verenigde staten

Dai-Ichi/Lamp Of Murmuur – Virgin womb of eternal black terror

Wanneer de naam Lamp of Murmuur valt en je de release in kwestie wilt scoren, weet je al op voorhand dat je het wereldrecord landing page refreshen gaat moeten proberen verbreken. Tegen de tijd dat ik van de pre-order van de nieuwe split met Dai-Ichi op de hoogte was, viste ik natuurlijk reeds achter de mazen van het net aan, althans wat de vinyluitgave betreft. Misschien meer geluk wanneer de tapeversies live gaan. In tussentijd werd de split ook via digitale kanalen gelost, zodat we eerst eens kunnen luisteren of alle heisa wel gerechtvaardigd is. Dai-Ichi bijt de spits op “Virgin womb of eternal black terror” af. Er is zo goed als niets geweten over het duo Yūrei (zang en visie) en Han Kirisuto (muziek), de leden verkiezen enkel via hun muzikale uitwasemingen te communiceren. Google Translate verklapt ons wel meteen dat de songtitels in het Japans uitgedrukt worden en ook de esthetiek van het in 2019 verschenen self-titled debuut wijst in die Oosterse richting. De band heeft als doel het kanaliseren van Oni, wezens uit de Japanse folklore die met westerse trollen vergeleken kunnen worden. Na enkele maat aangevende drumslagen stort Dai-Ichi in opener “Pesuto no jidai no ai” een tsunami aan woeste, ruisende black over ons uit met heerlijke sterk vervormde vocalen die als een vlijmscherp samoeraizwaard door de verpulverende riffs snijden. Hier worden we instant gelukkig van. Maar ook wanneer het tempo in “Anata no kubi ni bütsu o nameru” naar mid-tempo regionen afzwakt, blijven de wat meer melodieuze riffs en percussie een zekere schwung hebben die stilzitten moeilijk maakt. Fantastische song! Dai-Ichi’s black metal heeft iets primitief en ongecompliceerd in zich en we ontwaren ook een zekere punk insteek wanneer er sneller gemusiceerd wordt. Het bezwerende eindthema van “Fujöna uragirimono no shi” refereert dan weer aan de hoogdagen van een Burzum of Darkthrone. Uitstekende kennismaking met Dai-Ichi en aan te raden aan liefhebbers van Akitsa, Vlad Tepes en Ildjarn. Over naar Lamp Of Murmuur waarvan diens laatste twee releases in onze jaarlijst prijkten. Ook hier krijgen we twee nummers lang een rauw blackmetalfestijn voorgeschoteld. De productie is iets dunner vergeleken met Dai-Ichi’s sound en de songwriting is, hoewel deels geïmproviseerd, heel wat complexer en verraadt toch wel uitstekende muzikale capaciteiten van bezieler M. Geen langgerekte repetitieve thema’s hier, maar dynamisch gearrangeerde composities met heel wat ruimte voor de basgitaar. In het wat melodieuzere “A pathway of sigils for the dead” is er ook ruimte voor subtiel toetsenwerk en in de finale duikt er zelfs nog een pakkende orgelmelodie op die gaandeweg dissonant en vervormd wordt en alzo het laatste woord krijgt. Beide nummers bevatten weer enkele uitstekende geselende riffs en je mag zeggen dat M. toch wel zijn eigen signature gitaar- en riffsound heeft. De rauwe zang blijft het meest extreme element aan Lamp Of Murmuur. Opnieuw sterk werk van deze Amerikaanse one-man band, aangevuld met een leuke ontdekking in de vorm van Dai-Ichi. Aanschaf meer dan gerechtvaardigd!

JOKKE: 85/100 (Dai-Ichi: 83/100; Lamp Of Murmuur: 87/100)

Dai-Ichi/Lamp Of Murmuur – Virgin womb of eternal black terror (Nebular Carcoma Records/Bile Noire/Fólkvangr 2021)
1. Dai-ichi – Pesuto no jidai no ai
2. Dai-ichi – Anata no kubi ni bütsu o nameru
3. Dai-ichi – Fujöna uragirimono no shi
4. Lamp of Murmuur – Curse of silent thunder
5. Lamp of Murmuur – A pathway of sigils for the dead

