verenigde staten

Ominous Resurrection – Judgement

Bij de meest recente batch releases van Terratur Possessions zat deze “Judgement” van Ominous Resurrection, een band uit New York die niet meteen een belletje deed rinkelen. Blijkbaar is de plaat in kwestie de tweede langspeler voor het trio, maar “Omniscient” dateert alweer uit 2016. Wat me aantrok tot Ominous Resurrection is het feit dat gitarist/componist Diabolic Gulgalta ook deel uitmaakt van het lichtjes geniale Negative Plane. Het zal u dus niet verbazen dat je invloeden van deze laatste terughoort in de sound van Ominous Resurrection, hoewel het er niet zo vingerdik opligt als bij een Funereal Presence, de andere band van Negative Plane drummer Bestial Devotion. Naast deze referentie herbergt het gitaarwerk ook heel wat oud-mediterrane invloeden, denk aan de begindagen van het Italiaanse Mortuary Drape of het Griekse Rotting Christ, maar ook de Brazilianen van Mystifier. Ook orgelklanken zijn alom aanwezig, niet enkel in de onheilspellende intro, maar ook later vervullen ze de rol van eigenzinnige sfeermaker. Ongetemde riffs en chaotische drums vormen een rusteloze en beestachtige stroom van macabere oude energie die doorheen het album vloeit, waarbij bezwerende vocalen door de zinderende, meedogenloze instrumentale basis gieren. De songwriting is gericht op herhaling om de luisteraar alzo in een hypnotiserende toestand te brengen, hoewel er naast de tranceachtige melodieën haast evenveel meedogenloze explosies waar te nemen vallen. Opener “Heir to the throne” geeft je een redelijk goed idee van wat je kunt verwachten, aangezien bijna de helft van diens zeven minuten wordt besteed aan knallende drums en wervelende gitaarleads die over de opname lijken te dansen, waarbij hetzelfde idee behoorlijk lang wordt herhaald alvorens zich in een langzamere cadans te nestelen. Maar ook het eindthema van mijn persoonlijke favoriet, het meer slepende “Sons of Pleiades” beukt je repetitief, vol glorie en op een heroïsche wijze in trance. Wat menigeen tegen de borst lijkt te stoten, is dat de productie rauwer en minder vol is vergeleken met het debuut, het ware alsof “Judgement” in een ondergrondse crypte werd vastgelegd, maar dat mag wat mij betreft de pret niet drukken. Het komt de sinistere atmosfeer zelfs nog ten goede. Hoe meer je die volumeknop opendraait, hoe beter dat “Judgement” tot zijn recht komt. Er gebeurt best veel dat geabsorbeerd dient te worden, maar voor wie doorzet, biedt Ominous Resurrection een gevoel van rauwe mystiek dat je steeds opnieuw naar “Judgement” doet grijpen en je van begin tot eind in zijn greep houdt.

JOKKE: 85/100

Ominous Resurrection – Judgement (Terratur Possessions 2020)
1. Judgement
2. Heir to the throne
3. Ashes of holocaust
4. Sons of Pleiades
5. Decalogue
6. Three holy coffins
7. Genetic providence

