cult of erinyes

Silver Knife – Unyielding/Unseeing

Het mes snijdt aan twee kanten. Een samenwerking tussen muzikanten die hun sporen reeds verdiend hebben in het verleden, kan mooie nieuwe perspectieven bieden, maar tegelijk is de druk om te presteren ook groot, zeker als je een kwalitatieve muzikale rugzak meedraagt. Daarom verkiezen sommige van dergelijke nieuwe constellaties om de identiteiten in stilzwijgen te hullen. Dat is echter niet het geval bij Silver Knife, een nieuw project dat initieel op poten gezet werd door onze landgenoot Hans Cools (o.a. Monads, ex-Trancelike Void, Hypothermia, Cult Of Erinyes) en onze Noorderbuur Nicky die – al dan niet gemaskerd – muzikaal actief is met o.a. Laster, Reiziger en Nusquama. De ietwat depressieve sluier die dikwijls over Hans zijn werk gedrapeerd is en de wat progressievere insteek die we van Nicky kennen, resulteerde in een adembenemend mooi debuut getiteld “Unyielding/Unseeing“. Meer inkijk in het creatie- en opnameproces konden jullie reeds hier lezen. Producer Déhà, die hier tegenwoordig regelmatig de revue passeert, nam ook plaats op de drumkruk om dit debuut aan een verschroeiend hoog en metronoomvast tempo in te spelen, maar zal de drumstokken voortaan aan Pierre van Paramnesia overhandigen. Deze Fransman, die ook creatief bezig is onder de noemer Business For Satan, voorzag “Unyielding/Unseeing” tevens van verbluffend artwork. Met deze line-up is er bij Silver Knife écht wel sprake van een internationaal gegeven. Maar genoeg randinfo en over naar de muziek want dat is tenslotte het aller belangrijkste. Reeds vanaf de openingstonen meten de heren zich een hoog tot zéér hoog tempo aan, maar ondanks deze sneltrein ontplooit het gelaagde gitaarwerk zich ook tot mooie, dromerige soundscapes zoals dat het geval is in “Silver_red“, mijn persoonlijk hoogtepunt en één van de meer dynamische composities op dit debuut. Echo’s van oude Alcest of Woods Of Desolation horen we op tijd en stond opduiken en doen ons instant wegdromen. Zowel Nicky als Hans namen de zang voor hun rekening, maar de boodschap van wat er gekrijst wordt ontgaat me zo goed als volledig. Dat is ook helemaal niet erg want bij Silver Knife vervullen de high pitched screams eerder de rol van een extra laag in de dichtgeplamuurde sound van het trio. Ruimtelijkheid en dynamiek worden eerder via melodie en structuur gecreëerd dan via de productie. Zo vormt “Unseeing” met diens vrouwelijke spoken word passage een rustpunt tussen alle verwoestende snelheden die we elders op de plaat over ons uitegstort krijgen. Silver Knife verschiet niet al zijn kruid in de eerste nummers want ook “Conjuring traces” en diens zeer catchy en aanstekelijke gitaarmelodie en op de voorgrond tredende basgitaar mogen niet onvermeld blijven. Silver Knife maakt met “Unyielding/Unseeing” van meet af aan een statement en legt de lat voor zichzelf naar de toekomst hoog. Het is tevens een werkstuk dat absoluut niet moet onderdoen voor het werk van de andere bands en projecten van de heren. Aanrader!

