spanje

Numen – Iluntasuna besarkatu nuen betiko

Voor de duidelijkheid gaat het hier om het vierde album van de Baskische black metal groep en niet van de prog band uit Alicante. Iets wat de eerste tonen van het album wel zullen bevestigen. Jammer, want dat andere Numen is een pak beter te pruimen dan het lawaai van deze schabouwen. Dit Numen trakteert met deze vierde langspeler op een ongevraagd rondje repetitieve “folk” black metal met een vervelende stem en een irritante productie. Echt rotzooi kan je dit niet noemen, maar het is al even geleden dat ik een plaat met zoveel tegenzin meermaals heb beluisterd. Hoewel het ergens best intrigerend is hoe deze band middelmatigheid zo storend kan laten klinken. Zelfs het obligate akoestisch nummertje als afsluiter voor een band met folkambities is saai en wordt ontsierd door wat onnozel geneuzel. De andere nummers zijn zowat onderling inwisselbaar, waar de mid-tempo gitaarstukken wel wat kwalitatiever zijn in combinatie met de drumpartijen. Nu goed, het is allemaal wel best strak en zeker en treffelijk ingespeeld, dus ik neem aan dat mijn persoonlijke voorkeur me hier wel parten speelt. Maar ik vind hier echt niks aan.

Xavier: 50/100

Numen – Iluntasuna besarkatu nuen betiko (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2019)
1. Iluntasuna soilik
2. Lautada izoztuetan
3. Pairamena
4. Behin hilko naiz
5. Nire arnasean biziko da gaua
6. Itzaletan solasean
7. Iraganeko errautsak
8. Itzaltzuko bardoari

Jade – Smoking mirror

Als de promo-biografie meer zegt over het gesteente waar de band zijn naam aan ontleent dan over band zelf, is dat naar mijn mening geen goed teken. Zeker niet als je die naam deelt met een hele hoop andere bands, zoals het reeds lang ter ziele gegane Canadese hair metal kwartet. Dit mini-cd schijfje is blijkbaar de re-release van het uit 2018 stammende debuut van een groep met leden uit Duitsland en Spanje. Het duo wil anoniem blijven, maar toch leuk op de foto staan samen. Niks nieuws in het Instagram-era, maar toch een beetje belachelijk. En dan nu de muziek, want na al het randgezwets moet ik echt zeggen dat die behoorlijk…”meh” is. Matige death metal met evenzeer matige post-rock gemixt tot een al bij al vrij matige release. Het geluid is niet geweldig vanwege de nogal digitale klank, maar het kan er mee door. De nummers zijn een beetje saai, maar wel atmosferisch en die kunnen er ook mee door, vooral omdat het er maar vier zijn. De drums klinken geprogrammeerd en werken een beetje op de zenuwen na het tweede nummer. De aandachtige lezer merkt het al, dit is niet meteen een must-have.

Xavier: 60/100

Jade – Smoking mirror (Pulverised Records 2019)
1. Jade emperor
2. Dead stone mask
3. Blossom
4. Smoking mirror

Délirant – Délirant

Het Mystískaos-collectief heeft nog heel wat lekkers voor ons in petto. Zo verschijnt er volgend jaar materiaal van o.a. Kosmikur Hryllingur, Andavald, Gardsghastr, Wormlust (“Hallucinogenesis“), een Wormlust/Skaphe-collaboratie, een Entheogen/Ljain-samenwerking en een gedeeld Mystiskaos/Ancient Records-project. Enkele dagen geleden bezorgde het debuut van Guðveiki ons nog een pandoering van jewelste en op de valreep van 2018 schotelt het label ons ook nog Délirant voor. Hoewel de Franse bandnaam (die “ijlend” betekent) anders doet vermoeden, is de oorsprong van deze éénmansband in Spanje te vinden. Op muzikaal vlak past Délirant perfect binnen de Mystískaos-esthetiek. De vier nummers op dit eerste wapenfeit klinken griezelig beklemmend zonder enkel dissonante geluiden op de luisteraar af te vuren. Er valt immers ook wel wat melodie te bespeuren die leentjebuur lijkt te spelen bij enkele bands van de Portugese Aldebaran-cirkel, hoewel de productie wel beter is (en zeker voor een tape). Bij Délirant draait het om het zoeken van schoonheid in de verschrikkingen van deze wereld. Na een griezelige introductie ontpopt de dertien minuten durende opener zich tot een beest van een black metal-nummer waarin sterk verwrongen vocalen en groezelige melodieën een bedwelmende roes opwekken. De maniakale ijle uithalen doorprikken meermaals je trommelvliezen en repetitieve hallucinogene riffcocktails bezorgen je een draaierig gevoel. Omineuze orgelklanken bezorgen het geheel nog een extra naargeestig randje terwijl de ijzingwekkende krijsen van D.B. het nummer in een horroreske opera omtoveren. Het tweede nummer is compacter van structuur en opzet en bevat slepende leads die je langs alle kanten omsingelen, maar gunt je ook enkele rustmomenten om even naar adem te happen. Het duizelingwekkende delirium dat in het derde nummer volgt is immers imposant. De rollercoaster aan benevelingen die zich van je meester maken wordt opnieuw onderbroken door een duivelse hoogmis van orgelklanken waarna onmenselijke uithalen heen en weer flitsen als bliksemschichten bij een zomers onweer. In het laatste nummer zakt het tempo en waaieren de ziekelijk makende klanken breed uit. D.B. kan het echter niet laten om er op het einde toch nog een spurtje uit te trekken. Na vijfendertig minuten gaat het licht in onze bovenkamer onherroepelijk uit. Wat past die bandnaam perfect bij deze auditieve koortsaanval zeg.

