Grafjammer – Affiniteit met mensen die tussen de kieren van de maatschappij in de afgrond vallen

Kerktorens als verloren bakens? Wankel in het schuimend brak. Kadavers drijven tussen daken. In het kolkend gat“. Grafjammer vuurt op zijn derde langspeler “De zoute kwel” (uit op 18 december via Folter Records) weer een sterk staaltje primitieve Nederlandstalige necrorock op de luisteraar af. In negen vunzige en vuile nummers vertelt Grafjammer verhalen over messenzwaaiers, zelfmoordenaars, flagellanten, samenzweerders, brandende kinderen en de smerige onderbuik van de stad Utrecht en dit met een slagkracht die de dijken doet breken. Grafjammer zanger en spreekbuis Jorre verduidelijkt enkele zaken. (JOKKE)

(c) Michiel De Wilde

Laat ons alvorens het over de nieuwe plaat te hebben, een duik nemen in het verleden. Grafjammer werd in 2007 opgericht als studioproject, maar evolueerde stilaan toch tot een live act. Wat deed jullie van idee veranderen om te beslissen podia her en der onveilig te maken?
De misère heeft zich als volgt voltrokken. Harry van Breda en ikzelf zijn in 2007 met Grafjammer begonnen als duo. Dat kwam erop neer dat we voor ons eigen jolijt thuis een handvol nummers opnamen en die daarna op Myspace lieten beschimmelen. Verder waren we druk bezig met andere bands. In 2012 luisterden we die nummers nog eens door met een biertje erbij en kwamen tot de conclusie dat het misschien zonde was om daar verder niks mee te doen. Daarom hebben we toen Jurgen, die ik kende uit Engorge op drums erbij gevraagd en mijn broer Jelle op bas en zijn we gaan oefenen in een smerige, oude, koude varkensstal in Wijk bij Duurstede. Zo zijn we door de jaren heen steeds een beetje serieuzer geworden. De bezetting is daarbij een aantal keer veranderd van samenstelling, maar vanaf 2016 spelen we met hetzelfde troepje zielen. En sinds lange tijd ook gewoon in het prettig verwarmde dB’s in Utrecht.

Waar ligt jullie sterkte anno 2020 als je jullie plaat- en studiowerk afweegt tegenover jullie live concerten?
Goede vraag, daar heb ik nooit over nagedacht eigenlijk. Ik vind dat altijd meer iets voor andere mensen om te bepalen. Ik denk dat we onszelf niet zo gruwelijk serieus nemen en zowel levend als op plaat een pot botvergruizende tyfusherrie brengen die tegelijkertijd swingt als een tiet.
Daarbij proberen we qua teksten en thematiek een stukje origineler uit de hoek te komen. Door het zo lokaal mogelijk en Nederlands te houden en wat af te wijken van de geijkte ‘satan of seriemoordenaars’ onderwerpen waar veel extreme bands zich van bedienen.

Toen ik de achtergrond van enkele bandleden uitpluisde, bleek dat jullie uit gevarieerde hoeken van het metallandschap komen. Zo speelden jullie in verscheidene black, death, thrash, grindcore, hardcore en stoner/sludge bands. De liefde voor welke bands bracht jullie tesamen in Grafjammer?
Het uitgangspunt is altijd een mengsel geweest van bands als Darkthrone, Carpathian Forest, Venom, Carnivore en Motörhead. En dat is eigenlijk niet veranderd. Tegelijkertijd zijn we ook daar niet zo bewust mee bezig. We kijken gewoon wat er naar boven komt drijven. Een riff werkt of werkt niet en meestal horen we vrij snel of iets Grafjammer is of dat het door de plee kan.