JOKKE: 83/100

Silver Knife – Unyielding/Unseeing (Amor Fati Productions/Entropic Recordings 2020)
1. Unyielding
2. This luminous loom
3. Silver_red
4. Unseeing
5. Conjuring traces
6. Sundown

Slow – VI – Dantalion

Mijn kennismaking met Slow (kort voor Silence Lives Out/Over Whirlpool) was in 2017 toen “V – Oceans” uitgebracht werd, en het Belgisch duo wist me toen al een verstikkende trip aan te doen. Na een heropgenomen versie (met bonustrack) van “IV – Mythologiæ” kwam eind vorig jaar dan het tot nu toe laatste stuk in het verhaal, getiteld “VI – Dantalion”, naar de 71e demon in Solomons Lesser Key. Slow speelt funeral doom niet gewoon volgens, maar gaat verder op de regels van de kunst – de bandnaam is geen leugen. Sinds het eerst aangehaalde album nam Lore niet enkel de bas voor zich, maar ontfermt ze zich ook over de lyrics en songwriting in samenspraak met multi-projectionist en -instrumentalist Déhà (Aurora Borealis, Merda Mundi, Yhdarl, Cult of Erinyes, Wolvennest). Het resultaat is een album dat de bandnaam waardig is, en verre van het concept ‘riff’ eert. De klassieke piano die “Descente” inzet is een voorbode van de bijna orchestrale funeral doom die Slow naar ons hoofd gooit, waarbij keyboards en voornamelijk Déhà’s vocalen de sfeer scheppen – in plaats van lyrics te zingen fungeren zijn bombastische, uitgerekte grunts meer als instrument – en de 78 minuten durende speelduur vullen. Blijkbaar hebben we funeral doom nodig om eindelijk weer eens een full length die naam qua lengte waardig te gunnen. Ondanks het consistent trage, hier en daar met midtempo regionen flirtend tempo weet het duo wel voldoende variatie op te bouwen om niet binnen de paar minuten te gaan vervelen maar veeleer een lang uitgerekt klankbord te scheppen waarin je als luisteraar wordt meegezogen. Waar in “Lueur” de afdaling in de hel, die de songtitels omschrijven, nog enige hoop aanwezig lijkt te zijn, lijkt de gestorven ziel zo goed als hopeloos te zijn tegen de tijd dat “Futilité” er dertien minuten lang op inbeukt en waar een keyboardpassage voor een welkom rustpunt zorgt. “Lacune” is aanvankelijk dan weer het meest turbulente nummer en met “Incendiaire” krijgen we het meest gevarieerde en tegelijk opbouwende nummer van het album, waarbij de epiek meteen de hoogte in gestuwd wordt en het slopend trage tempo enkel zwaarder gaat klinken en uitgediept wordt – tot de keys op de voorgrond komen en een ridicuul cathartisch crescendo opbouwen, en meteen dé reden vormen waarom ofwel dit album, ofwel Clouds’ “Dor” op mijn nummer 11 van vorig jaar geëindigd zou zijn. Slow weet het voorgaande uur aan (durf ik het zeggen, gevarieerde) funeral doom op enkele minuten naar een absolute climax te spelen en sluit af met het zestien minuten durende, drum- en distortionloze “Elégie”, waarbij de luisteraar na een uur platstompende, bezwerende funeral doom eindelijk ruimte krijgt om de ingehouden adem uit te blazen. Funeral doom is een genre waarin het moeilijk is iets origineel te doen omwille van de aard van het beestje, maar Slow weet de aandacht vast te houden en een emotionele trip van jewelste neer te poten.

CAS: 86/100

Slow – VI – Dantalion (Code666 Records/Aural Music 2019)
1. Descente
2. Lueur
3. Géhenne
4. Futilité
5. Lacune
6. Incendiaire
7. Elégie

