Bloedmaan en Crypts of Dusk delen een voorliefde voor de tweede golf van black metal, maar geven die elk een eigen invulling: vampirische romantiek tegenover necromantie en duistere fantasy. De persoonlijke banden tussen beide Belgische projecten vormden de aanleiding voor een splitrelease die eind deze maand via Void Wanderer Productions wordt uitgebracht en die niet alleen muzikaal verwantschap blootlegt, maar ook vragen oproept over originaliteit, samenwerking en de versnipperde Belgische metalscene. We spraken met Rönarg (Bloedmaan) en het duo Azamoth en Amalthea (Crypts of Dusk) over traditie, creatieve vrijheid en wat de toekomst voor beide bands in petto heeft. (JOKKE)

Bloedmaan en Crypts of Dusk grijpen, net als enorm veel andere bands, sterk terug naar de tweede golf van black metal. Wat maakt volgens jullie het verschil tussen een band die werkelijk iets toevoegt aan die traditie en een band die vooral goed heeft geluisterd naar haar platenkast?
Rönarg: De zogezegde winnaars van het gevecht worden meestal pas achteraf uitgeroepen. En zoals je zegt, zijn er veel kandidaten. Ik ben een kleine achttien jaar geleden begonnen met black metal te maken. Het is dus niet zo dat we gisteren een bandje hebben opgericht om snel even op de kar te springen.
In al die tijd ben ik nooit van mijn visie afgeweken; ik heb ze alleen maar verfijnd. Als mensen mijn projecten goed genoeg vinden om ze als kleine band tussen de grote namen in hun platenkast te zetten, dan is dat voor mij al meer dan voldoende. Ik beschouw het zelfs als een eer. Wat het verschil maakt? Dat weet ik niet.
Azamoth: Ik denk dat het verschil vooral zit in de kwaliteit van de muziek zelf. Binnen metal wordt er veel herkauwd en veel mensen luisteren liever naar de zoveelste nabootsing dan dat ze iets nieuws proberen. Sommige artiesten slagen erin om de muziek uit een bepaalde periode heel goed na te bootsen, terwijl anderen iets bijzonder unieks doen en daarmee een eigen fanbase weten op te bouwen. Volgens mij hebben beide benaderingen hun plaats binnen de scene en hangt het uiteindelijk vooral af van de kwaliteit van de muziek.
Zonder vernieuwende artiesten blijft iedereen dezelfde bands herkauwen. Maar zonder artiesten die de traditie in stand houden, zouden we de essentie van een (sub)genre vergeten en alleen nog kunnen verlangen naar de gloriedagen ervan, toen de bands die deze muziek hebben uitgevonden nog live optraden.
Amalthea: Iets klakkeloos overschrijven is natuurlijk een gemakkelijke manier om een hommage te brengen. Het interessante aan muziek maken binnen een bestaand genre zit er volgens mij echter in dat je verschillende elementen samenbrengt en ze op een eigen manier presenteert. Met deze release hebben we het wiel niet opnieuw uitgevonden, maar ik denk wel dat we er een nieuwe velg aan hebben toegevoegd. Net die extra flair maakt in mijn ogen het verschil tussen een klassieke sound op een eigen manier overbrengen en die simpelweg na-apen.
Is er volgens jullie überhaupt nog ruimte om binnen een uitgesproken 90s-blackmetalesthetiek iets origineels te doen of ligt de uitdaging eerder in hoe persoonlijk je bestaande bouwstenen weet te combineren?
Rönarg: Goh, als je muziek maakt, is het volgens mij niet de bedoeling om per se iets ‘origineels’ te doen. Doe gewoon wat je voelt. Meestal leunt dat vrij dicht aan bij de black metal uit de jaren ‘90, maar ik moet wel zeggen dat ik slecht ben in huiswerk maken. Daardoor sla ik de bal telkens net een paar centimeter mis, waardoor er toch iets anders uit de hoed valt.
Daarbovenop heb ik de pest aan originaliteit omwille van de originaliteit zelf. Toen ik nog studeerde, zaten er op de academie veel mensen die de meest experimentele dingen deden. Dat gebeurde echter vaak in een omgeving waarin iedereen op die manier probeerde op te vallen. Zo creëer je uiteindelijk toch weer een eenheidsworst. Dat wil niet zeggen dat het slecht is, maar zulke dingen komen soms beter tot hun recht wanneer je ze de nodige ademruimte geeft. Je moet goed kijken waar je staat en wat je doet. Af en toe een andere richting inslaan, zelfs als die op het eerste gezicht een stap achteruit lijkt, is ook niet verkeerd. Te veel slurrie doet zelfs een varken kotsen.