Necrot – Mortal

“Blood offerings”, de debuutplaat van deze band uit California, zou eigenlijk in de top vijf van quasi elke oldschool deathmetalhead uit 2017 moeten staan. Waanzinnig verslavende, trashy, groovende riffs, whiplash-veroorzakende temposwitches – die live soms zelfs aan de meest doorgewinterde metalhead voorbijgingen – een blaffende growl die nagenoeg verstaanbaar maar tegelijkertijd ontiegelijk grof klinkt, de hele fuck-off punkattitude,… Het plaatje klopte en de band wist iedereen keer op keer met zijn voeten aan de grond te nagelen wanneer ze het podium betraden. Wat een onversneden oorlogsmachine. Grote schoenen te vullen dus, met opvolger “Mortal“. Necrot heeft vooralsnog weinig aan z’n formule veranderd. Een sound, gelieerd op legendes als Death, Bolt Thrower en Entombed, afgewerkt met een vleug ‘new wave’ zoals we ook bij pakweg Tomb Mold en Undergang horen. Maar waar sommige bands naar bepaalde gitaartonen of een dikke laag dystopisch futurisme grijpen, graaft Necrot maar wat graag een heel idiosyncratisch graf. Ze plaveien moeiteloos hun eigen weg en het zal hen gestolen worden of het resultaat mooi in een hokje past. Iedereen die “Mortal” één of enkele luisterbeurten schenkt, kan enigszins toegeven dat dit een ijzersterke plaat is. De productie, de snelheid, de tsunami van gitaarriffs die deze band weet op te trekken,… Je kan er moeilijk omheen. Maar pas na herhaaldelijke keren valt echt op wat voor meesterwerk Necrot hier heeft weten neerpoten. De ronduit monumentale riffs op “Asleep forever‘. De psychopatische tremolo op ‘Sinister will‘. Het geheel, afklokkend onder de veertig minuten, schotelt veel meer dan simpelweg het aanbidden van de goden van weleer voor. “Mortal” illustreert als geen ander waar hun inspiratie vandaan komt, maar de band heeft heel doelbewust gekozen om het daarbij te laten. Wat op het einde in de schaal ligt, is een brok pure, onversneden en rauwe energie die je het vel van je botten schraapt en achterlaat als een door Ramsay Bolton misbruikte slaaf. Geef je over, doneer je restanten en geniet van het geluid van je botten die tot gruis worden gemalen in de betonmolen die “Mortal” is. Dat het hen ongetwijfeld nog ver zal brengen. Hail Necrot.

JULES: 94/100

Necrot – Mortal (Tankcrimes – 2020)
1. Your hell 
2. Dying life 
3. Stench of decay
4. Asleep forever 
5. Sinister will 
6. Malevolent intentions 
7. Mortal 

Charnel Ascension – Spectral dances towards the coffin

In Baltimore loopt met the GraveLight Order een nieuw lo-fi clubje rond, maar wat mij betreft kunnen de leden van bands als Mortevexis, Nigrim Mortem, Slaves To The Enchanted Fog en Vampyric Bvrial het beter bij wiezen of petanque houden, want hun zwartmetalen klanken zijn werkelijk abominabel. Mortevexis en Vampyric Bvrial brachten in de vorm van “GraveMoon reveries” in juli een werkelijk tenenkrommende split vol ondermaats LLN worship uit en Nigrum Mortem’s “Consumed by the eternal tranquility” demo klinkt alsof er op zolder opnames werden gemaakt van de band die in de kelder staat te spelen. Eerder doffe in plaats van rauwe kelderblack dus. Enkel het éénpersoonsproject Charnel Ascension heeft klaarblijkelijk de rauwe blackmetalcollector kunnen bekoren want de demo, die in een oplage van maar liefst dertig stuks verscheen, is volledig uitverkocht. Wat een wereldprestatie! Vier nummers en een dik kwartier lang laat Cult Of The Fallen Sun zijn zonaanbiddende lo-fi black over ons uitschijnen. ’t Is nu niet dat we onze ogen achter onze hippe Ray-Ban zonnebril tegen brandende UV-stralen moeten beschermen, maar toch zijn we op één of andere manier gecharmeerd door deze zwartgeblakerde lo-fi herrie vol rauwe, punky riffs (“Eclipse worship” en “Unholy witchery“), vocale pruttelbrij (het titelnummer), griezelige lugubere ritmes en zeurende melodieën (“Gnarled root and branch“), uitgevoerd onder een mantel van sissende duisternis, …maar dan ook enkel in de heel late/vroege uurtjes als slaap zich van ons meester maakt.

