Mørkgrim werd opgericht in 1994, maar bleef meer dan 3 decennia grotendeels sluimeren alvorens uiteindelijk met het debuutalbum “Sǫgur frá Norðfirði“, dat op 2 oktober via Soulseller Records zal verschijnen, naar buiten te treden. In plaats van te proberen het geluid van het begin van de jaren ’90 te reconstrueren, put het album uit de oorspronkelijke geest van het project. Tegelijkertijd combineert het rauwe black metal met folk, Noordse tradities en het ruige landschap van Nordfjord. Achter Mørkgrim schuilt Hrafngrímnir, een muzikant wiens muzikale reis hem van de Noorse blackmetalunderground naar een succesvolle carrière als multiplatina-producer in de Amerikaanse hip-hop heeft gebracht. Met tal van vragen onder de arm gingen we het gesprek met Hrafngrímnir aan. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Waarom voelde het juist nu als het juiste moment aan om iets wat zo lang sluimerde opnieuw tot leven te wekken?

In de jaren ’90 speelde ik in andere bands, terwijl Mørkgrim vooral bestond als een eenmansproject. Ik had ideeën en een zeer duidelijke visie, maar op dat moment beschikte ik simpelweg niet over de middelen om alles samen te brengen zoals ik het in mijn hoofd hoorde.

Het leven ging verder en muziek werd een steeds groter onderdeel ervan, eerst via bands en uiteindelijk door mijn werk als producer. Mørkgrim is nooit verdwenen, maar er was altijd wel iets anders dat mijn aandacht opeiste.

Toen mijn zoon me vertelde dat ik die plaat eindelijk moest maken, viel alles op zijn plaats. Plots voelde ik dat ik zowel de reden als de mogelijkheid had om af te maken waar ik meer dan dertig jaar eerder aan begonnen was. In die zin was Mørkgrim nooit echt sluimerend, eerder onaf.

Je schreef in de beginperiode van het project verschillende Mørkgrim-nummers die nooit werden opgenomen. Hebben sommige van die composities uiteindelijk hun weg gevonden naar “Sǫgur frá Norðfirði” of heb je het verleden bewust ongemoeid gelaten?

Een deel van het DNA is bewaard gebleven. Ik had oude riffs en ideeën uit die periode en een aantal daarvan heeft in volledig nieuwe vormen zijn weg naar het album gevonden. Andere dingen werden helemaal opnieuw opgebouwd en een groot deel van de plaat werd van nul af aan geschreven.

Ik had geen interesse in een archeologische reconstructie van hoe Mørkgrim in 1994 misschien geklonken zou hebben. Ik wilde het gevoel bewaren dat ik toen had, niet de muziek in dat jaar bevriezen.

Het verleden zit dus absoluut in het album, maar het zit er niet in gevangen. Ik wilde een plaat maken die voor mij tijdloos aanvoelt, in plaats van een plaat die bewust oud probeert te klinken.

Het debuut is een conceptalbum met de titel “Sǫgur frá Norðfirði“, oftewel “Tales from Nordfjord“. Welk verhaal vertelt het album en waarom wilde je Nordfjord als uitgangspunt voor dat verhaal gebruiken?

Het is niet echt een verhaal met een conventioneel begin, midden en einde. Ik zie het eerder als een passage door verschillende toestanden en plaatsen.

De luisteraar beweegt zich door aanroeping, geweld, afdaling, verlichting, visioen, breuk en ritueel, om uiteindelijk een drempel te bereiken. De raaf opent de passage, bloed en oorlog doen hun intrede, duisternis wordt het lot, het noorderlicht onthult de aanwezigheid van de doden, Freyja brengt een visioen, Garm zorgt voor de breuk en Varðlokkur brengt alles samen in ritueel en magick.

Nordfjord werd de natuurlijke wereld rond die passage omdat het album hier tot stand kwam. Bergen, bossen, fjorden, mist, duisternis, stilte… Het zijn geen achteraf toegevoegde decors. Ze maken deel uit van de wereld waarin de plaat bestaat.