Jullie spelen naar eigen zeggen “primitive Dutch Necrorock”, een mix van black metal, punk, D-beat en Motörhead. Wat is er mis met het label “black ‘n roll”?
Nou ja, wij rubriceren onszelf het liefst als Primitieve Nederlandstalige Necrorock. Die Engelse vertaling is van iemand anders. Persoonlijk vind ik necrorock net wat beter smeren dan black ’n roll. Daar zijn al genoeg bands van. Bovendien geeft het mensen weer wat om op te kauwen over wat we er nou precies mee bedoelen.

Jullie derde langspeler “De zoute kwel” verschijnt twee jaar na voorganger “Schalm & schabauw”, maar in tussentijd verschenen ook nog drie splits. Dateren de nummers van de splits en de nieuwe plaat van dezelfde schrijfsessies of werken jullie release per release aan nieuwe muziek?
De nummers van de splits en het nieuwe album zijn ongeveer in dezelfde chronologische volgorde geschreven als ze zijn uitgekomen. Daarin maken we niet echt uitgebreide plannen van te voren. Jeroen en Jouter, onze gitaristen, schrijven tamelijk constant riffs en ruwe ideeën voor nummers die allemaal op een digitale plank belanden. Zodra het tijd wordt voor nieuw materiaal kiezen we daar iets van om in de oefenruimte over te gaan bakkeleien. Net zolang totdat het opdroogt tot een Grafjammer nummer. Of we besluiten dat het bij nader inzien toch kut is. Dan gaat het overboord en beginnen we opnieuw. Hetzelfde geldt voor titels en onderwerpen. Ik heb altijd een klein arsenaal aan ideeën liggen en zodra een nummer vastere vorm begint aan te nemen, kies ik daar iets van wat past.
Een kleine uitzondering op bovenstaande was onze split “Koude gracht/Gramme werf” samen met Wrang. Omdat het bedoeling was dat die nummers echt samen een thematisch geheel zouden vormen hebben we daar iets meer overleg over gepleegd dan gewoonlijk. Maar normaal doen we eigenlijk maar wat.

(c) Leon Schut

Jullie werkten reeds met een bont allegaartje aan labels samen, maar voor “De zoute kwel” verkozen jullie met het Duitse Folter Records in zee te gaan. Vanwaar juist de keuze voor dit label?
Omdat ze ons een goed aanbod deden. Bovendien is Joerg van Folter een sympathieke en capabele gozer met een groot netwerk. Daarmee hopen we dan ook met Grafjammer weer wat meer aan de weg te kunnen timmeren. De samenwerking verloopt tot nu toe uitstekend.

Zal “De zoute kwel” ook op analoge geluidsdragers zoals tapes en vinyl uitgebracht worden?
Onze eerdere albums verschenen de afgelopen jaren op cassette op het toevallig eveneens Berlijnse tapelabel Black Tapes. We zijn erg blij dat Matthias Frenzel van Black Tapes ook weer “De zoute kwel” wil uitbrengen. Die zal tegelijk met de CD op 18 december a.s. verkrijgbaar zijn. Als het album een beetje wil verkopen hopen we van harte dat Joerg van Folter ook de portemonnee wil opentrekken voor een vinyl uitgave. Mocht dat toch niet lukken dan denk ik dat we het zelf alsnog in eigen beheer zullen doen.

Daar waar veel blackmetalbands een eerder rurale insteek hebben, is dat bij jullie eerder een urbaan gegeven met een duidelijk link naar de stad Utrecht.
Op zich richten we ons niet per se alleen op de stad Utrecht. Zo ben ik met mijn broer opgegroeid in een klein dorpje in de Betuwe en ook op een aantal legendes uit die streek hebben we in het verleden nummers gebaseerd. Utrecht is daarnaast geen hele grote stad en het is maar een klein stukje naar de bossen en het platte land. Maar de stad is waar we vandaag komen en de verhalen liggen er op straat dus zodoende komt ze veel terug in onze muziek.

