altar of plagues

Naxen – Towards the tomb of times

To abide in ancient abysses” van Naxen vormde twee jaar geleden een fijne smaakmaker naar meer, althans voor de liefhebbers van lang uitgesponnen atmosferische black. De link naar de muziek van hun broeders in Ultha lag wel wat voor de hand, maar aangezien we grote fan van die band zijn, vormde dat hoegenaamd geen struikelblok. Op “Towards the tomb of times”, het volwaardige debuut van de uit Münster, Duitsland afkomstige band, is die Ultha-link nog steeds aanwezig. Het trio kerft dan ook een geluid uit traditionele Scandinavische black, Oost-Europese aandoende melodieën en een vleugje USBM. Deze langspeler klokt op een kloeke 47 minuten speeltijd af die netjes over vier nummers verdeeld werden…you do the math. “Towards the tomb of times” verkent de zwaktes van de mensheid, thema’s gerelateerd aan dood en verlies en het onvermijdelijke falen van onze soort. Ja, vrolijk worden we niet van wat er allemaal in de wereld gaande is en Naxen heeft een passende soundtrack geschreven voor het existentiële falen dat we rondom ons aanschouwen. Net zoal bij Ultha (daar zijn ze weer) hoor je ook bij deze jongens dat elke noot die ze spelen en elke krijs die ze uit hun strot persen – Naxen maakt gebruik van twee vocalisten – gemeend is. Ik heb het tegenwoordig liever zo dan al het gehocus pocus met rituele magie. De openingstrack “To welcome the withering” kent een massieve intro die uiteindelijk een voorbode vormt voor de niet aflatende zwartgeblakerde aanval van het hoofdgedeelte van dit nummer. Plots valt de song stil om nadien terug geleidelijk aan op te bouwen en door een leidende melodie voortgestuwd te worden. Dit lijkt tegenstrijdig met het verwelkingsproces, maar de opener kan volgens zanger/gitarist L.N. als een sterfbed gezien worden en de drie nummers die volgen, vormen de nasleep vol verlies en verdriet. “Lebend und sterbend nähren wir die Flamme“; een zinsnede die het plaatje bondig samenvat. De twee vocalisten laten voldoende ruimte vrij voor instrumentale passages die serieus op je emotionele gemoedstoestand inhakken en je meedogenloos de troosteloze en gitzwarte beenderentombe die op het hoesontwerp van Arjen Kunnen (o.a. Amenra) prijkt, mee insleuren. In het eerste deel van het epische tweeluik “A shadow in the fire” herkennen we meteen de high pitched strot van Ultha’s Chris Noir, wat samen met een mix en mastering door Ultha’s Andy Roscyzk in diens Goblin Sound Studio de parallellen met die band er nog eens dubbel en dik bovenop legt. Het tweede deel vormt het absolute hoogtepunt van “Towards the tomb of times” dat met zijn vlijmscherpe riffs en meeslepende melodieën enkele welgeplaatste krassen in mijn ziel weet te kerven. Voer voor fans van Ultha (hoe kon je het raden?), Sun Worship, Altar Of Plagues en Wiegedood.

JOKKE: 84/100

Naxen – Towards the tomb of times (Vendetta Records 2020)
1. To welcome the withering
2. The odious ordeal
3. A shadow in the fire part I (Scars of solitude)
4. A shadow in the fire part II (Where fire awaits)

