verenigde staten

Utzalu – The grobian fall

Het werd nog eens hoogtijd om iets uit de Vrasubatlat-stal te reviewen. Bij deze dus de derde langspeler van Utzalu. Over debuut “The loins of repentance” schreven we destijds dat de band een hoorbaar positieve evolutie had doorgemaakt sinds de demodagen. Tussen deze eerste langspeler en de nieuweling werd blijkbaar “Idiot hell” nog uitgepoept, maar deze werd om één of andere reden door ons over het hoofd gezien. Benieuwd dus of Utzalu positief is blijven evolueren. Voor het eerst verschijnen er zowaar andere kleuren dan zwart en wit op de cover, maar verwacht nu niet dat Utzalu plots lentefrisse muziek met positieve vibes speelt. “The grobian fall” draait immers rond projecties van ongelovig afwijkend gedrag en naturalistisch verval in het thema van de 19de-eeuwse Franse literatuur. Het album vertelt het verhaal van een dwaas die gelooft dat hij uit de gratie is gevallen maar eigenlijk om te beginnen nooit is geaccepteerd. Een bedrieger wiens waan alleen leidt tot meer onzedelijke wanhoop en pathetische onrust. En bij dit thema hoort vuile muziek, muziek die ingrediënten uit black metal en punk doet samenvallen. Vrasubatlat-stichter Rory Flay, die tevens in het merendeel van de bands op het label wel iets in de pap te brokken heeft, wist voor deze plaat Ritual Knife drummer L in te lijven samen met sessiebassist A. Op vakkundige wijze ramt het powertrio er tien songs in een dik half uur door waarbij de versterkers al eens mogen kraken en piepen. Deze punky black ’n roll staat, net zoals bijvoorbeeld bij een Bone Awl, voor oermuziek die het niet van vernuft of subtiliteiten moet hebben, maar van rauwe ongetemde emoties die middels opzwepende ritmes en riffs uit de muzikanten hun systeem worden geknald. Soms zakt het tempo (zoals bijvoorbeeld in het titelnummer) ook de dieperik in om op sludge-tempo het mooie weer te maken. Rory bezit zoals geweten over een vette schurende strot die we graag het oorsmeer uit onze gehoorgang laten vegen. “The grobian fall” is een uitstekende, recht-voor-de-raap (en dus minder abstract dan de albumcover laat uitschijnen) zijnde black ’n roll plaat die een half uur lang – langer hoeft ook niet want daarvoor is dit genre wat te rechtlijnig – doet wat ie moet doen: met de nodige schwung een uitlaatklep vormen zodat je die negativiteit uit je systeem kan laten vloeien. En ja: Utzalu blijft positief evolueren.

JOKKE: 80/100

Utzalu – The grobian fall (Vrasubatlat/GoatOwarex 2020)
1. To know how it is seen
2. Onward to…
3. Ruptured by incest
4. Colorful flagellation
5. In treble with phalanges
6. Avarice
7. Separation trajectory
8. They know their place
9. Yellow and alone
10. …The grobian fall

Ringarë – Sorrow befell

Ik ben vergeten hoe vaak ik deze zin al heb neergepend: Alex Poole weet van geen stilzitten. Nadat hij eind 2018 het geniale Eschaton mémoireuitbracht met Chaos Moon, werd niet veel later aangekondigd dat ook Ringar een comeback zou maken en verder zou teren op enkele releases en ideeên die de laatste Chaos Moon niet haalden, maar dan onder de licht aangepaste naam Ringarë. Belofte maakt schuld, dus kwam een dik jaar geleden “Under pale moon” uit waarover Jokke toen het volgende te zeggen had: “Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen”. Ook op de nieuwe demo “Sorrow befell” nemen de toetsen het voortouw – maar veel prominenter dan voorheen het geval was. Naast het feit dat Poole en Likpredikaren (die ook de zang verzorgt bij Musmahhu) altijd al inspiratie haalden uit bands als Limbonic Art en het op Tolkiens boeken gebaseerde dungeon synth genre wordt “Sorrow befell” ruwweg in twee delen opgesplitst: vier nummers aan symfonische black die velen onder ons nostalgisch 25 jaar achterom doen kijken, en vier nummers aan pure ambient/dungeon synth. Over die laatste kunnen we kort zijn: ik heb het nooit echt voor deze genres gehad en hoewel “Lightless descent” I tot en met IV best wel een rustgevende sfeer neerpoten vind ik deze laatste 10 van de 35 minuten nogal overbodig. Één outro track was goed geweest. De eerste paar nummers zijn echter een pak dynamischer dan wat op “Under pale moon” te horen was en kregen ook een iets warmere klank mee. Aan de gekende formule wordt niet geraakt, al klinken de drums een pak sterieler. Niettemin worden weer enkele riffs om u tegen te zeggen uitgebracht, zoals het begin van “Blood pact sanctity”, een nummer dat precies als een bare bones versie van Chaos Moon klinkt. Ook vocaal snijden de scherpe uithalen van Likpredikaren door merg en been. Ringarë brengt met deze demo een twintigtal minuten kwalitatieve symfonische black, maar erg wereldschokkend is het niet – wél onderhoudend – en die laatste vier nummers mochten wat mij betreft gerust achterwege worden gelaten. Misschien dat ze voor de liefhebbers van rustige synthmuziek een meerwaarde betekenen, maar zoals vaak komt het bij mij wat over als filler-materiaal.