Het album bereikt uiteindelijk een kust, maar er is geen echt einde. Zelfs de verborgen boodschap die op de negende minuut van de outro verschijnt, maakt deel uit van die structuur. Negen heeft een belangrijke plaats binnen de Old Ways en doorheen het hele album.

De laatste bonustrack is geen epiloog, maar de drempel naar waar de reis hierna ook naartoe gaat.

Hoe hebben het landschap en de geschiedenis van Nordfjord de nummers gevormd? Zijn de teksten gebaseerd op specifieke historische bronnen, lokale folklore en sagen of zijn ze grotendeels je eigen interpretatie van de oude tradities?

Ik zou niet zeggen dat het landschap of de geschiedenis van Nordfjord de nummers voor mij heeft geschreven, maar het feit dat ik hier ben, gaf ze wel een fysieke wereld waarin ze konden bestaan.

De teksten zijn niet bedoeld als historische reconstructies of als hervertellingen van specifieke lokale sagen. Ze komen voort uit tradities, natuur, geleefde ervaringen, magie en dingen die voor mij zeer reëel en dichtbij zijn. Alles wordt echter getransformeerd door middel van poëtische vertelling.

De muziek combineert de rauwe agressie van vroege jaren ’90 black metal met akoestische folk en Noordse elementen. Was het moeilijk om de juiste balans tussen die twee kanten te vinden of kwam die combinatie vanzelf? Om eerlijk te zijn, vind ik de flow wat gefragmenteerd doordat black metal en folk ongeveer evenveel ruimte krijgen.

Ik begrijp wat je met die fragmentatie bedoelt, maar op een bepaalde manier is die fragmentatie essentieel voor de plaat.

Ik had een rechttoe-rechtaan blackmetalalbum kunnen maken en het folkmateriaal apart kunnen houden. Waarschijnlijk zou het geheel dan conventioneler hebben gevloeid, maar daarmee zou het hele idee achter “Sǫgur frá Norðfirði” zijn ingestort.

Ik zie het album bijna als het volgen van een zwerver. Het landschap verandert om je heen. Het ene moment trek je door iets gewelddadigs en chaotisch, en plots opent alles zich naar stilte, ritueel of natuur. Die veranderingen maken deel uit van de reis.

Ik heb dus nooit echt gezocht naar een balans tussen black metal en folk. Elk onderdeel verscheen waar ik vond dat de reis het nodig had. De fragmentatie zit niet tussen de nummers, maar maakt deel uit van het verhaal dat ze vertellen.

Je gaf reeds aan dat het album zeer zorgvuldig is opgebouwd rond het getal negen, met onder meer herhalingen, de trackstructuur en de verborgen boodschap die op de negende minuut van de outro verschijnt. Waarom werd negen zo’n belangrijk organiserend principe?

Negen heeft een diepe betekenis binnen de Old Ways, dus toen het album vorm begon te krijgen, voelde het natuurlijk aan om het een onderdeel van de architectuur te maken.

Maar ik gebruikte het niet omdat ik wilde dat luisteraars met een notitieboekje naast zich zouden zitten om de plaat op te lossen. De meeste mensen zullen misschien nooit alles opmerken wat ermee verbonden is, en dat is prima. Het ging er meer om het album op te bouwen volgens een taal die persoonlijk betekenis voor me heeft. Bijna alsof je iets schildert met symbolen die al heel lang deel uitmaken van je leven. Je hoeft de structuur niet noodzakelijk te herkennen om te voelen wat ze creëert.

Je zegt dat het album niet bedoeld is om ontcijferd te worden. Toch zit er enorm veel symboliek, mythologie en doelbewuste structuur achter. Is er geen spanning tussen de luisteraar de reis intuïtief te willen laten ervaren en hem tegelijk zoveel aanwijzingen voor interpretatie te geven?