Pan-Amerikan Native Front – Little Turtle’s war

Native Amerikanen en black metal hebben elkaar enkele jaren geleden al gevonden, maar stilaan begint er een kleine buzz rond deze niche te ontstaan. Naast de Black Twilight Circle met bands als Kallathon, Kuxuan Suum, Volahn , Axeman, Ashdautas en Arizmenda zijn er ook onbekendere acts als Gybiaaw of Morbitory en met Ifernach en Pan-Amerikan Native Front zijn er ook enkel bands die recent veel belangstelling kregen. Deze laatste twee brachten vorig jaar nog een split uit. Nu is het de beurt aan een tweede langspeler voor Pan-Amerikan Native Front getiteld “Little Turtle’s war” die het debuut “Tecumseh’s war” uit 2016 opvolgt. Met strijdlustige (ninja)schildpadden heeft “Little Turtle’s war” niets van doen, maar dat had u waarschijnlijk al door. De titel verwijst naar de bijnaam van Michikiniqua, een legendarische Amerikaanse inheemse leider. Hij was een commandant, militaire strateeg en gemeenschapsleider en het album vertelt het relaas van de militaire successen van de Westelijke Confederatie onder leiding van Little Turtle en Blue Jacket die tussen 1785 en 1795 plaats vonden in het gebied van the Great Lakes. Zo leidde Michikiniqua samen met Weyapiersenwah tijdens de Slag om de Wabash een leger van inheemse strijdkrachten naar de grootste overwinning ooit tegen een Amerikaans leger. Het nummer “Michikiniqua’s triumph” handelt over deze gebeurtenissen aldus Kurator Of War, de man achter Pan-Amerikan Native Front. De titel van het laatste nummer “Nakaaniaki meehkweelimakinciki” betekent zo veel als “We herinneren de oude” en tot op de dag van vandaag kun je Michikiniqua’s grafsteen vinden in Fort Wayne in Indiana. Bij dergelijke thematiek verwachten we natuurlijk een exotische kruiding van de black metal die ons voorgeschoteld wordt. We horen inderdaad kabbelende beekjes, tsjirpende krekels, oorlogsdrums (o.a. in het korte instrumentaaltje “The whispering oak“) en pakkende akoestische klanken en het laatste nummer wordt volledig in de inheemse taal Myaamia vertolkt, maar van ons mocht hier gerust nog een stapje verder in gegaan worden. De black metal die de kwade Kurator Of War op ons afvuurt klinkt triomfantelijk en oppeppend en vertoont in nummers als “Power of the Calumet dance” en “Battle of the Wabash” ook kleine warmetaltrekjes door de robuuste drumstijl die gehanteerd wordt. In “Michikiniqua’s triumph“, waarin traditionele inheemse gezangen hun opwachting maken, gaat de man met Mexicaanse roots echter voor een wat meer swingendere aanpak wat resulteert in een minder hoekig songkader en een meer dynamische songstructuur. Het levert één van de betere nummers van de plaat op. “The great white beaver lurks” kent een wat sterielere aanpak en injecteert een koude realiteit voor Michikiniqua want een invasie is op til. Op zich klinkt Pan-Amerikan Native Front niet zó bijster speciaal of uniek of het moest in de reeds vermelde, meer dan negen minuten durende epische afsluiter zijn waarin we echt een wondermooi akoestisch intermezzo te horen krijgen dat even rust brengt in de opzwepende blackmetalklanken. Op deze momenten weet de band écht te overtuigen. Wanneer de warmetalinvloeden doorschemeren, doet het me net iets minder ook al is het de soundtrack voor een leger indianen dat ten strijde trekt. Maar beoordeelt u vooral zelf.

JOKKE: 79/100

Pan-Amerikan Native Front – Little Turtle’s war (Stygian Black Hand/Les Fleurs du Mal/Death Kvlt Productions 2021)
1. Assembly of the Western confederacy
2. Power of the Calumet dance
3. Battle of the Wabash
4. The whispering oak
5. Michikiniqua’s triumph
6. The great white beaver lurks
7. A witness
8. Nakaaniaki meehkweelimakinciki

