verenigde staten

Stormkeep – Galdrum

De keyboards staan de laatste paar maanden precies in afprijzing want de hoeveelheid zwartmetaal met dikke synthlagen die we tegenwoordig voorgeschoteld krijgen is gigantisch. Zo ook op “Galdrum“, het debuut van het voor mij onbekende Stormkeep, dat via Ván Records uitgebracht wordt. Het openingsnummer “Glass caverns of dragon kings” verwelkomt ons meteen middels aangezwollen toetsenwerk in een middeleeuwse setting vol kloeke ridders, mooie jonkvrouwen, hofnarren, kastelen, tovenaars en draken. Het inlassen van akoestische gitaarmelodieën en heldere koorgezangen draagt nog extra bij tot een gezellige kampvuursetting waar een vers geschoten everzwijn boven een knisperend vuurtje wordt klaargestoomd voor een avondmaal dat welgekomen is nadat we van onze namiddaagse veldslag terug heelhuids huiswaarts gekeerd zijn. Ik krijg van meet af aan een erg sterk Duits gevoel bij Galdrum’s black metal en mede door het veelvuldig inzetten van synths kom ik dan bijna automatisch bij van die matige Last Episode bands als Stormlord, Mystic Circle, Dunkelgrafen en Eminenz uit. Beetje raar wel als je weet dat Stormkeep’s uitvalbasis in de Verenigde Staten gevestigd is. De individuen achter de band ken je misschien wel van bands als Blood Incantion (wat toch heel andere koek is) en Wayfarer. Het meer dan tien minuten durende openingsnummer overstijgt de gemiddelde Last Episode band wel, maar van het middelmatige ietwat te zeemzoete “Lightning frost” worden we nu niet bepaald wild. De vocalen zitten ook wat ver naar achter in de mix waardoor het geheel aan venijn mist. ook “Lore” klokt op een double digit speelduur af en reeds vanaf de inleidende akoestische gitaren weten we al dat dit geen topper gaat worden, zeker als er dan nog een homo erotische fluit opduikt. Ook wanneer de versterkers opengaan, worden we niet omver geblazen door deze middelmatige blackmetalmeuk, ook al wordt er best veel geramd. De veelvuldige heldere zangkoren en licht enerverende gitaarsolo dragen alleen maar bij tot de kakofonie waar we het licht van op onze zenuwen krijgen. En als we dan na 25 minuten bij “Lost in mystic woods and cursed hollows” en diens Bal-Sagoth-achtige dungeon synth taferelen aangekomen zijn, zijn we blij dat “Galdrum” er na een klein half uur opzit. Ván Records slaat de bal zelden mis wat ons betreft, maar de kleine hype rond Stormkeep snappen we ook na een paar extra luisterbeurten, niet helemaal. Er lopen momenteel véél betere bands rond die wel een geslaagd huwelijk maken van black metal en synths.

JOKKE: 65/100

Stormkeep – Galdrum (Ván Records 2020)
1. Glass caverns of dragon kings
2. Lightning frost
3. Lore
4. Lost in mystic woods and cursed hollows

