amor fati productions

Dauþuz – Grubenfall 1727

Op 26 juni bacht Amor Fati Productions een nieuwe EP uit van Dauþuz, een band die thematische gezien werkt rond de duistere onderneming van mijnbouw waarbij er in eeuwige duisternis gezwoegd en gezweet wordt en dit met een constant gevaar voor de dood (de bandnaam is dan ook oud-Duits voor ‘dood’). Hoewel ‘nieuw’ misschien wat overdreven is in dit geval. Het duo Aragonyth (alle instruments en songwriting) en Syderyth (zang, teksten en akoestische gitaarmuziek) vertelt op deze EP namelijk een mini-verhaal rond pijn, wraak en verlossing dat begon met het titelnummer op het debuut “In finstrer Teufe” (2016) en een vervolg kreeg met het nummer “Kerker der Ewgkeit” van “Die Grubenmähre” (2017). Beide composities werden voor deze EP heropgenomen en aangevuld met een gloednieuw sluitstuk getiteld “Die letzte Fahrt” dat met ruim 20 minuten speeltijd ook voldoende nieuw materiaal vertegenwoordigt. Op deze EP laat het duo zich van zijn meest epische kant zien. De gelaagde composities bevatten heel wat akoestische intermezzo’s, catchy melodieën, subtiele toetsenlagen en heldere samenzang hoewel de basis ontegensprekelijk zo zwart als de diepste mijnkrochten blijft. De mix van folky melodieën en meer sombere, melodramatiche riffs creëert een spannende wisselwerking die ongelooflijk goed werkt om een ​​breed scala aan emoties over te brengen. Opwinding, angst, heroïek, tristesse en furie worden allemaal tot leven gewekt. En hoewel er zeker ook een lichtpuntje aan hoop aan het einde van de mijnkoker schijnt, heeft het totaalgeluid van Dauþuz een verwrongen en gevaarlijke kant die tot uiting komt middels een krachtige en wrede black metal storm. Dit is zo Duits als maar kan zijn, en de tijden dat Duitse black lachwekkend was, liggen reeds ver achter ons. Tezamen met de release van deze EP zal Amor Fati ook de back catalogue van Dauþuz van een tweede leven voorzien op zowel CD als vinyl. Liefhebbers weten wat doen.

JOKKE: 80/100

Dauþuz – Grubenfall 1727 (Amor Fati Productions 2020)
1. Grubenfall 1727
2. Kerker der Ewigkeit
3. Die letzte Fahrt

Gneterswart – Gneterswart

Abstract albumartwork bestaande uit zesenzestig tinten grijs en zwart en één van de meest onleesbare bandlogo’s ooit. Om maar te zeggen dat Gneterswart niet echt van zijn marketingstrategie wakker ligt. Ván Records brengt het eerste wapenfeit van dit Duitse trio met o.a. Hekla van Hadopelagyal in de gelederen uit als 10 inch en Amor Fati zal instaan voor de tapeversie. Het zwartmetaal dat Gneterswart vier nummers lang ontketent lijkt in een ondergrondse bunker opgenomen te zijn waar het haast even hard echoot als in Trump’s bovenkamer. De sound is organisch, enige vorm van productie is quasi onbestaande, maar het past wel bij de black metal van het trio. Doorheen de snerpende cymbaalaanslagen en kwaadaardige screams penetreren morbide riffs die me meer dan eens aan het über kwaadaardige Throne Of Katharsis doen denken. Ook een erg ongepolijste versie van het oude Watain doemt eveneens regelmatig aan de einder op, vooral op vocaal vlak dan. Het tempo varieert van tergend traag in o.a. het geïmproviseerd aandoende “For ye mighty treacherous sanctuary” tot blastbeatmodus waarbij de snare-aanslagen echter vaporiseren in het geheel, behalve wanneer de piepende feedback aan het einde van “Drop dead treacherous sanctuary” wegvalt. De atmosfeer die vooral op de A-kant neergezet wordt in het diabolische “Flight of ye nameless” en het dynamische “Scattered in tempest” is verstikkend en pek, pekzwart. De bandnaam past met andere woorden als gegoten.