JOKKE: 66/100

Charnel Ascension – Spectral dances towards the coffin (Old Spire Records 2020)
1. Eclipse worship
2. Gnarled root and branch
3. Spectral dance towards the coffin
4. Unholy witchery

Imperial Triumphant – Alphaville

Beklijvend. Ik heb lang gezocht naar een woord, één woord, dat deze band beter kan omschrijven, maar volgens mij komt het voorgenoemde nog het dichtst in de buurt. Imperial Triumphant maakt uiterst beklijvende muziek. Het is goed mogelijk dat het niet eens hun opzet is om je de stuipen op het lijf te jagen, soms maar enkele minuten nadat ze je nog in totale vervoering hadden gebracht. Ze doen het misschien wel gewoon per ongeluk. “Vile luxury” was al een opeenstapeling van beklijvende momenten. “Vatican lust”, of” Krokodil” van “Abyssal Gods” waren reeds knipoogjes naar een rauwe genialiteit waarvan ik toen niet kon vermoeden dat het beste nog moest komen. Ook live kon Imperial Triumphant zich met schijnbaar gemak van zijn beste technische én groovende kant laten zien, het vakmanschap was altijd al ontegensprekelijk aanwezig. En laat het geweten zijn, dat vakmanschap begraven de heren uit New York met plezier onder een tormentueuze, auditieve hel. Amper twee jaar later is daar plots een eerste single van het nieuwe album; “Rotted futures“. Onheilspellende intro, dissonante riffs, staccato, schijnbaar aritmisch met momenten, Imperial Triumphant hield alle symptomen voor een waardige opvolger duidelijk in het gareel. De track stond meteen op hoge rotatie bij ondergetekende. Op de laatste dag van juli kwam “Alphaville” uit, via Century Media – een grote stap van het vorige Gilead Media, en eentje waar ik mijn hart onterecht voor vasthield. De plaat beukt langs alle kanten tegen de grenzen van je comfortzone aan. De productie zit ongelofelijk strak, zonder dat de band daarbij aan hun kenmerkende sound moet inboeten. Sterker nog, Imperial Triumphant klonk nog nooit zo goed. De gitaarlijnen doen soms niet meer dan de percussie naar een hoger niveau tillen – maar nog vaker zagen ze je grijze massa op een slopend tempo aan gruis. Er zijn vocalen die tegelijkertijd uit een ver verleden als een dystopische toekomst lijken te komen. Absolute showsteler is mijns inziens “Atomic age”. De kwartetzang aan het begin, de hypnotiserende handdrums, de half schreeuwende, half mechanische stem die de titel van het nummer ‘produceert’, en de barrage van geluid die de band daar even later weer overheen weet te gieten – ongezien. Er zijn momenten op “The greater good” en de titeltrack die moeiteloos op een futuristisch jazzalbum zouden kunnen staan, als leden van die band bij Deathspell Omega hadden gespeeld, tenminste. En dan heb ik het nog niet over de auditieve heroïne van “Transmission to Mercury” gehad. Het geheel is, zonder meer, beklijvend. Dit album moet iedere fan van avant garde, nay, van jazz – nee, van black metal, in zijn collectie hebben. Petje af. 

JULES: 92/100

Imperial Triumphant – Alphaville (Century Media 2020)
1. Rotted futures
2. Excelsior
3. City swine
4. Atomic age
5. Transmission to Mercury
6. Alphaville
7. The greater good
8. Experiment (Voivod cover)
9. Happy home (The Residents cover) 

Cultus Profano – Accursed possession

Het uit LA afkomstige Cultus Profano maakte hier twee jaar geleden een goede beurt met diens debuut “Sacramentum obscurus“. De dame en heer treden nu voor een tweede keer uit de schaduw met opvolger “Accursed possesion“, opnieuw verspreid via het Franse Debemur Morti. Aan de duistere, haatvolle en blasfemische insteek van het duo is weinig veranderd. Cultus Profano bereikt zijn kwaadaardige transcendentie zonder oppervlakkige versieringen, maar door middel van een uitgekleed pikzwart palet van tremelo gitaarriffs, hypnotiserende percussie en helse vocale aanroepingen. Strzyga bewijst dat haar salpeterstrot – wat vrouwen betreft – tot de betere in het genre behoort en verdient een plaats naast Olienar van Darkened Nocturn Slaughtercult en Asagraum’s Obscura. Het drumwerk van Advorsus klinkt dynamisch, herbergt nuance en staat steeds in dienst van het nummer. Vergeleken met het debuut is de gemiddelde speelduur van de nummers een dikke twee minuten langer uitgevallen. Dit vertaalt zich in het meer dan negen minuten durende “Devoted to the black horns, Op. 16” in een meer atmosferische en aanvankelijk ook slepende mid-tempo aanpak, maar al snel zegevieren de bijtende, heiligschennende tremolo’s en blastende drums alweer. Ook “Towards the temple of darkened fates, Op. 19” en “Within a coven of shadows, Op. 21” (hoor ik daar toch ergens subtiele keyboards?) bieden wat ademruimte tussen de overwegend snelle arrangementen en bevatten duivels lekkere gitaarleads. Met “Accursed possession” en diens fancy-averse second wave black metal bevestigt Cultus Profano zijn seculiere visie en verlangen naar perpetuële duisternis op een geslaagde manier. De meer dynamische aanpak van deze tweede worp doet de eindscore nog net boven die van het debuut uitvallen.

