solar temple

Knoest – Dag

Het stopt écht niet bij onze noorderburen hé. 2018 was een knaljaar voor de NLBM-scene en 2019 lijkt ook weer goed op weg te zijn om voor een groot stuk gekaapt te worden door releases van bestaande en nieuwe Nederlandse spelers. Een neofiet in de scene is Knoest hoewel het trio reeds een heus palmares aan activiteiten in andere bands kan voorleggen. Drummer Mink Koops kennen we als vellenmepper van Fluisteraars, Galg, Nusquama en Solar Temple en de unieke strot van frontman Joris hoorden we in het verleden reeds schallen bij Wederganger, :Nodfyr: en Heidevolk. Op gitaar treffen we Harold aan, die reeds ervaring opdeed bij Mondvolland en Bottenkoning. Knoest is het resultaat van een mooie bromance tussen drie kerels uit Gelderland. Een gedeelde passie voor de natuur en omgeving van Nederland’s grootste provincie vormde de voedingsbodem voor hun debuutplaat. Trek- en rijtochten doorheen Gelderland in de ochtend, de middag, de avond en de nacht resulteerden in het toepasselijk getitelde “Dag“. De unieke diepe heldere vocalen van Joris trekken van meet af aan de aandacht maar staan wel iets te ver vooraan in de mix wat bij opener “De ochtend” zelfs wat storend is. De riffs die Harold uit zijn gitaar tovert schipperen tussen weids meanderende melancholische klanken en meer rechttoe rechtaan black metal riffs of rockgetinte passages. Het spanningsveld tussen de guur klinkende zwartmetalen riffs en de ietwat genrevreemde vocale aanpak levert soms mooie contrasten op die in het toegankelijke startende “De avond” wondermooi samengaan, maar honderd procent overtuigd zijn we nog niet. Daar waar de plechtstatige gezangen van Joris bij Wederganger afgewisseld werden met krijszang, blijft die aanpak hier achterwege waardoor de zang een love it or hate it ding wordt. In het bijna twaalf minuten durende “De nacht” lijken de muzikanten bij momenten bezeten te zijn door de volle maan die door de bladerhemel in de Gelderse bossen schijnt en wordt het onderste uit de kan gehaald middels energieke en overstuurde uithalen op gitaar en drum. Maar evengoed schakelt Knoest even later op een akoestische passage over. Knoest is een band die op alle vlakken het contrast in haar muzikale landschap opzoekt, gaande van kabbelende akoestische passages tot stormende zwartgeblakerde watervallen, van brede laagvlaktes tot extreme pieken en dit alles overgoten met theatrale vocalen. Interessante eerste kennismaking die je kort door de band genomen kan omschrijven als een kruisbestuiving tussen Fluisteraars (muzikaal gezien) en :Nodfyr: (vocaal gezien, hoewel Joris bij Knoest eerder klassiek theatraal dan folky klinkt) maar het niveau van beide bands vooralsnog niet haalt.

JOKKE: 70/100

Knoest – Dag (Ván Records 2019)
1. De ochtend
2. De middag
3. De avond
4. De nacht