Azamoth: Ik denk niet dat je verplicht zou moeten zijn om iets aan een genre toe te voegen dat door het werk van talloze artiesten door de jaren heen al grondig is verkend. Anderzijds ben ik zelf een grote fan van artiesten die, waar mogelijk, toch iets totaal unieks of nieuws creëren. Met Crypts of Dusk is het niet de bedoeling om iets compleet nieuws te doen, maar eerder om een hommage te brengen aan de black metal uit de jaren ‘90, met hier en daar een eigen toevoeging of twist. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van gitaarsolo’s, die wat minder typisch zijn voor black metal, of aan invloeden uit andere muziekgenres, zoals klassieke muziek. De track “Interlude” bevat bijvoorbeeld een opname van een echt kerkorgel, die ik kon maken in een kerk waarvan ik om juridische redenen beter niet vermeld waar ze zich bevindt.
Amalthea: Ik denk niet dat er überhaupt nood is aan nóg een blackmetalband. Van de eerste golf tot post-black metal hebben we zowat alles al gezien. Voor mij is dit puur een passieproject en ik heb nooit de behoefte gevoeld om iets ‘nieuws’ te creëren. Een album uitbrengen binnen een bestaande sound bezorgt je minder kopzorgen dan wanneer je iets volledig ‘unieks’ uit je duim moet zuigen. Maar iets is niet automatisch goed omdat het uniek is. Afgezien van de gitaarsolo’s en het orgel vind ik dit overigens ook gewoon een heel klassieke sound.

Bloedmaan vertrekt vanuit vampirische thematiek en romantische literatuur, terwijl Crypts of Dusk zich eerder onderdompelt in necromantie, tovenaars en een bijna middeleeuws-fantastische wereld. Hoe belangrijk is het voor jullie dat muziek en beeldtaal één coherent universum vormen?
Rönarg: We hebben hier een avond samen over gezeten. Het verhaal achter de split was toen niet echt het belangrijkste, maar we hebben wel vastgesteld dat er een gemeenschappelijke basis was. Ik focus me het liefst op de muziek, vooral op de gitaarpartijen, en laat die achteraf de teksten dicteren. Uiteraard moeten die wel binnen de thematiek passen, maar dat komt meestal pas later. Een split biedt me altijd de kans om iets unieks te doen dat normaal gesproken niet op een album zou passen. Daardoor is er wat meer ruimte voor episodische nummers.
Azamoth: Zowel Bloedmaan als Crypts of Dusk hadden hun thematische identiteit eigenlijk al vóór deze split grotendeels vastgelegd. Die thema’s konden we vrij gemakkelijk met elkaar verweven tot één geheel, zowel op visueel vlak als wat de muziek en de teksten betreft.
Amalthea: Op onze EP ben ik begonnen met dit verhaal over necromantie, en deze release is daar een vervolg op. Het uitwerken van de verhaallijn vind ik zelf het leukste onderdeel, want behalve de bas heb ik niet zo veel met de muziek zelf te maken. Ik heb me daarentegen volledig toegelegd op het visuele aspect en het verhaal. Het idee van tovenaars die vechten om hun geliefde terug te vinden en daarvoor, ondanks alles, de onderwereld trotseren, vind ik heel goed aansluiten bij de romantische thematiek van Bloedmaan.
Jullie kennen elkaar niet alleen muzikaal, maar zijn ook letterlijk met elkaar verbonden aangezien Azamoth live gitaarspeelt bij Bloedmaan. Heeft die kruisbestuiving invloed gehad op hoe jullie naar elkaars muziek kijken? Wat vinden jullie het sterkste punt van de andere band en wat is tegelijk iets waarvan je denkt: ‘Dat zouden wij zelf nooit zo aanpakken’?
Rönarg: Toen ik de demo van Crypts of Dusk voor het eerst beluisterde, was ik behoorlijk onder de indruk van de openingstrack “Journey to Oblivion”. Of ik die onbewust in mijn achterhoofd heb opgeslagen, kan ik niet zeggen. Wie weet?
Over het algemeen vind ik het geluid van Crypts of Dusk net iets te clean. Zelf zou ik het wat ruwer aanpakken. Maar je moet mij op dat vlak niet als referentie nemen, want een van mijn grote voorbeelden is “Under the sign of hell” van Gorgoroth, een album dat voor sommigen bijna onbeluisterbaar is.
Azamoth: Rönarg had me al gevraagd om live bij Bloedmaan te spelen voordat het eerste album werd aangekondigd. Ik vond de thematiek persoonlijk heel interessant en ook de muziek sprak me meteen aan.
