amor fati productions

Arkhtinn/Starless Domain – Astrophobia

Een levenloze, volledig bevroren akker in niemandsland. Het enige licht voorhanden afkomstig uit de allesomvattende kosmos. Een uitzonderlijk desolaat isolement, zelfs voor deze tijden. Enkel in zo’n situatie komt deze plaat pas écht tot zijn recht. “Astrophobia” is voor Arkhtinn de achtste release alweer, waarmee ze de andere bands in het illustere PRAVA Kollektiv ver voorbij lopen. Met deze split tekenen ze ook meteen de eerste keer een samenwerking op met een band die verder niet gelieerd is aan hun collectief: het Amerikaanse Starless Domain. Elks vullen de bands één twintig minuten durende track in die je tot zo ver voorbij het ongewisse van ons melkwegstelsel sleurt dat terug veilig en wel op aarde aankomen een ontastbare illusie lijkt. Enkele bands binnen PRAVA, de projecten onder Nebulae Artifacta, en pakweg Darkspace durven zich in een gelijkaardige wereld begeven, maar weinigen doen het met zoveel flair als bovenstaande. Arkhtinn weet al sedert zijn inceptie in 2013 muziek te schrijven die niet ‘van hier’ lijkt te komen, en op dat elan gaan ze zonder enig teken van vertraging verder. Quasi mechanische drums doen je botten ratelen op een tempo dat de lichtsnelheid ogenschijnlijk weet te evenaren, wilde synthpartijen snijden als meteorologische fenomenen door je systeem en ruwe rythmgitaar begeleidt het hele schouwspel naar de eeuwige verdoemenis. De ontiegelijk hoge en onrustwekkende vocalen zetten de band naar goeie gewoonte nog eens dubbel zo hard apart: deze klanken kunnen toch echt niet uit een organisch wezen komen voortvloeien? Starless Domain heeft een zeer gelijkaardige aanpak van doen, al is “MUSE” mogelijk nog repetitiever en slopender dan splitbroeder “Astrofobi”. Enkele zwarte gaten inducerende oorwormen worden schijnbaar nonchalant maar beslist planmatig opgezet, eindeloos uitgerokken en blijven je tot lang na de dikke 24 minuten die het nummer innemen achternajagen. Instrumenten lijken zomaar in elkaar over te vloeien. Ook hier hoor je vocalen die meteen onder je huid kruipen, en duidelijk van alle menselijkheid ontdaan zijn. Meedogenloos graaft de band verder, door merg en been, en langzamerhand worden de krijsen deel van je psyche. De met ambient doorspekte sound is even angstaanjagend als betoverend, wat onderstaande er opnieuw en opnieuw naar doet teruggrijpen, al is het uit pure verwondering. Rot op, Elon Musk, “Astrophobia” staat lichtjaren verder dan SpaceX. 

Jules: 81/100 (Arkhtinn: 79/100; Starless Domain: 82/100)

Arkhtinn/Starless Domain – Astrophobia (Amor Fati Productions 2020) 
1. Arkhtinn – Astrofobi 
2. Starless Domain – MUSE 