Upir/Celestial Sword – Frozen by midwinter snows

Wij bibberen al uit onze kleren bij temperaturen die flirten met het vriespunt, maar dat is niets vergeleken met de frostbitten kingdoms elders op deze planeet wanneer koning winter daar van zich laat horen. Zo ook in het Canadese Calgary, de grootste stad van de provincie Alberta. In februari 2019 werd daar nog een gemiddelde temperatuur van -18°C opgetekend wat meteen de vierde koudste februarimaand ooit was sinds hun metingen. In deze stad waart het blackmetaltrio Upir ’s winters tot op kniehoogte door de sneeuw. Het mag dus niet verbazen dat ze een song met als titel “Frozen by midwinter snows” schreven. Het eerste nummer dat geen double digit speelduur heeft, moet Upir nog schrijven en de heren lieten zich voor de gelegenheid op deze maar liefst negentien minuten durende compositie bijstaan door de vampierentiteit Celestial Sword die vorig jaar nog op Addergebroed debuteerde met de geslaagde “Fallen from the astral temple” demo. De kraaierige vocalen van diens Narkisa scheren ook nu weer volop doorheen het besneeuwde landschap, het zou me niet verbazen als dit heerschap in een vorig leven als een furieuze kraai door het leven ging. Voor de rest voegt de Amerikaan allerhande synthklanken toe aan de atmosferische, maar van een lo-fi sound voorziene zwartmetalen claustrofobische basis die door Upir als ondoorwoedbaar sneeuwtapijt uitgesmeerd wordt. Hypnotiserende repetitiviteit, betoverende, doch subtiele synths die op tijd en stond door de riffstorm priemen, ijskoud en verkleumd verwrongen gitaarwerk dat een basgitaar overbodig maakt, organisch drumspel en kakofonisch gekrijs (ook Upir frontman Bryce LaRocque kon na het inblikken van zijn vocale prestatie ongetwijfeld een Ricola gebruiken) zijn de ingrediënten die we als diepvriesmaaltijd voorgeschoteld krijgen en die de liefhebber van rauwe underground black metal wel zullen kunnen ontdooien. Een release in fysieke vorm is welgekomen!

JOKKE: 79/100

Upir/Celestial Sword – Frozen by midwinter snows (Eigen beheer 2020)
1. Frozen by midwinter snows

Lluvia/Ehecatl – Summoning the eclipse

Het jaar van het virus kende zo’n overload aan nieuwe muziek dat we op tijd en stond nog even terugblikken op releases van 2020. “Summoning the eclipse” is zo’n plaat die in de eindejaarsdrukte bijna door de mazen van het net floepte en dat zou zonde zijn want we hebben hier met het alom geprezen Mexicaanse Lluvia (“Enigma” kreeg van ondergetekende destijds een dikke score) van doen. Althans voor de helft van dit werkje, want we spreken hier over een split met het Amerikaanse (voor mij onbekende) Ehecatl dat op basis van de bandnaam, die naar de precolumbiaanse god van de wind verwijst, ook een verbondenheid met Centraal-Amerika vertoont. Inspiratie voor deze samenwerking vonden beide bands echter op een ander continent want “Summoning the eclipse” werd sterk beïnvloed door de fantasy manga “Berserk” van de Japanse mangaka Kentaro Miura. De prachtige verpakking van deze LP, die in een sterke inschuifhoes gehuisvest is, en het bijgeleverde dikke artworkboekje verwijzen volop naar deze iconische Japanse stripverhalen. “Summoning the eclipse” is een werk waarin de meewerkende entiteiten op zoek gaan naar het ultieme potentieel van het leven binnen thema’s als liefde, haat, ijver en extase. Voor de rest is deze release gehuld in een waas van mysterie. Het is zelfs niet zo eenvoudig uit te maken welke band we op welke kant aan het werk horen. De atmosferische black van zowel Lluvia als Ehecatl ligt dan ook grotendeels in elkaars verlengde. Het tempo ligt bij momenten vrij hoog, de riffs vliegen dan aan een rotvaart voorbij en groots klinkende post-metalen melodielijnen doen je naar adem happen terwijl ze je meevoeren richting de eclips. Tussen de ijle en hopeloos klinkende screams door is er ook ruimte voor spoken word vrouwelijke vocalen of fluisterklanken. Verfrissend klinkende ambient/rustgevende techno (of hoe noemen ze zoiets?) in de stijl van de Northern Electronic bands doet de muziek van Lluvia bovendien wat meer ademen en zorgt voor enkele ontspannen dalen tussen de vele energetische pieken. De ambientaanloop van “Palisade” doet me sterk denken aan Altar Of Plagues “White tomb” of het werk van een Wolves In The Throne Room, geen mis te verstane referenties wat mij betreft. Daar waar Lluvia met geprogrammeerde drums werkt, ben ik daar bij Ehecatl niet zo zeker van. De drums hakken er in elk geval wel zwaar en zo stipt als een Zwitsers uurwerk op los maar klinken wat organischer. De black metal van deze band vertoont tevens wat meer symfonische trekjes vergeleken met de meer ambientachtige zwartmetalen insteek van Lluvia. Maar ook hier geven spoken word samples extra kleur aan de gitzwarte vloedgolven aan vurige riffs, snelle percussie en getergde vocalen en dompelen pakkende melodielijnen je onder in het enigmatische geluidsuniversum dat gecreëerd wordt. Sterk werk en hulde aan Amor Fati voor de grafische vormgeving van deze magnifieke split!