Griefloss – Griefloss

In 2014 schopte het nummer “łłł” van de Amerikaanse band Griefloss het tot mijn persoonlijke song van het jaar. Niet slecht voor een band die toen net haar debuut “Ruiner” in eigen beheer had uitgebracht. We zijn ondertussen vijf jaar verder en ik was de band eerlijk gezegd al uit het oog verloren. Plots is daar dan het nieuws dat de opvolger klaar is. En vreemd genoeg wordt die opnieuw in eigen beheer uitgebracht. Is er dan geen enkel platenlabel dat in deze mannen gelooft? Misschien heeft het te maken met het eclectische genre van de band waarin elementen uit shoegaze en atmosferische post-black vermengd worden en dat de hype rond deze niche al op haar retour is? Wie weet. Vol torenhoge verwachtingen waag ik me aan de self-titled opvolger. Zou het kwartet opnieuw zo’n kippenvel kraker als “łłł” geschreven hebben? De emotioneel geladen cleane vocalen van gitarist Ben Polson die dat nummer droegen, krijgen alvast meteen ook de hoofdrol in opener “Anneliese“, maar eerst jaagt een sample van exorcismegeluiden ons de stuipen op het lijf. Dit nummer behandelt immers de duiveluitdrijving van Anneliese Michel, een Duitse vrouw die geloofde dat ze bezeten was door diverse demonen en waarop ook de films “The exorcism of Emily Rose” (2005), “Requiem” (2006) en “Anneliese: The exorcist tapes” (2011) gebaseerd zijn. De heldere, niet altijd even toonvaste – zang en het mellow karakter van de muziek was nu niet meteen wat ik verwachtte na deze onheilspellende intro. Rond de 4:30 grens vallen dan plots de screams in en schakelen de drums een paar tandjes hoger zodat het black metal-aspect van Griefloss’ sound op de voorgrond treedt. Gewaagde openingssong! Het contrast met “Blood flashing” (het nummer dat in augustus vorig jaar als teaser de wereld ingestuurd werd) kan niet groter zijn want hier trekt de band middels blast beats en de helse krijsen van bassist Blade Ronetz volop de black metal-kaart. Ook in “God is hell” is het menens hoewel het tempo hier terug lager ligt, maar de ijle hoge screams wijden ver uit en vullen de ruimte met wanhoop. In “Life is too long” komt het depri-kantje om de hoek loeren maar in “Total hate” worden we op het verkeerde been gezet. Wie hier ziedende en haatvolle black verwachtte, is eraan voor de moeite. Electronica doet immers haar intrede en samen met de zwaar-door-de-effectenmangel-gehaalde cleane zang zorgt dit voor een Jesu-achtige beleving. Geen gitaren en drums hier maar elektronische beats en allerhande achtergrondgeluidjes. De band is duidelijk niet vies van experiment waardoor ik ook gerust een parallel durf te trekken met Altar Of Plagues’ zwanenzang “Teethed glory and injury“, hoewel de Ieren het experiment niet zó ver dreven. Ik ben er nog steeds niet goed uit wat ik hier van moet vinden. Na dit out of the box-uitstapje volgt nog de acht minuten durende uitsmijter “For decades” die het meer gekende blackgaze-terrein van het debuut verkent. Hier wisselen post-rock gitaargepingel en hevige uitbarstingen mekaar af en er wordt voldoende tijd uitgetrokken om spanningsbogen te creëren. Het weet me echter niet zo te pakken als hun oud materiaal. Griefloss bewijst op haar tweede langspeler dat het verschillende gezichten heeft en weerde het experiment niet wat leidde tot een plaat die heel wat luisterbeurten nodig heeft alvorens het kwartje valt. De niet eenduidige koers zal dan ook niet bij iedereen in de smaak vallen. Persoonlijk vind ik het een lichte tegenvaller vergeleken met “Ruiner” en blijf ik toch wat op mijn honger zitten.

JOKKE: 75/100

Griefloss – Griefloss (Eigen Beheer 2019)
1. Anneliese
2. Blood flashing
3. God is hell
4. Life is too long
5. Total hate
6. For Decades