Celestial Sword – Fallen from the astral temple

Het Engelse Death Kvlt Productions speelde zich de laatste tijd vooral in de kijker middels fel gesmaakte releases van hun wonderkind Lamp Of Murmuur. Voor de rest zit er eigenlijk wat ons betreft tamelijk veel middelmatigheid tussen hun output, maar voor het Amerikaanse Celestial Sword maken we graag een uitzondering, want diens eerste demo “Fallen from the astral temple” wist ons meteen in vervoering te brengen, en dan spreken we niet enkel over het smaakvolle logo (van de hand van Amalantrah Workings) en dito artwork (verzorgd door Labyrinth Tower), maar zeer zeker ook over de muziek die een mix laat horen van rauwe black metal en dungeon synth, een muziekgenre dat duidelijk aan haar tweede jeugd bezig is. Grimmige gitaarstructuren en weelderig ingezette toetsen versterken mekaar waar nodig, maar vertellen ook regelmatig afzonderlijk een verhaal en dat is geen liefelijk kinderverhaaltje voor het slapen gaan, maar een bloeddorstig en spookachtig vampierenvertelseltje dat kinderen (en het gros van de volwassenen) gegarandeerd de stuipen op het lijf zou jagen. De speelduur van elk van de negen nummers is vrij compact gehouden, verwacht dus geen ellenlange uitgesponnen repetitieve composities, maar songs die to the point zijn, zonder een lugubere atmosfeerzetting uit het oor te verliezen. Het illustere, in een maliënkolder gestoken heerschap achter deze one-man band beschikt over een high pitched stel perfect krijsende stembanden die ondermeer aan het begin van “Sanguine mist upon the vampyric crypt” haast klinken alsof er een kwaaie kraai achter de microfoon staat. Op ritmisch gebied worden er heel wat verschillende tempotoetsen ingedrukt, gaande van een zich traag voortslepende track als “A crown of serpents and ash” over het eerder mid-tempo “Ancestral chalice of poisoned blood” tot het snellere hakwerk in “Cloistered domain of noctural sorrow“, maar voor inventieve drumroffels en andere subtiele tierlantijntjes is er geen plaats. Enkel in het wat langere “Venomous flames within the abyssal monastery” trekt een kortstondige elektronicabeat even onze aandacht tussen het overheersende machinale gehak. Het wat gevarieerder uitwerken van de snelle drumpartijen is zowat onze enige kritische voetnoot die we bij “Fallen from the astral temple” plaatsen. Wie zich een half uur lang wil laten onderdompelen door rauwe, maar betoverende en cryptische melodieën die je een ver vervlogen fantasiewereld insturen, heeft met Celestial Sword een uitstekende reiscompagnon.

JOKKE: 81/100

Celestial Sword – Fallen from the astral temple (Death Kvlt Productions 2020)
1. Ascending the black tower
2. A crown of serpents and ash
3. Cloistered domain of nocturnal sorrow
4. Ancestral chalice of poisoned blood
5. Thy dracul blade
6. Sanguine mist upon the vampyric crypt
7. Venomous flames within the abyssal monastery
8. The hidden path of sulphuric sorcery
9. Fallen from the astral temple

