stoner

Briqueville – Quelle

Anonimiteit is het nieuwe normaal geworden in de metalscene. Het verbergen van gelaat en identiteit creëert gelijkheid en voorkomt de verafgoding van een persoonlijkheid. Nu, na verloop van tijd lekken de namen van gemaskerde muzikanten meestal wel uit. Zo niet bij onze landgenoten Briqueville die steevast op en naast het podium in zwarte Nazgûlgewaden en gouden maskers gehuld zijn. Het self-titled debuut uit 2014 klonk veelbelovend, maar van de opvolger “I I” uit 2017 hebben we enkel live enkele nummers gehoord, die ons een pak minder konden bekoren. De band uit het Waasland (ga zelf maar op zoek naar het dorp waaraan de bandnaam ontsproten is) is ondertussen toe aan zijn derde langspeler waarop acht nieuwe, naar goede gewoonte instrumentale, aktes prijken. Recensies die we in de mainstream pers van “Quelle” zagen verschijnen, strooiden de superlatieven kwistig in het rond; Briqueville lijkt wel het nieuwe Amenra te zijn. We mogen best wat meer chauvinistisch zijn op gebied van onze vaderlandse muziekscene, maar wie het heavy genre al wat langer dan vandaag volgt, bekijkt dit collectief misschien toch net wat meer nuchter. Sommige beukende slepende composities zoals de openende akte walsen ons immers niet plat, daarvoor lopen er zwaardere en meer effectieve bands genre Bongripper rond. En ook “Akte XV” en het wat te langdradige afsluitende “Akte XV” wijken niet van de platgereden post-metal/sludge/doom-paden af. Het meer dreigende en apocalyptisch aanvoelende “Akte IX” scoort al beter, net als het meer hoekige, groovende en dronende “Akte XII“. Wat ons betreft is het gemaskerde gezelschap echter op haar best in een song als het op een kwartier afklokkende rustig opbouwende “Akte X” waarin de meer psychedelische kaart getrokken wordt die een soort meditatieve loomheid opwekt en de composities ook een Oosterse tint meegeeft. “Akte XI” en het uit een altijd aanstekelijk werkende zeven achtste maatsoort opgetrokken “Akte XIII” gaat nog een stap verder qua hypnotiserende warmbloedige klanken en bands als Om en Bong komen dan al snel vanachter een in de snikhete woestijn verdwaalde kameel piepen. Die broeierige atmosfeer komt ook naar voor in de hieronder geplaatste videoclip voor het reeds aangehaalde “Akte XV“, die uiteindelijk een kortfilm is geworden en gefilmd werd op een locatie die even goed zou kunnen dienen als inspiratie voor een Kyuss album, waar de band en acteur op de warmste dag van het jaar temperaturen van 40°C trotseerden om toch maar de perfecte toon qua visueel aspect neer te zetten. Het album en de bijhorende clip zijn een reflectie van wat er in dit bevreemdende jaar 2020 aan de hand is. Om te kunnen (over)leven moeten we onze grootste angsten (isolement, eenzaamheid en afzondering) opzij zetten en het leven met opgeheven hoofd trotseren. Met het tijdens de quarantaine geschreven “Quelle” gaat Briqueville op zoek naar het verbindingselement tussen enerzijds het ruwe, het duistere, het mysterieuze, het psychedelische, het zware en het buitenaardse en anderzijds een liefde voor schoonheid en melodie. Deze zoektocht resulteerde in een plaat met tal van beklijvende momenten, maar die nog niet over de ganse lijn écht weet te overtuigen. Vooral halfweg houdt “Quelle” ons stevig in haar greep. Desalniettemin een stevige aanrader voor fans van Hemelbestormer, Sleep, en de aangehaalde referenties.

