winterfylleth

Wode – Wode

Het Verenigd Koninkrijk verblijde ons de afgelopen jaren middels Winterfylleth en Wodensthrone (RIP) met twee sterke black metal bands die een frisse wind bliezen doorheen de Engelse scene. Met Wode is er opnieuw een sterke en veelbelovende band opgestaan. Alfabetisch gezien bengelen de drie bands wegens hun beginletter ergens achteraan het alfabet, maar qua muzikale kwaliteit nemen ze een plekje in de voorste echelons in. Wode heeft duidelijk haar tijd genomen om die eerste volwaardige langspeler neer te pennen, als je ziet dat hun eerste en enige demo reeds vijf jaar geleden werd uitgebracht. De band serveert ons zes krachtige black metal tracks die samen afklokken op achtenveertig minuten speeltijd en die zonder al te veel overtollige franjes of poespas een terugkeer naar het Scandinavische – er wordt tussen de Noorse en Zweedse school heen en weer gepingpongd – basisgeluid uit de jaren negentig inluiden. Bekijk het als de twee reeds eerder aangehaalde bands minus de heidense invloeden maar met in plaats daarvan subtiele verwijzingen naar de post-black metal van een Altar Of Plagues of de sludge/black van een band als Ultha. De lekker zware productie met grimmige korrel doet deze plaat bovendien alle eer aan! Op het eerste gehoor lijken de songs onderling weinig te verschillen, maar eens de melodieën zich in je oorschelpen nestelen, ontdek je de pracht van dit album. Ook de dynamiek van het album ontplooit zich na meerdere luisterbeurten. Zo gaat “Cloaked in ruin” van start met een lompe doomriff om daarna in galop over te gaan tot raggende black metal geïnjecteerd met Zweedse Dissection melodieën en solo. Het rockende begin van “Spectral sun” tovert een glimlach op mijn gezicht om daarna weer in grimassen te vertrekken wanneer de venijnige black zich van mij heer en meester maakt. Deze eerste van Wode is een echt groeialbum…wat op termijn meestal de beste albums blijken te zijn.

JOKKE: 83/100

Wode – Wode (Broken Limbs Recordings 2016)
1. Death’s edifice
2. Trails of smoke
3. Cloaked in ruin
4. Spectral sun
5. Plagues of insomnia
6. Black belief

Drudkh – Борозна обірвалася (A furrow cut short)

Gelukkig nemen sommigen in Oekraïne liever de instrumenten in de hand dan een kalasjnikov. Dat er heel wat muzikale activiteit is in het politiek onstabiele Oostblokland getuigen onder andere Kroda (“Ginnungagap ginnungagaldr Ginnungakaos”), Khors (“І ніч схиляється до наших лиць (Night Falls onto the Fronts of Ours)”) en ook de vaandeldragers van de Oekraïense black metal scene Drudkh met vers-van-de-pers plaatwerk. “Борозна обірвалася (A furrow cut short)” is ondertussen full length nummer tien op de teller. De band rond spilfiguur Roman Saenko heeft voor het eerst meer dan twee jaar nodig gehad om een nieuwe plaat in te blikken. In tussentijd verschenen wel nog twee zoethoudertjes onder de vorm van een split-EP met Winterfylleth en een compilatie EP met covers. En natuurlijk was er met “Dark star on the right horn of the crescent moon” vorig jaar ook nog iets te melden door Blood Of Kingu, waar alle Drudkh leden ook deel van uitmaken. Met “Борозна обірвалася (A furrow cut short)” (geen idee wat ze met de titel bedoelen, en vermits deze bende niet openstaat voor interviews zullen we zelf op zoek mogen gaan naar een mogelijke betekenis) krijgen we voor het eerst dan ook wel bijna een vol uur aan melancholieke pagan black metal met licht heroïsche insteek te verteren. Daar waar ik de oude platen soms aan de korte kant vond, is het nu echter een beetje veel van het goede. Hoewel de muziek terug iets meer ballen heeft in vergelijking met de twee vorige platen en de sound terug op-en-top Drudkh is (dus zonder de postrock-uitstapjes die vooral op “Handful of stars” gemaakt werden), verschillen de nummers onderling nét te weinig om de boel een uur lang spannend en interessant te houden. De subtiele keyboardlagen in het tweede deel van “Cursed sons” en “To the epoch of unbowed poets” (ik laat de Oekraïense vertalingen voortaan achterwege om te vermijden dat mijn vingers in de knoop geraken door achterwaartse flikflakken met dubbele schroef te moeten uitoefenen op mijn klavier om de speciale karakters tevoorschijn te toveren) voorzien de muziek wel nog van een episch filmisch karakter. De Engelse collega’s Winterfylleth duiken hier als referentiekader op, hoewel je natuurlijk een boom zou kunnen opzetten over wie nu wie beïnvloed heeft. Op de uitvoering en de transparante sound (heerlijk om te ontdekken wat die basgitaar allemaal doet) valt niets aan te merken. Leuk detail is de sound van het splash cymbaaltje van drummer Vlad dat regelmatig aan een flitsend zwaard doet denken. Wanneer het tweeluik “Dishonour” passeert is de aandacht spijtig genoeg weggeëbd en verwordt het geheel tot een achtergrondmuziekje, wat toch niet de bedoeling kan/mag zijn. Het uptempo en heroïsche karakter van “Till foreign ground shall cover eyes” grijpt je als luisteraar wel terug bij het nekvel, maar neemt niet weg dat de plaat een kwartiertje te lang duurt.