JOKKE: 86/100 (Lluvia: 87/100; Ehecatl: 85/100)

Lluvia/Ehecatl – Summoning the eclipse (Amor Fati Productions 2020)
1. Lluvia – Destiny
2. Lluvia – Alas (Wings of rebirth)
3. Lluvia – Palisade
4. Lluvia – Blood of the crimson behelit
5. Lluvia – A shattered eclipse
6. Ehecatl – Under the millennium of the hawk
7. Ehecatl – The wrath of the black swordsman
8. Ehecatl – Abyss walker
9. Ehecatl – Sinking through darkness
10. Ehecatl – Outro

Death Scepter – Spiritual metamorphosis

We kijken nog even over onze schouder terug naar 2020 want “Spiritual metamorphosis“, de tweede langspeler van het Amerikaanse Death Scepter, is simpelweg veel te goed om onopgemerkt aan ons voorbij te laten gaan. Dank trouwens aan Jo van Babylon Doom Cult Records, want het was door zijn veelvuldig loftrompetgeschal dat ik deze release de nodige aandacht gaf. Slechts twee nummers prijken er op “Spiritual metamorphosis“, maar dat zijn dan wel twee kolossale brokken die mooi boven de twintig minuten afklokken. Wie er achter de band schuil gaat moet ik schuldig blijven, maar de scepter des doods zou door twee man duchtig in het rond geslingerd worden. De zwartmetalen klanken van dit duo kan je het best omschrijven met de titel van het debuut, want de twee langgerekte, repetitieve en atmosferische composities wekken een gelukzalige zwarte trance op. De volcontinu doorratelende computergestuurde drums missen hun doel niet en alleen al het proberen tellen van de snaredrumaanslagen werkt hallucinogeen bevorderend. Ze stuwen de grimmige gitaarriffs en subtiel ondersteunende toetsen stug en zonder subtiliteiten voort en de verdorven screams krijsen hun getergde zwartgalligheid over het universum uit. Ik hoor hier Burzumesque repetitiviteit, Ash Boriaanse oerschreeuwen en een wat meer gitzwarte Empyrean Grace-achtige trance in. “The dark night of the soul” kent een iets langere aanloop met macabere ambient, maar eens de drummer op enter duwt, volgt opnieuw een onophoudelijk staccato drumsalvo dat de ruggengraat vormt voor riffs, toetsen en krijsen die qua thema slechts miniem van “Abyssic self hypnosis” lijken af te wijken. Maakt geen ruk uit want wij blijven op deze manier lekker lang in onze benevelde spirituele trance hangen. Na veertien minuten lijkt het echter plots welletjes te zijn geweest en valt de drumcomputer abrupt stil om ons in de nasleep van deze apocalyptische roetsjbaan nog enkele minuten in desolate ambient onder te dompelen. Wie denkt op deze rustgevende klanken rustig te kunnen uitbollen is eraan voor de moeite, want Death Scepter geraakt toch al snel weer terug op kruissnelheid om onze tere ziel volledig murw te beuken. Opnieuw nemen duistere ambientklanken het van de tranceopwekkende black metal over wanneer die volledig uitgeraasd is en deze keer luiden ze wel een berustend en zingevend einde in. Sinds onze eerste date van een tweetal weken geleden, heb ik al veelvuldig opnieuw met “Spiritual metamorphosis” en diens wat rauwere tweelingzus “Black trance” afgesproken. Met verliefde ogen staar ik telkens weer in hun afgrond en deze staart onophoudelijk met een hypnotiserende blik terug.