JOKKE: 85/100

Délirant – Délirant (Mystískaos 2018)
1. Délirant I
2. Délirant II
3. Délirant III
4. Délirant IV

Negativa – 03

Het Spaanse Negativa doet het cryptisch maar simpel. Nummers hebben Romeinse cijfers als titel en ook de talrijke split-releases worden aangeduid middels Romeinse cijfers die verwijzen naar het jaar van uitgave, de eerste compilatie heet “Untitled I” en langspelers dragen een code bestaande uit 2 cijfers. Een rekenwonder hoef je bijgevolg niet te zijn om uit te vissen over de hoeveelste full length we het hier hebben. D.B. richtte Negativa in 2012 op als een middel om alle negativiteit uit zijn lijf te spuwen. Zoals het orthodoxe depressieve black metal betaamt, is het project volledig gedehumaniseerd en gedepersonaliseerd. Veel meer info is er dus niet over Negativa te vinden. Of toch, na de opnames van “02” vervoegde H.V. Lyngdal (Ljáin, Martröð, Afsprengi Satans, Mystískaos) zich als zanger ter vervanging van D.R. van Atrabilis, waarmee Negativa enkele splits uitbracht. En zo komen een IJslander en Spanjaard mekaar dus tegen en werd mijn interesse gewekt. Door het toetreden van H.V. wordt de muzikale output naar een hoger niveau getild, maar het depressieve randje is wel verwaterd. De vocalen klinken gevarieerd maar minder gepijnigd en getormenteerd en de sound is er met rasse schreden op vooruitgegaan. Zo hard zelfs, dat deze best aangenaam in de oren klinkt. Een evolutie die waarschijnlijk niet door de volledige oude aanhang van de band gesmaakt wordt daar het voorgaande werk meer underground-karakter had, hoewel Negativa nooit overdadig groezelig of luizig of écht bijtend agressief heeft geklonken. Dat wil echter niet zeggen dat het gaspedaal niet ingedrukt wordt, maar Negativa loost haar negativiteit grotendeels slepend tot mid-tempo-gewijs. Geen suïcidale black vol droeftoeterij of krakkemikkige uitvoeringen maar degelijk uitgevoerde (depri-) black waar ook de nodige dissonantie in opduikt. Dat kan bijna niet anders als H.V. erbij betrokken is. Toch is er ook voldoende ruimte voor neerslachtige melodieën waarbij ook de basgitaar duidelijk iets te vertellen heeft. Ik smaak dit wel maar de cassette verscheen natuurlijk in zo’n beperkte oplage, dat ik weeral achter het net vis.

JOKKE: 80/100

Negativa – 03 (Sentient Ruin 2018)
1. XVII
2. XVIII
3. XIX
4. XX
5. XXI
6. XXII

Balmog – Vacuum

Het Spaanse Balmog passeerde hier recent nog middels de split met Sartegos en klopt nu alweer op onze deur met de derde langspeler “Vacuum” onder de arm. “Svmma fide” uit 2015 draait hier regelmatig haar rondjes. Benieuwd of “Vacuum” dat ook zal doen. Aan de formule werd alvast amper gesleuteld –  zwartmetaal die het resultaat is van een kruisbestuiving tussen de Zweedse (Watain en consorten) en Franse scene (denk Merrimack) – en ook de obligatoire doodskop vinden we alvast op de cover terug. De nieuweling klinkt misschien net dat tikkeltje mysterieuzer dan haar voorgangers doordat er her en der rituele koortjes (“Gignesthai” en “…sed semper vivit occisus“) of gesproken vocalen in de songs verwerkt zijn. Zoals Balmog lopen er ondertussen tig bands rond op onze aardkloot maar qua uitvoering, songwriting, riffs die blijven hangen (“Hodegitria“), mooi soleerwerk (“Come to the pulpit“) en sound (opgenomen in de Moontowers Studio en gemastered in de Necromorbus Studio) valt hier niets op aan te merken waardoor het trio tot de bovenlaag van de submoot behoort. “Vacuum” zal haar weg naar mijn platenspeler dus wel vinden, hoewel ze het niet haalt ten opzichte van “Svmma fide“.

