanken die frontman Sektarist 0 produceert. Topzanger! Jammer genoeg heb ik het gevoel dat de trend van eenheidsworst bij de W.T.C.-bands wat is ingezet. Zo horen we in “The great work” een hoop gitaarwerk dat rechtstreeks van Ascensions Under ether afkomstig kan zijn. Net doordat het album zo goed geproducet is doet het allemaal ook wat gepolijst en (durf ik het zeggen?) braaf aan. Ik mis de bravoure, oprechte kwaadheid en een zeker fuck off-gehalte die zo omnipresent waren op eerder materiaal. Het tweede album van een band met een geniaal debuut is cruciaal, en maar al te vaak blijf ik wat op mijn honger zitten. Wie weet brengt de volgende W.T.C.-release soelaas?

CAS: 72/100

Dysangelium – Death leading (World Terror Committee 2019)
1. XIII
2. Fated
3. Homo larvalis
4. Death leading
5. The great work
6. Through henbane nebulah
7. Venus inverse
8. When death and evil rise

Solfatare – Prémices

Er lijkt toch weer iets te bloeien in ons kleine Belgenland de laatste tijd, een hoogst welgekomen evolutie (straks worden die Nederlanders nog als enige actieve Beneluxland beschouwd wat underground metal betreft…). Twee jaar geleden dacht ik nog ‘amai, black metal is een beetje dood hier’ maar ondertussen hebben we de revival van Paragon Impure gehad, de geboorte van Moenen of Xezbeth en daar blijft het niet bij: bands en albums beginnen de laatste tijd precies als paddenstoelen uit de grond te schieten. Enter Solfatare, een Brussels collectief waarover amper iets geweten is, behalve de initialen waarachter de bandleden schuilgaan. Niet verbazend dit, gezien de demo (of is het een EP?) genaamd “Prémices” pas gisteren het levenslicht zag. Vooralsnog hangt de band ook nog niet vast aan een label en van info omtrent eventuele fysieke releases ontbreekt elk spoor. De drie blonde Bruxellois presenteren 3 nummers aan rechttoe rechtaan black metal waarbij het tempo consistent hoog wordt gehouden met dank aan de ietwat simpele, doch doeltreffende drumpatronen van T.G.T.H. Bij een eerste luisterbeurt van het zeventien minuten durende kleinood leg ik quasi meteen de connectie met het IJslandse Naðra gezien de sterke gelijkenis tussen de vocalen van zangers T.S.G.H. en Örlygur Sigurðarson: blaffende, woeste uithalen waarin gevoel boven techniek wordt gesteld (en waarbij La sale Famine de Valfunde (Peste Noire) eigenlijk ook als referentie kan worden aangehaald). Solfatare lost halfweg “Ontogenèse du malheur” even het gaspedaal om een dissonante riff in te leiden die – uiteraard – terug losbarst in een furie van blast beats. Qua schrijfstijl horen we Zweedse invloeden, alsook krijgt het tremolo-gitaarspel bijwijlen een orthodox karakter. De rauwe productie waaraan franjes ontbreken en waarbij niks werd opgeleukt geven de drie songs een vuil en ongemakkelijk kantje mee, terwijl alle instrumenten toch de ruimte krijgen om te ademen. De ijle gitaartoon past mooi bij de in het Frans vertolkte zang terwijl de drums en bas een stevig fundament vormen voor de middellange songs. Ik hoop oprecht dat deze jongens meer van zich laten horen, want ten eerste is het hoopgevend dat België terug ondergrondse vuiligheid begint uitspuwen, en ten tweede bevat “Prémices” een stevige flow die je vlot doorheen de kleine twintig minuten meesleurt. Een aangename verrassing!