JOKKE: 85/100

Death Scepter – Spiritual metamorphosis (Altare Productions 2020)
1. Abyssic self hypnosis
2. The dark night of the soul

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry

Na heel wat voorbereidend studiewerk in de vorm van enkele demo’s en een EP, is Hulder aan een eerste langspeler toegekomen. “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” werd die gedoopt waarbij het eerste deel van de titel geen twijfel laat bestaan over de Nederlandstalige roots van mevrouw Hulder die ondertussen al enige tijd in het Amerikaanse Portland gehuisvest is. Het vierde nummer, “De Dijle“, is daarenboven een instrumentale song die nog verder inzoomt op de Belgische en meer bepaald Mechelse heimat. Wie deze one-woman band al langer dan vandaag volgt, weet dat Hulder’s black metal sterk geïnspireerd is door allerhande middeleeuwse folkloristische toestanden. Dat komt zeker ook in de muziek tot uiting middels akoestische gitaren en sprookjesachtige Gotische keyboard- en orgelklanken, maar laat je hier toch maar niet door op het verkeerde been zetten. De Belgisch-Amerikaanse mag in de erg geslaagde videoclip van opener “Upon frigid winds” dan nog zo liefelijk in een mooi wit kleedje met een mandje in de hand doorheen de velden dartelen, de zwarte kunsten blijven voor deze duivelaanbidster een bloedserieuze zaak zoals je even later met eigen ogen kunt zien. Heksenvervolgingen en een spetterend einde op de brandstapel zouden haar lot misschien geweest zijn als ze in de duistere middeleeuwen had geleefd. Muzikaal gezien wordt de mosterd gehaald bij de Noorse oerbeginselen van een Satyricon, Immortal en Isvind, maar ook een portie Venom en Bathory mag niet ontbreken. Aan dynamiek is er op “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” geen gebrek, want tegenover rampestampers als de opener, “Sown in barren soil” of de vurige afsluiter “From whence an ancient evil once reigned” staan dan weer enkele sterke mid-tempo nummers zoals “Creature of demonic majesty” en het erg aanstekelijke, ietwat Keltisch aanvoelende “Purgations of bodily corruptions“. In het reeds eerder vermelde “De Dijle” worden de versterkers en drums zelfs de volledige zes minuten achterwege gelaten en nemen een aanstekelijk keyboardriedeltje en akoestisch gitaargetokkel, vergezeld van mysterieus gekrijs/gefluister en allerhande natuursamples, ons mee op een mystieke tocht langsheen deze rivier. Aan wie de drums uitbesteed werden, is me onduidelijk maar op het ritmisch departement werd veel vooruitgang geboekt vergeleken met de kleinere releases uit het verleden. En ook qua songwriting werden mooie stappen gezet waardoor de nieuwe nummers beter uit de verf komen. Het enige puntje van kritiek is dat Hulder’s krijsstem nogal vlak klinkt en de nodige diepte mist. In “A forlorn peasantry” haalt ze echter ook haar heldere zangstem van stal wat dan toch een mooi contrast oplevert met de raspende vocalen. Conclusie: Hulder heeft een onderhoudende eerste langspeler afgeleverd die niets nieuws onder de zon laat horen, maar wel erg degelijk is en een mooie progressie laat horen.

JOKKE: 82/100

Hulder – Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry (Iron Bonehead Productions 2021)
1. Upon frigid winds
2. Creature of demonic majesty
3. Sown in barren soil
4. De Dijle
5. Purgations of bodily corruptions
6. Lowland famine
7. A forlorn peasant’s hymn
8. From whence an ancient evil once reigned

