verenigde staten

Caspian – On circles

On circles” is album nummer vijf voor Caspian, de uit Beverly, Massachusetts afkomstige post-rockband. Het sextet is samen met Russian Circles zowat de enige band uit het grotendeels instrumentale genre die ik nog op de voet volg. Naar het alweer uit 2015 stammende “Dust and disquiet” grijp ik nog met de regelmaat van de klok terug al was het maar voor het bazennummer “Arcs of command“. Zo’n klepper van formaat is er tussen de acht nieuwe songs spijtig genoeg niet te vinden, maar over ’t algemeen ligt de kwaliteit wel weer hoog. “On circles” is een plaat die de diversiteit van de voorganger verder doortrekt. De ietwat veilige opener “Wildblood” wordt met saxofoonklanken ingekleurd en in het post-rock epische stereotiepe “Ishmael” en het traag opbouwende “Division blues” draaft de ondertussen veelvuldig gevraagde celliste Jo Quail op. Voor de tweede keer op rij horen we zang op een Caspian-plaat. Deze keer is het in de vorm van “Nostalgist” waarop we Pianos Become The Teeth-zanger Kyle Dufrey aan het werk horen. Het is een rustige popsong die me wat aan het Zweedse South Of You doet denken, maar niet tot de verwachte uitbarsting komt. In de akoestische afsluiter “Circles on circles” horen we Phillip A Jamieson trouwens voor de eerste keer zingen. In “Onsra” tiert de analoge synthesizer sound welig en net zoals in de titeltrack van “Waking season“wordt de climax hier abrupt een einde toegemeten. Het heftige “Collapser” heeft nog het meest weg van “Arcs of command“. Jani Zubkovs’ basgitaar ronkt lekker stoer op Russian Circles-achtige wijze en de vier gitaristen leven zich volop uit waarbij de ene na de andere explosieve gitaarriff doorheen een epische wall of sound op ons afgevuurd wordt. Meer van dat graag! “Flowers of light” hangt aaneen van de loopjes en telwissels waarin Caspian bewijst dat ze ook technisch sterk uit de hoek kunnen komen. Nieuwe drummer Justin Forrest kwijt zich bovendien ook gedegen van zijn taak. Caspian is terug met een sterke, afwisselende plaat die de voorganger echter niet weet te overtreffen.

JOKKE: 82/100

Caspian – On circles (Triple Crown Records 2020)
1. Wildblood
2. Flowers of light
3. Nostalgist (feat. Kyle Dufrey)
4. Division blues
5. Onsra
6. Collapser
7. Ishmael
8. Circles on circles

Vaeok – Vaeok

Wanneer, na een sfeerscheppende inleidende passage, de eerste metalen tonen van “Terricula nox” uit de boxen schallen, dacht ik even met nieuw werk van Nightbringer te doen te hebben, want de snerpende gitaarriffs en Gollum-achtige vocalen klinken me bekend in de oren. Nu is dat op zich niet zo gek als we weten dat VJS (Sargeist, Kult ov Azazel, Adaestuo, Demoncy en dus ook Nightbringer), naast de mij onbekende M.S., één van de twee spilfiguren in deze nieuwe band is. Een verschil met Nightbringer is dat Vaeok kosmische toetsenpartijen aan haar atmosferische black toevoegt zonder écht symfonische paden te bewandelen. Denk aan een mix van enkele grootheden uit de jaren negentig zoals Emperor (de majestueuze toetsen) of Diabolical Masquerade (de vinnige agressie). Het tempo ligt regelmatig verschroeiend hoog, maar door een geslaagde productie van de Necromorbus Studio verzanden de flitsende passages nergens in een brij. Het tweede nummer, “Atrox“, bevat een melodieus refrein dat “Mother north’‘-gewijs in arena’s zou kunnen meegekeeld worden, maar iets zegt me dat Vaeok nooit zo’n grote band zal worden. Daar is de concurrentie tegenwoordig te moordend voor (waar ik absoluut niet mee wil zeggen dat dit geen kwalitatieve release is) en Vaeok’s muzikanten te integer. Sterke EP!

