celtic frost

Níðstöng – Norðurríkið

De naar IJsland geëmigreerde Duitser Adrian Brachmann kwam op Addergebroed al eerder aan bod met zijn veelbelovende project Äkth Gánahëth en diens eerste langspeler “Crowned in shadows“. In het interview gaf hij aan nog tal van andere projecten lopende te hebben, voornamelijk als one-man band. Níðstöng is er daar één van en “Norðurríkið” is het eerste kort en bondige statement. Daar waar de man zich bij Äkth Gánahëth vooral door de Franse LLN laat beïnvloeden, trekt hij voor Níðstöng referenties als Sort Vokter, Ildjarn en Nidhogg uit de kast. Een combinatie van punk geïnfuseerde blackmetal en ambient is met andere woorden wat je kan verwachten, een combinatie van muziekstijlen die ik doorgaans weinig te rijmen vind daar die eerste vooral op primaire energie inzet en die laatste op atmosfeerzetting mikt. Binnenkomer “Úlfhéðnar” trapt dit debuut op een aanstekelijke en swingende manier op gang zoals ook een Invunche dat op “II” deed. Ook “The eternal cycle” rockt als een tiet, maar dan eerder dankzij een eerder mid-tempo black ’n roll Darkthrone-aanpak. “Dauðinn hvíti” vat meteen de op de IJslandse grasvlaktes grazende koe terug bij de horens voor een straightforward zwartgeblakerde uitbarsting die na anderhalve minuut terug gaat liggen, waarna “Thule” terug meer punkelementen laat doorschemeren. In het downtempo “Emperors of the glacial realm” is ook ruimte voor old-school geluiden zoals we die kennen van oudgedienden Celtic Frost. De twee laatste nummers “Móskarðshnjúkar” en “Heiðin” gooien het over een totaal andere boeg en trekken – u vroeg zich ongetwijfeld al af waar die ambient bleef – volop de kaart van duistere dungeon synthklanken. Het lijkt met andere woorden plots alsof we naar een totaal andere plaat aan het luisteren zijn. Ik word er haast schizofreen van. Het was misschien logischer geweest één van beide als intro te gebruiken, maar ik snap ook wel dat Adrian liever met de deur in huis wou vallen. Punky black metal moet het doorgaans van zijn dodelijke maar aanstekelijke eenvoud en kracht hebben. Dat eerste is hier in elk geval waar want de vijf ‘metalen’ nummers klinken ongecompliceerd, zijn net als IJslandse Skyr van al hun overtollig vet ontdaan, maar klokken soms nogal abrupt af waardoor ik het gevoel had dat Adrian hier eerder de regels van de kunst wil laten primeren in plaats van de songs nog verder uit te werken. De sound is ook wat dunnetjes en had wat extra punch mogen hebben om echt als een vuistslag in je onderbuik aan te voelen. “Norðurríkið” bevat dus wel enkele kanttekeningen, maar zal ongetwijfeld ook wel tot bij de liefhebbers van punky black weten door te dringen.

JOKKE: 75/100

Níðstöng – Norðurríkið (Eigen beheer 2020)
1. Úlfhéðnar
2. The eternal cycle
3. Dauðinn hvíti
4. Thule
5. Emperors of the glacial realm
6. Móskarðshnjúkar
7. Heiðin

