wederganger

Shagor – Sotteklugt

Ik heb het best wel voor bands die Oud- of Middelnederlandse woorden in hun titels gebruiken of neologismen uitvinden om hun titels een wat antieke bijklank mee te geven. ’t Nederlands is een rijke taal en het moet nu eenmaal niet altijd in het Engels of Noors te doen zijn. Die roep werd vooral bij onze noorderburen gehoord, getuige een indrukwekkende resem Nederlandstalige releases van onder andere Wederganger, Laster en Fluisteraars. Aan dat rijtje wordt Shagor toegevoegd, dat hun eerste plaat “Sotteklugt” (wat een titel!) via het immer sympathieke Babylon Doom Cult Records ter wereld brengt. Jo Versmissen gaat er prat op dat hij met zijn label enkel releases uitbrengt waar hij zelf volledig achter staat, en in het geval van Shagor slaat hij wederom niet naast de bal. Naast de hiervoor genoemde bands worden door Shagor en het label ook referenties aangehaald zoals Ulver ten tijde van het magistrale “Bergtatt” en ook Aversio Humanitatis, maar dan op zeer melodieuze wijze met langdurende opbouwen. Langdurig, niet langdradig, want de vier volwaardige nummers die op “Sotteklugt” prijken zijn elk op zijn minst een kleine zeven minuten lang. Daartussen vinden we nog “Verdoolde hemelbol”, een drietal minuten akoestische gitaar met dromerige zang, die even respijt geeft vooraleer “Dodendans” middels dragend gitaarwerk en een hoog tempo er een einde aan breit en met momenten – zeker dankzij de cleane zang die afwisselt met hese screams – zelfs even parallellen trekt met Woods of Desolation of Austere. Dit ook niet in het minst omdat “Sotteklugt” vol zit van tremoloriffs die wel uit een postrocknummer lijken weggelopen te zijn en de ganse plaat lang een heel dromerige, atmosferische en haast zweverige toon neerzetten. Met opener “Schemerzever” wordt meteen volle gas gegeven en komt inderdaad die knipoog naar Fluisteraars om de hoek kijken in de vorm van stuwend gitaarwerk. Halfweg wordt het tempo wat teruggeschakeld en wordt het repetitieve – ietwat ruizig en toch modern geproducet, trouwens – gitaarwerk doorspekt met akoestische tokkels die godbetert zelfs wat aan Lifelovers “Pulver” doen denken. Niet dat deze referenties ernaar hinten dat Shagor een DSBM-plaat heeft geschreven, maar wel dat “Sotteklugt” dezelfde melancholische emotionele intensiteit bezit die hiervoor vermelde bands als handelsmerk uitdragen. Shagor straalt naast melancholie ook verbetenheid uit en dit door middel van bijna catchy hooks die her en der opduiken, zoals iets voorbij de tweede minuut van “Nachtdwaler”: zo’n riff die meteen je aandacht opeist en even voor niets anders ruimte laat. Ook in “Respijt” komen er van die oorwurmen terug – naast het feit dat hier ook de bas een welverdiende plek opeist en het kwartet plots wel zeer venijnig uit de hoek weet te komen. Shagor mag dan misschien wat traditioneler klinken dan veel wat we heden ten dage uit Nederland voorgeschoteld krijgen, maar blijft gedurende de kleine veertig minuten heel consistent in thematiek en sfeer waarbij vooral de warme leads en de variatie in zang opvallen. ’t Moet niet altijd vernieuwend zijn om beklijvend te kunnen zijn, en dat heeft Shagor goed begrepen. De warme, heldere en vrij moderne productie draagt toch een rauw kantje met zich mee en dat voelt aan alsof Shagor niet gewoon een ode aan melancholische black metal van een goeie twintig jaar geleden brengt, maar hun debuut net in die mindset van weleer heeft geschreven. Shagor haalt her en der de mosterd, maar heeft duidelijk een eigen visie en smeedt deze elementen doelbewust om tot een eigen stijl, sound en identiteit. Authenticiteit boven alles, en daaraan is er bij Shagor alvast geen gebrek.