Het nummer “Zelfverminkers & spiritusdrinkers” handelt over de drank- en drugsverslaafden in en rond het centraal station van Utrecht. Is er een grote problematiek qua overlast door drank- en drugsmisbruik in Utrecht?
Zelfverminkers & spiritusdrinkers” gaat inderdaad onder andere over de junks en de zwervers rond het Centraal Station. Sinds de grote verbouwing zijn ze grotendeels verdreven naar andere delen van de stad, maar tot ver in de jaren ’10 waren met name de gangen onder het station berucht als plaatsen van verderf en leed. Het bijzondere is dat op de plek van het huidige station in de middeleeuwen een ‘ellendigenkerkhof’ lag, net buiten de toenmalige stadsmuren. Hier werden alle ter dood veroordeelden, landlopers, ongedoopten en gekken begraven. Ik vond die verbinding met de verschoppelingen van de huidige tijd interessant.

Hoe staan jullie tegenover het consumeren van drank en drugs?
Sowieso heb ik een affiniteit met mensen die om wat voor reden dan ook tussen de kieren van de maatschappij in de afgrond vallen. Het bijhorende misbruik van alcohol en drugs is in mijn optiek hierbij eerder en symptoom en een vorm van zelfmedicatie dan de oorzaak zelf.
De meeste leden van Grafjammer zijn niet vies van een drankje en in het verleden soms ook nog wel van wat sterkers, maar tegenwoordig houden we het binnen de perken.

Eerst dacht ik dat “De bijlman van Trecht” over één of andere lokale moordenaar handelde, maar dat is blijkbaar niet het geval. Het nummer lijkt iets te maken te hebben met een opvallendheid in het stratenplan van Utrecht. Hoe zit dat juist?
De bijlman is een zogenaamd geoglief. In de middeleeuwse stadsplattegrond van de Utrechtse (water)wegen is een figuur zichtbaar die een bijl omhoog houdt. De consensus is dat dit volledig op toeval berust, maar er zijn uiteraard oude verhalen die anders beweren. Het is daarnaast opvallend dat bijvoorbeeld de voet van de Bijlman in ‘Bijlhouwerstraat’ ligt. Die straat heette dan vroeger weer ‘de Halve Kous’. In zijn knie ligt de zogenaamde ‘gesloten steen’, een grote zwerfkei waarvan men beweert dat deze behekst is door de duivel en daarom met een gewijde ketting aan een gevel is geklonken. Het blad van zijn bijl ligt op het Paardenveld, wat dan weer een executieplaats was in vroeger tijden. Met dit soort verhalen en legenden kan ik me avonden vermaken.

In de bijhorende videoclip nemen jullie de luisteraar mee op een ondergrondse tocht langs de meest welriekende plekjes van Utrecht. Je hebt de clip toch al aan jullie toeristische dienst bezorgd hoop ik?
Zeker niet. Ik ben mordicus tegen het aanprijzen van Utrecht als bezienswaardigheid. Laat alle toeristen maar lekker naar de Nutellawinkels in Amsterdam gaan. Persoonlijk ben ik voorstander van het terugplaatsen van galgen met rottende lijken bij de stadspoorten en grote borden met ‘Ophoepelen, hier is geen ruk te zien’.

Hoewel Utrecht niet aan zee ligt, handelen enkele teksten ook over maritieme onderwerpen. Vanwaar deze fascinatie?
Dat komt omdat ik uit een maritieme familie kom waar je niet helemaal serieus wordt genomen als je niet een poosje op zee gevaren hebt. Zodoende heb ik ook in het verleden gewerkt als stuurman op de grote vaart. Ook hadden mijn ouders een boot waarmee we altijd op vakantie gingen. Door de verhalen van mijn vader zat de fascinatie voor alles wat met zee en schepen te maken heeft er al vroeg in.