CAS: 83/100

Solfatare – Prémices (independent, 2019)
1. Nocturne attrition
2. Ontogenèse du malheur
3. Ozymandias

Funeral Mist – Hekatomb

Eerder dit jaar kregen we een nieuw album van Marduk voor de kiezen – eentje dat mij persoonlijk niet in de minste mate kon bekoren. Onverwacht kondigde het toonaangevende Norma Envangelium Diaboli in dezelfde periode dan zonder veel boe of ba “Hekatomb” aan. Naast het non-stop touren met Marduk moet frontman Mortuus (hier onder het pseudoniem Arioch) ergens de tijd hebben gevonden om negen jaar na het gerevereerde “Maranatha” een nieuw hoofdstuk te breien aan de discografie van Funeral Mist, waarmee hij middels het uit 2003 afkomstige “Salvation” mee aan de wieg stond van de orthodoxe black metal. Hype en enthousiasme alom! “Hekatomb” is voorzien van oersaai artwork – foto’s van een bos zijn achterhaald en bovendien al beter uitgevoerd (en dan denk ik bijvoorbeeld aan het artwork van de laatste Cosmic Church). Gelukkig is de muziek die de Zweed maakt dat niet. Zo brengt Funeral Mist ons naar goede gewoonte opnieuw een album dat tot de nok toe vol zit met blastbeats en waarop zelden gas wordt teruggenomen. Echter is er iets meer ruimte gelaten voor wat geëxperimenteer, iets wat hem niet altijd even goed afgaat. Zo lijken de eerste riffs van opener “In nomine domini” niet in het plaatje te passen. Het is eigenlijk pas met “Cockatrice” dat we een nummer te horen krijgen dat waarlijk fantastisch is en dat me meteen zin doet krijgen om de rest van de discografie terug op repeat te zetten. Ook al is de Burzum-esque ambient passage in het midden van de song misschien wat overbodig, toch weet Arioch hier enkele meesterlijke, melodische riffs uit zijn mouw te schudden. “Metamorphosis” teert dan iets verder op trage tot mid-tempo Marduk nummers, en voorziet met epische achtergrondzang een eerste relatief rustpunt op het album, dat misschien iets te eentonig aandoet. Nadien wordt het gaspedaal weer volledig ingedrukt: Marduk-oudgediende Lars Broddesson neemt trouwens de rol van vellenmepper op zich en doet dit met verve. Wat ook vanaf de eerste noot opvalt is dat Ariochs zang veel veelzijdiger en dynamischer is dan de nogal ééndimensionale kreten die hij op Marduks “Viktoria” slaakt – de man is de kunst nog niet verleerd, ondanks dat de Marduk-telg het tegendeel deed vermoeden. Zoals gewoonlijk bij Funeral Mist zit ook de productie terug snor, waarbij vooral de zeer heldere gitaarsound opvalt. Met “Hekatomb” levert Funeral Mist opnieuw (en zoals verwacht) een zeer degelijk werk af, waarbij helaas nog enkele losse eindjes te bespeuren vallen. De razernij, blasfemie en muzikale variatie zijn nog steeds aanwezig. Echter kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er meer uit dit album kon worden gehaald. Alles doet wat gestroomlijnder aan dan op eerder materiaal het geval was, alsof wat op veilig wordt gespeeld. Overtuigen doet Funeral Mist zeker, maar “Hekatomb” haalt helaas het torenhoge niveau van “Salvation” en “Maranatha” niet, en ondanks enkele fantastische songs lijkt het feit dat vaak luidkeels wordt geroepen dat dit één van de beste black metal albums ooit zou zijn me toch ferm overdreven. Nuja, met elk album opnieuw een baanbrekend werk uitbrengen is sowieso al een moeilijke opgave, niet?