JOKKE: 79/100

Balmog – Vacuum (War Anthem Records/Blackseed Productions/Pulverem Mortis Productions 2018)
1. Qui immolatus iam non moritur…
2. Eating the descendant
3. Hodegetria
4. Vigil of the blinds
5. Inde deus abest
6. Come to the pulpit
7. Gignesthai
8. …sed semper vivit occisus

Sartegos/Balmog – Split

In het stuk westelijke uithoek van Spanje boven Portugal vinden we Galicië. Geen enkel stuk van Spanje is groener, maar er is ook geen plek waar het meer regent. De vaak aanwezige mist maakt het landschap mysterieus en dat is een goede voedingsbodem voor black metal. Op deze split verenigen twee Galicische bands de krachten. Sartegos is het geesteskind van ene Rou Sartegos die verkiest alleen te opereren. Hij brengt ons black metal die lijkt op te borrelen uit één of andere ondergrondse grot waarbij de gutturale, eerder naar death metal neigende vocalen satanische en occulte teksten uitbraken. Naar het einde van “Lume do visitante – Morrer no nas” gooit Rou ook nog cleane vocalen in de strijd die een epische toets geven aan de riffs die over de dubbele bassen galopperen. Aan de andere kant treffen we de veteranen van Balmog aan die het gewelddadiger en extremer aanpakken qua snelheid en gebetenheid. Tremoloriffs en blasts vormen de hoofdmoot van het zes minuten durende “Venomous” waarin ze hun diabolische hart kunnen uitleven. Toch zijn er ook enkele mid-tempo stukken ingebouwd die de dynamiek ten goede komen, maar overtuigen doet Balmog het meest wanneer het gaspedaal ingeduwd wordt. Leuke split die twee verschillende invalshoeken van het door ons zo geliefde genre laat horen. Aan u de keuze wie het beste smaakt.

JOKKE: 77/100 (Sartegos: 76/100 – Balmog: 78/100)

Sartegos/Balmog – Split (Caverna Abismal 2017)
1. Sartegos – Lume do visitante – Morrer no nas
2. Balmog – Venomous

Marthyrium – Beyond the thresholds

Na het uitbrengen van een demo, EP en split met de landgenoten van Ered achtte het Spaanse Marthyrium de tijd rijp om elf jaar na haar oprichting een eerste volwaardige langspeler op de mensheid los te laten…en daar zijn we niet bepaald rouwig om. Gedurende de loop der jaren slopen er steeds meer en meer death metal invloeden in het bestial black metal geluid van deze duivelse horde waarvan we bassist Balc ook kennen van zijn andere band Balmog. Dit levert een orthodox geluid (Ondskapt, Ofermod) op dat door de nodige dissonantie misschien al snel als een Svartidauði ripp-off beschouwd kan worden, hoewel deze Galiciërs toegankelijker klinken en minder verstikkend. Toch laten songs als “Threshold of devouring abyss” en “Leviathan” een intens en dramatisch geluid horen. In de tragere passages zoals het begin van “Abominations” wordt een grimmigere sfeer neergezet, hoewel het trio blijkbaar toch liever met een vulkanische intensiteit raast en blaast waarbij tal van soorten blast-beats uit de koker van drummer Cannibal de zinderende riffs van zanger/gitarist Tharngrist – die bovendien over een krachtige, veelzijdige strot beschikt – voortduwen. Hier zijn duidelijk doorwinterde muzikanten aan het werk! Het dynamische, meer epische “Temple of flesh” werd ontegensprekelijk geschreven met de reeds eerder aangehaalde IJslanders in gedachten en laat het meeste diepgang horen waardoor dit meteen ook de beste song van de plaat is. Doorheen het pompende “Towards the crimson darkness” schemeren de meeste death metal invloeden door. De krachtige, ruwe sound waarin de bas duidelijk hoorbaar is, maakt het bovendien genieten van deze blasfemische razernij. Samenwerken met gerenommeerde studio’s als Moontower Studio en Necromorbus loont zoals al meermaals gebleken is. Uber-origineel is het geluid van Marthyrium dezer dagen al lang niet meer en het mocht bij momenten misschien net een tikkeltje avontuurlijker klinken. Dat doet echter geen afbreuk aan de spelcapaciteiten en de bevlogenheid van de band. Aanrader!

JOKKE: 81/100

Marthyrium – Beyond the thresholds (BlackSeed Productions 2017)
1. Introduction
2. Thresholds of devouring abyss
3. Leviathan
4. Abominations
5. Temple of flesh
6. Towards the crimson darkness
7. Outroduction