progressive rock

Katatonia – City burials

Quarantaine, isolatie en melancholische verlangens naar vroegere tijden; perfecte setting voor een nieuwe Katatonia-plaat denk ik dan. Die was er bijna niet meer gekomen want nadat het touren voor “The fall of hearts” erop zat, trok Katatonia er in 2018 onverwachts de stekker uit. Althans voor even, want naar aanleiding van het tienjarig bestaan van “Night is the new day” staken de vijf Zweden een jaar later de koppen opnieuw bij mekaar om dit jubileum live te vieren. Tijdens de inactieve bandperiode bleef frontman Jonas Renkse echter geduchtig verder componeren met de idee van een soloalbum in zijn achterhoofd. Vlak voordat ie de studio zou intrekken gooide de zanger het roer echter om en overtuigde zijn bandmakkers om zijn materiaal toch onder de Katatonia-noemer uit te brengen. En zo plofte de twaalfde langspeler “City burials” enkele weken geleden op onze deurmat. Als fanboy was ik natuurlijk reuze benieuwd naar het totaalplaatje hoewel de eerste twee singles ons nog niet meteen achterover deden vallen. Het rustige “Lacquer” klonk eerder als een doorslagje van het adembenemende “Unfurl” en het met een heavy metal solo doorspekte “Behind the blood“, waarin Roger Öjersson zijn talent laat horen, schrikte ons aanvankelijk wat af indien dit een blauwdruk voor de nieuwe richting zou worden. Net zoals op “The fall of hearts” kiezen de meesters van de melancholie opnieuw voor een eerder rustige opener; geen dubbele basdrums en heavy riffs zoals in “Leaders” of “Forsaker” met andere woorden. Dit “Heart set to divide” ontpopt zich wel langzaam van een timide openingspassage naar progressievere vaarwateren waarin drummer Daniel Moilanen en bassist Niklas Sandin zich ritmisch kunnen uitleven, hoewel Daniel meer in dienst van de nummers speelt dan technische hoogstandjes te etaleren. Dat de nummers oorspronkelijk voor Jonas zijn soloplaat bestemd waren is goed hoorbaar want de timide frontman schittert als nooit tevoren en staat centraal in de elf composities. Zijn stemtimbre klinkt gelaagder en zijn bereik gaat breder dan ooit. Dat was eigenlijk al hoorbaar in de eerste twee reeds aangehaalde erg uiteenlopende en diverse singles die na meerdere luisterbeurten eigenlijk perfect op hun plaats vallen in de flow van het album en uiteindelijk niet moeten onderdoen voor de rest van het materiaal. Opnieuw prijkt er in de vorm van “Vanishers” een duet op de plaat waarin Jonas samen met Full Of Keys zangeres Anni Bernhard een prachtig ingetogen song vertolkt waarin strijkers voor extra warmte zorgen. “City burials” heeft – zoals elke Katatonia-plaat – wat tijd nodig om in te werken en haar geheimen volop prijs te geven. Zo bevatten sommige nummers heel wat meer diepgang dan wat op het eerste gehoor bleek. Kippenvelopwekkende refreinen zoals we horen in “The winter of our passing“, “Flicker” en het naar Tool neigende “City glaciers” zijn er nog meer dan voldoende, maar de catchy bridges uit het verleden hebben soms plaatsgemaakt voor weinigzeggende opbouwen met geprogrammeerde drums. Een andere kanttekening is de drumsound die wat vlak klinkt (oudgediende Jens Bogren werd voor de mix en mastering dan ook ingeruild voor de Deen Jacob Hansen). Een andere opvallende wijziging is dat het artwork niet langer van de hand van Travis Smith is waarmee Katatonia sinds jaar en dag samenwerkte. Het resulteert in een verfrissende aanpak. Had jij trouwens de kenmerkende raaf al opgemerkt die verschijnt in het gelaat van de op de cover prijkende ontwerper Beech wanneer deze ondersteboven gehouden wordt? Met het stevige maar van een inspiratieloos refrein voorziene “Fighters” en het dynamische “Closing of the sky” zijn er ook twee bonusnummers in omloop maar daar moet je – net zoals bij de voorganger – meerdere edities voor aanschaffen om ze beide in huis te halen (fuck you Peaceville!). Samenvattend blijft Katatonia verder timmeren aan een geluid dat ondertussen uit de duizenden herkenbaar is. Er wordt verder gebouwd op de funderingen van de vorige platen, maar toch wordt er op verschillende nummers, door bijvoorbeeld het toevoegen dan gitaarsolo’s, subtiel een nieuwe weg ingeslagen en daarvoor kan ik niets anders dan respect opbrengen. Algemeen klinkt de band wat rustiger, hoewel er in nummers als “Rein“, “Untrodden” (waarin Roger opnieuw mag soleren) en “Neon epitaph” nog steeds voldoende metalelementen aanwezig zijn, en daar is mijns inziens niets mis mee. “City burials” ontpopte zich de voorbije weken voor ondergetekende tot de perfecte soundtrack voor de lock down.