CAS: 83/100

Funeral Mist – Hekatomb (Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. In nomine domini
2. Naught but death
3. Shedding skin
4. Cockatrice
5. Metamorphosis
6. Within the without
8. Hosanna
9. Pallor Mortis

Serpent Noir – Erotomysticism

De groeicurve die het Griekse Serpent Noir sinds haar geboorte in 2010 heeft doorgemaakt is bijna zo steil als de wanden van de financiële put waar hun thuisland dient uit te klouteren. Dat deze Helleense muzikanten bovendien niet over één nacht ijs gegaan zijn met het ineen boksen van hun nieuwe plaat “Erotomysticism”, wordt al snel duidelijk als we een blik werpen op de lijst participanten op deze plaat. Het vijftal, dat is samengesteld uit muzikanten van Acrimonious, Embrace Of Thorns, Nefandus en Ofermod; do I need to say more over het genre dat we hier voorgeschoteld krijgen? ) heeft zich immers op tekstueel vlak laten bijstaan door Thomas Karlsson, oprichter van “Dragon Rouge”, auteur van “Qabalah, qliphoth and Goetic magic” en sinds jaar en dag tekstschrijver voor het (scusi – tenenkrullende) Therion. Op “Desert of azazel” neemt hij de lead vocalen voor zijn rekening en ook Christofer Johnsson, mastermind van het Zweedse Therion, leverde een muzikale bijdrage op Hammond orgel in het afsluitende “Mephistophelian pacts”. De mastering was dan weer in handen van Thomas Tannenberger van het Oostenrijkse Abigor. Ook al hangt er een ietwat doffe waas over het muzikale geheel, laat dat vooral geen domper op de feestvreugde zijn. Na een mystiek intro vol panfluiten (denk hier nu niet aan onze kleine Peruviaanse vrienden die vroeger op de zeedijk middels dit instrument kitscherige versies brachten van Céline Dion’s “My heart will go on” en andere muzikale gedrochten) is het tijd voor het echte werk. Dit is occulte black metal met een hoofdletter “O”. Hoewel de band muzikaal gezien op veel momenten niet als black metal te catalogiseren valt. Het veelvuldig gebruik van cleane gitaar- en keelklanken creëert immers meer dan eens een dark wave achtig sfeertje. Het draait bij Serpent Noir helemaal om het neerzetten van duistere sfeer en het creëren van transcendentale portalen naar parallelle universums. En qua tempo heeft deze band hoegenaamd geen interesse in het breken van snelheidsrecords. Sporadische uitbarstingen worden  groots ingeluid middels een gongslag en roepen (mede door de Oosters aandoende melodieën)  vergelijkingen op met Cult Of Fire. Op andere momenten worden rituele drums gebruikt (“The initiatrice of a’arab zaraq”) om donkere vibes en mysterieuze onheilspellende klanken te produceren. In “Ayahuasca” duiken oepternieft Latijns-Amerikaanse invloeden op. Niet zo vreemd, want sinds “Ja Jan” weet Jan en alleman dat ayahuasca (ofte “slingerplant van de ziel”) een hallucinogene plant uit Peru is, waarvan een soort thee getrokken wordt die door Indianenstammen ritueel gedronken wordt en tot één van de sterkste en meest bevreemdende trips leidt. Past dus perfect op deze plaat. Serpent Noir opereert in dezelfde niche als landgenoten Acherontas maar levert met “Erotomysticism” een kunstwerkje af dat het beter doet dan die laatste hun nieuwste.

JOKKE: 80/100

Serpent Noir – Erotomysticism (Daemon Worship Productions 2015)
1.
Path of the raven
2. The veritable red dragon
3. Ayin
4. Al runa
5. Desert of azazel
6. The initiatrice of a’arab zaraq
7. The dioscuri of darkness
8. Ayahuasca
9. Mephistophelian pacts