Wat Bloedmaan volgens mij onderscheidt van andere bands die op de vampirische en romantische blackmetaltrein springen, is dat Rönarg zelf het artwork en visuals maakt en de thematische kant tot in de puntjes uitwerkt. Hij is al jarenlang oprecht gepassioneerd door die onderwerpen en verdiepte zich er al in lang voordat ze plotseling hip werden binnen de blackmetalscene. Hij is dus geen bandwagoner die op een hype springt.
Het enige wat ik zelf anders zou aanpakken, is dat Bloedmaan iets te vaak op dezelfde muzikale basis terugvalt. Vooral de ritmegitaar en drums bouwen op de drie albums grotendeels voort op dezelfde vijf akkoorden en beats. De verschillen tussen de nummers zitten vooral in de leadgitaar en de vocalen. Het is natuurlijk een formule die werkt, en wellicht valt de vrij eentonige basis alleen muzikanten echt op. Toch denk ik dat wat meer variatie in die basis voor extra afwisseling zou kunnen zorgen.
Amalthea: Ik vind dat Bloedmaan wat meer gepolijst mag klinken, terwijl Rönarg onze muziek dan weer wat ruwer zou aanpakken. Dat is dus vooral een kwestie van smaak! Thematisch zit het bij Bloedmaan wat mij betreft helemaal goed. Het is bovendien een van de weinige bands van vandaag die niet in het straatje past van ‘Satan is zo eng en ik ben een boos mannetje’.

Bloedmaan is in essentie een soloproject dat geleidelijk een volwaardige livebezetting kreeg, terwijl Crypts of Dusk vanuit een duo ontstond. Hoe verschillend is het om muziek te maken wanneer één persoon de artistieke koers bepaalt tegenover wanneer twee mensen samen een identiteit moeten creëren?
Rönarg: Bij Ars Veneficium werkte ik samen met Surtur aan de nummers. Meestal zei hij gewoon wat hij niet goed vond aan bepaalde nummers, waarna ik ze moest herschrijven. Dat is een van de redenen waarom ik niet zo graag samenwerk en liever solo te werk ga. Ik kan me wel voorstellen dat samenwerken tot onverwachte en interessante ideeën kan leiden als je echt op dezelfde golflengte zit en goed op elkaar kunt inspelen.
Solo werken heeft zowel voor- als nadelen. Je bepaalt zelf wanneer iets af is, maar soms mis je de feedback die een nummer net dat tikkeltje extra kan geven. Maar goed, dat hoort er nu eenmaal bij.
Azamoth: Bij Crypts of Dusk is de taakverdeling heel duidelijk afgebakend. Ik schrijf de muziek en bespeel alle instrumenten, behalve de bas. Amalthea neemt de teksten en het visuele aspect voor haar rekening, terwijl ik me bezighoud met de opnames en de productie. Als ik alles zelf moest doen, zou ik waarschijnlijk eindeloos blijven uitstellen. Het verdelen van de taken helpt me daar persoonlijk enorm bij.
In al mijn bands is er een duidelijke rolverdeling. Anders zou ik gewoon blokkeren door de hoeveelheid werk die bij een band komt kijken. In elke band waarin ik speel, is er minstens één iemand die de administratie, communicatie en dergelijke op zich neemt, want op dat vlak ben ik echt totaal onbekwaam. Ik focus me volledig op het muzikale, omdat dat nu eenmaal is waar ik goed in ben. Door me in elk project op mijn specifieke taak toe te leggen, kan ik überhaupt zoveel bands combineren.
Amalthea: Ook bij mijn andere band, Boktor, schrijf ik een groot deel van de teksten. Dat was bij de vorige EP eveneens het geval. Ik vind het persoonlijk veel gemakkelijker om uitgebreide verhalen en fantasiewerelden te bedenken dan ook maar één noot muziek te schrijven. De taakverdeling tussen ons is dus ideaal. Ik kan me voorstellen dat het veel moeilijker is om alleen aan iets te werken, omdat er dan niemand is die je achter de veren zit om ervoor te zorgen dat het op tijd afraakt.
Waarom was een split de juiste vorm voor deze samenwerking? Was het idee om twee verwante maar verschillende interpretaties van Belgische tweedegolfblackmetal naast elkaar te plaatsen, of is het vooral organisch gegroeid uit jullie persoonlijke band?
Rönarg: Het idee is spontaan ontstaan vanuit de samenwerking. Een aantal jaar geleden heb ik Lukas tijdens een Nyrak-show ergens in West-Vlaanderen voor de grap al eens aangesproken met de vraag om bij Bloedmaan te komen spelen. Dat was nog vóór de opnames van het eerste album. Van liveoptredens was toen echter nog lang geen sprake, vooral door het chronische gebrek aan drummers. Lukas stond dus al een tijdje op mijn radar.
