spanje

Noctem – The black consecration

Het Spaanse Noctem is met “The black consecration” aan zijn vijfde langspeler toe. Als één van de bekendste extreme metal bands uit de regio waren de verwachtingen voor dit nieuwe album hoog gespannen. Waarschijnlijk is het ook daarom dat menig fan en recensent de bijsturing in muzikale richting nogal overdrijven. Nou snap ik het ergens wel, “The black consecration” is duidelijk rauwer en heeft minder death metal invloeden, maar om nu verbaasd te zijn dat een black metal band een black metal plaat uitbrengt, vind ik een beetje bizar. Zoals al een paar maal aangehaald in andere reviews is de trend om terug te keren naar een minder afgelikte sound met meer focus op gitaren en hoge frequenties al een tijdje aan de gang. Of het ermee te maken heeft weet ik niet, maar de band is verhuisd naar het kleinere Art Gates Records, dat zich naar verluid meer persoonlijk zou inzetten. Noctem is, naar mijn mening, altijd al een degelijke band geweest die betrouwbare kwaliteit brengt, zonder iets te veranderen aan het metalen landschap. Hun grote kracht ligt wat mij betreft eerder op de visuele presentatie dan in de originaliteit van de muziek. Ook deze terugkeer naar een meer old school geluid ligt geheel in die lijn. Het artwork van Credo quia Absurdum past bijvoorbeeld mooi bij de occulte sfeer die de band wil uitstralen. Dit zorgt voor een erg mooi pakje, waarbij ik echter toch wel een beetje individualiteit mis als het aankomt op de afzonderlijke elementen die erin zitten. Ik hou dan wel van eenheid in mijn metal, maar de nummers klinken toch wel heel gelijkaardig en dat valt extra hard op doordat het al erg standaard is allemaal. Naar mijn mening overdrijf ik niet immens als ik zeg dat je met de promotrack “Coven” eigenlijk al het hele album hebt gehoord. Nu goed er zijn natuurlijk passages zoals het akoestisch stukje in “Uprising of the impenitents” die iets afwijken, maar over het algemeen is “The black consecration” één lang, nogal cliché nummer. Dat klinkt pejoratief, maar gelukkig is de speltechnische kwaliteit hoog genoeg om er toch mee weg te komen. Mede dankzij zanger Beleth, die dan toch een beetje identiteit weet te geven aan de deuntjes. Goed om te hebben als je graag kletst met wat black metal op de achtergrond.

Xavier: 80/100

Noctem – The black consecration (Art Gates Records 2019)
1. The black consecration
2. Sulphur
3. Uprising of the impenitents
4. Coven
5. All that now belongs to the earth
6. Let that is dead sleep forever
7. Court of the dying flesh
8. Dichotomy of malignancy

Qayin Regis – Doctrine

Qayin Regis is de zoveelste band die in het orthodoxe black metal-genre het verschil wil proberen maken. Hoewel de jongens al sinds 2006 met de ideologische ideeën voor deze band rondliepen, duurde het nog ruim een decennium vooraleer het concreet werd voor Sovereign Pontiff Aheraaz (gitaar en bas) en Sublime Tirannus of Vedma (zang, ambient). Als trommelaar werd Patriarch Venerable Saturn aangetrokken. Hun paspoorten gooien ze niet zo maar te grabbel en ideologisch gezien draait het hier om hun fascinatie voor de dood (zie ook het artwork), spirituele gnostiek, Spaanse zwarte magie en the left hand path. In 2017 verscheen de “Blackthorn” EP en nu verschijnt het debuut “Doctrine” waarop vier songs prijken, goed voor drie kwartier orthodoxe black inclusief antieke armaturekes, kandelaars, botten en schedels en het sacrale parfum van mirre. Ik moet de heren nageven dat ze best weten hoe een spanningsboog op te bouwen en ook de atmosferische stukken die tussen de snedige black metal zijn ingeweven weten een rituele toon neer te zetten. In het akoestisch gitaarwerk van een nummer als “Neenia ataecina” schemeren Spaanse invloeden door wat steeds een extra pluspunt is als de eigen leefomgeving en achtergrond in de muziek terug te horen zijn. In hun meest overweldigende momenten hoor ik echo’s van een band als Nightbringer terug, zonder de snerpende riffs dan. “Yee naaldlooshii” flirt met gotisch aandoende cleane gitaarlijnen, maar weert ook de meer old school riffs niet. Nu is het niet al black wat de klok slaat want de band balanceert regelmatig op de slappe koord tussen black en death metal. De vocalen weten te bezweren en vullen de ruimte met hun mystieke betoveringen. De Moontower Studios in Spanje zijn zowat de tegenpool voor de Necromorbus Studio uit Zweden en elke band die hier passeert kan op haar twee oren slapen wat betreft een uitstekende productie. Sterk spul voor liefhebbers van Shrine Of Insanabilis, Ascension, Acherontas, Nightbringer en consoorten.