JOKKE: 82/100

Cultus Profano – Accursed possession (Debemur Morti Productions 2020)
1. Cursed in sin, Op. 25
2. Devoted to the black horns, Op. 16
3. Upon a tomb of sacrilege, Op. 24
4. Towards the temple of darkened fates, Op. 19
5. Within a coven of shadows, Op. 21
6. Tenebris venit, Op. 23
7. Crown of hellfire, Op. 11

Malus Votum – Tradition

Tot twee maal toe had ik een déjà entendu tijdens het beluisteren van Malus Votum’s debuutplaat, die pas een decennium na diens oprichting verschijnt. De eerste keer was in “Prince f the culling tide” waar de geest van Burzum subtiel in rondwaart en de tweede keer was tijdens de openingsriff van het afsluitende “Wolf age” die wel héél ontegensprekelijk hard op Emperor’s “Into the infinity of thoughts” lijkt. Nu ja, het labelpraatje gaf de link naar de keizers van het genre al aan met de zin: “Malus Votum offer you the keys to their cosmic creations and times – will you unlock this Tradition?” En daar dit debuutschijfje “Tradition” werd gedoopt is ook een link met Varg’s Burzum niet zo verwonderlijk. Daar deze 34 minuten durende plaat ons eigenlijk best aangenaam verraste, willen we deze twee ietwat copycat momenten gerust met de mantel der liefde bedekken. Het duo achter Malum Votum weet immers heel goed waar het mee bezig is (drummer/bassist/zanger Grond Nefarious en gitarist/zanger Goatlord deden o.a. reeds ervaring op bij Panzergod) en hun traditionele atmosferische black met subtiel toetsenwerk gaat er dan ook in als zoete koek. De meeste USBM die ons deze dagen bereikt, kan in drie categorieën opgedeeld worden: de post-whatever fancy zithoek, de rauwe kelderhoek en de bestiale vergeethoek. Malus Votum leunt het dichtste bij de rauwe scene aan, vooral op vocaal gebied dan, maar de productie overstijgt wel die van lo-fi keldergeluiden en we horen ook geen crappy drumcomputers ratelen. De gitaarsound is vrij warm, hoewel de neergezette atmosfeer wel degelijk als grimmig kan beschreven worden, en bevat een gelaagde melodieusheid waarin heel wat plaats is voor duisternis en drama. Naast de erg pakkende afsluiter springt ook het meer dan tien minuten durende reeds aangehaalde “Prince of the culling tide” er wat mij betreft extra bovenuit. Dit nummer begint met mysterieuze religieuze zang en andere vreemde achtergrondgeluiden zoals koebelpercussie. Eens de versterkers opengaan, volgt in het mid-tempo deel het Burzum visitemomentje maar nadien gaat het tempo de hoogte in. Halfweg volgt een lekkere break die het venijn nog wat aanzwengelt en naar het einde toe krijgen we, nadat het tempo terug de dieperik ingaat, nog een pakkende slepende leadgitaar in onze schoot geworpen. Het tweede golf black metal classicisme druipt van Malus Votum’s debuut af, maar daar we nog steeds enorm opgewonden worden over deze ver vervlogen tijden, zijn we uitermate in onze nopjes met “Tradition“. Beide heren maken op hun bandfoto een handgebaar, waarbij de ene zegt dat ik kan oprotten en de andere zich negatief uitlaat. Ik zou die duim wat mij betreft echter toch maar in de hoogte steken hoor.