JOKKE: 82/100

Briqueville – Quelle (Pelagic Records 2020)
1. Akte VIII
2. Akte IX
3. Akte X
4. Akte XI
5. Akte XII
6. Akte XIII
7. Akte XIV
8. Akte XV

Kludde – In de kwelm

Met nieuw werk van Kludde kent de Belgische black metal-scene haar zoveelste wederopstanding. Een jaar na de release van debuut “In den vergetelheid” werd in 2009 de stekker eruit getrokken totdat het in 2014 terug begon te kriebelen. Stichtend lid en zanger Uglúk hield het in 2015 voor bekeken maar gitarist Snoodaert – die er eveneens van in den beginne bij was – deed stug voort, verzamelde nieuwe bandleden en trok in 2018 de studio in met “In de kwelm” als resultaat. Het wordt bij opener “Schabouwelijke praktijken I: De rabauwen” meteen duidelijk dat de Aalstse band nog nooit zo zwaar geklonken heeft als op dit nieuwe werk. Kludde rockt er meermaals als een soort zwartgeblakerde High On Fire op los met massieve riffs en een beukende ritmesectie. Een recht-voor-de-raap nummer als “Kludde IV” vormt een ware aanslag op de nekspieren en doet wat aan het Nederlandse Herder denken, des te meer daar er ook een melodieuze gitaarsolo passeert. Ook in “Bloedkoesj” gieren en scheuren de gitaren erop los terwijl Cerulean – die de plaat ook opnam – de longen uit zijn lijf brult en we horen de black metal-invloeden uit het verleden lichtjes doorschemeren. In “Schramoeille” wordt het tempo aanvankelijk teruggeschroefd en grossiert het kwartet opnieuw in een aanstekelijke mix van blackened sludge en stoner, maar aan het einde van het nummer laat drummer Vellekläsjer zien ook een blast uit zijn ledematen te kunnen trekken. “Kasteelke van verdoemenis” is melodieuzer van opzet en contrasteert met het heerlijk opzwepende “Poesjkapelle” waarin de zanger opnieuw een gitaarsolo in de strijd gooit. Meer black metal als in het furieuze “Schabouwelijke praktijken II: De commerçant” wordt het op “In de kwelm” niet. Goed om te horen dat Kludde het nog niet verleerd is om ziedende black te spelen! De “Laatste reis” breit een tien minuten durend einde aan de plaat en laat heel wat ruimte waarin gestaag de spanning opgebouwd wordt totdat de black metal-demonen opnieuw losgelaten worden en we een finale pandoering op ons muil krijgen. Kludde levert met “In de kwelm” een plaat af die het oude werk simpelweg verpulvert!

JOKKE: 85/100

Kludde – In de kwelm (Consouling Sounds 2019)
1. Schabouwelijke praktijken I: De rabauwen
2. Kludde IV
3. Bloedkoesj
4. Schramoeille
5. Kasteelke van verdoemenis
6. Poesjkapelle
7. Schabouwelijke praktijken II: De commerçant
8. De laatste reis

