amor fati productions

Múspellzheimr /Aiwīgaz Unðergangaz – Split

De Deense black metal-scene is de laatste tijd aan een heuse opmars bezig. Naast de bruisende activiteiten van de Korpsånd-cirkel – waarvan onlangs een verzamelaar uitkwam – en het geweldige Serpents Lair en Solbrud is er ook het interessante Afgrundsvisioner-label dat recent nog aan bod kwam middels het gesmaakte “Trolddomssejd i skovens dybe kedel” van
Geistaz’ika. Twee andere bands waarvoor je me steeds mag wakker maken zijn Múspellzheimr – waarvan “Nidhöggr” reeds aan onze kritisiche pen passeerde – en Aiwīgaz Unðergangaz. Van deze twee mysterieuze entiteiten verscheen onlangs een collaboratie in de vorm van een 10 inch split die via Amor Fati uitkwam. En gelukkig maar, want de meeste Afgrundsvisioner-releases zijn extreem gelimiteerd of worden enkel in eigen kringen verdeeld. Beginnen doen we met Múspellzheimr’s nummer dat grossiert in felle en schelle black die heel organisch klinkt en volgens mij ook gevoelsmatig ingeblikt werd zonder dat er een minutieus uitgekiend plan achter zit. Uit de poriën van zowel de snelle afranselingen als de kalme, maar verwrongen passages die de tien minuten durende chaotische songstructuur bevat, vloeit onophoudelijk salpeterzuur waarbij frivool basspel het geheel op tijd en stond wat meer body geeft. Dit is duivelse teringherrie van het zuiverste soort…and I love it! Aiwīgaz Unðergangaz start haar bijdrage op een post-rock-achtige manier maar zodra de spanningsopbouw erop zit, pakken ook deze Denen uit met black metal die het in hun geval vooral moet hebben van herhaling en hypnotiserende onderstromen, maar minder ruw dan op de “Forsortnet” demo. Aiwīgaz Unðergangaz kleurt net wat meer buiten de lijntjes dan Múspellzheimr’ en doet in de lang uitgesponnen instrumentale passages soms wat aan Laster denken. Geen wonder dat deze twee Deense bands een split uitbrachten want hoewel beide over een eigen identiteit beschikken, passen de twee organisch klinkende en spontane nummers uitstekend bij mekaar. Ik kan het jullie niet laten horen middels een online fragment, maar raad de liefhebbers van beide bands wel aan snel te handelen vooraleer je achter de mazen van dit obscuur net vist.

JOKKE: 83/100 (Múspellzheimr: 82/100 – Aiwīgaz Unðergangaz: 84/100)

Múspellzheimr /Aiwīgaz Unðergangaz – Split (Amor Fati Productions 2019)
1. Múspellzheimr – Untitled
2. Aiwīgaz Unðergangaz – Untitled

