winterfylleth

Winterfylleth – The reckoning dawn

Het Engelse Winterfylleth leerde ik destijds kennen middels het uitstekende “The Mercian sphere“. Ik maakte een sprong terug in de tijd om ook debuut “The ghost of heritage” (2008) aan te schaffen en nadien belandden de opvolgers “The threnody of triumph” (2012) en “The divination of antiquity” (2014) ook netjes in de eindsectie van mijn platencollectie. De kwaliteit was er nog steeds, maar het begon toch allemaal wat veel op mekaar te trekken waardoor ik besloot de twee daaropvolgende platen (“The dark hereafter” uit 2016 en “The hallowing of heirdom” uit 2018) links te laten liggen, hoewel het kwintet op die laatste blijkbaar (van horen zeggen/lezen) resoluut de akoestische kaart trok. Ondertussen zijn we bij langspeler nummer zeven aanbeland en besloot ik terug in te pikken om een stand van zaken op te maken. De typische titelstructuur van de platen, de tweejarige langspelercyclus en het eenvoudige, doch steeds prachtige artwork zijn in elk geval nog steeds aanwezig. Reeds bij opener “Misdeeds of faith” ben ik blij dat Winterfylleth nog steeds niets aan agressie heeft ingeboet, au contraire, het lijkt wel alsof Chris Naughton en co meer peper in hun reten hebben dan ooit te voren. In opvolger “A hostile fate” wordt duidelijk teruggegrepen naar het geluid van “The Mercian sphere“, niet verwonderlijk daar er tussen de haakjes wordt aangegeven dat het hier het vierde vervolgstuk betreft van “The wayfarer” waarvan de eerste drie delen op die plaat terug te vinden waren. Het gitaarwerk en de heldere zangkoren zijn om duimen en vingers bij af te likken! Ook voor akoestische kampvuurromantiek is er nog steeds plaats, dat laten o.a. de intro van het bijna tien minuten durende “Absolved in fire” en het korte intermezzo “Betwixt two crowns” horen. Zodra deze rustgevende tonen weggeëbt zijn, ontbloot het gezelschap haar tanden en is het zalig meesurfen op de pakkende melodieuze gitaargolven die door blastend drumwerk van Simon Lucas – naast Chris de enige muzikant die er nog van in het begin bij is – voorgestuwd worden. Het moge duidelijk zijn dat Winterfylleth op deze plaat serieus beukt, waardoor er misschien hier en daar wel een tikkeltje aan atmosfeer ingeboet wordt. Als tegengewicht voor de furieuze black bevat het titelnummer wel een erg mooie meeslepende leadpartij en de razernij in “A greatness undone” wordt door een akoestisch intermezzo in twee gekliefd. Het afsluitende “In darkness begotten” mondt dan weer uit in zalvende strijkers. Er is ook een gelimiteerde versie van “The reckoning dawn” beschikbaar waarop drie extra nummers prijken waaronder “Woden“, een geslaagde cover van de Enslaved klassieker “Wotan” en een synthbewerking van het laatste nummer van de reguliere editie. Verwacht hier echter geen klassiek vuurwerk zoals Emperor destijds met “Opus a satana” liet horen, want “In darkness beholden” is resoluut slaapverwekkend. “Upon gallows frail” en de cover voegen wel nog tien kwalitatieve extra minuten English Heritage Black Metal toe aan een plaat die reeds een klein uur duurt. Dit maakt het wel net dat tikkeltje te veel daar het opnieuw wat schort aan het onderscheidend karakter van de nummers onderling. Maar voor de rest geen klachten en liefhebbers van de band kunnen “The reckoning dawn” blind aanschaffen.

JOKKE: 81/100

Winterfylleth – The reckoning dawn (Candlelight Records 2020)
1. Misdeeds of faith
2. A hostile fate (The wayfarer Pt. 4)
3. Absolved in fire
4. The reckoning dawn
5. A greatness undone
6. Betwixt two crowns
7. Yielding the march law
8. In darkness begotten

