Kludde heeft wat te vieren want er staan 25 jaar op de teller. Naar aanleiding van die mijlpaal legden we de band 25 vragen voor. Omdat de gemiddelde aandachtspanne vandaag de dag niet meer zo groot is, hebben we het interview opgedeeld in drie delen. In het eerste deel van ons gesprek blikken de leden van Kludde terug op de vroege jaren van de band en de chaos die ermee gepaard ging. Van de eerste repetities als tienercollectief tot de ruwe beginperiode met Clauw en de geboorte van Kludde als project: niets was strak georganiseerd, maar alles was gedreven door goesting, experiment en een flinke dosis muzikale anarchie. (JOKKE)

Proficiat met jullie 25-jarig jubileum! Hoe voelt het om een kwarteeuw Kludde te vieren?
Snoodaert: Bedankt! Het voelt alleszins niet alsof het al 25 jaar geleden is. De beginperiode tot aan onze hiatus is hier en daar wel wat wazig geworden. Begrijp me niet verkeerd: er zijn nog genoeg herinneringen, maar die voelen soms alsof ze uit een ander leven komen. De periode rond onze reünie in 2014 staat daarentegen nog helder op mijn netvlies, alsof het gisteren was. Voor mij voelt het zelfs alsof de band toen pas écht begonnen is. Al bij al is het een geweldig traject geweest, en daar ben ik best trots op. Ik kan me ondertussen geen leven zonder Kludde meer voorstellen. Wat mij betreft mogen er gerust nog eens 25 jaar bijkomen, al lijkt me dat misschien wat optimistisch.
Laat ons even terugkijken naar hoe het destijds allemaal begon. Alvorens Kludde te beginnen, speelden Uglúk en Snoodaert in de band Clauw, maar daar werd niet veel mee bereikt. Welke visie of plan zat er achter Kludde dat er niet was bij Clauw?
Snoodaert: Clauw was in het begin eigenlijk niet meer dan een vriendenkliek van schoolkameraden en gasten die we leerden kennen in jeugdcafé ’t Koerken in Aalst. We waren gemiddeld amper 15 à 16 jaar oud toen we eraan begonnen. Niemand van ons kon echt spelen, laat staan nummers componeren. We waagden ons aan krakkemikkige covers van Rammstein, Slayer, Darkthrone, Motörhead en zelfs Summoning — op een bepaald moment hadden we namelijk twee keyboardspelers in de band.
Zoals je kan verwachten, was er heel wat verloop in de bezetting. Op een bepaald moment bestonden we zelfs uit zeven of acht leden. Met sommige van die gasten heb ik later nog in andere bands gespeeld, zoals Ezekiël 28, Zeus Walks the Earth en Welcome to Holyland, en tot op vandaag zijn dat nog steeds zeer goede vrienden.
Toen Uglúk bij de band kwam, was er al snel een muzikale klik die ik met de rest van Clauw niet voelde. Iedereen had zijn eigen stijl en visie, en die liepen behoorlijk uiteen. Veel riffs werden afgekeurd omdat ze “té black metal” klonken. Daarom besloten Uglúk en ik ergens eind 2001 om die riffs te gebruiken voor een zijproject. Zonder inmenging van anderen, gewoon doen waar we zin in hadden en rauwe, minimalistische black metal schrijven.
Het schrijfproces ging plots opvallend vlot en in geen tijd lagen de eerste nummers klaar. In die periode hadden we nog niet de kennis of de middelen om op pc op te nemen, dus namen we alles op met een cassetterecorder. Het enige wat nog ontbrak, waren drums, maar we kenden geen drummers die blastbeats konden spelen.
Toen Kajsr, een van de keyboardspelers van Clauw, een drumcomputer kocht, vroegen we hem om die voor ons te programmeren. Aanvankelijk was het niet de bedoeling dat hij ook synths zou inspelen, maar hij had zulke sterke ideeën dat we hem zijn gang lieten gaan — wel met de afspraak dat het niet te symfonisch zou worden, maar eerder een evenwicht van 50/50 met sfeervolle aanvullingen. Achteraf bekeken was dat een goede keuze, want de synths zijn echt een meerwaarde voor de muziek op “Langs Scheld- en Denderland”.