Tombs – Under sullen skies

Me de puike “Monarchy of shadows” EP van afgelopen februari nog vers in het geheugen, is het best een topprestatie dat het uit Brooklyn New York afkomstige Tombs nu reeds toeslaat met een nieuwe langspeler. En als je weet dat het nagelnieuwe “Under sullen skies” op een vol uur afklokt, moge het duidelijk wezen dat de heren (met de nieuwe line-up is het niet enkel bandstichter Mike Hill die het songschrijven op zich neemt) geen last hebben van een writers block. Het wegvallen van een geplande tour met Napalm Death hield Tombs dus niet tegen om de plaat uit te brengen. “Under sullen skies” poogt het DNA van black metal opnieuw te mengen met invloeden van gothic, new wave en death rock, een richting die Tombs in 2014 insloeg met “Savage gold” en sindsdien min of meer is blijven volgen. Ook de psychologische onrust en de struggles van het urbane leven zijn weer alomtegenwoordig in de twaalf nummers die het donkere en introspectieve album vorm geven. Er valt een uur lang heel wat te beleven terwijl de donkere dreigende lucht over ons hoofd heen trekt. Zo is er het furieuze “Bone furnace” dat de plaat met een plak melodische black in gang trapt, maar dat gaandeweg ook subtiele thrash- en gothrockinvloeden incorporeert. Het meer ritmische en wat hoekige “Void constellation” is dan weer opgetrokken uit een mix van doom en death metal en bevat een meeslepende solo van Andy Thomas (Black Crown Initiate, ex-live lid van Tombs). Het is de eerste van een hele reeks gastmuzikanten die we aan het werk horen. Op het dynamische “Barren“, waarin we een wisselwerking horen tussen zwartgeblakerde post-metal en downtempo passages inclusief diepe heldere zang, schudden Six Feet Under gitarist Ray Suhy en Tomb’s Matt Medeiros meerdere gitaarharmonieën uit hun mouw, de eerste naar pure heavy metal neigend en de tweede meer episch van aard. Het refrein van het stompende “The hunger” wordt vertolkt door Integrity’s Dwid Hellion en neigt daardoor niet alleen muzikaal maar ook qua zang naar downtempo sludge. Op het zeven minuten durende “Secrets of the black sun“, dat handelt over de eindigheid van de mensheid op onze planeet, nemen de new wave en gothrock-invloeden voor het eerst écht de bovenhand. Sera Timms (Ides Of Gemini, Blck Math Horseman) zorgt voor vrouwelijk tegengewicht versus de diepe proclamerende vocalen van Mike en het nummer transmuteert van rustige goth-rock naar een slepend doomnummer. Voor “Descensum” liet Mike zich inspireren door “Ride the lightning” alvorens de deuren van de hel wagenwijd openklappen en er een chromatische single note atonaliteit op ons afgevuurd wordt. Naarmate “Under sullen skies” vordert, creëren akoestische instrumenten, keyboards en gesamplede soundscapes extra textuur. “Mordum” ligt wat in het verlengde van “The hunger” en Psycroptic’s Todd Stern splijt de stampende ritmes en riffs met een gierende solo in twee. “Lex talionis” is met zijn in vitriool gedrenkte tremolo’s zowat het meest ziedende blackmetalnummer van de plaat, maar gaat wat later de meer moderne metal tour op met een vette mosh-break en een chaotische solo. Het typeert de band die zelfs binnen één en hetzelfde nummer nooit voor één gat te vinden is. Ook in “Angel of darkness” trekt Tombs venijnig van leer. De spoken word dialoog die het nummer inzet, werd ingesproken door actrice Cat Cabral die bovendien veel kennis heeft van het esoterische en het occulte en ook Paul Delaney (Black Anvil) leent zijn stembanden aan dit nummer uit. “Sombre ruin” klinkt exact zoals de beelden die de songtitel oproepen en ons aan de film “The road” doen denken waarbij een vader en zijn jonge zoon door de puinhoop van een post-apocalyptisch landschap reizen. Met het toepasselijk getitelde “Plague years” trekt Tombs nog een laatste keer alle registers open: opzwepende tweede golf black metal wordt hier vermengd met hymne-achtige refreinen die de gebalde vuisten de lucht in stuwen en de zwaar beukende sludge horen we stilaan uitsterven totdat enkel de drums van Justin Spaeth nog weerklinken. “Under sullen skies” is by far de meest gevarieerde en allesomvattende Tombs plaat. Een slecht of zelfs middelmatig nummer hoor ik niet. Enkel het korte instrumentale “We move like phantoms” had misschien nog wat verder uitgediept moeten worden want nu lijken het wat riffs te zijn die de band nog op overschot had en willens nillens op tape wou kletsen. Omwille van de vele stijlen en gedaantewisselingen die we horen, zal ieder zo wel zijn favorieten hebben. De mijne wisselen zowat elke luisterbeurt wat een goed teken is.

JOKKE: 85/100

Tombs – Under sullen skies (Season Of Mist 2020)
1. Bone furnace
2. Void constellation
3. Barren
4. The hunger
5. Secrets of the black sun
6. Descensum
7. We move like phantoms
8. Mordum
9. Lex talionis
10. Angel of darkness
11. Sombre ruin
12. Plague years