Witte Wieven/Reiziger – Vlucht

Als afsluiter van een wederom erg sterk black metal-jaar bij onze noorderburen, krijgen we naast een nieuwe Lubbert Das ook nog een split tussen Witte Wieven en Reiziger voorgeschoteld waarbij beide bands één lange atmosferische black metal-song laten horen. Witte Wieven uit Tilburg bijt de spits af en pikt de draad op waar haar eerste EP “Silhouettes of an imprisoned mind” twee jaar geleden stopte. Het duo bestaande uit zangeres/gitariste/bassiste Carmen Raats en drummer Sarban Grimminck creëert een wazige en ijle atmosfeer des te meer door Carmen’s frêle zang die naar bands als Amesoeurs en Les Discrets neigt, maar we horen in “Met beide benen in het niets” ook wel wat Agalloch terug in de melancholische gitaarleads rond de 5:30 grens. De dissonante elementen die we op de EP nog hoorden, zijn echter verdwenen in het niets en hebben plaatsgemaakt voor een dromerig geluid. De serene openingsklanken en de opbouw van diens melodie doen heel hard denken aan “Earth as a womb” van het geniale Altar Of Plagues. Wanneer na drie minuten de black metal-klanken uit de startblokken schieten, zoekt Carmen het contrast op tussen haar engelenzang en hoge screams en de gitaren rangeren tussen cleane klanken en lage, modern klinkende riffs. “Met beide benen in het niets” is een dynamisch nummer dat enkele mooie opbouwen kent en haar mysteries gaandeweg prijsgeeft. Benieuwd naar de opkomende Roadburn-performance! Daarna is het de beurt aan Reiziger, de soloband van Laster’s N en niet te verwarren met de Belgische postcore-band uit Hechtel. “Dauw en daad” duurt negen minuten en hield me met haar hypnotiserende klanken, lo-fi riffs, repetitief drumspel, ijzige synths en ijle screams vanaf de eerste luisterbeurt in een grip die me niet meer los liet. Hoewel Reiziger minder buiten de lijntjes kleurt dan Laster, hoor je in de overall sound toch wel enkele gelijkenissen. Reiziger onderscheidt zich echter door een triomfantelijk gevoel dat inherent aanwezig is door een keyboardlaag die de sound van hoorngeschal en blazers evenaart. Een intrigerend epos en één van de beste nummers van het afgelopen jaar dat zo hard om meer roept. Ook de split-tape “Hertovenarij” van Reiziger en Alruin uit 2016 is de moeite waard. Mensen die van hun exemplaar af willen (aan een redelijke prijs natuurlijk), mogen me altijd contacteren! Dikke duim voor Babylon Doom Cult Records om ons met deze interessante split te verblijden.

JOKKE: 87/100 (Witte Wieven: 84/100 – Reiziger: 90/100)

Witte Wieven/Reiziger – Vlucht (Babylon Doom Cult Records 2018)
1. Witte Wieven – Met beide benen in het niets
2. Reiziger – Dauw en daad

Time Lurker – Time lurker

Toen ik vorig jaar tijdens een nachtelijke Bandcamp dwaling op Time Lurker stootte, was ik meteen verkocht. Mijn kop eraf dat deze Franse einzelgänger uit Strasbourg vroeg of laat niet door een label opgepikt zou worden. Het is uiteindelijk Les Acteurs de l’Ombre Productions geworden, een label dat de laatste tijd goed bezig is. Voor het debuut dat in juni uitkomt werden de twee digitale EP’s “I” (tracks één en twee) en “II” (tracks vier tot en met zeven) en de single “Etheral hands” (track drie) samengevoegd. Mick speelde de hele plaat op zijn eentje in en verzorgde ook de mix. Voor de mastering werd bij Jack Shirley (o.a. Deafheaven, Wiegedood, Oathbraker, Ultha) aangeklopt, dus op productioneel vlak zit dit plaatje meer dan snor. Voor de zang kreeg de man hulp van enkele vrienden zoals Thibo (Paramnesia), Tony (Rance), Cédric (End Of Mankind, Pyrecult) en Clam (Le Mal des Ardents) waardoor er op vocaal vlak tot op het depressieve af heel wat te beleven valt. De geest van het vergane Altar Of Plagues waart alomtegenwoordig rond in de atmosferische black metal, maar dat vinden we allerminst een spijtige zaak. De warme gloed die de muziek bij momenten uitstraalt, maakt het contrast met de ijselijke screams des te groter. In de songs afkomstig van de tweede EP is nog meer ruimte voor catharsische atmosfeer voorzien. Het concept van Time Lurker is gebaseerd op een lange, introspectieve reis waarbij de menselijke natuur geconfronteerd wordt met haar demonen die gevormd worden door twijfel en angst en waarbij inspiratie werd gevonden bij Jules Verne en HP Lovecraft. Twijfel is er allerminst bij het aanhoren van deze plaat. Wat ben ik in mijn nopjes met Time Lurker!