Het eerste album van Crypts of Dusk verscheen ongeveer drie weken na dat van Bloedmaan, dus ik ga ervan uit dat beide albums min of meer parallel aan elkaar geschreven zijn. We hebben het daar volgens mij nooit echt over gehad, maar uiteindelijk viel alles mooi samen.
Ik maak graag muziek en zij ook. Ik zag dat ze gemotiveerd waren om nog meer te doen, maar gewoon niet de kans of de middelen hadden om iets uit te brengen. Ik herkende mezelf in hen toen ik net begon en weet hoe frustrerend dat kan zijn. Dat is nu eenmaal de harde realiteit: niemand staat op je te wachten. Ik dacht dus: waarom zou ik hen niet helpen? Ik legde het idee voor en ze waren meteen mee aan boord. Het enige probleem was nog de distributie. Immortal Frost Productions heeft me meermaals laten weten dat ze geen splitalbums meer uitbrengen, omdat die in het verleden niet zo goed verkochten. Dat was dus geen optie.
Maar Nyrak, de andere band van Lukas, zit bij Void Wanderer, een Nederlands undergroundlabel voor extreme metal. Void Wanderer zal binnenkort trouwens ook nieuw leven blazen in een van mijn andere ‘slapende’ projecten, maar dat zal je vanzelf wel zien voorbijkomen. Daarbovenop heb ik het artwork voor de laatste twee platen van Asgrauw gemaakt. Ward, de eigenaar van Void Wanderer, is de zanger van Asgrauw, dus één plus één is twee. Het waren allemaal losse puzzelstukjes die op hetzelfde moment in elkaar vielen. Ik zag een kans en heb die benut. Iedereen was meteen mee aan boord en ik denk dat we trots mogen zijn op het resultaat.
Los daarvan was dit ongeveer ook de periode waarin ik mijn debuut maakte bij de Nederlandse band Cirith Gorgor. Samen met de samenwerking met Void Wanderer zorgt dat ervoor dat er zich momenteel een sterk groeiende Nederlands-Belgische connectie aan het ontwikkelen is.
Azamoth: Ik had Rönarg ooit gevraagd of hij gastvocalen wilde verzorgen voor een toekomstige release van Crypts of Dusk. Van daaruit zijn we eigenlijk beginnen af te wijken naar het verhaal dat Rönarg hierboven vertelt.
Crypts of Dusk is ook een studioproject, waardoor het me erg moeilijk leek om vinyl, merchandise en dergelijke te realiseren. Er zijn immers geen optredens waarop je die spullen kunt verkopen. Omdat Bloedmaan wel live speelt, bleek een splitalbum eigenlijk een goede manier om dat probleem te omzeilen.

Wanneer je een split deelt met een band die muzikaal dicht bij je eigen project staat, ontstaat onvermijdelijk de vraag hoe beide bands zich tegenover elkaar verhouden. Hebben jullie tijdens het schrijven of selecteren van de nummers bewust geprobeerd om niet in elkaars vaarwater te komen?
Rönarg: Daar is nooit iets over gezegd geweest. Iedereen deed gewoon zijn eigen ding. Zoals eerder gezegd, zijn we wel eens samengekomen om alles te bespreken, maar dat waren eerder richtlijnen dan strikte regels. In the end: black metal is freedom. Naar mijn mening is het belangrijker dat je gewoon je eigen ding doet.
In mijn ogen klinken de twee kanten trouwens volledig anders, maar dat kan ook komen doordat ik al zo lang met dit soort muziek bezig ben en daardoor gemakkelijker de verschillen kan onderscheiden.
Azamoth: We hebben eigenlijk gewoon ons eigen ding gedaan met de kant van de plaat die we toegewezen kregen. Ik ben ook pas bewust aan de mix van de Bloedmaan-kant begonnen nadat de muziek van Crypts of Dusk volledig was opgenomen, zodat ik niet beïnvloed kon worden door wat er aan de andere kant stond.
Amalthea: We hadden hierin echt veel vrijheid. Dat zegt volgens mij ook wel iets over hoe goed we elkaar kennen: doe maar gewoon je ding, het komt wel goed!
Zouden jullie deze split ook gemaakt hebben als jullie niet persoonlijk met elkaar verbonden waren? Of is juist die bestaande band tussen jullie de essentie van het project?
Rönarg: Ik werk niet graag samen met mensen die ik niet ken of met wie ik geen band heb. Dat gebeurt natuurlijk weleens, maar ik zie niet meteen hoe ik dat met wildvreemden zou kunnen doen. In het verleden hebben we het al geprobeerd met andere bands, maar dat verliep altijd heel koud en zakelijk. Kortom, het is niet echt mijn ding. Vroeger had ik geen keuze, nu wel, en mijn voorkeur gaat uit naar samenwerkingen met mensen uit mijn directe omgeving.