Kyrios – Saturnal chambers

Het begeleidend promopraatje voor “Saturnal chambers“, de debuut EP van het uit New York City afkomstige Kyrios, strooit met allerhande grote namen uit het blackmetalgenre in het rond en voor één keer is dat ook eens niet gelogen qua invloeden. Kyrios smeedt immers een geluid uit enkele van de fundamenten van de Scandinavische blackmetalscene aangevuld met invloeden van meer avontuurlijke spelers. “The utterance of foul truths” combineert al meteen het dissonante en chaotische van een Deathspell Omega met wat avantgarde van Ved Buens Ende, het technische van latere Emperor, een heuse leadsolo en intergalactische keyboards en dat allemaal verpakt in een compacte song van drie minuten die ondanks zijn drukke karakter niet als knip- en plakwerk overkomt. De titeltrack is een kort intermezzo opgetrokken uit verwrongen orgelklanken, spacey keyboards en ambient soundscapes en vormt een bruggetje naar “A mare in the wire” dat grossiert in bombastisch en triomfantelijk toetsenwerk, Mayhem “Wolf’s lair abyss“-era venijn, Abigoresque twists, Abbath-achtige vocalen en leadgitaarmasturbatie. Het trio bestaande uit Hypatian (gitaar, bas, synths), Satan’s Sword (drums) en Vornag (zang) heeft onze interesse op nog geen tien minuten tijd weten wekken. Liefhebbers van avant-garde, technische en avontuurlijke black moeten dit zeker eens opsnorren.

JOKKE: 78/100

Kyrios – Saturnal Chambers (Caligari Records 2020)
1. The utterance of foul truths
2. Saturnal chambers
3. A mare in the wire

Striges – Verum veterum

Striges is één van de elvendertig projecten van de in de Finse blackmetalscene alomtegenwoordige Shatraug. Het was ietwat vreemd dat we dit jaar nog geen nieuwe releases van de man hadden gehoord, maar kijk, 2020 nadert zijn einde en de Fin trakteert ons naast een nieuwe (fantastische) plaat van Horna nu dus ook op de eerste langspeler van Striges, een intercontinentaal project waarin Shatraug samenwerkt met zijn landgenoot LRH, die ook al menig Finse blackmetalplaat inknuppelde, en de Amerikaanse screamer Vaedis die verder ook actief is bij Hellgoat en Vimur en de fakkel overneemt van de Australiër Blackheart die op de demo’s zong en drumde. Die demojaren liggen trouwens al behoorlijk ver achter ons (respectievelijk zeven en dertien jaar). Striges is dus duidelijk een project dat lang heeft liggen rijpen in Shatraug’s hersenpan. “Scourge of the ages” trapt “Verum veterum” zonder al te veel poespas en met een venijnige tremoloriff en begeleidende blasts in gang en laat horen dat de heren voor een krachtige en moderne sound opteerden. Hierdoor moeten ze eerlijkheidshalve wel wat inleveren op gebied van eigenheid, maar dat zal Shatraug en co ongetwijfeld worst wezen. Ik had even schrik dat Striges een eendimensionale ram- en blaasband zou zijn, maar halfweg het openingsnummer laat het trio zien ook mid-tempo passages, in dit geval vergezeld van heroïsche heldere diepe zang, in zijn muziek te willen intrigeren om het zo op dynamisch vlak boeiend te houden. Shatraug kent ondertussen het klappen van de zweep natuurlijk al wel en hem moeten we geen lesje in blackmetalsongwriting meer geven. Maar 90% van de speelduur gaat die voet toch wel voluit op het gaspedaal hoor. De tremolo picking melodieën vliegen ons volcontinu om de oren en boetseren een authentiek blackmetalgeluid vol passie en kracht dat heen en weer zwalpt over de grens tussen Finland en Zweden. Ik hoor hier bijvoorbeeld heel wat Setherial in. Bij een wat langer nummer als “Entwined in shadows, drawn to death” is het wat moeilijker om heel de rit bij de les te blijven, maar gelukkig wijst de catchy en pakkende volcontinu doordenderende thematische riff van het afsluitende “An ancient mournful soul” ons op het feit dat “Verum veterum” toch ook wel heel wat beklijvende momenten kent. Vaedis kan een aardig potje screamen maar daarbij zou hij wel wat meer hoogtes en laagtes mogen verkennen. Gelukkig schakelen zijn stembanden af en toe over op de reeds aangehaalde diepe heldere vocalen. Drummer LRH (o.a. Bythos en Horna) houdt de ritmische touwtjes strak in handen met zijn overwegend snel spel. Ook hier erg degelijk uitgevoerd, maar ook wel heel erg volgens het boekje. Met Striges bewijst vooral Shatraug nog maar eens dat hij haast elke seconde van de dag blackmetal ademt en nog niet van plan is zijn laatste adem snel uit te blazen.