CAS: 85/100

Shagor – Sotteklugt (Babylon Doom Cult Records 2020)
1. Schemerzever
2. Nachtdwaler
3. Respijt
4. Verdoolde hemelbol
5. Dodendans

Bezwering – Aan de wormen overgeleverd

Het heengaan van Wederganger vonden we in 2018 best sneu, maar gelukkig herrees een deel van de line-up al snel in de vorm van Bezwering als een feniks uit diens smeulende assen. Hun vuurdoop vond in november vorig jaar plaats tijdens Unholy Congregation fest en naar aanleiding van deze seance werden reeds twee veelbelovende voortekenen gelost. Nu verschijnt via het toonaangevende Ván Records het volwaardige, smakelijk getitelde en door Karmazid van fantastisch artwork voorziene debuut “Aan de wormen overgeleverd” waarop – naast de twee eerder geloste omens – nog zeven nieuwe decomposities prijken. “Vredeloos” trapt het zaakje op gang en handelt over het schrijnende vooruitzicht van de outlaw op een rusteloos hiernamaals. De mid-tempo undeath metal van de Gelderse ondoden schurkt in deze opener best tegen het moderner werk van een Satyricon aan, alleen veel overtuigender gebracht. “Nagezeten” vertelt over een verdwaalde zwerver die in het bos opgejaagd wordt wat zich vertaalt in meer rusteloze en uptempo passages. Het navolgende “Rouwstoet” volgt het lome tempo van de heerlijk bedwelmende gitaarmelodie en plechtstatige rouwende heldere zang van Alfschijn die de stoet traag door de ijskoude regen voorstuwt totdat de serene atmosfeer plotseling in duivelse toestanden omslaat en er voortaan getreurd kan worden om de rouwenden. Sowieso het hoogtepunt van de plaat! De helse finale van dit beklijvende nummer wordt verder doorgetrokken in het felle “Uitgeteerd” dat toepasselijk handelt over de eersten die stierven aan een epidemie en de anderen met zich meesleurden in het graf. Ik werkte aan deze review tijdens het hoogtepunt van de Corona-crisis en hoopte stiekem dat de horroreske taferelen van dit nummer geen werkelijkheid zouden worden. In “Aan gene zijde” wordt zowel middels de typerende heldere zang als sappige screams een dialoog met de doden aangegaan. Het resulteert in een catchy song met rockende ritmes. Het dynamische “Terror terroris” kent een meer historische aanpak en roept de geest van de wrede Gelderse veldmaarschalk Maarten van Rossum aan wat resulteert in een blitzkrieg einde alvorens met “Geen bloemen op mijn graf” opnieuw terug te keren naar de tragedie van de vergeten doden. Een gevoel dat uitgedragen wordt door de vele doomy treurige gitaarleads, hoewel het spelen met verschillende ritmes ook nu weer voor de nodige variatie en dynamiek zorgt waardoor dit allesbehalve een zielepotige bedoening is. Het over de vloek van helderziendheid handelende meer atmosferische “Het tweede gezicht” komt traag en instrumentaal op gang maar weet zich uiteindelijk toch een feller gezicht aan te meten waarbij heldere vocalen de ziedende black metal vergezellen. “Waanzinskolk” heeft zijn naam niet gestolen en gedijt langzaamaan verder om uiteindelijk in een krankzinnige finale uit te monden. Het nummer vormt een treffend sluitstuk voor deze negen-nagels-tellende doodskist waarin het stoffelijk overschot van Bezwering aan de wormen overgeleverd ligt weg te rotten maar regelmatig halfvergaan ontwaakt om ons de stuipen op het lijf te jagen.

JOKKE: 85/100

Bezwering – Aan de wormen overgeleverd (Ván Records 2020)
1. Vredeloos
2. Nagezeten
3. Rouwstoet
4. Uitgeteerd
5. Aan gene zijde
6. Terror terroris
7. Geen bloemen op mijn graf
8. Het tweede gezicht
9. Waanzinskolk