CAS: 78/100

Ringarë – Sorrow befell (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sorrow befell
2. Warlock of fathomless plagues
3. Blood pact sanctity
4. Forever in shadow
5. Lightless descent I
6. Lightless descent II
7. Lightless descent III
8. Lightless descent IV

Devil With No Name – Devil with no name

Niet alle black metal bands halen hun inspiratie uit grim and frostbitten kingdoms. Neem nu acts als Cobalt, Glorior Belli (met “The great southern darkness” en “Gators rumble, chaos unfurls“) of het Black Twilight Circle clubje die met hun muziek eerder een soundtrack voor een zwartgeblakerde western film afleveren of de zinderende hitte van de woestijn in muziek omzetten. Aan dit rijtje mag Devil With No Name toegevoegd worden. Hoewel de bandnaam eerder als die van een metalcore orkestje klinkt, is dat gelukkug niet de stijl die deze nieuwe band speelt. Achter Devil With No Name gaan muzikanten schuil die reeds een naam in het wereldje hebben. Zo vinden we in de line-up bezieler/zanger/gitarist Andrew Markuszewski (Lord Mantis, ex-Avichi, ex-Nachtmystium), zanger/bassist Michał Juśko (Sovereign) en drummer Cody Stein (Void Omnia) terug. De vier nummers die deze selftitled EP bevat, laten een geluid horen dat wel héél dicht tegen het latere werk van Nachtmystium aanschuurt: een beetje minder drug infused delirium misschien en ook de elektronica en toetsen blijven achterwege, maar Andrew kan niet wegsteken dat hij ook bij Nachtmystium een deel van het songmateriaal schreef. Dat neemt echter niet weg dat het gebodene er wel als zoete koek ingaat. “Grand western apostasy” bevat heerlijk gitaarwerk, enkele onheilspellende spoken word samples, en flirt soms ook met sludgy passages. De black metal in “Alleluia” is doorspekt met een serieuze scheut southern rock-invloeden en klinkt daardoor meteen ook héél toegankelijk. Een nummer dat het absoluut niet slecht zou doen als festival anthem…als we zulke events ooit nog zullen mogen meemaken. Inhoudelijk bevat dit nummer echter geen onderbroekenlol, maar een song met een blasfemische boodschap. “Sycophants of the covenant” trekt terug wat harder van leer en bevat cleane, bijna met de intonatie van monnikenzang gezongen partijen die wat aan de heldere keelklanken van Grutle van Enslaved doen denken. Machtig bezwerend en het hoogtepunt van deze EP! In “Monad” hanteert het trio opnieuw een mid-tempo black ’n roll aanpak die knipoogt naar het latere Satyricon-werk, maar waar ik het warm noch koud van krijg. Nochtans slaagt Devil With No Name erin om met momenten aan te tonen dat ook in de Arizona woestijn de temperatuur onder het vriespunt kan zakken wanneerde zon ondergaat. Deze EP is een knap eerste visitekaartje, maar ik zou graag de southern rock invloeden nog iets meer uitgewerkt willen zien, zodat de vergelijking met Nachtmystium minder opgaat.