Niet echt, want ik zie die dingen niet als aanwijzingen. Het waren instrumenten die ik gebruikte om de wereld van het album op te bouwen. De symboliek, getallen, rituelen en tradities hebben voor mij persoonlijk allemaal betekenis, maar ik vraag de luisteraar niet om tot dezelfde interpretatie te komen. Het zijn de fundamenten onder de plaat, geen instructies voor hoe je ze moet begrijpen. Ik heb liever dat iemand zijn ogen sluit en het album hem ergens naartoe laat brengen dat totaal anders is dan de plaats waar het mij brengt. Het album moet iets doen ontwaken: een beeld, een herinnering, een gevoel, misschien iets wat je zelfs niet kunt uitleggen. Dat deel behoort toe aan de luisteraar.

Het album werd geschreven en opgenomen op een afgelegen boerderij waar je bewust zonder veel moderne gemakken leeft. Hoe belangrijk was die fysieke afzondering voor het geluid en de sfeer van “Sǫgur frá Norðfirði“?

De afzondering heeft de muziek niet gecreëerd. Die dingen zaten al in mij.

Wat de boerderij deed, was de plaat een omgeving geven die overeenkwam met wat ik aan het creëren was. Stilte, duisternis, weer, bergen, afstand van mensen. In plaats van die sfeer te moeten verbeelden, leefde ik erin. Voor mij werd de omgeving bijna een soort resonantiekamer voor het album. Ze weerspiegelde iets wat er al was en maakte het dieper.

Authenticiteit was voor mij ook belangrijk. Ik wilde niet over een bepaalde manier van bestaan schrijven terwijl ik er zelf volledig los van stond. Uiteindelijk ging dat veel verder dan alleen een album maken. Dit is de plek waar ik nu permanent woon.

Je omschrijft de Old Ways niet als een imago, maar als een manier van leven. Wat betekent dat onderscheid voor jou, vooral binnen een blackmetalscene waarin Noordse mythologie en heidense beeldtaal vaak eerder een esthetiek dan een geleefde ervaring zijn geworden?

Voor mij is het verschil enorm. De Old Ways worden vaak gereduceerd tot mythologie, religie, goden, symbolen of iets historisch dat mensen bestuderen. Zo zie ik het niet. Die dingen kunnen er deel van uitmaken, maar ze vormen slechts het oppervlak. Voor mij gaat het veel meer over hoe je volgens de Old Ways leeft: je relatie met jezelf, de natuur, opoffering, volharding, consequenties en wat je bereid bent te geven om iets betekenisvols te bereiken. Ik werd hier als kind toe geroepen en na verloop van tijd werd het steeds complexer, totdat het uiteindelijk de basis werd van de manier waarop ik mijn leven leid.

Dat betekent niet dat ik het verleden romantiseer. Er hangt een prijskaartje aan het leven volgens bepaalde principes. Opoffering is betekenisloos als er daadwerkelijk niets wordt opgeofferd. Maar via dat proces zijn er dingen die je kunt ontdekken die je van buitenaf onmogelijk echt kunt begrijpen. Ik schrijf hier momenteel zelfs een boek over, omdat ik het gevoel heb dat er een hele dimensie van de Old Ways is waar zelden over wordt gesproken.

Geloof je dat echte afzondering en een nauwere band met de natuur noodzakelijk zijn om overtuigende muziek over de oude goden en tradities te maken of kan iemand die in een moderne stad woont via verbeelding en studie dezelfde plek bereiken?

Nee. Ik geloof niet dat iemand in afzondering moet leven om overtuigende muziek over wat dan ook te maken. Muziek is persoonlijk en iedereen bereikt die op een andere manier. Maar mijn eigen relatie met afzondering, natuur, verbeelding en studie verschilt waarschijnlijk van de conventionele betekenis van die woorden.

Afzondering leert me luisteren. Natuur leert me kijken. Verbeelding is voor mij geen ontsnapping aan de realiteit. Het is een manier om iets te zien wat nog niet bestaat en er vervolgens naartoe te bewegen. En studie draait niet om het lezen van boeken. De diepste studie is vaak de studie van jezelf en van ervaringen.