JOKKE: 83/100

Malus Votum – Tradition (Lunar Apparitions 2020)
1. The feast on the mountain
2. Prince of the culling tide
3. Ritual of cessation of forms
4. Wolf age

Ayr – The dark

Negen jaar lang hebben we er op moeten wachten, maar na de geweldige derde EP “Nothing left to give” uit 2011 – die titel leek dus haast profetisch – slaat het Amerikaanse, uit North Carolina afkomstige, Ayr eindelijk terug. Het is meteen ook hun eerste langspeler geworden. Nadat de evocatieve akoestische tonen van het inleidende “Origins in descent” wegebben, maken de heren Rick Contes (zang, gitaar en toetsen en daarnaast ook actief bij Worsen en Raw Hex) en drummer Randall Flagg (bij dezelfde orkestjes actief) met het meer dan tien minuten durende “Where all light dies” meteen duidelijk dat er, ondanks de jarenlange stilte, niet veel gesleuteld werd aan hun post-black metal sound. Het tempo schiet als een spervuur de hoogte in, de scream van Rick grijpt je bij de ballen en de strijdlustige riffs en ondersteunende keys geven een episch randje aan de zwartmetalen maalstroom die we te verwerken krijgen en ons mee op een introspectieve reis naar de diepste en donkerste (hence de albumtitel) geheimen van onszelf meevoert. Het is niet al knuppelwerk wat de klok slaat, want Randall laat het tempo ook regelmatig zakken en iets voor de acht minuten grens houden de versterkers en drums het voor bekeken. Een breekbare cleane gitaarlijn wandelt schoorvoetend en hand-in-hand met een fluwelen toetsenpartij een nieuwe climax tegemoet waarin een melodieuze leadpartij onze weke ziel zalft. Daarna gaat het wat mij betreft echter grondig mis, want “Worship the dark” is niet veel meer dan een wel héél minieme ambient soundscape die godverdomme meer dan vijf minuten duurt. Wanneer je de plaat in de wagen afspeelt, overstemt het geluid van het wegdek de muziek zelfs zo hard dat het haast lijkt alsof er ook niets gebeurt. Dit onnodig lange intermezzo is voor de heren waarschijnlijk onontbeerlijk in het vertellen van hun verhaal dat de allesomvattende leegte aanbidt, maar dit haalt mijns inziens de vaart helemaal uit de plaat. “Swallowed” laat terug horen waar het in feite om moet draaien, maar doet het hier wel op een haast doomtempo. Betoverende melodieën vullen zich langzaamaan met angst en melancholie en een meeslepende leadmelodie neemt ons minutenlang op een instrumentaal sleeptouw mee totdat deze in een zinderende apotheose uitmondt. Met “Return to the void” keert Ayr opnieuw vier minuten lang naar de gapende leegte terug, dat kun je nu toch niet menen! Gelukkig trakteert de hekkensluiter “Sever the golden chain” ons nog voor een derde keer op intense, groots klinkende en innemende post-black metal. Three killer and three filler (als je de akoestische intro meetelt), is de teleurstellende eindbalans. Wanneer Ayr ons met zijn pakkende post-black inpakt, zit er een vette 85/100 in, maar nu schort er door de inlassing van twee veeéél te lange en niets om het lijf hebbende ambientintermezzi iets grondigs aan de flow van “The dark“. Vandaar dus een gedownsizede 80/100, want al bij al vijfentwintig minuten échte muziek, is veel te weinig na die lange wachttijd.

JOKKE: 80/100

Ayr – The dark (Wolves Of Hades/The Hell Command 2020)
1. Origins in descent
2. Where all light dies
3. Worship the dark
4. Swallowed
5. Return to the void
6. Sever the golden chain

