Het gebeurt zelden dat we een artiest bij elke release aan het woord laten, maar voor het uit Utrecht afkomstige Verwoed, geesteskind van Erik B., maken we graag een uitzondering daar we bij Adderverwoed (grapte Erik) fan van het eerste uur zijn. Telkens weer weet de instrumentalist zijn vorig werk te overtreffen met het recent op Argento Records/Wolves of Hades verschenen “The mother” als voorlopig hoogtepunt. Naar goede gewoonte schotelden we Erik B. dus enkele vragen voor om inzicht te krijgen in het totstandkomingsproces en de achterliggende thematiek van zien nieuwste creatie. (JOKKE)

The mother” heeft tamelijk lang op zich laten wachten, hoewel er in tussentijd nog wel pre-Verwoed werk werd uitgebracht, waarover later meer. Was er meer aan de hand dan deze vijfjarige tussenpauze enkel en alleen aan de covidpandemie toe te schrijven?
Om eerlijk te zijn speelde er wel meer naast de covidpandemie. Het ging in zijn algemeenheid niet goed met me kunnen we wel stellen. Ik verbleef in een omgeving waar de ruimte, rust en inspiratie al dan niet bewust als het ware uit me gezogen werd. Op bepaalde momenten voelde het alsof ik nog slechts een leeg omhulsel was van de persoon die ik ooit was. De passie leek verdwenen en het vuur gedoofd. Gelukkig heb ik mijzelf kunnen lostrekken van deze slangenkuil en hervonden, mede dankzij de steun van mijn naasten in mijn directe kring.

Voor “De val” deed je beroep op de drumkunde van Joris Nijenhuis, maar toch besloot je voor “The mother” de drumstokken terug zelf ter hand te nemen. Vanwaar die keuze? Ben je diep moeten gaan om de drumpartijen op tape te krijgen?
De val“, zoals je wellicht wel is opgevallen, zit qua drumwerk een stuk complexer en technischer in mekaar dan “The mother” met o.a. veel twinpedalstukken en gekke fills. Joris is misschien wel de beste (metal-)drummer die ik ken – zo onwijs strak en technisch onderlegd, zonder de ‘feel’ voor de muziek en het geheel te verliezen. Bovendien was hij destijds tevens de livedrummer van de band, dus lag de keuze hem te vragen “De val” in te drummen voor de hand.

Waar “De val” meer in lijn lag met complexere en dissonante muziekpartijen, is “The mother” meer een ‘organisch’ en trager geheel geworden (eigenlijk uiteindelijk ook wel een mooie weergave van überhaupt het ontstaan van dit album). Ik ben oorspronkelijk rond mijn tiende begonnen met drummen op de zolderkamer en zonder ooit een les te hebben gevolgd gaan drummen in hardcore- en punkbands. Sindsdien heb ik in meerdere bands op de drumkruk gezeten (o.a. bij UUR (vroeger Dresden/Leningrad) en op dit moment bij Nachtwaker). Dus om te zeggen dat ik écht diep moest graven… neen. Wel was het vooral een uithoudingsproces, zowel mentaal als fysiek (lacht). Er zijn bepaalde trage passages te vinden op de plaat die lastiger zijn om in te spelen dan wellicht hoorbaar. Na 2 dagen intensief zwoegen, en de steun van Georgios achter de knoppen, mocht het resultaat er echter zijn.

Werkte het schrijf- en opnameproces op één of andere manier bevrijdend? Is de reis belangrijker dan de bestemming?
Hmm… goede vraag. Het schrijfproces zeker wel, maar de opnames hebben zo tergend lang geduurd en veel van me gevraagd, om redenen beschreven in het antwoord op je eerste vraag, dat ik het lastig vind om daar met een gelukzalig gevoel op terug te kunnen kijken.
Over het algemeen genomen is het cliché ‘de reis is belangrijker dan de bestemming’ iets wat ik een warm hart toedraag, maar ik denk dat in het geval van “The mother” de bestemming, het uitbrengen van dit album, mij uiteindelijk meer bevrijding heeft geboden dan wat dan ook in de afgelopen vijf jaar.

Ik veronderstel dat het nieuwe album niet over je moeder gaat.
Dat heb je inderdaad goed (lacht). Al verdient zij ook zeker een album.

