darkspace

Arkhtinn/Starless Domain – Astrophobia

Een levenloze, volledig bevroren akker in niemandsland. Het enige licht voorhanden afkomstig uit de allesomvattende kosmos. Een uitzonderlijk desolaat isolement, zelfs voor deze tijden. Enkel in zo’n situatie komt deze plaat pas écht tot zijn recht. “Astrophobia” is voor Arkhtinn de achtste release alweer, waarmee ze de andere bands in het illustere PRAVA Kollektiv ver voorbij lopen. Met deze split tekenen ze ook meteen de eerste keer een samenwerking op met een band die verder niet gelieerd is aan hun collectief: het Amerikaanse Starless Domain. Elks vullen de bands één twintig minuten durende track in die je tot zo ver voorbij het ongewisse van ons melkwegstelsel sleurt dat terug veilig en wel op aarde aankomen een ontastbare illusie lijkt. Enkele bands binnen PRAVA, de projecten onder Nebulae Artifacta, en pakweg Darkspace durven zich in een gelijkaardige wereld begeven, maar weinigen doen het met zoveel flair als bovenstaande. Arkhtinn weet al sedert zijn inceptie in 2013 muziek te schrijven die niet ‘van hier’ lijkt te komen, en op dat elan gaan ze zonder enig teken van vertraging verder. Quasi mechanische drums doen je botten ratelen op een tempo dat de lichtsnelheid ogenschijnlijk weet te evenaren, wilde synthpartijen snijden als meteorologische fenomenen door je systeem en ruwe rythmgitaar begeleidt het hele schouwspel naar de eeuwige verdoemenis. De ontiegelijk hoge en onrustwekkende vocalen zetten de band naar goeie gewoonte nog eens dubbel zo hard apart: deze klanken kunnen toch echt niet uit een organisch wezen komen voortvloeien? Starless Domain heeft een zeer gelijkaardige aanpak van doen, al is “MUSE” mogelijk nog repetitiever en slopender dan splitbroeder “Astrofobi”. Enkele zwarte gaten inducerende oorwormen worden schijnbaar nonchalant maar beslist planmatig opgezet, eindeloos uitgerokken en blijven je tot lang na de dikke 24 minuten die het nummer innemen achternajagen. Instrumenten lijken zomaar in elkaar over te vloeien. Ook hier hoor je vocalen die meteen onder je huid kruipen, en duidelijk van alle menselijkheid ontdaan zijn. Meedogenloos graaft de band verder, door merg en been, en langzamerhand worden de krijsen deel van je psyche. De met ambient doorspekte sound is even angstaanjagend als betoverend, wat onderstaande er opnieuw en opnieuw naar doet teruggrijpen, al is het uit pure verwondering. Rot op, Elon Musk, “Astrophobia” staat lichtjaren verder dan SpaceX. 

Jules: 81/100 (Arkhtinn: 79/100; Starless Domain: 82/100)

Arkhtinn/Starless Domain – Astrophobia (Amor Fati Productions 2020) 
1. Arkhtinn – Astrofobi 
2. Starless Domain – MUSE 