Ebony Pendant – The garden of strangling roots

De rauwe blackmetalscene is goed op dreef. Een release die me de afgelopen weken vaak in de late uurtjes heeft vergezeld als vrouw en kind in dromenland waren, was Ebony Pendant’s eerste langspeler “Incantation of eschatological mysticism“. Ook al zijn de gitaarleads soms op het randje van het valse af, toch wist de terneergeslagen, melancholische en hypnotiserende atmosfeer me in zijn greep te houden. Daar die plaat al van februari 2020 dateert en er nu een nieuwe EP ligt te wachten, ga ik geen volledige review meer meegeven. Idem voor de in tussentijd verschenen split met het Hawaïaanse rauwe black metal/punk éénmansproject Kūka’ilimoku. Over naar “The garden of strangling roots ” dus waarvoor een nieuwe drummer aangetrokken werd door S.C. die voorts alles op zijn eentje uitvoerde. De meer organisch klinkende drumsound en de wat meer creepy scream van S.C. vallen meteen op wanneer “Sorceress of black spring” na het inleidende “Indulgement in celestial poisons” uit de boxen knalt. Het interval tussen de verschillende snare-aanslagen is nog steeds aan de korte kant, maar halfweg zakt het tempo tot een slepend doomy patroon terug. Samen met het nog meer grimmige aura van de muziek, ademt het uit Seattle afkomstige Ebony Pendant een zekere Judas Iscariot atmosfeer uit, niet verwonderlijk als je weet dat “Incantation of eschatological mysticism” afsloot met een cover van diens “Before a circle of darkness“. De rauwe en desolate hypnose is nog steeds alom tegenwoordig, misschien minder in het aanstekelijke, op een striemende manier uit de startblokken schietende “Vampyric bloodlust“, maar wanneer het tempo de dieperik in gaat, zoals het geval is in het titelnummer, is het heerlijk met de ogen gesloten meedeinen op de eenvoudige, maar pakkende riffs. Ingetogen akoestisch gitaargetokkel krijgt, net als in het afsluitende “Arboreal offering“, het laatste woord, maar daartussen is er nog het geweldige “Delirium of mortality” wiens openingsriff en het op de achtergrond verscholen hypnotiserende keyboardriedeltje Burzum in al hun poriën uitademen. Zo schrijft Varg ze al lang niet meer! Met “The garden of strangling roots” heeft Ebony Pendant zowel op productioneel als op compositorisch en uitvoerend vlak vooruitgang geboekt. Benieuwd of deze EP aan een democratische prijs in fysieke vorm gescoord zal kunnen worden. Ik betwijfel het.

JOKKE: 81/100

Ebony Pendant – The garden of strangling roots (Goatowarex/Forbidden Sonority/Grime Stone Records 2021)
1. Indulgement in celestial poisons
2. Sorceress of black spring
3. Vampyric bloodlust
4. The garden of strangling roots
5. Delirium of mortality
6. Arboreal offering

Maquahuitl – Con su pistola en la mano

Spaghetti Western klanken in black metal, het begint zo stilaan een nieuw dingetje te worden. The Black Twilight Circle is natuurlijk al even actief en vorig jaar speelden Vital Spirit en Ifernach zich in de kijker in deze niche. Maquahuitl is de zoveelste band die verhalen over de pre-Spaanse/Meso-Amerikaanse goden en helden van de Mexicaanse revolutie opnieuw onder de aandacht wilt brengen. Dit eenmansproject van de vervaarlijk uitziende Yahualcuauhli Eztli is daarbij niet aan zijn proefstuk toe want een eerste demo werd reeds uitgebracht in 2011 en sindsdien volgden al drie langspelers waarvan “At the altar of Mictlampa” vorig jaar nog verscheen. Een nieuwe EP is alweer een feit. “Con su pistola en la mano” is een conceptrelease die de reis doorloopt van de Mexicaanse outlaw Gregorio Cortez die 300 Texas rangers ontweek na het doden van twee sheriffs uit zelfverdediging. Hij werd een lokale volksheld en legende in het grensgebied van Tejano/Mexico. “El corrido de Gregorio Cortez” strooit meteen met de spaghetti Western klanken uit de openingszin in het rond en we wanen ons instant ergens ten velde in een broeierige Mexicaanse woestijn. Na deze triomfantelijk en trots klinkende inleiding krijgen we een fikse pandoering extreme maar melodieuze black metal rond onze oren geslagen die onze siësta abrupt afbreekt. De EP beschikt over een meer dan degelijke sound en moderne productie met voldoende speelruimte voor de basgitaar. De metalpassages doen me wat aan het Amerikaanse Worsen denken. De opzwepende zwartmetalen klanken vertonen een sterk Zweeds karakter, maar Maquahuitl steekt er ook een fikse portie eigen identiteit in daar Yahualcuauhli Eztli regelmatig gebruik maakt van de “requinto” of leadgitaar uit de Mexicaanse volksmuziek, vooral omdat zijn gitaarriffs hoge tonen en veel melodie gebruiken. In het aangrijpende en meeslepende eindstuk van “Ahantoc” wordt dat erg duidelijk: de lokale instrumenten worden bovengehaald en de uptempo blasts en metaltempo’s maken plaats voor swingende ritmes; dit mocht van mijn part nog langer duren. In “Pistolero” zijn de inheemse Mexicaanse invloeden eerder beperkt, we horen op de achtergrond wel een lokale folkmelodie en het typerende fluitje terug dat we ook kennen van een Blue Hummingbird On The Left waar Yahualcuauhli Eztli trouwens live-gitarist bij is. Vergeleken met “At the altar of Mictlampa” klinkt “Con su pistola en la mano” minder mystiek en mysterieus, wat ook wel logisch is gezien deze een andere tekstuele insteek had en meer over de inheemse goden handelde. De nationaal-socialistische trekjes daargelaten, trek ik dit soort muzikale blend van black metal en exotische invloeden wel, hoewel de traditionele old-school blackmetalfanaat dit hoogstwaarschijnlijk duivelslastering vindt.