Ik zie de oude goden ook niet echt als onderwerpen waarover ik besloot muziek te schrijven. Ik zie ze als metgezellen. Op dezelfde manier zijn oude tradities voor mij geen interessante historische thema’s. Het zijn sporen van een manier van leven die de moderne samenleving grotendeels vergeten is.

Sǫgur frá Norðfirði” is dus geen album over de goden of de Old Ways. Het is een reis waarin goden, natuur, rituelen, de dood, magick en vele andere zaken toevallig aanwezig zijn.

Wordt zo afgelegen leven ooit beperkend of geeft de afwezigheid van moderne afleidingen je juist meer creatieve vrijheid?

Ik denk eigenlijk niet in termen van de vraag of een bepaalde plaats me comfort biedt. Ik ben veel meer geïnteresseerd in waar ik moet zijn om de dingen te bereiken die ik wil bereiken. Als dat betekent dat ik afgelegen moet wonen, dan woon ik afgelegen. Als een van mijn doelen morgen vereist dat ik ergens compleet anders ben, dan ga ik daarheen.

Maar creatief gezien is er inderdaad een enorme vrijheid in het verwijderen van lawaai uit je leven. Ik heb geen televisie, ik word niet omringd door constante informatie en ik voel niet veel verplichting om volgens het ritme te leven dat de maatschappij van je verwacht. Wanneer je genoeg stemmen van buitenaf verwijdert, moet je uiteindelijk naar je eigen stem luisteren.

Nils “Dominator” Fjellström vervoegde Mørkgrim in 2023. Dat is een opmerkelijke keuze, aangezien Dominator een zeer herkenbare reputatie heeft op het vlak van extreme precisie en agressie. Waarom koos je voor hem en botste zijn aanpak ooit met het primitieve, instinctieve karakter dat je Mørkgrim wilde meegeven?

Voor mij is Nils een van de beste drummers in de extreme metal, dus dat hij deel werd van Mørkgrim was iets heel bijzonders. Maar wat mij interesseerde, was niet alleen zijn snelheid of technische vermogen. Precisie hoeft niet noodzakelijk in strijd te zijn met iets primitiefs of instinctiefs. In de juiste handen kan ze dat instinct zelfs nog gewelddadiger maken. Nils begreep wanneer de muziek kracht nodig had en wanneer ze ruimte nodig had. Hij kwam niet binnen met de bedoeling te demonstreren wat hij technisch allemaal kon. Hij luisterde naar wat de nummers nodig hadden en bracht vervolgens zijn eigen karakter daarin binnen. Hij heeft de primitieve kant van Mørkgrim niet gladgestreken, maar haar een extra wapen gegeven.

Verschillende gastmuzikanten maken hun opwachting op het album. De IJslandse zangeres en artieste Saga B verzorgt de leadzang op “Freyja Kvað”. Was haar IJslandse achtergrond relevant toen je haar voor het nummer benaderde, zeker gezien Mørkgrim’s focus op Noordse tradities?

Ik kende Saga al en toen “Freyja Kvað” vorm begon te krijgen, wilde ik specifiek een vrouwelijke vocalist voor het nummer. Omdat ze IJslands is, had Saga er geen probleem mee om de teksten natuurlijk uit te spreken. Ze bracht ook enkele van haar eigen melodische ideeën aan en ik voelde meteen dat die daar thuishoorden. Haar stem gaf het nummer precies de sfeer die ik zocht. Op dat moment was de beslissing dan ook heel eenvoudig. Het ging er niet om iemand erbij te halen alleen omdat ze IJslands was. Ze begreep de sfeer van het nummer en voegde er iets echt eigens aan toe. Uiteindelijk zong ze de leadzang op “Freyja Kvað”, terwijl ik de achtergrondzang voor mijn rekening neem.

