amor fati productions

Nubivagant – Roaring eye

Dat we hier fan zijn van Gionata Potenti aka Omega is al lang geen geheim meer. De laatste jaren waren we dan ook zeer te spreken over zijn werk bij onder andere Chaos Invocation, het geniale Hallucinogen van Blut Aus Nord en zijn eigen materiaal met Darvaza en Fides Inversa, en dit zijn dan maar enkele (grote) namen binnen het wereldje waaraan de Italiaan heeft bijgedragen, voornamelijk van achter de drumkit. Potenti’s dag duurt precies achtenveertig in plaats van vierentwintig uur, want tussenin heeft hij ook nog de tijd gevonden om zijn eerste solo-album in elkaar te timmeren, dat nu via Amor Fati het levenslicht ziet. Interessant natuurlijk, want werk van zijn hand is zo goed als altijd synoniem voor oerdegelijke blackmetal. Met Nubivagant, want zo heet het project, slaat hij echter een iets andere weg in. Nog steeds krijgen we naar goede gewoonte retestrak drumwerk, en ook de repetitieve, meeslepende riffs rollen vlotjes uit zijn pols en bevatten zoals gewoonlijk ook een orthodoxe inslag, hoewel die minder uitgesproken is dan bij pakweg een Fides Inversa. “Roaring eye” beslaat een goeie veertig minuten, opgebouwd uit 5 middellange nummers en een intermezzo in de vorm van “Solemn peals”. In tegenstelling tot Potenti’s andere bands wordt het tempo relatief laag en slepend gehouden (behalve op “Crawling the earth” waar we dan toch een hoop blastbeats te horen krijgen), wat de repetitiviteit ten goede komt. De man weet op instrumentaal vlak wel degelijk een meeslepend album neer te poten. Op instrumentaal vlak, that is, want op vocaal gebied gaat het er radicaal anders aan toe dan we van hem gewend zijn. Het ganse werk lang horen we geen enkele scream terug, integendeel: enkel cleane, melodieuze zang bereikt onze trommelvliezen, iets wat hier op Addergebroed zelden het geval is. Dit soort cleane vocalen die meer richting deathrock dan blackmetal neigen zijn naar mijn smaak vaker wel dan niet hit or miss, en in dit geval komt het helaas op dat laatste neer. Potenti’s zang klinkt ondanks een vrij vol geluid redelijk eendimensionaal en weinig gevarieerd, maar is wel ‘verdraagbaar’ (bij gebrek aan een beter woord). Wat echter compleet tenenkrullend is, is het feit dat in opener “Wonders of the invisible earth” zelfs gebruik wordt gemaakt van poppy meezingrefreintjes. Een greep uit het lyrisch aanbod op deze track: “Nananaaana // Nananaananaaa”, en dat terwijl teksten bij zijn andere projecten meestal wel degelijk in elkaar zitten. Heldere zang in blackmetal is sowieso al gewaagd, maar als die dan nog eens worden ingezet om meezingrefreintjes in de nummers te steken haak ik af. Het is pas tijdens het hierboven genoemde “Crawling the earth” dat er wat meer variatie en vooral kracht in de zanglijnen kruipt, wat ervoor zorgt dat dit (in combinatie met meer variatie in tempo) het meest interessante nummer van de plaat is geworden. Ook in afsluiter “The plague of flesh” gaat het tempo weer even de hoogte in en slaat de zangstem om in iets dat het midden houdt tussen cleane zang en geroep en waar eindelijk eens wat oprechte passie vanaf spat. Al bij al klinkt Nubivagant verre van slecht en de productie is naar aloude gewoonte ook weer dik in orde (wat komen die cymbaaltikjes heerlijk door in de mix) maar de ondermaatse en eentonige zang doet voor mij ferme afbreuk aan wat het album had kunnen worden. Meer variatie alstublieft! Onze Jokke lijkt deze aanpak dan wel weer te kunnen smaken en vindt het net verfrissend, dus het zal vooral van persoonlijke smaak afhangen. Mij doet het weinig, maar geef het vooral een kans gezien het album op elk ander vlak wél een zeer degelijk niveau haalt en aanhoudt!

