Relapse Records

Yob – Our raw heart

Het is enkele jaar stil geweest in het kamp van het ronduit fantastische Yob. Dat was vooral te wijten aan de gezondheidsperikelen van de flamboyante frontman/gitarist Mike Scheidt, wiens leven zelfs even aan een zijden draadje heeft gehangen. We zijn maar al te blij dat Mike zo goed als terug de oude is en dat er vier jaar na het magistrale “Clearing the path to ascend“, dat toen in heel wat eindejaarslijstjes prijkte, opnieuw vers plaatwerk is. “Our raw heart” werd het beestje gedoopt en staat tot aan het gaatje vol met hoogstaande stoner/doom. Er prijken maar liefst zeven songs (wat veel is naar Yob-normen) op de tracklist van de van-een-kleurrijke-hoes-voorziene plaat, waarvan er dan nog eens twee ruim een kwartier duren, wat de totale speelduur om meer dan zeventig minuten brengt. We zijn natuurlijk niets anders gewoon van het trio dat naast Mike bestaat uit drummer Travis Foster en bassist Aaron Rieseberg. Openen doen de heren met “Ablaze“, een typisch Yob-nummer dat al hun gekende ingrediënten bevat: logge ritmes, een slepende flow en de typische van-effecten-bulkende cleane zang van de frontman. In het daaropvolgende dreigende en donkere “The screen” krijgen we echter een afwijkende sound voorgeschoteld waarin Mike’s vocalen een pak ruwer klinken en een distorted riff bijna tien minuten lang hetzelfde patroon herhaalt. Iets te veel van het goede als je het mij vraagt en het haalt de vaart uit de plaat. Ik hoor Yob dan ook liever aan het werk wanneer ze een weidse, open sound neerzetten, zoals in opvolger “In reverie” die massiever klinkt, maar opnieuw wat variatie mist om tien minuten lang te kunnen boeien. “Lungs reach” vormt met haar ambient, drone en in reverb gedrenkte achtergrondgeluiden een rustpunt op de plaat, hoewel de band halverwege het nummer plots toch enorm zwaar uithaalt en Mike’s oerkreten een zekere overlevingsdrang uitroepen. Op de voorganger was het afsluiter “Marrow” die de kippenvelfactor in het rood deed gaan, op “Our raw heart” is die taak weggelegd voor het kwartier durende “Beauty in falling leaves” dat ons meermaals tot tranen toe beroert. Mike’s zang klinkt breekbaar en puur, de gitaarlijnen dwarrelen doorheen het nummer als neervallende bladeren en melancholische klanken nemen de boventoon. Als de distortionpedaal dan toch eens ingedrukt wordt, horen we Yob op haar best en is Black Sabbath niet veraf. De gitaargolven dreunen eindeloos door maar kruipen onder je vel en laten je niet onberoerd. Het contrast met het bulderende “Original face” kan niet groter zijn en laat een crossover horen tussen doom en met punk doorspekte metal. De zang klinkt enorm rauw en diep en de muziek knipoogt naar Vhöl, het zijproject van Mike en enkele leden van Agalloch, Ludicra en Hammers of Misfortune. In de monumentale titeltrack die doorspekt is met psychedelisch gitaarwerk, is de aanpak softer, maar daarom niet minder “heavy“. Mike bezingt hier zijn geworstel met zijn mortaliteit (“Drained and filled again / Temple to a nameless soul / Beckoning my restless ghost /From holes in my gut / To love from miracles / Silver climbed the walls / Eyeless looking on / It’s looking still / Drawn by a mortal thread / To an ever shifting weave / Known better by my bones / Than my eyes can see“) en de levenswil die hij hierdoor gekregen heeft. Want ondanks de emotionele ups en downs die er in de teksten te lezen zijn, mogen we “Our raw heart” vooral als een ode aan het leven beschouwen.

JOKKE: 87/100

Yob – Our raw heart (Relapse Records 2018)
1. Ablaze
2. The screen
3. In reverie
4. Lungs reach
5. Beauty in falling leaves
6. Original face
7. Our raw heart