JOKKE: 90/100

Time Lurker – Time lurker (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2017)
1. Rupture
2. Judgment
3. Ethereal hands
4. Reborn
5. No way out from mankind
6. Passage
7. Whispering from space

Time Lurker – I

One man bands hoeven al lang niet meer synoniem te staan voor krakkemikkerige muzikale capaciteiten. Eén van de nieuwkomers die dat bewijst is het Franse Time Lurker, die net een eerste digitale demo de wereld heeft ingestuurd. Twee songs slechts, maar deze klokken toch op een mooie twintig minuten speeltijd af. “Rupture” begint sfeervol aan haar verhaal maar barst na een tweetal minuten toch uit in een zinderende back metal explosie waarbij het geluid zich in de schaduwzone tussen atmosferische/post- en depressieve black bevindt. De dubbele bassen rollen stevig door de pakkende, bijwijlen post-rockerige crescendo gitaarriffs, maar weten ook de nodige rustpauzes in te lassen. “White tomb“-era Altar Of Plagues lijkt nooit veraf, waarbij de ijzige uithalen het geheel van een depressief randje voorzien. Ook “Judgement“geeft je na een experimentele openingsminuut een mep in het gezicht met een pakkende song waarin wat post-metal elementen doorschemeren, hoewel de blasts het tempo hoog houden. Ik ben instant fan en hoop dat deze Fransoos snel een label vindt en/of ons met een langspeler verblijdt. Als die de hoge kwaliteit van deze twee veelbelovende tracks kan verderzetten, zou Time Lurker het gat dat Altar Of Plagues achterliet wel eens kunnen opvullen.

JOKKE: 84/100         

Time Lurker – I (Eigen beheer 2016)
1. Rupture
2. Judgment

With The End In Mind – Unraveling; arising

With The End In Mind wist me in 2013 danig te overtuigen met hun “Thresholder” EP. Nadien verdween de band – nou ja, Alexander Roland Freilich is het brein achter With The End In Mind en laat zich op plaat telkens bijstaan door enkele sessiemuzikanten – van mijn radar om nu plots uit de donkere dichtbegroeide bossen van Olympia terug op te duiken met een debuut, getiteld “Unraveling; arising”. Wie “Olympia” leest en weet dat deze band atmosferische black metal speelt zal al snel Wolves In The Throne Room als referentiepunt aanhalen. En dat is niet meer dan normaal want With The End In Mind wordt overduidelijk beïnvloed door hun heersende streekgenoten die eindelijk ook terug uit hun winterslaap ontwaakt lijken te zijn. Er vallen heel wat rustpunten te bespeuren tussen de snelle en woeste black metal uithalen, die vorm gegeven worden middels cleane gitaren, cleane zang (zowel mannelijke als vrouwelijke vocalen), keyboards en viool. De mistige keyboardgordijnen zijn misschien net iets té prominent aanwezig, hoewel er bij de mix duidelijk rekening mee werd gehouden om ze naar de achtergrond te sturen wanneer Noors aandoende gitaarmelodieën de aandacht van de luisteraar opeisen. Met een gemiddelde speelduur van twaalf minuten per song (de titeltrack even buiten beschouwing gelaten) wordt danig de tijd genomen om een spanningsboog te creëren en naar catharsische hoogtepunten toe te werken. De eerste paar luisterbeurten lijkt er niets wereldschokkend te gebeuren, maar eenmaal je de plaat wat aandachtiger beluistert en de tijd geeft om op je te laten inwerken, ontplooit er zich een wonderbaarlijk natuurfenomeen: de repetitieve snelle stukken voelen als een verfrissende stortbui die de hemel doet open barsten na een lange hiking tocht doorheen mysterieuze wouden wanneer je op de top van een berg van majestueuze panorama’s aan het genieten bent. Je adem begint te stokken en je hartslag neemt toe, wanneer de druppels op je blote huid vallen. Ik verkies de metalen erupties boven de sfeer scheppende rustigere passages, hoewel het afsluitende “Wheeling, endlessly wheeling” met feeërieke zang van Caitlin Fate absoluut weet te overtuigen. Donderende doomuithalen en postrock-achtige gitaarscreams luiden deze song in, maar wanneer je de uppercut verwacht zuigt Caitlin de aandacht naar haar toe om je even later, ondersteund door plechtig maar sereen vioolspel, in vervoering te brengen. De folky ondertoon doet wat aan SubRosa denken. Na zeven en een halve minuut is er dan die laatste zwartgeblakerde pandoering die je bij je nekvel grijpt en waar ook een Altar Of Plagues vanachter een boom komt loeren. Wat een song! Hoor ik hier trouwens ook subtiel hoorngeschal? In afwachting van nieuw plaatwerk van Wolves In The Throne Room ga je met dit debuut van With The End In Mind enkele leuke uurtjes kunnen doorbrengen. Schandalig dat er nog geen enkel platenlabel haar schouders onder deze band gezet heeft.