Clavus – Rebus paranormalibus

Bij een land als Zwitserland denk je nu niet meteen aan een rijke geschiedenis op gebied van extreme metal, hoewel het neutrale land wel degelijk enkele groete namen heeft voortgebracht. Denk maar aan Hellhammer/Celtic Frost en Samael en recenter en meer underground Bölzer, Darkspace en Paysage d’Hiver. Als we écht de allerdiepste krochten van de reusachtige Zwitserse Alpen induiken, treffen we daar Clavus aan, een gloednieuwe anonieme blackmetalentiteit die, naast enkele (digitale) demo’s, dit jaar onder de noemer “Rebus paranormalibus” ook een eerste full-length uitbracht. Deze plaat staat garant voor een dik half uur cryptische en hypnotiserende blackmetal die uitpuilt van somberheid en verstikkend kwaad. De auditieve sonische terreur is verdeeld over twee korte en twee lange nummers, aangevuld met ambientintermezzi die wat zuurstof in de verstikkende geluidsmuur pompen. De man achter deze raadselachtige entiteit betovert de luisteraar met ijskoude riffs die een aura van hypnotiserende grandeur verspreiden en verstrengeld zijn met uitgestrekte kosmische keyboardlandschappen die diepte en ruimte geven aan de rauwe, grofkorrelige en ijzige gitaarlagen die door de pulserende kracht van woest drumwerk voortgestuwd worden, maar waarbij gezegd moet worden dat de geprogrammeerde drumlijnen soms wat rommelig overkomen in het geheel. Halfweg “Rebus paranormalibus” passeert “Dark tree from the golden forest” waarin meeslepende gitaarleads meer op de voorgrond treden, terwijl in opener “Acies ventos” en het geweldige “Jantar mantar jadu mantar” de toetsen voor de majestueuze extase zorgen. Voeg daar nog de wrede, vervormde en huiveringwekkende krijsen bij en je hebt alle ingrediënten voor een beklijvende atmosferische blackmetalplaat. Clavus is een nieuwe underground act om in het oog te houden. Voer voor fans van Paysage d’Hiver en Darkspace, maar met nog wat groeimarge vergeleken met deze twee referenties.

JOKKE: 78/100

Clavus – Rebus paranormalibus (Dawnbreed Records/Lèpre Productions 2020)
1. Acies ventos
2. Pythonicus
3. Six black candles
4. Majestic tower
5. Dark tree from the golden forest
6. Uromancia
7. Jantar mantar jadu mantar
8. Rebus paranormalibus

Standvast – Oersymboliek

Standvast is voor mij een nieuwe naam in de florerende NLBM-scene maar blijkbaar is het duo toch reeds een vijftal jaar actief. “Oersymboliek” is de intrigerende titel van de tweede langspeler. Standvast wordt vorm gegeven door de heerschappen Nortfalke (muziek) en Rödulv (zang en teksten) die een gemeenschappelijk verleden hebben in Kaeck en Tarnkappe. De heren grijpen terug naar de oerdagen van het black metal-genre want invloeden van Darkthrone en Celtic Frost vallen niet te ontkennen. Het riffwerk is met andere woorden simpel, maar effectief en aanstekelijk. En de Nederlandstalige teksten zijn vrij goed te volgen zonder tekstvel in de hand. “Oersymboliek” en diens negen nummers hebben een energieke productie meegekregen die echter iets te weinig dynamiek laat horen. De drums klinken vrij artificieel en zorgen daardoor voor een militant randje. “Wolfsanker” wordt afgetrapt met een Nederlandstalige sample en bevat tevens subtiele (!) engelachtige vrouwelijke zang op de achtergrond, maar het zouden evengoed keyboards kunnen zijn hoor. “Dolken in het duister” bevat dan weer een punk/black ’n roll-vibe en deze opzwepende aanpak wordt in “Gevangen in het bestaan” doorgetrokken hoewel dit nummer me wel wat te simplistisch overkomt. Met “Eer en geweten“, diens ‘oomph’ kreten, heldere zangkoren en bescheiden toetsen volgt dan terug een nummer met iets meer compositorische diepgang. “Opperman” werd als teaser vrijgegeven en dat is een goede zet want dit meer agressieve nummer is één van de beste composities die er op “Oersymboliek” staan. Nu het duo op dreef is, vervolgen ze met het eveneens kwalitatieve eerder mid-tempo “Volkswoede” waarvan het gitaarwerk heel Noors aanvoelt. Ze bewandelen nu eenmaal graag het Noordse pad waar stilstand volgens de tekst achteruitgang betekent. Ik moet dit waarschijnlijk in een andere context dan een muzikale plaatsen, want Standvast is een band die toch eerder naar het verleden teruggrijpt dan met een progressieve bril op naar het genre te kijken. Conclusie: “Oersymboliek” bevat black metal die vrij gemakkelijk verteerbaar is. Standvast laat horen met beperkte ingrediënten toch een paar knappe composities te kunnen pennen, maar er staan ook enkele nummers op het album die na een paar luisterbeurten geen uitdaging meer bieden voor wie graag zijn tanden meermaals in een plaat zet.