Devouring Star – Through lung and heart

Wat ze dezer dagen in Frankrijk en IJsland kunnen, kan ik op mijn eentje ook moet de Fin JL gedacht hebben. Met debuutplaat “Through lung and heart” van zijn Devouring Star slaagt hij erin om een prestatie neer te zetten om “U” tegen te zeggen. De schitterende twee songs tellende demo uit 2013 was voor het Russische kwaliteitslabel Daemon Worship Productions voldoende om Devouring Star binnen te halen. Vijf tracks volstaan om je compleet murw geslagen achter te laten. De dissonante black metal van Devouring Star heeft overduidelijk leentjebuur gespeeld bij Deathspell Omega, maar kan absoluut niet als een klakkeloze kopie bestempeld worden. Daar waar het er bij de Fransozen wat chaotischer en minder rechtlijnig aan toe gaat, liggen de songs van JL iets gemakkelijker in het gehoor en gaat hij meer gestructureerd te werk. De extremen liggen op deze plaat héél ver uiteen: tussen het overdonderende black metal geweld schemeren duistere melodieën door en de Fin schakelt regelmatig over op doom-modus wat een intens spanningsveld creëert. Onvermijdelijk duiken ook hier label maten Svartidauði als referentiekader op. In de afsluiter duiken zelfs enkele beukende sludgeriffs op die je op het puntje van je stoel doen kruipen omdat je weet dat er op een bepaald moment terug een allesvermorzelende versnelling gaat aankomen. De sound is werkelijk massief te noemen en de productie past deze stijl als gegoten. In het openingsnummer en de titelsong passeren kerkgezangen die het geheel een sacraal karakter geven. Met songtitels als “Sanctified decomposition” en “Decayed son of earth” wordt duidelijk dat het album handelt over de dood, maar ook het begrip “chaos” komt tekstueel aan bod. Opnieuw een erg goede aanwinst voor het steeds verder uitdijende orthodoxe black metal universum.

JOKKE: 84/100

Devouring Star – Through lung and heart (Daemon Worship Productions 2015)
1. Sanctified decomposition
2. Decayed son of earth
3. To traverse the black flame
4. The dreaming tombs
5. Through lung and heart

Mannveira – Von er eitur

Daar waar de IJslanders van Naðra zich soundgewijs van continent vergist lijken te hebben, passen de drie songs van demotape “Von er eitur” (wat staat voor “hoop is een gif”) van eenmansband Mannveira wel mooi in het straatje van de orthodoxe black metal stijl zoals die vormgegeven wordt door Svartidauði en Sinmara. Bij het openingsakkoord is het al meteen prijs en wordt de link direct gelegd. Dit nog maar eens om aan te geven dat Svartidauði écht wel hun eigen trademark sound hebben ontwikkeld binnen de dichtbevolkte black metal scene. Om nu te zeggen dat eerdergenoemde bands klakkeloos gekopieerd worden, is een beetje kort door de bocht. Mannveira klinkt minder verstikkend dan Svartidauði, de songs zijn compacter en de sound is iets opener en transparanter (en opnieuw weer erg geslaagd voor een tape). Hoewel “Eðjan” met momenten vrij toegankelijk klinkt, duiken ook hier weer die typische misselijkmakende dissonante akkoorden op, die perfect het lugubere schouwspel van de hoes in geluidsgolven omzetten. Nog niet zo sterk als de twee koplopers, maar daar zou wel eens snel verandering in kunnen komen.

JOKKE: 76/100

Mannveira – Von er eitur (Vánagandr 2014)
1. Von er eitur
2. Eðjan
3. Vítiskvalir vitundar

