arstidir lifsins

Árstíðir Lífsins – Heljarkviða

En wat hebben we geleerd? Nooit of te nimmer moet je Árstíðir Lífsins bespreken na slechts een handvol luisterbeurten. Als ik nu mijn vorige, zijnde beide positieve reviews, opnieuw lees, vind ik dat de score wat laag is uitgevallen. De verklaring daarvoor is heel simpel: Árstíðir Lífsins maakt complexe muziek. Denk nu niet aan technische hoogstandjes of vreemde tempowisselingen. Net zoals voordien worden uitgesponnen nummers met vele verschillende lagen aangeboden op “Heljarkviða“, een album dat gecategoriseerd wordt als mini, maar toch 2 tracks van elk 20 minuten bevat. Net als voordien speelt dit Ijslands/Duits gezelschap pagan black metal met diepgaande teksten over de Noorse geschiedenis. Gelukkig klinken ze niet zoals Amon Amarth en andere stoere vikingtrollen. Árstíðir Lífsins is voor de meerwaarde zoeker, zowel op muzikaal als tekstueel vlak. Met veel epiek en bombast toveren violen, diepe mannenkoren en cleane gitaren een mooi en passend contrast met de harde kille black metal, die toch vaak doet denken aan Helrunar – ook omdat Marcel in beide bands de keel voor zijn rekening neemt. Árstíðir Lífsins volgt al enkele releases een eigen uitgestippelde route en wijkt niet af van hun muzikaal elan, artwork en lay-out. Enerzijds bewonder ik hun volharding, want hun nummers staan als een huis, maar keer op keer blijf ik het artwork en de lay-out ondermaats vinden. Ik heb even moeten puzzelen om de volgorde van de teksten te vinden in het boekje. Het staat allemaal in schril contrast met de muziek en lyriek, die wel veel diepgang hebben. Ik zeur weeral over dit onderwerp, maar doe toch eens wat meer dan een vikingprent te plakken op een texturenachtergrond. Nu duurt het werkelijk minder dan 5 minuten om de cover te maken, terwijl ” Heljarkviða” kwalitatief echt wel 80% van de black metalscene achter zich laat.

Flp: 82/100

Árstíðir Lífsins – Heljarkviða (Ván Records 2016)
1. Heljarkviða I: Á helvegi
2. Heljarkviða II: Helgrindr brotna

Árstíðir Lífsins – Aldafǫðr ok munka dróttinn

Árstíðir Lífsins. Moeilijk, moeilijk, moeilijk,… En dan heb ik het niet over tongtwisters (quizvraagje iemand?) zoals “Kastar heljar brenna fjarri ofan Ǫnundarfirðinum“, “Knǫrr siglandi birtisk á löngu bláu yfirborði” en “Norðsæta gætis, herforingja Ormsins langa“, maar over de muziek die deze noorderlingen uit de pols schudden. Het is zeer moeilijk om een zwart-witrecensie neer te pennen. En daarbij zou een middelmatige, men zegge grijze, bespreking Stefáns werk oneer aandoen. Dan maar wat feiten. Het oudere Árstíðir Lífsins vond ik snel saai worden, maar hun split met Helrunar vorig jaar was fenomenaal. Ook langspeler nummer drie “Aldafǫðr ok munka dróttinn” (bon, niemand die iets aan de titel heeft, maar ik kon het niet laten) gaat verder op het vorige elan. Je hoort en merkt dat er echt heel veel moeite, passie en werk in het album gestopt is. Het laat zich allemaal moeilijk doorgronden en vangen onder een pet. De noords mythologische black metal varieert van traag, naar mid-tempo naar snel. Soms hoor je wat van Helrunar (nummer 3 op de eerste cd), maar dat is wel erg voor-de-hand-liggend, daar zanger Marsél ook deel uitmaakt van Helrunar. De veel voorkomende mannenkoren klinken belachelijk diep en drukken meer dan ooit hun stempel op “Aldafǫðr ok munka dróttinn“. Prachtig! Al mag ook gezegd worden dat de hysterische uithalen van Georg gemist worden. Hij is er op deze plaat niet bij. Verder hoor je heerlijke akoestische riedels waarmee Ulver ooit eens een hele cd heeft opgenomen. Enerzijds ligt alles gemakkelijk in het oor, maar (hoe vreemd genoeg) blijft alles moeilijk hangen. Komt het door de uitgesponnen lengte? Of is er te weinig variatie? Moeilijk… En feiten… Je weet wel. Een ander feit is dat “Aldafǫðr ok munka dróttinn” twee schijfjes bevat en naar goede Árstíðir Lífsins gewoonte afklokt op toch wel een dikke 80 minuten. Dat is erg veel. Misschien wekt dat inderdaad saaiheid in de hand. Verder heeft Ván Records wederom voor een erg mooie verpakking gezorgd. Eerlijk gezegd vind ik het een gemiste kans. De ganse digipack heeft een soort bruine one-click-made Photoshop textuur. Evenals de cover ziet er als snelwerk uit. En dat terwijl er zoveel opties zijn: lederen boekje, vernis laagje, het symbool (van de cover) in hout laten maken en fotograferen op aarde,… Ook het boekje van 22 pagina’s zou beter kunnen. De teksten staan in het Ijslands geprint als zijnde een bijbel, daarna nog eens in gewone letters en daarna volgt hun Engelse vertaling. Waarop niet wat meer opsmuk en minder herhaling? Of duiding erbij? Je merkt het; ik kan er lang over doorgaan. Misschien volgende conclusie trekken: “Aldafǫðr ok munka dróttinn” is een prachtplaat, maar stelt op verschillende vlakken wat teleur door gemiste kansen.