Yob – Our raw heart

Het is enkele jaar stil geweest in het kamp van het ronduit fantastische Yob. Dat was vooral te wijten aan de gezondheidsperikelen van de flamboyante frontman/gitarist Mike Scheidt, wiens leven zelfs even aan een zijden draadje heeft gehangen. We zijn maar al te blij dat Mike zo goed als terug de oude is en dat er vier jaar na het magistrale “Clearing the path to ascend“, dat toen in heel wat eindejaarslijstjes prijkte, opnieuw vers plaatwerk is. “Our raw heart” werd het beestje gedoopt en staat tot aan het gaatje vol met hoogstaande stoner/doom. Er prijken maar liefst zeven songs (wat veel is naar Yob-normen) op de tracklist van de van-een-kleurrijke-hoes-voorziene plaat, waarvan er dan nog eens twee ruim een kwartier duren, wat de totale speelduur om meer dan zeventig minuten brengt. We zijn natuurlijk niets anders gewoon van het trio dat naast Mike bestaat uit drummer Travis Foster en bassist Aaron Rieseberg. Openen doen de heren met “Ablaze“, een typisch Yob-nummer dat al hun gekende ingrediënten bevat: logge ritmes, een slepende flow en de typische van-effecten-bulkende cleane zang van de frontman. In het daaropvolgende dreigende en donkere “The screen” krijgen we echter een afwijkende sound voorgeschoteld waarin Mike’s vocalen een pak ruwer klinken en een distorted riff bijna tien minuten lang hetzelfde patroon herhaalt. Iets te veel van het goede als je het mij vraagt en het haalt de vaart uit de plaat. Ik hoor Yob dan ook liever aan het werk wanneer ze een weidse, open sound neerzetten, zoals in opvolger “In reverie” die massiever klinkt, maar opnieuw wat variatie mist om tien minuten lang te kunnen boeien. “Lungs reach” vormt met haar ambient, drone en in reverb gedrenkte achtergrondgeluiden een rustpunt op de plaat, hoewel de band halverwege het nummer plots toch enorm zwaar uithaalt en Mike’s oerkreten een zekere overlevingsdrang uitroepen. Op de voorganger was het afsluiter “Marrow” die de kippenvelfactor in het rood deed gaan, op “Our raw heart” is die taak weggelegd voor het kwartier durende “Beauty in falling leaves” dat ons meermaals tot tranen toe beroert. Mike’s zang klinkt breekbaar en puur, de gitaarlijnen dwarrelen doorheen het nummer als neervallende bladeren en melancholische klanken nemen de boventoon. Als de distortionpedaal dan toch eens ingedrukt wordt, horen we Yob op haar best en is Black Sabbath niet veraf. De gitaargolven dreunen eindeloos door maar kruipen onder je vel en laten je niet onberoerd. Het contrast met het bulderende “Original face” kan niet groter zijn en laat een crossover horen tussen doom en met punk doorspekte metal. De zang klinkt enorm rauw en diep en de muziek knipoogt naar Vhöl, het zijproject van Mike en enkele leden van Agalloch, Ludicra en Hammers of Misfortune. In de monumentale titeltrack die doorspekt is met psychedelisch gitaarwerk, is de aanpak softer, maar daarom niet minder “heavy“. Mike bezingt hier zijn geworstel met zijn mortaliteit (“Drained and filled again / Temple to a nameless soul / Beckoning my restless ghost /From holes in my gut / To love from miracles / Silver climbed the walls / Eyeless looking on / It’s looking still / Drawn by a mortal thread / To an ever shifting weave / Known better by my bones / Than my eyes can see“) en de levenswil die hij hierdoor gekregen heeft. Want ondanks de emotionele ups en downs die er in de teksten te lezen zijn, mogen we “Our raw heart” vooral als een ode aan het leven beschouwen.

JOKKE: 87/100

Yob – Our raw heart (Relapse Records 2018)
1. Ablaze
2. The screen
3. In reverie
4. Lungs reach
5. Beauty in falling leaves
6. Original face
7. Our raw heart

Wolvennest – Void

De debuutplaat van ons eigenste Wolvennest hakte twee jaar geleden fameus op mijn ziel in. Gelijktijdig met het spelen van shows om dit meesterwerk op de bühne te vertolken, werkte deze roedel wolven naarstig aan een opvolger zodat we twee jaar later weeral mogen genieten van het spiksplinternieuwe “Void“. Het mooie aan Wolvennest is dat een allegaartje aan muzikanten uit verschillende “scenes” zoals alternatieve rock, metalcore, black metal en drone, binnen de band een vruchtvolle samenwerking aangaat wat resulteert in een begeesterende mix van krautrock, psychedelica, ambient, drones en stoner die baadt in het mysterieuze aura van black metal. Daar waar het gelijknamige debuut nog samen met enkele leden van Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand werd geschreven, hebben onze wolven en wolvin de klus nu helemaal zelf geklaard. Nog steeds straalt de muziek middels haar lange instrumentale passages, repetitieve dreunende ritmes en subtiele climaxopbouwen een bedwelmende en trance opwekkende gloed uit. Nieuw ingrediënt zijn de Oosterse invloeden die onder andere in het gitaarwerk van de fantastische opener “Silure” geslopen zijn. Pas vanaf “Ritual lovers” duiken de hypnotiserende ietwat sensuele vocalen van frontvrouw Shazzula op die je langzaamaan de dieperik mee insleuren. Als bovenop de zware onderstroom dan nog een psychedelische solo en de nodige synth-effecten opduiken, wordt de bedwelmende roes alleen maar groter en duurt het nadien ook even alvorens ik terug op deze wereldbol beland en merk dat het tijd is om kant B op te leggen van deze van-een-fantastische-hoes-voorziene dubbelelpee. De titeltrack bevat allerlei spookachtige effecten en Shazzula klinkt hier als een proclamerende heks die een occult ritueel opdraagt dat het einde der tijden lijkt in te leiden. Wanneer ik mijn ogen sluit, zie ik dan ook een mysterieus landschap opdoemen waaraan alle kleur en leven zich langzaamaan onttrekt totdat er één grote desolate leegte overblijft. De ondergang van het mensdom is op twaalf minuten in kannen en kruiken. “L’heure noire” is een lichtopvretende symbiose tussen psychedelica en onheilspellende black metal waarbij er zelfs blastbeats in de strijd gegooid worden. De mannelijke vocalen worden hier op gepaste wijze vertolkt door Alexander von Meilenwald die ingewijden zullen kennen van het geniale The Ruins Of Beverast. Net zoals de opener bevat ook “The gates” een oosterse insteek middels Arabische bezweringen die vertolkt worden door Ismail Khalidi en een duister samenspel vormen met de in het Frans vertolkte vrouwelijke zanglijnen. “Void” werd ingeblikt onder het alziend oog van duivel-doet-al Déhà die tevens ook de drums inspeelde en de zeventien minuten durende kolos “La mort” voorzag van piano en vocalen. “Void” is opnieuw een klepper van formaat geworden waarbij elke song haar eigen identiteit heeft en bijdraagt aan dit avontuurlijk en occult muzikaal ritueel dat een blik aan emoties bij de luisteraar weet open te trekken. Straffe bende!