Dysangelium – Thánatos áskésis

Het Duitse World Terror Committee staat, samen met het Amerikaans/Russische Daemon Worship Productions, ten huize satan naderhand wel als hofleverancier geboekstaafd als het aankomt op kwaliteitsvolle orthodoxe black metal. Op de nieuwjaarsreceptie van Zijne Gehoornde mag Dysangelium in elk geval niet ontbreken. De “Leviaxxis” EP die eerder dit jaar verscheen beloofde al veel goeds (https://addergebroed.wordpress.com/2014/10/30/dysangelium-leviaxxis/). Twee van de drie nummers die we daar in demovorm terugvonden, prijken nu in een nieuw lijkkleedje op de debuutplaat, namelijk het rockende midtempo “Obelisk of the sevencrowned son” en de wervelwind genaamd “Chaomega”. De negen doodspraktijken op “Thánatos áskésis” kleuren braaf binnen de ondertussen meer dan gekende lijntjes van het subgenre (dat zo stilaan zijn verzadigingspunt wel bereikt blijkt te hebben). Af en toe valt er wel eens iets thrashier riffwerk te bespeuren (“Murmura” of “Ave obscuritas incarna”),  hoewel de hoofdkleur waarmee geschilderd wordt nog steeds overduidend pikzwart is. De productie en sound zijn degelijk, maar voor de hand liggend, waardoor het onderscheidend karakter van Dysangelium tegenover de welgekende genregenoten Chaos Invocation, Ascension, Acherontas, Blaze Of Perdition en Acrimonious (om er maar enkelen te noemen) elders gezocht moet worden. Zo komen we uit bij frontman Sektarist 0 die het geheel van nóg meer dynamiek voorziet met zijn gezaghebbende semi-cleane/semi-geraspte vocalen en hierdoor de troef van de band is. De typische productie blijft echter het enige minieme kritiekpuntje want voor de rest zal “Thánatos áskésis” zeker niet in je platenkast misstaan als je eerder vernoemde bands een zwart hart toedraagt.

JOKKE: 82/100

Dysangelium – Thánatos áskésis (World Terror Committee 2014)
1. Consecrated by light
2. Words like flames
3. Obelisk of the sevencrowned son
4. Chaomega
5. Aries
6. Gateways to necromancy
7. Murmura
8. Ave obscuritas incarna
9. I am the witness, I am the servant

Thy Darkened Shade – Liber lvcifer I: Khem sedjet

Eén blik op de tracklist en titel van het tweede album van het Griekse Thy Darkened Shade en je weet wat voor vlees je in de kuip hebt: orthodoxe black metal (sorry “acausal necrosophic black metal” zoals ze zelf zeggen) waarbij het een gegoochel is met magische formules, occulte boodschappen, en duivelse mantra’s. Bio’s van dergelijke bands (sorry: entiteiten) zijn soms op het lachwekkende af omdat zowat alles verbloemd wordt met occulte grootspraak en kosmisch geneuzel. Spilfiguren van het hellenistische Thy Darkened Shade zijn Semjaza (o.a. Acrimonious) die instaat voor alle snareninstrumentatie en de teksten (sorry: mantra’s), die vocaal gebracht worden door bloedbroeder The A. Op drums worden ze uit de nood geholpen door een zekere H.G, die zich erg goed van zijn taak kwijt. De productie, mix en mastering van “Liber lvcifer I: Khem sedjet” was in handen van knoppentovenaar V. Santura (Dark Fortress, Triptykon) en Stamos Kolliousis. De heldere (hoor die bass!) maar droge sound maakt het maar liefst tachtig minuten lang genieten van de uitgesponnen maar goed in het gehoor liggende occultos black metallos. Vergeleken met andere orthodoxe collega’s zoals Acrimonious, Flagellant of Chaos Invocation klinkt Thy Darkened Shade echter nergens écht gevaarlijk. Het klinkt tamelijk braaf en sfeervol. De songs (sorry: rites) zitten echter wel erg goed ineen en je hoort dat hier getalenteerde muzikanten aan het werk zijn. Geheel volgens het boekje duiken her en der de obligate duivelskoren op. In het afsluitende nummer “Δαήμων Ὁ Φώσφορος” levert  Magus Wampyr Daoloth (Necromantia) nog een vocale bijdrage. Tachtig minuten lijkt een lange rit, maar die is makkelijk te halen door de toegankelijkheid, hoewel het hier absoluut geen commercieel popcorn occultisme betreft.

JOKKE: 80/100

Thy Darkened Shade – Liber lvcifer I: Khem sedjet (World Terror Committee 2014)
1. Holy lvcifer
2. Revival through arcane skins
3. Elixir of azazel
4. Black light of sitra ahra
5. Or she-ein bo mahshavah
6. Nox profunda
7. Drayishn I Ahriman o divan
8. Saatet-ta renaissance
9. Liber lvcifer
10. Deus absconditus
11. Δαήμων Ὁ Φώσφορος