JOKKE: 84/100

With The End In Mind – Unraveling; arising (Eigen beheer 2016)
1. Sings the sky
2. Anguish symmetry
3. Unraveling; arising
4. From the true source
5. Wheeling, endlessly wheeling

 

 

 

Wode – Wode

Het Verenigd Koninkrijk verblijde ons de afgelopen jaren middels Winterfylleth en Wodensthrone (RIP) met twee sterke black metal bands die een frisse wind bliezen doorheen de Engelse scene. Met Wode is er opnieuw een sterke en veelbelovende band opgestaan. Alfabetisch gezien bengelen de drie bands wegens hun beginletter ergens achteraan het alfabet, maar qua muzikale kwaliteit nemen ze een plekje in de voorste echelons in. Wode heeft duidelijk haar tijd genomen om die eerste volwaardige langspeler neer te pennen, als je ziet dat hun eerste en enige demo reeds vijf jaar geleden werd uitgebracht. De band serveert ons zes krachtige black metal tracks die samen afklokken op achtenveertig minuten speeltijd en die zonder al te veel overtollige franjes of poespas een terugkeer naar het Scandinavische – er wordt tussen de Noorse en Zweedse school heen en weer gepingpongd – basisgeluid uit de jaren negentig inluiden. Bekijk het als de twee reeds eerder aangehaalde bands minus de heidense invloeden maar met in plaats daarvan subtiele verwijzingen naar de post-black metal van een Altar Of Plagues of de sludge/black van een band als Ultha. De lekker zware productie met grimmige korrel doet deze plaat bovendien alle eer aan! Op het eerste gehoor lijken de songs onderling weinig te verschillen, maar eens de melodieën zich in je oorschelpen nestelen, ontdek je de pracht van dit album. Ook de dynamiek van het album ontplooit zich na meerdere luisterbeurten. Zo gaat “Cloaked in ruin” van start met een lompe doomriff om daarna in galop over te gaan tot raggende black metal geïnjecteerd met Zweedse Dissection melodieën en solo. Het rockende begin van “Spectral sun” tovert een glimlach op mijn gezicht om daarna weer in grimassen te vertrekken wanneer de venijnige black zich van mij heer en meester maakt. Deze eerste van Wode is een echt groeialbum…wat op termijn meestal de beste albums blijken te zijn.

JOKKE: 83/100

Wode – Wode (Broken Limbs Recordings 2016)
1. Death’s edifice
2. Trails of smoke
3. Cloaked in ruin
4. Spectral sun
5. Plagues of insomnia
6. Black belief