JOKKE: 80/100

Striges – Verum veterum (Blut & Eisen/World Terror Committee 2020)
1. Scourge of the ages
2. Devouring the flame
3. Seven ghouls from the mountains of Mashu
4. Summoning the sorceress of the moon
5. Parched with eternal thirst
6. Entwined in shadows, drawn to death
7. An ancient mournful soul

Mäleficentt – Night of eternal darkness

Rauwe blackmetal undergroundplaten die niet met een dungeonsynthintro aftrappen, ze bestaan nog! Sterker nog, Y. E., het heerschap achter Mäleficentt, valt op zijn tweede full-length “Night of eternal darkness” meteen met een ijzersterke riff en melodie in huis ook al is “March of the circle of shadows” een korte instrumentale opener. Vanaf “Before the sun dies” gooit de man met native American roots ook zijn verdorven krijsstem in de strijd. Alle ingrediënten voor een beklijvende bak ongecompliceerde maar o zo aanstekelijke zwartgeblakerde herrie zijn dan aanwezig. Catchy tremoloriffs, dynamisch, swingend en organisch drumspel met oog voor detail dat meer dan ok is voor een allesdoener (en heel wat progressie laat horen vergeleken met voorganger “Night of the crimson stars” waar de drums eerder geprogrammeerd leken) en een lekker raspende vampierscream, maar we horen ook enkele heldere kreten die haast het gehuil van wolven lijken te imiteren. Maar het meest in het oog/oor springend zijn de gitaarriffs waarvan er meerdere passeren die zich nog lang in mijn geheugen weten te nestelen. Check “The cavern of false hope” maar eens. Het pure en authentieke van een Satanic Warmaster en soortgenoten kan ik als referentiekader meegeven en de productie is meer dan behoorlijk en overstijgt het lofi gebeuren. Eeuwigdurend is de duisternis op “Night of eternal darkness” niet want deze klokt op nog geen 25 minuten af, maar laat dat de pret vooral niet drukken. Meer tijd om die repeatknop voortdurend in te drukken!

JOKKE: 85/100

Mäleficentt – Night of eternal darkness (Night Of The Palemoon/Asrar 2020)
1. March of the circle of shadows
2. Before the sun dies
3. Veiled in gloom
4. The cavern of false hope
5. Severed by your own
6. Bones of compatriots

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape

In wat als haast als een hoogjaar voor de rauwe blackmetalscene kan beschouwd worden, mag een act als Lampir natuurlijk niet ontbreken. Deze Amerikaanse one-man band speelde zich in de kijker van de lo-fi verzamelaar middels een langspeler (“The alchemy of cursed blood” uit 2018) en een hele reutemeteut aan kleinere releases op maat van de underground zoals splits met de wel héél rauwe acts VVitchmoon en Flešš. Nu is het echter opnieuw tijd voor een uitgebreider muzikaal werkstuk dat de titel “Awaiting the predatory dreamscape” meekreeg, een eerste release die via het Portugese Altare Productions vereeuwigd zal worden. Het lijkt tegenwoordig haast terug een ongeschreven wet te zijn je zwartgallige underground blackmetalplaat met een synthetisch klinkende intro af te trappen. Ook hier is dat met de serene orgelklanken van “Stemming from the cosmic id” het geval en met “Disconnection from suppressed consciousness” wordt “Awaiting the predatory dreamscape” ook via een dungeon synthriedeltje uitgeluid. Daartussen blijven nog vijf nummers over die bulken van de misantropische dichtgeplamuurde black waarvoor Lampir gekend staat. De getormenteerde screams en ijle shrieks doen de koude rillingen over je rug lopen terwijl de basis uit ietwat repetitieve grofkorrelige gitaarriffs bestaat die als een roestige zaag je vel opensnijden en dit ondersteund door simpel maar effectief (geprogrammeerd?) drumwerk dat nergens van plan is snelheidsrecords te breken. De gevoelens die dit werkje bij ons opwekken zijn er allesbehalve van vitaliteit en levenslust. Deze tweede full-length kreeg zonder twijfel de beste productie in de geschiedenis van de band mee, maar verwacht nu wel geen afgelikte sound want Lampir blijft natuurlijk rauw en ongemakkelijk klinken. Het oudere werk vond ik niet bijster speciaal klinken en ook nu moet Lampir het met gemak afleggen tegen een genregenoot als Lamp Of Murmuur, maar tot op heden is “Awaiting the predatory dreamscape” wel ’s mans meest kwalitatieve output.

