aevangelist

Esoctrilihum – Eternity of Shaog

Weinig mensen brengen 5 full length albums uit op 4 jaar tijd en zij die het doen, boeten vaker wel dan niet in aan kwaliteit. De anonieme Fransman Astâghul probeert het tegendeel te bewijzen én pakt die opdracht op zijn eentje aan middels het vehikel Esoctrilihum. In zijn eentje wat menselijke inbreng betreft dan toch, want de heremiet haalt inspiratie uit een uitgebreide fantasywereld die hij van de protagonist van dit album, Shaog Og Mogtoth, krijgt doorgespeeld. Shaog is een godheid die buiten tijd en ruimte verblijft en knarsetandend wacht tot hij binnen kan breken in dit universum. Deze Sovereign Of Nothingness is één van de Immemorial Gods waarvan op album nummer vier, “The Telluric Ashes of the Ö Vrth Immemorial Gods” sprake was en hanteert dezelfde werkwijze als Markov Soroka’s Tchornobog, met dat verschil dat Shaog eerder lijkt op H.P. Lovecrafts Azatoth. Niet in staat het universum binnen te breken en het met een vingerknip weg te vagen, dus beïnvloedt hij het maar middels het uitzenden van dromen die wij nu in auditieve vorm te horen krijgen. I, Voidhanger Records heeft altijd al een voorliefde gehad voor acts die buiten de lijntjes kleuren en wijkt met Esoctrilihum niet van dit stramien af. Voor het immer kleurrijke love-it-or-hate-it artwork werd het schilderij The Dracula Of Mars van Alan E. Brown gebruikt, die sinds de vorige plaat deze taak van Jeff Whitehead overnam. Alles is bevreemdend aan Esoctrilihum en zo ook de muziek: een mix van blackened death metal met ingetogen passages en een enorm experimenteel gehalte – zonder het overgewaardeerde label progressive te willen gebruiken. Esoctrilihum klinkt met momenten verstikkend, zoals in het met dissonante viool doorspekte “Thritônh (2nd passage: the colour of death)” waarin de blastbeats met machinale precisie op ons af worden gevuurd, wat best impressionant is gezien Astâghul ook deze zelf heeft ingespeeld. Op andere momenten is er dan weer tijd voor wat ingetogen contemplatie zoals op het melodisch beginnende “Amenthlys (5th passage: through the Yth-Whtu seal)” waarin melodische riffs en ondersteunende synths het geweld wat doorbreken. Maak u echter geen illusies, echt kalm wordt het nergens en het met momenten zwaar verwrongen gekrijs blijft de geschifte sfeer verder in de verf zetten en wisselt af tussen hoge stembandscheurende uithalen en agressieve grunts. Her en der worden chaotische solo’s ingezet en ook een traditioneel Fins instrument als de kantele wordt niet geschuwd om de boel nog wat buitenaardser te doen klinken. Zij die houden van voorspelbare, rechtdoorzee songstructuren zijn er ook meteen aan voor de moeite, want de muziek van Esoctrilihum blijft constant onverwachte kanten opgaan. Één van de weinige constanten zijn een vaak doorratelende basdrum en rollende riffs die hier meer een black randje, dan weer een vunzige death metal kant meekrijgen en de volle, bombastische productie. Opnieuw klokt de speelduur op ongeveer een uur af, en opnieuw spuwt Esoctrilihum van aan de randen van het universum een brok excentrieke vuiligheid in onze oren. Astâghul schrijft verre van toegankelijke muziek, maar liefhebbers van acts als Blut Aus Nord, Tchornobog, Ævangelist en The Ruins Of Beverast kunnen deze plaat blindelings aanschaffen.