Moorgeist – Moorgeist

De van oorsprong Russische, maar momenteel in Duitsland gevestigde blackmetalmuzikant Dmitry Medvedev kennen we onder zijn pseudoniem Wehrgoat vooral van Czarnobog waarmee hij het afgelopen decennium talloze albums heeft uitgebracht (net als met zijn vele andere projecten). In de beginperiode was Czarnobog gewijd aan rauwe, atmosferische blackmetal voorzien van een gezonde dosis ambient, maar het geluid veranderde gaandeweg naar een meer pagan geïnspireerde stijl. Daarom riep de 25-jarige Wehrgoat Moorgeist in het leven om alzo de geest van zijn vroeger Czarnobogwerk terug op te wekken. Deze self-titled EP is het eerste teken van leven van Moorgeist en verscheen eind maart louter als digitale release. Poisonous Sorcery zal deze echter tegen het einde van het jaar ook als gelimiteerde vinyluitgave releasen. U vist ondertussen al achter het net hoor; de tape kan u via Worship Tapes wel nog scoren. In mei volgde een tweede EP “Hymnen der Nacht” die momenteel enkel maar op CD te verkrijgen is op de door Narbentage Produktionen uitgebrachte verzamelaar die ook de eerste EP bevat. Of er van die tweede EP ook een vinylrelease op stapel staat, moet ik u momenteel schuldig blijven. De muzikale droomwereld waarin Moorgeist ons 23 minuten lang onderdompelt, wordt gedomineerd door een spookachtige, griezelige en zeer hypnotiserende atmosfeer die vooral wordt gecreëerd door de groezelige productie met gedempte, fuzzy gitaren, sterk galmende zang en dominante ambient. Alles vervaagt tot één groot, dicht geplamuurd stuk atmosfeer met eentonige drums die langzaam vooruit beuken. De gitaren creëren een wazige en mistige sound die een hypnotiserende en kalmerende muur van duisternis optrekken, ondersteund door spookachtige ambient en dungeon synthpartijen die zorgen voor een langzame en zachte melodie die in elke song de toon zet. In “Moorgeist” scheppen de toetsen een magische atmosfeer terwijl ze aan het met heldere koorzang opgesmukte “Der Sieg der Natur über dem Menschen” een mysterieuze, duistere ondertoon verschaffen. “Vom Zauber der Nacht & dem Fluch der Dunkelheit” moet het dan weer eerder van een terneergeslagen grafstemming hebben. Minimalisme is duidelijk key bij Moorgeist en ik las in een review dat diens muziek klinkt als een Darkspace die tot de essentie werd teruggebracht. Een omschrijving die wat mij betreft de nagel op de kop slaat. Deze eerste EP lijkt misschien niet zo héél veel te bieden, afgezien van een hypnotiserende eentonigheid, wat melodieuze synthesizer en een enge, spookachtige sfeer. Toch slaagt onze vriend met de toverhoed erin om het geheel goed te laten werken. Alles wordt versmolten tot een sinister gebeuren, terwijl spookachtige vocalen zorgen voor een verontrustende atmosfeer die perfect bij de muziek past. Als je een fan bent van minimalistische ambient blackmetal, is dit precies wat je zoekt.

JOKKE: 81/100

Moorgeist – Moorgeist (Worship Tapes/Poisonous Sorcery 2020)
1. Im Kerker des modrigen Sumpfes
2. Vom Zauber der Nacht & dem Fluch der Dunkelheit
3. Moorgeist
4. Der Sieg der Natur über dem Menschen

Blood Moon Zenith – Blood moon zenith

Rauwe blackmetal zit duidelijk in de lift. Bands poppen uit alle werelddelen als paddenstoelen uit de ondergrond en de – veelal strikt gelimiteerde – tapes of vinyls zijn erg gegeerd, niet alleen door de échte liefhebber, maar ook door discogsgespuis dat op alles dat gelimiteerd is springt om die dan voor ridicule prijzen door te verkopen. Blood Moon Zenith is zo’n nieuwe speler waar we zo goed als niets over weten. De eerste self-titled demo werd in 25 exemplaren op tape gereleased door het Amerikaanse Dismal Ruin en Poisonous Sorcery verzorgt de vinyluitgave later op het jaar. Ik vermoed dat Blood Moon Zenith Noord-Amerika als uitvalsbasis heeft en dat het een éénmansproject is, maar ik kan ook mis zijn natuurlijk. De demo bevat vier nummers, klokt op een dik half uur af en dompelt je onder in een gitzwart jaren ’90 universum bestaande uit groezelige gitaarriffs, duistere melodieën die zowel middels gitaar als toetsen gecreëerd worden, gekwelde in de verte echoënde krijszang en repetitieve (geprogrammeerde?) drumpatronen die eerder moeilijk met het blote oor detecteerbaar zijn. De synthpartijen zijn best symfonisch van aard maar toch eerder subtiel doorheen de old-school blackmetalgeluiden verweven in plaats van de rauwe klanken naar de achtergrond te drukken. Enkel in het instrumentale “The gates of the dead are opened“, dat als een dungeon synth-outro beschouwd kan worden, eisen keyboards unaniem de hoofdrol op. De aanloop van het bijna negen minuten durende “The black tower looms beyond the walking eye” bezit een haast cinematografisch karakter en ontplooit zich nadien tot een epos waarin echo’s van een Paysage d’Hiver of Darkspace ronddolen. Ondanks het feit dat er al minstens 666 gelijkgestemde zielen rondlopen, weet deze Blood Moon Zenith toch de juiste snaar te raken doordat ze in staat is je mee te betrekken in haar aardedonkere verhaal en je het aardse bestaan even doet vergeten.