Hellehond – Verslonden

Een hellehond of kardoes is een wezen met het voorkomen van een hond dat in verschillende mythologieën en volksverhalen voorkomt en dat meestal in verband gebracht wordt met dood en rampspoed. Een bekende mythische hellehond in de Griekse mythologie is Cerberus, de bewaker van de onderwereld. In volksverhalen is het vaak een spookhond waarvan de verschijning onheil en dood aankondigt. De heren Botmuyl, De Uytvaert, Batraof en Kauw konden zich wel met dit wezen vereenzelvigen en kozen deze naam voor hun nieuwe band die zich toewijdt aan het spelen van “Neerlands oude school black metal“. Botmuyl’s haatbek kennen we nog van o.a. Wederganger, Gevlerkt en Fluisterwoud maar de overige muzikanten komen met jarenlange ervaring in bands als Asphyx en Rectal Smegma uit de dode hoek van de extreme metal-scene. “Caveman black metal – by cavemen, for cavemen. Music lovers…stay away!” lees ik in het label statement. Het resulteert in zeven songs vol primitieve black waarin de gezamenlijke voorliefde voor acts als Hellhammer, vroege Celtic Frost en Bathory gezegevierd wordt. Aan post-, emo- of orthodox gedoe hebben deze rakkers m.a.w. het vliegend schijt. Daar waar vele bands voor een snelle opener kiezen, besloot Hellehond om met het mid-tempo “Kardoes” in huis te vallen. Ook in de titeltrack wil het kwartet geen snelheidsrecords breken, hoewel dit nummer pompender en stuwender is. De laaggestemde gitaren geven de totaalsound trouwens een death metal-feel mee, geen typische tremoloriffs of schelle sound hier. De melodie en slome baspulsen van het hieronder geposte “Rattenmantel” blijven na elke luisterbeurt nog uren doorzinderen. In dit nummer wordt wat meer met dynamiek gegoocheld, maar blastbeats blijven uit (spoiler alert: die vallen ook verderop niet te bespeuren). “Onbegraafbaar” is dankzij repetitieve stuwende drums en een klievende gitaarlijn, het meest black metal-achtige nummer dat er op “Verslonden” te vinden is. “Hamerslagen” is dan weer de meest nostalgische song die ons middels een oereenvoudige maar o zo effectieve gitaarriff terug naar het midden van de jaren ’80 katapulteert. Ook het slepende “Over de kling” bewijst dat er geen kernfysica en een overkill aan aantal breaks per minuut aan te pas moeten komen om een goede metalsong te schrijven. In de vorm van “Kerkerlust” met diens heerlijke old school riffs en opzwepende meebrulrefrein zit het venijn hem hier duidelijk in de staart. En Botmuyl? Die rijt zijn stembanden in frut vaneen terwijl hij zijn Nederlandstalige teksten uitbraakt. Na een klein half uur heeft “Verslonden” ons met huid en haar opgepeuzeld.

JOKKE: 81/100

Hellehond – Verslonden (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Kardoes
2. Verslonden
3. Rattenmantel
4. Onbegraafbaar
5. Hamerslagen
6. Over de kling
7. Kerkerlust

Gaistaz – Gaistaz

Laat je niet misleiden door het black metal uitziende logo dat Christophe Szpajdel voor Gaistaz ontwierp, want wat deze Nederlanders laten horen valt volgens hen eerder in het “doom”-hokje te plaatsen. “Supernatural doom metal” menen ze zelf. Twee nummers werden op een eerste op zesenzestig stuks gelimiteerde tape uitgebracht. Ik heb nummer éénenzestig weten bemachtigen. Gaistaz’ kijk op doom resulteert gelukkig niet in de cleane, afgelikte variant, maar heeft een zekere bovennatuurlijke necro feel over zich. De riffs van Krem klinken lekker ruw en duister. Aan “Altijd hier” zit ook een psychedelisch en ritueel kantje, wat de twaalf kaarsen in het logo dan weer hinten. Een Urfaust is hier niet zo veraf. Wanneer de plechtstatige heldere vocalen een uitzichtloos bestaan portretteren, wordt meteen duidelijk dat Alfschijn hier de vocalen voor zijn rekening neemt. Jullie kennen hem waarschijnlijk wel van Wederganger (RIP), Bezwering, :Nodfyr: en Knoest. Wat een unieke stem heeft die man toch! Sporadisch gooit Krem een krijs in de strijd wat voor een aangenaam contrast zorgt en opnieuw een link legt met black metal. “De tocht omlaag” neigt meer naar pure doom. Het uitzicht is kleurloos maar toch bombastisch dankzij majestueus toetsenwerk van Baluw. Gaistaz levert een – in mijn ogen – vrij frisse aanpak van het doom genre. De interesse is gewekt.