HWWAUOCH – Protest against sanity

HWWAUOCH, één van de vijf afgezanten van het mythische ПРАВА Коллектив ofte PRAVA Kollektiv, stond net als metgezellen Pharmakeia, Voidsphere, Arkhtinn en Mahr klaar met een nieuwe release voor de 2020 Campaign van het bovenstaande collectief. Interviews zijn niet te vinden, de afkomst of vorige ervaringen van de bandleden zijn één groot raadsel. Het enige dat wel geweten lijkt, is dat de vijf bands onderling bepaalde leden delen. Dat gezegd zijnde, een duik in de krankzinnige en uitermate duistere wereld van “Protest against sanity” dan maar. De langspeler klokt net onder de veertig minuten af, en weet je in die korte tijdspanne te ontnemen van de laatste eenduidige graankorrels perceptie van de realiteit – als we de quasi-onbestaande maar cryptische en ietwat onheilspellende omschrijving mogen geloven. Nog geen drie minuten later schreeuwt de zanger een zoveelste, door demonen getergde gekrijs in je oren, terwijl de gitaarlijnen als de echo van een door roest, botten en hoofdhaar verteerde cirkelzaag door je hoofd gonzen, en geef je alle pogingen om stand te houden tegen dit onaards spektakel van verdoemenis op. Iedereen die bekend is met de band, of het collectief pur sang, wist eigenlijk van te voren dat er geen kans op verlossing was. Belangrijk om aan te halen is hoe HWWAUOCH er ook op deze derde langspeler in slaagt om magistrale en verslavende riffs te schrijven. Je komt voor de rit naar het meest doortrapte gekkenhuis, en je blijft voor de overdaad aan muzikantschap. De opbouwende intensiteit die de band weet op te wekken op de titeltrack en het daaropvolgende “Chemical illusions” werkt zo goed op je in dat ze bijna de krankzinnige sfeer waarmee de hele plaat doordrenkt is, doen vergeten. Bijna. Het intermezzo op “Eternalism” is tegelijkertijd zo beklijvend en bevrijdend dat onderstaande zich stilaan afvraagt of die schemeringen in de uithoeken van zijn perifeer zicht echt zijn, of niet? En waarom praat hij ook alweer in de derde persoon tegen en over zichzelf? Dat huiveringwekkend intermezzo van op het laatste nummer is terug. Tijd om los te laten…

JULES: 88/100

HWWAUOCH – Protest against sanity (Amor fati Productions 2020)
1. Cryptosphere
2. Distorted perception
3. Protest against sanity
4. Chemical illusion
5. Destroyer
6. Eternalism

Pharmakeia – Ternary curse

Iets later dan gepland zijn we uiteindelijk toch aan de volgende release van de ‘Prava Campaign 2020’ aanbeland, en ditmaal gaat het over de meest beklemmende en versmachtende eend in de bijt. Wat het woord Pharmakeia betekent vertelde ik vorig jaar al, en die uitleg gaat nog steeds op. Aan het concept van ‘we gaan jullie de stuipen op het lijf jagen en laten horen wat er in je hersenpan gebeurt als je niet voorzichtig met psychedelica omgaat’ wordt niet geraakt. “Ternary curse” bewandelt verder het verdorde pad dat het zelfgetitelde debuut reeds verkende, alleen klinkt het om te beginnen een pak zwaarder. De gitaar, die met momenten wat de befaamde HM2-sound emuleert, staat meer vooraan in de mix en dit valt meteen op in “AEEIOUO”, dat de plaat aarzelend in gang trekt en ons pas naar het einde toe begint overdonderen. Vanaf “EEIOU” is het echter rammen geblazen want rond de razende drums wervelen tal van chaotische riffs, die een haast onbehapbaar nummer vormen. Halfweg de plaat valt het geheel weer wat beter te vatten, al is de grens tussen verteerbaar en waanzinnig nagenoeg constant haarfijn: iets wat de krijsende en haast ontmenselijkte vocalen maar wat graag in de verf zetten wanneer ze nét niet overslaan. “IO” begint zelfs met een lekker rollende riff die zich langzaamaan verder ontvouwt en vormt waarschijnlijk het meest ‘conventionele’ (met een korrel zout) nummer van de plaat, waarin een bedreigende spanningsboog zich opeens compleet in dissonante chaos te stort. Her en der vinden we in het gitaarwerk – naast de sound – ook knipogen naar old school death metal terug, van het type Morbid Angel en Obituary. Zo schotelt “IIO” ons uit het niets uit het niets een breakdown voor – gelukkig niet van de beatdown soort maar toch, wie had dat verwacht? “IIIO” is dan weer die laatste piek van deze alweer fout gelopen trip en ontspoort nog eens volledig tot we murw geslagen terug bij onze positieven komen. Opvallend hoe zo’n verstikkend werk dat zowel qua klank als qua beladenheid en sfeer overduidelijk in de black metal categorie terechtkomt, terwijl zo veel individuele riffs aan death metal ontleend zijn. Pharmakeia is duidelijk nog steeds de onbetwiste nummer één van het collectief wat (on)beluisterbaarheid betreft en als je snel gedesoriënteerd raakt, ben je hier niet aan het juiste adres, gezien de muziek soms even moeilijk te ontcijferen valt als de betekenis van de songtitels. Als je echter zoals ik je je dagen vult met muziek waar je je aandacht bij moet houden, is “Ternary curse” een heel rijke plaat waarin vanalles te ontdekken valt, maar ook één die tijdens je exploraties je keel meermaals toeknijpt.