JOKKE: 81/100

Vaeok – Vaeok (World Terror Committee 2020)
1. Terricula nox
2. Atrox
3. Malaesthete
4. Souls void

Grógaldr/Kommodus – Howling sanguine triumph

De moderne rauwe black metal-scene is de laatste jaren springlevend. Eén van de labels met een grote hand in deze donkerste krocht van de zwartmetalen kunsten is GoatowaRex. Onder de noemer “Howling sanguine spirit” presenteert het Chinese label ons een split tussen Kommodus en Grógaldr, twee one man bands die als huisorkest van het label beschouwd kunnen worden en waarvan er weldra ook langspelers zullen verschijnen. Grógaldr ofte het vehikel van een zekere Zugarramurdi bijt de spits af. De Amerikaan vond inspiratie voor zijn bandnaam in de Edda, een verzameling literaire en mythologische werken uit het middeleeuwse IJsland en meer bepaald in één van de zes gedichten waarin necromantie aan bod komt. Doorheen de tracks die onze zwart/wit geschilderde vriend laat horen, waait overduidelijk een oude vampierachtige wind ontsproten aan de aars van Les Légions Noires, het clubje black metal-artiesten dat voornamelijk tussen 1992 en 1997 actief was in de Franse black metal-scene. Minimalistisch, rauw, haatvol en een tikkeltje hypnotiserend, je kent het wel. Alle drie de nummers overschrijden de zes minuten-grens en vergeleken met het demo-materiaal werden gigantische stappen vooruit gezet, zowel qua uitvoering als sound die hier toch wel een heel pak voller klinkt, zonder uit het oog te verliezen dat het hier wel degelijk om écht undergroundspul draait. Op Grógaldr’s Bandcamp-pagina staan ook al previews van het op til staande “Illness unto the womb of spirit” debuut en de “Disinterred graves of saints” EP (en verder staat er ook nog een split met het Amerikaanse Valac op de planning). Zugarramurdi gaat er hard voor en opnieuw horen we vooruitgang, want het toekomstige materiaal bevat meer nuance en dynamiek. Kommodus, het éénmansvehikel van de illustere The Infernal Emperor – Lepidus Plague, wroet in dezelfde niche als Grógaldr maar het zwartmetaal van deze Australiër is met heel wat elementen uit punk geïnfuseerd. Het levert drie explosieve en agressieve songs op waarin chaotische leads niet mogen ontbreken. Thematisch gezien behandelde onze Einzelgänger reeds thema’s als Japans nationalisme (“An imperial sun rises“) terwijl hij nu (weer) zijn voorliefde voor het Romeinse Rijk laat botvieren. Zo verwijst “Lupercalian spirits rise” naar de Lupercalia, één van de oudste Romeinse (vruchtbaarheids-)feesten. Het primitieve en knarsende “Black prayer to Aeolus” handelt dan weer over Aeolus, een figuur uit de Griekse en Romeinse mythologie. Hij was een zoon van Poseidon die door Zeus werd aangesteld als de bewaarder van de winden: Boreas de noordenwind, Notos de zuidenwind, Euros de oostenwind en Zephyrus de westenwind. Maar genoeg geschiedenisles; Kommodus is het aanhoren waard, want diens hysterische sound klinkt best uniek. De punky elementen en de door oerinstincten aangedreven agressieve rampartijen geven het geheel een ietwat industriële feel waarbij weinig plaats is voor nuance, hoewel een melodie links of rechts (en zelfs een akoestisch stukje gitaar) niet gemeden wordt. Wie Invunche trekt, moet dit ook eens opsnorren. “Howling sanguine triumph” is een onderhoudende split waarbij vooral Kommodus triomfeert.

JOKKE: 75/100 (Grógaldr: 72/100; Kommodus: 78/100)

Grógaldr/Kommodus – Howling sanguine triumph (GoatowaRex 2019)
1. Grógaldr – To reap a godhead
2. Grógaldr – Boiling seed, Howling spirit
3. Grógaldr – Entranced in bloodshed
4. Kommodus – Lupercalian spirits rise
5. Kommodus – March of the leper legion
6. Kommodus – Black prayer to Aeolus