JOKKE: 80/100

Blood Moon Zenith – Blood moon zenith (Dismal Ruin/Poisonous Sorcery 2020)
1. True will / Beyond the abyss
2. Subconscious astral wraiths
3. The black tower looms beyond the waking eye
4. The gates of the dead are opened

Clavus – Rebus paranormalibus

Bij een land als Zwitserland denk je nu niet meteen aan een rijke geschiedenis op gebied van extreme metal, hoewel het neutrale land wel degelijk enkele groete namen heeft voortgebracht. Denk maar aan Hellhammer/Celtic Frost en Samael en recenter en meer underground Bölzer, Darkspace en Paysage d’Hiver. Als we écht de allerdiepste krochten van de reusachtige Zwitserse Alpen induiken, treffen we daar Clavus aan, een gloednieuwe anonieme blackmetalentiteit die, naast enkele (digitale) demo’s, dit jaar onder de noemer “Rebus paranormalibus” ook een eerste full-length uitbracht. Deze plaat staat garant voor een dik half uur cryptische en hypnotiserende blackmetal die uitpuilt van somberheid en verstikkend kwaad. De auditieve sonische terreur is verdeeld over twee korte en twee lange nummers, aangevuld met ambientintermezzi die wat zuurstof in de verstikkende geluidsmuur pompen. De man achter deze raadselachtige entiteit betovert de luisteraar met ijskoude riffs die een aura van hypnotiserende grandeur verspreiden en verstrengeld zijn met uitgestrekte kosmische keyboardlandschappen die diepte en ruimte geven aan de rauwe, grofkorrelige en ijzige gitaarlagen die door de pulserende kracht van woest drumwerk voortgestuwd worden, maar waarbij gezegd moet worden dat de geprogrammeerde drumlijnen soms wat rommelig overkomen in het geheel. Halfweg “Rebus paranormalibus” passeert “Dark tree from the golden forest” waarin meeslepende gitaarleads meer op de voorgrond treden, terwijl in opener “Acies ventos” en het geweldige “Jantar mantar jadu mantar” de toetsen voor de majestueuze extase zorgen. Voeg daar nog de wrede, vervormde en huiveringwekkende krijsen bij en je hebt alle ingrediënten voor een beklijvende atmosferische blackmetalplaat. Clavus is een nieuwe underground act om in het oog te houden. Voer voor fans van Paysage d’Hiver en Darkspace, maar met nog wat groeimarge vergeleken met deze twee referenties.

JOKKE: 78/100

Clavus – Rebus paranormalibus (Dawnbreed Records/Lèpre Productions 2020)
1. Acies ventos
2. Pythonicus
3. Six black candles
4. Majestic tower
5. Dark tree from the golden forest
6. Uromancia
7. Jantar mantar jadu mantar
8. Rebus paranormalibus