Flp: 78/100

Árstíðir Lífsins – Aldafǫðr ok munka dróttinn (Ván Records 2014)
Disc 1:
1. Kastar heljar brenna fjarri ofan Ǫnundarfirðinum
2. Knǫrr siglandi birtisk á löngu bláu yfirborði
3. Þeir heilags dóms hirðar
4. Úlfs veðrit er ið CMXCIX
5. Máni, bróðir Sólar ok Mundilfara

Disc 2:
1. Tími er kominn at kveða fyrir þér
2. Norðsæta gætis, herforingja Ormsins langa
3. Bituls skokra benvargs hreggjar á sér stað
4. Sem lengsk vánar lopts ljósgimu hvarfs dregr nærri

Helrunar/ Árstíðir Lífsins – Fragments

Destijds ontdekte ik met argusogen Helrunar. Toen ik heel wat jaren geleden “Baldr ok íss” (hun tweede langspeler) moest bespreken, was ik er niet wild van. Zoals vaak was het album duidelijk van Duitse makelij zoals de regels het beschrijven: (hoofdzakelijk) gekrijs in de moedertaal en degelijke, doch middelmatige muziek die heel goed in het gehoor ligt, maar redelijk snel gaat vervelen. Ook het naar Ijsland uitgeweken Árstíðir Lífsins had hetzelfde broertje dood. Om eerlijk te zijn, moet ik toegeven dat ik hun voorgaande werk tamelijk saai vind. Hun uitgesponnen black metal met folklore leek oneindig te duren. Voor Helrunar kwam het keerpunt toen dubbelaar “Sól” het levenslicht zag. Na meerdere beurten werd ik gevangen door de loodzware klanken die keer op keer aan terrein wonnen. Ondertussen behoort de band zelfs tot mijn topfavorieten. Met veel enthousiasme keek ik uit naar de split tussen beide bands, zeker naar het Helrunar gedeelte, dat “Odyssey” van Homer (neen, niet Simpson) bezingt. De lange track (een kwartier) begint fenomenaal met een rustige golfslag en een betoverende sirene. Na een akoestische sfeerschepping barst de hel los. “Wein für Polyphem” is relatief up tempo als je de “Sól” dubbelaar gewend bent, al drukt Helrunar het gaspedaal vaker in op eerdere releases. Zoals immer is het gitaarwerk simpel, sfeervol en heavy as hell. Verdorie, wat kan Markus Stock zijn producties loodzwaar laten klinken. Zoals haast al zijn studiowerk klinkt ook hier de basdrum vermorzelend en tevens erg organisch. Wie “Sól” weet te appreciëren, smaakt dit nummer zeker ook. Meer dan voordien bepaalt de zang de sfeer en variatie. De koorzang tijdens de Griekse intro (en ook later in het nummer) past perfect en alle vocale afwisseling die je in “Wein für Polyphem” hoort, is van topkwaliteit. Ook al klinkt Helrunar erg bekend in de oren, het is niet voor de hand liggend een gelijkaardige artiest te vinden. Árstíðir Lífsins topt de lengte van zijn voorganger en klokt af op bijna 20 minuten. Zoals immer doceren Stefan en vrienden een lesje noordse geschiedenis in het oud Noors. “Vindsvalarmál” start ook rustig met heel wat violen en andere strijkers, iets wat Árstíðir Lífsins vaker doet. Eens het nummer echt begint, ligt het tempo tamelijk hoog en weerklinkt het ziekelijk geschreeuw van Jorge (Drautran – Doe nog eens wat luierikken!) afwisselend met ene Marcel die ook in één of ander Duits bandje speelt. Nog meer dan bij Helrunar is er een massa aan afwisseling in de gezangen. Het moet gezegd worden: met dit nummer veegt Árstíðir Lífsins alle twijfel die ik in het verladen had van de kaart. Ondanks de lange speelduur verveelt het geen moment. Wanneer de violen opnieuw toewerken naar een climax, volgt deze niet, maar wel het einde van toch wel een heel sterke split. Beide bands vullen elkaar perfect aan. Zowel muzikaal, inhoudelijk, geluidstechnisch en visueel. Lupus Lounge en Ván Records hebben er een simpel ogende, maar erg mooie digipack van gemaakt. Alleen, verspil toch geen 2 cd’s hieraan. Verdorie, als je in de sfeer van één nummer bent, moet je een nieuwe schijfje insteken om het andere te horen, terwijl beide perfect samen gaan. Het zou zelfs ecologisch en economisch verantwoord zijn! Fuck materialism, weet je!