JOKKE: 82/100

Gaistaz – Gaistaz (Eigen beheer 2019)
1. Altijd hier
2. De tocht omlaag

Bezwering – Voortekenen

Het Gelderse Wederganger wist, ondanks zijn korte bestaan van vijf jaar, middels één langspeler en verscheidene kleinere releases best een diepe indruk na te laten in de Nederlandse, en bij uitbreiding, internationale black metal-scene. Maar plots wordt in 2018 de stekker uit de band getrokken. Even later komt echter het nieuws dat de band halfvergaan ontwaakt is en in de vorm van Bezwering een nieuwe doorstart maakt. Woordenschrijver Alfschijn en zijn karakteristieke zware heldere stem zijn nog aanwezig, net als geluidencreëerder MJWW. Schreeuwlelijk Botmuyl is in geen velden of wegen meer te bespeuren. Ook de live vellenmepper Onmens is nog van de partij. Nieuwe bloed in de vorm van Onzalige en Plaag completeren de line-up. Wederganger’s unieke sound was het resultaat van catchy nummers waarover Alfschijn en Botmuyl, twee gedegen frontmannen en zangers, een vocaal duel uitvochten. Wie vreesde dat door het vertrek van Botmuyl, die binnenkort opnieuw van zich laat horen in de vorm van Hellehond, het black metal-aandeel in de minderheid zou zijn, kan gerust op beide horen slapen. Althans op basis van deze twee liederen van het aankomende album die beschikbaar zijn op een tot drieënnegentig stuks gelimiteerde tape. Op kant “lijkbleek” prijkt het nummer “Rouwstoet” dat zich in de eerste helft voornamelijk voortstuwt middels een catchy riff waarover het weegeklaag van Alfschijn gedrapeerd is. Wanneer de break zich echter aandient, verandert het nummer in een razend hakkend black metal epos inclusief demonische salpeterzang. Ook “Nagezeten“, dat de “maanloos” kant van de tape inneemt, laat horen dat de genialiteit van Wederganger niet begraven is, maar nog steeds ondood verder leeft in Bezwering. De band speelt hier met het spanningsveld tussen snelle drums en trage cleane gitaarriffs, black metal tremolo’s en up tempo rockende ritmes. Halfweg volgt een seance waarin geesten op vertellende wijze opgeroepen worden. Tijdens de bands recente live debuut op Unholy Congregation, werd duidelijk dat deze Geldermannen nog heel wat lekkers in petto hebben. Wederganger is dood. Lang leve Bezwering!

JOKKE: 81/100

Bezwering – Voortekenen (Eigen beheer 2019)
1. Rouwstoet
2. Nagezeten

Rraaumm – The eternal dance at the nucleus of time

Rraaumm…vreemde naam voor een band hoor ik u denken…en dat is het ook. De betekenis ervan dien ik jullie echter schuldig te blijven. Achter het cryptische woord gaat een Duitse black metal band schuil en daar stopt de info die ik kan meegeven zowaar al (er wordt wel gefluisterd dat hier iemand van Häxenzijrkell bij betrokken zou zijn). Oh ja, en het artwork werd verzorgd door Karmazid, een ondertussen bekende naam in het designwereldje dankzij ontwerpen voor o.a. LVTHN, Wederganger, Blaze Of Perdition, Gevurah en…Häxenzijrkell. Soit, full focus op de muziek dan maar. “The eternal dance at the nucleus of time” is Rraaumm’s eerste EP waarvan de speelduur van de vier nummers op 38 minuten afklokt (er werd in de vorm van “Out of the aeons” een extraatje toegevoegd ten opzichte van de reeds eerder verschenen cassetteuitgave). De lengte van de songs is een hint naar het black metal-segment dat we te horen krijgen: atmosferische black waarbij de nodige tijd uitgetrokken wordt om een verhaal te vertellen. Om de kippenvelfactor in de twaalf minuten durende opener “To wander beyond lunar seas” de hoogte in te jagen, worden post-rock gitaarlijnen, melodieuze solo’s, spookachtige keyboards, burzumeske repetitiviteit en verwrongen gekwelde screams ingezet. Snelheidsrecords worden er hier niet gebroken, maar dat hoeft allerminst. De mystieke aanvang van een nummer als “Spiral black vortices” doet een herinnering aan oude-Limbonic Art voorbijkomen, maar de typische bombast van deze twee Noren blijft hier achterwege. Hoewel er kosmisch aandoende trips ondernomen worden, doet Rraaumm dit op een organische manier en aan een slepend doomtempo waarin sporadisch een spoken word sample opduikt. Het titelnummer is wat meer uptempo en klinkt vrij braafjes, moesten het niet de zwaar door de mangel gehaalde vocalen zijn die toch nog voor een bibber- en beefeffect zorgen. Me omver blazen doet “The eternal dance at the nucleus of time” niet, daarvoor zijn er te weinig memorabele passages en klinkt het allemaal nog wat te vrijblijvend, maar ik ruik wel potentieel.