CAS: 85/100

Esoctrilihum – Eternity of Shaog (I, Voidhanger Records 2020)
1. Orthal
2. Exh-Enî Söph (1st passage: Exiled from sanity)
3. Thritônh (2nd passage: The colour of death)
4. Aylowenn Aela (3rd passage: The undying citadel)
5. Shtg (4th passage: Frozen soul)
6. Amenthlys (5th passage: Through the Yth-Whtu seal)
7. Shayr-Thàs (6th passage: Walk the oracular way)
8. Namhera (7th passage: Blasphemy of Ephereàs)
9. Eternity of Shaog (∞th passage: Grave of agony)
10. Monotony of a putrid life in the eternal nothingness

Ragnarrökur – Fjöldagröf goðanna

Dat Matron Thorn geen zittend gat heeft en over meer dan 24 uur in een dag lijkt te beschikken, weten we al langer dan vandaag. De Amerikaanse, maar momenteel in Finland residerende, multi-instrumentalist houdt er een twintigtal projecten op na en horen we deze keer opduiken in het IJslandse Ragnarrökur waar hij bas, gitaar en synths voor zijn rekening neemt. De zangers PRJ en SE en drummer Nefarious vervolledigen het plaatje. “Fjöldagröf goðanna“, wat zoveel betekent als “massagraf van de goden” is het eerste wapenfeit van het gezelschap en de vraag die zich stelt is of het zal kunnen wedijveren met het kwaliteitsmateriaal dat we doorgaans uit het afgelegen eiland op ons bord geschoteld krijgen. “Áköllun” maakt meteen duidelijk dat dit geen spek voor ieders bek is, zelfs niet voor de doorwinterde black metal-fanaten. De compleet gestoorde signature sound van Matron Thorn is overduidelijk aanwezig in de anorganisch klinkende sonische terreur die we hier op ons afgevuurd krijgen. Alsof twee zangers die hun diepste zielenroerselen uit hun lijf kotsen nog niet voldoende is, heeft Matron Thorn Kabukimono nog laten oproepen, de zangeres waarmee hij reeds voor Ævangelist, Obscuring Veil en Death Fetishist samenwerkte. Alle bochten waar “Fæðing veraldargleypa” zich in wringt, voelen onnatuurlijk, fysisch en psychisch onmogelijk terwijl verwrongen dissonanten een loopje nemen met je levenslust. Vrolijk wordt je hier niet van. “Lokahellir” is zo geflipt dat het bijwijlen klinkt alsof er drie nummers tegelijk aan het afspelen zijn, maar deze duivelse kakofonie klinkt op haar manier wel intrigerend. De doorsnee metalliefhebber ligt tegen het eind van dit nummer trouwens al uitgeteld in de goot. Tussen de zenuwslopende riffs probeert Matron dan nog frivole basloopjes te plaatsen, djeezes. “Ragnarrökur” ofte het einde der tijden, zo klinkt het hier bijwijlen wel. “Fjöldagröf goðanna” beluisterde ik een eerste keer nadat ik de review van de laatste nieuwe plaat van Kwade Droes had afgewerkt. Op zich kunnen veel van de sonische waanzin beschrijvende zinnen, hier ook van stal gehaald worden want, man, wat een compleet gestoorde ketelmuziek wordt er vandaag de dag wel niet gemaakt! Ragnarrökur overschrijdt daarbij wel mijn grenzen. Alleen geschikt voor wie over een stalen zenuwgestel beschikt.

JOKKE: 65/100

Ragnarrökur – Fjöldagröf goðanna (Eigen beheer 2019)
1. Áköllun
2. Fæðing veraldargleypa
3. Lokahellir
4. Sól tér sortna
5. Hverfult hyldýpið