Utzalu – The grobian fall

Het werd nog eens hoogtijd om iets uit de Vrasubatlat-stal te reviewen. Bij deze dus de derde langspeler van Utzalu. Over debuut “The loins of repentance” schreven we destijds dat de band een hoorbaar positieve evolutie had doorgemaakt sinds de demodagen. Tussen deze eerste langspeler en de nieuweling werd blijkbaar “Idiot hell” nog uitgepoept, maar deze werd om één of andere reden door ons over het hoofd gezien. Benieuwd dus of Utzalu positief is blijven evolueren. Voor het eerst verschijnen er zowaar andere kleuren dan zwart en wit op de cover, maar verwacht nu niet dat Utzalu plots lentefrisse muziek met positieve vibes speelt. “The grobian fall” draait immers rond projecties van ongelovig afwijkend gedrag en naturalistisch verval in het thema van de 19de-eeuwse Franse literatuur. Het album vertelt het verhaal van een dwaas die gelooft dat hij uit de gratie is gevallen maar eigenlijk om te beginnen nooit is geaccepteerd. Een bedrieger wiens waan alleen leidt tot meer onzedelijke wanhoop en pathetische onrust. En bij dit thema hoort vuile muziek, muziek die ingrediënten uit black metal en punk doet samenvallen. Vrasubatlat-stichter Rory Flay, die tevens in het merendeel van de bands op het label wel iets in de pap te brokken heeft, wist voor deze plaat Ritual Knife drummer L in te lijven samen met sessiebassist A. Op vakkundige wijze ramt het powertrio er tien songs in een dik half uur door waarbij de versterkers al eens mogen kraken en piepen. Deze punky black ’n roll staat, net zoals bijvoorbeeld bij een Bone Awl, voor oermuziek die het niet van vernuft of subtiliteiten moet hebben, maar van rauwe ongetemde emoties die middels opzwepende ritmes en riffs uit de muzikanten hun systeem worden geknald. Soms zakt het tempo (zoals bijvoorbeeld in het titelnummer) ook de dieperik in om op sludge-tempo het mooie weer te maken. Rory bezit zoals geweten over een vette schurende strot die we graag het oorsmeer uit onze gehoorgang laten vegen. “The grobian fall” is een uitstekende, recht-voor-de-raap (en dus minder abstract dan de albumcover laat uitschijnen) zijnde black ’n roll plaat die een half uur lang – langer hoeft ook niet want daarvoor is dit genre wat te rechtlijnig – doet wat ie moet doen: met de nodige schwung een uitlaatklep vormen zodat je die negativiteit uit je systeem kan laten vloeien. En ja: Utzalu blijft positief evolueren.

JOKKE: 80/100

Utzalu – The grobian fall (Vrasubatlat/GoatOwarex 2020)
1. To know how it is seen
2. Onward to…
3. Ruptured by incest
4. Colorful flagellation
5. In treble with phalanges
6. Avarice
7. Separation trajectory
8. They know their place
9. Yellow and alone
10. …The grobian fall

Ringarë – Sorrow befell

Ik ben vergeten hoe vaak ik deze zin al heb neergepend: Alex Poole weet van geen stilzitten. Nadat hij eind 2018 het geniale Eschaton mémoireuitbracht met Chaos Moon, werd niet veel later aangekondigd dat ook Ringar een comeback zou maken en verder zou teren op enkele releases en ideeên die de laatste Chaos Moon niet haalden, maar dan onder de licht aangepaste naam Ringarë. Belofte maakt schuld, dus kwam een dik jaar geleden “Under pale moon” uit waarover Jokke toen het volgende te zeggen had: “Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen”. Ook op de nieuwe demo “Sorrow befell” nemen de toetsen het voortouw – maar veel prominenter dan voorheen het geval was. Naast het feit dat Poole en Likpredikaren (die ook de zang verzorgt bij Musmahhu) altijd al inspiratie haalden uit bands als Limbonic Art en het op Tolkiens boeken gebaseerde dungeon synth genre wordt “Sorrow befell” ruwweg in twee delen opgesplitst: vier nummers aan symfonische black die velen onder ons nostalgisch 25 jaar achterom doen kijken, en vier nummers aan pure ambient/dungeon synth. Over die laatste kunnen we kort zijn: ik heb het nooit echt voor deze genres gehad en hoewel “Lightless descent” I tot en met IV best wel een rustgevende sfeer neerpoten vind ik deze laatste 10 van de 35 minuten nogal overbodig. Één outro track was goed geweest. De eerste paar nummers zijn echter een pak dynamischer dan wat op “Under pale moon” te horen was en kregen ook een iets warmere klank mee. Aan de gekende formule wordt niet geraakt, al klinken de drums een pak sterieler. Niettemin worden weer enkele riffs om u tegen te zeggen uitgebracht, zoals het begin van “Blood pact sanctity”, een nummer dat precies als een bare bones versie van Chaos Moon klinkt. Ook vocaal snijden de scherpe uithalen van Likpredikaren door merg en been. Ringarë brengt met deze demo een twintigtal minuten kwalitatieve symfonische black, maar erg wereldschokkend is het niet – wél onderhoudend – en die laatste vier nummers mochten wat mij betreft gerust achterwege worden gelaten. Misschien dat ze voor de liefhebbers van rustige synthmuziek een meerwaarde betekenen, maar zoals vaak komt het bij mij wat over als filler-materiaal.