JOKKE: 81/100

Gneterswart – Gneterswart (Ván Records 2020)
1. Flight of ye nameless
2. Scattered in tempest
3. Drop dead treacherous sanctuary
4. For ye mighty ghosts of gloom

Akolyth – Akolyth

Amor Fati Productions was erg schuw in het delen van info over Akolyth (een acoliet is een altaardienaar), een nieuwe band die ze in hun kamp welkom heetten. Het gelijknamige debuut van deze black metal band werd in de Brusselse Opus Magnum Studios opgenomen – dat werd wel gelost – en laat dat nu net de plaats zijn waar duizendpoot Déhà als studio engineer werkt, dus mijn kop eraf als deze multi-instrumentalist niet bij dit orkestje betrokken is. De insteek van Akolyth’s black metal leidt ons terug naar de grimmige jaren ’90, hoe kan het ook anders? Heeft iemand al eens gehoord dat een band de black metal sound van de jaren ’00 wou doen herleven? Ik alvast niet. De sound van de vier nummers, die alle met de negen minuten grens flirten, is droog, maar eerder warm dan schel en snerpend. Daar zit de goed hoorbare basgitaar die de lijm tussen de gitaar en de drums vormt ook voor iets tussen. Voorts zijn de zwartmetalen klanken gestript van overtollig vet en wordt een less is more-aanpak gehanteerd. Het gitaarwerk schippert wat tussen verwrongen akkoorden en heel wat rockend materiaal wat bijwijlen een black ’n roll feel creëert. Maar ook blastbeats met enkele Mardukiaanse akkoordenschema’s en old school Mayhem riffs ontbreken niet in opener “A work of ages“. In de snellere stukken van het daaropvolgende van Noorse invloeden doordrongen “The night, the fog” hou ik een Gehenna ten tijde van diens meest primitieve “WW” plaat in gedachten. “What dwells between fractured worlds” – mijn persoonlijke favoriet – kent een hypnotiserende flow waarbij er tussen hoogtes en laagtes gereisd wordt en bevat een basic basisriff die nog uren blijft nazinderen. Het vocale spectrum (van Déhà?) gaat vrij breed – van duivels gekrijs over gehuil en van ritualistische klaagzang tot maniakale uithalen. Vooral in het afsluitende “To become his doorway” gaat de zanger voluit. Dit debuut is – ondanks de grote “DMDS” Mayhem invloeden – over de ganse lijn geslaagd.

JOKKE: 82/100

Akolyth – Akolyth (Amor Fati Productions 2020)
1. A work of ages
2. The night, the fog
3. What dwells between fractured worlds
4. To become his doorway

Múspellzheimr – Múspellzheimr

Vierde langspeler al weer voor het Deense Múspellzheimr en zoals elke band op een bepaald punt in zijn levensloop wel doet, was het tijd voor de self titled plaat. Na een grijze, rode en groene cover primeert deze keer de gele kleur op het hoesontwerp. Of hier een filosofie achter zit, is me niet duidelijk, maar het viel me gewoon op. Oh ja, voor de eerste keer is er ook eens werk gemaakt van songtitels. In mijn review van “Hyldest til trolddommens flamme/Demo compilation” haalde ik de evolutie die de band doormaakte al aan. Op deze nieuwe telg borduren de Denen verder op de meer psychedelische koers die met “Raukn” uit 2018 ingezet werd, maar dan aan de duizelingwekkende snelheden die op de split met Aiwīgaz Unðergangaz neergezet werden. Vanaf de openingstonen van “Søkkdalir” worden we in een bedwelmend black metal stoombad ondergedompeld waarvan de dampen op onze longen pakken. In het meer dan tien minuten durende met dissonanten doorspekte “Selvæder” komt een band als Oranssi Pazuzu zelfs even vanachter het hoekje piepen. De gitaren creëren een bijna warmbloedige gloed die als een gigantische troep bijen zoemt en doorheen de lucht zwermt. Deze waas is het ene moment best verstikkend want Múspellzheimr heeft nog steeds dat chaotische in zich, maar kan even later ook verheffend werken. In “Drømme om sten, om storm, om ild” wordt het contrast opgezocht tussen labyrintische complexiteit en meer ingetogen passages waarbij pianotoetsen voor een serene sfeer tussen de hectiek door zorgen. “Gabet og tordenklang” hangt opnieuw aaneen van de atonale klanken, zwartgeblakerde spasmen en ijzingwekkende screams en het afsluitende “Draugen” lijkt daar nog een schepje bovenop te doen. Múspellzheimr slaagt erin een erg beklemmende en bevreemdende toon neer te zetten, vergelijkbaar met die van een Knokkelklang maar dan op een tempo dat doorsnee vele malen hoger ligt. Deze self titled is misschien wel hun meest beklijvende werk tot op heden.