JOKKE: 75/100

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape (Altare Productions 2020)
1. Stemming from the cosmic id (Prelude)
2. The final mask of time
3. In the predatory dreamscape…
4. Vitality & virtue
5. Sexual negativity
6. The embodied secret
7. Disconnection from suppressed consciousness (Epilogue)

Ancient Necromancy – Diabolical forest alchemy

Wat me voornamelijk triggerde om “Diabolical forest alchemy“, de eerste demo van het Amerikaanse Ancient Necromancy uit te checken, was het übervette logo. Maar gelukkig is de muziek van deze one-man band ook meer dan in orde. Ancient Necromancy zou deel uitmaken van de Cultus Caliginous circle, maar vraag me niet wie er verder nog zoal van deel uitmaakt. Openen doet de nog jeugdig uitziende Eldrinacht via het verwrongen en op het randje van vals klinkend toetsenwerk in “Accursed wizardry“. Het is in undergroundkringen weer helemaal in om met een dungeon synth-achtige intro af te trappen en je krijgt als luisteraar zo van meet af aan een gevoel van onbehagen aangemeten. Het echte blackmetalwerk krijgen we daarna drie nummers lang over ons uitgestort. Ik word instant blij van het old school vunzig randje dat Eldrinacht in zijn zwartmetaal pompt, iets wat toch vrij onverwacht is voor zulke jonge kerel. “Sigil of baphomet” bevat ijzig, striemend Noors aanvoelend riffwerk, repetitieve knuppeldrums die me eerder organisch dan synthetisch ingespeeld lijken en heerlijk blaffende ietwat door de mangel gehaalde vocalen. Maar dan valt de razernij plots stil en nemen akoestische gitaren en heldere koorzang het over. Het tovert het duivelse en bezeten karakter van de muziek in een wip en een knip om tot een heidense atmosfeer. Zoals doorgaans het geval is, klinken de heldere vocalen weinig spectaculair maar vals is het ook niet. “Sempiternal agony” kan je eerder als een mid-tempo repetitief hakkend nummer omschrijven, bevat een geile old-school flair en opnieuw zorgen de ranzige raspende vocalen voor vuurwerk. Na de eerste break stuwt Eldrinacht de song richting black ’n roll, vergezeld van toetsen die ook hier net naast de toon lijken te zitten totdat ze een autonoom zelfbestuursrecht opeisen. Heerlijk! Het afsluitende “Unholy specter” wordt met een knal ingeluid en bevat enkele hints richting het geluid van een Perverted Ceremony totdat de versterker volle bak opengedraaid wordt en er opnieuw eerder Noors gitaarwerk op ons afgevuurd wordt. Vlak voor het einde luidt een break een nog meer opzwepende passage in, maar spijtig genoeg stopt die vrij bruusk om in verstikkende duisternis uit te monden. Ancient Necromancy levert met “Diabolical forest alchemy” een erg geslaagde eerst worp af die de atmosferische dagen van weleer naar het huidige tijdperk transponeert. Ik kijk al reikhalzend uit naar het moment waarop de vinylversie op de deurmat zal ploffen.