JOKKE: 83/100

Qayin regis – Doctrine (BlackSeed Productions 2019)
1. Via sincretica obscura
2. Yee naaldlooshii
3. Neenia ataecina
4. Deo aironis

Gaua – Feeble psychotic vortex

Vergeleken met Portugal hinkt de Spaanse black metal-scene toch nog een beetje achterop. Gaua probeert daar verandering in te brengen. Het betreft een nog vrij jonge band die in 2015 werd opgericht en later dat jaar een demo op de markt smeet (“Unearthly sorrowed visions“). In 2018 volgden een split met het Baskische Ur en een EP getiteld “Feeble psychotic vortex” die via Altare Productions op CD en LP verscheen. Écht nieuw is deze 37 minuten (!!) durende EP dus niet, maar vermits ie via Nebular Carcoma nu ook een derde leven op tape krijgt en wat we hier te horen krijgen best overtuigend klinkt, besloten we deze release toch nog even onder de aandacht te brengen. Adepten van Finse bands genre Sargeist (wegens de schurende grimmigheid en de openingsriff van “Schlitze” die wel heel veel wegheeft van diens “Satanic black devotion“) dienen de oren te spitsen voor Gaua. Hun black wordt verder à point gehouden middels een mengelmoes aan slepende melodieuze partijen en leads (finale van “Misfortune“), punky uitbarstingen, marcherende ritmes en Urfaustiaanse psychedelica wanneer de vocalen in “Second lament of a star” de semi-cleane tour opgaan. Wat een heerlijk intoxicerend nummer! De rockende partijen in combinatie met de grauwe screams ademen ook een zekere Nachtmystium-vibe uit. Dit alles verpakt in drie lange songs. Als toetje krijgen we nog een herwerking van het Vlad Tepes’ oudje “Drink the poetry of the Celtic disciple“, dat met zijn veertien minuten speeltijd eerder een ‘dessert deluxe’ is en met een minder ruwe sound dan het origineel laat zien dat dit best een gave compositie is. De aangehaalde referenties zouden jullie in staat moeten stellen een goed beeld te krijgen van dit “Feeble psychotic vortex” dat enerzijds vanuit een basis van traditionele grimmige black vertrekt maar daar toch ook talrijke melodieuze extra’s aan toevoegt.

JOKKE: 81/100

Gaua – Feeble psychotic vortex (Nebular Carcoma 2019)
1. Misfortune
2. Schlitze
3. Second lament of a star
4. Drink the poetry of the Celtic disciple (Vlad Tepes cover)