CAS: 77/100

Nubivagant – Roaring eye (Amor Fati Productions 2020)
1. Wonders of the invisible world
2. The furnace of Apollyon
3. One eye upon the grave
4. Crawling the earth
5. Solemn peals
6. The plague of flesh

Häxenzijrkell – Die Nachtseite

Na wat kleinere releases zoals demo’s, EP’s en splits, achtte het Duitse Häxenzijrkell de tijd eindelijk rijp voor een volwaardige langspeler. En alzo geschiedde en landde “Die Nachtseite” via Amor Fati Productions op onze digitale deurmat. De intentie van zanger/gitarist MK (Iapetos, Lichtzehrer, Rraaumm) en drummer P (Iapetos) is nog steeds hetzelfde als in den beginne: rauwe en resolute blackmetal creëren die een ode brengt aan the mysteries of the beyond. Het duo kijkt doorgaans niet op een minuutje meer of minder en dat is opnieuw het geval in het in drie rituelen (het Pad, de Vlam en het Ontwaken) opgesplitste “Die Nachtseite” waarbij elke deel op een double digit songlengte afklokt. Muzikaal gaat Häxenzijrkell verder waar de recente split met Brånd ophield en worden dreigende en epische klankmuren opgetrokken die het ene moment ruimtelijke klinken om even later de luisteraar in een verstikkende roes van wanhoop en angst onder te dompelen. De versterkers creëren feedback die welig doorheen de songs giert en de zich grotendeels traag voortslepende – hoewel de heren ook in een maniakale catharsis kunnen uitbarsten – sinistere atmosfeer sluipt als een uitdijende mist op je af en brengt je in een transcendentale staat. Regelmatig bekruipt me het angstvallige gevoel naar een downtempo versie van het geweldige Throne Of Katharsis te luisteren. Naast het gekende recept van obscure Duitstalige samples die de heren met hun soms ietwat monotone instrumentale basis verweven, worden de schaarse vocalen op een ritualistische manier ingezet: van krijsende wanhoop over sacrale heldere hallucinogene zang tot dronend gefluister. Subtiele synthpartijen doen enige lichtstralen door de pikzwarte massa schijnen, maar voor de overige 95% is de sfeer griezelig en horroresk. “Die Nachtseite” voelt absoluut als blackmetal aan in zijn esthetiek, zang en benadering maar de riffs en structuren schuren ook tegen een slepende doommentaliteit aan. Onderga deze beknellende luisterervaring!

JOKKE: 84/100

Häxenzijrkell – Die Nachtseite (Amor Fati Productions 2020)
1. Part 1: Auf der Schwelle
2. Part 2: Unter sieben Sternen
3. Part 3: Im Labyrinth der Dunkelheit