JOKKE: 92/100

Wolvennest – Void (Ván Records 2018)
1. Silure
2. Ritual lovers
3. Void
4. L’Heure noire
5. The gates
6. La mort

Wolvennest – Wolvennest

Je hebt bands die ontegensprekelijk vaandeldragers van een bepaald genre zijn en geen duimbreed van de voorgeschreven krijtlijnen afwijken en je hebt acts die onmogelijk op één muzikale stroming vast te pinnen zijn en niets liever doen dan buiten de lijntjes kleuren. Het nieuwe Belgische Wolvennest is zo één van die bands waarbij ongebonden creativiteit boven een strikt omlijnd keurslijf staat. Eén blik op de line-up van dit collectief maakt duidelijk dat muzikanten uit verscheidene hoeken van het alternatieve, metal en experimentele genre elkaar hier gevonden hebben. De kernleden zijn Kirby Michel (La Muerte, Arkangel, Length of Time, Deviate), Corvus von Burtle (Cult Of Erinyes, Monads) en Marc De Backer (o.a. Mongolito), die samen met John Marx (Temple Of Nothing), Shazzula (Aqua Nebula Oscillator en gekend van haar experimentele film “Black mass rising” en samenwerkingen met ondermeer Over-Gain Optimal Death, White Hills, Farflung, Kadavar en Mater Suspiria Vision) en Jason Van Gullick Wolvennest vorm geven. Op hun gelijknamide debuut vinden we bovendien Albin Julius en zangeres Marthynna (beiden van Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand) als gasten en co-writers terug. Het resulaat is een hypnotische soundscape trip van net geen uur waarin elementen van jaren ’70 krautrock, cinematografische drones, space-rock, repetitieve psychedelica loops, occulte doom, beukende stoner, ambient black metal – live baadt hun ritueel in een aan-orthodoxe-black-metal-ontleende-sfeer – en sinistere synthesizers op meesterlijke wijze geblend worden in vijf pakkende songs gaande van zes tot bijwijlen twintig minuten (“Out of darkness deep” – ik had geen betere titel kunnen verzinnen voor deze bezwerende monoliet). Het is voor bands als Wolvennest dat festivals als Roadburn (waarvan ze volgend jaar deel uitmaken) en Desert Fest (pronkt reeds op hun palmares) uitgevonden lijken te zijn.