Cult Of Erinyes – Æstivation

Het Belgische Cult Of Erinyes zag ik afgelopen september voor het eerst live aan het werk. Ondanks het feit dat ze duimen moesten afleggen tegenover de rest van de affiche (Vortex Of End, Darvaza en Misþyrming), is deze Brusselse band toch aan een gestage opmars bezig binnen de vaderlandse en hopelijk dra ook buitenlandse black metal-scene. Aan de nagelnieuwe derde langspeler “Æstivation” (verwijzend naar ‘estivatie’ of een zomerslaap, de tegenhanger van de winterslaap in het planten- en dierenrijk) zal het in elk geval niet liggen, daar was Amor Fati Productions ook van overtuigd. De vorig jaar verschenen EP “Veneer” was in feit het startschot voor het tweede leven van de band. Gitarist en bandleider Corvus (Wolvennest, LVTHN, Monads) hees zanger/producer Déhà aan boord daar ie blijkbaar nog wel ademruimte had in zijn overvolle agenda (hoe ie het doet is mij een raadsel) en als slagwerker werd Ahephaïm (Sabathan, ex-Enthroned) ingelijfd, een meesterzet want deze jongen weet als geen ander hoe hij een snelle black metal-plaat moet inknuppelen. Voor optredens wordt dit kerntrio verder aangevuld met live-leden die Corvus nog kent uit zijn verleden bij Psalm. “Æstivation” is een werkstuk dat eigenlijk vrij hard in het verlengde van het vorige materiaal ligt, zowel qua stijl als qua sound die echter nog steeds te weinig organische ademruimte en dynamiek laat horen (daar lijden wel meerdere Déhà-producties aan), maar daardoor wel overrompelend en verstikkend klinkt. De zes nummers ademen een ongebreidelde onstuimigheid uit, zelfs wanneer het tempo in een song als “Nothing is owed to the void” naar beneden gaat. In de opener “Death as reward” draagt een bijna rustgevend intermezzo bij aan een dynamisch luisterspel, de band weet als geen ander dat door deze stukjes in te bouwen, de snelle partijen des te overrompelender binnenkomen. “Corruption” is een heerlijk nummer met pakkende melodieën die je volledig meezuigen in hun verhaal, de flitsende solo krijg je er gratis en voor niets bij. Het nummer bevat trouwens een gastbijdrage van La Muerte’s Marco Laguna. Déhà is een begenadigd zanger die weet hoe hij uiteenlopende keelklanken uit zijn strot moet persen en de sound bevat enkele ritualistische elementen die de song “Broken conclave” enorm onheilspellend en mysterieus doen klinken. Een nummer als het negen minuten durende tomeloze “Nihil sacrum est” ligt muzikaal trouwens ook niet zo ver af van wat een band als LVTHN doet wanneer het volle gas geeft, let ook op Déhà die hier compleet over de rooie lijkt te gaan. Hopelijk weet Cult Of Erinyes veel nieuwe zieltjes te verover met “Æstivation“, het is ze in elk geval gegund.

JOKKE: 80/100

Cult Of Erinyes – Æstivation (Amor Fati Productions 2019)
1. Death as reward
2. Corruption
3. Broken conclave
4. Healer – fever
5. Nothing is owed to the void
6. Nihil sacrum est

Cult Of Erinyes – Veneer

Cult Of Erinyes is het geesteskind van Corvus die we ook kennen van Monads, Wolvennest en enkele andere acts en mag ondertussen toch wel tot de top van onze vaderlandse black metal-scene gerekend worden. De band heeft drie langspelers en enkele EP’s op haar palmares staan, maar scoorde voornamelijk met het knappe in 2017 verschenen “Tiberivs“. Ondertussen in zanger Mastema met de noorderzon vertrokken en vinden we Déhà (o.a. Terziele, Yhdarl, en nog tig andere bands) nu zowel op de drumkruk als achter de microfoon terug. En net zoals op de voorganger nam deze muzikale duizendpoot ook de mix en mastering voor zijn rekening.  De twee nummers die op “Veneer” prijken, reiken de hand uit naar debuut “A place to call my unknown“, maar dan met een meer up-to-date productie hoewel ik de sound eerlijk gezegd wat té sec en steriel vind klinken. Graag wat meer laten ademen de volgende keer. Déhà trekt al vrij snel zijn strot open in “Heroine” en laat horen een begenadigd zanger te zijn die net zoals zijn voorganger zijn stembanden op verschillende manieren – al dan niet vervormd en met effecten overgoten – weet in te zetten. Het tempo van “Heroine” ligt tamelijk hoog, maar Corvus verliest de dynamiek niet uit het oog door op tijd en stond wat gas terug te nemen. Het nummer kent een rustig en atmosferische einde dat bijna naadloos een bruggetje verzorgt naar het daaropvolgende “Unrest” dat meteen een pak meer rituele sfeer bevat door de subtiele cleane zangkoren die de muziek ondersteunen. Even later screamt en kermt Déhà zich echter de longen uit het lijf, waarna de razernij plots stilvalt en een melodieuze gitaarlead, over-en-weer dansende basnoten en rustige percussie de aandacht trekken. Echter niet voor lang want al snel neemt de rituele black terug de overhand. Eigenlijk was Déhà zo’n beetje de katalysator om Corvus en zijn band aan de gang te houden en daar kunnen we de man alleen maar dankbaar voor zijn. Leuke EP die laat horen dat Cult Of Erinyes nog niet uitgezongen is.