Saqra’s Cult – The 9th king

Het uit Brussel afkomstige Saqra’s Cult wordt dikwijls over het hoofd gezien in onze contreien en lijkt sterker op het buitenland gefocust te zijn dan op de thuismarkt. De kwaliteit van het debuut “Forgotten rites” uit 2017 loog er dan ook niet om en bewees dat de heren zeker kunnen meespelen op internationaal niveau. Het interessante aan Saqra’s Cult is dat het niet de zoveelste occulte of orthodoxe band is maar dat er met de Inca-cultuur voor een vrij origineel concept werd gekozen. De band probeert de wereld waarin we leven en de ontwikkeling van westerse religie te bekijken vanuit het perspectief van de Inca’s en zo in vraag te stellen. Dat is niet verwonderlijk als je weet dat, naast gitarist S. Iblis (Possession, Maleficence), de Ecuadoriaanse drummer/ kunstenaar Gabriel Tapia mee aan het ontstaan van de band ligt en die man dus wel een link heeft met de Inca-cultuur. Na de release van het debuut hing Gabriel zijn drumstokken wegens tijdsgebrek echter aan de wilgen en werd de line-up – waarin we ook de Maleficence-leden Alkhöloïkh en Destroyer G terugvinden – herschikt. Gabriel is echter nog steeds bij de band betrokken aangezien hij het artwork verzorgt, een groot deel van de teksten voor zijn rekening neemt en sporadisch nog deelneemt aan het songschrijfproces. Het Inca-concept van het debuut is met andere woorden nog alom tegenwoordig op “The 9th king“, het tweede album van onze landgenoten dat met een speelduur van een half uurtje wel wat aan de korte kant is. Zeker omdat wat we horen verdomd lekker klinkt. Het is niet zo dat de nummers, zoals bij menig folkband of de leden van de Black Twilight Circle, bulken van de traditionele instrumenten, melodieën en gezangen. Neen, de tribal-achtige Inca-invloeden zijn, net zoals op het debuut, subtiel verweven in de vier nummers die een mix laten horen van black, death en thrash metal die wel wat gelijkenissen vertoont met een band als Possession, wat natuurlijk niet verwonderlijk is. Het bijna tien minuten durende titelnummer is hier het beste voorbeeld van en bevat ook melodieuze accenten en enkele geweldige riffs zoals degene die op 7’12” de zinderende finale inluidt. “Endless devotion” bevat heel wat dynamiek en de galopperende drums stuwen het nummer rusteloos voort. In “Legends of Pururaucas” worden trage passages afgewisseld met vinnige uitbarstingen en een rockend refrein. Als kritische bemerking geef ik wel mee dat het de authentieke Inca-gezangen zijn die een herkenbare toets aan de nummers meegeven want enkele riffs in het eerste deel van “Last denial” zijn immers nogal onderling inwisselbaar met die van de andere nummers. Maar dat is slechts een kleine smet op het blazoen van Saqra’s Cult.

JOKKE: 80/100

Saqra’s Cult – The 9th king (Amor Fati Productions 2019)
1. The 9th king
2. Endless devotion
3. Legends of Pururaucas
4 Last denial

Lubbert Das – De plagen

Het Nederlandse Haeresis Noviomagi heeft er een enorm productief en succesvol jaar opzitten met killer releases van Solar Temple en Iskandr en twee fantastische splits van Turia met Vilkacis en Fluisteraars. Als kers op de taart krijgen we op tweede kerstdag nog een eerste volwaardige langspeler van Lubbert Das. De band werd in 2012 in Nijmegen opgericht en bracht reeds een demo (“Keye“) uit in 2013 en een EP (“Deluge“) in 2015. Het trio bestaande uit R (gitaar en zang), O (bas en zang) en J (drums en zang) heeft met “De plagen” een zinderende brok black uitgebracht die fans van het label blind kunnen aanschaffen, want hoewel het grootste deel van de muziek van R’s hand is hoor je naast echo’s van USBM à la Vilkacis en Predatory Light toch ook de invloed van enkele van O’s andere bands en dan voornamelijk Turia. Het trio vertrekt op “De plagen” waar “Deluge” stopte maar op productioneel vlak werd dankzij de mastering door Greg Chandler (Priory Recording Studios) een grote stap voorwaarts gezet maar met behoud van een ongepolijst karakter. Thematisch gezien heeft Lubbert Das vier plagen die de duistere middeleeuwen kwelden in songs gegoten: de vernietigende kracht van hongersnood, de verwoestende zwarte dood, het bloedvergieten veroorzaakt door strijd en oorlog en de monsterlijke beesten die in de wildernis huishouden. Het groovende canvas van de vier lange nummers wordt tot een maximum opgespannen middels door merg en been snijdende riffs, bezeten ijle screams en diepere growls, repetitieve drumsalvo’s en een voortdurende drang naar duistere melodie. “De honger” opent “De plagen” veelbelovend met een heerlijke brok snelle hypnotiserende black waarbij er ook diepe putgorgels opborrelen uit de hellekrochten die geopend worden. De repetitieve drums en de bezwerende onderstroom aan riffs en melodieën van de opener hakken meteen tot in het diepste van onze ziel en maken ons hongerig naar de rest van de plaat. “De pest” ontpopt zich na een meer ingetogen intro en een slepende aanzet na een drietal minuten tot een dodelijke en besmettelijke parasitaire aanval op de zenuwen waarbij snedige riffs doorheen onze gehoorgang klieven. Wat een nummer goddomme! “Het zwaard” snijdt aan twee kanten middels mid-tempo en up-tempo black die de adem doet stokken met haar ongebreidelde duisternis en dreigende onderhuidse baslijnen. In het venijnige “Het zwijn” worden voor een laatste keer alle remmen los gelaten en klinkt het alsof we vertrappeld worden door een kudde op hol geslagen everzwijnen waarbij gitaar, drums, bas en zang elkaar in een vurige brok lo-fi waanzin meezuigen doorheen een verstikkende maalstroom totdat mens en dier mekaar vinden en primaire menselijke krijsen een symbiose vormen met knorgeluiden van zwijnen. De zwarte (metaal)dood verspreidt zich heden ten dage als een plaag over de aardbol en maakt wereldwijd slachtoffers waarbij het wel lijkt alsof Nederland het nieuwe IJsland is geworden op vlak van infectueuze, intrigerende en incestueuze black. De bloeiende scene bij onze noorderburen resulteert volgend jaar dan ook terecht in een showcase en commissioned piece op het prestigieuze Roadburn. 

