post rock

Minenwerfer – Alpenpässe

Eén blik op het bandlogo, de discografie, albumtitels en pseudoniemen (Generalfeldmarschall Kriegshammer en Wachtmeister Verwüstung) waren genoeg om te weten waar Minenwerfer ‘het mosterdgas’ haalt. Ondanks de Amerikaanse afkomst heeft de band een voorliefde voor alles wat met W.O.I. te maken heeft en bezingt haar fascinatie daarvoor ook regelmatig in het Duits. Nog steeds een woelig en gevoelig thema waarbij de Antifa waakhonden waarschijnlijk al op de loer liggen. Ik gunde de band het voordeel van de twijfel daar ik niet meteen ‘foute’ boodschappen ontdekte en koos de nieuwe derde langspeler “Alpenpässe” als automuziek voor een ritje naar Keulen. Vanaf de eerste seconden van “Der Blutharsch” wist het duo me te verrassen daar ik een totaal andere variant van black metal had verwacht dan de lang uitgesponnen haast post-rock-achtige epiek van de zeventien minuten durende albumopener. Na de inleidende spoken word samples nemen rauwe black metal vocalen het over en ondanks het feit dat de drums in blast-modus overschakelen, blijft het overheersende gevoel neergezet worden door de leadgitaar die Agallochsgewijs adembenemende panorama’s over de Alpenpas schildert. Ook de basgitaar eist een melodieus plaatsje op in dit uitgestrekte canvas aan epiek en halfweg is er zelfs ruimte voor proggy gesoleer. De sterke en pakkende melodieën wekken tegenstrijdige gevoelens van verdriet, triomf, wroeging en vergelding op. Dat contrast wordt muzikaal in de verf gezet wanneer het tweede nummer “Dragging the dead through mountain passes” zich aandient. Diens militant hakkende drums, flitsende solo’s en woeste black staan immers als een tang op een varken vergeleken met de weidse, vloeiende en vrije aanpak van de opener. De dromerige klanken ruimen abrupt plaats voor de harde realiteit van de horror van oorlogsvoering wat zich uit in minder fijngevoelige en meer chaotische muziek (wat ik oorspronkelijk eigenlijk ook verwacht had). “Cloaked in silence” grijpt met haar twaalf minuten opnieuw iets meer naar de melodieuzere aanpak van de opener terug en heeft ook ruimte voor heldere gezangen, terwijl “Kaiserjägerlied” en “Tiroler Edelweiss” hier ook nog lange akoestische passages en zelfs fluitspel aan toevoegen. Ondanks al deze elementen met melodieuze insteek, verliest Minenwerfer haar black metal-basis niet uit het oog, wat afsluiter “Withered tombs” duidelijk maakt. “Alpenpässe” is een plaat die een uur van je vrije tijd in beslag neemt, maar je in die tijdspanne weet mee te nemen op een beklijvende trip naar de tijden van W.O.I. Erg fijne kennismaking met dit Minenwerfer waarover de vooroordelen ongegrond bleken.

JOKKE: 83/100

Minenwerfer – Alpenpässe (Purity Through Fire/Worship Tape 2019)
1. Der Blutharsch
2. Dragging the dead through mountain passes
3. Cloaked in silence
4. Kaiserjägerlied
5. Tiroler Edelweiss
6. Withered tombs

Ison – Inner-space

Hier wordt je even stil van. Ik kende dit duo niet tot enkele weken geleden en daar heb ik inmiddels best wel spijt van, want dit is echt klasse. Daniel Änghede (Crippled Black Phoenix, Hearts of Black Science) en Heike Langhans (Draconian, LOR3L3I) brengen een dromerige mengeling van ambient, post-rock, darkwave en shoegaze die er bij mij ingaat als zoete cyanide verhullende koek. Vanaf het eerste nummer wordt de toon gezet. Het gaat vooral om synths en prachtige vocalen. Dit derde album klinkt weids en ijl, koud en toch weemoedig. Op de tweede track “Radiance” krijgen we even Neige van Alcest te horen, wat een goede afwisseling is, al had het nummer beter wat later op de cd gekomen om meer effect te hebben. Alles kabbelt mooi voort als een kosmische beek, met hier en daar wat meer ondersteuning van gitaar zoals in het voorlaatste “Everything’s about to change forever“, maar voornamelijk drijvend op elektronische kracht. Dit is geen hipster post-rock met synths-plaatje, dit is de begeestering van twee mensen die iets moois willen maken. Het heeft weinig of niks met metal te maken, maar dit is een must voor elke open-minded liefhebber van alles wat geen chart muziek is.