Kwade Droes – Onder de toren

Restaurant “Onder den toren”, café “Onder den toren”, bistro “Onder den toren”, frituur “Onder den toren”, … het blijken veelgekozen namen te zijn voor menig eet- en drinketablissement in Vlaanderen. Muzikaal gezien is er ook de toren waar, winter en zomer, de paartjes gaan vrijen in het licht van de maan, aldus schlagerzanger Christoff. Maar “Onder de toren” is ook de titel van de tweede langspeler van het geheimzinnige Nederlandse Kwade Droes. De toren in kwestie lijkt me de Grote Kerk te zijn in Elst in de gemeente Overbetuwe in de Nederlandse provincie Gelderland. Zoekwerk naar één of andere gortige of sappige gebeurtenis die aan deze kerk gelinkt kan worden, bracht niet veel op. Laten we ons dan maar op de muziek concentreren. Als die opnieuw zo verdomd verrot klinkt als op debuut “De duivel en zijn gore oude kankermoer” belooft dat weer veel goeds. “Nek van lood” trapt verdomme nóg zieker, schizofrener en meer bezeten af dan we van dit gezelschap gewend zijn. Ævangelististische sonische terreur, doorspekt met wansmakelijke samples, prehistorische Beherit-rauwheid, een Urfaustiaans delirium en zenuwtergende black. De compleet van de pot gerukte vocalen blijven in een nummer als “De zesklapper van Satan” bijna volledig achterwege, maar worden niet gemist in deze verrotte en dreunende compositie vol narigheid. Het op tien minuten afklokkende “In de Linge” drijft de experimenteerdrift nog verder op: een minimalistische beat zorgt voor een traag hartritme waarover dissonante gitaarriffs een horroresk beeld schetsen nadat een naargeestige bijna kleinkunstachtige sample het nummer in gang zette. Uiteindelijk zorgt de drummer voor een acute hartritmestoornis door het tempo op te drijven tot een repetitieve blast. Geen spek voor ieders bek! Met een titel als “Laat mij tot de kinderen komen” verwachtte ik hier absoluut geen kindvriendelijke Sinterklaas taferelen, integendeel, dit is teringherrie op funeral doom-tempo die absoluut niet voor gevoelige zielen is weggelegd. Opnieuw luidt een door de mangel gehaalde sample van één of ander folkloristisch lied de waanzin in. Het concept van échte nummers is op “Onder de toren” nóg minder omlijnd dan op de voorganger. Het komt me allemaal haast geïmproviseerd over. Enkel “Dorstige ratten in brak water” bevat nog min of meer structuur en houvast, maar verwacht nu geen easy listening Eurovisiesongfestival-materiaal want dit is eerder voer voor Leviathan-liefhebbers. Tussen de verwrongen black metal neemt een spacey solo je minutenlang mee op een hallucinogene trip. De titeltrack zet je voor de zevende keer op rij aan om de grenzen van je geestelijke gezondheid af te tasten. Wie zijn vervelende buren op stang wil jagen, heeft met “Onder de toren” een uiterst geschikt wapen in handen. Muzikaliteit is hier ver te zoeken, je bent gewaarschuwd!

JOKKE: 80/100

Kwade Droes – Onder de toren (Ván Records 2019)
1. Nek van lood
2. De zesklapper van Satan
3. In de Linge
4. Laat mij tot de kinderen komen
5. Dorstige ratten in brak water
6. Onder de toren