Azamoth: Ik denk dat onze gedeelde interesse in de muziek en de thematiek, in combinatie met het feit dat we elkaar persoonlijk kennen en weten wat we van elkaar kunnen verwachten, de katalysator voor deze samenwerking was. Ik denk niet dat het ervan gekomen zou zijn als we elkaar niet in het echt hadden gekend.
Amalthea: Ik denk niet dat ik zomaar zo veel vertrouwen kan stellen in mensen die ik niet ken. We zijn deze samenwerking dan ook aangegaan omdat onze interesses op dezelfde lijn liggen.
Opvallend genoeg verschijnt de dag na deze split ook de derde langspeler “Circle of the moon” van Bloedmaan bij Immortal Frost Productions. Waarom precies deze timing? Is de split bedoeld als brug naar dat album, als aanvulling erop of moeten we beide releases volledig los van elkaar bekijken?
Rönarg: Dit was eerder een foutje in mijn planning, dat geef ik eerlijk toe (lacht). Dus nogmaals mijn oprechte verontschuldigingen aan Void Wanderer en Immortal Frost Productions. Ik had gedacht dat er ongeveer twee maanden tussen beide releases zouden zitten, zodat we de promotie wat konden spreiden, maar dat is dus niet gelukt. Op zich is dat niet slecht, want het ene voedt natuurlijk het andere, maar dat was zeker NIET de bedoeling. Ik heb het langs mijn kant in ieder geval al moeten bekopen met heel wat slapeloze nachten (lacht).
Maar goed, beide uitgaven zijn bijna uitverkocht, dus ze scheuren er hun broek niet aan. Dat vind ik ook belangrijk, want ik wil niemand op kosten jagen.
Ik heb er wel bewust voor gekozen om de schrijfstijl van de split anders aan te pakken. Ik wilde het geheel magischer, naïever, agressiever, melancholischer en avontuurlijker laten klinken dan normaal, met een nadruk op het magische.
Voor de langspeler had ik dan weer het idee om het deze keer wat trager aan te pakken, waardoor het geheel epischer, kosmischer en meer rock-‘n-roll klinkt dan normaal.

Het was dus geen bewuste strategie om Bloedmaan maximaal onder de aandacht te brengen?
Rönarg: Correct, er zit helemaal geen doordachte strategie achter Bloedmaan. Ik doe wat ik voel, en dat is alles. Tot nu toe hebben we gewoon enorm veel geluk gehad. Ik kan wel zeggen dat ik mijn gevoel hiervoor een beetje heb getraind door veel concerten en vooral festivals in het buitenland bij te wonen. Dat heeft me zeker beïnvloed. Het contrast met België is schrijnend, en niet bepaald in het voordeel van ons eigen land…
De reden waarom het volledige album er nu al is, is dat we bij Immortal Frost Productions de plek moesten invullen die oorspronkelijk voor Ars Veneficium was voorzien. Die plaat bleek echter nog niet op niveau te zijn en moet grondig herschreven worden. Ik haal er graag een stukje uit mijn antwoord op vraag twee bij: ‘Te veel slurrie doet zelfs een varken kotsen.’ Dat geldt ook voor mij.
Zoals aangegeven verschijnt de split gelijktijdig met het album door een foutje in de planning, maar we hebben besloten het zo te houden en zien wel hoe het loopt. Want uiteindelijk: you never know how it goes until you try. Het gevaar dat mensen een degout krijgen van die overdaad is natuurlijk reëel, maar dat zien we dan wel.
Een derde album is een interessant moment voor een band. De eerste release introduceert je, de tweede bevestigt of verfijnt je identiteit, maar bij een derde plaat ontstaat de vraag waar je nog naartoe kunt. Waar staat Bloedmaan vandaag ten opzichte van het project waarmee je begon?
Rönarg: Ja, de derde plaat is voor veel bands een soort kritiek punt dat een band maakt of kraakt. Het voordeel is dat ik in dit geval de alleenheerser ben en niet van ophouden weet. Ik heb besloten me er niet te veel van aan te trekken en gewoon voort te bouwen op waar ik al mee bezig was.
Ik ben ondertussen aan de vierde plaat bezig. Ik heb een demo van ongeveer twee uur die ik nog moet uitzoeken en zit nog vol ideeën. Niet de meest originele, maar ze zijn er tenminste (lacht). In dit geval is doorgaan het belangrijkste. Ik ben zeker niet van plan om er nu bij neer te leggen en ermee te stoppen.
Heeft de split invloed gehad op het nieuwe Bloedmaan-album of heeft het album juist bepaald welke nummers geschikt waren voor de split?