JOKKE: 85/100

Ancient Necromancy – Diabolical forest alchemy (Nithstang Productions/Poisonous Sorcery 2020)
1. Accursed wizardry
2. Sigil of baphomet
3. Sempiternal agony
4. Unholy specter

Undeath – Lesions of a different kind

Komt dat zien, komt dat zien. Undeath is hier met “Lesions of a different kind”. Drie jonge kerels uit Rochester, New York, spelen het op anderhalf jaar klaar om, na amper twee demo’s, een allesverslindende debuutplaat uit te brengen en daarmee een wit voetje te slaan in heel de deathmetalwereld. Dat mag wat ondergetekende betreft ook meteen de kop in de New York Times zijn, want zo goed is wat ze hier presteren. De bandleden zijn geen oude bekenden, dit is hun eerste echt serieuze project (op bassist Tommy Wall na, die eerder al wat fourstringgeweld leverde voor oa. Execution Hour). De heren zijn echter heel erg goed op elkaar ingespeeld, en het doel is onmiskenbaar… Undeath wil de hardste deathmetalgroove in de geschiedenis van de mensheid schrijven. Ze haakten op “Demo 2019” al zwerende riffs in elkaar die zich als de meest koppige oorwormen in je grijze massa nestelen zonder enige ambitie om te vertrekken. Sommige van de breakdowns en temposwitches op de tweede demo “Sentient autolysis” verrassen in die mate dat je je jezelf erop betrapt je ogen nog maar eens over het ontiegelijk vette logo te laten glijden. Undeath, zei je…? Het moet gezegd zijnde, niks had de luisteraar echt kunnen voorbereiden op wat de heren met hun eerste langspeler weten voort te brengen. Het album – dat je op een klein halfuur meedogenloos van je trommelvliezen ontdoet – is zo goed opgebouwd dat je enigszins verward maar hongerig op play gaat drukken voor een tweede luisterbeurt. “Lesions of a different kind” is zowel een van de beste OSDM-worship albums van de afgelopen jaren als een van de meest verfrissende platen die je binnen het bredere spectrum kan vinden, als dat het een toonvoorbeeld is van wat je onbekenden laat luisteren om mee te illustreren wat ‘jouw deal nu juist is’. Kortweg, de LP is ontzettend rauw maar tegelijkertijd toegankelijk, en bovendien toornig goed geschreven. Luister maar eens naar de manier waarop Undeath zijn riffs en tempos gebruikt om schaamteloos hard met je kloten te spelen op “Acidic twilight visions”, of merk op hoe je na enkele luisterbeurten uit volle borst het refrein van de titeltrack mee staat te brullen. Dit is een ongeziene rager van een plaat, met een chronisch tekort aan minpunten en een buitenzinnig mooie worp naar een gunstig toekomstperspectief.

JULES: 95/100

Undeath – Lesions of a different kind (Prosthetic Records 2020)
1. Suitably hacked to gore
2. Shackles of sanity
3. Lesions of a different kind 
4. Entranced by the pendulum
5. Acidic twilight visions
6. Lord of the grave
7. Kicked in the protruding guts
8. Phantasmal festering
9. Chained to a reeking rotted body
10. Archfiend coercion methods