Xavier: 93/100

Ison – Inner-space (Eigen beheer 2019)
1. Inner-space
2. Radiance
3. Equals
4. ISAE
5. Shipwrecks
6. The fifth world
7. Everything’s about to change forever
8. A golden force

Hope Drone – Void lustre

Vier jaar na de release van “Cloak of ash“, die we destijds een dikke score gaven, keert het uit Brisbane, Australië afkomstige Hope Drone terug met een opvolger genaamd “Void lustre“. De vorige langspeler was met zevenzeventig minuten speeltijd een monolithische plaat en ook nu weer koos het kwartet niet voor een snelle oplossing want “Void lustre” klikt ook op meer dan een uur speeltijd af. Ondanks het feit dat het schrijfproces niet van een leien dakje liep, zijn de ingrediënten nog steeds dezelfde gebleven. Hope Drone zoekt immers het spanningsveld op tussen woeste black metal-uitspattingen, bulderende en slepende sludge en weids klinkende post-rock melodieën. De Australiërs zijn nog steeds op zoek naar een hoopvolle catharsis wat zich uit in de vele meditatieve rustigere en meer atmosferische passages, maar de existentiële wanhoop blijft onderhuids aanwezig en komt tot uiting wanneer de gas- en effectenpedalen ingedrukt worden of wanneer de oorverdovende dronende pulsen als woeste golven op je inbeuken. De dichtgepakte sound is afkomstig van de Underground Audio Studio alwaar Hope Drone naar gewoonte samenwerkte met Christopher Brownbill. De mastering was in handen van Mell Dettmer die reeds eerder voor bands als Earth, SunnO))) en Wolves In The Throne Room werkte. Dit type post-black is ondertussen al even uitgemolken als FC De Kampioenen, hoewel liefhebbers van Downfall Of Gaia, Isis, Ultha of Fall Of Efrafa hier waarschijnlijk wel nog steeds wild van worden. “Void lustre” is dan ook een zeer degelijk werkstuk, maar omdat de melodieuze uitspattingen me net wat minder raken, zit er deze keer geen “negen” in.

JOKKE: 81/100

Hope Drone – Void lustre (Moment Of Collapse Records 2019)
1. Being into nothingness
2. Forged by the tide
3. In floods & depths
4. This body will be ash
5. In shifting lights

Óreiða – Óreiða

Na twee demo’s en een split met het Portugese Holocausto Em Chamas achtte Óreiða de tijd rijp voor een volwaardige langspeler. Op basis van het nummer dat deze IJslandse einzelgänger op de split liet horen, verwacht ik best veel van dit debuut. Binnen de immens populaire IJslandse black metal-scene heeft Óreiða haar eigen niche reeds gevonden en laat ze een sound horen die serieus afwijkt van de rest van de scene. Het recept voor de vier nummers, die in totaal op vijfendertig minuten afklokken, is heel minimalistisch: men neme één, maximum twee gitaarriffs die eindeloos lang herhaald worden en het doel hebben om tot in het diepste van de menselijke geest door te dringen. Emoties boven intellect met andere woorden. Door het ontbreken van vocalen zou je Óreiða’s muzikale creaties als een vorm van extreme post-rock kunnen bestempelen, maar toch hoor je ook wel invloeden van een Burzum, Ildjarn of Payasage d’Hiver terug. Ook de geest van drone-acts zoals Coil en Nurse Without Wound en de minimalistische aanpak van Vomir waart doorheen de vier nummers. Met slechts een handvol riffs per nummer in de aanbieding en één drumbeat die genadeloos lang doordendert, is het natuurlijk erop of eronder. Bij de eerste luisterbeurten in de wagen was ik niet echt ondersteboven van de vier nieuwe nummers. Óreiða’s muziek vraagt immers veel aandacht om te absorberen en is niet geschikt om als achtergrondmuziekje op te zetten. Al liggend in de sofa met de lichten gedimd en de ogen gesloten de plaat ondergaan, riep echter een andere beleving op. De stroom aan gelaagde atmosfeer maakt zich zo gestaag van je meester en je merkt toch minieme klank- en kleurschakeringen op in de vier nummers. “Daudi” neigt het meest naar groots klinkende symfonische post-rock, terwijl de riff(s) van “Dagar” en “Draumar” toch duidelijk geworteld zijn in black metal. Het lijkt wel of allerhande details zich als lichtschuwe creaturen in de gitzwarte riffmist verschuilen. Afhankelijk van waar je je op focust, openbaren deze geheimen zich stelselmatig. Zo creëren de dronende geluiden die in “Dagar” uit de dichtgeplamuurde riffmuur opborrelen een illusie van screams die je in de verte hoort, hoewel de songs toch wel écht instrumentaal zijn. “Draumar” valt op door haar repetitieve bezwerende Summoning-achtige toverfluitjes die een middeleeuwse sfeer creëren. Ook “Draugar” ligt in het verengde van dit nummer. Óreiða heeft er goed aan gedaan om haar langspeler met een speelduur van zesendertig minuten aan de korte kant te houden, want anders zou het wel wat te veel van het goede geweest zijn. Geweldige groeiplaat wel.