Sun Of The Sleepless/Cavernous Gate – Split

Ik ben niet geweldig lenig en verslijt nogal wat broeken, dus zijn splits doorgaans niks voor mij. Maar voor deze release maak ik graag een uitzondering, gezien ik beide heren ken en de muziek aan te bevelen is. De eerste vijf tracks zijn op naam van Sun of the Sleepless, het atmosferische “black metal” project van Marcus Stock/Ulf Theodor Schwadorf (Empyrium,The Vision Bleak, Ewigheim, Noekk, …). Naar verwachting schotelt de man slepende riffs voor gemengd met akoestische gitaren, ambient synths, screams en zweverige clean vocals. Het geheel klinkt duister, maar toch folky, sfeervol en toch ruw. Invloeden komen natuurlijk van zijn eigen projecten, maar ook bands als Winterfylleth of het vroege Ulver kan je erin herkennen. Beetje jammer dat enkel “The lure Of Nyght” en “To the moon on summer eves” langer zijn dan drie minuten en metal bevatten, maar al bij al een mooi tussendoortje. het tweede deel van het album is voor Cavernous Gate van Sebastian Körkemeier/Alsvartr (Helrunar, …). Dit is zijn eerste release en die begint met een wat vreemde Hammond-aandoende intro, maar wordt prompt gevolgd door vrij traditionele doom/black metal. Ook deze tracks bulken van sfeer. Mid-tempo riffs die nergens verrassen, maar erg goed in het gehoor liggen, worden begeleid van wat retro aandoende synths, een degelijke cleane stem en een ruwe, lage scream. Het is een sterk debuut dat slaagt in het vermengen van de vermelde invloeden. De productie van beide delen is kwalitatief, zonder gelikt te zijn. Het artwork is middelmatig, maar passend. Misschien omdat het een split CD is en beide projecten niet echt blaken van de originaliteit, mis ik wel iets. Desondanks zou ik zeker iedereen aanraden eens te gaan luisteren. Afzonderlijk krijgen beide bands een mooie acht toebedeeld, maar het geheel net iets minder omdat het in die configuratie wat teveel sleept.

Xavier: 78/100 (Sun Of The Sleepless: 80/100; Cavernous Gate: 80/100)

Sun Of The Sleepless/Cavernous Gate – Split (Prophecy Productions 2019)
1. Sun of the Sleepless – Wovon Wölfe träumen
2. Sun of the Sleepless – The lure Of Nyght
3. Sun of the Sleepless – Fall of the lonesome
4. Sun of the Sleepless – To the moon on summer eves
5. Sun of the Sleepless – Kristall
6. Cavernous Gate – Seclusion
7. Cavernous Gate – Those who walk the fog
8. Cavernous Gate – Amongst decayed grass
9. Cavernous Gate – A pale shimmer in the dark

Wolvencrown – Of bark and ash

Nottingham is vooral bekend van Robin Hood en “Ye olde trip to Jerusalem“, één van de oudste pubs ter wereld (1189 n.C.) waar ik ooit het genoegen had mijn dorst te laven. Verder is het ook de thuishaven van Wolvencrown, een black metal kwintet dat in 2015 ontstond in het hartje van de Midlands. Na een selftitled EP uit 2017 presenteren de heren met “Of bark and ash” op de valreep van 2019 hun volwaardige debuut. En dat mag best gehoord worden, althans door wie een voorliefde heeft voor atmosferische black met pakkende melodieën (zo goed als elk nummer bevat wel een bepaalde hook), veelvuldige keyboardgolven en een heidense insteek waarbij natuurelementen centraal staan. Nu lopen er in het Verenigd Koninkrijk wel meerdere bands rond die deze aanpak erop nahouden. We denken daarbij aan Fen en die twee andere “W”-bands: Winterfylleth en Wodensthrone. Wolvencrown moet zich niet te beschaamd voelen om zich met hun debuut reeds in dit rijtje te nestelen. Akkoord, we hebben dit allemaal wel al eens eerder gehoord, maar de krachtige en transparante sound, uitstekende zanger en catchiness maken veel goed. Puntjes van kritiek zijn het nogal saaie drumwerk dat wel wat meer variatie mocht bevatten en de zangeres die in een nummer als “1194 pt. II” opduikt, maar niet al te toonvast klinkt. In “Towards broken depths” horen we haar nogmaals voor wat licht verteerbaar tegengewicht zorgen en deze keer brengt ze het er veel beter vanaf. Natuurlijk mogen op een plaat als “Of bark and ash” akoestische gitaren niet ontbreken. Ze zetten het nummer “Destined“, dat met zeven en een halve minuut speeltijd de langste song uit het rijtje is, melancholisch in. Ondanks de vele meeslepende melodieën en soms zeemzoete keyboards, blijft de zwartmetalen basis echter stevig genoeg. De romantische melodieën die de gitaristen en keyboardspeler opwekken, zijn in staat de luisteraar terug te deporteren naar tijden zonder social media, kernenergie, files, smeltende ijskappen en een gigantische afvalberg. Wat een tijden!