Rönarg: Nee, die staan volledig los van elkaar en zijn ook apart geschreven. Ik ben momenteel bezig aan de vierde plaat, maar heb besloten om gewoon vijf nieuwe nummers te maken en de aanpak daarbij een beetje te veranderen. Het vijfde nummer van de split is geschrapt en komt waarschijnlijk op de vierde plaat terecht. Je kunt de split dus beschouwen als een eenmalig side adventure.
Misschien doe ik er in de toekomst nog iets mee, maar hoe ik dat dan moet combineren met de reguliere albums, moet ik nog bekijken. Tenzij ik een hartaanval krijg van de stress, zou ik om het jaar een album kunnen uitbrengen: het ene jaar een album binnen de hoofdlijn en het andere jaar eentje binnen de zijlijn. We zullen wel zien. Ik wil niet te veel op de zaken vooruitlopen, want het is nu al behoorlijk druk.
Je bent Bloedmaan begonnen als soloproject en hebt ondertussen een liveband rond Bloedmaan. Is Bloedmaan vandaag nog steeds jouw persoonlijke project mét muzikanten, of is het langzaam geëvolueerd naar een band waarin anderen ook daadwerkelijk een creatieve stem hebben?
Rönarg: Ik ben nog steeds de enige songwriter; de andere leden hebben geen inspraak in de band. Dat hebben we zo afgesproken. Ik heb hen aangeboden om deel te nemen aan het creatieve proces, maar om problemen rond credits voor het schrijfwerk en mogelijke conflicten in de toekomst te vermijden – iets wat voor veel bands de ondergang heeft betekend – hebben we besloten om het zo te houden. Don’t fix what ain’t broken.

Jullie zijn allebei Belgische bands en toch lijkt de Belgische blackmetalscene nog altijd eerder uit losse eilandjes dan uit één geheel te bestaan. Ervaren jullie dat ook zo?
Rönarg: Ja, dat klopt in de meeste gevallen wel, maar niet altijd.
Bloedmaan heeft bijvoorbeeld al veel hulp gekregen van onder andere de Aalsterse blackmetalelite Kludde. Bloedmaan is immers ontstaan uit Nachtmaer, een concept dat bedacht werd door Wim, de gitarist van Kludde. Ik heb daarvoor gastvocalen ingezongen, maar mocht toen mijn eigen tekst aanleveren. Ik besloot om over vampieren te schrijven en heb dat thema na Nachtmaer verder uitgewerkt in Bloedmaan. Ik heb al meerdere keren de eer gehad om met hen het podium te delen en ben hen daar echt enorm dankbaar voor.
Kludde heeft onlangs ook samengewerkt met de Puurs-Amandsbergse blackmetalveteranen A Thousand Sufferings. Dat resulteerde in “Het pact”, een bijzonder interessant nieuw hoofdstuk in de Belgische blackmetalgeschiedenis, met een goed doordacht concept dat zeker de moeite waard is.
Daarnaast heb ik livegitaar gespeeld voor de Waalse band Heinous, waarin leden van Sabbathan, Possession, Dikasterion en Herzog actief zijn. Daardoor heb ik het podium kunnen delen met Lord Sabbathan himself. Dat was uitsluitend livewerk en geen creatieve kruisbestuiving. Maar als ik tijd heb, werk ik graag samen met andere bands. Bij Ars Veneficium heeft Surtur bijvoorbeeld Nornagest van Enthroned kunnen strikken voor een eenmalige samenwerking op de laatste plaat, op het nummer “In de glorie van de dood”.
Ook de Waalse organisatie Black Khaos Assault is geweldig. Ze hebben me al meermaals geholpen door ons te boeken en via mond-tot-mondreclame bekendheid te geven in Wallonië en, van daaruit, gedeeltelijk ook in Frankrijk. De sleutel tot Frankrijk ligt in Wallonië.
Ze hebben ons merkbaar vooruitgeholpen en ons in contact gebracht met andere mensen. En van het een komt natuurlijk het ander, haha. Bij deze dus een speciale bedanking voor Martin van B.K.A. Beaucoup de bisous à toi, Martin (lacht)!
Het is dus niet zo dat we niet proberen om de eilandstructuur te doorbreken. Ik denk zelfs dat we daar behoorlijk succesvol in zijn geweest en dat we het nog vaker zullen proberen, want samenwerkingen hebben tot nu toe alleen maar goede dingen opgeleverd. Vaak zijn het echter praktische zaken, zoals tijd en afstand, die het moeilijker maken. Bovendien heeft iedereen naast zijn band natuurlijk ook nog een privéleven, dat voorrang krijgt.
Azamoth: De Belgische scene is in het algemeen behoorlijk verdeeld in verschillende stromingen, waarvan de populariteit doorheen de tijd sterk op en neer gaat. Ik ben zelf nog jong en ben pas tijdens de late covidperiode live beginnen spelen in de scene. Ik kan dus alleen spreken over de periode van 2021 tot nu en over wat ik van vrienden heb gehoord over de jaren vóór 2019.
