verenigde staten

Ruin Lust – Sacrifice

Altijd fijn als persoonlijke drumheld Michael Rekevics weer eens van zich laat horen. Deze keer doet de Amerikaan het via Ruin Lust – zowat de enige death metal band waarbij hij betrokken is – waarvan na een stilte van zes jaar eindelijk nieuw werk op de mensheid losgelaten wordt. Vermits de opnames reeds uit 2014 stammen, bleek het duidelijk geen sinecure te zijn om “Sacrifice” snel af te werken. Stilgezeten heeft Ruin Lust echter niet want Psychic Violence meldde ons dat er al snel nog een release zal volgen. Nadat de onheilspellende klanken van de instrumentale opener “Summoner” ons in de juiste stemming hebben gebracht, worden we omver geblazen door de dodelijke klanken van het agressieve “Magus” waarin Michael er serieus op los hakt. De vijf andere nummers moeten hier echter niet voor onder doen want dit is een heuse primaire en kwaadaardige pandoering van een klein half uur. Dat betekent niet dat er enkel op hoge snelheid geramd wordt want een iets langer nummer als “Mirrors of broken blood” maakt ook middels mid-tempo gebeuk en slepende leads brokken. De diepe en woeste vocalen van zanger/gitarist J.Wilson en de heavy sloopriffs van S. Bennett situeren zich overduidelijk in primitieve death metal-regionen maar er zit toch ook wel een serieus zwart randje aan het geheel. Check de vlees en huid openscheurende riffs van de titeltrack er maar eens op na. Een fijne brok verdorven energie dit “Sacrifice” die goesting geeft om één of andere politieke muur in een ruïne te verbouwen. Liefhebbers van oude Incantation en consorten kunnen blind toehappen. En nu wachten op de nieuwe Vanum die weldra op onze deurmat gaat vallen.

JOKKE: 80/100

Ruin Lust – Sacrifice (Psychic Violence Records 2019)
1. Summoner
2. Magus
3. Sacrifice
4. Death
5. Seer
6. Mirros of broken blood
7. 言語っていう病気

Ringarë – Under pale moon

Met bands als Vargrav en Evilfeast en de heropleving van het dungeon synth gebeuren lijken de ooit zo verafschuwde keyboards in black metal terug trendy te worden. Ook Ringarë schuwt het gebruik van synthesizers niet. Die naam zegt u waarschijnlijk niets, maar een enkeling hoort misschien wel vaag een belletje rinkelen bij de originele naam Ringar. Voor wie het nog steeds in Keulen hoort donderen, hoop ik dat Chaos Moon wel bekend terrein is aangezien Alex Poole hierachter schuilgaat. Ringarë werd in de winter van 2004 in het leven geroepen als een ode aan de synth black metal-bands uit de jaren negentig en er werden vele uren aan muziek gecomponeerd en opgenomen. Een deel van het materiaal vond zijn weg naar de Chaos Moon-plaat “Languor into echoes, beyond” uit 2004, terwijl de rest in de vergetelheid geraakte. Chaos Moon mastermind Alex Poole viste het materiaal begin 2018 terug op en schonk het na veertien jaar een tweede leven in de vorm van debuut “Under pale moon“. De met-horden-synths-onderbouwde black klinkt erg vertrouwd in de oren en katapulteert de luisteraar die er destijds bij was terug naar de tweede helft van de jaren negentig. De volgende cryptische zin uit de begeleidende promotekst verwijst naar drie platen die belangrijk waren voor Ringarë (de bands zoek je zelf maar uit): “Under the moon in the Scorpio does this second-wave mysticism lay, beholding the sad realm of the stars while waiting entree into a grand psychotic castle.” Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen. Maar de toetsen staan regelmatig ook zonder begeleidende metalen klanken in het middelpunt van de belangstelling waarbij een middeleeuwse fantasiewereld zich in de verbeelding afspeelt. Ze eisen zelfs de volledige tweede helft van de achttien minuten durende afsluiter “Through forest and fog” op. Zo bombastisch als een Limbonic Art – verrek, nu verklap ik toch al één van de inspiratiebronnen – gaat het er echter niet aan toe, maar de kosmische klanken van die andere verborgen band hoor ik wel terug. “Under pale moon” is een fijne luisterplaat die nostalgische gevoelens uitlokt, maar ook niet meer dan dat. De melodieën zijn immers niet zo beklijvend als die van de grootmeesters uit het genre. Maar het potentieel is er wel, alleen vraag ik mij af of dit geen eenmalig gebeuren was?