JOKKE: 82/100

Cult Of Erinyes – Veneer (Eigen beheer 2018)
1. Heroine
2. Unrest

Yhdarl – Loss

Via het interessante I, Voidhanger Records viel mijn oog en oor op het nieuwe album “Loss” van het tot dusver voor mij onbekende Yhdarl. Na nader onderzoek bleek deze band het geesteskind te zijn van onze landgenoot Déhà die ook actief is bij onder andere Clouds, Cult Of Erinyes en Ter Ziele. Met Yhdarl heeft de goede man al meer dan vijfentwintig (!) releases bijeen geschreven; van enige luiheid valt hij dus niet te beschuldigen. “Loss” is de achtste langspeler en telt drie kolossale tracks die elk tussen het kwartier en twintig minuten afklokken en een breed spectrum aan extreme muziekstijlen ten gehore brengen. Furieuze black metal partijen gaan hand in hand met dronende doom waarbij haast elke noot in een depressief, suïcidaal sfeertje baadt. De Franse Larvalis Lethæus schreeuwt alsof ze bij elk woord het laatste restje lucht uit haar longen perst en klinkt héél overtuigend. Ook multi-instrumentalist Déhà brult een woordje mee net zoals Old (Drohtnung), Daniel Neagoe (Eye Of Solitude, Clouds) en Dimholt-leden Todor Krasimirov en Yavor Dimov. Dèhà tekende tenslotte ook voor de productie (die staat als een kathedraal van een huis) in zijn eigen HHProductions. In opener “Ignite – Ashes” horen we invloeden terug van Shining (de zwartgalligheid rond de tien minuten grens) en oude Forgotten Tomb (het melodieuze gitaarwerk), twee onbetwiste pioniers voor de depressievelingen onder ons. “Despise – Pity” begint op doom-tempo maar barst na een tweetal minuten op een fantastische manier uit in een verwoestende zwarte kolkende maalstroom aan negativiteit. Er valt heel wat te beleven in deze kolossale track: beklijvende clean vocalen, plechtstatige doomriffs en heel wat zwartmetalen venijn. In “Sources – Nihill” transformeren loodzware beukende doom-partijen gestaag tot zwartgeblakerde bombast wanneer de snelle melo-black door het toevoegen van keyboards een symfonisch karakter krijgt. Op het hoogtepunt komt het geniale Emperor zelfs even vanachter de hoek piepen en de hoge iele screams doen luttele seconden aan Dani Filth denken. De distorted piano-klanken die we aan het einde van de plaat te horen krijgen, doen dan weer aan het Farsot-nummer “Thematik: Trauer” van “III” denken. Na het beluisteren van “Loss” ziet het er niet goed uit voor de mensheid want het laatste sprankeltje hoop dat nog restte is verschwunden als sneeuw voor de zon.