Despondent Moon – The infernal shadows of winter

Derde langspeler op een half jaar tijd alweer van Despondent Moon, het geesteskind van de Brit Deorc Weg. Als je dan weet dat hij met zijn ander, naar zichzelf vernoemde, dungeon synth soloproject sinds januari 2017 al een twintigtal (digitale & tape) releases heeft uitgebracht, weet je dat zijn inspiratievat bodemloos lijkt. Despondent Moon situeert zich in de symfonische, maar rauwe black metal hoek, maar meet zich een kosmisch karakter aan waar tevens ook ruimte is voor ambient en dungeon synth. Een geluid dat over-en-weer flitst tussen de diepste ondergrondse krochten en het oneindige heelal dus. De drumcomputer raast onverstoord als een bezetene en vormt de hogesnelheidspuls voor de volcontinu pakkende melodieuze leads die de solomuzikant uit zijn gitaar schudt. De salpeter screams en hoge shrieks echoën door tijd en ruimte en geven – ondanks een gebrek aan variatie – een ijselijke dimensie aan zijn black metal. In tegenstelling tot kosmische genre-astronauten als Borgne, Arkhtinn of Darkspace worden de nummers – op de zeven minuten durende afsluiter “The veil of the wintermoon” na – vrij bondig gehouden, maar door het ijzingwekkend hoge tempo gebeurt er bijna zoveel als wat er in een lichtjaar bij een funeral doom band plaats vindt. Het breekpunt tussen het sinistere pianospel in “Shrouded movement by night” en de rauwe monsterriff die de afsluiter vervolgens in gang trapt, bezorgt me keer op keer kippenvel. Vergeleken met de voorgangers “A spectral descent” en “Invoking the freezing mist” heeft “The infernal shadows of winter” productioneel gezien aan kosmische kracht toegenomen. Het symfonische element van Despondent Moon zal fans van oude Emperor ongetwijfeld kunnen bekoren en de snerpende doordreunende gitaarthema’s refereren aan een Nightbringer. In de beklijvende titeltrack valt alles mooi samen. Heerlijk spul!

JOKKE: 82/100

Despondent Moon – The infernal shadows of winter (His Wounds 2020)
1. Majestic chants of the spectral forest
2. Frost beneath the vast light
3. The crystal dagger in the mighty woods
4. Of the black cosmos (pt II)
5. The infernal shadows of winter
6. Ancient coffins amongst the trees
7. Shrouded movement by night
8. The veil of the wintermoon

Apokryphon – Subterra

Apokryphon is het nieuwe project van Ophis/Zorgh, welke beter bekend staat als de bassiste-zangeres van het Zwitserse space black metal collectief Darkspace. Met uitzondering van de lead vocalen, verzorgd door een zekere Djinn, neemt Ophis hier alle instrumenten voor haar rekening. Thema van het project zijn apocriefe teksten; kort door de bocht slaat dit voornamelijk op een aantal geschriften uit het vroege christendom die niet zijn opgenomen in de kanonieke leer. De biografie onderstreept dat Apokryphon niks met haar andere band te maken heeft en de verwachtingen dan ook niet in die richting horen uit te gaan. Mij best, want Darkspace vind ik toch maar niks. De eerste track van “Subterra” opent met een lange, maar sterke ambient intro die vaag Oosters aandoet, vermoedelijk aansluitend bij het vermelde concept. Na een slordige zes minuten komen de eerste black metal tonen en wordt het duidelijk dat het, in het beste geval, een nogal gemengde review zal worden. Dit met dank aan de doelloze riffs, de irritante stem en de saaie digitale drums. De riffs in de volgende twee nummers “The Naasene psalm” en “Sand ghosts” zijn dan wel wat beter, de drums en stem blijven rustig verder storen. Met “The great ignorance” krijgen we nog een lijvig dark ambient nummer dat degelijk is uitgewerkt en me doet vermoeden dat dit project beter een andere richting had kunnen inslaan, daar de synths duidelijk het sterkste onderdeel zijn van dit album. “Antropos” en “Nag Hammadi” zitten in hetzelfde straatje als tracks twee en drie, terwijl afsluiter “Taxidermia” min of meer analoog is aan de opener qua opbouw en sfeer. Beste metal nummer van deze release? De bonus track “Subterra“, een song die evenwichtiger is samengesteld, interessantere drums heeft en vooral niet hoeft te lijden onder die vervelende stem. Eigenlijk is dit hele album zonde van een leuke sfeer, want naast de factoren die ik reeds heb vermeld, is het helaas te langdradig en niet memorabel genoeg. Blijkbaar was het vertrouwen van het label zo groot dat ze het contract quasi “blind” hebben ondertekend. Of dat een goed idee was, mogen de luisteraars beslissen.