We are the lambs lost in the mountains/Sometimes comes the Mother/sometimes the wolf/Her voice draws near/Through the purple mist in the West”. Heb ik het bij het juiste eind dat je met ‘the mother’ hier eigenlijk naar Venus en een paarse Venusovergang verwijst? Lucifer of de morgenster lijkt me immers een regelmatig wederkerend gegeven in je teksten te zijn.
Het zal geen verrassing zijn, we hebben immers wel vaker met elkaar gekletst, maar je hebt het redelijk bij het juiste eind, ja. Interpretatie ‘in the eye of the beholder’ daargelaten, uiteraard.

‘The mother’, of ‘de moeder’ in deze zin, symboliseert in het geval van dit werk tevens de onvoorwaardelijke warmte, zij het in vleselijk of in spiritueel opzicht. Uiteraard heeft ook deze titel, evenals de bandnaam, meerdere lagen, ladingen en betekenissen. Ik zou het zonde vinden om alles uit de doeken te doen in een interview en juich vooral toe om er zelf betekenis in te vinden. Het is immers niet meer van mij.

Is er een soort van tekstuele wisselwerking tussen het titelnummer en de song “The child”?
Niet per se een tekstuele maar wel een spirituele wisselwerking. Waar de moeder me onvoorwaardelijk verwelkomt en tot haar neemt, is het kind daarvan de geboorte. Dat is tevens de reden waarom ik voor “The child” heb gekozen als eerste single voor het album.

In een vorig gesprek gaf je al aan dat de eeuwige zoektocht naar waarheid en spirituele bevrijding iets is dat je dagelijks bezig houdt. Hoewel je je in het verleden in je teksten meermaals tot een hogere kracht leek te richten, lijkt die nu in de song “The madman’s dance” in de vorm van Satan voor het eerst concreet bij naam te worden genoemd. Welke kracht of symboliek schuilt er voor jou in Satan/Lucifer?
De kracht van vrijheid, instinct en ongeremdheid.

Voor de tekst van “The madman’s dance” vond je inspiratie in het werk “Blood meridian” van de Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy. Vertel!
Niet enkel voor “The madman’s dance” hoor, het hele album is doordrenkt van referenties naar McCarthy (en andere literatuur)… Je bent vast wel bekend met het gevoel iets te zien, mee te maken, horen, lezen, proeven en te beseffen dat wat je op dat specifieke moment meemaakt iets zo dusdanig bijzonder is dat je het voelt in elke vezel van je lijf en je voor altijd bij blijft. “Blood meridian” deed, en doet enkele leesbeurten later, precies dat. Het is een meesterwerk waar ik, als het moet, eindeloze inspiratie uit zou kunnen putten. De setting, de manier van schrijven, de verbeeldingskracht van McCarthy en het neer kunnen pennen van de meest verachtelijke, verschrikkelijke personages en gebeurtenissen in een ongekende schoonheid… pure kunst.

De banner op je persoonlijke Facebookprofiel bevat het citaat “But first the notion that man has a body distinct from his soul, is to be expunged; this I shall do, by printing in the infernal method, by corrosives, which in Hell are salutary and medicinal, melting apparent surfaces away, and displaying the infinite which was hid. If the doors of perception were cleansed everything would appear to man as it is: infinite. For man has closed himself up, till he sees all things thro’ narrow chinks of his cavern.” Vanwaar de keuze voor deze passage uit William Blake’s werk “The marriage of heaven and hell”?
Zoals we wel vaker hebben besproken met elkaar, maak ik graag gebruik van bepaalde geestverruimende substanties in de vorm van psychedelica… Ik denk dat William Blake in specifiek die passage precies de vinger legt op wat geestverruiming met je kan doen en kan betekenen. Daarnaast ben ik een groot liefhebber van The Doors en hebben zij hun naam ontleend uit deze passage.

Je lijkt veel inspiratie op te doen in literair werk. Welke boeken liggen of lagen er recent zoal op je nachtkastje en kan je aan onze lezers aanbevelen?
Op dit moment lees ik erg veel science fiction. Onlangs zijn deze de revue gepasseerd: Stanislaw Lem – “Solaris“, Adrian Tchaikovsky – “Children of time“, Blake Crouch – “Dark Matter“. Op dit moment ligt Vernor Vinge – “A fire upon the deep” op mijn nachtkastje. Hierna is “The forever war” van Joe Haldeman aan de beurt, één van de favoriete boeken van S. (Laster). We hebben een soort boekenclub met zijn tweeën (lacht) waarin we boeken uitwisselen en bespreken.