Mortichnia – Heir to scoria and ash

Knap als een debuut van een voorheen onbekende band op een eveneens onbekend label je weet te overtuigen. Bij deze is de clue van de review meteen verklapt! Het uit Dublin afkomstige kwintet Mortichnia brengt via Apocalyptic Witchcraft Recordings (o.a.Zatokrev en Caïna) met “Heir to scoria and ash” een plaat uit die liefhebbers van het ter ziele gegane Altar Of Plagues zeker moet kunnen bekoren. Het feit dat het album geproduceerd, gemixt en gemastered werd door diens mastermind James Kelly, versterkt de vette knipoog naar Altar Of Plagues nog meer. Goed om vast te stellen dat Kelly nog steeds interesse heeft in het heavy gebeuren naast zijn elektronisch soloproject Wife. Mortichnia als een klakkeloze kopie van Altar Of Plagues afdoen, zou de heren echter onrecht aandoen. Dat ze post-black metal als basis nemen, waarbij het er net iets minder uitgesponnen atmosferisch aan toe gaat dan bij de Cascadian scene, valt niet te ontkennen. Deze fond wordt echter op smaak gebracht met beklemmende doom metal en wanhopige screams, die refereren aan Ash Borer, en met momenten gaat het er behoorlijk progressief aan toe. Het is vooral de licht industriële sound (ietwat kil klinkende drums) van de interessante mix aan stijlen die een link met de zwanenzang van Altar Of Plagues oproept. Zo wisselen beklijvende atmosferische passages af met laag gestemde grommende doom/death riffs (die wel wat weghebben van Bölzer) en ondersteunende dubbele basdrums. De riffs wringen zich met momenten uit hun strak omlijnd keurslijf om de nodige dissonanten op de gitaarfrets en -snaren op te zoeken.Thematisch gezien handelt dit werkje over de veroordeling van de menselijke zwakheid en het ontwaken van een onweerlegbare spijt.De vier monsterlijke songs en intermezzo halen inspiratie uit een misantropisch instinct en verhalen over een verwekt verdriet, ondersteund door catharsische visioenen van vergankelijkheid. Opgewekte jongens dus! Dit is een debuut dat kan tellen en Mortichnia is er dus weeral eentje om in het oog te blijven houden. Oordeelt u hieronder zelf maar!
JOKKE: 81/100

Mortichnia – Heir to scoria and ash (Apocalyptic Witchcraft Recordings 2016)
1. Searing impulse
2. Carrion proclamation
3. The waning
4. A furious withering
5. Heir

Wildernessking – Mystical future

Of black metal hip(ster) is in Afrika weet ek nie. Zwartmetaal en die swart kontinent: as jy dit so bekyk sou dit ’n match moet wees, maar in werklikheid is ’n swart medemens wat black metal speel eerder die uitsondering as die reël. Wildernessking moet so wat die mees bekende band uit Suid-Afrika (en Afrika tout court) wees. Dit uit Kaapstad afkomstige viertal is met “Mystical future” aan haar tweede langspeler gekom, maar het sedert debuut “The writing of gods in the sand” uit 2012 nie stilgezeten, want in hierdie tydperk verskyn ook nog twee EP’s en twee splits. Nou kan jy twee voorbehoude maak by my intro. Ten eerste het die band wel deeglik Afrika as basis, maar hul huidkleurtje leun tog redelik naby aan die ons aan, dus die stelling uit die intro van hierdie review word weer eens bevestig. Ten tweede leun hul black metal eerder na die soort “bomenknuffelaars black” waar duivelsverering en okkultisme ver soek is waardeur die scene puriste Wildernessking nie as black metal sal katalogisering. Wat doen dit daar eintlik almal toe? Ek het Wildernessking steeds ’n goeie middenmotor gevind qua atmosferiese black metal band, maar op “Mystical future” tree hulle nog ’n trappie hoër na die top, hoewel dit eintlik vyf songs betref wat geskryf is tussen januarie 2012 en september 2013 en in 2014 verewig is . Wat my so hou aan hierdie plaat is die (h) eerlike organiese sound waardeur jy byna na ’n live plaat lyk te luister, ’n verademing tussen die vele hedendaagse kliniese en overgecompresseerde produksies. Hierdeur kom Wildernessking in die vaarwater van Fen, wat daar ’n soortgelyke benadering op nahouden en waarmee daar ook op musikale vlak die nodige parallelle getrek kan word. Hoewel die musiek nie van die hardste in haar soort is, word dit geneutraliseer deur die rou (maar ietwat eentonige) vocalen. Dit spanningsveld doen gereeld aan Deafheaven dink, hoewel hierdie laaste die versneller wel ’n pak meer induwen. Ek betrap my gereeld op die meefluiten van die pakkende melodieë wat byvoorbeeld in ’n songs soos “I will go to your tomb” geëtaleerd word. “To transcend” is die ruspunt op die plaat waarin die postrock invloede bo kom dryf sonder in clichés te verval, hoewel hierdie song tog nie volledig weet te oortuig. Gee my dan maar “With arms like wands” waar die melodieuse lei oortyd maak maar gedrapeer word oor ’n rou black metal fond. Die uitgezette lyne van die beginriff van “If you leave” is héél dank verskuldig aan “Earth: As a womb” van Altar Of Plagues maar word daarna gekleur deur die vroulike bezwerende koor van Alexandra Morte totdat die screams van frontman / baskitaarspeler Keenan Nathan Oakes terug die aandag opeis en daar ’n epiese eindspurt genre ou Alcest ontplooi word wat ongeveer elke haartje op my katedraal van ’n liggaam doen rechtkomen. Mooi en pragtige plaat.