JOKKE: 70/100

Rraaumm – The eternal dance at the nucleus of time (Ván Records 2019)
1. To wander beyond lunar seas
2. Spiral black vortices
3. Out of the aeons
3. The eternal dance at the nucleus of time

Knoest – Dag

Het stopt écht niet bij onze noorderburen hé. 2018 was een knaljaar voor de NLBM-scene en 2019 lijkt ook weer goed op weg te zijn om voor een groot stuk gekaapt te worden door releases van bestaande en nieuwe Nederlandse spelers. Een neofiet in de scene is Knoest hoewel het trio reeds een heus palmares aan activiteiten in andere bands kan voorleggen. Drummer Mink Koops kennen we als vellenmepper van Fluisteraars, Galg, Nusquama en Solar Temple en de unieke strot van frontman Joris hoorden we in het verleden reeds schallen bij Wederganger, :Nodfyr: en Heidevolk. Op gitaar treffen we Harold aan, die reeds ervaring opdeed bij Mondvolland en Bottenkoning. Knoest is het resultaat van een mooie bromance tussen drie kerels uit Gelderland. Een gedeelde passie voor de natuur en omgeving van Nederland’s grootste provincie vormde de voedingsbodem voor hun debuutplaat. Trek- en rijtochten doorheen Gelderland in de ochtend, de middag, de avond en de nacht resulteerden in het toepasselijk getitelde “Dag“. De unieke diepe heldere vocalen van Joris trekken van meet af aan de aandacht maar staan wel iets te ver vooraan in de mix wat bij opener “De ochtend” zelfs wat storend is. De riffs die Harold uit zijn gitaar tovert schipperen tussen weids meanderende melancholische klanken en meer rechttoe rechtaan black metal riffs of rockgetinte passages. Het spanningsveld tussen de guur klinkende zwartmetalen riffs en de ietwat genrevreemde vocale aanpak levert soms mooie contrasten op die in het toegankelijke startende “De avond” wondermooi samengaan, maar honderd procent overtuigd zijn we nog niet. Daar waar de plechtstatige gezangen van Joris bij Wederganger afgewisseld werden met krijszang, blijft die aanpak hier achterwege waardoor de zang een love it or hate it ding wordt. In het bijna twaalf minuten durende “De nacht” lijken de muzikanten bij momenten bezeten te zijn door de volle maan die door de bladerhemel in de Gelderse bossen schijnt en wordt het onderste uit de kan gehaald middels energieke en overstuurde uithalen op gitaar en drum. Maar evengoed schakelt Knoest even later op een akoestische passage over. Knoest is een band die op alle vlakken het contrast in haar muzikale landschap opzoekt, gaande van kabbelende akoestische passages tot stormende zwartgeblakerde watervallen, van brede laagvlaktes tot extreme pieken en dit alles overgoten met theatrale vocalen. Interessante eerste kennismaking die je kort door de band genomen kan omschrijven als een kruisbestuiving tussen Fluisteraars (muzikaal gezien) en :Nodfyr: (vocaal gezien, hoewel Joris bij Knoest eerder klassiek theatraal dan folky klinkt) maar het niveau van beide bands vooralsnog niet haalt.