JOKKE: 90/100

Wolvennest – Wolvennest (Ván Records 2016)
1. Unreal
2. Partir
3. Tief unter
4. Out of darkness deep
5. Nuit noire de l’âme

Herder – Fergean

Herder! Harder! Feller! Zwaarder! Grofgebekt met een arrogante knipoog. I love it. “Fergean” is het derde full album van dit zooitje ongeregeld, genoemd naar een zakmes. Volgens Google is fergean oud Fries voor vergaan, wegteren en omkomen. De plaat zelf zal niet gauw in vergetelheid verdwijnen, daar Herder een erg stevige indruk nalaat. Onmiddellijk als “Evasion of truth” inzet, valt op hoe hard de band lijkt op het Antwerpse Your Highness – of omgekeerd. Maar waar onze hoogheiden hun swingende rock ’n roll tunes afwisselen met een bluesachtige ondertoon, wisselt Herder ze in voor meer sludge en metal. Zo bevat “Radiating silence” melodieuze riedels die ontleed zijn aan Iron Maiden. In “Everlasting pace” komt wat meer stoner bovendrijven en klinkt de band als een minder rommelige versie van Electric Wizard. Het zal Herder geen ruk uitmaken of ze al dan wel of niet origineel uit de hoek komen. Ze mixen een hele hoop stijlen door elkaar en stompen knalhard in je maag. Een snuif hardcore mag zeker niet ontbreken en daarvoor zorgt zanger Ché Snelting, die met zijn fenomenale strot tot een van de betere in het genre is. Het is erg lang geleden dat een zanger zo overtuigend was. Wereldklasse! De heren van Herder lopen hoog op met hun vintage versterkers en oud gitaarmateriaal. Daarom vond ik het verrassend dat “Fergean” erg fris en modern klinkt, wat geen kritiek is. De productie is zuiver, vol en hakt erop los. Zelf was ik maar matig bekend met voorgangers “Herder” (2011) en “Gods” (2014). Voor mij is “Fergean” een van de revelaties van het jaar. Kort. Maar intens. Binnenkort op tour met Black Tusk; ga dat zien! Flp: 85/100.

Herder – Fergean (Reflections Records 2016)
1. Forgone conclusions
2. Evasion of truth
3. Radiating silence
4. Grand precipitation
5. Everlasting pace
6. All is lost
7. No one is spared in the end

Psychonaut – Ferocious fellowman

Al wie op regelmatige basis een concertje uit de hardere regionen meepikt, zal ongetwijfeld het Mechelse Psychonaut wel al eens een verpletterende live show hebben zien geven. Enkele songs van hun weldra te verschijnen tweede EP “Ferocious fellowman” werden de afgelopen maanden reeds in de setlist opgenomen. En hoewel ik bij de eerste live uitvoeringen van het nieuwe werk vreesde dat het trio een veel progressievere weg zou inslagen (waar ik persoonlijk minder fan van ben), moet ik zeggen dat dit bij het beluisteren van de nieuwe EP een ongegronde schrik bleek te zijn. De vier nieuwe songs liggen in het verlengde van het werk op “24 trips around the sun” maar klinken iets gestroomlijnder en compacter (een psychedelische mammoet van veertien minuten is er deze keer niet bij). Er werd dan misschien wat aan psychedelica ingeboet maar er gebeurt nog altijd best wel wat in de songs. Hierbij werd echter steeds over een goede flow en groove van het geheel gewaakt. Door het veelvuldig optreden zijn de drie topmuzikanten hoorbaar erg goed op mekaar ingespeeld en de speelvreugde hoor je dan ook uit je boxen spatten. Dat Frank Rotthier ondertussen wel weet hoe hij een stevige rockplaat van een goed geluid moet voorzien is eveneens hoorbaar in de organische, transparant klinkende plaat die vooral in de lagere regionen beter uit de verf komt dan de voorganger. Op vocaal gebied weten zowel zanger/gitarist Stefan De Graef als bassist/zanger Thomas Michiels met hun respectievelijke screams en cleane zang te overtuigen en het valt niet te ontkennen dat die laatste een steeds grotere rol weet op te eisen in het geheel. Zo worden het pakkende refrein van “The fright” en nagenoeg de volledige titeltrack door Thomas gedragen. “Saturation” is dan weer een track die de muziek meer voor zich laat spreken en waar pas na een vijftal minuten zang opduikt. Invloeden van Tool, ons eigenste Steak Number Eight, Deftones en grootheden uit de jaren ’70 zoals Pink Floyd en Led Zeppelin zijn nog steeds onmiskenbaar aanwezig in de mix van stoner en psychedelische sludge, maar Psychonaut heeft op korte termijn reeds een eigen smoelwerk weten te ontwikkelen, wat alleen maar respect kan afdwingen. Je zou ze als de ideale inloopband voor het écht zwaardere werk kunnen omschrijven, want verdomd heftig uithalen is er bij het trio niet bij. Hierdoor zou Psychonaut een breed publiek moeten kunnen bereiken en de hardwerkende band verdient het dan ook om tot de hoogste regionen van de vaderlandse muziekscene door te dringen. Komende zondag wordt “Ferocious fellowman” officieel live voorgesteld in Trix en in de nasleep van die release zal Psychonaut ongetwijfeld weer over alle uithoeken van het land op grote en minder grote podia te bewonderen zijn. Indien u tot de enkelingen behoort die hen nog niet live heeft kunnen aanschouwen, zou ik daar toch maar snel verandering in brengen!

JOKKE: 85/100

Psychonaut – Ferocious fellowman (Eigen beheer 2016)
1. The fright
2. Saturation
3. Ferocious fellowman
4. The lost ones

Atomikylä -Keräily

Met Roadburn nog vers in het geheugen zijn mijn – door de vele Finse psychedelische orkestjes vakkundig platgewalste – oorhaartjes langzaamaan terug recht aan het klauteren. Op papier voorspelden de bookmakers dat de IJslandse blekkies Misþyrming en Co voor de meest intense en overweldigende sets van het vierdaagse gebeuren zouden optekenen. Hoewel er door hen best indrukwekkende live shows werden neergezet, kwamen de Finnen voor ondergetekende toch als grote overwinnaars uit de bus. Oranssi Pazuzu, Dark Buddha Rising en het tot dusver voor mij onbekende Atomikylä leverden alledrie een zinderende en op alle zintuigen inbeukende prestatie af waarbij het er naar uitzag dat je ledematen het slachtoffer waren geworden van één of andere spastische ritmestoornis tijdens hun zoektocht naar een aanknopingspunt in de verstikkende en bedwelmende waas aan de van een vervaarlijk zwart randje voorziene psychedelica. Atomikylä is de sonische doorsnede van Oranssi Pazuzu en Dark Buddha Rising, zowel qua line-up als qua sound, met “Keräily” als tweede wapenfeit en mogelijks in een nog lelijkere van fluoriscerende kleuren voorziene hoes gestoken dan voorganger “Erkale” uit 2014. Drie nummers – meer hebben onze Finse drinkebroers niet nodig om de luisteraar mee te nemen naar een parallel universum dat bestaat uit een repetitieve, uit stoner en krautrock-riffs opgetrokken, basis waarover een waaier aan effecten, orgel-, synth- en trompetklanken gedrapeerd ligt. Ik kan mij best inbeelden dat bij niet getrainde luisteraars een nummer zoals het achttien minuten durende “Katkos“het nodige wenkbrauwgefrons zal opleveren maar ik lust er wel pap van. Tijd zat voor de niet-drummers onder ons om tijdens de lange opener een cursus “Drummen in niet-standaard maatsoorten” te googelen om zo de vinger te proberen leggen op de vele ritme- en maatsoortenwissels die we te verwerken krijgen. De meer jazzy getinte stukjes uit het debuut worden grotendeels achterwege gelaten en door de bocht genomen klinkt het kwartet iets meer stoned. Zoals bij hun eerder genoemde collega’s zijn het vooral de vocalen die het geheel een zwartmetalen stempel opleveren. Het aanschouwen van het op-en-neer corrigerend hoofdgetik tijdens mindfuckRisteily” levert ongetwijfeld grappige taferelen op. Mijn buren springen met gemak door het raam als ik dit oorverdovend luid door mijn speakers laat knallen – maar ik heb mijn buren graag. Ook het afsluitende en iets beknoptere”Pakoputki” (hoewel ook nog zeven minuten lang) biedt voldoende fraais om de liefhebber ettelijke oorgasmes te bezorgen en de haters een zenuwinzinking. Wel nog even meegeven dat de band live in een naar zweet en bier stinkende club nog beter uit de verf komt dan op plaat. Uitchecken die handel als Oranssi Pazuzu je ding is!      