JOKKE: 84/100

Yhdarl – Loss (I, Voidhanger Records 2018)
1. Ignite – Ashes
2. Despise – Pity
3. Sources – Nihil

Monads – IVIIV

Op de valreep van 2017 lossen onze landgenoten van Monads hun volwaardige debuut “IVIIV“. Het vorige teken van leven dateert alweer van een dikke zes jaar geleden toen hun veelbelovende demo “Intellectus iudicat veritatem” uitkwam. Het werktempo ligt dus bijna even laag als het tempo van de muziek want Monads staat voor funeral doom: een genre dat slechts sporadisch aan bod komt op Addergebroed omdat het me zelden (nog) kan boeien. De tergend slome tempo’s laten weinig ruimte voor inventieve drumlijnen of gitaargestoei en het is ook niet iedereen gegeven om de dikwijls ellenlange songs de hele rit boeiend te houden. Ook Monads slaagt daar in een song als “To a bloodstained shore” niet helemaal in, maar weet in de drie andere songs wel de aandacht bij de les te houden. Zoals aangehaald was de interesse in de band ten tijde van de demo al gewekt, maar wat het vijftal nu laat horen is simpelweg beklijvende funeral doom die op alle vlakken vooruitgang heeft geboekt, zonder daarbij echter vernieuwend te klinken. De vier lange nummers knallen voller en zwaarder uit de boxen (waardoor de impact van de heavy stukken na ingetogen passages des te indrukwekkender is), de melodieën zijn pakkender en de growlende vocalen van frontman Rob Polon klinken dieper en overtuigender. Hier geen cleane klaagzangen, zielepootgedoe, treurende violen of overdadig romantisch pianogepingel. Enkel de laatste noten van “The despair of an aeon” zijn van een piano afkomstig. En de groots klinkende uit de post-rock scene geleende partijen die we op de demo hoorden, hebben nu plaats geruimd voor een sporadische injectie black metal venijn zoals de versnellingen in de monolithische opener “Leviathan as my lament” en “Your wounds were my temple” duidelijk maken, iets wat de dynamiek en afwisseling absoluut ten goede komt. Met de black metal achtergrond van enkele leden in o.a. Toorn, Cult Of Erinyes, Hypothermia en Koester verbaast me deze kruisbestuiving dan ook niet echt. Misschien moet ik het genre nog maar eens terug wat dieper onder de loep nemen, want Monads heeft de interesse terug opgewekt.

JOKKE: 84/100

Monads – IVIIV (Aesthetic Death 2017)
1. Leviathan as my lament
2. Your wounds were my temple
3. To a bloodstained shore
4. The despair of an aeon

Wolvennest – Wolvennest

Je hebt bands die ontegensprekelijk vaandeldragers van een bepaald genre zijn en geen duimbreed van de voorgeschreven krijtlijnen afwijken en je hebt acts die onmogelijk op één muzikale stroming vast te pinnen zijn en niets liever doen dan buiten de lijntjes kleuren. Het nieuwe Belgische Wolvennest is zo één van die bands waarbij ongebonden creativiteit boven een strikt omlijnd keurslijf staat. Eén blik op de line-up van dit collectief maakt duidelijk dat muzikanten uit verscheidene hoeken van het alternatieve, metal en experimentele genre elkaar hier gevonden hebben. De kernleden zijn Kirby Michel (La Muerte, Arkangel, Length of Time, Deviate), Corvus von Burtle (Cult Of Erinyes, Monads) en Marc De Backer (o.a. Mongolito), die samen met John Marx (Temple Of Nothing), Shazzula (Aqua Nebula Oscillator en gekend van haar experimentele film “Black mass rising” en samenwerkingen met ondermeer Over-Gain Optimal Death, White Hills, Farflung, Kadavar en Mater Suspiria Vision) en Jason Van Gullick Wolvennest vorm geven. Op hun gelijknamide debuut vinden we bovendien Albin Julius en zangeres Marthynna (beiden van Der Blutharsch and The Infinite Church Of The Leading Hand) als gasten en co-writers terug. Het resulaat is een hypnotische soundscape trip van net geen uur waarin elementen van jaren ’70 krautrock, cinematografische drones, space-rock, repetitieve psychedelica loops, occulte doom, beukende stoner, ambient black metal – live baadt hun ritueel in een aan-orthodoxe-black-metal-ontleende-sfeer – en sinistere synthesizers op meesterlijke wijze geblend worden in vijf pakkende songs gaande van zes tot bijwijlen twintig minuten (“Out of darkness deep” – ik had geen betere titel kunnen verzinnen voor deze bezwerende monoliet). Het is voor bands als Wolvennest dat festivals als Roadburn (waarvan ze volgend jaar deel uitmaken) en Desert Fest (pronkt reeds op hun palmares) uitgevonden lijken te zijn.