Ushangvagush – Inanition

Het van een niet alledaagse bandnaam voorziene Ushangvagush is een black metal-project waarbij bezieler D. alle touwtjes zelf in handen heeft. In de vorm van “Inanition” laat Vigor Deconstruct ons kennismaken met diens eerste demo. Vier nummers en 22 minuten lang ontvouwt zich een rauw black metal-geluid dat toch eerder op atmosfeer dan pure agressie lijkt te focussen. De algehele sound is wat makjes en mist punch. De vocalen die zowel krijsend als helder van aard zijn, werden in één laag met de muziek verweven. De riffs bevatten recht voor de raap en goed te volgen melodieën maar zwermen op tijd en stond ook minder rechtlijnige richtingen uit. Telkens wanneer het even genieten is van melancholische klanken, stuurt D. de muziek weer richting kakofonische toestanden. Het zeven minute durende “IV” zoekt de extremen van het genre op door voortdurend te pingpongen tussen langzame passages, uptempo geweld en alles daartussen. Er zullen ongetwijfeld black metal-liefhebbers zijn die dit Ushangvagush enorm kunnen smaken, voor mij is het in deze tijden van overaanbod een middelmatige release. Maar laten we natuurlijk niet vergeten dat het nog maar om een eerste demo gaat. Zo toont een nummer als “III” wel dat er potentieel in dit project zit.

JOKKE: 66/100

Ushangvagush – Inanition (Vigor Deconstruct 2019)
1. I
2. II
3. III
4. IV

Krukh – Чёрный свет

Het had niet veel gescheeld of “Черный Свет“, de nieuwe EP van Krukh had het levenslicht nooit gezien. Diefstal van een studio laptop en enkele harddrives gooiden roet in het eten, maar M. Soroka (Tchornobog, Aureole) besloot uiteindelijk de verloren gegane composities gedeeltelijk te reconstrueren. “Черный Свет” (“zwart licht”) mag volgens de makers beschouwd worden als een conceptuele release waarop – net als op het debuut “Безглуздість!” – existentiële frustratie centraal staat in de teksten van leadgitarist N. Salimbayev. Stilistisch borduren de twee nummers verder op het debuut maar de sound is net een tikkeltje ruwer gehouden. De ratelende drums van S. Eldridge geven zelfs een mechanisch tintje aan de agressieve black. In het eerste deel van het titelnummer is er minder ruimte voor een melancholische insteek, jammer want dat vond ik net zo te pruimen aan Krukh. Het tweede deel laat daar gelukkig terug meer ademruimte voor. De bij momenten verwrongen zang is vrij hard met de achtergrond verweven en vormt zo als het ware één geheel met de muziek. Die achtergrond is trouwens opnieuw met allerhande samples zoals het luiden van klokken en regenbuien volgestouwd. Op basis van het sterke debuut had ik wel meer verwacht van deze EP die mij enkel ergens halfweg het tweede nummer écht weet te raken.

JOKKE: 69/100

Krukh – Чёрный свет (Vigor Deconstruct 2019)
1. Чёрный свет I
2. Чёрный свет II

Possession/Spite – Passio Christi Part I/(Beyond the) witch’s spell & Possession/Venefixion – Passio Christi II/Necrophagous abandon