JOKKE: 78/100

Ringarë – Under pale moon (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Under pale moon
2. In nocturnal agony
3. Sorrow under starry night
4. Through forest and fog

Blue Hummingbird On The Left – Atl Tlachinolli

De in Zuid-Californië actief zijnde Black Twilight Circle zal de meeste Addergebroed-lezers ondertussen wel niet meer onbekend in de oren klinken. Dit zootje muzikanten onder leiding van Eduardo Ramírez en gelinkt aan diens Crepúsculo Negro-label spreekt tot de verbeelding van menig extreem muziekliefhebber. De teksten en de muziek van veel bands uit deze kliek is doordrongen van de Azteken (Mexica)-cultuur. Eén van de beste compilaties van BTC-bands verscheen in 2016 onder de noemer “Desert dances and serpent songs” en bevatte bijdrages van Volahn, Shataan, Arizmenda en Kallathon. Die laatste bracht vorig jaar een split uit met Blue Hummingbird On The Left wat de Engelse naam is van de Azteekse god Huitzilopochtli. Negen jaar na haar oprichting brengt die laatste onder de naam “Atl Tlachinolli” nu haar debuut uit. Nu is Blue Hummingbird On The Left niet meteen mijn favoriete band uit de BTC-stal, maar toch mag deze langspeler er zijn. Voor mij persoonlijk heeft de met thrash-metal geïnfuseerde black van het kwartet soms te veel war metal-trekjes waarbij het eentonig hakkend drumspel van drummer/gitarist Yayauhqui (Ramírez’ schuilnaam in dit geval) in nummers als “Sun / War club” en “Life death rebirth” me in dat geval al snel verveelt. De afwisseling tussen opzwepende riffs in het woeste “Storms” en meer melodieuze nummers houdt het gelukkig toch interessant. In het einde van “Blood flower” ontwaren we bijvoorbeeld een Bölzer-achtige melodie en het mid-tempo “Precious death” en “Tenochtitlan” zijn met hun mooie gitaararrangementen melodieuzer, fijngevoeliger en meer atmosferisch van aard. En dan zijn er ook nog de tal van inheemse instrumenten en mysterieuze klanken die als water doorheen vurige songs als “Southern rules supreme – Moon” en “Rain campaign” kronkelen, wat een authentiek karakter aan de muziek geeft, vooral wanneer zanger Tlacaelel zijn fluit boven haalt. De oorlogsgoden worden weer tot leven gewekt in “Hail Huitzilopochtli” en geëerd voor het bewaken van de eigen cultuur ten opzichte van indringers. Hoewel “Atl Tlachinolli” door de knipogen naar de Zuid-Amerikaanse bestial black metal-scene niet honderd procent my cup of tea is, is dit door de muzikale afwisseling en het eigen karakter toch een onderhoudende plaat.

JOKKE: 75/100

Blue Hummingbird On The Left – Atl Tlachinolli (Iron Bonehead/ Nuclear War Now!/Crepúsculo Negro 2019)
1. Sun / War club
2. Blood flower
3. Precious death
4. Hail Huitzilopochtli
5. Rain campaign
6. Life death rebirth
7. Tenochtitlan
8. Storm
9. Southern rules supreme – Moon