Silver Knife – Unyielding/Unseeing

Het mes snijdt aan twee kanten. Een samenwerking tussen muzikanten die hun sporen reeds verdiend hebben in het verleden, kan mooie nieuwe perspectieven bieden, maar tegelijk is de druk om te presteren ook groot, zeker als je een kwalitatieve muzikale rugzak meedraagt. Daarom verkiezen sommige van dergelijke nieuwe constellaties om de identiteiten in stilzwijgen te hullen. Dat is echter niet het geval bij Silver Knife, een nieuw project dat initieel op poten gezet werd door onze landgenoot Hans Cools (o.a. Monads, ex-Trancelike Void, Hypothermia, Cult Of Erinyes) en onze Noorderbuur Nicky die – al dan niet gemaskerd – muzikaal actief is met o.a. Laster, Reiziger en Nusquama. De ietwat depressieve sluier die dikwijls over Hans zijn werk gedrapeerd is en de wat progressievere insteek die we van Nicky kennen, resulteerde in een adembenemend mooi debuut getiteld “Unyielding/Unseeing“. Meer inkijk in het creatie- en opnameproces konden jullie reeds hier lezen. Producer Déhà, die hier tegenwoordig regelmatig de revue passeert, nam ook plaats op de drumkruk om dit debuut aan een verschroeiend hoog en metronoomvast tempo in te spelen, maar zal de drumstokken voortaan aan Pierre van Paramnesia overhandigen. Deze Fransman, die ook creatief bezig is onder de noemer Business For Satan, voorzag “Unyielding/Unseeing” tevens van verbluffend artwork. Met deze line-up is er bij Silver Knife écht wel sprake van een internationaal gegeven. Maar genoeg randinfo en over naar de muziek want dat is tenslotte het aller belangrijkste. Reeds vanaf de openingstonen meten de heren zich een hoog tot zéér hoog tempo aan, maar ondanks deze sneltrein ontplooit het gelaagde gitaarwerk zich ook tot mooie, dromerige soundscapes zoals dat het geval is in “Silver_red“, mijn persoonlijk hoogtepunt en één van de meer dynamische composities op dit debuut. Echo’s van oude Alcest of Woods Of Desolation horen we op tijd en stond opduiken en doen ons instant wegdromen. Zowel Nicky als Hans namen de zang voor hun rekening, maar de boodschap van wat er gekrijst wordt ontgaat me zo goed als volledig. Dat is ook helemaal niet erg want bij Silver Knife vervullen de high pitched screams eerder de rol van een extra laag in de dichtgeplamuurde sound van het trio. Ruimtelijkheid en dynamiek worden eerder via melodie en structuur gecreëerd dan via de productie. Zo vormt “Unseeing” met diens vrouwelijke spoken word passage een rustpunt tussen alle verwoestende snelheden die we elders op de plaat over ons uitegstort krijgen. Silver Knife verschiet niet al zijn kruid in de eerste nummers want ook “Conjuring traces” en diens zeer catchy en aanstekelijke gitaarmelodie en op de voorgrond tredende basgitaar mogen niet onvermeld blijven. Silver Knife maakt met “Unyielding/Unseeing” van meet af aan een statement en legt de lat voor zichzelf naar de toekomst hoog. Het is tevens een werkstuk dat absoluut niet moet onderdoen voor het werk van de andere bands en projecten van de heren. Aanrader!

JOKKE: 83/100

Silver Knife – Unyielding/Unseeing (Amor Fati Productions/Entropic Recordings 2020)
1. Unyielding
2. This luminous loom
3. Silver_red
4. Unseeing
5. Conjuring traces
6. Sundown

Dauþuz – Grubenfall 1727

Op 26 juni bacht Amor Fati Productions een nieuwe EP uit van Dauþuz, een band die thematische gezien werkt rond de duistere onderneming van mijnbouw waarbij er in eeuwige duisternis gezwoegd en gezweet wordt en dit met een constant gevaar voor de dood (de bandnaam is dan ook oud-Duits voor ‘dood’). Hoewel ‘nieuw’ misschien wat overdreven is in dit geval. Het duo Aragonyth (alle instruments en songwriting) en Syderyth (zang, teksten en akoestische gitaarmuziek) vertelt op deze EP namelijk een mini-verhaal rond pijn, wraak en verlossing dat begon met het titelnummer op het debuut “In finstrer Teufe” (2016) en een vervolg kreeg met het nummer “Kerker der Ewgkeit” van “Die Grubenmähre” (2017). Beide composities werden voor deze EP heropgenomen en aangevuld met een gloednieuw sluitstuk getiteld “Die letzte Fahrt” dat met ruim 20 minuten speeltijd ook voldoende nieuw materiaal vertegenwoordigt. Op deze EP laat het duo zich van zijn meest epische kant zien. De gelaagde composities bevatten heel wat akoestische intermezzo’s, catchy melodieën, subtiele toetsenlagen en heldere samenzang hoewel de basis ontegensprekelijk zo zwart als de diepste mijnkrochten blijft. De mix van folky melodieën en meer sombere, melodramatiche riffs creëert een spannende wisselwerking die ongelooflijk goed werkt om een ​​breed scala aan emoties over te brengen. Opwinding, angst, heroïek, tristesse en furie worden allemaal tot leven gewekt. En hoewel er zeker ook een lichtpuntje aan hoop aan het einde van de mijnkoker schijnt, heeft het totaalgeluid van Dauþuz een verwrongen en gevaarlijke kant die tot uiting komt middels een krachtige en wrede black metal storm. Dit is zo Duits als maar kan zijn, en de tijden dat Duitse black lachwekkend was, liggen reeds ver achter ons. Tezamen met de release van deze EP zal Amor Fati ook de back catalogue van Dauþuz van een tweede leven voorzien op zowel CD als vinyl. Liefhebbers weten wat doen.