Lubbert Das – De plagen

Het Nederlandse Haeresis Noviomagi heeft er een enorm productief en succesvol jaar opzitten met killer releases van Solar Temple en Iskandr en twee fantastische splits van Turia met Vilkacis en Fluisteraars. Als kers op de taart krijgen we op tweede kerstdag nog een eerste volwaardige langspeler van Lubbert Das. De band werd in 2012 in Nijmegen opgericht en bracht reeds een demo (“Keye“) uit in 2013 en een EP (“Deluge“) in 2015. Het trio bestaande uit R (gitaar en zang), O (bas en zang) en J (drums en zang) heeft met “De plagen” een zinderende brok black uitgebracht die fans van het label blind kunnen aanschaffen, want hoewel het grootste deel van de muziek van R’s hand is hoor je naast echo’s van USBM à la Vilkacis en Predatory Light toch ook de invloed van enkele van O’s andere bands en dan voornamelijk Turia. Het trio vertrekt op “De plagen” waar “Deluge” stopte maar op productioneel vlak werd dankzij de mastering door Greg Chandler (Priory Recording Studios) een grote stap voorwaarts gezet maar met behoud van een ongepolijst karakter. Thematisch gezien heeft Lubbert Das vier plagen die de duistere middeleeuwen kwelden in songs gegoten: de vernietigende kracht van hongersnood, de verwoestende zwarte dood, het bloedvergieten veroorzaakt door strijd en oorlog en de monsterlijke beesten die in de wildernis huishouden. Het groovende canvas van de vier lange nummers wordt tot een maximum opgespannen middels door merg en been snijdende riffs, bezeten ijle screams en diepere growls, repetitieve drumsalvo’s en een voortdurende drang naar duistere melodie. “De honger” opent “De plagen” veelbelovend met een heerlijke brok snelle hypnotiserende black waarbij er ook diepe putgorgels opborrelen uit de hellekrochten die geopend worden. De repetitieve drums en de bezwerende onderstroom aan riffs en melodieën van de opener hakken meteen tot in het diepste van onze ziel en maken ons hongerig naar de rest van de plaat. “De pest” ontpopt zich na een meer ingetogen intro en een slepende aanzet na een drietal minuten tot een dodelijke en besmettelijke parasitaire aanval op de zenuwen waarbij snedige riffs doorheen onze gehoorgang klieven. Wat een nummer goddomme! “Het zwaard” snijdt aan twee kanten middels mid-tempo en up-tempo black die de adem doet stokken met haar ongebreidelde duisternis en dreigende onderhuidse baslijnen. In het venijnige “Het zwijn” worden voor een laatste keer alle remmen los gelaten en klinkt het alsof we vertrappeld worden door een kudde op hol geslagen everzwijnen waarbij gitaar, drums, bas en zang elkaar in een vurige brok lo-fi waanzin meezuigen doorheen een verstikkende maalstroom totdat mens en dier mekaar vinden en primaire menselijke krijsen een symbiose vormen met knorgeluiden van zwijnen. De zwarte (metaal)dood verspreidt zich heden ten dage als een plaag over de aardbol en maakt wereldwijd slachtoffers waarbij het wel lijkt alsof Nederland het nieuwe IJsland is geworden op vlak van infectueuze, intrigerende en incestueuze black. De bloeiende scene bij onze noorderburen resulteert volgend jaar dan ook terecht in een showcase en commissioned piece op het prestigieuze Roadburn. 

JOKKE: 87/100

Lubbert Das – De plagen (Fallen Empire Records/Haeresis Noviomagi/Amor Fati Productions 2018)
1. De honger
2. De pest
3. Het zwaard
4. Het zwijn

Solar Temple – Fertile descent

Met haar demo “Rays of brilliance” wist het Nederlandse Solar Temple het tot mijn eindejaarslijstje van 2017 te schoppen. De verwachtingen voor nieuw werk waren dus hooggespannen en worden amper een jaar later al ingelost middels de release van een volwaardig debuut. “Fertile descent” kent slechts twee tracks, maar die klokken gezamenlijk wel op vijfendertig minuten speeltijd af. De wervelende black van de demo is nog steeds aanwezig en aan het unieke riffwerk van “Those who dwell in the spiral dark” hoor je meteen dat O (Turia, Galg, Iskandr, Lubbert Das) de gitaar hier hanteert, bijgestaan door M op drums. O’s bezwerende en plechtstatige (meestal heldere) vocalen galmen doorheen de furieuze riffs als een lokstem die je doorheen de donkere, oude bossen van de Veluwe meevoert naar lang vervlogen tijden. Hoewel het doorsnee gevoel van black metal eerder koud en kil is, wasemt de muziek van Solar Temple toch ook een warme, uitnodigende echo uit. De band raast niet alleen als een wervelwind doorheen haar riffs, maar bouwt ook meer ingetogen, repetitieve en psychedelische partijen in waarbij orgelklanken bijdragen aan het begeesterend gevoel. Het gitaarwerk van “White jaw” knipoogt bij aanvang naar de melancholie en triomfantelijke insteek van de Oekraïense grootmeesters Drudkh, maar al gauw ontbloot het duo haar tanden met haar eigen intrigerende sound waarin allerlei bevreemdende kreten zich doorheen de psychedelische en denderende maalstroom aan riffs boren en subtiele verwrongen dissonantie zich Swans-gewijs manifesteert. Solar Temple laat haar muziek bovendien voldoende ademen en bouwt lange instrumentale passages in die eigenwijs verschillende richtingen uit meanderen en de luisteraar zo meenemen op een dromerige trip. Solar Temple slaat met haar debuut de nagel op de kop. Straffen toebak!