JOKKE: 88/100

Múspellzheimr – Múspellzheimr (Amor Fati Productions 2020)
1. Søkkdalir
2. Selvæder
3. Drømme om sten, om storm, om ild
4. Gabet og tordenklang
5. Draugen

Häxanu – Snare of all salvation

Naast stoere trve kvlt promofoto’s heeft Alex Poole nog iets anders geleerd uit zijn samenwerking met Swartadauþuz bij Gardsghastr, namelijk het idee om voor elk album dat je schrijft een nieuw project te beginnen. Zodus begint Poole ondertussen een even brede discografie op te bouwen met projecten als het hiervoor vernoemde Gardsghastr, Ringarë, Chaos Moon, Entheogen, Skáphe, Guðveiki, Krieg, Martröð en dan nu het nagelnieuwe Häxanu dat aan de reeds indrukwekkende lijst wordt toegevoegd (en die van Poole één van de meest veelzijdige muzikanten in het huidige landschap maakt). Met “Snare of all salvation” behoudt hij de welgekende formule die hij al enkele jaren aanhoudt: snijdende riffs die je terugkatapulteren naar de jaren negentig met een subtiele laag aan keyboards, rauwe maar heldere en haast verstaanbare vocalen en een fantastische productie. Amor Fati Productions staat in voor de release, en zij weten ons te vertellen dat “Snare of all salvation” gaat over de studie van alchemie (vandaar ook alle symboliek op de albumhoes) en de poging de Toren van Babel de beklimmen vanuit een esoterisch, neoplatonisch standpunt. Voor lyrische en esoterische overpeinzingen verwijs ik jullie door naar de booklet van de fraai uitziende vinyl-uitgave. Häxanu ligt qua stijl wat in de lijn van Ringarë en Gardsghastr maar legt minder nadruk op keyboards. Het gevarieerde drumwerk heeft Poole deze keer zelf op zich genomen in plaats van hier de getalenteerde Jack Blackburn (Entheogen, Chaos Moon) voor in te schakelen, en dat gaat hem bijzonder goed af. Na een korte intro trapt “Materia prima” de drie kwartier ingenieuze black metal in gang met melodieuze maar ijskoude riffs en een spervuur aan blast beatsalvo’s. Ondanks de thematiek horen we hier geen occulte hocus-pocus frasen of clean gezongen incantaties, maar houdt de Amerikaan het op rechttoe rechtaan black metal. Cátchy black metal zelfs, want sommige riffs blijven dagenlang terug in je hoofd opduiken, zoals het begin van “Sulfur, salt, mercury”. Dit pallet wordt gecomplementeerd door de vocalen van de mij onbekende zanger L.C., die naast vrij felle screams regelmatig eens een keelgeluid voortbrengt dat meer op roepende grunts dan screams lijkt, een dynamiek die het rijke klankenpallet enkel meer in de verf zet. “Smaragdina” heeft dan wat meer weg van later werk van Chaos Moon, maar het volledige album bouwt een half uur lang op naar de mastodont die na het melodieuze “Anima mundi” komt: de zeventien minuten durende afsluiter en tevens titelnummer dat “Snare of all salvation” is. Dit nummer alleen al toont hoe meesterlijk Poole is als componist: van een rollende, zich herhalende riff wordt gas teruggenomen om het meest atmosferische deel van het album (denk aan het afsluitend titelnummer van Chaos Moons “Eschaton Mémoire”) in te leiden, dat rustig opbouwt naar een furieuze ontknoping rond de zevende minuut. Rond de tien minuten komen wat semi-akoestische tokkels (nog zo’n knipoog naar zijn samenwerking met Swartadauþuz) alvorens het album richting het einde te laten kabbelen. Variatie troef op “Snare of all salvation” dus, en dankzij het hoge gehalte aan catchiness is het een album dat na meerdere luisterbeurten zeker niet gaat vervelen. Net zoals zijn kompaan van de Ancient Records stal heeft Alex Poole precies een onvermogen om slechte muziek te schrijven, en dat juichen we hier van harte toe. We zijn nog maar april, maar Häxanu komt zonder enige twijfel in de jaarlijst terecht.