Het viel me op dat veel teksten op de nieuwe plaat het woord ‘pray’ bevatten. Zoek je zelf soms momenten van bezinning of gebed op?
Gebed niet in de zin zoals een religieus persoon dat zou doen, maar bezinning zeker wel. Vooral in de natuur. Ik ben onlangs verhuisd van de randstad naar Gelderland, met de bossen op 5 minuten loopafstand van mijn nieuwe stek. Ik ben er ook wel van overtuigd dat bezinning niet per sé in religieuze context hoeft te bestaan of ontstaan.

Voor het eerst geen Nederlandstalige album- en songtitels zoals in het verleden, hoewel je teksten toen ook al in het Engels werden geschreven. Heb je de episode van Dood & Verderf radio over Nederlandstalige black metal vorig jaar gehoord en kon je je vinden in wat er zoal verteld werd?
Niet gehoord! Ik ben echter wel bekend met deze podcast. Ik ga deze episode een luisterbeurt geven.

De opnames vonden tussen 2019 en 2023 plaats onder begeleiding van Georgios Maxouris. Werkte je de opnames song per song of instrument per instrument af? Trok je steeds 100% voorbereid de studio in of was er ook ruimte voor inbreng van Maxouris en toevalligheden die zich in de studio voltrokken?
100% voorbereid zou ik niet zeggen… laten we 80% zeggen. Daar ik de partijen zelf geschreven heb, wist ik uiteraard wat er gespeeld moest worden, maar de toevallig- en onvoorspelbaarheden die zich af en toe voordoen in de studio probeer ik altijd te omarmen. Bepaalde partijen net anders spelen dan bedacht, een baslijn in het moment improviseren, ‘foutjes’ in het spel die eigenlijk heel goed blijken te werken…

Kregen je live-muzikanten Georgios Maxouris, Jeroen Vrielink en Michael Bertoldini carte blanche voor de extra gitaarpartijen die ze aanleverden voor “The mother”?
Voor de partijen in technische zin (hoe ze gespeeld dienden te worden) niet… Hoe ze dit echter wilden spelen en welke effecten, sounds, etc. ze hiervoor wilden gebruiken, zeker wel. Dat is ook precies de reden waarom ik Jeroen en Michael heb gevraagd om bepaalde partijen in te spelen – hun sound en spel is naar mijn beleving zo onlosmakelijk verbonden met onze live shows, dat ik ze per se terug wilde horen op plaat.

Georgios heeft met zijn gitaarsolo op “The madman’s dance” wél de vrije hand gekregen, gezien ik absoluut niet thuis ben in het schrijven van solo’s. De laatste avond voordat we met Pieter Kloos de studio in gingen om het album te mixen en uiteindelijk te masteren, stuurde Georgios me de solo door (lacht). Maar het resultaat mag er zeker zijn.

Dissonanten hebben altijd een speciale rol in Verwoed’s sound ingenomen, hoewel er nu ook heel wat melodie en muzikaliteit te horen valt door ondermeer veel met akoestische gitaar te werken. Op een bepaalde manier klinkt je muziek nu ook iets concreter dan de meer abstracte songstructuren die je in het verleden al eens gebruikte. Boorde je voor “The mother” ietwat andere invloeden aan dan in het verleden? Sowieso vind ik het niet zo’n gemakkelijke opgave om parallellen met andere bands te trekken.
Bedankt hiervoor. Jazeker, niet zozeer bewust – zoals eigenlijk alles ontstaat rondom Verwoed, laat ik alles graag ‘vloeien’ en organisch ontstaan. Als ik er de vinger op moet leggen, denk ik dat ik vooral meer de ruimte heb gelaten voor ‘niet-black metal’ op dit album en mezelf volledig vrij heb gelaten me zonder bepaalde convicties of stigma’s tegen te laten houden.