JOKKE: 91/100

Solar Temple – Fertile descent (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Those who dwell in the spiral dark
2. White jaw

O – Turia/Iskandr/Solar Temple

Er broeit heel wat in de Nederlandse ondergrond. Dat was de voorbije jaren al duidelijk en het ziet er niet naar uit dat er op korte termijn een stop zal komen aan de stortvloed aan kwaliteitsreleases van onze noorderburen. Weldra verschijnt er nieuw werk van Iskandr, Solar Temple, Turia en Fluisteraars, stuk voor stuk releases die meer dan de moeite waard zijn. Spilfiguur in de eerste drie bands is de heer O. Hoogtijd voor een gesprek met deze muzikale duizendpoot! (JOKKE) 

Iskandr_MMXVIIIIskandr

Dag O, je als een muzikale bezige bij bestempelen lijkt me zelfs nog een understatement als ik zie dat je weldra met maar liefst drie bands nieuw werk uitbrengt. Vanwaar haal je de tijd en energie om je op zo veel verschillende muzikale projecten te concentreren?
Muziek is iets dat in me zit en ik blijf rusteloos als ik het niet kan vastleggen. Noem het een maakdrang. Dat het lukt om dit in daadwerkelijke releases om te zetten heeft echter ook zeker te maken met de algemene productieve sfeer waarin Nederlandse black metal (en ons specifiek subgenre daarvan) verkeert. Iedereen is bereid elkaar te helpen en samen nieuwe muziek te creëren, spullen uit te lenen, artwork in elkaar te zetten, enzovoort. In die context is het dan ook makkelijker om productief te blijven. Zonder deze vrienden zou dit nooit lukken.

Wanneer ben je voor het eerst met heavy muziek in contact gekomen en wat heeft ertoe geleid om zelf de gitaar op te pikken?
Al vanaf jonge leeftijd was ik aangetrokken tot heavy muziek, in eerste instantie gewoon via wat er op MTV of de radio en dergelijke tot me kwam. Maar vanaf het moment dat ik echt zelf muziek ging aanschaffen in de platenzaak, in het begin van mijn tienerjaren, kon het voor mij niet extreem genoeg zijn. Zo kwam ik al snel op black en death metal uit, een liefde die mij sindsdien niet meer heeft losgelaten. Pas later ging ik ook oudere, wellicht minder extreme muziek waarderen. Psychedelische muziek, folk, elektronische muziek, klassiek, etc. Als het maar een bepaalde emotionele en sonische gelaagdheid heeft.

Je staat op het punt nieuwe releases uit te brengen met Turia, Iskandr en Solar Temple. Ben je in alle drie de bands actief als songschrijver? En zo ja, is het altijd duidelijk voor jou welke nieuwe riff of song voor welke band bestemd is?
Ja, maar alleen Iskandr is qua songwriting volledig van mijn hand. Van sommige passages is het voor mij direct duidelijk bij welke band het thuishoort, bij andere kan het een tijdje in het midden hangen. Uiteindelijk is de visie achter de songs het belangrijkste. Soms betekent dat het schrappen van bepaalde passages, maar als die echter goed genoeg zijn, kunnen die elders weer opduiken. Dit is echter wel een zeldzaamheid, in mijn ervaring is het meestal snel duidelijk welke riff, melodie of drumbeat bij welk stuk behoort.