Ik heb gemerkt dat black metal in de jaren 2010 een grote scene had, terwijl het genre tegenwoordig een stuk minder populair lijkt. Wat sinds 2023 echt enorm populair is in België, is alles wat met de jaren tachtig, thrash, speed en old-schoolmetal te maken heeft. Die scene boomt enorm, met zowel oudere als jonge mensen – zelfs mensen die jonger zijn dan ik. Bands als Evil Invaders, Schizophrenia, Bütcher en Violent Sin zijn bijzonder populair. Ik ken ook veel mensen die uitsluitend naar old-schoolmetal luisteren en naar zowat elke show gaan waarop zulke bands spelen. Met mijn deathrashband Cobracide hebben we binnen die scene wel wat aanhang.
Mensen uit die scene hebben vaak niets tegen een beetje black metal, maar dan moet het doorgaans wel om pure first of second wave black metal gaan. Bloedmaan zou daar eventueel nog in de smaak kunnen vallen, maar mijn andere band Nyrak zou er bijvoorbeeld totaal niet aanslaan. Wij spelen snelle, melodische black metal met symfonische partijen op backingtrack, kicktriggers en progressieve accenten. Niet bepaald trve!
Met Nyrak vallen we dan weer beter in de smaak bij de meer algemene fan van extreme metal, die minder belang hecht aan wat traditioneel of old-school is, en bij medemuzikanten. Eigenlijk zouden we met Nyrak meer moeten inspelen op de ‘moderne’ blackmetalscene, met fans van bijvoorbeeld Der Weg Einer Freiheit en White Ward. Alleen bestaat die scene in België nauwelijks. De fans van modernere black metal in deze regio zijn vaak sludgefans die Church of Ra worshippen, en daarvoor is Nyrak veel te snel.
Ik vind dus zeker dat er in België sprake is van een soort eilandenscene. Daarbinnen navigeren is vaak moeilijk, vooral voor bands die niet volledig op een van die eilanden passen. Met Serpents Oath passen we perfect op het pure blackmetaleiland, net als met Bloedmaan. Mocht Crypts of Dusk live spelen, dan zou die band daar ook thuishoren. Nyrak staat er dan weer maar met één been op, en dat merken we vaak ook.
Cobracide bevindt zich op een totaal ander eiland: dat van de old-schoolthrash, vol gasten met dikke snorren en mullets. Ik merk dat uiterlijk en de bands waar je in je vrije tijd naar luistert daar ook een grote rol spelen. Ik denk dat mijn medemuzikanten en ikzelf veel minder aanhang zouden hebben binnen die scene en veel moeilijker aan optredens zouden geraken in België als we zouden beslissen om geen witte high-tops meer te dragen, alle jaren-tachtiginvloeden overboord te gooien en niet langer naar optredens binnen de old-schoolscene te gaan, terwijl we exact dezelfde muziek zouden blijven maken.
Muziek en cultuur zijn uiteindelijk sociale aangelegenheden, dus dat is op zich niet vreemd of erg. Maar als iemand die, om het zo te zeggen, op verschillende eilanden woont, kan ik wel zeggen dat de afstand tussen die verschillende scenes soms lastig te overbruggen is.
Amalthea: Zeker. Ik denk dat het ook gewoon afhangt van hoe sociaal mensen zijn ingesteld, en dat is bij veel van die blackmetalknakkers niet bepaald hun sterkste kant. Persoonlijk ben ik heel open en kan ik door al die ‘scenecliquejes’ heen kijken. De blackmetal- en deathmetalscene zijn voor mij evenwaardig. Ik geloof niet in de bullshit van ‘we’re all one big metal family’, maar dat bands met een gelijkaardige sound naar elkaar toe trekken, lijkt me niet meer dan logisch.


Is er volgens jullie voldoende onderlinge steun binnen de Belgische blackmetalscene of wordt het woord ‘scene’ soms te gemakkelijk gebruikt voor een verzameling bands die toevallig hetzelfde genre spelen?
Rönarg: Door op festivals en concerten aanwezig te zijn, leer je de mensen die daar rondhangen uiteindelijk wel kennen. Na verloop van tijd weet je wie wat doet en wie je waarvoor kunt aanspreken. Zo ontstaan soms onwaarschijnlijke samenwerkingen die vaak tot iets moois leiden. Hulp krijg je als je er zelf naar op zoek gaat, vaak spontaan en onverwacht.
Ik heb al veel steun gekregen. Van tegenwind heb ik niet veel gemerkt, of ik heb die gewoon genegeerd en ben verdergegaan.