CAS: 85/100

Pharmakeia – Ternary curse (Amor Fati Productions 2020)
1. AEEIOUO
2. EEIOU
3. EIO
4. IO
5. IIO
6. IIIO

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex

De smaakvolle zwart-wit fotografie van Void Revelations die op de hoes prijkt van “Conjuring subterranean vortex“, de titel van een split tussen Hadopelagyal en Thorybos, trok meteen onze aandacht en doet een conceptuele aanpak vermoeden, hoewel ik daar nog geen bewijsmateriaal voor gevonden heb. Hadopelagyal kwam hier reeds twee maal aan bod: de eerste keer met hun demo en daarna middels de split met Kosmokrator. Nu dus opnieuw in splitverband. Het duo Hekla (zang, gitaar) en Agur (drums) levert drie composities aan waarvan het openende “Schattendraeuen” de rol van een (te lang gerekte) mysterieuze intro vertolkt. Het navolgende “Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago” is opgetrokken uit een sepulchrale mix van woeste death en beukende doom metal met een vleugje black metal als extra sfeermaker. De vocalen echoën doorheen de barbaarse wall of sound en een commerciële songstructuur is ver te zoeken. Dat is nog meer het geval bij het twaalf minuten durende “Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes“. Als deze song na acht minuten vol wervelende passages, onstuimige uitbarstingen, ondergrondse spanning en toornige mid-tempo verwrongen riffs uiteindelijk uitmondt in duistere ambient, ben ik ook letterlijk aan het einde van mijn Latijn. Overweldigend is dit absoluut maar veel blijft er eerlijk gezegd niet van hangen. Ik mis een memorabel ‘hook’ hier of daar. Thorybos is een nieuweling op dit portaal ondanks het feit dat de Duitsers al sinds 2008 actief zijn en in die tijd best al een aardige discografie bijeen geschreven hebben. Vergeleken met het ouder meer bestiaal black/deathmateriaal, gaan de vijf van infantiele aliassen voorziene muzikanten (of wat dacht u van “Deathpriest Goatcommander of Black Abyss and Morbid Bestiality” of “V. Tyrant of Necrocracy and Clandestine Blood Cult Inauguration”?) in deze twee échte songs en twee uit mystieke ambient opgetrokken “gates” voor een meer sinistere en atmosferische aanpak. Die laatstgenoemde is zanger/tekstschrijver van dienst en tevens archeoloog en universiteitsprofessor van beroep. In zijn teksten verkent de man dan ook verschillende duistere en mystieke aspecten van oude culturen. Zo is “Underground cemetery” geïnspireerd door misschien wel de meest fascinerende oude ondergrondse structuren van Malta, bekend als Hal Saflieni Hypogeum. “Temple prostitution” handelt dan weer over het fenomeen van heilige seksriten en hun betaalde concubines – niet op een denigrerende manier bedoeld, maar als essentieel onderdeel van religieuze beoefening en rituele uitvoering. Tussen de agressieve aanpak en het killer instinct van Thorybos gaan deze keer ook subtiele melodieën, lange doomstukken en zelfs keyboards schuil, maar het zwaar hakkend knuppelwerk en de barbaarse vocalen herinneren aan het bestiale verleden. Hoewel op papier niet 100% mijn meug, kan ik dit Thorybos best wel smaken. Goede maar niet essentiële split die met ruim 15 minuten aan ambientklanken misschien beter nog een “écht” extra nummer had bevat.

JOKKE: 77/100 (Hadopelagyal: 78/100; Thorybos: 76/100)

Hadopelagyal/Thorybos – Conjuring subterranean vortex (Amor Fati Productions 2020)
1. Hadopelagyal – Schattendraeuen
2. Hadopelagyal – Beshrew thee – Through mephitic babeldom in aphotic vorago
3. Hadopelagyal – Perspice obscurum, ubi ima reges, lucem contemnes, ad amentiam convertes
4. Thorybos – Gate I Hamartigenia
5. Thorybos – Underground cemetery
6. Thorybos – Gate II Paraphernalia
7. Thorybos – Temple prostitution