JOKKE: 85/100

Óreiða – Óreiða (Harvest Of Death 2019)
1. Dagar
2. Draumar
3. Daudi
4. Draugar

Laster – Het wassen oog

Heb je je black het liefst in een strak keurslijf en lederen jekker met patches en spikes geperst? Blijf dan maar ver weg van het Nederlandse Laster want dit avant-gardistisch gezelschap uit Utrecht tast reeds drie langspelers lang de grenzen van het genre af. Na “Ons vrije fatum” uit 2017 bleek ook Prophecy Productions overtuigd van het kunnen van het trio want voor “Het wassen oog” werd bij het Duitse label getekend. De band beschrijft haar eclectische stijl zelf als “obscure dance music” en integreert – net als stadsgenoten Grey Aura – met het grootste gemak invloeden uit post en jazz rock, shoegaze en art pop binnen het kaderwerk van extreme metal. Deze van alle-oogkleppen-ontdane-aanpak werd op de nieuwe langspeler nog verder uitgediept wat resulteert in de meest cinematografische sound die Laster ooit neerzette. En dankzij de fel verbeterde productie – die liet in het verleden al eens wat te wensen over – komt deze smeltkroes aan invloeden nu ook veel beter over. Opvallend is dat reeds vanaf de opener “Vacuüm ≠ behoud” de heldere vocalen een veel grotere rol opeisen dan in het verleden. De bijwijlen excentrieke zangstijl roept meteen een link met Ved Buens Ende op, maar ook die typische hoge gortdroge screams zijn nog veelvuldig van de partij. De subtiele keys en progressieve riffs zouden ook fans van het latere Enslaved moeten kunnen bekoren. Frivole basloopjes huppelen doorheen bleke riffkleuren, melancholische melodieën en flamenco-gitaren. Het voor Laster begrippen kort durende “Schone schijn” wordt middels enkele drumroffels door Wessel Reijman (ook actief bij Nevel, Verval en Willoos) ingezet en de bedwelmende cleane vocalen tillen het nummer dat enkele bizarre wendingen bevat hier echt naar een hoger niveau. Nu het deksel van het experimentele vat wagenwijd opengetrokken is, gaat de band op “Zomersneeuw” nog een stapje verder. Bij dit nummer dat stukjes shoegaze rock en pompende baslijnen bevat, wordt duidelijk wat Laster met “obscure dansmuziek” bedoelt. Na het speelse intermezzo “Ondersteboven” geven de heftige black metal klanken van “Haat & bonhomie” je een fikse trap onder de reet voor moest je vergeten zijn dat de gemaskerde bende toch ook nog wel een degelijk potje zwartmetaal uit de instrumenten kan persen. Het duurt echter niet al te lang vooraleer de experimentele kaart terug getrokken wordt en verstaanbare heldere vocalen de Nederlandstalige poëtische teksten vertolken. Ook op de tweede helft van de plaat horen we nog enkele verrassende zaken zoals de accordeon in de inleiding van “Blind staren“, de spoken word-passage, samples en strijkers in “Weerworm” en de psychedelische en jazzy toets van afsluiter “Zinsbetovering“. Hoewel de band op “Het wassen oog” black metal gerelateerde archetypen zoals het kwaadaardige of alziend oog in vraag stelt, blijft de basis van Laster’s muziek toch nog ontegensprekelijk geworteld in black metal. Door de vele cleane vocalen en progressieve stukken klinkt Laster echter avontuurlijker én enigszins toegankelijker dan ooit. Nog even meegeven dat de dubbele CD-versie met art book ook nog de “Stadsluik” EP als bonus bevat. Ik ben fan!