De klassieke muziek van Pergolesi, Vivaldi en Allegri en Doug Maxwell’s beiaardmuziek die de twee delen van “Passio Christi“, de nieuwe conceptuele splitreeks van Possession over de laatste uren van Jezus Christus, in- en uitluidt zou mijn grootouders nog wel hebben kunnen bekoren. De chaotische old school zwartgeblakerde metal of death die daartussen uit de speakers knalt, zou ongetwijfeld op minder bijval gerekend mogen hebben. Op één langspeler na (het uit 2017 stammende “Exorkizein“) bestaat Possession’s discografie voornamelijk uit korte releases. Onder de noemer “Passio Christi” verschijnen nu twee splits waarvoor de Belgen gelijkgestemde zielen vonden in het Amerikaanse Spite en, dichter bij huis, de Fransen van Venefixion. Twee namen die ik wel al heb horen waaien, maar écht bekend met hun werk ben ik niet. Opdracht van deze splits om daar verandering in te brengen. Possession trapt beide releases in gang. Doorheen de licht-chaotische extreme metal van de oude stempel waait bij wijlen een bestiaal windje, daar zit een tour met Black Witchery en Nyogthaeblisz ongetwijfeld voor iets tussen. Maar gelukkig worden hypnotiserende melodische leads in “Temptatio“, het felle compacte “Crux immissa” en het wat langere “Stabat mater” niet geweerd. Een door ondergetekende positief ontvangen evolutie. Op ritmisch vlak wisselen militant hakkende drumritmes mid-tempo partijen en swingende blasts af. Spite vervolledigt het eerste deel en de sound van dit eenmansproject bevat veel meer invloeden van pure snerpende black. Opnieuw echter op oude stoel geleest, met heel wat invloeden van een band als Negative Plane, op zich misschien niet zo verwonderlijk als je weet dat meesterbrein Salpsan van diens livebezetting deel uitmaakt. De in 2018 verschenen langspeler “Antimoshiach” moet ik precies toch maar eens opsnollen. De cover van het “Cruel creator” oudje van het Columbiaanse Manitú leunt dichter bij de sound van Possession aan. Voor het tweede deel klopte Possession bij Venefixion aan, een band met een nog vrij bescheiden discografie en een geluid dat zich overduidelijk in het doodsmetalen hoekje afspeelt, tenminste nadat de inluidende pianoklanken van “Egregore” uitgestorven zijn. Het contrast kan amper groter zijn, wanneer de bestiale death van Venefixion gedurende zeven en een halve minuut en verspreid over twee nummers op ons wordt afgevuurd. Flitsende leads klieven doorheen de asgrauwe lucht en zetten elk gebedshuis in vuur en vlam. Twee interessante releases waarbij me enerzijds Possession’s nieuwe insteek met hypnotiserend leadwerk positief bevalt en anderzijds Spite en Venefixion als interessante verder uit te spitten bands getipt worden.

JOKKE: P.C. I: 81/100 (Possession: 82/100 – Spite: 80/100)

Possession/Spite – Passio Christi part I/(Beyond the) witch’s spell (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Possession – Intro
2. Possession – INRI
3. Possession – Temptatio
4. Spite – Beyond the witch’s spell
5. Spite – Cruel creator [Manitú cover]

JOKKE: P.C. II: 80/100 (Possession: 83/100 – Venefixion: 77/100)

Possession/Venefixion – Passio Christi part II/Necrophagous abandon (Iron Bonehead productions 2019)
1. Possession – Intro
2. Possession – Crux immissa
3. Possession – Stabat mater
4. Venefixion – Egregore
5. Venefixion – Necrophagous abandon
6. Venefixion – Ripped from the cross

Belshazzar – The empire rebuilt / The final battle

Het Amerikaanse Belshazzar laat er geen gras over groeien. Terwijl we wekelijks nog plezier halen uit hun ferme “Holy blood” demo, is er al een nieuwe release klaargestoomd: een twee tracks tellende EP die opnieuw via New Era Productions verdeeld wordt. Op de demo preek een schilderij van de Engelse romantische schilder John Martin getiteld “Belshazzar’s feast“, een verwijzing naar de bandnaam. Voor de EP werd het coverartwork ontleend aan het schilderij “The crucifixion” van de achttiende-eeuwse Italiaanse schilder Giambattista Tiepolo. Een beetje cultuur kan nooit kwaad. De akoestische aftrap van “The empire rebuilt” brengt ons meteen in vervoering en leidt naadloos naar mid-tempo black met een heuse rock-vibe die op tijd en stond terug plaats maakt voor non-distorted gitaren. Lekker catchy en old school en een geslaagde productie die rauwheid en transparantie (hoor die basgitaar gaan!) combineert. Ook “The final battle” opent met clean gitaargetokkel en ontbindt haar demonen middels trage black metal die hier eerder meeslepend dan rockend is, en opnieuw meermaals de versterkers laat zwijgen om ruimte te geven aan introspectieve momenten. De orgelklanken en toetsen die we op de demo hoorden, blijven hier achterwege maar het tweede nummer bevat dankzij een slepende leadpartij toch nog een melodieus hoogtepunt. Ondanks de shift van keyboards naar akoestische gitaren als sfeerbrenger, kunnen fans van de demo deze EP blind in huis te halen.

JOKKE: 81/100

Belshazzar – The empire rebuilt / The final battle (new Era productions 2019)
1. The empire rebuilt
2. The final battle