CAS: 92/100

Häxanu – Snare of all salvation (Amor Fati Productions 2020)
1. The pale
2. Materia prima
3. Sulfur, salt, mercury
4. Smaragdina
5. Anima mundi
6. Snare of all salvation

Nawaharjan – Lokabrenna

Het Duitse Nawaharjan is zo’n band die duidelijk niet over koetjes en kalfjes zingt, maar wilt dat diens muziek stevig verankerd is met een overkoepelend thema. In het geval van “Lokabrenna“, het volwaardige debuut dat negen jaar na de EP “Into the void” verschijnt, betreft het een conceptueel werkstuk gebaseerd op het uit de Germaanse mythologie stammende “Thursian Brandawegiz”-systeem, een soort mix van heidendom en satanisme waarbij destructieve/negatieve krachten (‘Thursar’) worden vereerd in plaats van goden (‘Æsir – Ásatrú’). Elk van de negen nummers is een hymne die opgedragen wordt aan Loki en de albumtitel die vertaald kan worden als “Loki brandt” is de Scandinavische naam voor de ster Sirius die volgens de Brandawegiz-traditie wordt geassocieerd met de bevrijdende krachten van Loki en de vernietiging van de kosmos tijdens Ragnarök. Wie meer over dit onderwerp wilt weten, kan enkele boeken van de Zweed Johan S. Lahger, beter bekend als Shamaatae van Arckanum, opsnorren. Niet toevallig is deze Zweedse pioniersband de eerste referentie, zowel qua muziek als zang, die in mijn gedachten opkomt wanneer het korte “Warassuz” meteen met volle kracht uit de boxen knalt. Naarmate de plaat vordert hoor ik ook steeds meer en meer invloeden van een Misþyrming doorschemeren, vooral door de opzwepende zang en tempo’s. Met nummers van gemiddeld zo’n 6 à 7 minuten speelduur verwachte ik de nodige dynamiek, maar op dat vlak kom ik bedrogen uit want Nawaharjan laat hier bijna één uur lang hetzelfde kunstje horen waardoor de verveling al gauw toeslaat. Zo heb ik bv. enkel door de seconde stilte tussen “Thwerhanassuz” en “Umbibrautiniz” door dat er een ander nummer ingezet werd. De drummer kiest in de snelle passages bijna steevast voor een up-tempo single kick drumbeat die we na een nummer of drie wel gehoord hebben. Het militaristisch klinkende snaredrumpatroon dat in “Thwerhanassuz” opduikt, klinkt hierdoor als een verademing. Naar adem happen is iets waar de vier gesluierde muzikanten weinig oog voor hebben, want zowel de vocalen als de gitaren en drum vechten voortdurend voor een plaats vooraan in de mix waardoor finesse en details verloren gaan. En ondanks het soms epische karakter van de lange nummers is er zoals gezegd heel weinig dynamiek. Af en toe schakelt het viertal wel eens een versnelling lager, maar aan het einde van de rit blijft daar niet veel van hangen want ik heb het gevoel naar een constant voortrazende plaat geluisterd te hebben. Slecht is het allemaal niet en er passeren naast de best ferme hekkensluiter “Hradjungo” wel enkele knappe Zweeds aandoende riffs, maar zelfs na meerdere luisterbeurten wil de mayonaise bij mij niet echt pakken.