Wat wel opvalt, is dat Belgische blackmetalbands minder gemakkelijk op de prominente undergroundfestivals terechtkomen. Die festivals staren zich naar mijn mening blind op exotisme en exclusiviteit, een destructieve trend die overal in Europa de kop opsteekt. Ik zeg dan altijd: ‘Geen zand in eigen land.’
Ik moet er wel bij zeggen dat er ook kleinere initiatieven zijn die er geen probleem mee hebben om Belgische bands te boeken. Denk bijvoorbeeld aan Gruut Lawijt in Gent, Deathrow, Fullmoon Black Fest en het voormalige Hageland Fest van Immortal Frost Productions. Ik vergeet er waarschijnlijk nog een paar.
Azamoth: Er zijn zeker mensen en organisaties die de scene enorm ondersteunen. Denk aan Black Khaos Assault, VuileGeit, Ketterij, Gruut Lawijt, Fullmoon en Bergrock. Het grote probleem is echter vaak dat er te weinig volk komt opdagen.
Ik denk dat het niet helpt dat er in zo’n klein land als België vrijwel elk weekend meerdere optredens plaatsvinden. Bovendien wordt alles ongelooflijk duur. Ik heb al heel wat optredens met een bijzonder schappelijke inkomprijs moeten missen omdat ik gewoon geen geld had voor de trein of benzine, eten, drinken enzovoort. Ik merk dat dit tegenwoordig een van de grootste problemen is voor jongeren. Velen willen wel naar optredens gaan, maar kunnen het zich eigenlijk niet veroorloven om dat vaak te doen.
Ik heb ook al opgetreden op shows waarvoor vrienden niet konden afkomen, hoewel de locatie toevallig dicht bij hen lag. Ze zaten financieel zo aan de grond dat zelfs dat niet haalbaar was. Je kunt moeilijk zwart rijden met de trein en vervolgens een hele avond niets eten of drinken, of je eigen spullen binnensmokkelen.
Ik geef eerlijk toe dat ik al eten en drinken uit de backstage heb meegenomen voor vrienden – bijvoorbeeld een suikerwafel – wanneer ik speelde en zij kwamen supporteren. Sommigen hadden letterlijk nog maar zestig cent op hun rekening nadat ze hun inkom hadden betaald. Zo iemand komt dus toch opdagen, ook al weet die dat er dan geen geld meer overblijft om die avond te eten. De bereidheid om muziek te steunen is er dus zeker, maar wanneer alles duurder wordt, houdt het op een bepaald moment natuurlijk op.
Ik spreek hier voor veel mensen van mijn leeftijd, en het gaat niet uitsluitend om studenten zonder job. Het is gemakkelijk om te zeggen dat er vroeger minstens een bepaald aantal mensen kwam opdagen en dat iedereen tot vier uur ’s nachts aan de bar bleef hangen, wanneer een pint één euro kostte, een T-shirt vijftien euro en de trein of benzine maar een fractie van de huidige prijs kostte.
Ik zou zelf ook vaker naar optredens willen gaan, maar de huidige economische situatie laat dat gewoon niet toe. En dat heeft gevolgen voor zowel organisatoren als artiesten.
Amalthea: Steun is er zeker. Helaas is er, zoals Azamoth al zei, gewoon heel weinig geld bij de leden van onze scene die jonger zijn dan dertig. Treintickets en pinten zorgen er al snel voor dat je financieel achteruitgaat, maar organisatoren kunnen het zich ook niet veroorloven om alles goedkoper te maken. Dat is eveneens volkomen begrijpelijk. Honderd euro is het nieuwe twintig geworden.
Deze split is een momentopname van twee Belgische bands die duidelijk nog niet klaar zijn. Waar willen jullie dat Bloedmaan en Crypts of Dusk over pakweg drie jaar muzikaal staan?
Rönarg: Hopelijk staan we dan op alle zomerfestivals, is ons vierde album verschenen en zit het vijfde al in de pijplijn (lacht)! Maar we zien wel. Eerst de reacties afwachten en pas daarna verder dromen.
Azamoth: Voor Crypts of Dusk heb ik geen deadlines of verplichtingen. Ik maak nieuwe muziek wanneer Amalthea en ik daar zin in hebben. Ik ben blij dat er een nieuwe release is en de toekomst zal zichzelf wel uitwijzen.
Amalthea: Ik focus me momenteel meer op mijn deathmetalband Boktor, waarmee ik ook live speel. Crypts of Dusk is een leuk project dat we tijdens een saaie winter hebben opgestart, en dat is uiteindelijk veel groter geworden dan verwacht. Ik denk zeker dat er nog meer muziek in zit, maar wanneer we daaraan verder zullen werken, kan ik op dit moment nog niet zeggen.