JOKKE: 73/100

Standvast – Oersymboliek (Werewolf Promotion 2020)
1. The death of discipline
2. Wolfsanker
3. Dolken in het duister
4. Gevangen in het bestaan
5. Eer en geweten
6. Opperman
7. Volkswoede
8. Langs het Noordse pad
9. Stoic warrior

Bütcher – 666 goats carry my chariot

Leder, pinnenbanden, slim fit broeken, puntbotinnen, zwarte vegen corpsepaint, de umlaut en het omgekeerd kruis in de bandnaam, het cover artwork van Kris Verwimp, het nummer van het beest in de titel, aliassen zoals LV Speedhämmer en R Hellshrieker,…U snapt het ondertussen wel: alle metalclichés zijn hier volop aanwezig en terecht want wat het Belgische Bütcher op diens tweede langspeler “666 goats carry my chariot” laat horen, is van de eerste tot de zesendertigste minuut opgedragen aan “the ancient godz of steele”. Op papier is de explosieve mix van heavy, thrash en een vleugje black niet aan mij besteed, maar sinds de release van “Bestial fükkin’ warmachine“, de eerste plaat die de band na haar ‘comeback’ uitbracht, las ik niets dan positieve dingen over het kwartet, waardoor ik besloot de nieuwe boreling toch maar eens een kans te geven. Ik besloot de epische negen minuten durende titeltrack als eerste te ondergaan. Sfeervol Bathoriaans akoestisch gitaarwerk en heldere koorzang trappen deze compositie in gang. “Hammerheart” lijkt nooit veraf. Wat volgt is een enorm pakkende en catchy rit die langzaam opbouwt totdat de metalen spanning losbarst. De maniakale frontman R Hellshrieker laat zijn stembanden alle registers van het metalen spectrum verkennen gaande van black metal gekrijs, dieper gegrom en natuurlijk de obligate falsetto uithalen waarin we heel wat King Diamond en Mercyful Fate terug horen. “666 goats carry my chariot” is als het ware Bütcher’s “Bohemian rhapsody“, een eclectisch nummer dat tot het einde der tijden met de band geassocieerd zal worden en waar de heren meer dan trots op mogen zijn. De lange speelduur, akoestische gitaren en het eerder mid-tempo gebeuk, maken van dit nummer wel een enigszins afwijkend rustpunt want de songs die we ervoor en erna te verwerken krijgen, vliegen aan een rotvaart voorbij waarbij de helse tempo’s, vlammende gitaren en schedelsplijtende solo’s van de getalenteerde KK Ripper de boel – volledig in lijn met het artwork – in lichterlaaie zetten. “45 RPM metal” is nog zo’n duivels metal anthem waarbij bloed, zweet en alcoholdampen uit mijn boxen spatten en dat live waarschijnlijk veel slachtoffers zal maken. In het berzerker-achtige “Sentinels of dethe” struikelt R. Hellshrieker net niet over zijn woordentsunami en geeft hij heel wat rappers het nakijken. Muzikaal en productioneel gezien is Bütcher begin jaren ’90 stil blijven staan en zo hoort dat ook in hun geval. 666 keer hulde en een aanrader voor fans van Mercyful Fate, Celtic Frost, Deströyer 666, Darkthrone, Nifelheim, Aura Noir, Desaster, Witchery, Absu, Nocturnal Breed en Impiety.

JOKKE: 82/100

Bütcher – 666 goats carry my chariot (Osmose Productions 2020)
1. Inauguration of steele
2. Iron bitch
3. 45 RPM metal
4. Metallström/Face the bütcher
5. Sentinels of dethe
6. 666 goats carry my charriot
7. Viking funeral
8. Brazen serpent
9. Exaltation of sulphur