Hoewel er wel degelijk verschillen hoorbaar zijn in de aanpak van Turia, Iskandr en Solar Temple – waarbij de eerste het meest venijnig, de tweede het meest triomfantelijk en de derde het dromerigst klinkt – ligt hun sound ook niet mijlenver uit mekaar. Hoe zou je met andere woorden zelf het verschil in sound tussen de bands omschrijven?
Dat is erg moeilijk, vaak is het ook niet alleen mijn eigen inbreng maar ook mijn medemuzikanten die het een bepaalde sound meegeven. Zonder de ijzingwekkende vocalen van T en de rauwe chaotische drums van J zou Turia heel wat minder venijnig klinken. Ook het feit dat we met Turia alles live opnemen, en met de twee andere bands de muziek echt instrument na instrument in elkaar zetten, maakt hier een verschil in. Maar ik kan mij goed vinden in je beschrijvingen.

Een gemeenschappelijke deler die ik bij al deze bands terug hoor is het Oekraïense Drudkh en de manier waarop ze een triomfantelijk gevoel in hun melodieën leggen. Hoe belangrijk is deze band geweest voor je muzikale ontwikkeling?
Drudkh is zeker een inspirerende band, vooral hun eerste vier platen. Maar ook de Noorse klassiekers, ons allen bekend, en vooruitstrevende bands zoals bijvoorbeeld Fell Voices, Trist en Vemod zijn voor mij erg waardevol. Ook Swans en Sunn O))) zijn voor mij muzikale voorbeelden.

Voor de nieuwe Iskandr langspeler “Euprosopon” liet je je ook inspireren door de klassiekers “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades. Is Iskandr’s koerswijziging richting heathen black metal spontaan ontstaan tijdens het schrijfproces of had je van meet af aan een nieuwe sound voor ogen voor “Euprosopon”?
Het is natuurlijk een beetje een cliché om te stellen dat het een volledig natuurlijk proces was. Het is echter toch moeilijk aan te wijzen wat doorslaggevend was: de ideeën bij het schrijven van het album of de platen die ik in die tijd veel luisterde. Ik denk niet dat “Euprosopon” zodanig veel verschilt van het debuut of de “Zon” EP dat ik het als een echte koerswijziging zou omschrijven, eerder een verbreding van het geluid van zijn voorgangers. De hierboven vermelde klassiekers zijn dan ook eerder na het schrijfproces naar voor gekomen als richtingaanwijzers voor wie wilt snappen waar ik met de plaat op doel. Het geluid en de gevoelens die die platen oproepen wil ik graag bereiken. Dat betekent niet dat het gewoonweg kopiëren van die muziek zou voldoen, dat zou erg lui zijn en waarschijnlijk een bar slecht album opleveren. Het weemoedige, bij tijd en wijlen triomfantelijke, maar ook de agressie en strijdvaardigheid van de bovengenoemde platen, vormen een beeld van wat ik wil overbrengen met Iskandr. Of dat geslaagd is, laat ik natuurlijk aan de luisteraars over.

Wat vind je van het huidige werk van deze drie inspiratiebronnen?
Ik ben misschien ietwat conservatief aangelegd dat ik toch het oudere werk verkies. Enslaved tot en met “Blodhemn” is mijn favoriete periode van de band. Hoewel ook later werk zeker goede songs heeft, luister ik minder graag een hele plaat. Hades blijft goed, en hoewel de platen na hun naamsverandering of hun laatste EP mij niet helemaal konden bekoren, vind ik Ask live echt een fenomenale frontman voor de band. Aeternus is na “Dark sorcery” wel beduidend andere muziek gaan maken, ook niet verkeerd, maar ik blijf vooral naar die EP terug grijpen.