JOKKE: 73/100

Nawaharjan – Lokabrenna (Amor Fati Productions 2020)
1. Warassuz (Awareness)
2. Maino (Intention)
3. Skuwwe (Reflection)
4. Ūtfurskō Exploration)
5. Sunjo (Realization)
6. Thwerhanassuz (Opposition)
7. Umbibrautiniz (Transformation)
8. Thrawo (Suffering)
9. Hradjungo (Liberation)

Brånd / Häxenzijrkell – Split

Tweede split EP op rij voor het Duitse Häxenzijrkell nadat ze vorig jaar met labelmakkers LVTHN samenhokten voor een gespleten ten inch. Deze keer werd het Oostenrijkse Brånd als tegenpartij gekozen, misschien een iets meer logische keuze aangezien de sound van beide bands dichter bij mekaar ligt. Brånd is het geesteskind van Vritra, een illuster figuur die we ook kennen van Kringa. Brånd’s muziek is een amalgaam van post-punk, ambient en oer-black à la Ildjarn. Het lijkt misschien een wat vreemde combo op papier, maar in realiteit is dit heel goed te smaken. Een kille, spookachtige atmosfeer staat centraal, waarbij er heel wat ge-experimenteerd wordt met heldere en verwrongen vocalen, toetsen en xylofoons en effectenpedalen maar ook de basgitaar eist een grote rol op in de meer noisey passages van het zeven minuten durende “Seis wies Sei“. De punky start van het nummer staat mijlenver weg van de sobere ijzingwekkende finale, maar toch vloeien de verschillende passages naadloos in mekaar over en klinken de overgangen nergens geforceerd. Een interessante ontdekking! De twee heren van Häxenzijrkell sleuren de luisteraar de ondergrondse catacomben in voor een portie ruwe, onheilspellende black. Zowel cleane gezangen als getormenteerde screams zetten een sinistere atmosfeer neer die baadt in een ritualistische waas en ook hier heel bezwerend en innemend klinkt. Dit is een EP die dankzij het trance opwekkende karakter van de muziek geschikt is om een uur lang in een loopje af te spelen. Geschikt voor liefhebbers van Urfaust, Kwade Droes en konsoorten.

JOKKE: 85/100 (Brånd: 85/100 – Häxenzijrkell: 85/100)

Brånd / Häxenzijrkell – Split (Amor Fati Productions/Tour de Garde 2020)
1. Brånd – Seis wies Sei
2. Häxenzijrkell – Der Totenrijtt