In “Bakboordshand” horen we accordeonklanken van de hand van Jacco De Wijs (Heidevolk). Behalve Windir en diens “Arntor” plaat, ken ik niet meteen veel blackmetalbands die dit instrument in hun muziek incorporeren. Kennen jullie nog goede voorbeelden die het checken waard zijn?
Voor deze vraag verwijs ik je even door naar Jouter of Jahwe, die houden beiden de huidige staat van black metal wat beter bij dan ondergetekende.
Jouter: Accordeon komt wel vaker in black metal voor hoor. Zo kan ik je “Niemals kroenender als was einst war” van het Duitse Arathorn aanraden: gave second wave black metal en één van de eerste releases op Folter Records. En natuurlijk ook het Russische Pathway met o.a. “The songs of the death“.
Jorre: Totaal geen black metal, maar wel een aanrader met accordeon vind ik persoonlijk de Kift. Wazige punkfanfare met Nederlandse teksten. Een andere is Jason Webley, een Amerikaanse folk (straat)muzikant.

Een andere gast die meermaals opdraaft is Wrang’s Galgevot. De leden van Wrang lijken zo wat jullie partners in crime te zijn, niet? Jullie delen klaarblijkelijk ook dezelfde interesse voor jullie thuisstad Utrecht en hebben het niet zo begrepen op te arty farty black metal?
Dat klopt. “De zoute kwel” was simpelweg niet compleet zonder een paar getergde uithalen van Galgenvot. Wrang is een band die ons zeer na aan de boezem ligt. We delen uiteraard onze drummer Jahwe en daarnaast wisselen we wel vaker personeel uit. Galgenvot kan namelijk zo’n beetje alles en heeft dus ook al regelmatig op bas of gitaar bij ons ingevallen. Jouter doet hetzelfde bij Wrang. Het zijn fijne mensen en we hebben elkaar inderdaad gevonden in een collectieve weerzin jegens quasi intellectuele kutbands.

Een andere band waar jullie goed mee opschieten is het Zwitserse Chotzä. Jullie delen een split, zijn ondertussen labelgenoten en diens zanger ontwierp jullie nieuwe albumcover. Hoe zijn jullie met deze heren in contact gekomen en wat bevalt jullie zo aan Chotzä?
Chotzä is inderdaad een andere broederband. Het eerste contact hiermee werd ooit gelegd door Jahwe. Daarna hebben ze twee jaar geleden gespeeld op onze albumpresentatie. En vervolgens werden wij weer uitgenodigd bij hen in Bern. Chotzä weet als geen ander hoe je een ronkend nummer schrijft dat rockt als een koe en tegelijkertijd niks inlevert op vuiligheid of extremiteit. En net als wij hebben ze een broertje dood aan wierook, gewaden of ander spiritueel geleuter.

Mijn oog viel ook op het woord ‘addergebroed’ in de tekst van het nummer “Maak het kort”. Over welke voormalige eerste minister handelt dit schijfsel?
Dat nummer gaat over Johan van Oldenbarneveld die tijdens de 80 jarige oorlog raadspensionaris was van de Staten van Holland. In 1618 werd hij vrij plotseling door zijn voormalige vriend en stadhouder Maurits van Oranje gearresteerd en later in een politiek schijnproces ter dood veroordeeld wegens landverraad. Volgens de overlevering schijnt hij rustig en waardig het schavot te hebben betreden en als laatste tegen zijn beul te hebben gepreveld: “maak het kort, maak het kort”. Ik kan me echter zo voorstellen dat van Oldenbarneveld, die na een lang leven in dienst van de natie op zo’n laaghartige manier door de Prins van Oranje een mes in zijn rug kreeg pislink moet zijn geweest. In ons nummer maakt hij vlak voor zijn executie dan ook het hele land, de bevolking, de prins en zijn moeder uit voor rotte vis en vervloekt hij ze tot in hun schoenveters.