Ik heb heel wat online opzoekwerk verricht naar de verklaring van de titel “Euprosopon”, die te maken zou hebben met de onmogelijkheden van de ideale man, maar veel wijzer ben ik niet geworden. Kan je een tipje van de sluier oplichten en uitleggen wat het woord betekent en hoe zich dat verhoudt tot de thematiek van de songs?
Het is eigenlijk een woordspeling. Zoals “Utopie” (Eutopia) een perfecte doch onbestaande plek aanduidt, zou “Euprosopon” (een “prosopon” was een masker in het Griekse theater, maar duidt ook een bepaalde rol of persoonlijkheid aan) de “perfecte” maar per definitie onhaalbare persoon aanduiden. Het gaat om een herwaardering van de idee van heroïek en zelfopoffering, iets wat in onze individualistische, materialistische cultuur en politiek geen plaats heeft. Een moraal en ideaal wat nooit behaald kan worden, maar wel het nastreven waard is. Dit stuit zonder uitzondering altijd op beperkende opmerkingen dat iets “onrealistisch” is. Terwijl de huidige staat van de wereld verder af staat van het “reële” dan ooit tevoren.

Voor de opnames van “Euprosopon” heb je je laten bijstaan door Mink Koops van de band Fluisteraars, die tevens ook het inspelen van de drums verzorgde. Was zijn inbreng noodzakelijk om Iskandr’s muziek naar een hoger niveau te tillen?
Mink Koops is een zeer talentvol musicus en heeft een zeer goed oor voor productie. Ik ben er zeker van overtuigd dat dit de muziek enorm veel ten goede is gekomen. Zonder twijfel.

Zal Mink als volwaardig lid tot Iskandr toetreden waardoor we ons in de toekomst misschien ook op live shows mogen verkneukelen?
Wellicht. We hebben nog geen aanbod gehad voor een live optreden dat praktisch haalbaar zou zijn. Tevens zijn we allebei ook druk bezig met andere live- en studioformaties waardoor er niet echt een druk bestaat om ook Iskandr live op te voeren. Maar als de gelegenheid zich voordoet, sta ik hier wel voor open.

Fluisteraars_Turia_PhotoTuria & Fluisteraars

Turia is ondertussen ongetwijfeld de bekendste van de drie bands waarmee je naast twee fantastische langspelers nu ook een tweede split uitbrengt, eentje met jullie streekgenoten Fluisteraars. Wiens idee was het om een muzikale en conceptuele samenwerking aan te gaan rond jullie thuisbasis Gelderland en de Waal en de Rijn-rivieren?
Het idee om een split te maken lag al een tijdje in de groep, ook omdat we simpelweg allemaal goede vrienden zijn. De conceptuele uitwerking hebben we collectief gedaan: zoals het hoort onder het genot van wat goede drank en goede platen. Dat we méér wilden dan simpelweg los van elkaar wat nummers op nemen en die op twee kanten vinyl drukken was al snel duidelijk. Het idee om echt een conceptuele en productionele eenheid te vormen voor deze release leek ons het meest inspirerend. Collectief de studio ingaan en écht je krachten bundelen bleek dan ook erg goed te werken. We zijn allemaal erg tevreden over de uitkomst van dit experiment.

Hoe belangrijk is de omgeving waarin je leeft voor je gemoedstoestand en haal je veel inspiratie uit de jouw omringende natuur in Gelderland en diens geschiedenis
Zeer belangrijk. Thematisch komt dit telkens terug, alhoewel misschien niet in de letterlijke zin zoals andere bands uit onze regio, denk aan Heidevolk of Wederganger die echt lokale legendes bezingen. Ik groeide op in Nijmegen, vlak bij het Reichswald, in de middeleeuwen het Ketelwald geheten. Als je daar door het bos loopt, loop je zomaar langs pre-christelijke grafheuvels, Romeinse wegen en boerderijen van honderden jaren oud. Maar ook verder in de provincie zijn er kastelen, landgoederen en de prachtige bossen van de Veluwe. Het contact met deze omgeving geeft mij veel inspiratie voor muziek en artwork.