Horned Almighty – To fathom the master’s grand design

We hebber er even op moeten wachten maar met “To fathom the master”s grand design” laat de Deense gehoornde almachtige nog eens van zich horen. We moeten al zes jaar terug de tijd induiken voor het vorige teken van leven. Op het toenmalige “World of tombs” werd het gekende black ’n roll concept van Horned Almighty in enkele nummers al van een gezonde dosis punky thrash voorzien en op deze zesde langspeler is die balans nog net iets verder naar die kant doorgeslagen. Smerte’s vocalen voegen zoals steeds een doodsmetalen randje toe wat niet verwonderlijk is met een tienjarig verleden bij Exmortem. Tegelijkertijd klonken de Denen nog nooit zo gevarieerd want deze nieuwe plaat bevat zo wat hun snelste maar tegelijk ook hun traagste materiaal ooit. Zo beukt het van death metal doordrongen “Violent cosmology” de plaat energiek in gang, maar maakt “Antagonism eternal” ook ruimte voor meer atmosfeer – zij het een apocalyptische – middels het aanwenden van spoken word-passages. “Devouring armageddon” verkent dan weer doomy regionen waarbij een piano en semi-cleane gitaren niet geweerd worden. Een nummer als “Swallowed by the earth” is met zes minuten speeltijd zowat de langste compositie ooit voor Horned Almighty. Het is tevens een, voor hun begrippen, vrij experimenteel nummer dat heel wat variatie in tempo’s kent en aaneenhangt van de spanningsbogen maar ook niet vergeet te knallen middels vurige energetische riffs. Het laat zien dat Horned Almighty ondanks hun fel gesmaakt handelsmerk van opzwepende black ’n roll veel meer is dan een one trick pony. De ronkende bas is altijd al een belangrijke factor geweest in de totaalsound en ook nu weer stuwt Haxen de muziek vooruit met zijn viersnarig instrument, zij het met een iets minder crunchy-geluid, wat de invloed van punk en crust nu wel iets minder frappant maakt. Horned Almighty kan nog steeds aangeraden worden aan liefhebbers van Celtic Frost, Motörhead, Darkthrone en Autopsy en is terug met zijn beste album tot op heden! Bam!

JOKKE: 85/100

Horned Almighty – To fathom the master’s grand design (Scarlet Records 2020)
1. Violent cosmology
2. Apocalyptic wrath
3. Antagonism eternal
4. Devouring armageddon
5. Swallowed by the earth
6. The great death
7. Punishment divine
8. Witchcraft demonology

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

The Rite – The brocken fires

Na een afwezigheid van zeven jaar liet het illustere heerschap Ustumallagam recent weer van zich horen met zijn hoofdband Denial Of God. Sinds 2017 is de Deen echter ook actief bij The Rite, een band die hij samen met A. Th van het Italiaanse Black Oath oprichtte. De eveneens Italiaanse drummer P. Guts vervolledig het plaatje. Dit plaatje is er eentje dat nog met een analoog fototoestel getrokken werd, want de bands die als inspiratie gelden voor The Rite zijn ouwe knakkers zoals Mercyful Fate, Death SS, Celtic Frost, Samael, Ripper en Goatlord. Van die laatste werd “Acid orgy” trouwens door de mangel gehaald. Deze eerste vijfentwintig minuten tellende EP kwam oorspronkelijk via Unholy Domain Records uit, maar Iron Bonehead Productions besloot deze morbide black nu ook op CD te branden en op vinyl te persen. Na het door stormweer en kerkklokken vergezelde inluidende duivelsgebedje, barst “A pact with hell” uit de startblokken. Logge en mid-tempo black zonder al te veel toeters en bellen of wiskundige ritmes, is wat de heren ons voorschotelen. Wanneer A. Th doomy leads uit zijn gitaar tovert, hoor je de invloeden van zijn andere band overduidelijk. Er volgt nog wel een uitbarsting, maar die is eerder van korte duur. Dezelfde formule wordt ook in de twee andere nummers gehanteerd: doomy klanken vormen de basis maar de snellere partijen zouden ook de blekkies onder ons moeten kunnen bekoren. In het titelnummer vormen orgelklanken nog een extra sfeermaker. Daar het allemaal niet zo ingewikkeld klinkt en de nummers eenvoudig in mekaar zitten, heb ik het na een vijftal luisterbeurten wel gehad. Een zeven-minuten-durende song als “Heed the devil’s call” heeft simpelweg veel te weinig om het lijf om zo lang te boeien. Tijdens het afgelopen Metal Magic festival in Denemarken brachten de heren een gelimiteerde twee-songs-tellende-promo-rehearsaltape uit waarop reeds een tipje van de sluier werd opgelicht over wat we kunnen verwachten van het debuut dat voor het najaar gepland staat. Deze EP heeft me echter niet echt klaar kunnen stomen om van die langspeler wakker te liggen.