Numen – Iluntasuna besarkatu nuen betiko

Voor de duidelijkheid gaat het hier om het vierde album van de Baskische black metal groep en niet van de prog band uit Alicante. Iets wat de eerste tonen van het album wel zullen bevestigen. Jammer, want dat andere Numen is een pak beter te pruimen dan het lawaai van deze schabouwen. Dit Numen trakteert met deze vierde langspeler op een ongevraagd rondje repetitieve “folk” black metal met een vervelende stem en een irritante productie. Echt rotzooi kan je dit niet noemen, maar het is al even geleden dat ik een plaat met zoveel tegenzin meermaals heb beluisterd. Hoewel het ergens best intrigerend is hoe deze band middelmatigheid zo storend kan laten klinken. Zelfs het obligate akoestisch nummertje als afsluiter voor een band met folkambities is saai en wordt ontsierd door wat onnozel geneuzel. De andere nummers zijn zowat onderling inwisselbaar, waar de mid-tempo gitaarstukken wel wat kwalitatiever zijn in combinatie met de drumpartijen. Nu goed, het is allemaal wel best strak en zeker en treffelijk ingespeeld, dus ik neem aan dat mijn persoonlijke voorkeur me hier wel parten speelt. Maar ik vind hier echt niks aan.

Xavier: 50/100

Numen – Iluntasuna besarkatu nuen betiko (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Iluntasuna soilik
2. Lautada izoztuetan
3. Pairamena
4. Behin hilko naiz
5. Nire arnasean biziko da gaua
6. Itzaletan solasean
7. Iraganeko errautsak
8. Itzaltzuko bardoari

Jade – Smoking mirror

Als de promo-biografie meer zegt over het gesteente waar de band zijn naam aan ontleent dan over band zelf, is dat naar mijn mening geen goed teken. Zeker niet als je die naam deelt met een hele hoop andere bands, zoals het reeds lang ter ziele gegane Canadese hair metal kwartet. Dit mini-cd schijfje is blijkbaar de re-release van het uit 2018 stammende debuut van een groep met leden uit Duitsland en Spanje. Het duo wil anoniem blijven, maar toch leuk op de foto staan samen. Niks nieuws in het Instagram-era, maar toch een beetje belachelijk. En dan nu de muziek, want na al het randgezwets moet ik echt zeggen dat die behoorlijk…”meh” is. Matige death metal met evenzeer matige post-rock gemixt tot een al bij al vrij matige release. Het geluid is niet geweldig vanwege de nogal digitale klank, maar het kan er mee door. De nummers zijn een beetje saai, maar wel atmosferisch en die kunnen er ook mee door, vooral omdat het er maar vier zijn. De drums klinken geprogrammeerd en werken een beetje op de zenuwen na het tweede nummer. De aandachtige lezer merkt het al, dit is niet meteen een must-have.

Xavier: 60/100

Jade – Smoking mirror (Pulverised Records 2019)
1. Jade emperor
2. Dead stone mask
3. Blossom
4. Smoking mirror

Délirant – Délirant

Het Mystískaos-collectief heeft nog heel wat lekkers voor ons in petto. Zo verschijnt er volgend jaar materiaal van o.a. Kosmikur Hryllingur, Andavald, Gardsghastr, Wormlust (“Hallucinogenesis“), een Wormlust/Skaphe-collaboratie, een Entheogen/Ljain-samenwerking en een gedeeld Mystiskaos/Ancient Records-project. Enkele dagen geleden bezorgde het debuut van Guðveiki ons nog een pandoering van jewelste en op de valreep van 2018 schotelt het label ons ook nog Délirant voor. Hoewel de Franse bandnaam (die “ijlend” betekent) anders doet vermoeden, is de oorsprong van deze éénmansband in Spanje te vinden. Op muzikaal vlak past Délirant perfect binnen de Mystískaos-esthetiek. De vier nummers op dit eerste wapenfeit klinken griezelig beklemmend zonder enkel dissonante geluiden op de luisteraar af te vuren. Er valt immers ook wel wat melodie te bespeuren die leentjebuur lijkt te spelen bij enkele bands van de Portugese Aldebaran-cirkel, hoewel de productie wel beter is (en zeker voor een tape). Bij Délirant draait het om het zoeken van schoonheid in de verschrikkingen van deze wereld. Na een griezelige introductie ontpopt de dertien minuten durende opener zich tot een beest van een black metal-nummer waarin sterk verwrongen vocalen en groezelige melodieën een bedwelmende roes opwekken. De maniakale ijle uithalen doorprikken meermaals je trommelvliezen en repetitieve hallucinogene riffcocktails bezorgen je een draaierig gevoel. Omineuze orgelklanken bezorgen het geheel nog een extra naargeestig randje terwijl de ijzingwekkende krijsen van D.B. het nummer in een horroreske opera omtoveren. Het tweede nummer is compacter van structuur en opzet en bevat slepende leads die je langs alle kanten omsingelen, maar gunt je ook enkele rustmomenten om even naar adem te happen. Het duizelingwekkende delirium dat in het derde nummer volgt is immers imposant. De rollercoaster aan benevelingen die zich van je meester maken wordt opnieuw onderbroken door een duivelse hoogmis van orgelklanken waarna onmenselijke uithalen heen en weer flitsen als bliksemschichten bij een zomers onweer. In het laatste nummer zakt het tempo en waaieren de ziekelijk makende klanken breed uit. D.B. kan het echter niet laten om er op het einde toch nog een spurtje uit te trekken. Na vijfendertig minuten gaat het licht in onze bovenkamer onherroepelijk uit. Wat past die bandnaam perfect bij deze auditieve koortsaanval zeg.