Xavier: 70/100

Apokryphon – Subterra (Avantgarde Music 2020)
1. Evangelion of the serpent
2. The Naasene psalm
3. Sand ghosts
4. The great ignorance
5. Anthropos
6. Nag Hammadi
7. Taxidermia
8. Subterra (bonus track)

Se Lusiferin Kannel – Valtakunta

Albums lijken gemiddeld steeds minder lang te duren. Hier zal enerzijds de korte aandachtspanne waar veel mensen tegenwoordig last van hebben wel wat mee te maken hebben. Anderzijds brengen heel wat artiesten een nieuwe plaat uit die draait om één of meerdere singles en daarnaast opvullers bevat. Het Finse Se Lusiferin Kannel trekt zich hier niets van aan en levert een kolos van een debuut af waarop slechts vier nummers prijken maar die tezamen op een dikke éénenzeventig minuten afklokken. De Finnen brachten “Valtakunta” oorspronkelijk in 2017 in eigen beheer uit maar Signal Rex geeft het ding nu een tweede leven inclusief nieuw artwork en nieuwe mastering door Stephen Lockhart (Studio Emissary). De plaat is het resultaat van vijf jaar schrijven en bijschaven aan de songs en laat een geluid horen dat liefhebbers van Darkspace of Borgne wel zal kunnen bekoren. Verder kunnen ook Paysage d’Hiver, Evilfeast en een Bekëth Nexëhmü wel als referentie genoteerd worden. “Valtakunta” is een uit-ontelbare-laagjes-bestaande vortex aan majestueuze atmosferische black metal en valt als één ellenlange ononderbroken kosmische trip te ondergaan. De sound is bij momenten heel overdonderend want de multi-dimensionale texturen klinken bombastisch en grandioos. Er gebeurt heel wat maar – eerlijk is eerlijk – tegelijk ook weinig want het is wel héél veel van hetzelfde. Het is dan ook niet alle artiesten gegeven om vier nummers met een gemiddelde speelduur van zeventien minuten van begin tot einde boeiend te houden. Akkoord, je zal her en der wel stukjes theremin ontwaren en de veelvuldig uit de kosmos neerdalende sacrale gezangen hebben soms wel wat weg van Batushka, maar er wordt in een nummer als “Ilmestys myrskystä” te weinig afgewisseld qua intergalactische snelheden. Middels “Auringon valtakunta” wordt de ruimtereis beëindigd en wanneer de overrompelende meteoorregen na dertien minuten stilvalt, brengen relaxerende ambientklanken de welverdiende rust. Op zich klinkt het allemaal niet erg verkeerd, maar een compactere aanpak had zijn vruchten in dit geval wel afgeworpen.

JOKKE: 75/100

Se Lusiferin Kannel – Valtakunta (Signal Rex 2019)
1. Edes vedet eivät saa rauhaa
2. Ilmestys myrskystä
3. Näin vastaa autio maa
4. Auringon valtakunta

Voidsphere – To await | To expect

Net zoals het coverartwork van het vorig jaar verschenen “To call | To speak” beschrijft de hoes van het nieuwe “To await | To expect” perfect het gevoel dat je krijgt door Voidsphere’s muziek te absorberen: de kosmische black metal wervelwind zuigt je immers als het ware mee in een zwart gat. Net zoals Mahr, Arkhtinn en Hwwauoch maakt Voidsphere deel uit van het Prava Kollektiv en wisselen de bands onderling leden uit. De muziek van het Frans/Amerikaanse Voidsphere leunt dicht aan bij die van Arkhtinn, maar klinkt net iets minder monotoon dan diens nieuwste worp “最初の災害“. De kosmische black schiet – aangedreven door een niet aflatende drumwervelwind – als een raket doorheen de geluidsmuur de ruimte in waarbij de riffs en keyboards een galactische grandeur creëren. In tegenstelling tot Arkthinn is de ambient meer in het geheel verweven en de vocalen vormen een additionele abstracte laag op de achtergrond. Een band als Darkspace is natuurlijk ook nooit veraf. Twee nummers die je veertig minuten lang meevoeren op een intergalactische roetsjbaan. Gewoonweg zalig.