Turia’s bijdrage op de split is het maar liefst achttien minuten durende “Aan den golven der aarde geofferd” waarin de meer experimentele en psychedelische kant van jullie sound uitgediept wordt, wat goed uitpakt. Is dat iets dat je op toekomstige releases nog verder wilt uitwerken?
We zijn nog in het schrijfproces van de volgende plaat, hoe dit precies gaat uitpakken weten we niet. De lengte en diversiteit in de track blijven vooralsnog waarschijnlijk wel uniek voor deze release, maar ook de komende plaat zal niet back to basics zijn. We zijn allemaal erg geïnteresseerd in hele diverse stijlen, dan is het bijna onvermijdelijk dat dit zijn weg vindt naar de muziek die je maakt. Black metal en haar muzikale traditie blijven echter zeker wel de fundamenten waarop we bouwen, hierbinnen is eindeloos veel mogelijk, zoals ook bands van de oude stempel al lieten zien.

Eerder dit jaar verscheen Turia ook al op een erg sterke split met Vilkacis, de band van één van mijn persoonlijke helden Michael Rekevics. Wie heeft wie gecontacteerd om de handen in mekaar te slaan voor deze split?
We kwamen in contact door de Europese tour van Yellow Eyes (waar Michael ook in drumt) twee jaar terug. Toen wij het idee voor een split opperden, was Michael vrij snel enthousiast. Het heeft even geduurd om dit te realiseren, inmiddels hebben we ook wat shows samen met Yellow Eyes gespeeld. We zijn enorm vereerd. Vilkacis is een ontzettend sterk en ook ondergewaardeerd project, we hopen hiermee ook deze kant van zijn muziek verder onder de aandacht te brengen in Europa.

In de twee nummers van deze split vielen ook al de nodige psychedelische rock-invloeden te bespeuren evenals een Indisch-aandoende melodie in “Tuchtroede”. Haal je inspiratie uit Indische muziek of is dit eerder een toevalligheid?
De vergelijking met Indische muziek heb ik nu vaker gehoord, maar dit is denk ik slechts toevallig. Wellicht heeft het te maken met het vermengen van majeur en mineur toonladers in dezelfde passages: iets wat veel voorkomt in Indische muziek, maar ook zeker in Oost-Europese en middeleeuwse muziekstijlen. Ook psychedelische rock en moderne klassieke muziek (John Cage, Terry Riley) zijn natuurlijk van meet af aan beïnvloed door Indische muziek, en daar luisteren we wel graag naar. Wellicht dus indirect?

SolarTemple_BandSolar Temple

De laatste band waarover ik het met jou wil hebben is Solar Temple. Van de vorig jaar verschenen “Rays of brilliance” demo was ik al ferm onder de indruk maar ik viste spijtig genoeg achter de mazen van het net om een fysiek exemplaar op de kop te drukken. Bestaat er enige kans dat deze nog opnieuw zal uitgebracht worden, zij het op een ander formaat daar je nu voor alle drie de bands de samenwerking bent aangegaan met Eisenwald?
Wellicht; hoewel de lengte van de track op zich niet ideaal is voor een ander format dan een cassette. Tot nu toe zijn we niet geneigd om herdrukken te doen van cassettes die we uitgeven op Haeresis Noviomagi, de precieze vraag is moeilijk in te schatten en soms verkoopt iets snel uit en soms hebben we het nog een behoorlijke tijd in stock.

De blauwdruk voor de sound van jullie eerste langspeler “Fertile descent” is de huidige Nederlandse black metal-scene maar je vond ook de nodige inspiratie bij een band als Swans. Diens dissonante, noisey en psychedelische invloeden mogen in de toekomst wat mij betreft nog verder verkend worden. Hoe ver kan je de sound van Solar Temple nog stretchen denk je?
Dat is moeilijk in te schatten. We proberen ons op geen enkele manier te laten leiden door conventies en normen, hoewel we natuurlijk wel een bepaalde manier van muziek maken gewend zijn. In hoeverre het lukt om verder uit onze eigen stramienen te breken, zal wel blijken als we aan de slag gaan voor de volgende plaat.