JOKKE: 85/100

Délirant – Délirant (Mystískaos 2018)
1. Délirant I
2. Délirant II
3. Délirant III
4. Délirant IV

Negativa – 03

Het Spaanse Negativa doet het cryptisch maar simpel. Nummers hebben Romeinse cijfers als titel en ook de talrijke split-releases worden aangeduid middels Romeinse cijfers die verwijzen naar het jaar van uitgave, de eerste compilatie heet “Untitled I” en langspelers dragen een code bestaande uit 2 cijfers. Een rekenwonder hoef je bijgevolg niet te zijn om uit te vissen over de hoeveelste full length we het hier hebben. D.B. richtte Negativa in 2012 op als een middel om alle negativiteit uit zijn lijf te spuwen. Zoals het orthodoxe depressieve black metal betaamt, is het project volledig gedehumaniseerd en gedepersonaliseerd. Veel meer info is er dus niet over Negativa te vinden. Of toch, na de opnames van “02” vervoegde H.V. Lyngdal (Ljáin, Martröð, Afsprengi Satans, Mystískaos) zich als zanger ter vervanging van D.R. van Atrabilis, waarmee Negativa enkele splits uitbracht. En zo komen een IJslander en Spanjaard mekaar dus tegen en werd mijn interesse gewekt. Door het toetreden van H.V. wordt de muzikale output naar een hoger niveau getild, maar het depressieve randje is wel verwaterd. De vocalen klinken gevarieerd maar minder gepijnigd en getormenteerd en de sound is er met rasse schreden op vooruitgegaan. Zo hard zelfs, dat deze best aangenaam in de oren klinkt. Een evolutie die waarschijnlijk niet door de volledige oude aanhang van de band gesmaakt wordt daar het voorgaande werk meer underground-karakter had, hoewel Negativa nooit overdadig groezelig of luizig of écht bijtend agressief heeft geklonken. Dat wil echter niet zeggen dat het gaspedaal niet ingedrukt wordt, maar Negativa loost haar negativiteit grotendeels slepend tot mid-tempo-gewijs. Geen suïcidale black vol droeftoeterij of krakkemikkige uitvoeringen maar degelijk uitgevoerde (depri-) black waar ook de nodige dissonantie in opduikt. Dat kan bijna niet anders als H.V. erbij betrokken is. Toch is er ook voldoende ruimte voor neerslachtige melodieën waarbij ook de basgitaar duidelijk iets te vertellen heeft. Ik smaak dit wel maar de cassette verscheen natuurlijk in zo’n beperkte oplage, dat ik weeral achter het net vis.

JOKKE: 80/100

Negativa – 03 (Sentient Ruin 2018)
1. XVII
2. XVIII
3. XIX
4. XX
5. XXI
6. XXII