De Engelse gitarist Dev Gohil schreef mee aan “Nordljós” en leverde extra gitaarwerk. Hij deelt ook de gitaarsolo op “Blóðsvǫrr”. Er is een interessant contrast tussen de extreme eenzaamheid waarin Mørkgrim ontstond en het feit dat een andere gitarist daadwerkelijk hielp om een deel van de muziek vorm te geven. Ondermijnt samenwerking dat gevoel van afzondering, of wordt het gewoon onderdeel van het creatieve proces zodra de nummers je boerderij verlaten?

Ik zie daar geen tegenstelling in. Afzondering betekent niet dat je andere mensen niet tot de muziek toelaat.

Dev is een geweldige gitarist. Ik had een solo voor “Blóðsvǫrr” opgenomen, maar ik wist dat die nog niet helemaal was waar ik ‘haar ‘em wilde hebben. Dev is technisch een veel betere gitarist dan ik, dus vroeg ik hem om voort te bouwen op wat ik al had opgenomen. Wat hij toevoegde, was precies wat het nummer nodig had. Later stuurde hij me enkele gitaarideeën die uiteindelijk ook onderdeel werden van “Nordljós”.

De afzondering is de plek waar een groot deel van de wereld van Mørkgrim bestaat, maar het is geen regel dat alles door één persoon moet worden gecreëerd. Samenwerken met getalenteerde muzikanten als Nils, Saga en Dev geeft me mogelijkheden die ik alleen niet zou hebben. Eenzaamheid geeft me de visie. Samenwerking kan die visie soms groter maken.

Uiteindelijk keerde je de blackmetalscene de rug toe omdat je vond dat ze haar ware ziel aan het verliezen was. Was er een specifiek moment of een bepaalde ontwikkeling waardoor je besefte dat je er geen deel meer van wilde uitmaken?

Het gevoel dat me oorspronkelijk tot black metal had aangetrokken, leefde nog steeds sterk in mij, maar ik had het gevoel dat het langzaam uit de scene zelf verdween. Wat ooit als iets diepers dan muziek had aangevoeld, werd steeds meer gewoon een genre.

Dat is geen oordeel over de richting waarin de scene zich heeft ontwikkeld. Ze weerspiegelde gewoon niet langer wat black metal voor mij persoonlijk betekende.

Toen black metal zich verder verspreidde, voelde ik me steeds meer losgekoppeld van de scene eromheen. Ik heb altijd het instinct gehad om me terug te trekken wanneer iets te vastomlijnd of voorspelbaar begint te worden.

Tegelijkertijd veranderde het geluid van veel bands die me oorspronkelijk naar black metal hadden getrokken. Ze evolueerden in richtingen waar ik me in het begin niet echt mee verbonden voelde.

Ik ben nooit gestopt met van black metal te houden. Ik stapte uit de scene omdat ik er niet langer dezelfde geest in herkende die me er oorspronkelijk naartoe had getrokken. De muziek bleef bij me. De scene niet.

Je muzikale reis nam na je vertrek uit black metal een nogal onverwachte wending en leidde er uiteindelijk toe dat je een multiplatina producer werd met nummer-één-noteringen in de Billboard-hitlijsten en credits in de Amerikaanse hip-hop. Hoe heeft die ervaring de manier beïnvloed waarop je vandaag compositie en productie benadert? De zang staat erg prominent in de mix – is dat het resultaat van je productiewerk in hip-hop?

Ik weet zeker dat alle muziek die ik door de jaren heen heb gemaakt me op de een of andere manier heeft beïnvloed, maar ik heb nooit bewust gedacht: “Dit is wat hip-hop me heeft geleerd, dus nu ga ik het toepassen op black metal.” Ik benader beide in wezen op dezelfde manier: ik blijf eraan werken totdat wat uit de luidsprekers komt voor mij goed aanvoelt. Zelfs mijn producties in hip-hop klinken vaak anders dan wat standaard is, omdat ik nooit bijzonder geïnteresseerd ben geweest in het aanpassen van mijn geluid om bij een trend te passen.