JOKKE: 80/100

Dauþuz – Grubenfall 1727 (Amor Fati Productions 2020)
1. Grubenfall 1727
2. Kerker der Ewigkeit
3. Die letzte Fahrt

Gneterswart – Gneterswart

Abstract albumartwork bestaande uit zesenzestig tinten grijs en zwart en één van de meest onleesbare bandlogo’s ooit. Om maar te zeggen dat Gneterswart niet echt van zijn marketingstrategie wakker ligt. Ván Records brengt het eerste wapenfeit van dit Duitse trio met o.a. Hekla van Hadopelagyal in de gelederen uit als 10 inch en Amor Fati zal instaan voor de tapeversie. Het zwartmetaal dat Gneterswart vier nummers lang ontketent lijkt in een ondergrondse bunker opgenomen te zijn waar het haast even hard echoot als in Trump’s bovenkamer. De sound is organisch, enige vorm van productie is quasi onbestaande, maar het past wel bij de black metal van het trio. Doorheen de snerpende cymbaalaanslagen en kwaadaardige screams penetreren morbide riffs die me meer dan eens aan het über kwaadaardige Throne Of Katharsis doen denken. Ook een erg ongepolijste versie van het oude Watain doemt eveneens regelmatig aan de einder op, vooral op vocaal vlak dan. Het tempo varieert van tergend traag in o.a. het geïmproviseerd aandoende “For ye mighty treacherous sanctuary” tot blastbeatmodus waarbij de snare-aanslagen echter vaporiseren in het geheel, behalve wanneer de piepende feedback aan het einde van “Drop dead treacherous sanctuary” wegvalt. De atmosfeer die vooral op de A-kant neergezet wordt in het diabolische “Flight of ye nameless” en het dynamische “Scattered in tempest” is verstikkend en pek, pekzwart. De bandnaam past met andere woorden als gegoten.

JOKKE: 81/100

Gneterswart – Gneterswart (Ván Records 2020)
1. Flight of ye nameless
2. Scattered in tempest
3. Drop dead treacherous sanctuary
4. For ye mighty ghosts of gloom

Akolyth – Akolyth

Amor Fati Productions was erg schuw in het delen van info over Akolyth (een acoliet is een altaardienaar), een nieuwe band die ze in hun kamp welkom heetten. Het gelijknamige debuut van deze black metal band werd in de Brusselse Opus Magnum Studios opgenomen – dat werd wel gelost – en laat dat nu net de plaats zijn waar duizendpoot Déhà als studio engineer werkt, dus mijn kop eraf als deze multi-instrumentalist niet bij dit orkestje betrokken is. De insteek van Akolyth’s black metal leidt ons terug naar de grimmige jaren ’90, hoe kan het ook anders? Heeft iemand al eens gehoord dat een band de black metal sound van de jaren ’00 wou doen herleven? Ik alvast niet. De sound van de vier nummers, die alle met de negen minuten grens flirten, is droog, maar eerder warm dan schel en snerpend. Daar zit de goed hoorbare basgitaar die de lijm tussen de gitaar en de drums vormt ook voor iets tussen. Voorts zijn de zwartmetalen klanken gestript van overtollig vet en wordt een less is more-aanpak gehanteerd. Het gitaarwerk schippert wat tussen verwrongen akkoorden en heel wat rockend materiaal wat bijwijlen een black ’n roll feel creëert. Maar ook blastbeats met enkele Mardukiaanse akkoordenschema’s en old school Mayhem riffs ontbreken niet in opener “A work of ages“. In de snellere stukken van het daaropvolgende van Noorse invloeden doordrongen “The night, the fog” hou ik een Gehenna ten tijde van diens meest primitieve “WW” plaat in gedachten. “What dwells between fractured worlds” – mijn persoonlijke favoriet – kent een hypnotiserende flow waarbij er tussen hoogtes en laagtes gereisd wordt en bevat een basic basisriff die nog uren blijft nazinderen. Het vocale spectrum (van Déhà?) gaat vrij breed – van duivels gekrijs over gehuil en van ritualistische klaagzang tot maniakale uithalen. Vooral in het afsluitende “To become his doorway” gaat de zanger voluit. Dit debuut is – ondanks de grote “DMDS” Mayhem invloeden – over de ganse lijn geslaagd.

