celtic frost

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics

Toen ik als ukkie van 11 jaar de mysterieuze wereld van black metal ontdekte, was mijn blik vooral op het hoge noorden gericht. Ik vond het toen nogal een ridicuul idee dat deze duistere muziek ook in mediterrane landen zou worden gespeeld. Ik heb me met andere woorden nooit echt ondergedompeld in de oervaders van bv. de Griekse scene zijnde Rotting Christ, Necromantia, Varathorn, Kawir en Zemial. Stom natuurlijk. In de latere, meer occulte exploten van deze scene (Acherontas, Acrimonious, Serpent Noir, Thy Darkened Shade, …) ben ik beter thuis. Embrace Of Thorns heeft met haar mix van black, death en bestial war metal echter nooit in een bepaald hokje gepast. De band is sinds 1999 actief, na een jaartje eerder onder de naam Requiem geopereerd te hebben. Sinds de naamsverandering was de band vrij consistent qua muzikale output. Nu heeft het iets langer dan normaal geduurd, maar vier jaar na “Darkness impenetrable” valt het nieuwe “Scorn aesthetics” nu toch op de deurmat. Er is bitter weinig veranderd in het receptuur van de band want hun black metal wordt nog steeds met een zeer fikse scheut death metal en een snuifje war metal op smaak gebracht. Zo hoor je in opener “The wanderer and his shadow” ongetwijfeld de invloed van Morbid Angel doorschemeren. De vocalen klinken dan ook wat dieper en de sound wat zwaarder (hoor die bas maar eens ronken) dan de doorsnee black metal band. Melodieuze partijen en mid-tempo nummers (bijvoorbeeld “Reducto ad absurdum” dat een Deströyer 666-achtige solo bevat) worden afgewisseld met beukende dubbele basritmes (“Mutter aller Leiden” of de titeltrack) of opzwepend snel geschut. “In our image, after our likeness” is met haar negen minuten speeltijd en ingebouwde spoken word-samples de langste en meest epische track van het album. Met de dynamiek zit het alvast helemaal snor. Volgens de heren is het feit dat ze de voorbije twintig jaar voor velen noch vis noch vlees waren, de verklaring voor het feit dat de band nog vrij diep in de underground verscholen zit. Hoewel Embrace Of Thorns nog nooit zo goed geklonken heeft en er best een paar knallers op “Scorn aesthetics” prijken (“Stoking the fire of resentment” en de opener), kan ik me in deze redenering slechts deels vinden. Een grotere oorzaak voor hun onbekendheid is het songmateriaal dat niet genoeg blijft plakken en te weinig beklijft. Het niveau van de aangehaalde referentiebands (voeg hier gerust ook oude Celtic Frost, Dissection en Incantation aan toe) wordt dan ook nergens geëvenaard.  De songschrijvers Herald of Demonic Pestilence en Archfiend DevilPig zullen dus nog een tandje moeten bijsteken als ze echt potten willen breken.

JOKKE: 72/100

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics (Iron Bonehead Productions 2018)
1. The wanderer and his shadow
2. Mutter aller Leiden
3. Reducto ad absurdum
4. Stoking the fire of resentment
5. Scorn aesthetics
6. In our image, after our likeness
7. Wolf uncaged _ Prometheus unbound

DSKNT – PhSPHR entropy

Hoewel Zwitserland in eerste instantie niet snel aan metal gelinkt zal worden, heeft het land van raclette, jodelaars, zakmessen en polshorloges in het verleden al enkele interessante metal-bands voorgebracht. Denken we maar aan Celtic Frost, Triptykon, Bölzer, Borgne of Schammasch. Een nieuwe interessante speler is DSKNT, het geesteskind van Asknt (Ab Occulto, AION, ex-Exordium), dat met “PhSPHR entropy” haar debuutplaat aflevert. Liefhebbers van het betere dissonante werk, spitst uw oren! De vreemde titel verwijst naar de wanorde, ontaarding, instabiliteit en chaos van de interne en externe metastabiliteit van de mens en dat wordt op een misselijkmakende manier vertaald naar extreme muziekklanken. Vermits DSKNT een éénmansproject is – hoewel Deus Mortuus van Antiversum de vocalen op zich nam – hoeft Asknt geen muzikale compromissen te sluiten en levert het een onconventionele sound op waarbij black, doom en death metal op verstikkende wijze gecombineerd worden. Het tegendraads en industrieel aandoend riffwerk van “S.O.P.O.R.” doet me soms wat denken aan de dit jaar verschenen “Arrayed claws“-plaat van het Italiaanse Lorn. In “Kr. Vy. rites” leeft Asknt zich uit met knetterharde hardware disto/fuzz effecten en reverbs om alzo het immens log beukende doomy “Kr. Vy. portals” in te luiden. Het snellere “Resurgence of primordial void aperture” is technischer van opzet en sleurt je bij je nekvel regelrecht mee de dieperik in. En de afsluitende titeltrack gaat qua extremiteiten zelfs nog een stapje verder. Liefhebbers van Deathspell Omega en Blut Aus Nord raad ik aan dit DSKNT eens aan een luisterbeurt te onderwerpen.