JOKKE: 87/100

Lubbert Das – De plagen (Fallen Empire Records/Haeresis Noviomagi/Amor Fati Productions 2018)
1. De honger
2. De pest
3. Het zwaard
4. Het zwijn

Voidsphere – To await | To expect

Net zoals het coverartwork van het vorig jaar verschenen “To call | To speak” beschrijft de hoes van het nieuwe “To await | To expect” perfect het gevoel dat je krijgt door Voidsphere’s muziek te absorberen: de kosmische black metal wervelwind zuigt je immers als het ware mee in een zwart gat. Net zoals Mahr, Arkhtinn en Hwwauoch maakt Voidsphere deel uit van het Prava Kollektiv en wisselen de bands onderling leden uit. De muziek van het Frans/Amerikaanse Voidsphere leunt dicht aan bij die van Arkhtinn, maar klinkt net iets minder monotoon dan diens nieuwste worp “最初の災害“. De kosmische black schiet – aangedreven door een niet aflatende drumwervelwind – als een raket doorheen de geluidsmuur de ruimte in waarbij de riffs en keyboards een galactische grandeur creëren. In tegenstelling tot Arkthinn is de ambient meer in het geheel verweven en de vocalen vormen een additionele abstracte laag op de achtergrond. Een band als Darkspace is natuurlijk ook nooit veraf. Twee nummers die je veertig minuten lang meevoeren op een intergalactische roetsjbaan. Gewoonweg zalig.

JOKKE: 85/100

Voidsphere – To await | To expect (Fallen Empire Records/Amor Fati Productions 2018)
1. To await
2. To expect

LVTHN – The spider goddess

Een kleine twee jaar na haar volwaardige debuut “Eradication of nescience” trakteert LVTHN haar volgelingen op nieuw werk in de vorm van de EP “The spider goddess“. Hoewel slechts mits twee songs vorm gegeven, staat dit kleinood wel garant voor vijfentwintig minuten kwaliteitsvolle black metal. Onze landgenoten blijven aan hun sound schaven want vergeleken met de eerste langspeler klinken de zwartmetalen klanken nu veel repetitiever en brengen de monotone riffs een zekere trance-vervoering met zich mee. De hoofdriff in het beginstuk van “Arachnidia” klinkt ongemakkelijk en verzengend en mist haar doel met andere woorden niet. Er wordt met verschillende tempo’s gespeeld en ook verderop in de song weten de gitaarpartijen zich als een beklemmend web over je heen te draperen. Positief ook dat de basgitaar daarbij een duidelijk plaats in de mix heeft meegekregen. De sacrale gezangen halverwege het monumentale zestien minuten durende “Akkawbishia” weten de juiste van-occultheid-doordrongen toon neer te zetten voor de zwarte mis die zich in de diepste krochten van je gehoorgangen afspeelt. Nadien schiet de band terug uit de startblokken voor een lange finale waarbij venijnige snelle stukken afgewisseld worden met meer melodieuze slepende passages. Afwisseling troef dus op deze avontuurlijke EP die ik tot het beste werk van LVTHN tot op heden uitroep.