JOKKE: 76/100

Drudkh – Борозна обірвалася (A furrow cut short) (Season Of Mist 2015)
1. Прокляті сини I (Cursed sons I)
2. Прокляті сини II (Cursed sons II)
3. Епосі нескорених поетів (To the epoch of unbowed Poets)
4. Тліючий попіл (Embers)
5. Безчестя I (Dishonour I)
6. Безчестя II (Dishonour II)
7. Поки не засиплють чужою землею очі (Till Foreign Ground Shall Cover Eyes)

Fen – Carrion skies

Het Britse Fen gaat al Jaren door het leven als het kleine broertje van Agalloch. Deze Amerikaanse pagan black metal pioniers namen de Britten reeds enkele malen mee op sleeptouw bij hun doortocht door Europa. Vooral hun laatste gezamenlijke passage uit 2013 staat bij ondergetekende in zijn geheugen gegrift met een memorabel optreden van Agalloch, dat ik niet snel zal vergeten. Tijdens het concert van Fen werd duidelijk dat ze de nodige capaciteiten in huis hebben om nog enkele treden hoger op de ladder te klimmen. Iets wat hen zou moeten lukken met het fantastische nieuwe album “Carrion skies” onder de arm. Op deze vierde langspeler gaat de band een pak grimmiger te keer dan op eerdere releases, maar het gevoel voor melodie en melancholie wordt toch nergens uit het oog verloren. Het openingstweeluik “Our names written in embers”, meteen goed voor zeventien minuten, schiet onheilspellend uit de startblokken, maar bevat tevens een mooie progressieve passage die uitmondt in sfeervol gitaarwerk en baspartijen die refereren aan Isis ten tijde van “Panopticon”. Net zoals op vorige albums bevat de rauwe black metal basis ook nu weer de nodige postrock-elementen die als sfeermaker dienen en opbouwend tewerk gaan. Net wanneer je een climax verwacht schakelt de band echter over op progressief riffwerk om daarna hard van leer te trekken met blastend black metal geweld. De invloed van Agalloch blijft onherroepelijk aanwezig, maar over het algemeen gaat het er bij Fen een pak steviger en feller aan toe.  Fen opteerde steeds voor een organische productie, wat niet altijd even geslaagd uitpakte (zoals de gebrekkige productie op “Epoch” en “The malediction fields”), een euvel dat op “Carrion skies” volledig van de baan is. De heldere, doch verre van afgelikte productie draagt nog meer bij aan het genotsproces. Ogen dicht en laat je in “The dying stars” meeslepen op een avontuurlijke muzikale rondreis doorheen ons universum. In “Sentinels” wordt de progressieve kaart getrokken en uitgespeeld. Tesamen met cleane zang en Floydiaans gitaarwerk, is de geest van het Noorse Enslaved nooit veraf. Hoewel de plaat slechts zes songs telt, klokt deze wel op meer dan één uur speeltijd af. Verveling is echter niet aan de orde, want Fen weet de luisteraar steeds bij de aandacht te houden. De ene keer droom je weg langsheen donkere ondoordringbare wouden, kronkelende bergrivieren en monolytische natuurlandschappen, de andere keer zit je op het puntje van je stoel, zoals tijdens mijn favoriet “Menhir – Supplicant”. Het dertien minuten durende “Gathering the stones” sluit de plaat op monumentale wijze af. Of het nu bezwerende heroïsche cleane zang, van emotie doordrongen screams, breekbare weeklachten of mysterieus gefluister is, frontman Frank “The Watcher” Allain gaat het allemaal even goed af. Ook zijn twee kompanen leveren een uitmuntende prestatie af. “Carrion skies” is met voorsprong het beste album van Fen en kan de concurrentie met de laatste plaat van Agalloch met gemak aan. Samen met Winterfylleth en Wodensthrone houden ze de eer van Britse (pagan) black metal hoog. Recent kondigde Agalloch aan begin 2015 naar het oude continent af te zakken voor een Europese tour. Benieuwd of Fen opnieuw van de partij zal zijn om “Carrion skies” live aan het publiek voor te stellen. Zorg in elk geval dat je dan aanwezig bent, want dat wordt genieten geblazen!