Devil Worshipper – Music for the endtimes

Matron Torn is een muzikant die niet houdt van een strak keurslijf en bijgevolg het best in zijn element is als hij buiten de lijntjes kan kleuren en de grenzen van het extreme kan opzoeken. Als je weet dat deze man het brein is achter o.a. Death Fetishist, Ævangelist (waarvan recent het nieuwe waanzinnige “Matricide in the temple of omega” verscheen), Benighted In Sodom en Præternatura, dan weet je dat zijn muzikale creaties niet voor iedereen in de wieg gelegd zijn. Ten tijde van Death Fetishist’s sublieme “Clandestine sacrament” was ik met Matron Torn aan het praten over een interview dat grotendeels over ‘de dood’ ging en uiteindelijk ook nooit is doorgegaan omdat de Amerikaan kort daarna in het ziekenhuis werd opgenomen met ernstige gezondheidsproblemen en zijn leven aan een zijden draadje heeft gehangen. Naast fysieke problemen heeft de man, die momenteel in Finland resideert, ook last van psychische aandoeningen wat zich vertaald ziet in het extravagante, suïcidale, provocatieve en gitzwarte karakter van zijn muziek. Devil Worshipper is zijn nieuwste creatie en “Music for the endtimes” is één hallucinogene sonische trip van een uur. Matron Torn staat in voor het muzikale gedeelte maar liet zich in zijn artistieke visie op zang bijstaan door Fr.A.A. van het Portugese Tod Huetet Uebel en Erethe Arashiel die de vrouwelijke vocalen vertolkt. Het dualistische en schizofrene karakter van de muziek wordt extra in de verf gezet door de bestiale vocalen van Fr.A.A. die het contrast opzoeken met de vrouwelijke proclamaties. In opener “Ablutions” wordt de vrouwelijke stem verzorgd door Kabukimono en Sebastian Montesi (Auroch, Mitochondrion) speelde enkele solo’s in op “Fornicating angel”, “Melancholy loves the dark” en “Throat of the false prophet”. Deze muziek voor het einde der tijden grossiert in disonnante en zieke melodieën of wat had u gedacht? Hoewel de basisingrediënten grotendeels uit black metal gehaald worden, werd er duchtig geëxperimenteerd met de vormgeving die resulteert in een soort van industriële black bestaande uit gelaagde trance-opwekkende gitaarpartijen, martial drumpatronen en ziekelijk makende zang waarbij ik meermaals aan Maniac en Skitliv moet denken. “Parish apothecary” heeft maar liefst twaalf minuten nodig om haar innerlijke demonen volledig te laten ontspinnen en haar tentakels in je brein vast te klampen. We krijgen een new wave-achtige basis te horen waar zich een pulserend basloopje doorheen wroet en waarbij plotse explosies van zotgedraaide dubbele bassen en verwrongen riffs zich aanbieden. De problematische relatie die Matron Torn met allerhande druggerelateerde substanties heeft komt aan bod in “Heroin” en voelt voor de muzikant als het ware als een schrikwekkend exorcisme aan. Devil Worshipper produceert het audio equivalent van een desoriënterende drugtrip doorheen de donkerste kanten van de menselijke psyche en er is absoluut geen sprake van licht aan het einde van de tunnel. Meerdere luisterbeurten zijn dan ook nodig om de waanzin die geëtaleerd wordt een plaats te kunnen geven en de ganse plaat in zijn geheel uitzitten is voor ondergetekende een zware en bij momenten zenuwslopende opgave. Na elke luisterbeurt heb ik zin om als tegengif een no-nonsense Darkthrone-plaat op te leggen. Geef mij maar Death Fetishist en Ævangelist.

JOKKE: 69/100

Devil Worshipper – Music for the endtimes (I, Voidhanger Records 2018)
1. Ablutions
2. Spiritual immanifest
3. Degenerate
4. Fornicating angel
5. Harlot flesh
6. Melancholy loves the dark
7. Heroin
8. Throat of the false prophet
9. Parish apothecary
10. Requiem ex abyssus