JOKKE: 90/100

Katatonia – City burials (Peaceville Records 2020)
1. Heart set to divide
2. Behind the blood
3. Lacquer
4. Rein
5. The winter of our passing
6. Vanishers
7. City glaciers
8. Flicker
9. Lachesis
10. Neon epitaph
11. Untrodden

Primeval Mass – Nine altars

Orth, de bezieler achter Primeval Mass neemt na elke langspeler voldoende tijd voor het schrijfproces van een opvolger. Dat maakt dat er opnieuw vier jaar verstreken zijn sinds voorganger “To empyrean thrones“, die we voor de gelegenheid nog eens vanonder de mottenballen hebben gehaald. Wat een vette black/speed/thrash-schijf was me dat toch. Voor “Nine altars” heeft Orth echt het onderste uit de kan gehaald qua songstructuren en op alle vlakken werd de lat hoger gelegd. De duivel zit ‘em duidelijk ook in de details want er gebeurt heel wat in de complexe en volgepropte songs. En zoals steeds is de sound van Primeval Mass een melting pot van Europese en Amerikaanse thrash uit de jaren ’80, het klassieke heavy metal-geluid, eerste en tweede wave black en progressieve rock. Orth heeft voor deze vierde langspeler beroep kunnen doen op de talenten van heel wat illustere individuen. Zo wordt de Griek door producer George Christoforidis (War Possession) op drums bijgestaan. Hij blijkt niet alleen goed aan de knoppen te kunnen draaien want in een hectisch en experimenteel nummer als “Burning sorcery” of de opzwepende opener “Circle of skulls” wordt qua snelheden en ritmewijzigingen topsport afgeleverd. Leuk weetje is dat de drums voor “The irkallian born“, een rechttoe rechtaan speed/thrash nummer met zwart randje, kortelings na een aardbeving in Athene ingespeeld werden. Orth’s Witchcrawl makkers Tasos Molyviatis en Yiannis K. dragen respectievelijk hun heavy metal uithalen op “Firecrowned” en een akoestische gitaarsolo op het bijna twaalf minuten durende “The Hourglass Still” bij. Semjaza (Acrimonious, Thy Darkened Shade) levert dan weer een ellenlange solo in het instrumentale “Amidst twin horizons” aan. Liefhebbers van gitaarsolo’s komen hier serieus aan hun trekken, hoewel het voor mij soms wel wat te veel naar gitaarmasturbatie overhelt. En last but not least draven ook de twee voormalige Primeval Mass vocalisten Merkaal en Alchemoth nog op om wat mee te komen brullen op “Orphne” en “Night rapture“. Maar de meeste credits gaan natuurlijk naar Orth zelf die met “Nine altars” zijn meest energieke, intense en emotioneel geladen plaat tot op heden aflevert. Voor mij bij momenten echter ook wel iets té druk, virtuoos en hyperkinetisch. Nu Absu haar “eastern candle” uitgeblazen heeft, kunnen de black/thrash/speed-maniakken bij dit Primeval Mass aan hun trekken komen.