JOKKE: 82/100

LVTHN – The spider goddess (Fallen Empire Records/Amor Fati Productions 2017)
1. Arachnidia
2. Akkawbishia

Mûspellzheimr – Nidhöggr

Als de lijstjes van gelukkigste mensen ter wereld bekend worden gemaakt, staan de Denen doorgaans ergens bovenaan. Dat heeft onder andere te maken met de uitstekende werking van hun sociale zekerheid, de goede gezondheidszorg, het prima onderwijs en de manier waarop de arbeid is georganiseerd. Hierdoor blijft er voldoende tijd over voor “hygge“, de Deense manier van genieten van het leven, een modewoord dat de afgelopen twee jaar ook hier bij ons opdook. Haaks op die Deense gezelligheid en het creëren van fijne warmte staat de nieuwe, tweede langspeler van Mûspellzheimr. Denemarken heeft altijd al wat achterop gehinkt als we over Scandinavische black metal spreken, hoewel deze band (samen met Solbrud) bewijst dat er ook in het land van het smørrebrød en Carlsberg nog steeds héél degelijke black metal gespeeld wordt. Net zoals de tracklist van haar platen, baadt ook de line-up van Mûspellzheimr in één groot mysterie. Met een speeltijd van een half uurtje lijkt het nieuwe “Nidhöggr” misschien wat aan de korte kant te zijn, maar ik verzeker je dat je compleet uitgeteld zal zijn na het aanhoren van al deze angstaanjagende rauwe zwartgeblakerde klanken. De distorted gitaren creëren een verstikkende maalstroom aan verzengende vulkanische hitte – de bandnaam verwijst niet voor niets naar de Vuurwereld uit de Noordse mythologie – waar schrikwekkende hoge, ijle screams doorheen klieven. Waar de zanger het over heeft, is me een raadsel, maar afgaande op de albumtitel vermoed ik dat de nummers handelen over de draak of slang die eeuwig en altijd aan de wortels van de levensboom Yggdrasil knaagde. Een song zoals “II” springt eruit met haar repetitieve, trance-opwekkende karakter en penetrante duisternis en de snijdende leads van “V” ademen een triomfantelijk gevoel uit. Doorheen de dichte waas aan riffs en blasts zal het getrainde oor een goed verstopte sacraal aanvoelende ambient-laag ontwaren die desondanks haar subtiele karakter onlosmakelijk bijdraagt tot deze pikzwarte hoogmis. Mûspellzheimr is voer voor avontuurlijke black metal fanaten die hun favoriete muziek verre van gestroomlijnd, dun afgelijnd en fijn afgeborsteld willen hebben (denk aan Skáphe, maar ook aan bands als Predatory Light of Throne Of Katharsis). Waarmee ik niet wil zeggen dat de Denen een ongeleid projectiel zijn, want wie deze duisternis meermaals ondergaat zal na verloop van tijd de nodige houvast vinden in deze chaotische draaikolk. Nog even meegeven dat debuutplaat “Hyldest til trolddommens flamme” recent ook door Amor Fati terug op de markt werd gebracht. Aanschaffen die handel!

JOKKE: 82/100

Mûspellzheimr – Nidhöggr (Amor Fati Productions 2017)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI