De Zweed Swartadauþuz (of S.) is een muzikant die met recht en reden een manusje-van-alles mag worden genoemd. De productiviteit van de man is inmiddels zowat legendarisch, en we kunnen zelfs stellen dat er een blackmetaltijdperk was vóór hij er zijn stempel op drukte en een erna. Met zo’n uitgebreid oeuvre spreekt het voor zich dat niet iedere release even de moeite of memorabel is, dat is althans het oordeel van ondergetekende.
De afgelopen jaren moet ik namelijk toegeven dat ik eigenlijk wat lijd aan een zekere ‘metaalmoeheid’ wanneer het op S.’ werk aankomt. Veel van zijn releases beginnen nu wel heel erg gelijkaardig te klinken, met zelfs recyclage hier en daar, tot op het punt dat er kan worden gesproken van een bepaalde ‘genericiteit’ of voorspelbaarheid. Op enkele uitzonderingen na klinkt al zijn black metal sowieso wat als een eerbetoon aan een stel notabele 2nd wave-albums (“Welcome my last chapter”, “Nord”, enz.), en – laten we wel wezen – de hoes van deze nieuwe Trolldom is daar ook het visuele bewijs van. Je kunt de man alleszins niet beschuldigen van zoiets als ‘false advertising”: het klinkt zoals het eruitziet.
Nog een boutade trouwens: als we S.’ hoofdband Bekëth Nexëhmü als de basis zien voor vele toch wel sterk verwante projecten, waar dan telkens een bepaald aspect van de Bekëth-sound meer de nadruk krijgt, dan is Trolldom eigenlijk Bekëth Nexëhmü, maar dan met ‘gebooste stats’ op symfonische bombast. Kort door de bocht: als u Bekëth goed vindt, en zweert bij klassieke albums als Limbonic Art’s “In abhorrence dementia” of Emperor’s “In the nightside eclipse”, dan zult u Trolldom vermoedelijk ook wel goed vinden.
Om de tot hiertoe onbesproken ‘olifant in de kamer’ te adresseren: ‘k was toch best verrast dat Trolldom nu tot de Debemur Morti-stal behoort. Het label staat eerder bekend om een moderne(re) sound, die veelal wat ‘hoekiger’, dissonanter, eclectischer, enz. kan worden genoemd. Ergens dan wel eigenaardig dat de 90ies worship van een Trolldom opeens bij deze Fransen een nieuwe thuis heeft gevonden, zelfs al is de sound nu wel heel gepolijst en ‘professioneel’. Want ja, 90ies worship is het zeker, geheel volgens de verwachtingen, en in lijn met S.’ eerdere albums. S. lijkt, afgaand op zijn werk, lak te hebben aan ‘modern’ klinkende black metal.
Waar “Av gudars ätt…” eerder de pompeusheid van een Limbonic Art naar de kroon wou steken qua synthesizergebruik, en “I nattens sken (Genom hemligheternas dunkel)” dan weer meer de nadruk legde op een lichtjes overdreven blastfestijn om het geheel bombastisch te doen klinken, zoekt Trolldoms derde langspeler, “Tronen” genaamd, het midden op tussen de twee voorgangers. Door de soms wat ‘folky’ aandoende gitaarlijnen moet ik hier en daar ook onwillekeurig denken aan een aantal oudere releases van S., met name “Dunkla klangor af herrens mystik… (Kapitel I ock II)” van Mystik en “Nordanland” van Daudadagr. Als zowat al je projecten aan elkaar doen denken, dan is het gevaar voor eenheidsworst wel aardig groot aan het worden, case in point.
En tja, hoewel “Tronen” qua uitvoering zeker een indrukwekkend album kan worden genoemd, valt het op hoe weinig er écht blijft hangen, en dat zelfs na verschillende luisterbeurten. Voornamelijk bepaalde ergernissen blijven daardoor eigenlijk behouden. Ten eerste zijn er de vaak nogal vals klinkende leadgitaren. Werd de gitaar tussen de opnames door te weinig gestemd? Werd de bespeelde snaar te hardhandig ingedrukt, of veeleer opgedrukt (‘string bending’)? Zelfs al is dat onderdeel van de sound met opzet gekozen, de valsheid kan afleidend worden genoemd, zeker nu de keyboards een meer ondersteunende of atmosferische rol kregen ten voordele van het gitaarwerk.
Ten tweede is er dan de speelduur van dit album: slechts drieëndertig minuten. Nogal een zwaktebod, in feite, zeker wanneer we de twee eerdere albums bekijken. Kan er worden gesproken van een ‘rush job’, al dan niet om zo snel mogelijk iets klaar te stomen voor de Franse labelbazen? Moeilijk om daar geheel zeker over te zijn, maar “Tronen” klinkt best onafgewerkt, los van het ontegensprekelijk professionele geluid, waardoor dit toch eerder een zwakker Swartadauþuz-werk kan worden genoemd, zeker als we daar het eponieme Flammene fra Nord-album tegenover plaatsen dat ook dit jaar uitkwam.
JEREMY: 73/100
Trolldom – Tronen (Debemur Morti Productions 2026)
1. Tidens evighet
2. Dräpt ur Dunkel
3. I Völvans Spår
4. Etter falla…
5. Ulvarnas kall
6. Dödens Släktled Stiga
