Veertien maart 2020 wordt nog steeds collectief, slikkend en zuchtend, beschreven als de dag dat de wereld op slot ging – of alleszins ons Belgenland. Om klokslag middernacht moesten elk café, restaurant, niet-essentiële zaak dicht. Zo ook de concertzalen, maar niet voordat op vrijdag dertien maart nog twee Frans-Canadese bands in Brussel neerstraken. Enkele uren voor alles stilviel, waren we nog getuige van de eerste Belgische passages van Miserere Luminis en Délétère, en die eersten speelden ironisch genoeg dan ook mijn ‘show van het jaar’. Een pandemie en veertien jaar na het zelfgetiteld debuut komt het triumviraat bestaande uit Neptune, Icare en Annatar, de spilfiguren van geprezen acts als Gris en Sombres Forêts, met “Ordalie” aanzetten.
Dat de albumtitel zoveel als ‘beproeving’ betekent doet vermoeden dat het goudgemaskerd trio ons niet op hoopvolle geluiden zal trakteren, en voor wie het Frans voldoende machtig is weerspiegelen ook de uitvoerige, poëtische teksten weinig zonnestralen. “Dans l’essoufflement terrible de la destruction. // Et tombent près de toi // Des morceaux embrasés de paradis” schreeuwen Annatar en Icare wanhopig uit met hun typische, hees raspende krijsen, waarbij vooral de zang van Icare opvalt in de complexe songstructuren die het trio net zoals op hun voorganger ten berde brengt. Wanneer beide heren hun strot tegelijk opentrekken, vallen meerdere onvervalste kippenvelmomenten te noteren.
De vijf nummers, waarvan er vier langer dan zeven minuten duren, vervallen niet in de afgezaagde DSBM-clichés van eindeloos opbouwende, zwaar distorted riffs maar klinken daarentegen krachtig. De sterke productie doet vooral de zang en scherpe gitaarsound tot hun recht komen tijdens de vele melodieuze oorwurmen van leadlijnen die de revue passeren tijdens deze vijfenveertig minuten durende, welja, beproeving. Miserere Luminis levert geen rechtdoorzee composities af en flirt met dissonanten en verwrongen riffs, maar weet wel een verhalende structuur doorheen het album te weven, waar de vele met piano opgevulde rustpunten een belangrijke rol in spelen. Overigens breekt Miserere Luminis nergens echt snelheidsrecords (op één uitbarsting op het einde van “La fêlure des anges” en de epische finale van “De venin et d’os” na), maar dat betekent niet dat “Ordalie” vooral een trage plaat is: Icare is naast begenadigd zanger ook een getalenteerde drummer die enorm veel variatie in zijn overgangen steekt, waardoor de nummers moeiteloos voortstromen.
Twee van de drie muzikanten schreven met Gris ook “Il était une forêt”, wat mij betreft hét beste DSBM-album, en de wind van dit album lijkt ook wat door “Ordalie” te waaien: de contemplatieve songwriting en het meticuleus opbouwen, alsook het orkest dat het album afsluit, refereren sterk naar deze klassieker. Toch pakt Miserere Luminis het op een meer dynamische manier aan met meer tempowisselingen en een veel sterkere focus op de leadgitaar. Het levert een plaat op die moeiteloos haar plaats binnen het canon van de metal noir Québecois opeist, en met het fantastische artwork van Adam Burke ook mooi in de Kallax thuis prijkt.
CAS: 87/100
Miserere Luminis – Ordalie (Sepulchral Productions 2023)
1. Noir fauve
2. Le sang des rêves
3. La fêlure des anges
4. Les couleurs de la perte
5. De venin et d’os