Bestaat er een kans dat Solar Temple live zal optreden?
Jawel, maar vooralsnog is dat erg lastig te realiseren, dus voorlopig maken we hier zeker geen prioriteit van. Het zal moeilijk worden om de lo-fi productie en experimentele elementen goed naar een live-setting te vertalen.

Zoals reeds eerder aangegeven blijven jullie met Haeresis Noviomagi de tapeversies van je releases uitbrengen, maar voortaan zal het Duitse Eisenwald instaan voor de CD- en LP-versie. De ambities reiken ondertussen met andere woorden toch al een pak verder dan de oorspronkelijke underground-aanpak, niet
We hebben nog enkele andere releases op de planning van bij ons aangesloten bands die weer via andere bevriende labels gerealiseerd zullen worden. We willen gewoonweg werken met mensen die we vertrouwen en waarvan we het idee hebben dat zij ook graag een mooi eindproduct realiseren. Echt concrete ambities buiten de underground zou ik dit niet noemen, de muziek en visuele aanpak is hiervoor denk ik toch te obscuur.

Bedankt om ons wat meer inzicht te geven in de bands waarmee je actief bent!
Bedankt aan Addergebroed voor de kans om wat te vertellen over onze muziek en visie, evenals voor de support aan ons label sinds ons prille begin!

Iskandr – Euprosopon

Het lijkt wel alsof alle muziek die de heer O aanraakt in goud verandert. We zijn immers al meermaals ferm onder de indruk geweest van zijn muzikale uitspattingen in onder andere Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Galg en ook Iskandr, waarmee de man nu een tweede langspeler aflevert. Deze komt er na het debuut “Heilig land” uit 2016 en de EP “Zon” die later dat jaar uitkwam. De nieuwe plaat kreeg de ietwat vreemde titel “Euprosopon” mee en verwijst naar de onmogelijkheden van de ideale man (“prosopon” betekent het aanzien of de gestalte van een mens en is afkomstig uit het Grieks waar het woord oorspronkelijk “gezicht” of “masker” betekende). Er is echter nood aan een nieuw soort heldendom binnen het werelds verval en de plaat wil een heroïsch en middeleeuws symbolisme opwekken bij de luisteraar. O geeft zelf aan dat Noorse klassiekers zoals “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades de voornaamste blauwdrukken voor Iskandr’s heidense black vormen. Drie platen die ik zelf ook met warme gevoelens onthaal, maar het is nu niet zo dat de invloeden er vingerdik opliggen. Het zijn eerder de strijdvaardige, heroïsche en triomfantelijke gevoelens van die albums die ook in de riffs, melodieën en strijdlustige zang van “Euprosopon” gecapteerd zijn. Bovendien zijn de vier lange composities complexer dan het oude werk en bevatten ze meer atmosferische elementen. Zo kent “Regnum” een meer timide akoestische passage die een heidens verlangen en terugkeer naar lang vervlogen tijden uitademt. Dit vormt een mooi contrast met de black metal passages. Ook het gebruik van koebellen en andere traditionele instrumenten in onder andere “Heriwalt” verrijkt de sound. Dit is echt een nummer dat de glorieuze oude Hades-dagen doet herleven terwijl de hoofdmelodie van “Verban” dan weer Drudkh uitademt en catchy klinkt. Nadat O in het verleden alle instrumenten zelf verzorgde, heeft hij nu in M. Koops van Fluisteraars een nieuwe strijdmakker gevonden voor de battle drums, wat op ritmisch vlak sterker uitpakt. Koops stond O tevens op productioneel vlak bij waardoor de plaat meer open en natuurlijk klinkt. De ambities van Iskandr reiken ver en met “Euprosopon” slagen ze erin om de verwachtingen meer dan waar te maken.

JOKKE: 86/100

Iskandr – Euprosopon (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Vlakte
2. Regnum
3. Verban
4. Heriwalt