Hoe kijken jullie vandaag naar die eerste demo “Langs Scheld- en Denderland”? Met een nostalgische blik of eerder als iets dat jullie zijn ontgroeid?
Snoodaert: Er is zeker een periode geweest waarin ik zoiets had van: dit wil ik niet meer spelen. Ten tijde van “De verdoken waarheid” vonden we de nummers van de demo niet hard genoeg en te braaf; het nieuwe materiaal was altijd beter. Nummers zoals “De schijnheilige drievuldigheid” en “Slet” hebben echter nog lang deel uitgemaakt van onze set, vooral op aandringen van Cerulean, want zelf hoefde dat voor mij niet per se.
Na onze reünie hebben we eens geprobeerd om een demonummer te repeteren en de synths te vervangen door leadgitaar, maar dat werkte niet echt. Ook omdat de gitaren intussen zwaarder gestemd waren, veranderde de hele sfeer meteen. Sinds “De horla” heeft Vellekläsjer geleerd om op clicktrack te drummen, wat het mogelijk maakte om de synths opnieuw te integreren zonder een extra bandlid te moeten aanwerven. Nu we die nummers opnieuw in de juiste stemming én met synths repeteren, ben ik ze opnieuw beginnen waarderen en speel ik ze weer met plezier.
Cerulean: Bij mij hangt daar een andere vorm van nostalgie aan vast. Ik heb het eerste Kludde-optreden zelf meegemaakt als nietsvermoedende tiener in het publiek, op SMI Rock in Aalst. Ik was meteen onder de indruk en ben in die periode ook behoorlijk verslaafd geraakt aan de demo. Ik speel die nummers nu dus vooral als fan en minder als Kludde-lid, aangezien ik geen betrokkenheid had bij het schrijven of opnemen ervan.
De drums op de originele opnames klinken extreem primitief; er zijn zelfs lange stukken waar bewust of onbewust geen hi-hat of ride aan de patronen werd toegevoegd, wat eigenlijk net bijdroeg aan de unieke sfeer van die nummers. Toch waait er op repetities nu een frisse wind door die songs, omdat we ze met een echte drummer spelen. Zoals Snoodaert al zei, spelen we ze in de originele stemming en worden de originele synthtracks gebruikt, waardoor het aanvoelt als een authentieke maar toch iets modernere beleving. De zang nemen we momenteel zelf op ons, maar voor de jubileumoptredens gaan we uiteraard volledig retro en halen we Uglúk er opnieuw bij.

Jullie live shows uit de beginjaren stonden bekend om hun extreme en chaotische karakter (bloed, vuur, maden…). Was dat pure provocatie of hoorde dat echt bij de muzikale beleving?
Snoodaert: Een beetje van beide eigenlijk. Enerzijds hoorde het er gewoon bij: de pinnenbanden en corpsepaint. Je spiegelt je aan je voorbeelden en als 18-jarige tiener vind je dat natuurlijk allemaal geweldig en mega fars. Anderzijds moest het ook opvallen; er moest iets memorabels aanwezig zijn. Vandaar dat we op onze eerste show meteen met vuurspuwen uitpakten.
Daar was op voorhand geen overleg met de organisatie over gebeurd, omdat we wisten dat ze dat sowieso zouden weigeren omwille van brandveiligheid en dergelijke. We speelden dus bewust in op het verrassingseffect. Ik herinner me nog heel goed de paniek in hun ogen toen Uglúk, volledig theatraal met een fakkel, door het publiek de zaal binnenkwam, het podium opsprong en tijdens het eerste nummer enkele steekvlammen tot tegen het plafond van de zaal spuwde. En de organisatie maar roepen langs de zijkant van het podium: “Doet dat uit! Doet dat uit!!”
Onverantwoord was het zeker, maar iedereen wist wel meteen wie we waren.
Ook onze act met maden was vrij origineel. Voor de show gingen we eerst langs bij de lokale hengelsportzaak om enkele bakjes wormen en maden in te slaan. Tijdens het optreden namen we er een handvol in de mond en spuwden die over het publiek. Een week later zaten de locaties waar we gespeeld hadden vol strontvliegen (lacht).