JOKKE: 80/100

Devil With No Name – Devil with no name (New Density 2020)
1. Grand western apostasy
2. Alleluia
3. Sycophants of the covenant
4. Monad

With The End In Mind – Tides of fire

De wereld staat in brand…soms letterlijk. Niet alleen Australië, maar ook de Westkust van Amerika krijgt regelmatig af te rekenen met ziedende bosbranden. Voor het uit Olympia, Washington afkomstige With The End In Mind vormde het een insiratiebron voor diens tweede langspeler die de toepasselijke titel “Tides of fire” meekreeg want de zaadjes voor de nieuwe nummers werden gezeefd uit de as van de hun omringende smeulende landschappen. With The End In Mind heeft het einde dus nog steeds niet in gedachten blijkbaar, hoewel ik de band na “Unraveling; arising” alweer uit het oog en oor verloren was. Maar kijk, bezieler Alexander Roland Freilich, bijgestaan door tal van sessiemuzikanten, pende dus een nieuwe plaat bijeen en wist in tussentijd eindelijk een label aan de haak te slagen. Het is het Italiaanse Avantgarde Music geworden. Aangezien een groot aantal bands uit die stal het label “atmosferisch” opgespeld kunnen krijgen, beschouw ik deze samenwerking als een perfect fit. Afgaande op de tracklist blijkt er nog niet veel aan het gekende With The End In Mind-receptuur gewijzigd te zijn: drie songs in 47 minuten, you do the math. Deze werkwijze houdt in dat Alexander ruim de tijd neemt om zijn verhaal te vertellen en naar de pointes toe te werken. Het album is een verkenning van interne en externe zuivering: al het lijden en de angst die de titanische krachten van de natuur op ons leven uitoefenen, en het verborgen licht dat binnenin kan worden gevonden wanneer het lijkt alsof alles verloren is. Het is een reis van dood, vernieuwing en veerkracht van de menselijke geest. Ingetogen gitaarlijntjes veelal vergezeld van spoken word poëzie – sinds het ontstaan van de band in 2012 vormt literair werk van o.a. Carl Jung, Joseph Campbell, Derrick Jensen en Daniel Quinn een voedingsbodem voor de inhoud – scheppen een intimiderende ietwat onheilspellende atmosfeer, zeker in “May the name of truth be fire” zonder dat daarbij gitaargeweld en beukende drums aan te pas komen. Ik begrijp dat dit voor velen te langdradig kan overkomen, zeker als je op zoek bent naar instant overweldiging. Maar ook zonder de primaire krachten van black metal aan te wenden, slaagt With The End In Mind erin om een onheilspellend beeld te schetsen. Elementen uit dark folk, drone/ambient en psychedelica vinden hun weg naar de Cascadian totaalsound waarin ook een belangrijke rol voor percussie is weggelegd. We horen dan ook twee volledige drumstellen en aanvullende percussie het hartritme van “Tides of fire” sturen. En wanneer de black metal golven dan toch komen aanspoelen, dompelen ze ons onder in beklijvende vloedgolven. De antennes van liefhebbers van een Fauna, Wolves In The Throne Room of Hope Drone zouden ondertussen voldoende signalen opgevangen moeten hebben om deze plaat eens een kans te geven.

JOKKE: 82/100

With The End In Mind – Tides of fire (Avantgarde Music 2020)
1. Set the cavernous soul alight
2. May the name of truth be fire
3. Returning, reclaiming

Golden Light – Sacred colour of the source of light

Golden Light is een nieuw project waarin een dame en heer met een ongekende muzikale creatiedrang mekaar treffen. Het muzikale testosteron wordt aangeleverd door Eric Henderson die er tal van bands en projecten op na houdt waarvan Oaks Of Bethel en Njiqahdda een ellenlange discografie kennen. Het vocale oestrogeen ontsproot aan de strot van Meghan Wood die er met één van haar bands, Crown Of Asteria, ook al een waslijst aan releases op heeft zitten. Met Golden Light proberen ze een nieuw licht op het vaak monochrome black metal-genre te laten schijnen. Het resulteerde in “Sacred colour of the source of light” die 33 minuten lang repetitieve, dronende en licht psychedelische zwartmetalen klanken in petto heeft. Doodringend minimalisme en een ondergraven maximalisme gaan een voortdurende strijd met mekaar aan in de – op de opener na – epische composities. Het duo beoogt een soort mystieke trance te creëren, maar vaak mondt het uit in nietszeggend repetitief geneuzel waarin de drums stug blijven voort ratelen wat de atmosfeer vaak niet ten goede komt. Het atmosferische ambient begin van “Dawn of history” heeft wel wat weg van wat Wolves In The Throne Room in dergelijke omstandigheden creëert, maar weet niet te beklijven. De enige track die mij écht weet te bekoren is de twaalf minuten durende afsluiter “Sacred colour of the source of Li” waarbij goddelijk licht uitstralende toetsen met de black metal razernij meevloeien, welgemikte slagen op het china-cymbaal voor accenten in de repetitieve maalstroom zorgen en structuurloze krijsen het universum vullen. Als de andere drie songs van hetzelfde niveau waren geweest, had hier wel een acht in gezeten. Nu belandt dit debuut van Golden Light in de middenmoot.