JOKKE: 82/100

Akolyth – Akolyth (Amor Fati Productions 2020)
1. A work of ages
2. The night, the fog
3. What dwells between fractured worlds
4. To become his doorway

Múspellzheimr – Múspellzheimr

Vierde langspeler al weer voor het Deense Múspellzheimr en zoals elke band op een bepaald punt in zijn levensloop wel doet, was het tijd voor de self titled plaat. Na een grijze, rode en groene cover primeert deze keer de gele kleur op het hoesontwerp. Of hier een filosofie achter zit, is me niet duidelijk, maar het viel me gewoon op. Oh ja, voor de eerste keer is er ook eens werk gemaakt van songtitels. In mijn review van “Hyldest til trolddommens flamme/Demo compilation” haalde ik de evolutie die de band doormaakte al aan. Op deze nieuwe telg borduren de Denen verder op de meer psychedelische koers die met “Raukn” uit 2018 ingezet werd, maar dan aan de duizelingwekkende snelheden die op de split met Aiwīgaz Unðergangaz neergezet werden. Vanaf de openingstonen van “Søkkdalir” worden we in een bedwelmend black metal stoombad ondergedompeld waarvan de dampen op onze longen pakken. In het meer dan tien minuten durende met dissonanten doorspekte “Selvæder” komt een band als Oranssi Pazuzu zelfs even vanachter het hoekje piepen. De gitaren creëren een bijna warmbloedige gloed die als een gigantische troep bijen zoemt en doorheen de lucht zwermt. Deze waas is het ene moment best verstikkend want Múspellzheimr heeft nog steeds dat chaotische in zich, maar kan even later ook verheffend werken. In “Drømme om sten, om storm, om ild” wordt het contrast opgezocht tussen labyrintische complexiteit en meer ingetogen passages waarbij pianotoetsen voor een serene sfeer tussen de hectiek door zorgen. “Gabet og tordenklang” hangt opnieuw aaneen van de atonale klanken, zwartgeblakerde spasmen en ijzingwekkende screams en het afsluitende “Draugen” lijkt daar nog een schepje bovenop te doen. Múspellzheimr slaagt erin een erg beklemmende en bevreemdende toon neer te zetten, vergelijkbaar met die van een Knokkelklang maar dan op een tempo dat doorsnee vele malen hoger ligt. Deze self titled is misschien wel hun meest beklijvende werk tot op heden.

JOKKE: 88/100

Múspellzheimr – Múspellzheimr (Amor Fati Productions 2020)
1. Søkkdalir
2. Selvæder
3. Drømme om sten, om storm, om ild
4. Gabet og tordenklang
5. Draugen