JOKKE: 82/100

Maquahuitl – Con su pistola en la mano (Balamkú Records 2021)
1. El corrido de Gregorio Cortez
2. Ahantoc
3. Pistolero

The Body Of Christ – Autumn winds tell of winter’s cold embrace

Het Lichaam van Christus, ook wel het Allerheiligste genoemd, is een andere benaming voor een geconsacreerde hostie, naar de woorden van Jezus: “Neemt en eet, dit is Mijn Lichaam”. De term wordt ook gebruikt als aanduiding voor de katholieke Kerk. Het gecorpsepainte individu achter The Body Of Christ moet van al wat heilig is niet veel weten en componeerde vier songs die op de debuut EP “Autumn winds tell of winter’s cold embrace” gebundeld werden. The Hell Command – gekend van o.a. Worsen en Ayr – zette zijn schouders onder dit éénmansproject afkomstig uit North Carolina en brengt het onding op een tot 100 stuks gelimiteerde tape uit. De zwartmetalen klanken zijn primitief en rauw, maar de productie overstijgt de gangbare keldersound die gangbaar is in het wereldje der vampieren, trollen en vleermuizen. Op tijd en stond vallen de drums en zang in de meer dan negen minutende durende opener “Guided by the cold flame of the black candle’s light” weg om enkel de gitaar te laten weergalmen doorheen de atmosfeer. Het geeft het totaalpakket een winderig en aards karakter evenals een ritualistisch tintje mee. Het tempo is doorgaans gematigd, hoewel er ook wel enkele snellere uitbarstingen aanwezig zijn. “Bestial acts of war and love” wordt met allerhande samples van tsjirpende vogeltjes opgeluisterd en trekt de “zalven en slaan” aanpak van de opener verder door hoewel de up-tempo stukken een heel pak woester binnenkomen. De openingsriff is dan weer eerder downtempo van opzet. “Celestial vomit” – waarin we wederom een hele dierentuin aan samplegeluiden horen – muteert halfweg naar een zwartgeblakerd sludgenummer en heeft ook wat van die typische post-blackgrootsheid in zijn melodieën vervat zitten in plaats van ons met snijdende tremolo’s te bekogelen. “We gather as a coven” is vrij experimenteel van opzet en hangt aaneen van de naargeestige samples en gitaareffecten hoewel er ook een kortstondige blackmetaluitbarsting is. De songstructuren die The Body Of Christ op “Autumn winds tell of winter’s cold embrace” hanteert zijn niet alledaags en geven dit project een eigen identiteit die echter niet voor iedereen zal weggelegd zijn. Ik ben wel getriggerd om deze band in de toekomst te blijven volgen.