JOKKE: 90/100

Wolvennest – Wolvennest (Ván Records 2016)
1. Unreal
2. Partir
3. Tief unter
4. Out of darkness deep
5. Nuit noire de l’âme

Cult of Erinyes – Verre van dood

Tegenwoordig is het moeilijk om alle goeie platen een deftige luisterbeurt te geven. Zo belanden op tijd en stond wat albums in de wachtrij. Enkele jaren nadat “Blessed extinction” uitgebracht is, heeft het tweede album van Cult of Erinyes album uiteindelijk zijn weg naar mijn stereo gevonden. Niet dat het zo een ramp is, want mastermind Corvus is zelf ook nog op zoek naar een exemplaar van zijn eigen plaat. Begrijpelijk, want de beste man heeft zijn handen vol met al zijn undergroundactiviteiten. Al blijft Cult of Erinyes prioriteit nummer één. (Flp)

COE

Eerst en vooral: wat is de status van de band? Sinds “Blessed extinction” is er alleen maar een grote stilte.
Tegenwoordig bestaat Cult of Erinyes uit Mastema en mezelf, plus Baron (gitaar) en Algol (bas). Baal maakt geen deel meer uit van de band. Het zegde een shitload van repetities af (soms zonder wat te zeggen) en belazerde een andere band, waarin hij betrokken was, enkele dagen voor hun eerste show. Deze houding zorgde ervoor dat de samenwerking met Cult of Erinyes ophield en, wat erger is, het einde maakte aan een lange vriendschap. Op muzikaal vlak ben ik het laatste jaar bezig geweest de derde full length te schrijven. Het is toch wel harde labeur, incluis slaaploze nachten en veel hoofdpijn. Maar het is het allemaal zeker waard, want de derde schijf is een knaller! Ik ben alvast erg fier en ben er ook zeker van dat de nieuweling het orgelpunt van onze discografie wordt. Mastema neemt zo snel mogelijk de zang voor zijn rekening en we plannen een release in september 2016. Op cd, vinyl en tape. De rust na “Blessed extinction” was slechts schijn, daar we dus hard werk hebben geleverd.

Blijkbaar staat er ook een nieuwe EP gepland. Voordien brachten jullie er al eentje uit met Zifir. Helaas zijn mini-albums zelden echt interessant en vaak te duur voor slechts enkele minuten muziek, tenzij het wat speciaals is. Of sla ik de bal compleet mis hier?
De EP zal digitaal gratis beschikbaar zijn en fanatici hebben de mogelijkheid een professionele tape te kopen, met dank aan het Portugese label Caverna Abismal. Ik ben zeer verheugd opnieuw samen te werken met hun, dat 5 jaren naar de “Golgotha” tape. Niks duur dus!