Mahr – Maelstrom

Iets meer dan een maand alvorens dit hoogst bijzondere jaar 2020 ten einde zal komen, dropt het Prava Kollektiv nog een gezamenlijk bommetje dat menig jaarlijst door mekaar zal schudden, tenminste als je verzot bent op kosmische en/of claustrofobische black metal van het gitzwarte soort. De nieuwe releases van Pharmakeia, Arkhtinn, Voidsphere, Hwwauoch en Mahr worden netjes onder mezelf en mijn collega’s verdeeld, waarbij ik deze Mahr onder de loep neem. Debuut “Antelux” wist ons twee jaar geleden uitermate te bekoren, maar hetzelfde niveau wist men niet door te trekken op de twee navolgende “Soulmare” EP’s die wat te gekunsteld en te lang gerokken overkwamen. Herkansing dus met langspeler nummer twee getiteld “Maelstrom“. Voor de eerst keer zit er wat kleur verstopt in het artwork, namelijk de tonen van ontwerper Maxime Taccardi’s bloed. Zijn stijl is ondertussen uit de duizenden herkenbaar, hoewel dit wel één van zijn mindere ontwerpen is. Wanneer we ons door de nachtmerrieachtige klanken van “Maelstrom” laten onderdompelen, komen we al snel tot de constatatie dat het tempo heel wat bpm opgeschroefd werd, waardoor Mahr in combinatie met wat meer spacey-invloeden een deel richting het geluid van Voidsphere opgeschoven is. Diens To sense | To perceive is trouwens onze persoonlijke favoriet van deze nieuwe batch releases. Mahr klinkt echter veel minder gestroomlijnd dan Voidsphere. “Swirling vortex” is de zwaartse bevalling van de zes nummers. De vocalen gaan hier lekker over the top en de atonale en dissonante riffs doen je tijdens de absoluut gestoorde climax naar adem happen. Niet voor tere zieltjes deze wervelende vortex! Na deze helse rollercoaster lijkt het uit loodzware kosmische deeltjes opgetrokken “Tumult” aanvankelijk voor een rustpunt te zorgen, maar de kilometriek vliegt al snel kort maar krachtig opnieuw een heel stuk in het rood. Met het wat meer getemperde en soms zelfs eerder naar funeral doom neigende “Furor externus” grijpt Mahr meer naar het oudere werk terug. Zo vind ik Mahr ook op zijn best klinken: de computerdrum dendert niet voortdurend als een ratelend typemachien door en er worden ook groovy passages en mid-tempo beukstukken ingebouwd. Met songs die grotendeels tegen de tien minuten afkloppen presenteert Mahr ons opnieuw een verre van gemakkelijk te verteren brok muziek, maar we hadden dan ook niets anders verwacht.

JOKKE: 79/100

Mahr – Maelstrom (Amor Fati Productions 2020)
1. Pandemonium
2. Furor internus
3. Swirling vortex
4. Tumult
5. Furor externus
6. In nomine odii