JOKKE: 86/100

Fen – Carrion skies (Code 666 – 2014)
1. Our names written in embers – Part 1 (Beacons of war)
2. Our names written in embers – Part 2 (Beacons of sorrow)
3. The dying stars
4. Sentinels
5. Menhir – Supplicant
6. Gathering the stones

Winterfylleth – The divination of antiquity

De maand oktober is dé maand bij uitstek voor een nieuwe release van het Engelse pagan black metal gezelschap Winterfylleth, daar de bandnaam oud-Engels is voor de langste maand uit onze kalender. Of de vorige platen ook het levenslicht zagen in oktober kan ik mij niet meer herinneren, maar feit is dat hun “English heritage black metal” sowieso het best tot zijn recht komt in de gure herfstmaanden. Op “The divination of antiquity” vallen geen grote verrassingen te bespeuren, eerder een verdere finetuning van hun sound en muzikale formule, die zeer herkenbaar is en als een groot pluspunt beschouwd kan worden. Dit Engelse collectief blinkt uit in het neerpennen van uitgesponnen heroïsche nummers waarin een ongemene schoonheid en puurheid op melodisch vlak te bespeuren valt. Je voelt aan de muziek dat deze oprecht is en vanuit het diepst van hun ziel komt in tegenstelling tot vele andere pagan of folk bands. Daarom horen ze ook thuis in het rijtje van de groten der aarde op gebied van historische pagan (black) metal, namelijk Primordial, Drudkh en Helrunar. Over het algemeen wordt het gaspedaal diep ingeduwd, maar steeds blijft dat gevoel voor melodie aanwezig al is het op sommige momenten eerder onderhuids te voelen in de kolkende black metal stroom (“The divination of antiquity”, “Whisper of the elements” of “Foundations of ash”). Absoluut hoogtepunt van de plaat is het ruim tien minuten durende “A careworn heart” dat ingezet wordt met kippenvel opwekkende akoestische gitaren en epische koorzang. De daaropvolgende melancholische gitaarmelodie zal menig luisteraar onberoerd laten, net als de epische noot in “Over borderlands”. Enkel op de song “The world ahead” blijven de elektrische gitaren en drums achterwege en wordt het verhaal gebracht mits akoestische gitaren en heldere zang. Het afsluitende “Forsaken in stone” is de traagste en meest doomy track van het album. Invloeden die niet verwonderlijk zijn, gezien zanger/gitarist Chris Naughton en drummer Simon Lucas ook deel uitmaken van de sludge/doom band Atavist. Hoewel de verrassing er wel af is, is Winterfylleth er voor de vierde keer op rij in geslaagd om een spannende en onderhoudende plaat te schrijven. De release van de vorige twee albums liep bijna gelijktijdig met nieuw plaatwerk van hun Engelse brothers in arms en labelmakkers Wodensthrone, waarvan hopelijk ook snel nieuw materiaal te verwachten valt.

JOKKE: 84/100

Winterfylleth – The divination of antiquity (Candlelight Records 2014)
1. The divination of antiquity
2. Whisper of the elements
3. Warrior herd
4. A careworn heart
5. Foundations of ash
6. The world ahead
7. Over borderlands
8. Forsaken in stone