JOKKE: 70/100

Knoest – Dag (Ván Records 2019)
1. De ochtend
2. De middag
3. De avond
4. De nacht

Kwade Droes – De duivel en zijn gore oude kankermoer

Vorig jaar deed Kwade Droes ons met haar gelijknamige EP schuimbekkend watertanden naar meer van deze aanstekelijke duivelse kankerherrie. De symbiose tussen black metal en doom zoals we die horen in het zinnenprikkelende “De geile lokroep van gene zijde“, de rituele duisternis die de zeven songs uitdragen, de bezwerende psychedelica en het originele opzet van deze “De duivel en zijn gore oude kankermoer” bevestigen mijn vermoeden dat er serieuze Urfaust-inmenging is aan de muzikale zijde van deze uit de Gelderse drek opstijgende penetrante geluidsuitwasemingen. Over de bijwijlen hallucinogene kakofonie horen we veelzijdige vocale en prozaïsche vuilbekkerij die de grafstemming erin brengt. Hoor maar eens welke verscheidenheid aan schizofrene keelklanken we horen galmen in de ondergrondse krochten van “Lood om oud ijzer” dat halverwege qua riffs een heuse aderlating van het satanische bloed van een Von kent. De vocalen doen meermaals (o.a. in het krankzinnige “De Satan allerheiligst“) denken aan Mikka ten tijde van de eerste Impaled Nazarene-platen. De non-conformistische en punky attitude van sommige nummers is hier eveneens debet aan. “Drank is den duvel” horen we wel eens zeggen en het effect van gerstenat en andere gedistilleerde spiritualiën op de menselijke gemoedstoestand wordt in het orgastische, met piano en andere toeters en bellen opgeluisterde “Drankduivel” muzikaal perfect vertaald. Tijdens de aftrap van het bijzonder heavy “Misdaad loont” verkennen de doodsreutels diepere regionen en structuur is amper aanwezig in deze spastische zwartgeblakerde kneedboel. Ik kan de schadelijke muzikale uitstoot van dit zootje ongeregeld alleen maar toejuichen. De eerste langspeelplaat – ook al duurt ze maar een half uurtje – van deze vieze gore kankerdroezen is dan ook een schot in de roos!

JOKKE: 88/100

Kwade Droes – De duivel en zijn gore oude kankermoer (Ván Records 2018)
1. De teerling is geworpen
2. Lood om oud ijzer
3. De wrange boodschap
4. Drankduivel
5. Misdaad loont
6. De geile lokroep van gene zijde
7. De Satan allerheiligst