Voidsphere – To sense | To perceive

The Void is niet zo’n statisch gegeven als velen lijken te denken. Integendeel, ze is zelfs een vrij actief iets. Naast roepen, spreken, wachten en verwachten, ademen en simpelweg bestaan voegt ze nog twee bezigheden aan haar palmares toe: voelen en waarnemen. Juist, als deel van de meedogenloze sonische aanval die het ПРАВА Коллектив (ofte Prava Kollektiv, voor zij die geen cyrillisch lezen) afgelopen week op onze trommelvliezen ontketende mag ook Voidsphere niet ontbreken. Het mysterieuze collectief geeft geen geheimen prijs (een interview? Vergeet het jong: ze lossen niks, nada, noppes) maar brengt naar goede gewoonte alle releases op dezelfde dag uit via Amor Fati Productions. Zodoende kunnen we de komende week bijna gaan omdopen naar ‘Prava-week’, en klagen doen we hoegenaamd niet. Gezien ons team recent is uitgebreid, verdelen we de releases netjes onder ons, en vandaag hebben we het dus over “To sense | To perceive”. Zoals gewoonlijk verblijdt Voidsphere ons met twee nummers, die elk op een dikke eenentwintig minuten afklokken en nog net wat meer ademruimte laten dan andere Prava projecten, zoals Pharmakeia. “The void senses” is van meet af aan weer op en top Voidsphere, net zoals de kenmerkende albumhoes: van lang uitgesponnen riffs die laag na laag na laag toevoegen aan de sowieso al bedrukkende sound en het tapijt vormen waartegen de ijle, wat weggedrukte en langgerekte screams (van meerdere vocalisten) zich aftekenen, tot de typische ietwat psychedelische invloeden die halverwege deze kolossale track de kop opsteken en het allesomvattende Niets verder in de verf zetten door middel van vluchtige keyboardaanslagen – ook meteen het enige accent dat ook maar enigszins wat warmte uitstraalt. De schedelsplijtende schreeuw die “The void perceives” op gang trekt, luidt een barrage aan blastbeats in die het wervelende gitaarwerk enkel maar bevreemdender doet overkomen – al haalt dit tweede deel van het diptiek wat vaker de voet van het gaspedaal dan het eerste en rond de zesde minuut krijgen we met de rammende, palm-muted gitaren ook een onverbloemde knipoog richting het geniale Darkspace. Niet dat het al niet duidelijk was waar veel Prava bands de mosterd halen, maar Voidsphere doet het geheel verstikkender en hopelozer klinken dan de Zwitsers. Bij Voidsphere geen overdonderende dissonantie of atonaliteit, maar dat heeft de band ook niet nodig om opnieuw een veertig minuten durende trip neer te poten die de adem zonder moeite uit je longen perst. De ijle sound blijkt na meerdere luisterbeurten ettelijke lagen te bevatten maar dreunt toch als een massief blok graniet je hersenpan in, en resoneert daar nog lang na. Wat vooral fantastisch is, is dat deze nummers dankzij hun lange speelduur de tijd en ruimte krijgen om zich langzaam maar zeker verder te ontplooien, en vooral in de laatste tien minuten blijft de sound zich alsmaar verder ontvouwen. Repetitief is het zeker, maar doorheen de kosmische trip waarbij we steeds verder het zwart gat in worden gesleurd, worden constant elementen toegevoegd of worden licht gevarieerde versies van dezelfde gitaarlijn over elkaar heen gedrapeerd om zo het eindeloze Niets in auditieve vorm over te brengen. Binnen de Addergebroed gelederen werd Voidsphere al vanaf de dag van de release tot onbetwistbare ‘winnaar’ van deze nieuwe lading Prava releases gekroond, en na enkele dagen repeated listens staat dat sentiment nog steeds als een huis overeind. Zoals reeds in de review van To exist | To breatheaangehaald werd is Voidsphere één van die weinige bands waarvan de bandnaam perfect de lading dekt. Grandioos, dit. Hup, allen naar de Amor Fati webshop voor dit kleinood hopeloos uitverkocht raakt!

CAS: 87/100

Voidsphere – To sense | To perceive (Amor Fati Productions 2020)
1. The void senses
2. The void perceives