Cult Of Erinyes – Æstivation

Het Belgische Cult Of Erinyes zag ik afgelopen september voor het eerst live aan het werk. Ondanks het feit dat ze duimen moesten afleggen tegenover de rest van de affiche (Vortex Of End, Darvaza en Misþyrming), is deze Brusselse band toch aan een gestage opmars bezig binnen de vaderlandse en hopelijk dra ook buitenlandse black metal-scene. Aan de nagelnieuwe derde langspeler “Æstivation” (verwijzend naar ‘estivatie’ of een zomerslaap, de tegenhanger van de winterslaap in het planten- en dierenrijk) zal het in elk geval niet liggen, daar was Amor Fati Productions ook van overtuigd. De vorig jaar verschenen EP “Veneer” was in feit het startschot voor het tweede leven van de band. Gitarist en bandleider Corvus (Wolvennest, LVTHN, Monads) hees zanger/producer Déhà aan boord daar ie blijkbaar nog wel ademruimte had in zijn overvolle agenda (hoe ie het doet is mij een raadsel) en als slagwerker werd Ahephaïm (Sabathan, ex-Enthroned) ingelijfd, een meesterzet want deze jongen weet als geen ander hoe hij een snelle black metal-plaat moet inknuppelen. Voor optredens wordt dit kerntrio verder aangevuld met live-leden die Corvus nog kent uit zijn verleden bij Psalm. “Æstivation” is een werkstuk dat eigenlijk vrij hard in het verlengde van het vorige materiaal ligt, zowel qua stijl als qua sound die echter nog steeds te weinig organische ademruimte en dynamiek laat horen (daar lijden wel meerdere Déhà-producties aan), maar daardoor wel overrompelend en verstikkend klinkt. De zes nummers ademen een ongebreidelde onstuimigheid uit, zelfs wanneer het tempo in een song als “Nothing is owed to the void” naar beneden gaat. In de opener “Death as reward” draagt een bijna rustgevend intermezzo bij aan een dynamisch luisterspel, de band weet als geen ander dat door deze stukjes in te bouwen, de snelle partijen des te overrompelender binnenkomen. “Corruption” is een heerlijk nummer met pakkende melodieën die je volledig meezuigen in hun verhaal, de flitsende solo krijg je er gratis en voor niets bij. Het nummer bevat trouwens een gastbijdrage van La Muerte’s Marco Laguna. Déhà is een begenadigd zanger die weet hoe hij uiteenlopende keelklanken uit zijn strot moet persen en de sound bevat enkele ritualistische elementen die de song “Broken conclave” enorm onheilspellend en mysterieus doen klinken. Een nummer als het negen minuten durende tomeloze “Nihil sacrum est” ligt muzikaal trouwens ook niet zo ver af van wat een band als LVTHN doet wanneer het volle gas geeft, let ook op Déhà die hier compleet over de rooie lijkt te gaan. Hopelijk weet Cult Of Erinyes veel nieuwe zieltjes te verover met “Æstivation“, het is ze in elk geval gegund.

JOKKE: 80/100

Cult Of Erinyes – Æstivation (Amor Fati Productions 2019)
1. Death as reward
2. Corruption
3. Broken conclave
4. Healer – fever
5. Nothing is owed to the void
6. Nihil sacrum est

Dikasterion – Stavelot 1597 / Rome 897

In navolging van een overtuigende demo, slaat Dikasterion (vernoemd naar de oud-Griekse juryrechtbank) een jaar later terug met een nieuwe EP. De band is een alliantie tussen muzikanten uit de Belgische underground scene aan weerszijden van de taalgrens. De nieuwe EP bevat, net zoals de demo, een enorm kleurrijke hoes wat in schril contrast staat met het met-rode-bloedspatten-doordrenkte extreme metaal van de heren. Dikasterion speelt een oprechte mix van black/thrash en occulte death metal zoals die in de vroege jaren negentig werd gepleegd door bands als Barathrum (waarvan diens “Warmetal” op de demo gecoverd werd), Archgoat, Beherit en Holy Death. In zeven-en-een-halve-minuut krijgen we twee nummers met een historische inslag op ons afgevuurd. We beginnen in Stavelot in 1597 waarin we lekkere mee headbangbare mid-tempo riffs voorgeschoteld krijgen. Het nummer handelt over de monnik Jean Delvaux die verdacht werd van satanische samenzweringen die dood en ziektes onder de andere monniken van de abdij van Stavelot met zich meebrachten. Zijn hoofd werd hiervoor in 1597 aan het rollen gebracht. Voor het tweede nummer keren we 700 jaar terug de tijd in en verkassen naar Rome waar het er muzikaal gezien nog iets nijdiger aan toe gaat. In januari van dat jaar vond de kadaversynode plaats, een kerkelijk schijnproces waarvoor paus Stefanus VI het lijk van zijn een jaar eerder overleden voorganger Formosus liet opgraven. Hij liet het lichaam, voorzien van pauselijke gewaden, op een troon neerzetten om het te veroordelen wegens meineed, het bewust zoeken van het pausschap en het in de steek laten van zijn bisdom ten gunste van een ander bisdom. Dat moet nigal een zicht geweest zijn! Ik zag de band reeds twee maal live aan het werk en dan gaat het er nog een graad chaotischer aan toe dan op tape. De gitaristen Death Commander en Hanghedief stellen beiden hun strot in dienst van het verkondigen van Dikasterion’s gospels des duivels, wat voor de nodige variatie op vocaal gebied zorgt. Drummer Pz.Kpfw (tevens actief in Possession en Terrifiant) rijgt de old school-riffs middels mid-tot-up-tempo trommelwerk aan mekaar, maar blastbeats komen er niet aan te pas. De bass van Cinis is net iets meer ondergesneeuwd dan op de demo, maar voor de rest geen negatieve commentaar op deze twee songs.