JOKKE: 85/100

Voidsphere – To await | To expect (Fallen Empire Records/Amor Fati Productions 2018)
1. To await
2. To expect

Almyrkvi – Umbra

Met “Pupil of the searing maelstrom” leverde Almyrkvi vorig jaar reeds een veelbelovend visitekaartje af, maar nu is het tijd voor het echte werk. Ván Records presenteert ons immers het volwaardige debuut “Umbra” van de IJslanders Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson, beiden gekend van ondermeer Sinmara en Slidhr. Daar waar het gros van de IJslandse scene de voorliefde voor het Franse Deathspell Omega niet onder stoelen of banken steekt en met haar dissonante black metal aan de slag gaat om er een eigen draai aan te geven, leunt Almyrkvi dichter tegen die andere invloedrijke Franse band aan: Blut Aus Nord. Op “Umbra” prijken zes meer-dan-zes-minuten-durende-songs waarin spacey soundscapes gecreëerd worden die de luisteraar trachten mee te sleuren in de melancholische duisternis van de kosmos. Hoewel opener “Vaporous flame” enkele snelle partijen bevat, raast de met-industrial-geïnjecteerde-zwartgeblakerde metal niet tegen lichtsnelheden voorbij zoals bij een Darkspace, maar deint ie mid-tempogewijs uit in de weidsheid van het heelal. Doorheen”Stellar wind of the dying star” waait een post-metal feel en er passeren hevig beukende sludgy aandoende riffs. De cleane samenzang die in enkele nummers opduikt, creëert meermaals een plechtig en triomfantelijk gevoel en wanneer de grootse start van “Cimmerian flame” uit de boxen knalt, klinkt die zó onheilspellend dat het haast lijkt alsof je door een gigantisch zwart gat gaat opgezogen worden. Verslavend plaatje!

JOKKE: 83/100

Almyrkvi – Umbra (Ván Records 2017)
1. Vaporous flame
2. Forlorn astral ruins
3. Severed pillars of life
4. Stellar wind of the dying star
5. Cimmerian flame
6. Fading hearts of umbral nebulas

Arkhtinn – IV

“Google man, ben je daar?” Blijkbaar niet, want buiten het feit dat Arkhtinn uit het noorden komt, is er niet veel geweten over deze (eenmans?)-band. Wat ik wel weet is dat deze act al vier “cassette-demo’s” lang ijzige, maar ook dromerige ambient black metal maakt waar mijn gelukshormoon van in overdrive geraakt. Naar aloude gewoonte krijgen we twee ongetitelde tracks te horen – de eerste in een metalen jasje gestoken en de tweede bestaande uit pure ambient – die elks op een minuutje of twintig afklokken en de luisteraar doorheen tijd en ruimte katapulteren waarbij het watertanden is op de dimensies die middels dichte keyboardlagen vorm krijgen. Eenmaal de drums en gitaren in ‘I‘ invallen, weten we dat het goed komt. Atmosferische gitaar- en keyboardtapijten worden doormidden gekliefd door een snaredrum die klinkt als een specht op speed en de militaristische cadans er stevig inhoudt. Hierover draperen de pakkende screams zich als een extra saus die alle openingen van de nochtans redelijk volgestouwde songs opvullen. Dit is spacecake voor aanhangers van Darkspace, Mysticum en Borgne. Na deze kosmische rollercoaster is het met “II” tijd om de ademhaling en hartslag – die ondertussen compleet in het rood staan – opnieuw onder controle te krijgen. Vergeet die meditatieve cd’s vol walvisgeluiden of kabbelende beekjes! Hier wordt een mens pas rustig van. “IV” is wederom een schot in de roos. Dat belooft voor “V” die ondertussen ook al in de intergalactische pijplijn zou zitten. Laat maar komen!

JOKKE: 82/100

Arkhtinn – IV (Fallen Empire Records 2017)
1. I
2. II