Lure – Morbid funeral

Lure werd ons reeds door de heren van Silver Knife aangeraden toen we hen spraken naar aanleiding van hun debuutplaat. Pierre Perichaud, beter gekend als tattoeartiest en grafisch vormgever Business For Satan (en ook wel van Paramnesia), zal immers voortaan hun nieuwe werk indrummen. Maar alvorens het zover is, trakteert de Fransman ons op de eerste demo van zijn soloproject Lure, dat de titel “Morbid funeral” meekreeg. In een tijdspanne van zo’n drie kwartier dompelt deze alleskunner ons onder in een universum dat ons meeneemt naar de vervlogen tijden van de oervaders van de Franse blackmetalscene en dit gecombineerd met een gezonde dosis atmosferische USBM wat zich vertaalt in de lange speelduur, er prijken immers ‘slechts’ drie composities op “Morbid funeral“. De algehele vormgeving is om van te smullen en bevat een hoog Ancient Records gehalte. De ijle, hoge screams en uithalen (zowat de grootste Franse factor op deze demo) zullen een love it or hate it-element zijn. De eerste luisterbeurt was ik hierover niet helemaal in mijn nopjes, maar ondertussen smaken ze al een heel pak beter en vind ik ze onlosmakelijk verbonden met het totaalpakket. Het tempo ligt meer dan eens verschroeiend hoog met volcontinu blastende drums en extatische melodieuze leads die je gehoorgangen penetreren, maar dynamiek wordt niet uit het oog verloren. Zo wordt al het geweld op tijd en stond onderbroken door een introspectieve akoestische passage. De eerste keer dat we dit horen, wordt de akoestische gitaar aangewend om een minutenlange brug te vormen tussen opener “Est-ce que la vie est belle…” en het daaropvolgende “L’espérance, ou le clinquant de la ferraille dans mes ténebrès” dat met bijna achttien minuten speeltijd de langste compositie van de drie is. Langzaamaan zwellen de repetitieve blastbeats, bijtende riffs en salpeterzuurdrinkende vocalen terug aan om tot een cathartische en ziedende explosie uit te barsten die pas een kwartier later gaat liggen. “La danse du pendu” bevat opnieuw een akoestische bijdrage deze keer ingespeeld door D.N. en kent een wat meer terneergeslagen teneur vergeleken met de meer extatische klanken van het vorige nummer. Verderop grijpt een bloedmooie melodie je tot wenen toe bij de lurven terwijl Pierre de ziel uit zijn lijf en longen schreeuwt en kermt. Zowat halfweg duikelt het tempo de depressieve dieperik in om er enkele minuten lang niet meer uit te klauteren. Vocaal gezien gaat Pierre hier all the way wat in schril contrast staat met het eerder doomy gemusiceer. Eens de bodem van de put bereikt is, veert de muzikant terug recht om zich vast te klampen aan de zinderende apotheose die als een pijl omhoog schiet. Op zich ligt Lure’s sound niet zo gek ver verwijderd van die van Paramnesia en Silver Knife (ook bij het inblikken van “Morbid funeral” zat Déhà trouwens achter de knoppen wat net als bij Silver Knife in een dichtgemetselde productie resulteerde die wat ademproblemen heeft), dus wie deze bands wel kan smaken, zal door Lure’s Frans/Amerikaanse zwartmetalen combo ook wel in hogere sferen geraken.

JOKKE: 85/100

Lure – Morbid funeral (Amor Fati Productions 2020)
1. Est-ce que la vie est belle…
2. L’espérance, ou le clinquant de la ferraille dans mes ténebrès
3. La danse du pendu