355614

Ævangelist – Matricide in the temple of omega

Iedereen heeft een muzikale grens qua extremiteit en muzikaliteit. Bij mij schoof die tussen mijn negende en zestiende op van Guns ‘N Roses over Metallica naar Fear Factory, Cradle Of Filth, Sinister en uiteindelijk “Scum” van Napalm Death. Als tiener kon alles niet extreem genoeg zijn, nadien werden ook meer mellow paden bewandeld. De laatste tien jaar vindt er door de wildgroei aan dissonante bands en het unieke karakter van een Blut Aus Nord of Deathspell Omega opnieuw een aftasting van de grenzen plaats. Momenteel ligt die bij ondergetekende bij een band als Ævangelist die reeds sinds de “Oracle of infinite despair” EP uit 2011 elk jaar wel iets van zich liett horen met uitzondering van 2017 toen Matron Torn, die samen met Ascaris Ævangelist vormgeeft, even op de grenzen van het tijdelijke en het eeuwige balanceerde. Alle frustraties, pijn, woede, krankzinnigheid en leed moesten uit lichaam en ziel verdreven worden en de muzikale output is dit jaar dan ook al groot geweest want recent verschenen ook al de in eigen beheer uitgebrachte “Aberrant genesis” EP en de “Heralds of nightmare descending” langspeler. De laatste nieuwe telg “Matricide in the temple of omega” verschijnt via I, Voidhanger Records en is al de zesde full length en staat opnieuw een uur lang garant voor een verstikkende mix van avantgarde en extreme metal die experimenteler dan ooit klinkt. De intro en vijf nummers klinken als een cryptische puzzel van suïcidale psychedelica en claustrofobische, dodelijke, ontspoorde en van het pad verdwaalde metal. Op vocaal vlak zijn er enkele nieuwigheden te horen. In het verleden genereerden de in reverb doordrenkte vocalen van Ascaris dikwijls een soort van oneindige loop die een pijnigend onbehagen uitdroeg. Op “Matricide in the temple of omega” wordt de zang schaarser ingezet en is deze meer begraven in de achtergrond. Black metal screams in “Æon death knell” wisselen af met gotisch gekreun in “Serpentine as lustful nightmare” en het waanzinnige twintig minuten durende “Ascending into the pantheon” waarin tussen de jazzy aanpak ook enkele meer rock-georiënteerde riffs opduiken. En in “Omen of the barren womb” wordt een spookachtig klinkend orgel ingezet dat doet denken aan jaren ’70 progressieve muziek. “Matricide in the temple of omega” is opnieuw een sterk staaltje paranoïde en polyritmische kakofonie geworden die bovendien gemastered werd in de Belgische Blackout Studio van Jeremie Bezier (Emptiness, ex-Enthroned). De grens is weeral verlegd.

JOKKE: 82/100

Ævangelist – Matricide in the temple of omega (I, Voidhanger Records 2018)
1. Divination
2. Æon death knell
3. Omen of the barren womb
4. Thesonance of eternal discord
5. Serpentine as lustful nightmare
6. Ascending into the pantheon

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar

De “Englaryk” demo ligt nog vers in het geheugen, maar het IJslandse Endalok kruipt reeds opnieuw uit haar krater met een nieuwe EP getiteld “Úr draumheimi viðurstyggðar” (vrij vertaald iets betekenend in de aard van “uit een droomwereld van gruwelen“). Vijfentwintig minuten lang krijgen we het muzikale equivalent te verwerken van de angst, opwinding of het tripperige gevoel dat gepaard gaat met dromen en hypnagogie, de staat van bewustzijn die ervaren wordt in de periode tussen het wakker zijn en in slaap vallen. De interne strijd en het vinden van vertrouwen in weerwil van hopeloosheid vormt de rode draad doorheen de vijf songs. Endalok bouwt verder met de bouwstenen van de demo, maar het eindresultaat is een nog meer verwrongen en complex bouwwerk van negativiteit, vervreemding, verrijzenis, schaduwdansen en dialoog met het bewustzijn. Met uitzondering van “Eldhaf“, dat boven de negen minuten afklokt en met haar ratelende drumsalvo’s, bakken echo en dissonantie galore een zenuwaanval op de prefrontale cortex vormt, vallen de overige songs vrij compact uit. “Ekkert varir að eilífu” vormt een naargeestig ambient-bruggetje naar het nogal abrupt eindigende “Holdgerving andskotans” waarin, net als in de openingssong, een directe confrontatie met de innerlijke demonen wordt uitgevochten. Skáphe, Wormlust en Ljáin kunnen opnieuw als tags ingegeven worden, maar ook een Death Fetishist of Aevangelist mogen als referentiekader gebruikt worden. Vreemd maar lekker spul!