Panchrysia – Dogma

Onze landgenoten Panchrysia draaien al heel wat jaartjes mee in de Belgische black metal scene, maar tot een internationale doorbraak naar het grotere publiek is het nooit echt gekomen, hoewel hun oudere albums zeker gehoord mogen worden en het nodige potentieel in zich hadden. De vorige langspeler “Massa damnata” dateert alweer uit 2011 en eigenlijk had ik de band al lang opgegeven tot ze vorig jaar plots op de affiche van een gig met Wederganger en Djevel in de Antwerpse concertzaal Het Bos opdoken. Via Facebook werd gelost dat Panchrysia in de studio zat en enkele maanden later, ligt “Dogma” hier haar rondjes te draaien. Panchrysia is altijd al beïnvloed geweest door de grotere Noorse (lees Satyricon qua muziek) en Zweedse (lees Marduk qua vocalen) namen en die invloed kan op de nieuwe plaat ook moeilijk weggestoken worden. Het nieuwe Russische label Satanath raadt het album ook aan aan liefhebbers van Bell Witch, maat wie dat schreef had duidelijk te veel vodka gedronken, want met de tergend trage funeral doom van dit duo hebben de zwartmetalen klanken van Panchrysia toch bitter weinig te maken hoor. “Each against all” begint aanvankelijk nog tamelijk rustig in de stijl van de meest recente Satyricon platen, maar eens de vocalen invallen wordt het al gauw spannender dan wat de Noren ons tegenwoordig voorschotelen. De opener klinkt heel melodieus inclusief mooie solo en door de semi-cleane/semi-raspende zang hangt er ook een occult sfeertje over de song gedrapeerd. “Salvation” trekt de lijn van het eerste nummer grotendeels verder, maar klinkt minder geïnspireerd en kan me pas naar het einde toe bekoren. Geef me dan maar een songs als “Gilgamesh” waar een Mortuus-vibe in de vocalen van Zahrim zit, hoewel het tempo een pak lager ligt dan in de doorsnee Marduk-song. Spoken-word samples zorgen bovendien voor een moderne toets. Gelukkig wordt het gaspedaal na de melodieuze intro van “Kairos” toch even dieper ingetrapt, want anders zou de verveling wel beginnen toeslaan. Halverwege het nummer slaat de balans echter opnieuw over naar de melodieuze kant en een trager tempo en volgt een Watain-achtige melodieuze solo. Als je een nummer de titel “War with heaven” meegeeft verwacht je daadkrachtige muziek en dat is gelukkig wel het geval in deze song evenals in “Never to see the light again” dat opnieuw samples en sneller werk laat horen. Het hieronder geposte “28 steps” is lekker opzwepend en is wat mij betreft één van de beste songs van de plaat. Afsluiten doet Panchrysia met het sterke en overtuigende “Rats“, dat aanvankelijk met een jazzy intro-sample van start gaat en waarin later – bewust of onbewust – een serieuze knipoog naar Emperor wordt gegeven want enkele riffs uit de finale van het nummer lijken wel héél hard op die uit “Into the infinity of thoughts“. Ten opzichte van het ouder werk ligt het tempo duidelijk lager en heeft het venijn plaats geruimd voor de nodige melodie. Hierdoor heeft Panchrysia een gelijkaardige evolutie als een Satyricon doorgemaakt, hoewel onze landgenoten toch een stuk overtuigender uit de hoek weten te komen dan Satyr en Frost.

JOKKE: 80/100

Panchrysia – Dogma (Satanath Records 2018)
1. Each against all
2. Salvation
3. Gilgamesh
4. Kairos
5. War with heaven
6. Never to see the light again
7. 28 steps
8. Rats

:Nodfyr: – In een andere tijd

In mijn jeugdige jaren luisterde ik af en toe wel eens naar heidensmetaal à la Falkenback, Theudho of Månegarm terwijl deze stijl nu nog amper door mijn boxen knalt. Toch weten de epische klanken van nieuwe speler :Nodfyr: mij te bekoren, in de eerste plaats door de genietbare cleane zang van Joris Van Gelre, die centraal in de muziek van :Nodfyr: staat. Bij zijn andere band Wederganger zorgen zijn plechtstatige vocalen voor afwisseling met de vettige screams van zijn kompaan Botmuyl, maar hier staat de man solo in de schijnwerpers. De muziek van :Nodfyr: heeft niet veel met black metal te maken en neigt eerder naar Joris’ ex-band Heidevolk, maar dan zonder de overdreven folk-elementen en het opzwepende, irritante huppelend karakter van diens muziek. :Nodfyr: klinkt serener en volwassener. De Nederlandstalige zang wordt gedrapeerd over mid-tempo metal die geïnfuseerd is met viool- en pianoklanken en middels de gitaarsolo in “In een andere tijd” een heavy metal toets kent. Gitarist Mark kwint en keyboardspeler Jasper Strik (beiden van de band Alvenrad) zorgen voor epische achtergrondkoorzang, maar het is toch vooral Joris die alle aandacht naar zich toezingt. Inspiratie haalt de band uit de folklore, mythologie en natuur van geboortestreek Gelderland. De bandnaam verwijst naar de Germaanse heidense manier van vuur maken zoals die vermeld wordt in de uit de achtste eeuw stammende “Indiculus superstitionum et paganiarum” en is daarmee één van de oudste proto-Nederlandstalige woorden. Ik kan dit :Nodfyr: wel smaken en de interesse is gewekt naar meer materiaal van deze Nederlanders.

JOKKE: 81/100

:Nodfyr: – In een andere tijd (Ván Records 2017)
1. In een andere tijd
2. Ode aan de IJssel