Departure Chandelier – Antichrist rise to power

Napoleon was niet alleen een bollekesfabrikant maar natuurlijk ook een belangrijk historisch figuur die een enorme impact heeft gehad op Frankrijk qua geopolitieke gevolgen maar ook de “Code Napoléon” beïnvloedt ons leven nog steeds op allerhande vlakken. De notoire ziener Nostradamus bestempelde Napoleon Bonaparte als de eerste van drie antichristen. De tweede was Adolf Hitler en de derde zou rond 2070 een wereldwijde oorlog veroorzaken. U heeft dus nog even tijd om uw tuinhuis te schilderen. De levensloop van de kleine generaal die het van soldaat tot keizer wist te schoppen spreekt nog steeds tot de verbeelding van velen, zo ook voor het Canadese Departure Chandelier. Op de hoes van diens “nieuwe” plaat “Antichrist rise to power” zien we een schilderij waarop Napoleon op zijn sterfbed ligt en wie goed kijkt ziet ook de link naar de bandnaam. De band bestaande uit leden van Akitsa en Ash Pool componeerde zes nummer (plus een intro en outro) ter meerdere eer en glorie van Napoleon en enkele memorabele momenten uit diens leven zoals zijn kroning, ballingschap, zijn veldslagen en overlijden. Écht nieuw is deze plaat echter niet aangezien ze een decennium geleden werd opgenomen, nog voor de eerste demo “The black crest of death, the gold wreath of war” in 2011 via Tour de Garde werd uitgebracht. In 2017 verscheen ook nog een erg fijne split met Blood Tyrant. Ondanks het feit dat de plaat werd opgenomen in een kelder achter het New York City Marble Cemetery (het oudste kerkhof in New York City), is de sound uitstekend, maar het blijft natuurlijk rauwe black. Invloeden werden gehaald uit Bathory, maar ook uit de sound van enkele klassieke bands zoals Osculum Infame, Bekhira, Chemin de Haine, Cantus Bestiae en Machiavel. Er duikt met andere woorden wel al eens een keyboard op links en rechts. Zo wordt de uiterst simpele maar grimmige openingsriff van “Life escaping through the candle’s smoke” al snel vergezeld van een über catchy keyboardriedeltje dat nog uren doorheen menig hoofd zal spoken. De songs zijn rijk aan melodie en ademen zoals in “Forever faithful to the emperor“, dat ook wel wat aan oude Nachtmystium doet denken, een soort van trots en onverzettelijkheid uit. De riffs kunnen in elke song op één hand geteld worden, zoals in “Catacombs beneath the castle of the marquis” waarin alles draait rond die ene lichtelijk verwrongen riff. Deze less is more-aanpak werkt echter wel daar de nummers niet onnodig lang gerekt worden. Enkel het snellere titelnummer met een op-het-randje-van-het-valse-af inleidende riff overschrijdt de zes minuten grens en doet het zonder keyboard-opsmuk. Dat wordt dan weer meer dan goed gemaakt in het triomfantelijk klinkende “A sacrifice to the Corsica Antichrist” en “Re-establish the black rule of France” alvorens de begrafenisklanken van de outro het einde van Napoleon’s leven inluiden. Blij dat deze schijf ons, na een decennium in de koelkast te hebben gestoken, toch nog bereikt.

JOKKE: 82/100

Departure Chandelier – Antichrist rise to power (Nuclear War Now! Productions 2019)
1. Intro (Napoleon’s sword)
2. Life escaping through the candle’s smoke
3. Forever faithful to the emperor
4. Catacombs beneath the castle of the marquis
5. Departure chandelier
6. A sacrifice to the Corsica Antichrist
7. Re-establish the black rule of France
8. Outro (Exile on the jagged cliffs of Saint Helena)