JOKKE: 80/100

Dikasterion – Stavelot 1597 / Rome 897 (Amor Fati Productions 2019)
1. Stavelot 1597
2. Rome 897

Pharmakeia – Pharmakeia

Na Mahr, Hwwauoch en Voidsphere is het de beurt aan de vierde (of is het vijfde?) en laatste worp van het recente materiaal dat vanuit het mysterieuze Prava Kollektiv komt. Op de bekende vragen “Wie zijn ze? Wat drijft hen?” moet ik helaas het antwoord schuldig blijven. In tegenstelling tot de andere projecten is Pharmakeia een nieuwe speler en zodoende is dit dus ook het eerste uitgebrachte materiaal onder die noemer. De naam van zowel het project als het album komt uit het Grieks (φαρμακεία) en kan vertaald worden naar ‘tovenarij’, of in modernere termen het gebruik van (geneeskrachtige of psychoactieve) middelen. Vandaar dus ook ons woordje ‘farmacie’. Uiteraard gaat het er bij Addergebroed niet om etymologische lessen te geven, maar het beluisteren van dit debuutalbum laat er weinig twijfel over bestaan welke betekenis aan het project ten grondslag ligt: Pharmakeia klinkt als een paddotrip gone wrong. Dan heb ik het niet over een trip waarbij je na een tijdje even een dip hebt, maar over het soort psychedelische ervaring waarvan je van in den beginne weet ‘shit, dit worden de meest miserabele, mindfucking en verwarrende 6 uur van mijn leven’, terwijl je maar al te goed beseft dat je de rit moet uitzitten. Zo ook krijgen we een benauwende, haast claustrofobische wall of sound van zwaar distorted gitaren die over een zo goed als niet-aflatende stroom uptempo drums heen walsen. Rustpunten? Vergeet het maar. Laaggestemde dissonanten vinden hun weg doorheen de ronkende bas- en ritmegitaarbrij, en vanuit de diepste krochten van de toch relatief heldere mix rijzen ijzingwekkende screams op, die haast moeite hebben om een grijpende hand boven de instrumentale afgrond uit te steken en houvast te vinden. Bij opener “Invoke” horen we rond de drie minuten een riff die ergens doet denken aan Mayhems “Funeral fog”, maar daar houdt de vergelijking met de grootheden dan ook op. Pharmakeia houdt er geen rechtlijnige songstructuren op na en lijkt erop gericht je onder te dompelen in een nietsontziende maalstroom van waanzinnige denkbeelden. Niet voor de tere zieltjes onder ons. En al zeker geen materiaal om op te zetten als je je in andere sferen bevindt. Of net wel?

CAS: 86/100

Pharmakeia – Pharmakeia (Amor Fati Productions 2019)
1. Invoke
2. Worship
3. Calling
4. Request
5. Offer