Terug naar “Blessed extinction“. Het album is nu al enkele jaren uit. De periode vol euforie, vlak na de uitgave, is nu al een poos voorbij en laat je nu toe om objectiever een mening erover te hebben. Shoot!
De opnames van “Blessed extinction” liepen niet van een leien dakje. Mastema spendeerde heel wat tijd aan zijn familie, wat zeker begrijpelijk is als iemand echt ziek is. En Baal onderschatte zijn drumpartijen, waarmee ik hem niks wil verwijten, want hij is een goede drummer. We waren nooit samen met ons drieën in de studio, waardoor alle druk op mijn schouders kwam. Anderzijds vind ik het artwork fantastisch en ben ik nog steeds erg fier op sommige nummers (“Vlasov notes“, “Coda“, “Sunken cities“). Een tweede album is altijd een moeilijke bevalling, maar we ik denk dat we het overleefd hebben zonder ons te moeten schamen.

Code666 heeft “Blessed extinction” destijds uitgebracht. Jullie hebben een deal voor meerdere albums getekend. Ik weet nog dat je met veel enthousiasme sprak over jullie nieuwe baas. Maar naar mijn mening is jullie vorige label (Les Acteurs de l’Ombre) beter op elk vlak: kwaliteit van bands, promotie, tour support, packaging,… Jullie moesten daar blijven! Nog steeds tevreden van Code666?
Momenteel denk ik dat we van geluk mogen spreken dat voor elke release een goed label hadden. Code666 is een serieus label met veel ervaring. Ik kan absoluut niks slechts zeggen over de samenwerking. Les Acteurs de l’Ombre werd groter nadat we hun verlaten hadden. Dat konden we toen niet weten. Tijd zal uitwijzen of we de beste beslissing genomen hebben.

Je beheert met Tanquam Aegri Somnia zelf ook een label. Je kiest ervoor om erg low-profile te blijven met slechts een minimum aan releases. Hoe zie jij het eigenlijk? Welk doel heb je voor ogen met het label?
Een label runnen is een full time job. En ik heb er al eentje, plus meer dan 5 bands. Helaas heb ik niet de tijd (noch de centen) om Tanquam Aegri Somnia te boosten. Het label is ondertussen een subdivisie geworden van Kaotoxin, met dank aan Niko (de baas van Kaotoxin) die al jaren een goede vriend is. Hij is betrouwbaar, grappig – maar serieus wanneer het nodig is. Eindelijk krijgen Tanquam Aegri Somnia releases meer aandacht. Ik kan alvast bevestigen dan ik de volgende albums van Yhdarl en Zifir zal uitbrengen. Het materiaal van Yhdarl klinkt fantastisch en herdefinieert het woord “extreem”. Ik ben ook zeer benieuwd naar de nieuwe nummers van Zifir, maar daarvoor is het nog even wachten.

Eigenlijk blijf je ook met al jouw projecten en bands erg low-profile. Naast Cult of Erinyes is er ook nog Monads, Goatcloaks en een aantal meer. Allemaal steengoede bands, maar wil je niet eens uit de schaduw stappen? Het lijkt of je eerder al je aandacht wil verdelen over meerdere projecten in plaats van alles te focussen op eentje en er helemaal voor gaan.
Cult of Erinyes heeft top prioriteit en weerspiegelt perfect mijn muzikale voorkeuren. Elke song die ik opgenomen heb, legt sterke en vreemde emoties voor die enkel deze entiteit kan brengen. Voor mij hoeft Cult of Erinyes niet live te spelen om een echte band te zijn. We willen elke show zo eerlijk mogelijk houden en dat is ook de reden dat Cult of Erinyes zich eerder concentreert op opnames dan op het spelen van shows. I ben verdoemd om in underground bands te spelen, maar dat is oké zo. Ik houd van elke band waarbij ik betrokken ben. Zo was ik een enorme fan van Monads alvorens ik erbij kwam. Hetzelfde geldt voor We All Die Laughing. Goatcloaks is op stand-by omdat de zanger in Marokko woont. Ik ben er zeker van dat we een full length gaan opnemen in de toekomst, maar dat kan nog jaren duren, tijd zal het uitwijzen. Ik ben wel begonnen met een nieuwe band, Wolvennest, samen met mijn goede vrienden Michel (La Muerte) en Marc (Mongolito). Het eerste full album wordt binnen enkele maanden door Weme Records uitgebracht op dubbel vinyl en wellicht ook tape. Julius en Marthynna van Der Blutarsch en The Church of the Leading Hand doen mee op 3 nummers. Muzikaal gezien is Wolvennest het meest “what the fuck” spul dat ik ooi topgenomen heb. Maar ik ben er zeer trots op. Zie het als een mix van dark ambient en psyche rock. Ik speel ook nog in een fantastische Belgische black metal band, waarvan de spilfiguren anoniem wensen te blijven, dus ook mijn lippen blijven op mekaar. Tenslotte is er ook nog een black/death band die ik recent uit de grond gestampt heb. Ik ben aan het wachten op de zangpartijen. Een goed label heeft alvast haar support toegezegd, dus dat stemt me tevreden. Dat zijn op zijn minst 7 bands, wat veel is, maar ga eens piepen op Metal Archives en zoek naar Deha (Merda Mundi, Yhdarl, We All Die Laughing,…) en dan zie je dat ik nog erg redelijk ben. Ik vergeet nog het belangrijkste: via al deze bands kom ik in contact met geweldige muzikanten, waarvan sommige goede vrienden zijn geworden.