JOKKE: 84/100

Laster – Het wassen oog (Prophecy Productions 2019)
1. Vacuüm ≠ behoud
2. Schone schijn
3. Zomersneeuw
4. Ondersteboven
5. Haat & bonhomie
6. Blind staren
7. Weerworm
8. Zinsbetovering

Blurr Thrower – Les avatars du vide

Tijdje geleden alweer dat hier nog eens iets van Les Acteurs de l’Ombre Productions passeerde. Hun nieuwste telg heet Blurr Thrower en het betreft hier een éénmansproject. In juli 2018 zag een eerste EP “Les avatars du vide” het digitale levenslicht, maar het Franse label brengt het onding nu ook fysiek uit. Het bestaansrecht van de band wordt gevoed door de angstaanvallen, hallucinaties en het isolement van de Parijzenaar die achter dit creatuur schuilgaat. Hij beschouwt Blurr Thrower in dit geval niet als een cathartische ervaring maar eerder als een neurose. De muzikant zijn psychische stoornis manifesteert zich in de vorm van lang uitgesponnen atmosferische black metal, waarbij de mosterd vooral gehaald werd bij Amerikaanse bands zoals Weakling, Ash Borer en Fell Voices en bij stijl- en landgenoten Paramnesia, Cepheide en Time Lurker. Vermits het vooral rond die eerste bands verdacht lang stil blijft, was een Cascadian style plaatje nog wel eens welgekomen. De occulte thematiek – hoewel ik daar bij het lezen van de Franse teksten niet veel van merkte – is echter niet zo veel voorkomend binnen deze stijl maar ligt dan wel weer in lijn met veel grondleggers en grootheden van de Franse black metal-scene. Ondanks het kalme cleane repetitieve openingsriffje van “Par-delà les aubes” gaan de drums meteen in blast-modus. Hierbij valt wel meteen de nogal dunne, droge en erg kort klinkende snaresound op. Wat meer galm had het drumgeluid meer ruimte gegeven en een upgrade van hi-hats en cymbalen had ook geen kwaad gekund. De gitaar begint rond de 2:30 grens naar de distorted kant over te hellen, wat voor een kolossale track van negentien minuten dus best meevalt als inleidende passage. Doorheen het lange nummer wordt regelmatig afgewisseld tussen introverte passages en uitbarstingen waarbij de blasts en schurende riffs lange tijd hetzelfde patroon aanhouden. Subtiele ondergrondse laagjes – ik ben niet zeker of deze via een keyboard of gitaar opgewekt worden – zorgen voor een hypnotiserend karakter waarover gekwelde vocalen hun angsten bezingen. Iets voorbij de dertien minutengrens en na een passage vol groots klinkende post-rock riffs, gaat Blurr Thrower in overdrive en horen we ook iets van een Turia doorschemeren. Tijdens deze manische ketelherrie klinkt Blurr Thrower op haar best. Na de storm valt de stilte terug in en ben ik verbaasd dat die eerste ellenlange song er toch al opzit. “Silences” moet qua speelduur echter niet onderdoen voor de opener en de titel zet je meteen al op het verkeerde been, want we krijgen à la minute een zwartmetalen pandoering om de oren. De drive zit er goed in en de zoemende riffs wiegen je stilaan in een trance waarbij de vloedpassages zich betrekkelijk weinig terugtrekken. Blurr Thrower is een veelbelovende nieuwe speler in de schemerzone van een genre dat wat op zijn retour is. De substroming een heus tweede leven inblazen is echter nog iets te hoog gegrepen. Daarvoor had de sound nog wel wat rauwer en bijtender moeten zijn. We zullen dus op één van de Amerikaanse vaandeldragers van de “Cascadian” sound – al dan niet woonachtig in deze geografische regio – moeten wachten voor een échte heropleving.

JOKKE: 79/100

Blurr Thrower – Les avatars du vide (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Par-delà les aubes
2. Silences