Obituary – Inked in blood

Ik moet zo’n jaar of dertien geweest zijn toen ik van mijn oudere buurjongen wat death metal CD’s meekreeg om eens op mijn kamer te beluisteren. Tot dan toe waren het vooral Guns ’N Roses en Metallica die mijn hartje sneller deden slaan. In het pretpakketje zaten onder andere Sinister, Napalm Death en de eerste vier albums van Obituary. Urenlang heb ik naar de prachtige hoezen zitten kijken en tientallen keren heb ik het coole bandlogo op pennenzakken en ringmappen nagetekend terwijl de groovende death metal vergezeld van de sappige vocalen van John Tardy (tot groot jolijt van mijn ouders) door het huis schalde. Het nieuwe negende studioalbum is naar aloude traditie voorzien van een ultragave hoes van Andreas Marshall; misschien wel de meest expliciete en brute uit hun discografie sinds debuutplaat “Slowly we rot” uit 1989. Op de cover, die je eerder zou verwachten van een band à la Cannibal Corpse, zien we een man die grondig door de klootzakken van IS onder handen genomen lijkt te zijn. Vijf jaren verstreken sinds de vorige plaat “Darkest day” uit 2009, maar de mannen hebben duidelijk hun tijd genomen om met een kanjer van jewelste op de proppen te komen. De korte openingstrack “Centuries of lies” hakt er meteen in. Twee basisriffs zijn voldoende om de toon te zetten. Vanaf “Violent by nature” maken de dubbele bassdrums van Donald Tardy overuren. De zagende en hakkende riffs snijden door je trommelvlies en rond de vier minutengrens vliegt de eerste solo om je horen. Luchtgitaar rondgespen en volle gas vooruit! “Pain inside” en “Back on top”  zijn zo’n klassieke Obituary nummers die met een solo aftrappen en dan midtempo gewijs rond zich heen schoppen. De catchy start-en-stop riff die Trevor Peres aan het begin van “Visions in my head” uit zijn mouw schudt, luidt de eerste échte kaskraker in die live brokken moet maken.  “Violence”, het thrashy “Minds of the world” en “Paralyzed with fear” zijn de snellere songs van de plaat die geen spaander heel laten zonder dat er blastwerk aan te pas komt. De vocalen van John zijn herkenbaar uit de duizend en goed verstaanbaar. Op de song “Inked in blood” lijkt hij haast te rappen. De productie van het album is krachtig en misschien net een tikkeltje té afgelikt (vooral de sound van de toms klinkt iets té digitaal). Vergelijk het een beetje met “Back from the dead” uit 1997. Obituary blijft keer op keer verbazen met platen die volstaan met simpele maar oh zo effectieve death metal (less is more!) en levert met hun negende plaat hun beste release af sinds hun comeback plaat “Frozen in time” uit 2005. Samen met Bolt Thrower zijn ze de ongekroonde koningen van midtempo old school death metal.

JOKKE: 83/100

Obituary – Inked in blood (Relapse records 2014)
1. Centuries of lies
2. Violent by nature
3. Pain inside
4. Visions in my head
5. Back on top
6. Violence
7. Inked in blood
8. Deny you
9. Within a dying breed
10. Minds of the world
11. Out of blood
12. Paralyzed with fear

Inter Arma – The cavern

Na het lichtjes geniale “Sky burial” uit 2013, komt deze Amerikaanse band nu al met een nieuwe EP op te proppen. Allez ja, EP, what’s in a name? Hoewel dit plaatje slechts één song bevat, klokt die wel af op net geen 46 minuten. Altijd risky business als een band probeert om één monsterlijke song uit de mouw te schudden, want het is dan natuurlijk altijd de vraag of het nummer de volledige speeltijd kan blijven boeien. “The cavern” begint nog enigszins ingetogen maar gaat toch al vrij snel over tot metalen heaviness. Beukende sludgy metal met een subtiele keyboardgordijn op de achtergrond knalt door de speakers. Deze riff wordt iets te lang aangehouden om dan abrupt over te gaan naar een nieuw deel van de song, dat iets progressiever getint is en qua riffs en vocalen de Mastodon tour opgaat. Na enkel minuten gaat de muziek, ditmaal subtieler, terug over naar zware sludge met black metal vocalen. Dit is echter niet van lange duur, want de geluidsmuur valt terug stil en een nieuwe opbouw wordt gecreëerd middels trage sludge met een slepende vioolmelodie. Spijtig genoeg volgt plots weer een abrupte shift van een meer proggy passage om dan toch weer terug naar de vorige riff terug te keren en dit doen ze nog een keer. Je wordt als luisteraar voortdurend op het verkeerde been gezet en éénmaal je mee bent met een bepaalde mood brengt Inter Arma je het hoofd op hol. Daarna krijgen we een geslaagde Americana getinte passage inclusief lap steel, strijkers en zwoele vrouwelijke vocalen van Windhand’s Dorthia Cottrell. Een uitgesponnen gitaarsolo die op het einde inkakt en meer weg heeft van guitar wanking vormt de brug naar hakkende riffs die overgaan naar een nieuwe inspiratieloze en véél te lange solo. Het is nu al een lange rit en we zijn nog maar iets over halfweg. Plots steekt er terug een Mastodiaanse gitaarriff de kop op met tegendraads drumwerk. Na deze lange instrumentale passage, mag zanger Mike Paparo terug meedoen en wordt het beginthema van de song terug aangehaald. De song komt tenslotte ook erg abrupt tot een einde, waarschijnlijk omdat de maximum speelduur van een elpee behaald is. Links en rechts bevat “The cavern” wel leuke passages maar over het algemeen springt de band te veel van de hak op de tak en de abrupte overgangen geven het idee van knip- en plakwerk. Ik mis bovendien de black metalgetinte razernij van de vorige plaat. Als de song in verscheidene tracks opgedeeld zou zijn, kan je nog fast forward doen naar je voorkeurspartijen, nu ben je verplicht om de hele rit uit te zitten, waardoor ik deze plaat waarschijnlijk nooit meer opzet. Aan het muzikaal talent ligt het in elk geval niet, maar dat is nog geen zekerheid voor een boeiende song. Ik beschouw het als een mislukt experiment, en hoop dat de band met een volgende reguliere plaat terug de draad oppikt van “Sky burial”. Onderstaande trailer bevat de interessantste passages van de song. In drieënhalve minuut kan het dus ook.

JOKKE: 62/100

Inter Arma – The Cavern (Relapse Records 2014)
1. The Cavern