JOKKE: 66/100

The Rite – The brocken fires (Iron Bonehead productions 2019)
1. Prayer to Satan (Intro)
2. A pact with hell
3. The brocken fires
4. Heed the devil’s call
5. Acid orgy (Goatlord cover)

Kvelgeyst – Alkahest

Bij Zwitserland denken we meteen aan raclette, rösti, alpenhoorns, zakmessen en horloges. Op gebied van metalen klanken zette Celtic Frost het land op de metalmap. Ook het in 2015 opgerichte Kvelgeyst eert deze oerband op haar debuut “Alkahest“. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Urgeist, zanger/bassist/keyboardspeler Meister T. en drummer/achtergrondzanger V. Knüppelknecht (wat een coole naam voor een vellenmepper) maakt deel uit van het Helvetic Underground Committee (waartoe ook bands zoals Ungfell, Dakhma, Urgeist en Arkhaaik behoren) en heeft een zeer grote affiniteit met alchemie waarbij de heren op zoek gaan naar ‘alkahest’, een hypothetisch universeel oplosmiddel dat gelijk welke substantie, goud inbegrepen, zou kunnen oplossen. De bandleden zijn tevens niet vies van intoxicerende substanties wat muzikaal gezien resulteert in proggy experimentele uitstapjes waarbij ik regelmatig – ook vocaal gezien – aan een band als Laster moet denken. Kvelgeyst gooit onverwachte ambient intermezzo’s of liturgische improvisaties in de strijd en incorporeert een fikse dosis klassieke heavy metalinvloeden in haar black metal die voor een heerlijk nostalgisch sfeertje zorgen. In deze opzwepende momenten wasemen de riffs alcoholdampen uit en ruikt de sound naar leder en metaal waarbij een band als Malokarpatan in de titeltrack en zeker Negative Plane elders op de plaat niet veraf is. Daar alle drie de bandleden hun strot opentrekken, horen we een weids variërend gamma aan screams, diepere growls, gefluister, hoge (cleane) uithalen en maniakaal hoongelach. Kvelgeyst is voer voor zij die enerzijds houden van tijdloze black met heel wat traditionele invloeden en anderzijds ook niet vies zijn van wat experiment.

JOKKE: 80/100

Kvelgeyst – Alkahest (Vendetta Records 2019)
1. Basilisk – Im Angesicht des Schattenwichts
2. Miasma – Vor flirrenden Götzen in stickigen Grotten
3. In der Hölle trieft der Gran
4. Demiurg – Denaturierung Holobiont
5. Alkahest – In Schall und Rauch zerflossen
6. Sefiroth – Schalenleib des Welten-Alls



Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics

Toen ik als ukkie van 11 jaar de mysterieuze wereld van black metal ontdekte, was mijn blik vooral op het hoge noorden gericht. Ik vond het toen nogal een ridicuul idee dat deze duistere muziek ook in mediterrane landen zou worden gespeeld. Ik heb me met andere woorden nooit echt ondergedompeld in de oervaders van bv. de Griekse scene zijnde Rotting Christ, Necromantia, Varathorn, Kawir en Zemial. Stom natuurlijk. In de latere, meer occulte exploten van deze scene (Acherontas, Acrimonious, Serpent Noir, Thy Darkened Shade, …) ben ik beter thuis. Embrace Of Thorns heeft met haar mix van black, death en bestial war metal echter nooit in een bepaald hokje gepast. De band is sinds 1999 actief, na een jaartje eerder onder de naam Requiem geopereerd te hebben. Sinds de naamsverandering was de band vrij consistent qua muzikale output. Nu heeft het iets langer dan normaal geduurd, maar vier jaar na “Darkness impenetrable” valt het nieuwe “Scorn aesthetics” nu toch op de deurmat. Er is bitter weinig veranderd in het receptuur van de band want hun black metal wordt nog steeds met een zeer fikse scheut death metal en een snuifje war metal op smaak gebracht. Zo hoor je in opener “The wanderer and his shadow” ongetwijfeld de invloed van Morbid Angel doorschemeren. De vocalen klinken dan ook wat dieper en de sound wat zwaarder (hoor die bas maar eens ronken) dan de doorsnee black metal band. Melodieuze partijen en mid-tempo nummers (bijvoorbeeld “Reducto ad absurdum” dat een Deströyer 666-achtige solo bevat) worden afgewisseld met beukende dubbele basritmes (“Mutter aller Leiden” of de titeltrack) of opzwepend snel geschut. “In our image, after our likeness” is met haar negen minuten speeltijd en ingebouwde spoken word-samples de langste en meest epische track van het album. Met de dynamiek zit het alvast helemaal snor. Volgens de heren is het feit dat ze de voorbije twintig jaar voor velen noch vis noch vlees waren, de verklaring voor het feit dat de band nog vrij diep in de underground verscholen zit. Hoewel Embrace Of Thorns nog nooit zo goed geklonken heeft en er best een paar knallers op “Scorn aesthetics” prijken (“Stoking the fire of resentment” en de opener), kan ik me in deze redenering slechts deels vinden. Een grotere oorzaak voor hun onbekendheid is het songmateriaal dat niet genoeg blijft plakken en te weinig beklijft. Het niveau van de aangehaalde referentiebands (voeg hier gerust ook oude Celtic Frost, Dissection en Incantation aan toe) wordt dan ook nergens geëvenaard.  De songschrijvers Herald of Demonic Pestilence en Archfiend DevilPig zullen dus nog een tandje moeten bijsteken als ze echt potten willen breken.

JOKKE: 72/100

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics (Iron Bonehead Productions 2018)
1. The wanderer and his shadow
2. Mutter aller Leiden
3. Reducto ad absurdum
4. Stoking the fire of resentment
5. Scorn aesthetics
6. In our image, after our likeness
7. Wolf uncaged _ Prometheus unbound

DSKNT – PhSPHR entropy

Hoewel Zwitserland in eerste instantie niet snel aan metal gelinkt zal worden, heeft het land van raclette, jodelaars, zakmessen en polshorloges in het verleden al enkele interessante metal-bands voorgebracht. Denken we maar aan Celtic Frost, Triptykon, Bölzer, Borgne of Schammasch. Een nieuwe interessante speler is DSKNT, het geesteskind van Asknt (Ab Occulto, AION, ex-Exordium), dat met “PhSPHR entropy” haar debuutplaat aflevert. Liefhebbers van het betere dissonante werk, spitst uw oren! De vreemde titel verwijst naar de wanorde, ontaarding, instabiliteit en chaos van de interne en externe metastabiliteit van de mens en dat wordt op een misselijkmakende manier vertaald naar extreme muziekklanken. Vermits DSKNT een éénmansproject is – hoewel Deus Mortuus van Antiversum de vocalen op zich nam – hoeft Asknt geen muzikale compromissen te sluiten en levert het een onconventionele sound op waarbij black, doom en death metal op verstikkende wijze gecombineerd worden. Het tegendraads en industrieel aandoend riffwerk van “S.O.P.O.R.” doet me soms wat denken aan de dit jaar verschenen “Arrayed claws“-plaat van het Italiaanse Lorn. In “Kr. Vy. rites” leeft Asknt zich uit met knetterharde hardware disto/fuzz effecten en reverbs om alzo het immens log beukende doomy “Kr. Vy. portals” in te luiden. Het snellere “Resurgence of primordial void aperture” is technischer van opzet en sleurt je bij je nekvel regelrecht mee de dieperik in. En de afsluitende titeltrack gaat qua extremiteiten zelfs nog een stapje verder. Liefhebbers van Deathspell Omega en Blut Aus Nord raad ik aan dit DSKNT eens aan een luisterbeurt te onderwerpen.

JOKKE: 82/100

DSKNT – PhSPHR entropy (Clavis Secretorvm/Babylon Doom Cult Records/Sentient Ruin Laboratories 2017)
1. Exhaling dust
2. S.O.P.O.R
3. Kr. Vy. rites
4. Kr. Vy. portals
5. Resurgence of primordial void aperture
6. PhSPHR Entropy