Nubivagant – Roaring eye

Dat we hier fan zijn van Gionata Potenti aka Omega is al lang geen geheim meer. De laatste jaren waren we dan ook zeer te spreken over zijn werk bij onder andere Chaos Invocation, het geniale Hallucinogen van Blut Aus Nord en zijn eigen materiaal met Darvaza en Fides Inversa, en dit zijn dan maar enkele (grote) namen binnen het wereldje waaraan de Italiaan heeft bijgedragen, voornamelijk van achter de drumkit. Potenti’s dag duurt precies achtenveertig in plaats van vierentwintig uur, want tussenin heeft hij ook nog de tijd gevonden om zijn eerste solo-album in elkaar te timmeren, dat nu via Amor Fati het levenslicht ziet. Interessant natuurlijk, want werk van zijn hand is zo goed als altijd synoniem voor oerdegelijke blackmetal. Met Nubivagant, want zo heet het project, slaat hij echter een iets andere weg in. Nog steeds krijgen we naar goede gewoonte retestrak drumwerk, en ook de repetitieve, meeslepende riffs rollen vlotjes uit zijn pols en bevatten zoals gewoonlijk ook een orthodoxe inslag, hoewel die minder uitgesproken is dan bij pakweg een Fides Inversa. “Roaring eye” beslaat een goeie veertig minuten, opgebouwd uit 5 middellange nummers en een intermezzo in de vorm van “Solemn peals”. In tegenstelling tot Potenti’s andere bands wordt het tempo relatief laag en slepend gehouden (behalve op “Crawling the earth” waar we dan toch een hoop blastbeats te horen krijgen), wat de repetitiviteit ten goede komt. De man weet op instrumentaal vlak wel degelijk een meeslepend album neer te poten. Op instrumentaal vlak, that is, want op vocaal gebied gaat het er radicaal anders aan toe dan we van hem gewend zijn. Het ganse werk lang horen we geen enkele scream terug, integendeel: enkel cleane, melodieuze zang bereikt onze trommelvliezen, iets wat hier op Addergebroed zelden het geval is. Dit soort cleane vocalen die meer richting deathrock dan blackmetal neigen zijn naar mijn smaak vaker wel dan niet hit or miss, en in dit geval komt het helaas op dat laatste neer. Potenti’s zang klinkt ondanks een vrij vol geluid redelijk eendimensionaal en weinig gevarieerd, maar is wel ‘verdraagbaar’ (bij gebrek aan een beter woord). Wat echter compleet tenenkrullend is, is het feit dat in opener “Wonders of the invisible earth” zelfs gebruik wordt gemaakt van poppy meezingrefreintjes. Een greep uit het lyrisch aanbod op deze track: “Nananaaana // Nananaananaaa”, en dat terwijl teksten bij zijn andere projecten meestal wel degelijk in elkaar zitten. Heldere zang in blackmetal is sowieso al gewaagd, maar als die dan nog eens worden ingezet om meezingrefreintjes in de nummers te steken haak ik af. Het is pas tijdens het hierboven genoemde “Crawling the earth” dat er wat meer variatie en vooral kracht in de zanglijnen kruipt, wat ervoor zorgt dat dit (in combinatie met meer variatie in tempo) het meest interessante nummer van de plaat is geworden. Ook in afsluiter “The plague of flesh” gaat het tempo weer even de hoogte in en slaat de zangstem om in iets dat het midden houdt tussen cleane zang en geroep en waar eindelijk eens wat oprechte passie vanaf spat. Al bij al klinkt Nubivagant verre van slecht en de productie is naar aloude gewoonte ook weer dik in orde (wat komen die cymbaaltikjes heerlijk door in de mix) maar de ondermaatse en eentonige zang doet voor mij ferme afbreuk aan wat het album had kunnen worden. Meer variatie alstublieft! Onze Jokke lijkt deze aanpak dan wel weer te kunnen smaken en vindt het net verfrissend, dus het zal vooral van persoonlijke smaak afhangen. Mij doet het weinig, maar geef het vooral een kans gezien het album op elk ander vlak wél een zeer degelijk niveau haalt en aanhoudt!

CAS: 77/100

Nubivagant – Roaring eye (Amor Fati Productions 2020)
1. Wonders of the invisible world
2. The furnace of Apollyon
3. One eye upon the grave
4. Crawling the earth
5. Solemn peals
6. The plague of flesh

Häxenzijrkell – Die Nachtseite

Na wat kleinere releases zoals demo’s, EP’s en splits, achtte het Duitse Häxenzijrkell de tijd eindelijk rijp voor een volwaardige langspeler. En alzo geschiedde en landde “Die Nachtseite” via Amor Fati Productions op onze digitale deurmat. De intentie van zanger/gitarist MK (Iapetos, Lichtzehrer, Rraaumm) en drummer P (Iapetos) is nog steeds hetzelfde als in den beginne: rauwe en resolute blackmetal creëren die een ode brengt aan the mysteries of the beyond. Het duo kijkt doorgaans niet op een minuutje meer of minder en dat is opnieuw het geval in het in drie rituelen (het Pad, de Vlam en het Ontwaken) opgesplitste “Die Nachtseite” waarbij elke deel op een double digit songlengte afklokt. Muzikaal gaat Häxenzijrkell verder waar de recente split met Brånd ophield en worden dreigende en epische klankmuren opgetrokken die het ene moment ruimtelijke klinken om even later de luisteraar in een verstikkende roes van wanhoop en angst onder te dompelen. De versterkers creëren feedback die welig doorheen de songs giert en de zich grotendeels traag voortslepende – hoewel de heren ook in een maniakale catharsis kunnen uitbarsten – sinistere atmosfeer sluipt als een uitdijende mist op je af en brengt je in een transcendentale staat. Regelmatig bekruipt me het angstvallige gevoel naar een downtempo versie van het geweldige Throne Of Katharsis te luisteren. Naast het gekende recept van obscure Duitstalige samples die de heren met hun soms ietwat monotone instrumentale basis verweven, worden de schaarse vocalen op een ritualistische manier ingezet: van krijsende wanhoop over sacrale heldere hallucinogene zang tot dronend gefluister. Subtiele synthpartijen doen enige lichtstralen door de pikzwarte massa schijnen, maar voor de overige 95% is de sfeer griezelig en horroresk. “Die Nachtseite” voelt absoluut als blackmetal aan in zijn esthetiek, zang en benadering maar de riffs en structuren schuren ook tegen een slepende doommentaliteit aan. Onderga deze beknellende luisterervaring!