Häxanu – Snare of all salvation

Naast stoere trve kvlt promofoto’s heeft Alex Poole nog iets anders geleerd uit zijn samenwerking met Swartadauþuz bij Gardsghastr, namelijk het idee om voor elk album dat je schrijft een nieuw project te beginnen. Zodus begint Poole ondertussen een even brede discografie op te bouwen met projecten als het hiervoor vernoemde Gardsghastr, Ringarë, Chaos Moon, Entheogen, Skáphe, Guðveiki, Krieg, Martröð en dan nu het nagelnieuwe Häxanu dat aan de reeds indrukwekkende lijst wordt toegevoegd (en die van Poole één van de meest veelzijdige muzikanten in het huidige landschap maakt). Met “Snare of all salvation” behoudt hij de welgekende formule die hij al enkele jaren aanhoudt: snijdende riffs die je terugkatapulteren naar de jaren negentig met een subtiele laag aan keyboards, rauwe maar heldere en haast verstaanbare vocalen en een fantastische productie. Amor Fati Productions staat in voor de release, en zij weten ons te vertellen dat “Snare of all salvation” gaat over de studie van alchemie (vandaar ook alle symboliek op de albumhoes) en de poging de Toren van Babel de beklimmen vanuit een esoterisch, neoplatonisch standpunt. Voor lyrische en esoterische overpeinzingen verwijs ik jullie door naar de booklet van de fraai uitziende vinyl-uitgave. Häxanu ligt qua stijl wat in de lijn van Ringarë en Gardsghastr maar legt minder nadruk op keyboards. Het gevarieerde drumwerk heeft Poole deze keer zelf op zich genomen in plaats van hier de getalenteerde Jack Blackburn (Entheogen, Chaos Moon) voor in te schakelen, en dat gaat hem bijzonder goed af. Na een korte intro trapt “Materia prima” de drie kwartier ingenieuze black metal in gang met melodieuze maar ijskoude riffs en een spervuur aan blast beatsalvo’s. Ondanks de thematiek horen we hier geen occulte hocus-pocus frasen of clean gezongen incantaties, maar houdt de Amerikaan het op rechttoe rechtaan black metal. Cátchy black metal zelfs, want sommige riffs blijven dagenlang terug in je hoofd opduiken, zoals het begin van “Sulfur, salt, mercury”. Dit pallet wordt gecomplementeerd door de vocalen van de mij onbekende zanger L.C., die naast vrij felle screams regelmatig eens een keelgeluid voortbrengt dat meer op roepende grunts dan screams lijkt, een dynamiek die het rijke klankenpallet enkel meer in de verf zet. “Smaragdina” heeft dan wat meer weg van later werk van Chaos Moon, maar het volledige album bouwt een half uur lang op naar de mastodont die na het melodieuze “Anima mundi” komt: de zeventien minuten durende afsluiter en tevens titelnummer dat “Snare of all salvation” is. Dit nummer alleen al toont hoe meesterlijk Poole is als componist: van een rollende, zich herhalende riff wordt gas teruggenomen om het meest atmosferische deel van het album (denk aan het afsluitend titelnummer van Chaos Moons “Eschaton Mémoire”) in te leiden, dat rustig opbouwt naar een furieuze ontknoping rond de zevende minuut. Rond de tien minuten komen wat semi-akoestische tokkels (nog zo’n knipoog naar zijn samenwerking met Swartadauþuz) alvorens het album richting het einde te laten kabbelen. Variatie troef op “Snare of all salvation” dus, en dankzij het hoge gehalte aan catchiness is het een album dat na meerdere luisterbeurten zeker niet gaat vervelen. Net zoals zijn kompaan van de Ancient Records stal heeft Alex Poole precies een onvermogen om slechte muziek te schrijven, en dat juichen we hier van harte toe. We zijn nog maar april, maar Häxanu komt zonder enige twijfel in de jaarlijst terecht.

CAS: 92/100

Häxanu – Snare of all salvation (Amor Fati Productions 2020)
1. The pale
2. Materia prima
3. Sulfur, salt, mercury
4. Smaragdina
5. Anima mundi
6. Snare of all salvation