JOKKE: 80/100

Wolvencrown – Of bark and ash (Avantgarde Music 2019)
1. Earths eternal dawn
2. 1194 pt.I
3. 1194 pt.II
4. Infernal throne
5. Of bark and ash
6 Towards broken depths
7. Destined
8. S.A.D.

Wode – Wode

Het Verenigd Koninkrijk verblijde ons de afgelopen jaren middels Winterfylleth en Wodensthrone (RIP) met twee sterke black metal bands die een frisse wind bliezen doorheen de Engelse scene. Met Wode is er opnieuw een sterke en veelbelovende band opgestaan. Alfabetisch gezien bengelen de drie bands wegens hun beginletter ergens achteraan het alfabet, maar qua muzikale kwaliteit nemen ze een plekje in de voorste echelons in. Wode heeft duidelijk haar tijd genomen om die eerste volwaardige langspeler neer te pennen, als je ziet dat hun eerste en enige demo reeds vijf jaar geleden werd uitgebracht. De band serveert ons zes krachtige black metal tracks die samen afklokken op achtenveertig minuten speeltijd en die zonder al te veel overtollige franjes of poespas een terugkeer naar het Scandinavische – er wordt tussen de Noorse en Zweedse school heen en weer gepingpongd – basisgeluid uit de jaren negentig inluiden. Bekijk het als de twee reeds eerder aangehaalde bands minus de heidense invloeden maar met in plaats daarvan subtiele verwijzingen naar de post-black metal van een Altar Of Plagues of de sludge/black van een band als Ultha. De lekker zware productie met grimmige korrel doet deze plaat bovendien alle eer aan! Op het eerste gehoor lijken de songs onderling weinig te verschillen, maar eens de melodieën zich in je oorschelpen nestelen, ontdek je de pracht van dit album. Ook de dynamiek van het album ontplooit zich na meerdere luisterbeurten. Zo gaat “Cloaked in ruin” van start met een lompe doomriff om daarna in galop over te gaan tot raggende black metal geïnjecteerd met Zweedse Dissection melodieën en solo. Het rockende begin van “Spectral sun” tovert een glimlach op mijn gezicht om daarna weer in grimassen te vertrekken wanneer de venijnige black zich van mij heer en meester maakt. Deze eerste van Wode is een echt groeialbum…wat op termijn meestal de beste albums blijken te zijn.

JOKKE: 83/100

Wode – Wode (Broken Limbs Recordings 2016)
1. Death’s edifice
2. Trails of smoke
3. Cloaked in ruin
4. Spectral sun
5. Plagues of insomnia
6. Black belief

Drudkh – Борозна обірвалася (A furrow cut short)

Gelukkig nemen sommigen in Oekraïne liever de instrumenten in de hand dan een kalasjnikov. Dat er heel wat muzikale activiteit is in het politiek onstabiele Oostblokland getuigen onder andere Kroda (“Ginnungagap ginnungagaldr Ginnungakaos”), Khors (“І ніч схиляється до наших лиць (Night Falls onto the Fronts of Ours)”) en ook de vaandeldragers van de Oekraïense black metal scene Drudkh met vers-van-de-pers plaatwerk. “Борозна обірвалася (A furrow cut short)” is ondertussen full length nummer tien op de teller. De band rond spilfiguur Roman Saenko heeft voor het eerst meer dan twee jaar nodig gehad om een nieuwe plaat in te blikken. In tussentijd verschenen wel nog twee zoethoudertjes onder de vorm van een split-EP met Winterfylleth en een compilatie EP met covers. En natuurlijk was er met “Dark star on the right horn of the crescent moon” vorig jaar ook nog iets te melden door Blood Of Kingu, waar alle Drudkh leden ook deel van uitmaken. Met “Борозна обірвалася (A furrow cut short)” (geen idee wat ze met de titel bedoelen, en vermits deze bende niet openstaat voor interviews zullen we zelf op zoek mogen gaan naar een mogelijke betekenis) krijgen we voor het eerst dan ook wel bijna een vol uur aan melancholieke pagan black metal met licht heroïsche insteek te verteren. Daar waar ik de oude platen soms aan de korte kant vond, is het nu echter een beetje veel van het goede. Hoewel de muziek terug iets meer ballen heeft in vergelijking met de twee vorige platen en de sound terug op-en-top Drudkh is (dus zonder de postrock-uitstapjes die vooral op “Handful of stars” gemaakt werden), verschillen de nummers onderling nét te weinig om de boel een uur lang spannend en interessant te houden. De subtiele keyboardlagen in het tweede deel van “Cursed sons” en “To the epoch of unbowed poets” (ik laat de Oekraïense vertalingen voortaan achterwege om te vermijden dat mijn vingers in de knoop geraken door achterwaartse flikflakken met dubbele schroef te moeten uitoefenen op mijn klavier om de speciale karakters tevoorschijn te toveren) voorzien de muziek wel nog van een episch filmisch karakter. De Engelse collega’s Winterfylleth duiken hier als referentiekader op, hoewel je natuurlijk een boom zou kunnen opzetten over wie nu wie beïnvloed heeft. Op de uitvoering en de transparante sound (heerlijk om te ontdekken wat die basgitaar allemaal doet) valt niets aan te merken. Leuk detail is de sound van het splash cymbaaltje van drummer Vlad dat regelmatig aan een flitsend zwaard doet denken. Wanneer het tweeluik “Dishonour” passeert is de aandacht spijtig genoeg weggeëbd en verwordt het geheel tot een achtergrondmuziekje, wat toch niet de bedoeling kan/mag zijn. Het uptempo en heroïsche karakter van “Till foreign ground shall cover eyes” grijpt je als luisteraar wel terug bij het nekvel, maar neemt niet weg dat de plaat een kwartiertje te lang duurt.