JOKKE: 73/100

Golden Light – Sacred colour of the source of light (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sceptre of solar idolatry
2. The Western gate
3. Dawn of history
4. Sacred colour of the source of Li

Häxanu – Snare of all salvation

Naast stoere trve kvlt promofoto’s heeft Alex Poole nog iets anders geleerd uit zijn samenwerking met Swartadauþuz bij Gardsghastr, namelijk het idee om voor elk album dat je schrijft een nieuw project te beginnen. Zodus begint Poole ondertussen een even brede discografie op te bouwen met projecten als het hiervoor vernoemde Gardsghastr, Ringarë, Chaos Moon, Entheogen, Skáphe, Guðveiki, Krieg, Martröð en dan nu het nagelnieuwe Häxanu dat aan de reeds indrukwekkende lijst wordt toegevoegd (en die van Poole één van de meest veelzijdige muzikanten in het huidige landschap maakt). Met “Snare of all salvation” behoudt hij de welgekende formule die hij al enkele jaren aanhoudt: snijdende riffs die je terugkatapulteren naar de jaren negentig met een subtiele laag aan keyboards, rauwe maar heldere en haast verstaanbare vocalen en een fantastische productie. Amor Fati Productions staat in voor de release, en zij weten ons te vertellen dat “Snare of all salvation” gaat over de studie van alchemie (vandaar ook alle symboliek op de albumhoes) en de poging de Toren van Babel de beklimmen vanuit een esoterisch, neoplatonisch standpunt. Voor lyrische en esoterische overpeinzingen verwijs ik jullie door naar de booklet van de fraai uitziende vinyl-uitgave. Häxanu ligt qua stijl wat in de lijn van Ringarë en Gardsghastr maar legt minder nadruk op keyboards. Het gevarieerde drumwerk heeft Poole deze keer zelf op zich genomen in plaats van hier de getalenteerde Jack Blackburn (Entheogen, Chaos Moon) voor in te schakelen, en dat gaat hem bijzonder goed af. Na een korte intro trapt “Materia prima” de drie kwartier ingenieuze black metal in gang met melodieuze maar ijskoude riffs en een spervuur aan blast beatsalvo’s. Ondanks de thematiek horen we hier geen occulte hocus-pocus frasen of clean gezongen incantaties, maar houdt de Amerikaan het op rechttoe rechtaan black metal. Cátchy black metal zelfs, want sommige riffs blijven dagenlang terug in je hoofd opduiken, zoals het begin van “Sulfur, salt, mercury”. Dit pallet wordt gecomplementeerd door de vocalen van de mij onbekende zanger L.C., die naast vrij felle screams regelmatig eens een keelgeluid voortbrengt dat meer op roepende grunts dan screams lijkt, een dynamiek die het rijke klankenpallet enkel meer in de verf zet. “Smaragdina” heeft dan wat meer weg van later werk van Chaos Moon, maar het volledige album bouwt een half uur lang op naar de mastodont die na het melodieuze “Anima mundi” komt: de zeventien minuten durende afsluiter en tevens titelnummer dat “Snare of all salvation” is. Dit nummer alleen al toont hoe meesterlijk Poole is als componist: van een rollende, zich herhalende riff wordt gas teruggenomen om het meest atmosferische deel van het album (denk aan het afsluitend titelnummer van Chaos Moons “Eschaton Mémoire”) in te leiden, dat rustig opbouwt naar een furieuze ontknoping rond de zevende minuut. Rond de tien minuten komen wat semi-akoestische tokkels (nog zo’n knipoog naar zijn samenwerking met Swartadauþuz) alvorens het album richting het einde te laten kabbelen. Variatie troef op “Snare of all salvation” dus, en dankzij het hoge gehalte aan catchiness is het een album dat na meerdere luisterbeurten zeker niet gaat vervelen. Net zoals zijn kompaan van de Ancient Records stal heeft Alex Poole precies een onvermogen om slechte muziek te schrijven, en dat juichen we hier van harte toe. We zijn nog maar april, maar Häxanu komt zonder enige twijfel in de jaarlijst terecht.