fLP: 90/100

Helrunar/ Árstíðir Lífsins – Fragments (A myhtological excavation) (Lupus Lounge/Ván Records 2013)
1. Wein für Polyphem
2. Vindsvalarmál

Árstíðir Lífsins – Vápna lækjar eldr

Fuck, het zal je maar overkomen, in Ijsland wonen en dyslexie hebben. Sólstafir gaat nog net, maar begin niet over black metal bands zoals Svartidauði, Eyjafjallajökull en dus ook Árstíðir Lífsins. Deze brengt twee jaar na “Jötunheima dolgferð” de opvolger van desbetreffend debuut uit. “Vápna lækjar eldr” trekt net als zijn voorganger een zeventig minuten en sluit tevens naadloos aan op de voorgaande uitgestippelde koers. De vaart de noordse route van de Vikingen. Verwacht hier geen vergelijkingen met het meer epische Bathory, Enslaved of godbetert Amon Amarth. Árstíðir Lífsins pakt het sfeervol aan en kneedt het totaalpakket tot een waardevol geheel. Het artwork, de teksten, de muziek,… Alles past. De laag klinkende mannelijke koorzang klinkt zeer heroïsch, maar toch erg introvert. Jorge van Drautran (Google, nu!) neemt de schitterende hysterische screams voor zijn rekening en Marcel van Helrunar keelworstelt met standaard geschreeuw, volgens mij in afwisseling met bandleider Stefan. Nu, Árstíðir Lífsins klinkt vooral langzaam en enorm atmosferisch, doch zijn er ook erg snelle passages en kloppen heel wat instrumenten op de deur. Klop klop! Vibrafonen, blazers, violen, akoestische gitaren, piano’s,… Ze doen het allemaal uitstekend. “Vápna lækjar eldr” is een ingetogen, eerder droevig klinkende black metal plaat geworden. In verschillende beurten is er uitstekend naar te luisteren en vaak krijg je het gevoel van: “mmm, dat is mooi gedaan en heb ik nog niet vaak gehoord”. Maar langer dan een kwartier intensief oortrainen wordt een moeilijke opgave. De Duitsers hebben er een mooi klinkend woord voor: langweilig. Verdomd, wat wordt dit een saaie hap na een tijdje! Meer nog, als de geëmigreerde Duitsers van Árstíðir Lífsins niet in het exotische Ijsland zouden leven, maar pakweg uit een niemandslandje als België of Polen zouden komen, zouden ze wellicht een pak minder aftrek vinden. Zodus laat “Vápna lækjar eldr” me achter met een dubbel gevoel. En moest iemand uit Ijsland dit via Google Translator willen vertalen, eat this: hottentottententententoonstelling(tjes)!

fLP: 72/100

Árstíðir Lífsins – Vápna lækjar eldr (Vàn Records 2012)
1. Friggjar faðmbyggvir er mér falinn
2. Frá þögn Rauma grund hefr þessi ætt komið
3. Ék sé framtíð í ísa broti
4. Blóð-Þorsteinn eystri
5. Gylðis kind hefr aldrei dvalist á einum stað
6. Samkoma um sumar var sett á Þingeyri
7. Mjök erum tregt tungu
8. Svo lengi sem Sutrs ætt ok ásmegir aðhafast, mun þessi jörð í ringulreið elta
9. Fjörbann var mér alltaf við hlið er ófriðr kom upp