JOKKE: 86/100

Atomikylä -Keräily (Svart Records 2016)
1. Katkos
2. Risteily
3. Pakoputki

Oranssi Pazuzu – Värähtelijä

Aan bedwelmende substanties doe ik niet mee. Als ik een geestverruimende trip wil, leg ik wel een plaat van het geniale Finse Oranssi Pazuzu op. Het in 2013 verschenen “Valonielu” was een psiechedelisch meesterwerkje, waarvan ik aannam dat het vrij moeilijk zou worden om nog te overtreffen. Of het nagelnieuwe “Värähtelijä” in haar opzet geslaagd is, is zelfs na een vijftal luisterbeurten nog onmogelijk te zeggen, maar dat het een nek-aan-nek race is geworden en dat de plaat iets heviger is dan haar voorganger, is overduidelijk. Als ik Google Translate mag geloven betekent de titel zoveel als “vibrator”. Niet zo’n gekke keuze voor een plaat die je meermaals in vervoering brengt, je lusten stimuleert en de (o)orgasmes aaneenrijgt. Oranssi Pazuzu heeft absoluut een eigen smoelwerk waarin black metal met alle fluorescerende kleuren uit de psychedelica gemengd worden tot één geestverruimende spacecake. Deze lekkernij, van net geen zeventig minuten, is in zeven plakken versneden met een dikte van vijf tot ruim zeventien minuten. “Saturaatio” is meteen een binnenkomer van jewelste waarin heel uiteenlopende hoeken van het psychedelisch universum verkend worden. naargeestige black à la het Amerikaanse Twilight, oosterse mantra’s, bedwelmende paddo stoner, dronende doom en mysterieuze synth-waves versmelten met elkaar als wasbollen in een lavalamp. “Lahja” is ritueler en repetitiever van aard en kruipt onder je huid met een joekel van een oorwurm. De titeltrack staat garant voor een trance verwekkende trip vol krautrock, jaren zeventig psychedelica en oosters aandoende meditatiemuziek waarin de basloopjes van Ontto een prominente rol opeisen. Het korte maar krachtige “Hypnotisoitu viharukous” heeft zijn naam absoluut niet gestolen, want dit hypnotiserende woedegebed doet je hersenpan uiteenspatten met bombastisch toetsenwerk dat aan Emperor refereert. Het monumentale “Vasemman käden hierarkia” teert eerder op hallucinogene stoner-rock doorspekt met een krankzinnigheid aan gelaagde en verwrongen noise-effecten. Halverwege deze song gaat de storm liggen en begint het kwintet onder aanvoering van bandleider Jun-His (verder ook deel uitmakend van Grave Pleasures) aan een instrumentale kosmische reis doorheen prachtige sterrenstelsels die eindigt in beukende drones en ausgeflipte stoner/doom. Als Enslaved geen “Frost” had gemaakt maar de lijn van “Vikingligr veldi” verder had doorgedreven en de psychedelica verder had uitgediept, zouden ze klinken zoals dit Oranssi Pazuzu. In “Havuluu” gaat de repetitieve ronkende en zoemende bas de strijd aan met tegendraads drumwerk van ritme-Meister Korjak alvorens in blasts uit te monden waardoor de waanzin van ons eigenste Alkerdeel ten tonele verschijnt. Met momenten blijft hun plaat precies hangen, wat de trance alleen maar versterkt en wat doet denken aan het machtige “Occult rock” van Aluk Todolo. De rustigere afsluiter grijpt eerder terug naar jaren zeventig psychedelische rock, opgesmukt met percussie en subliminale beats. Trip van het jaar en weldra in Het Bos en op Roadburn (het festival bij uitstek dat voor een band als Oranssi Pazuzu lijkt uitgevonden te zijn) te aanschouwen!

JOKKE: 94/100

Oranssi Pazuzu Värähtelijä (Svart Records 2016)
1. Saturaatio
2. Lahja
3. Värähtelijä
4. Hypnotisoitu viharukous
5. Vasemman käden hierarkia
6. Havuluu
7. Valveavaruus