Hetzelfde geldt voor de mix van dit album. De zang staat niet prominent omdat ik een of andere hip-hop-productieformule heb toegepast. Ik hou er gewoon van dat zang en drums een sterke fysieke aanwezigheid hebben, terwijl gitaren soms bijna kunnen functioneren als textuurlagen die de wereld erachter schilderen. Zo hoor ik muziek gewoon graag.

Er is een amusant contrast tussen underground Noorse black metal en mainstream Amerikaanse hip-hop. Heeft het werken op zo’n verschillend niveau binnen de muziekindustrie ervoor gezorgd dat je de compromisloze aard van je vroege blackmetaljaren anders bent gaan waarderen?

Van buitenaf lijken het waarschijnlijk compleet tegenovergestelde werelden. Ik heb ze nooit echt zo ervaren. Ik benader ze vanuit dezelfde mentaliteit: maak iets waar ik zelf echt naar wil luisteren en maak je niet al te druk over waar het geacht wordt te passen. Er zijn zelfs eigenschappen in hip-hop die voor mij verrassend dicht bij black metal liggen: duisternis, rebellie, individualisme, je eigen wereld creëren en soms bewust buiten datgene gaan staan wat als aanvaardbaar wordt beschouwd. Ik hou om verschillende redenen van beide genres. Maar black metal heeft altijd dichter bij mij gestaan.

Je omschrijft Mørkgrim als “Black Metal returned to its source”. Dat is een behoorlijk straffe uitspraak. Wat maakt jouw aanpak tot een terugkeer naar de bron van het genre, eerder dan simpelweg een moderne interpretatie van vroege jaren ’90 black metal?

Toen ik black metal voor het eerst ontdekte, voelde ik dat er iets achter de muziek zat wat niet gereduceerd kon worden tot riffs, distortion of een imago. Het voelde alsof de muziek slechts het zichtbare deel was van iets dat veel dieper ging.

Terwijl ik “Sǫgur frá Norðfirði” maakte en er nu naar terugluister, is diezelfde diepgang voor mij aanwezig. Dat is wat “terug naar de bron” voor mij betekent. Niet terugkeren naar 1994. Terugkeren naar wat black metal in de eerste plaats meer dan muziek liet voelen.

Als “Sǫgur frá Norðfirði” daadwerkelijk in 1994 was opgenomen in plaats van in 2026, hoe anders denk je dat het zou hebben geklonken?

Rauw, primitief en uiteraard veel minder gepolijst, maar ook gevuld met frustratie. Ik wist wat ik wilde dat Mørkgrim zou zijn, maar ik wist toen nog niet hoe ik daar moest komen.

Als ik het album in 1994 had voltooid, zou het zeker ruwer en waarschijnlijk ook primitiever hebben geklonken. Maar ik denk niet dat het daardoor authentieker zou zijn geweest. Het zou simpelweg minder compleet zijn geweest.

Wat geeft Mørkgrim je, na zo’n lange reis door compleet verschillende muzikale werelden, dat produceren voor andere artiesten je nooit kan geven?

Ik geniet oprecht van het produceren voor andere artiesten. Er is iets bijzonders aan het binnengaan van de wereld van iemand anders, begrijpen wat die persoon probeert te creëren en vervolgens samen iets opbouwen dat geen van beiden noodzakelijk alleen zou hebben gemaakt. Maar Mørkgrim heeft een compleet andere functie in mijn leven. Er is geen artiest om te begrijpen, geen briefing om te interpreteren en geen wereld buiten mezelf waar ik moet binnentreden. Alles kan daar samenkomen: muziek, natuur, ervaringen, overtuigingen, duisternis, dingen die ik sinds mijn kindertijd met me meedraag en dingen die ik nu nog steeds ontdek. Wanneer ik voor iemand anders produceer, help ik die persoon zijn wereld te bouwen. Met Mørkgrim betreed ik de mijne.