JOKKE: 84/100

Häxenzijrkell – Die Nachtseite (Amor Fati Productions 2020)
1. Part 1: Auf der Schwelle
2. Part 2: Unter sieben Sternen
3. Part 3: Im Labyrinth der Dunkelheit

Silver Knife – Unyielding/Unseeing

Het mes snijdt aan twee kanten. Een samenwerking tussen muzikanten die hun sporen reeds verdiend hebben in het verleden, kan mooie nieuwe perspectieven bieden, maar tegelijk is de druk om te presteren ook groot, zeker als je een kwalitatieve muzikale rugzak meedraagt. Daarom verkiezen sommige van dergelijke nieuwe constellaties om de identiteiten in stilzwijgen te hullen. Dat is echter niet het geval bij Silver Knife, een nieuw project dat initieel op poten gezet werd door onze landgenoot Hans Cools (o.a. Monads, ex-Trancelike Void, Hypothermia, Cult Of Erinyes) en onze Noorderbuur Nicky die – al dan niet gemaskerd – muzikaal actief is met o.a. Laster, Reiziger en Nusquama. De ietwat depressieve sluier die dikwijls over Hans zijn werk gedrapeerd is en de wat progressievere insteek die we van Nicky kennen, resulteerde in een adembenemend mooi debuut getiteld “Unyielding/Unseeing“. Meer inkijk in het creatie- en opnameproces konden jullie reeds hier lezen. Producer Déhà, die hier tegenwoordig regelmatig de revue passeert, nam ook plaats op de drumkruk om dit debuut aan een verschroeiend hoog en metronoomvast tempo in te spelen, maar zal de drumstokken voortaan aan Pierre van Paramnesia overhandigen. Deze Fransman, die ook creatief bezig is onder de noemer Business For Satan, voorzag “Unyielding/Unseeing” tevens van verbluffend artwork. Met deze line-up is er bij Silver Knife écht wel sprake van een internationaal gegeven. Maar genoeg randinfo en over naar de muziek want dat is tenslotte het aller belangrijkste. Reeds vanaf de openingstonen meten de heren zich een hoog tot zéér hoog tempo aan, maar ondanks deze sneltrein ontplooit het gelaagde gitaarwerk zich ook tot mooie, dromerige soundscapes zoals dat het geval is in “Silver_red“, mijn persoonlijk hoogtepunt en één van de meer dynamische composities op dit debuut. Echo’s van oude Alcest of Woods Of Desolation horen we op tijd en stond opduiken en doen ons instant wegdromen. Zowel Nicky als Hans namen de zang voor hun rekening, maar de boodschap van wat er gekrijst wordt ontgaat me zo goed als volledig. Dat is ook helemaal niet erg want bij Silver Knife vervullen de high pitched screams eerder de rol van een extra laag in de dichtgeplamuurde sound van het trio. Ruimtelijkheid en dynamiek worden eerder via melodie en structuur gecreëerd dan via de productie. Zo vormt “Unseeing” met diens vrouwelijke spoken word passage een rustpunt tussen alle verwoestende snelheden die we elders op de plaat over ons uitegstort krijgen. Silver Knife verschiet niet al zijn kruid in de eerste nummers want ook “Conjuring traces” en diens zeer catchy en aanstekelijke gitaarmelodie en op de voorgrond tredende basgitaar mogen niet onvermeld blijven. Silver Knife maakt met “Unyielding/Unseeing” van meet af aan een statement en legt de lat voor zichzelf naar de toekomst hoog. Het is tevens een werkstuk dat absoluut niet moet onderdoen voor het werk van de andere bands en projecten van de heren. Aanrader!

JOKKE: 83/100

Silver Knife – Unyielding/Unseeing (Amor Fati Productions/Entropic Recordings 2020)
1. Unyielding
2. This luminous loom
3. Silver_red
4. Unseeing
5. Conjuring traces
6. Sundown