CAS: 78/100

Ringarë – Sorrow befell (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sorrow befell
2. Warlock of fathomless plagues
3. Blood pact sanctity
4. Forever in shadow
5. Lightless descent I
6. Lightless descent II
7. Lightless descent III
8. Lightless descent IV

Devil With No Name – Devil with no name

Niet alle black metal bands halen hun inspiratie uit grim and frostbitten kingdoms. Neem nu acts als Cobalt, Glorior Belli (met “The great southern darkness” en “Gators rumble, chaos unfurls“) of het Black Twilight Circle clubje die met hun muziek eerder een soundtrack voor een zwartgeblakerde western film afleveren of de zinderende hitte van de woestijn in muziek omzetten. Aan dit rijtje mag Devil With No Name toegevoegd worden. Hoewel de bandnaam eerder als die van een metalcore orkestje klinkt, is dat gelukkug niet de stijl die deze nieuwe band speelt. Achter Devil With No Name gaan muzikanten schuil die reeds een naam in het wereldje hebben. Zo vinden we in de line-up bezieler/zanger/gitarist Andrew Markuszewski (Lord Mantis, ex-Avichi, ex-Nachtmystium), zanger/bassist Michał Juśko (Sovereign) en drummer Cody Stein (Void Omnia) terug. De vier nummers die deze selftitled EP bevat, laten een geluid horen dat wel héél dicht tegen het latere werk van Nachtmystium aanschuurt: een beetje minder drug infused delirium misschien en ook de elektronica en toetsen blijven achterwege, maar Andrew kan niet wegsteken dat hij ook bij Nachtmystium een deel van het songmateriaal schreef. Dat neemt echter niet weg dat het gebodene er wel als zoete koek ingaat. “Grand western apostasy” bevat heerlijk gitaarwerk, enkele onheilspellende spoken word samples, en flirt soms ook met sludgy passages. De black metal in “Alleluia” is doorspekt met een serieuze scheut southern rock-invloeden en klinkt daardoor meteen ook héél toegankelijk. Een nummer dat het absoluut niet slecht zou doen als festival anthem…als we zulke events ooit nog zullen mogen meemaken. Inhoudelijk bevat dit nummer echter geen onderbroekenlol, maar een song met een blasfemische boodschap. “Sycophants of the covenant” trekt terug wat harder van leer en bevat cleane, bijna met de intonatie van monnikenzang gezongen partijen die wat aan de heldere keelklanken van Grutle van Enslaved doen denken. Machtig bezwerend en het hoogtepunt van deze EP! In “Monad” hanteert het trio opnieuw een mid-tempo black ’n roll aanpak die knipoogt naar het latere Satyricon-werk, maar waar ik het warm noch koud van krijg. Nochtans slaagt Devil With No Name erin om met momenten aan te tonen dat ook in de Arizona woestijn de temperatuur onder het vriespunt kan zakken wanneerde zon ondergaat. Deze EP is een knap eerste visitekaartje, maar ik zou graag de southern rock invloeden nog iets meer uitgewerkt willen zien, zodat de vergelijking met Nachtmystium minder opgaat.

JOKKE: 80/100

Devil With No Name – Devil with no name (New Density 2020)
1. Grand western apostasy
2. Alleluia
3. Sycophants of the covenant
4. Monad