CAS: 92/100

Häxanu – Snare of all salvation (Amor Fati Productions 2020)
1. The pale
2. Materia prima
3. Sulfur, salt, mercury
4. Smaragdina
5. Anima mundi
6. Snare of all salvation

Lamp Of Murmuur – The burning spears of crimson agony

De rauwe black metal scene die de laatste tijd zo “populair” is, stimuleert het gebruik van wekkers, want meermaals vis je hopeloos achter het net aan als je je alarm niet instelt op het moment dat bepaalde releases te koop worden gesteld. Nu, het gros van de tijd betreft het releases waar eigenlijk geen haan naar zou kraaien als ze niet op een belachelijk laag aantal stuks verkocht zouden worden, en hierdoor eigenlijk eerder verzamelaars aantrekken of imbecielen die de releases nadien voor zo veel mogelijk geld op Discogs willen verlappen. Kapitalisme en rauwe underground black metal, twee zaken die tegenwoordig vaak lijken te rijmen. Een band uit de Amerikaanse raw black metal waarrond alle heisa voor een keer absoluut terecht is, is Lamp Of Murmuur, en dan heb ik het niet alleen over diens aanstekelijke black metal esthetiek maar vooral ook over de muziek die absoluut de moeite waard is. “The burning spears of crimson agony” is reeds de vierde demo van deze one man band en klinkt van de eerste tot de vierentwintigste minuut über geil. “A burning spear to the heart of dawn” is waar het hier om draait, een meer dan twintig minuten durend werkstukje dat voor de gelegenheid in twee stukken werd verdeeld, aangevuld met een ambient intermezzo en outro. Ambient speelt een belangrijke rol bij Lamp Of Murmuur getuige bijvoorbeeld de “Cursed deambulations of the nocturnal entities” EP die synth bewerkingen bevat van materiaal van de eerste drie demo’s, maar hier blijft het dus beperkt tot twee korte instrumentale tracks. Het eerste deel van “A burning spear to the heart of dawn” schiet meteen furieus uit de startblokken met venijnige riffs waarin we vleugjes Zweedse invloeden horen. Wanneer het tempo wat zakt, stuwen opzwepende ritmes het boeltje, vergezeld van rauwe vitriolen black metal vocalen, verder. Gaandeweg swingt het zelfs haast onze beentjes los! Wat Lamp Of Murmuur van andere bands in deze niche onderscheidt, is dat er hier wel een hele lading memorabele riffs passeren. En het feit dat de productie vrij toegankelijk is voor rauwe black, kunnen we dan alleen maar toejuichen. Ik hoor zelfs basgitaar doorheen de grimmige riffs penetreren begot! Nadat er ons een kort meditatiemoment gegund wordt, gaat het tweede deel verder. Het tempo ligt hier lager, de riffs zijn repetitiever en daardoor ook psychedelischer en opnieuw zorgt de basgitaar voor extra cachet. En ook van een clean gothrock achtig gitaarstukje is Lamp Of Murmuur niet vies. Er passeren best enkele lange instrumentale passages, maar wanneer de zang zich aandient resulteert dat in extreem haatvol, bijna wolfachtig, geschreeuw en gehuil. Naarmate het einde nadert, worden we nog op sacraal aandoende heldere zang getrakteerd. Geniale EP deze “The burning spears of crimson agony“. Trouwens: bijna gelijktijdig kwam er ook nog een split met Revenant Marquis uit, die ook zeer de moeite waard is, vooral voor onze vriend uit Olympia, Washington dan.