JOKKE: 76/100

Drudkh – Борозна обірвалася (A furrow cut short) (Season Of Mist 2015)
1. Прокляті сини I (Cursed sons I)
2. Прокляті сини II (Cursed sons II)
3. Епосі нескорених поетів (To the epoch of unbowed Poets)
4. Тліючий попіл (Embers)
5. Безчестя I (Dishonour I)
6. Безчестя II (Dishonour II)
7. Поки не засиплють чужою землею очі (Till Foreign Ground Shall Cover Eyes)

Fen – Carrion skies

Het Britse Fen gaat al Jaren door het leven als het kleine broertje van Agalloch. Deze Amerikaanse pagan black metal pioniers namen de Britten reeds enkele malen mee op sleeptouw bij hun doortocht door Europa. Vooral hun laatste gezamenlijke passage uit 2013 staat bij ondergetekende in zijn geheugen gegrift met een memorabel optreden van Agalloch, dat ik niet snel zal vergeten. Tijdens het concert van Fen werd duidelijk dat ze de nodige capaciteiten in huis hebben om nog enkele treden hoger op de ladder te klimmen. Iets wat hen zou moeten lukken met het fantastische nieuwe album “Carrion skies” onder de arm. Op deze vierde langspeler gaat de band een pak grimmiger te keer dan op eerdere releases, maar het gevoel voor melodie en melancholie wordt toch nergens uit het oog verloren. Het openingstweeluik “Our names written in embers”, meteen goed voor zeventien minuten, schiet onheilspellend uit de startblokken, maar bevat tevens een mooie progressieve passage die uitmondt in sfeervol gitaarwerk en baspartijen die refereren aan Isis ten tijde van “Panopticon”. Net zoals op vorige albums bevat de rauwe black metal basis ook nu weer de nodige postrock-elementen die als sfeermaker dienen en opbouwend tewerk gaan. Net wanneer je een climax verwacht schakelt de band echter over op progressief riffwerk om daarna hard van leer te trekken met blastend black metal geweld. De invloed van Agalloch blijft onherroepelijk aanwezig, maar over het algemeen gaat het er bij Fen een pak steviger en feller aan toe.  Fen opteerde steeds voor een organische productie, wat niet altijd even geslaagd uitpakte (zoals de gebrekkige productie op “Epoch” en “The malediction fields”), een euvel dat op “Carrion skies” volledig van de baan is. De heldere, doch verre van afgelikte productie draagt nog meer bij aan het genotsproces. Ogen dicht en laat je in “The dying stars” meeslepen op een avontuurlijke muzikale rondreis doorheen ons universum. In “Sentinels” wordt de progressieve kaart getrokken en uitgespeeld. Tesamen met cleane zang en Floydiaans gitaarwerk, is de geest van het Noorse Enslaved nooit veraf. Hoewel de plaat slechts zes songs telt, klokt deze wel op meer dan één uur speeltijd af. Verveling is echter niet aan de orde, want Fen weet de luisteraar steeds bij de aandacht te houden. De ene keer droom je weg langsheen donkere ondoordringbare wouden, kronkelende bergrivieren en monolytische natuurlandschappen, de andere keer zit je op het puntje van je stoel, zoals tijdens mijn favoriet “Menhir – Supplicant”. Het dertien minuten durende “Gathering the stones” sluit de plaat op monumentale wijze af. Of het nu bezwerende heroïsche cleane zang, van emotie doordrongen screams, breekbare weeklachten of mysterieus gefluister is, frontman Frank “The Watcher” Allain gaat het allemaal even goed af. Ook zijn twee kompanen leveren een uitmuntende prestatie af. “Carrion skies” is met voorsprong het beste album van Fen en kan de concurrentie met de laatste plaat van Agalloch met gemak aan. Samen met Winterfylleth en Wodensthrone houden ze de eer van Britse (pagan) black metal hoog. Recent kondigde Agalloch aan begin 2015 naar het oude continent af te zakken voor een Europese tour. Benieuwd of Fen opnieuw van de partij zal zijn om “Carrion skies” live aan het publiek voor te stellen. Zorg in elk geval dat je dan aanwezig bent, want dat wordt genieten geblazen!