Lamp of Murmuur – Heir of ecliptical romanticism

Vorig jaar kwam uit het niks Lamp of Murmuur opduiken en op amper een jaar tijd heeft het Amerikaanse eenmansproject nogal wat furore gemaakt. Vooral met de release van de fantastische “Burning spears of crimson agony” EP eerder dit jaar leek de zwartgeblakerde hoek van het internet compleet tilt te slaan, werden nog nooit zoveel woordgrapjes over een bandnaam gemaakt, vlogen de gelimiteerde releases sneller dan ik voor mogelijk had gehouden over de toonbank én stonden ze nog binnen diezelfde minuut op Discogs te blinken aan, uiteraard, exuberante prijzen. Dood aan dat Discogsgespuis! Om maar te zeggen dat Lamp of Murmuur zich op bijzonder korte tijdspanne op de kaart heeft weten te plaatsen met haar bezwerende, rauwe en toch met rock-n-roll vibes doorspekte blackmetal en al enige tijd vlot over de tongen gaat. Na een hoop demo’s (waarvan eentje uit een dungeon synthexpirementje bestond) en een EP is het wachten voorbij en viel begin deze maand het doek over de eerste langspeler. Drie nieuwe tracks, een intermezzo en 2 heropnames van eerder materiaal (nummer vier en vijf). Oh, en begot een Dead Can Dance cover in de vorm van “In the wake of absurdity”. De vraag die elkeen zich stelt is: “Jamaja, met al die hype, is ’t eigenlijk wel de moeite waard?” en we kunnen alvast met de deur in huis vallen door daar volmondig “Ja!” op te antwoorden. “Heir of ecliptical romanticism” klinkt qua productie dan wel een pak meer opgekuist dan wat eraan voorafging maar verzaakt niet aan wat Lamp of Murmuur ons al van in den beginne voorschotelt: rauw zwartmetaal met een bepaalde swingende catchiness, hoe contradictorisch dat ook mag klinken. Dat de productie wat meer afgelikt klinkt is natuurlijk relatief, want dat de Amerikaan misschien minder klinkt alsof hij vanuit een halfvolle beerput loopt te krijsen betekent niet dat hij zich ondertussen heeft gedoucht. “Of infernal passion and aberrations” knalt meteen zonder poespas het gaspedaal in – het tempo ligt gedurende de hele plaat vrij hoog – maar binnen de twee minuten wordt al overgeschakeld op een midtempo strofe waar het thrashmetalgehalte vanaf spat. Voor het eerst maar zeker niet voor het laatst, want in het daarna volgende “Bathing in cascades of caustic hypnotism” worden dit soort riffs meer in de verf gezet. Niet dat M., het met verf bekladderde gezicht van de band, deze catchy heavy en thrashmetalriffs gewoon binnen zijn furieuze black steekt, maar deze eerder volledig incorporeert in zijn eigen sound. Ondanks het feit dat “Heir of ecliptical romanticism” een zeer riffgeoriënteerd album is, eist de basgitaar met zijn heldere toon en soms bijna funky lijntjes een bepalende plek in de schijnwerpers op. Hoewel ze met momenten haast subtiel is, draagt ze de opgejaagde riffs verder en verzacht de overbruggingen ertussen zoals in het hierboven vermelde “Bathing…”. Nu, goeie old school black zou niet compleet zijn zonder een laag synths die doorheen de raspende vocalen (die in overvloed present zijn) meanderen. In de eerste twee songs zorgen ze voor een uitdieping van de sfeer om dan onverwacht het voortouw te nemen in het titelnummer. Deze track contrasteert wat met de meer brutale, furieuze en opgefokte songs die eraan voorafgingen – de keyboards lijken zowaar wat weg hebben van de opwekkende leads die we kennen van Mesarthim, een referentie die ik nooit verwacht had in deze review te maken. Na deze opvallende wending, eindigend in een heuse atmosferische apotheose, compleet met cleane zang en triomfantelijke koperblazers (in synth-vorm), loopt het album met enkele minuten ambient op zijn einde. Dit echter niet voordat de Dead Can Dance cover de revue is gepasseerd. Opnieuw prominente keyboards en een duet tussen naar de achtergrond verdrongen krijsen en heldere zang dat helaas niet overtuigt. De cover klinkt wat haastig ineengebokst en voor mijn part mocht het album met de ambient zijn geëindigd, hoewel het best een interessant experiment was. Lamp of Murmuur bestookt ons op “Heir of ecliptical romanticism” met een spervuur aan riffs, blastbeats en keldergeschreeuw maar weet deze vorm van blackmetal eigentijds (lees: deftig opgenomen en geproduceerd) te doen klinken en vooral een dijk van een grimmig album neer te poten. De hype is real!

CAS: 89/100

Lamp of Murmuur – Heir of ecliptical romanticism (Death Kvlt Productions & Not Kvlt Productions, 2020)
1. Of infernal passion and aberrations
2. Bathing in cascades of caustic hypnotism
3. Gazing towards the hallways of a peaceless mind
4. The scent of torture, conquering all
5. Chalice of oniric perversions
6. Heir of ecliptical romanticism
7. The stars caress me as my flesh becomes one with the eternal night
8. In the wake of absurdity (Dead Can Dance cover)