Goed, laat ik eerst maar even zeggen dat ik wat Kjeld betreft misschien wat chauvinistisch ben. In mijn keuken hangt een wandbordje met een Fries gezegde: “De tiid hâlt gjin skoft.” Mensen die de discografie van Kjeld kennen, weten dat dit ook de titel is van de eerste EP uit 2010. Als (niet zo) “oprjochte” Fries heb ik toch echte waardering voor een band die hun teksten in het Fries brengt. (Nou heb ik nog nooit een gesprek kunnen voeren in het Fries, maar ik heb ook het grootste gedeelte van mijn leven buiten Friesland doorgebracht zonder in aanraking te zijn geweest met onderwijs in het Fries of ouders die het mij geleerd hebben. Ik kan het echter wel verstaan, dankzij mijn oma die gewoon Fries met ons sprak, en gemakkelijk lezen.)

Zoals gezegd is het eerste teken van leven dat Kjeld ons gegeven heeft de EP “De tiid hâlt gjin skoft” in 2010. Daarna heeft het even geduurd tot hun debuut “Skym” uit is gekomen in 2015. Daarna zijn nog een tweetal splits (een met Cirith Gorgor (2015), de ander in 2016 met Wederganger) en een EP “Banier fan Frisia” (2018) uitgekomen. De leden van Kjeld zijn zeker geen onbekenden in de Nederlandse scene. Ze spelen onder andere in Lugubre, Krocht, Standvast, Gheestenland, Tarnkappe en ga zo nog even door.

Nu is het dan eindelijk tijd voor de tweede langspeler van Kjeld. Uitgebracht op Heidens Hart (Die dit jaar toch echt heel goed beginnen, met Sagenland en Kjeld), klokt deze langspeler bijna een uur. Dat is toch best een lijvige plaat voor deze tijd. Bij “Skym” was ik al bijzonder onder de indruk van de ontwikkeling die Kjeld heeft doorgemaakt, maar nu bijna zes jaar later, sta ik nog meer perplex.

Het is vooral het drumwerk wat heel veel indruk maakt. De ritmes zijn dreigend, intens en vooral gevarieerd. Ik heb moeite om een favoriet aan te wijzen van dit album, al doet “Konfrontaasje” het heel goed in mijn oren. Het is voor mij een plaat met eigenlijk louter hoogtepunten: de band put heel duidelijk uit de tweede generatie black metal, waarbij ik vooral voorbeelden als Borknagar, Windir en Ulver graag mag noemen. Het album is melodischer dan “Skym,” maar in geen geval een slaafse kopie van hun invloeden. Het is vooral Kjeld wat je hoort. Ik kan zelfs de synthesizerklanken waarderen in de opener “Betsjoend”, en dat is heel bijzonder, al worden ze ongeveer hetzelfde ingezet als op “Andacht” van Lunar Aurora, en dat is een plaat die ik ook erg, erg goed vind. De vocalen gaan van screams naar diep, naar clean, naar over de top en weer terug. De riffs zijn heel goed uitgedacht en net zo gevarieerd als het drumwerk. De baslijnen zijn om door een ringetje heen te halen.

Ôfstân” is een uitdagende plaat, die met elk nummer verrast en verdiept. Het geheel is complex en intuïtief. Ik kan hier naar blijven luisteren en “Ôfstân” doet mee in mijn jaarlijst.

MISCHA: 91/100

Kjeld – Ôfstân (Heidens Hart 2021)
1. Betsjoend
2. De Iensume widner
3. Wylde rixt
4. Ôfstân
5. Asbran
6. Wite Fokel
7. Falske foop
8. Skaad
9. Konfrontaasje