Niet alleen jullie teksten, maar ook op sociale media communiceren jullie steevast in het Nederlands en lijken daarbij ook een voorliefde voor archaïsche woorden en taalgebruik te hebben. Welke schrijvers en dichters inspireren jullie op het gebied van het schrijven van teksten?
Klopt. We houden het graag bij onze moerstaal. Er wordt al zoveel onnodig Engels gekakeld.
Ik lees graag en veel boeken over allerlei uiteenlopende onderwerpen, maar een idee voor een nummer kan net zo goed uit de krant of een tijdschrift komen. Wat betreft oud Nederlands taalgebruik vind ik “Lucifer” van Joost van de Vondel bijvoorbeeld prachtig. Of “Het Journaal van Bontekoe‘. Maar ook de bijna vergeten schrijver Johan Brouwer uit de jaren ’30. Dichterbij huis heb ik laatst nog “Het psalmenoproer” van Maarten ’t Hart gelezen. Een schatkamer voor oude en in onbruik geraakte woorden.

Het thema op de hoes van “Schalm & schabouw” was vuur. Nu kozen jullie voor het tegenovergestelde element water. Het coverartwork lijkt gelinkt te zijn aan de tekst van het nummer “Kolkgat”. Kunnen jullie dit verder toelichten?
Poeh, je haalt er meer uit dan wij erin gestopt hebben. Dat idee van water en vuur zie ik nu voor het eerst. Nooit bij stilgestaan.
De hoes is een schilderij gemaakt door Patrick ‘Szivilizs’ Huber, de zanger van Chotzä. Op ons verzoek heeft hij zich hierbij gebaseerd op een gravure van Reinier Vinkeles, “De dijkdoorbraak bij Millingen in 1799“. Het origineel hangt in het rijksmuseum. We vonden het een bijna Bijbelse en tegelijkertijd oer-Nederlandse afbeelding die vooral goed aansluit bij de albumtitel en ook het nummer “Kolkgat” inderdaad.
We waren in eerste instantie van plan de gravure gewoon te gebruiken als hoes, maar uiteindelijk vonden we dat toch te makkelijk en te generiek. We willen graag iets van onszelf. Patrick kan een aardig potje kwasten en vond het een leuke uitdaging. We zijn erg blij met het resultaat en het geeft perfect de sfeer en het thema van het album weer.

Ruim een kwart van Nederland ligt onder zeeniveau. En maar liefst 59% van het land kan overstromen door water uit de zee of rivieren. Om Nederland te beschermen tegen deze overstromingen, werd ruim 3.700 kilometer aan waterkeringen gebouwd. Hierover verscheen recent de dramaserie “Als de dijken breken”. Aanrader? Lopen jullie (en een groot deel van de Belgische bevolking) daadwerkelijk een groot risico in geval van superstormen denken jullie?
Ha, die serie heb ik toevallig gezien. Maar ik was er niet stuk van. Jammer dat dit soort producties vaak mank gaan op teveel intermenselijk drama en ongeloofwaardige plotwendingen.
Maar wat betreft de dreiging van het water denk ik dat we de komende decennia nog wel wat te verstouwen krijgen. Die dreiging is er natuurlijk altijd geweest hier in de rivierdelta van de lage landen, maar alle onderzoeken wijzen op extremer weer en een stijgende zeespiegel in de nabije toekomst. Daar gaan we niet aan ontkomen en ik denk dat we al onze technologie en ons verstand zullen moeten gaan gebruiken om ervoor te zorgen dat we onze voeten droog houden. Mensen die momenteel nog klimaatverandering ontkennen of de menselijke factor daarin hebben hun hoofd heel diep in hun eigen anus zitten.

Jullie releaseshow zal in drie delen plaatsvinden las ik. Hoe zit dat juist?
Vrij simpel. Gezien de huidige corona maatregelen mogen we maar 20 mensen tegelijk in een zaaltje hebben. Daarom hadden we in eerste instantie bedacht dat we 2 keer op een avond zouden spelen om zo het aantal toeschouwers te kunnen verdubbelen. Omdat er veel animo was hebben we uiteindelijk besloten om er nog maar een rondje achteraan te doen. Het wordt dus een intensief avondje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s