JOKKE: 82/100

Wildernessking – Mystical future (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2016/Sick Man Getting Sick Records 2016)
1. White horses
2. I will go to your tomb
3. To transcend
4. White arms like wands
5. If you leave

Terzij De Horde – Self

Eén van de redenen waarom ik mijn hart verloren heb aan black metal is dat je enerzijds kan kiezen voor de old skool aanpak die, wars van alle trends, stug haar eigen ding blijft doen zonder inmenging van enige invloeden van buitenaf, maar dat er anderzijds ook bands zijn die in de marge van het genre het experiment opzoeken en exploratie van nieuwe oorden niet schuwen (noem het post-black metal als je wil). Het Nederlandse Terzij de Horde is een band die in die laatste categorie thuis hoort. Hun debuut EP “A rage of rapture against the dying of the light” sloeg vijf jaar geleden in als een bom. In de nasleep van dat album verschenen nog enkele split-releases en nu presenteert de band ons met “Self” eindelijk dé langverwachte eerste langspeler. Deze vijf Nederlanders ontleenden hun bandnaam aan een strofe uit het gedicht “Einde” van Hendrik Marsman, een dichter wiens werk bol staat van duister vitalisme, de intense drang aan het leven vast te houden en haat jegens religie. Ideaal voer voor black metal dus! Zoals de albumtitel al verraadt draait het conceptalbum rond het probleem van “het zelf” en het dualisme tussen lichaam en ziel. In zes tracks verkennen onze noorderburen verschillende manieren om te leven of niet te leven, zowel met onszelf als de ons omringende wereld. Blindheid, lijden, een verlangen naar bevrijding en verlichting, de vernietiging van zichzelf en anderen en nog meer van dat leuks komt aan bod. Ook het opmerkelijke artwork past perfect in dit plaatje. De albumhoes beeldt een mier af die verteerd wordt door de cordyceps, een tweekoppige parasitaire schimmel die zich de hersenen toe-eigent van de gastheer die ze infecteert om zo de zelfregulerende functies te manipuleren en effectief te vernietigen. Door deze annexatie wordt de mier een leeg omhulsel van wat ze ooit was, bestuurd door een vernietiging van binnenuit opgelegd en onverenigbaar. In de zes lange tracks, die in speelduur variëren van zes tot elf minuten, wordt de basis van striemende Zweeds aandoende black metal (ik moet regelmatig aan Thy Primordial denken) gekruid met talrijke inventieve genrewendingen en uitstapjes richting screamo, hardcore en noise. In de onnavolgbare maalstroom van black metal tremolo erupties, ziedende drums en het woest geblaf van frontman Joost, valt gelukkig ook de nodige melodie te ontdekken. In “Averoas” gaat het tempo naar beneden en weten de indringende riffs te beklijven. Hollanders en de taal van de liefde vormen meestal een grappige combinatie maar in het heftige  “Contre le monde, contre la vie” is hoegenaamd geen plaats voor loltrapperij. Ook in “Geryon – See extinguished the sight of everything but the monster”, het kroonjuweel van de plaat, overtreft de band mijn stoutste verwachtingen en laat ze, in goede Tombs-stijl, geen spaander heel van de heilige huisjes die worden ingetrapt. Nadat het Ierse Altar of Plagues de handdoek in de ring heeft gegooid (hoewel ze precies wel blijven touren) neemt Terzij De Horde de fakkel van hen over. Puur vakmanschap!

JOKKE: 90/100

Terzij De Horde – Self (Consouling Sounds/Burning World Records 2015)
1. Absence
2. A marriage of flesh and air
3. Averoas
4. Contre le monde, contre la vie
5. Geryon – See extinguished the sight of everything but the monster
6. Sacrifice – A final paroxysm