JOKKE: 82/100

DSKNT – PhSPHR entropy (Clavis Secretorvm/Babylon Doom Cult Records/Sentient Ruin Laboratories 2017)
1. Exhaling dust
2. S.O.P.O.R
3. Kr. Vy. rites
4. Kr. Vy. portals
5. Resurgence of primordial void aperture
6. PhSPHR Entropy

Malokarpatan – Nordkarpatenland

Gelukkig bestaat er zoiets als de copy-paste functie of ik was wel even bezig geweest met het foutloos overtypen van de tracklist van “Nordkarpatenland“, de langverwachte opvolger van het twee jaar geleden verschenen debuut “Stridžie dni” van Malokarpatan. Het is nog steeds niet zo eenvoudig om het geluid van dit Slovaakse kwintet te omschrijven aangezien het een smeltkroes van black, heavy, speed en folk metal is zonder dat hierbij één van de omschreven subgenres overheerst. De erfenis van oude Oostblok bands zoals Master’s Hammer en Root is natuurlijk alom tegenwoordig maar Malokarpatan weet er een eigen draai aan te geven. De opnames vonden bovendien plaats in de studio waar Master’s Hammer’s demo “The mass” in 1989 werd vereeuwigd en dat resulteert in een betere productie vergeleken met de eersteling. Nadat de inleidende rurale klanken verdwenen zijn, schiet “V okresném rybníku hastrman už po stárocá vycína” met een aanstekelijke heavy metal riff uit de startblokken waarover zanger Temnohor met een duistere en diepe stem epische verhalen over Oost-Europese folklore scandeert. Plots valt de song stil om plaats te maken voor een folkloristisch intermezzo om nadien via een melodieuze solo terug in gallop te treden. Deze openingstrack is meteen een schoolvoorbeeld van het vermengen van stijlen waar Malokarpatan zo goed in is. De heavy metal elementen zijn misschien nét iets meer vertegenwoordigd nu want ook het kort maar krachtige “Ked starého Bartolína ze šenku na táckach zvážali” en “V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa” zijn instant luchtgitaarmateriaal waarbij de trage riff in die laatste song wel héél hard naar Celtic Frost’s “Dethroned emperor” neigt. In “Ked svetlonosi zapocnú v mocariskách nazeleno svícit” en “V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa” laat Malokarpatan haar gevoelige kant zien waarbij de mid-tempo metal wordt ondersteund door een breed uitgesmeerd orgeltapijt en ijle vrouwelijke vocalen. Ook “V hustej hore na stracích nohách striga chalupu svoju ukrýva” klinkt bij aanvang alsof er een tekenfilm gaat beginnen om nadien gelukkig tot een soort “The blair witch project” te transformeren. Het bewijst dat de extremen nog meer opgezocht worden, maar waarbij de tragere stukken me toch net iets minder kunnen bekoren dan het up-tempo gitaargeweld. “Ve starém mlyne certi po nocách mariáš hrávajú” sluit deze avontuurlijke en afwisselende plaat op aanstekelijk wijze met mooie gitaarleads af.

JOKKE: 80/100

Malokarpatan – Nordkarpatenland (Invictus Productions 2017)
1. Nordkarpatenland
2. V okresném rybníku hastrman už po stárocá vycína (In the provincial pond, a water goblin has been raging for centuries)
3. Ked starého Bartolína ze šenku na táckach zvážali (When old Bartolín was driven back home from the tavern on a wheelbarrow)
4. Ked svetlonosi zapocnú v mocariskách nazeleno svícit (When will-o’-the-wisps begin to shine green in the bogs)
5. Nedlho po púlnoci opacha sa doplazila z dzíry (Not long after midnight, the abomination has crawled out of the hole)
6. V hustej hore na stracích nohách striga chalupu svoju ukrýva (Within the dense woods, the witch is hiding her hut on magpie legs)
7. Ked gazdovi upeleší sa v chyži nezdoba zmok (When a bugger kobold settles down in the farmer’s household)
8. V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa (In October’s solitude, silently the hunting chateau of the wolfish count is brooding)
9. Na horárni ve folvarku šafári rohatý jáger (A horned jaeger governs the gamekeeper’s lodge in the uplands)
10. Ve starém mlyne certi po nocách mariáš hrávajú (Devils are playing whist at nights in the old water mill)

Sacroscum – Drugs & death

Drugs en dood gaan dikwijls hand in hand, ook bij het Duitse Sacroscum. Beide heren ejaculeren in DIY-stijl negen vuilbekkende songs vol haat, walging, dood en vernieling op hun eerste langspeler. J en SS hebben zich voor Sacroscum laten inspireren door oude helden als Darkthrone, Carpathian Forest, Discharge, Skitsystem en oude-Celtic Frost. Dat levert met andere woorden een explosieve cocktail van death metal en crust/punk met een goor zwart randje op.  De zes minuten van “Skin canvas” zijn dan weer doordrongen van de jaren ’80 speed en thrash metal riffs op zijn blekkies. De trage, zwaar ronkende bastonen van “Downwards spiral” zetten je even op het verkeerde been, want nadien breekt de hel weer los en verfraaien melodieuze gitaarlijnen deze afwisselende en dynamische song. Afsluiter “DCLXVI” is met haar negen minuten de langste song die we te horen krijgen en laat zien dat Sacroscum niet vies is om verrassende elementen als cleane zang en akoestische gitaren in hun extreme muziek in te bouwen. De titelsong is meer mid-temp van opzet maar voor de rest rocken de nummers als een tiet (“Vermin”), klinken ze opzwepend (“Waste, horror & degradation”) en ze slaan de boel in de vernieling (“Gutter.Moloch.God”). Geschikt spul voor een demolition party!

JOKKE: 81/100

Sacroscum – Drugs & death (Unholy Prophecies 2017)
1. Initium
2. Drugs & death
3. Autoerotic thanatophilia
4. Gutter.Moloch.God
5. Vermin
6. Waste, horror & degradation
7. Skin canvas
8. Downwards spiral
9. DCLXVI