Jullie noemen die periode zelf de “smerigste en ranzigste” uit jullie loopbaan. Wat maakte die fase zo intens? Enkele smerige anekdotes die gedeeld kunnen worden?
Snoodaert: We moesten ooit een show spelen in Antwerpen met Battalion, Leng T’che en Silent Secrets. Zoals gewoonlijk hadden we onze maden mee, een kilo of twee in totaal. Daarnaast zat er ook nog een kilo rottende americain préparé bij voor de vleesmaden. Voor we begonnen, kieperden we alles samen in een lege kattenbak die we ergens op de locatie hadden gevonden. Daar ging ook nog een liter of vier varkensbloed over. Uglúk zou dat tijdens de show over zichzelf gieten, dat was het plan.
Maar onze toenmalige bassist Desecrator dacht daar anders over. Tijdens het eerste nummer stopte hij plots met spelen, nam die kattenbak vast en kieperde de volledige inhoud het publiek in. Nog nooit zoveel gedegouteerde en boze blikken gezien als toen; de eerste rijen waren compleet “gezegend”. Grietjes in dure gothic outfits, alles onder… Op minder dan vijf minuten speelden we een volle zaal leeg. Iedereen droop letterlijk en figuurlijk af. De enigen die bleven staan waren de organisatie en enkele van onze beste vrienden en toenmalige roadies, op veilige afstand weliswaar.
Toen Leng T’che daarna het podium opkwam, had hun zanger, in zijn ninja-kostuum destijds, twee à drie nummers lang liggen rollen in onze vuiligheid en maar uitslibberen op die vettige vloer. De organisatie kwam achteraf zelfs zeggen dat ze het fantastisch vonden wat we hadden gedaan.
Ook muzikaal en tekstueel probeerden we altijd zo smerig en ranzig mogelijk te zijn. Lees de lyrics van “De paardenneukeraar” of “Wormen” er maar eens op na. Onze liveshows zaten vol fouten, en dan heb ik het niet over kleine missers die niemand opmerkt, maar complete black-outs midden in nummers, volledig naast de drums spelen, gitaarkabels die niet ingestoken waren zonder dat we het doorhadden, enzovoort. Kajsr besloot op een bepaald moment zelfs geen synths meer te spelen live en zat ongeïnteresseerd joints en sigaren te roken op het podium.
We waren eigenlijk altijd zat en stoned, pure chaos. Toen Ketter als drummer erbij kwam, speelde hij alles dubbel zo snel en konden wij niet meer volgen. Dat hoor je zelfs op de opnames van “De verdoken waarheid”. Het mocht allemaal en het kon allemaal, en wij waren tevreden. Jammer dat er niet veel live-opnames uit die periode bestaan. Aan de andere kant is het ook een zegen dat er toen nog geen smartphones waren.

Met “De verdoken waarheid” gingen jullie duidelijk een hardere, meer agressieve richting uit. Jullie huidige labelbaas Mike Keirsbilck van Consouling Sounds heeft een verleden in de band Wanhoop waarmee “De verdoken waarheid” als split werd uitgebracht. Is het door deze split dat jullie vele jaren later voor de release van “In de kwelm” met Consouling Sounds besloten samen te werken?
Snoodaert: Neen, ik denk niet dat Mike ons op basis van een split-album van 15 jaar geleden getekend heeft. Consouling Sounds kiest bands omdat ze ze gewoon goed vinden. Voor “In de kwelm” hebben we enorm veel promo’s rondgestuurd naar zowel grote, middelgrote als kleine labels. Er waren uiteindelijk vier à vijf geïnteresseerden, waaronder ook Immortal Frost Productions.
We hebben met al die partijen heel wat heen-en-weer gemaild om zoveel mogelijk informatie te verzamelen. Uiteindelijk hebben we gekozen voor Consouling Sounds, omdat dat gewoon het beste voelde voor ons. Op zich was dat ergens wel verrassend, want we dachten echt dat Kludde niets voor hen zou zijn. Blijkbaar zaten we daar dus mis.
Om Mike zijn woorden te gebruiken: hij vond “In de kwelm” overweldigend goed en was volledig omvergeblazen door onze sound. Het feit dat we elkaar al langer kenden, zorgde er natuurlijk voor dat de samenwerking van in het begin heel ontspannen en vlot verliep.