Hoe zit het met live shows?
Cult of Erinyes gaat wellicht in 2016 een speciale releaseshow doen in september of oktober. En we zijn net gecontacteerd voor een goed buitenlands festival voor het einde van het jaar.

Op Battlehelm sloot je een interview af met deze woorden: “Cult of Erinyes’ essence is creativity, authenticity and a total devotion to what we are devoted to.” Laten we dit interview dan eens afsluiten met de vraag wat die totale toewijding dan juist inhoudt?
“Il n’y a de terrible en nous que ce qui n’a pas encore été dit”.

Merdi Mundi – VI Khaos

Merda Mundi is het geesteskind van wereldkakker Déhà. Tot mijn grote verbazing had ik nog nooit gehoord van deze lieve man. De Bulgaarse Belg (of is het omgekeerd) heeft een hele resem bands en projecten om een label een heel jaar van werk te voorzien. Het OCMW uit nu al hun dankbetuiging! Platenboer van dienst is Tanquam Aegri Somnia, dat strak gecoördineerd wordt door de bezieler van Cult of Erinyes. Misschien is het net daarom dat die vergelijking soms opgaat. Zeker tijdens het nummer “Agnus satani” moest ik aan onze Brusselse kruisvaarders denken. Merda Mundi gaat echter (overwegend) als een wildeman tekeer en knalt in een half uur meer beats door de speakers dan Tomorrowland in een heel weekend. De productie is transparant, krachtig en klinkt professioneel. Als eenmansband mag je ervan uitgaan dat Déhà zijn drums programmeert, maar dat valt er absoluut niet aan te horen. Muzikaal borrelen af en toe raakvlakken op met Fides Inversa en Enthroned – of zelfs Antaeus in het chaotischere (maar erg melodieus eindigende) “Ad te, domine“. Merda Mundi neemt de luisteraar op sleeptouw en pimpt “VI – Khaos” met her en der uitgesponnen melodieën, brekende gitaarriffs of rituele gezangen, zoals in “In league“. De designer van het artwork moet wel aan zijn oren getrokken worden, want het artwork lijkt op dat van een demo van 10 jaar geleden. Foei Hans! Merda Mundi is een pareltje zoals er weinig zijn in de vaderlandse black metalscene. Puur objectief staat dit als een huis, dat is onmiskenbaar, maar persoonlijk mis ik toch net dát beetje om de plaat echt beklijvend te vinden. En nu, hop, de planken op met dit project!

Flp: 78/100

Merdi Mundi – VI Khaos (Tanquam Aegri Somnia – 2014)
1. Laudate dominum
2. In league
3. Odium
4. Agnus satani
5. Infanticide
6. In the sign of all sins
7. Ad te, domine