Nawaharjan – Lokabrenna

Het Duitse Nawaharjan is zo’n band die duidelijk niet over koetjes en kalfjes zingt, maar wilt dat diens muziek stevig verankerd is met een overkoepelend thema. In het geval van “Lokabrenna“, het volwaardige debuut dat negen jaar na de EP “Into the void” verschijnt, betreft het een conceptueel werkstuk gebaseerd op het uit de Germaanse mythologie stammende “Thursian Brandawegiz”-systeem, een soort mix van heidendom en satanisme waarbij destructieve/negatieve krachten (‘Thursar’) worden vereerd in plaats van goden (‘Æsir – Ásatrú’). Elk van de negen nummers is een hymne die opgedragen wordt aan Loki en de albumtitel die vertaald kan worden als “Loki brandt” is de Scandinavische naam voor de ster Sirius die volgens de Brandawegiz-traditie wordt geassocieerd met de bevrijdende krachten van Loki en de vernietiging van de kosmos tijdens Ragnarök. Wie meer over dit onderwerp wilt weten, kan enkele boeken van de Zweed Johan S. Lahger, beter bekend als Shamaatae van Arckanum, opsnorren. Niet toevallig is deze Zweedse pioniersband de eerste referentie, zowel qua muziek als zang, die in mijn gedachten opkomt wanneer het korte “Warassuz” meteen met volle kracht uit de boxen knalt. Naarmate de plaat vordert hoor ik ook steeds meer en meer invloeden van een Misþyrming doorschemeren, vooral door de opzwepende zang en tempo’s. Met nummers van gemiddeld zo’n 6 à 7 minuten speelduur verwachte ik de nodige dynamiek, maar op dat vlak kom ik bedrogen uit want Nawaharjan laat hier bijna één uur lang hetzelfde kunstje horen waardoor de verveling al gauw toeslaat. Zo heb ik bv. enkel door de seconde stilte tussen “Thwerhanassuz” en “Umbibrautiniz” door dat er een ander nummer ingezet werd. De drummer kiest in de snelle passages bijna steevast voor een up-tempo single kick drumbeat die we na een nummer of drie wel gehoord hebben. Het militaristisch klinkende snaredrumpatroon dat in “Thwerhanassuz” opduikt, klinkt hierdoor als een verademing. Naar adem happen is iets waar de vier gesluierde muzikanten weinig oog voor hebben, want zowel de vocalen als de gitaren en drum vechten voortdurend voor een plaats vooraan in de mix waardoor finesse en details verloren gaan. En ondanks het soms epische karakter van de lange nummers is er zoals gezegd heel weinig dynamiek. Af en toe schakelt het viertal wel eens een versnelling lager, maar aan het einde van de rit blijft daar niet veel van hangen want ik heb het gevoel naar een constant voortrazende plaat geluisterd te hebben. Slecht is het allemaal niet en er passeren naast de best ferme hekkensluiter “Hradjungo” wel enkele knappe Zweeds aandoende riffs, maar zelfs na meerdere luisterbeurten wil de mayonaise bij mij niet echt pakken.

JOKKE: 73/100

Nawaharjan – Lokabrenna (Amor Fati Productions 2020)
1. Warassuz (Awareness)
2. Maino (Intention)
3. Skuwwe (Reflection)
4. Ūtfurskō Exploration)
5. Sunjo (Realization)
6. Thwerhanassuz (Opposition)
7. Umbibrautiniz (Transformation)
8. Thrawo (Suffering)
9. Hradjungo (Liberation)

Brånd / Häxenzijrkell – Split

Tweede split EP op rij voor het Duitse Häxenzijrkell nadat ze vorig jaar met labelmakkers LVTHN samenhokten voor een gespleten ten inch. Deze keer werd het Oostenrijkse Brånd als tegenpartij gekozen, misschien een iets meer logische keuze aangezien de sound van beide bands dichter bij mekaar ligt. Brånd is het geesteskind van Vritra, een illuster figuur die we ook kennen van Kringa. Brånd’s muziek is een amalgaam van post-punk, ambient en oer-black à la Ildjarn. Het lijkt misschien een wat vreemde combo op papier, maar in realiteit is dit heel goed te smaken. Een kille, spookachtige atmosfeer staat centraal, waarbij er heel wat ge-experimenteerd wordt met heldere en verwrongen vocalen, toetsen en xylofoons en effectenpedalen maar ook de basgitaar eist een grote rol op in de meer noisey passages van het zeven minuten durende “Seis wies Sei“. De punky start van het nummer staat mijlenver weg van de sobere ijzingwekkende finale, maar toch vloeien de verschillende passages naadloos in mekaar over en klinken de overgangen nergens geforceerd. Een interessante ontdekking! De twee heren van Häxenzijrkell sleuren de luisteraar de ondergrondse catacomben in voor een portie ruwe, onheilspellende black. Zowel cleane gezangen als getormenteerde screams zetten een sinistere atmosfeer neer die baadt in een ritualistische waas en ook hier heel bezwerend en innemend klinkt. Dit is een EP die dankzij het trance opwekkende karakter van de muziek geschikt is om een uur lang in een loopje af te spelen. Geschikt voor liefhebbers van Urfaust, Kwade Droes en konsoorten.

JOKKE: 85/100 (Brånd: 85/100 – Häxenzijrkell: 85/100)

Brånd / Häxenzijrkell – Split (Amor Fati Productions/Tour de Garde 2020)
1. Brånd – Seis wies Sei
2. Häxenzijrkell – Der Totenrijtt