JOKKE: 89/100

Lamp Of Murmuur – The burning spears of crimson agony (Death Kvlt Productions 2020)
1. A burning spear to the heart of dawn (Part I)
2. Meditating in the poisonmists
3. A burning spear to the heart of dawn (Part II)
4. Eternally banished to agony

Ruin Lust – Choir of Babel

De vernietigingsdrang van het uit New York opererende Ruin Lust is ontembaar want slechts één jaar na “Sacrifice” slaat de band opnieuw toe. Dat is vrij snel als je weet dat er tussen de voorganger en het “self titled” debuut een gat van zes jaar lag. “Choir of Babel” is de titel die de derde langspeler meekreeg, hoewel de plaat – zoals gewoonlijk – op een compact klein half uurtje afklokt. 20 Buck Spin is het nieuwe label van dienst. Het kwartet met persoonlijke drumheld Michael Dale Rekevics (o.a. Vanum, Fell Voices, Yellow Eyes en Vilkacis) in de gelederen moet het niet hebben van subtiliteiten of vernuft want de vijf songs worden met een barbaarse furieuziteit op ons afgevuurd. De geur van dood en verderf druipt eraf en hoewel er zeker een bestiaal war metal-randje aan de verstikkende death metal hangt, is dit niet onlosmakelijk verbonden met hersenloos geram want de dreigende songs zijn complexer van aard dan je op het eerste gehoor zou denken hoewel getriggerde drums, duizend breaks per minuut en “mama, kijk wat ik kan”-toestanden nu ook weer niet aan Ruin Lust besteed zijn. Vooral het bijna negen minuten durende “Rite of binding” is een aanbeveling. In deze afsluiter worden woeste death metal passages opgevolgd door lang doordenderende doomy gitaaraanslagen waarin onheilspellende drum mokerslagen en diepe growls op tijd en stond uw woning op haar grondvesten doet daveren. “Choir of Babel” is doodsmetaal voor de liefhebbers van de veteranen en oervaders van de scene waarbij je een half uurtje lang kan raggen en blazen en het kot verbouwen….voor zover dat tijdens het openende titelnummer al niet als een kaartenhuisje ingestort is.

JOKKE: 79/100

Ruin Lust – Choir of Babel (20 Buck Spin 2020)
1. The choir of Babel
2. Prison of sentient horror
3. Worm
4. Bestial magnetism
5. Rite of binding

Caspian – On circles

On circles” is album nummer vijf voor Caspian, de uit Beverly, Massachusetts afkomstige post-rockband. Het sextet is samen met Russian Circles zowat de enige band uit het grotendeels instrumentale genre die ik nog op de voet volg. Naar het alweer uit 2015 stammende “Dust and disquiet” grijp ik nog met de regelmaat van de klok terug al was het maar voor het bazennummer “Arcs of command“. Zo’n klepper van formaat is er tussen de acht nieuwe songs spijtig genoeg niet te vinden, maar over ’t algemeen ligt de kwaliteit wel weer hoog. “On circles” is een plaat die de diversiteit van de voorganger verder doortrekt. De ietwat veilige opener “Wildblood” wordt met saxofoonklanken ingekleurd en in het post-rock epische stereotiepe “Ishmael” en het traag opbouwende “Division blues” draaft de ondertussen veelvuldig gevraagde celliste Jo Quail op. Voor de tweede keer op rij horen we zang op een Caspian-plaat. Deze keer is het in de vorm van “Nostalgist” waarop we Pianos Become The Teeth-zanger Kyle Dufrey aan het werk horen. Het is een rustige popsong die me wat aan het Zweedse South Of You doet denken, maar niet tot de verwachte uitbarsting komt. In de akoestische afsluiter “Circles on circles” horen we Phillip A Jamieson trouwens voor de eerste keer zingen. In “Onsra” tiert de analoge synthesizer sound welig en net zoals in de titeltrack van “Waking season“wordt de climax hier abrupt een einde toegemeten. Het heftige “Collapser” heeft nog het meest weg van “Arcs of command“. Jani Zubkovs’ basgitaar ronkt lekker stoer op Russian Circles-achtige wijze en de vier gitaristen leven zich volop uit waarbij de ene na de andere explosieve gitaarriff doorheen een epische wall of sound op ons afgevuurd wordt. Meer van dat graag! “Flowers of light” hangt aaneen van de loopjes en telwissels waarin Caspian bewijst dat ze ook technisch sterk uit de hoek kunnen komen. Nieuwe drummer Justin Forrest kwijt zich bovendien ook gedegen van zijn taak. Caspian is terug met een sterke, afwisselende plaat die de voorganger echter niet weet te overtreffen.

JOKKE: 82/100

Caspian – On circles (Triple Crown Records 2020)
1. Wildblood
2. Flowers of light
3. Nostalgist (feat. Kyle Dufrey)
4. Division blues
5. Onsra
6. Collapser
7. Ishmael
8. Circles on circles