JOKKE: 86/100

Endalok – Úr draumheimi viðurstyggðar (Signal Rex 2017)
1. Afskræming holds og sálar
2. Eldhaf
3. Jarðarfarasálmur
4. Ekkert varir að eilífu
5. Holdgerving andskotans

Death Fetishist – Clandestine sacrament

De feestdagen beginnen al vroeg dit jaar voor eenieder die opgewonden raakt van naargeestige, complexe black en death metal. De nieuwe Deathspell Omega gaat één dezer dagen talrijke slachtoffers maken en ook Death Fetishist presenteert op deze dag dat we de doden herdenken een eerste volwaardige langspeler na eerder dit jaar twee veelbelovende digitale EP’s gelost te hebben (“Whorifice” en “Lucifer ascending“). Death Fetishist behelst een samenwerking tussen twee Amerikaanse heerschappen die het klappen van de zweep reeds kennen. Zanger/ snarenplukker Matron Torn is het meest bekend van Benighted In Sodom en het lichtjes geniale Ævangelist waarvan eerder dit jaar een erg onderhoudende samenwerking met Blut Aus Nord verscheen via Debemur Morti Productions, hetzelfde label dat zijn schouders nu ook onder Death Fetishist zet. Compaan G. Nefarious drumt in tal van bands waarvan Panzergod waarschijnlijk het meest een belletje doet rinkelen. Vijftig minuten lang is het genieten geblazen van de ietwat vreemde hersenkronkels van beide heren. Ziekelijk makende extremiteit gaat hand-in-hand met een latente schoonheid die onderhuids aanwezig is in de chaos en dissonantie en een overweldigend gevoel van existentiële wanhoop uitademt. Normaal gezien ben ik niet zo te vinden voor al te digitaal klinkende drums, maar net als bij Blut Aus Nord, past deze sound wel bij de claustrofobische en hypnotiserende cascade aan verstikkende hypnose met industriële toets die Death Fetishist ons voorschotelt. “The gifted medium” trapt deze duistere, sonische one way ride richting inferno af in de vorm van een gotisch aandoende intro met verhalende vrouwenzang waardoor er even voor Cradle’esque toestanden gevreesd wordt. Gelukkig bewijst “Astral darkness” daarna het tegendeel met haar verwrongen dissonant riffwerk dat me aan Negative Plane doet denken en het donkere, spacy ambient toetsentapijt. Om “Clandestine sacrament” in te blikken hebben deze Amerikanen enkele hulplijnen ingeschakeld. Zo neemt D.G. van Misþyrming, Naðra, Skáphe en Martröð-faam de vocalen voor zijn rekening op het navolgende “Voidtripper“, wat meteen ook het ecstatisch hoogtepunt van de plaat blijkt te zijn. Alles wat dit jonkie aanraakt lijkt wel in goud te veranderen en de IJslandse invloeden die hij met zich meebrengt, verspreiden zich als de zwarte dood ook in de andere songs. Dagur is echter niet de enige gastzanger die op deze plaat opdraaft. Doug Moore voorziet “Netherrealm” van diepere death metal vocalen, logisch aangezien hij de frontman is van Pyrrhon, een technische death metal band die mij verder geen hol interesseert. Op “Wreckage of the flesh” laat hij echter ook horen een ziekelijke black metal-twist aan zijn vocalen te kunnen geven. Op gebied van synths en keyboards werden enkele telefoontjes naar het Europese vasteland gepleegd. Zo is Jürgen Bartsch van het geschifte Bethlehem te horen op het Duitstalig getitelde “Verbrannt im altem morast“, dat een rustpunt op de plaat vormt, en Mories van Gnaw Their Tongues verzorgde een gastbijdrage op het afsluitende “Upturneth the chalice“, dat je een twaalf minuten durende laatste mindfuck verschaft. Deze knappe plaat is voorzien van uitmuntend bijpassend artwork van de hand van Andrzej Masianis. Ik ben in blijde verwachting van een extreem gelimiteerde en unieke package die rechtstreeks bij de band te bestellen was. Van een fetish gesproken die niet snel genoeg op de deurmat kan ploffen! Prachtplaat die perfect samengevat wordt middels de titel van het vijfde nummer.

JOKKE: 90/100

Death Fetishist – Clandestine sacrament (Debemur Morti Productions 2016)
1. The gifted medium
2. Astral darkness
3. Voidtripper
4. Netherrealm
5. Beauty from wretchedness
6. Verbrannt im altem morast
7. Wreckage of the flesh
8. Upturneth the chalice