JOKKE: 80/100

Primeval Mass – Nine altars (Katoptron IX Records)
1. Circle of skulls
2. The irkallian born
3. Night rapture
4. Amidst twin horizons
5. Burning sorcery
6. Orphne
7. Firecrowned
8. The hourglass still

Sunset in the 12th House – Mozaic

Bij de inleidende tonen van “Seven insignia” moet ik meteen aan het magistrale “Om” van Negura Bunget denken. Niet verwonderlijk als je weet dat twee derde van de line-up op dat album ook de drijvende kracht achter dit Sunset in the 12th House vormt. We hebben hier m.a.w. met Hupogrammos en Sol Faur te maken, die het nodig vonden om nog een zijstapje te maken ten opzichte van Dordeduh, de band die beide heren oprichtten nadat het hommeles was met Negru (Negura Bunget’s drummer). Daar waar Dordeduh een logisch vervolgverhaal brengt op ‘Om”, is het met de band van de achtergebleven slagwerker sindsdien bergaf gegaan. Als je weet dat de rest van de line-up aangevuld wordt met meesterdrummer Sergio Ponti en bassist Mihai Moldoveanu, die beiden deel uitmaken van (de live bezetting van) Dordeduh, kan je je afvragen wat de meerwaarde dan mag wezen van deze nieuwe formatie? Wel ten eerste wordt hier toch duidelijk uit een ander vaatje getapt, want we krijgen hier overwegend instrumentale nummers voorgeschoteld die puzzelstukjes uit verscheidene genres bevatten en alzo een prachtig gekleurde mozaïek opleveren. De kwartier durende opener beweegt zich tussen spannende post-rockachtige partijen en de steeds terugkerende stevigere hoofdriff inclusief leuke standaardmaatafwijking. Rond de tienminutengrens krijg ik even de bibber van het galopperende progressieve metal ritme, maar dat wordt gelukkig al snel hersteld door groovende en meer hakkende gitaarpartijen. Het is vooral in het meer psychedelische gitaargefriemel en toetsenwerk dat de Roemeense invloeden van hun andere band doorschemert. Hoewel het kwartet op “Arctic cascades” in meer typische post-rock vervalt is het wel heerlijk wegdromen op de meanderende gitaarriedels. De invalshoek op “Paraphernalia of sublimation” is iets progressiever van aard en refereert met momenten aan moderne Enslaved. “Desert’s echaton” bulkt dan weer van de Oosterse invloeden qua instrumentarium en gezang en swingt de pan uit met zijn opzwepende ritmes en percussie. Dit is zo’n album waarbij je als recensent niet anders kan dan alle tracks afzonderlijk te bespreken, omdat in het uur dat het album duurt er talrijke mood swings afgedwongen worden door het karakter van de songs. Zo klinkt “Ethereal consonance” aanvankelijk mysterieus en dreigend en krijgt later een meer sacraal karakter door de mystieke cleane zang (soms knipogend naar New Wave) en etherische keyboards. Ik schrik me een hoedje als er grunts weerklinken in het afsluitende “Rejuvenation”, dat opnieuw meer riff-georiënteerd is en waarin alle muzikanten hun kunsten nog eens mogen etaleren. Ten tweede (ja, tien regels geleden ben ik een opsomming begonnen), is het weinig bands gegeven om met een eerste album meteen een eigen smoelwerk te creëren en zoveel kwaliteit af te leveren, maar we hebben hier dan ook met doorwinterde muzikanten en creatieve meesterbreinen te maken. Nóg progressiever hoeft het voor mij niet te worden en de grunts vormen hier geen echte meerwaarde, maar voor de rest heb ik geen klachten. Voer voor de open minded muziekliefhebber en het zou me niet verbazen als deze band volgend jaar op Roadburn zou staan.

JOKKE: 83/100

Sunset in the 12th House – Mozaic (Prophecy Productions 2015)
1. Seven insignia
2. Arctic cascades
3. Paraphernalia of sublimation
4. Desert’s eschaton
5. Ethereal consonance
6. Rejuvenation