Griefloss – Griefloss

In 2014 schopte het nummer “łłł” van de Amerikaanse band Griefloss het tot mijn persoonlijke song van het jaar. Niet slecht voor een band die toen net haar debuut “Ruiner” in eigen beheer had uitgebracht. We zijn ondertussen vijf jaar verder en ik was de band eerlijk gezegd al uit het oog verloren. Plots is daar dan het nieuws dat de opvolger klaar is. En vreemd genoeg wordt die opnieuw in eigen beheer uitgebracht. Is er dan geen enkel platenlabel dat in deze mannen gelooft? Misschien heeft het te maken met het eclectische genre van de band waarin elementen uit shoegaze en atmosferische post-black vermengd worden en dat de hype rond deze niche al op haar retour is? Wie weet. Vol torenhoge verwachtingen waag ik me aan de self-titled opvolger. Zou het kwartet opnieuw zo’n kippenvel kraker als “łłł” geschreven hebben? De emotioneel geladen cleane vocalen van gitarist Ben Polson die dat nummer droegen, krijgen alvast meteen ook de hoofdrol in opener “Anneliese“, maar eerst jaagt een sample van exorcismegeluiden ons de stuipen op het lijf. Dit nummer behandelt immers de duiveluitdrijving van Anneliese Michel, een Duitse vrouw die geloofde dat ze bezeten was door diverse demonen en waarop ook de films “The exorcism of Emily Rose” (2005), “Requiem” (2006) en “Anneliese: The exorcist tapes” (2011) gebaseerd zijn. De heldere, niet altijd even toonvaste – zang en het mellow karakter van de muziek was nu niet meteen wat ik verwachtte na deze onheilspellende intro. Rond de 4:30 grens vallen dan plots de screams in en schakelen de drums een paar tandjes hoger zodat het black metal-aspect van Griefloss’ sound op de voorgrond treedt. Gewaagde openingssong! Het contrast met “Blood flashing” (het nummer dat in augustus vorig jaar als teaser de wereld ingestuurd werd) kan niet groter zijn want hier trekt de band middels blast beats en de helse krijsen van bassist Blade Ronetz volop de black metal-kaart. Ook in “God is hell” is het menens hoewel het tempo hier terug lager ligt, maar de ijle hoge screams wijden ver uit en vullen de ruimte met wanhoop. In “Life is too long” komt het depri-kantje om de hoek loeren maar in “Total hate” worden we op het verkeerde been gezet. Wie hier ziedende en haatvolle black verwachtte, is eraan voor de moeite. Electronica doet immers haar intrede en samen met de zwaar-door-de-effectenmangel-gehaalde cleane zang zorgt dit voor een Jesu-achtige beleving. Geen gitaren en drums hier maar elektronische beats en allerhande achtergrondgeluidjes. De band is duidelijk niet vies van experiment waardoor ik ook gerust een parallel durf te trekken met Altar Of Plagues’ zwanenzang “Teethed glory and injury“, hoewel de Ieren het experiment niet zó ver dreven. Ik ben er nog steeds niet goed uit wat ik hier van moet vinden. Na dit out of the box-uitstapje volgt nog de acht minuten durende uitsmijter “For decades” die het meer gekende blackgaze-terrein van het debuut verkent. Hier wisselen post-rock gitaargepingel en hevige uitbarstingen mekaar af en er wordt voldoende tijd uitgetrokken om spanningsbogen te creëren. Het weet me echter niet zo te pakken als hun oud materiaal. Griefloss bewijst op haar tweede langspeler dat het verschillende gezichten heeft en weerde het experiment niet wat leidde tot een plaat die heel wat luisterbeurten nodig heeft alvorens het kwartje valt. De niet eenduidige koers zal dan ook niet bij iedereen in de smaak vallen. Persoonlijk vind ik het een lichte tegenvaller vergeleken met “Ruiner” en blijf ik toch wat op mijn honger zitten.

JOKKE: 75/100

Griefloss – Griefloss (Eigen Beheer 2019)
1. Anneliese
2. Blood flashing
3. God is hell
4. Life is too long
5. Total hate
6. For Decades

Guðveiki – Vængför

De Amerikaanse duizendpoot Alex Poole is een muzikale held. En de IJslandse H.V Lyngdal is eveneens een muzikaal genie. Alex was een groot liefhebber van H.V.’s Wormlust en kwam zo in contact met de IJslander wat resulteerde in botergeile samenwerkingen in o.a. Martröð en Skáphe, maar beide heren richtten ook het creatieve collectief/platenlabel Mystískaos op. Eén van de nieuwe releases die het label nu op ons loslaat is “Vængför“, het debuut van Guðveiki, een project waarin beide heren mekaar terugvinden maar waar ook de broertjes Jackson en Steven Blackburn (Chaos Moon, Entheogen) en de IJslander Þórður Indriði (Endalok, Naught) aan meewerkten. In de zes songs die dit onding telt, herkennen we ontegensprekelijk de inbreng van zowel Alex en H.V. Lyngdal. “Vængför” staat immers barstensvol technische, apocalyptische en desoriënterende extreme black en death metal die ongeoefende oortjes hoogstwaarschijnlijk als een kakofonie zullen bestempelen, maar die voor de liefhebbers van eerder vernoemde bands orgastisch in de oren zal klinken. Want hoewel we alle kanten uitgeslingerd worden, is dit strak uitgevoerde en georkestreerde chaos van de bovenste plank. “Vængför” is zo’n plaat waar je de nummers niet afzonderlijk moet bespreken maar die je als één geheel dient te inhaleren. De laaggestemde gitaren creëren zware maalstromen die op je onderbuik inbeuken en je maag doen omkeren. Over deze onderstroom aan nerveuze vibraties glooien hypnotiserende gitaarleads die kosmische echo’s opwekken, terwijl het gezwinde, progressieve drumwerk van meestderdrummer Jack Blackburn de boel strak bij mekaar houdt en van de nodige pulsen en blast-opstoten voorziet. Voeg hierbij nog H.V.’s enigmatische vocalen die je vanuit de afgrond mee zuigen en je hebt alle ingrediënten voor een katalytische en hallucinogene trip. Nog even meegeven dat de mix in handen was van Swartadauþuz (Afgrundsmysticism Studio), nog zo’n held! Het knappe artwork van Ikonostasis maakt het plaatje af. Dit debuut heeft de voorbije dagen heel wat rondjes gedraaid en zal nog heel wat luisterbeurten vragen alvorens volledig doorgrond te kunnen worden. Indien “Vængför” vroeger op het jaar was verschenen, had er dan misschien ook wel een jaarlijstnotering ingezeten. De LP-versie van deze magnifieke plaat wordt één van de laatste doodsreutels van het in palliatieve staat verkerende Fallen Empire Records. Doodzonde.