JOKKE: 78/100

The Body Of Christ – Autumn winds tell of winter’s cold embrace (The Hell Command 2020)
1. Guided by the cold flame of the black candle’s light
2. Bestial acts of war and love
3. Celestial vomit
4. We gather as a coven

Akhlys – Melinoë

Ahhhh, Akhlys. Het eerste geschapen wezen, dat zelfs voor het ontstaan van Chaos zelve in de Griekse mythologie ronddwaalde. De personificatie van de eeuwige nacht, en de mist des doods. Een meer passende naam had bezieler, muzikale duizendpoot en dienaar van de duisternis, Naas Alcameth, niet snel kunnen bedenken. Naast zijn vele andere projecten – met name Nightbringer, Excommunion, Bestia Arcana en het recente Aoratos – staat Akhlys, onverslaanbaar en in een ijzige sluier van miserie, angst en desolaat nihilisme gehuld. De band is met deze “Melinoë” aan zijn derde langspeler toe, en ongeveer het volledige blackmetalminnend landschap keek reikhalzend uit naar de opvolger van het al enigszins iconische “The dreaming I”. Dat deze nieuwe plaat een premature geboorte kende, maakt verder helemaal niemand nog iets uit. Thematisch is ook deze langspeler opgebouwd als een uitlaatklep voor de vele vreemde gebeurtenissen die de illustere frontman doorheen zijn leven heeft meegemaakt terwijl hij droomde, in slaap viel of wakker werd. Voor elke ziel die wel eens badend in het zweet wakker werd na een zo tastbare, zo ondenkbaar duistere nachtmerrie, die hij of zij zich jaren na datum nog tot in detail kon herinneren. Voor iedereen die soms midden in de nacht zijn ogen opent en merkt dat er geen beweging in de rest van zijn of haar lichaam zit, enkel een sluipende, onverklaarbare en allesovertreffende angst die zich bij hem of haar in de kamer begeeft, en tot de genadeloze conclusie moet komen dat er geen alternatief is dan deze levende nachtmerrie te ondergaan. Melinoë, de dochter van Persephone en Hades, de heersers van de Griekse onderwereld, waakte over je. Zij is, dixit de vele schrijfsels, de ongerepte drager van nachtmerries en pure waanzin. Het gezicht van een eenzame nacht vol kwelling, terreur en het gedwongen onderwerpen aan een ontastbare overmacht. Hoe vertaal je zo’n beklemmend gevoel op auditieve wijze? Waar “The dreaming I” al een unieke blik achter de schermen van Alcameth’s wereld wist te bieden, gaat het op deze nieuwe, uiterst geniale uiting snel van kwaad naar erger. Vanaf de eerste noten op opener “Somniloquy” grijpt Akhlys je bij de haren, om je gedurende de resterende drie kwartier stampend en krijsend doorheen de negen cirkels van de hel en terug te sleuren. Dissonante riffs komen uit verre lagen geluid heen geëbd, huilend en schreiend alsof bezeten door een paranormale entiteit. Drums die lijken op te wellen als lava die stroperig maar met enige bombast uit een vulkaan komt scheuren. De sound op “Melinoë” is zo uitermate beklijvend dat het lijkt alsof een van pijn en eenzaamheid geweven deken zich rond je wikkelt, zonder enige intentie om je ooit nog los te laten. De krassende zang van Naas boort zich gestaag een weg naar binnen in je geest en drijft moeiteloos de laatste restjes emotionele stabiliteit uit je brein. Zelden klonken blackmetalvocalen zo onmenselijk en demonisch, wat gezien het uitgangspunt best een opmerkelijke prestatie is. Alle vijf komen de nummers op deze plaat onbeschrijfelijk goed tot hun recht. De samenhang is dermate sterk dat het één lang uitgesponnen verhaal lijkt, ook al staan de opussen perfect afzonderlijk als obscure pilaren in een van weemoedigheid doordrongen muzikale areaal. Wat overblijft, is de totale en eindeloze nacht. Akhlys bracht met “Melinoë” een onweerlegbaar meesterwerk ter aarde. Een schouwspel van diabolische geluidsgolven, duistere mythologie, kwaadaardige zenuwkwalen en bovenal voorzien van akelig gepaste en memorabele grafische vormgeving. Dit is exact wat onderstaande zoekt in het wijde spectrum van black metal, en ik kan daarom alleen maar dankbaarheid uiten voor de lugubere mentale hel waar Naas Alcameth door moet om deze muziek te schrijven.

JULES: 97/100

Akhlys – Melinoë (Debemur Morti Productions 2020)
1. Somniloquy
2. Pnigalion
3. Succubare
4. Ephialtes
5. Incubatio