“A prayer of blood and fire” dient als inleidending terwijl de instrumentale tracks “Seven trumpets” en “A choir of null & void“ als een vorm van intermezzi kunnen gezien worden die een noodzakelijk rol lijken te vervullen die nodig was voor een goede flow van de plaat. Meer dan ooit lijkt de volgorde van de nummers op de tracklist erg belangrijk te zijn. Klopt dat?
Dat klopt zeer zeker. Alles is verbonden en verweven met elkaar op “The mother“.

De eerste incarnatie van Verwoed manifesteerde zich onder de alias Woudloper waarmee in 2014 een EP en een single werden uitgebracht. Beide werden in 2020 onder de titel “Woudloper” opnieuw uitgebracht, echter onder de naam Verwoed. Was het belangrijk om dit verleden ook als Verwoed volledig te omarmen?
Zeker. Het initiële plan om Woudloper ook op vinyl uit te brengen, lag er al sinds de release van “Bodemloos” in 2016. Om dit ook eindelijk te zien gebeuren, met compleet nieuw artwork van de hand van Joost, voelde alsof er een nieuwe cirkel rond was.

Sinds de debuut-EP “Bodemloos” werk je consequent met Terzij De Horde zanger Joost Vervoort als grafisch vormgever van dienst. Die heeft zichzelf wederom overtroffen met zijn schilderij voor “The mother” in wiens abstracte penseelstroken ik een soort van larve meen te ontwaren. Hoe kijk jij naar de opkomst van AI in grafisch werk voor o.a. albumhoezen? Snap je de kritiek die een band als Pestilence recent over zich heen kreeg?
Ik heb daar wel een mening over, ja. Ik begrijp niet hoe je als artiest of kunstenaar zo’n blinde vlek kunt hebben dat je niet kunt (of wilt) inzien dat kunstmatige intelligentie in de kunst een smet en een vloek is. Er zijn honderden, zo niet duizenden, briljante kunstenaars met visie, vuur en passie die leven voor de kunst, die je zou kunnen vragen om een hoes te ontwerpen voor je album. In samenspraak iets visueels neerzetten, waar bloed, zweet en tranen in zit, wat de muziek versterkt en onlosmakelijk met elkaar verbindt… Waarom zou je AI verkiezen boven zoiets puurs en moois als dat? Ik begrijp het echt niet, maar hoef het gelukkig ook niet te begrijpen.

Op 4 februari 2021 traden jullie op in VPRO On Stage en dat op uitnodiging van een hoofdgast, in dit geval Raven van Dorst, die gastzang verzorgde op “De val”. Het programma vloeide voort uit de coronamaatregelen die ervoor zorgden dat de zalen en de podia van Nederland leeg waren. Niet leuk voor de liefhebber die het zonder de podiumkunsten moest stellen en vooral niet leuk voor de kunstenaars en artiesten. In afwachten van het opschorten van de maatregelen die live optreden onmogelijk maakten, gooide On Stage vanuit TivoliVredenburg de deuren van de zaal wagenwijd open. Hoe was het om voor een lege zaal op te treden en hebben jullie veel reactie op jullie TV-passage gekregen?
Een bizarre ervaring (lacht). Een buitengewone kans en een eer dat Raven ons hiervoor gevraagd heeft. In een tijd waarin letterlijk niks mogelijk was en we notabene te maken hadden met de avondklok, was dit echt een enorme verademing en bevrijding. Alle opgekropte energie, woede om de situatie, kwam eruit. Ik denk dat dit ook mooi te zien is in het fragment. Het is natuurlijk maf om voor een ‘lege zaal’ te staan (cameramensen en crew daargelaten), maar daar merkte ik eerlijk gezegd weinig van. Ik ben er trots op dat we dit hebben kunnen en mogen doen.

Hoe kijk je terug op heel die covidperiode? Heb je hier persoonlijke lessen uit getrokken?
In zekere zin wel. Voor mij persoonlijk is het nog steeds merkbaar dat, wanneer ik naar een band sta te kijken of naar een museum ga, dit helemaal niet zo vanzelfsprekend is als het lijkt. Ik neem minder voor lief en de waardering voor kunst is groter geworden.

Hebben jullie al veel shows – met hopelijk goed gevulde zalen – op de planning staan ter promotie van “The mother”?
Er staat genoeg op de planning waarover ik nog niks kan en mag loslaten. Hou vooral onze pagina’s in de gaten, zou ik zeggen.