signal rex

Örmagna – Örmagna

De IJslandse geisers blijven maar nieuwe bands uitspuwen. Örmagna is er zo ééntje en hoewel de IJslandse scene om haar incestueuze praktijken gekend staat – er leven nu eenmaal slechts 330.000 mensen op het mysterieuze eiland waardoor het aantal black metal-muzikanten dus wel beperkt is – is er slechts één bandlid dat aan een andere band gelinkt kan worden en dat is zanger Örlygur Sigurðarson die we ook kennen van Naðra en Mannveira. Nadat de omineuze intro van hun gelijknamige debuut is weggeëbd, herkennen we de schuurpapieren strot van Örlygur meteen. Hoewel hij duidelijk niet de beste zangtechniek bezit, maakt hij dat goed middels een extra dosis passie, emotie en inleving. De black van het vijftal klinkt gestript en gezwind en komt erg ruw maar krachtig over dankzij de geslaagde mastering door Misþyrming’s Dagur Gonzales. Verwacht van begin tot einde echter geen dissonant feestje genre Svartidauði of een Sinmara tremolo- en blastfestijn want de black van Örmagna lijkt eerder een post-hardcore insteek te hebben wat bijvoorbeeld duidelijk hoorbaar is in het drumpatroon en de gitaarmelodie (inclusief atonaal riffje) in het titelnummer. De tien minuten durende epische afsluiter “Dansar saurs og saurlífis” bevat dan weer cleane zang en bakken meeneuriebare melodieën, zonder echter het rauwe randje uit het oog te verliezen. Als luistertip beveel ik “Náladoði” aan, een meer uptempo song vol tempowisselingen. Örmagna bewijst op haar debuut een veelbelovende nieuwe IJslandse kracht te zijn. Deze release is tevens één van de beste Signal Rex-uitgaven tot op heden.

JOKKE: 81/100

Örmagna – Örmagna (Signal Rex 2019)
1. Intro
2. Háskinn í Seljunum
3. Náladoði
4. Örmagna
5. 3 ár í dýflissu
6. Með lögum skal land brjóta
7. Dansar saurs og saurlífis

Zwarte Dood – Van Kaïn’s zaad

Black metal heb je in alle maten en gewichten. Van extreem technisch, avant-garde, progressief en dissonant spul tot simplistische, rechtlijnige en ruwe ketelherrie. Het nieuwe Belgische Zwarte Dood – suffe bandnaam wel –  houdt niet zo van technische snufjes en complexe toestanden en richt zich tot de oerkrachten van het genre zoals dat zich begin jaren negentig manifesteerde. Na de verplichte ambient-intro, schiet de titeltrack van deze demo uit de startblokken waarbij ruw, haatvol en vernietigend de codewoorden zijn. Tussen de feedbackende gitaren en het gekraak van de punky galopperende drums, perst main man ZD haatdragende vocalen uit zijn salpeterstrot. Simpel maar effectief. “Ik roep de duisternis aan me te omarmen” is geen standaardnummer daar het eerder een collage van getormenteerde vocalen, penetrerende feedback en demonische noise behelst. Halfweg valt een trage drumbeat in die de song naar ongefilterde misantropische haat leidt. De duivels teringherrie van het ondergeproduceerde “Het naamloze pad” manifesteert zich opnieuw via punky, rockende riffs en tonnen gekraak, feedback en noise. Afsluiten doet Zwarte Dood met “Nacht en mist” een cover van het Ildjarn-Nidhogg-nummer “Natt og tåke” van diens “Norse” EP, dan weet je meteen ook waar de mosterd gehaald werd. Zwarte Dood brengt echter een nog r(a)uwere versie van het origineel. Dit is geen black voor tere zieltjes.

JOKKE: 72/100

Zwarte Dood – Van Kaïn’s zaad (Signal Rex 2018)
1. Aanvang 
2. Van Kaïn’s zaad
3. Ik roep de duisternis aan me te omarmen
4. Het naamloze pad
5. Nacht en mist

Voëmmr – Nox maledictus

Geen idee wat de betekenis van de bandnaam van de Portugese black metal band Voëmmr is, maar het zou wel eens een onomatopee voor een startende brommer kunnen zijn. De identiteit van het bandlid of de bandleden is in een dichte mist gehuld en blijkbaar maakt Voëmmr samen met Ordem Satânica, Trono Além Morte en Occelensbrigg deel uit van een clandestien vennootschap genaamd de Aldebaran Circle. Trve ende kült! En volgens horen zeggen werd dit debuut gedurende twee nachten opgenomen in een verlaten boerderij op het Portugese platteland. Nog meer utter grimness! Voëmmr opereert in de diepste krochten van het black metal landschap met een rauwe vorm van kelder- of in dit geval stal-black. Verwacht dus geen afgelikte productie maar groezelige lo-fi waanzin met een zanger die duidelijk pijn heeft. Memorabele riffs passeren er niet en topmuzikanten horen we hier evenmin aan het werk maar de horrorklanken van “III” klinken nog wel onderhoudend. Ideaal om je schoonmoeder tijdens Oudjaar op de kast te jagen. Door de random vocale uitbarstingen en cacofonie waar de band soms in belandt, krijg ik het vermoeden dat er een zekere ruimte voor improvisatie was tijdens het opnemen van de nummers die haast in één take vereeuwigd lijken. Het rammelende “IV” is hier een goed voorbeeld van. In “V” lijkt Voëmmr zelfs even de romantische tour op te gaan en horen we zelfs een basgitaar terug, wat héél uitzonderlijk is voor deze nichemuziek. Nu wordt improvisatie dikwijls aan comedy gelinkt, maar voor deze jongens is het bittere ernst. Van de andere bands die deel uitmaken van het duivels theekransje is dit Voëmmr de betere, maar wie echt uit zijn dak wil gaan op dit soort mistige teringherrie raad ik toch eerder het machtige Black Cilice aan. Wie dit wel kan smaken, vindt op Harvest Of Death, een sub-label van Signal Rex zeker zijn of haar gading.

JOKKE: 66/100

Voëmmr – Nox maledictus (Harvest Of Death  2017)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI
7. VII
8. VIII