JOKKE: 86/100

Guðveiki – Vængför (Mystískaos/Fallen Empire Records 2018)
1. Fóstureyðing stjarna
2. Blóðhunang
3. Hin endalausa
4. Vængför
5. Gullveigar sverðsins
6. Undan stormi eiturtára

Serpent Column – Invicta

Dat mevrouw Maya en meneer Theophilos geschiedenisliefhebbers zijn werd vorig jaar duidelijk middels het eerste wapenfeit “Ornuthi thalassa” van hun band Serpent Column. De bandnaam verwijst naar de onthoofde slangenzuil van Plataeae die in de hippodroom van Constantinopel in Istanbul te bezichtigen valt. Het coverartwork en de teksten van het debuut zullen op menig National Geographic-nerd hetzelfde effect gehad hebben als een Playboy op een geile puber. Het Amerikaanse duo keert een jaar na het debuut al terug met een EP, die toch op een mooi half uur afklokt (het debuut duurde slechts zes minuten langer). De drie lange nummers hebben “Invicta” als overkoepelende titel meegekregen. Dit Latijns woord betekent zoveel als “onoverwinnelijk” en op de hoes prijkt een schilderij van Aphrodite, in de Griekse mythologie de godin van onder andere de liefde, de schoonheid, de seksualiteit en de vruchtbaarheid. Maar sommigen beschouwen haar ook als de godin van het evenwicht, terwijl Serpent Column in haar ook een symbool voor de ‘dualiteit van het zijn’ ziet. Net zoals op het debuut zwermt de muzikale output van het duo alle kanten uit waarbij mijn zenuwsysteem regelmatig op de proef gesteld wordt. De drie nummers zijn negentig percent instrumentaal maar er gebeurt zodanig veel, dat je je niet snel zal vervelen. Kans is wel groot dat je hier na een stresserende werkdag aan onderdoor gaat want dit is hyperkinetisch spul van de bovenste plank en alles behalve rustgevend, behalve dan het middenstuk van “Aedis invia” en enkele rustpauzes in de veertien minuten durende opener “Asphodel“. Serpent Column vaart in de instrumentale stukken op een woest kolkende zee aan ADHD-post- en math-rock golven en het is pas wanneer Maya haar krijsende schuur opentrekt dat er black metal-invloeden opborrelen uit deze draaikolk. Voor mij persoonlijk springt Serpent Column op “Invicta” te veel van de hak op de tak wat toch net iets minder het geval was op het debuut, hoewel dat ook absoluut geen easy listening-geval was. Bovendien is de sound heel iel en beviel de diepere zang van de langspeler me ook beter, hoewel de vocalen nu dus wel tot een minimum herleid zijn. Het instrumentale ietwat thrashy “Decursio” klinkt bij momenten als een overstuurde Absu on speed en weet me het meest te overtuigen. Een hele uitdaging voor wie dit plaatje wil doorgronden. Liefhebbers van een band als Krallice moeten Serpent Column toch eens uitchecken.

JOKKE: 70/100

Serpent Column – Invicta (Fallen Empire Records 2018)
1. Asphodel
2. Decursio
3. Aedis invia