JOKKE: 86/100

Fen – Carrion skies (Code 666 – 2014)
1. Our names written in embers – Part 1 (Beacons of war)
2. Our names written in embers – Part 2 (Beacons of sorrow)
3. The dying stars
4. Sentinels
5. Menhir – Supplicant
6. Gathering the stones

Winterfylleth – The divination of antiquity

De maand oktober is dé maand bij uitstek voor een nieuwe release van het Engelse pagan black metal gezelschap Winterfylleth, daar de bandnaam oud-Engels is voor de langste maand uit onze kalender. Of de vorige platen ook het levenslicht zagen in oktober kan ik mij niet meer herinneren, maar feit is dat hun “English heritage black metal” sowieso het best tot zijn recht komt in de gure herfstmaanden. Op “The divination of antiquity” vallen geen grote verrassingen te bespeuren, eerder een verdere finetuning van hun sound en muzikale formule, die zeer herkenbaar is en als een groot pluspunt beschouwd kan worden. Dit Engelse collectief blinkt uit in het neerpennen van uitgesponnen heroïsche nummers waarin een ongemene schoonheid en puurheid op melodisch vlak te bespeuren valt. Je voelt aan de muziek dat deze oprecht is en vanuit het diepst van hun ziel komt in tegenstelling tot vele andere pagan of folk bands. Daarom horen ze ook thuis in het rijtje van de groten der aarde op gebied van historische pagan (black) metal, namelijk Primordial, Drudkh en Helrunar. Over het algemeen wordt het gaspedaal diep ingeduwd, maar steeds blijft dat gevoel voor melodie aanwezig al is het op sommige momenten eerder onderhuids te voelen in de kolkende black metal stroom (“The divination of antiquity”, “Whisper of the elements” of “Foundations of ash”). Absoluut hoogtepunt van de plaat is het ruim tien minuten durende “A careworn heart” dat ingezet wordt met kippenvel opwekkende akoestische gitaren en epische koorzang. De daaropvolgende melancholische gitaarmelodie zal menig luisteraar onberoerd laten, net als de epische noot in “Over borderlands”. Enkel op de song “The world ahead” blijven de elektrische gitaren en drums achterwege en wordt het verhaal gebracht mits akoestische gitaren en heldere zang. Het afsluitende “Forsaken in stone” is de traagste en meest doomy track van het album. Invloeden die niet verwonderlijk zijn, gezien zanger/gitarist Chris Naughton en drummer Simon Lucas ook deel uitmaken van de sludge/doom band Atavist. Hoewel de verrassing er wel af is, is Winterfylleth er voor de vierde keer op rij in geslaagd om een spannende en onderhoudende plaat te schrijven. De release van de vorige twee albums liep bijna gelijktijdig met nieuw plaatwerk van hun Engelse brothers in arms en labelmakkers Wodensthrone, waarvan hopelijk ook snel nieuw materiaal te verwachten valt.

JOKKE: 84/100

Winterfylleth – The divination of antiquity (Candlelight Records 2014)
1. The divination of antiquity
2. Whisper of the elements
3. Warrior herd
4. A careworn heart
5. Foundations of ash
6. The world ahead
7. Over borderlands
8. Forsaken in stone