deathspell omega

Amnutseba – Emanatism

Wat we over Amnutseba weten is niet veel. Naast het feit dat het om Parisiens gaat en ze twee demo’s uitbrachten die in 2018 als compilatie door Iron Bonehead Productions zijn uitgebracht, valt er bitter weinig op te spitten, al zou het me niet verwonderen moesten enkele leden ook in Novae Militiae terug te vinden zijn. Nu brengt datzelfde label uiteindelijk een volwaardig debuutalbum uit, dat afklokt op een goeie 36 minuten. Normaalgezien zou ik hier in vraag stellen of de speelduur de titel ‘langspeler’ rechtvaardigt, maar in het geval van Amnutseba moest het niet veel langer geduurd hebben. Wat mijn trommelvliezen teistert is zodanig condens en beklemmend dat mijn luchtwegen zich ook zonder corona vernauwen. “Emanatism” klinkt op en top Frans, en daarmee bedoel ik: vuil en godverdomde dissonant. Invloeden van Deathspell Omega zijn niet te ontkennen, maar dan in een chaotischer versie – denk oude Medico Peste of nieuwere Fides Inversa, maar dan met een hoop ranzigheid over gegoten die we bij Skáphe en Irkallian Oracle terugvinden. Vanuit deze beerput rochelen ook de hier diepe, death metal-aandoende growls op, al houden de Fransozen wat ruimte voor ruwe, pijnlijk klinkende krijsen. Structuur? Niks van aan. Vanaf de eerste noten van opener “Abstinence” krijgen we een constant spervuur aan scherpe dissonanten te verwerken, gelaagd op een meer dan onheilspellende vorm aan slepende black metal, verpakt in een van alle franjes ontdane productie. Hierna trekt het mysterieuze gezelschap het tempo omhoog met “Ungrund”. Amnutseba komt nog experimenteler uit de hoek met “Dislumen”, waar Death Fetishist om de hoek komt piepen maar waarin naar het einde toe ook een soort trap-beat zit verwerkt die ze voor mijn part achterwege mochten laten. Het draagt bij tot de ontmenselijking van de sound, maar voegt muzikaal gezien weinig toe. Afsluiter “Tabula” verwerkt dan weer wat bijbels aandoend gepreek, maar wordt na negen minuten wat langdradig gezien de chaos die het begin van het album kenmerkte hier wat lijkt te verdwijnen. Amnutseba trekt op dit debuutalbum alle registers open om hun verwrongen visie op black metal te uiten, maar net daardoor wordt het soms wat ratatouille aan ideeën. De eerste twee nummers voor intermezzo “.” zijn een nietsontziende maalstroom aan messcherpe riffs en onwezenlijk gekrijs, maar dit momentum wordt niet behouden naar het einde toe. Weliswaar laat het geheel een zeer desoriënterende indruk na, en het moge duidelijk wezen dat dat een compliment is.

CAS: 78/100

Amnutseba – Emanatism (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Abstinence
2. Ungrund
3. .
4. Dislumen
5. Tabula

Hræ – Þar sem skepnur reika

Voor een IJslandse bak teringherrie mag je me altijd wakker maken. Dat weten mijn bevriende muzieknerds ook zodat ik op het bestaan van Hræ werd gewezen, een nieuwe one man band uit het land van ijs en geisers. De illustere muzikant die achter Hræ (‘karkassen’) schuilgaat doet dit onder het pseudoniem I, maar bij nader inzien blijkt het hier om Þórður Indriði Björnsson te gaan, een IJslander die we van Endalok, Guðveiki en Naught kennen. “Þar sem skepnur reika” (‘waar wezens rondlopen’) is de titel die het in eigen beheer uitgebrachte debuut meekreeg en het zwart/rode hoesontwerp – dat een bewerking is van een werk van de Spaanse kunstschilder en graveur Francisco Goya – deed me meteen aan Skáphe denken. Niet zo gek, als je bedenkt dat de Amerikanen van deze Amerikaans/IJslandse alliantie ook met Þórður in Guðveiki spelen. Vanaf de eerste openingstonen die zich in onze maag spitsen, wordt meteen duidelijk dat ook qua sound een Skáphe niet zo gek ver weg lijkt. Het is hier immers één en al dissonantie wat de klok slaat. Verwrongen a-tonale riffs die met mekaar vechten om door dezelfde deur te kunnen, door de mangel gehaalde vocalen en geprogrammeerde drums die bepalen aan welke snelheid deze niet te stuiten brok lava uit de ondergrond spuwt; het zijn de ingrediënten voor een cocktail die bij wijlen zwaar op de maag ligt en voor een rondtollend hoofd zorgt. “Tungur og eiturský” is zo’n negen en een halve minuut durend ongeleid projectiel dat van het kastje naar de muur schiet. In dit experimenteel black metal-avontuur passeren heel wat über coole passages maar evengoed zijn er stukken bij die mij krankjorum maken. Het inbouwen van rustige, maar onheilspellend klinkende intermezzi tussen de kakofonische maalstromen is schatplichtig aan grootmeesters Deathspell Omega, maar hé, deze Fransen waren dan ook pioniers die de blauwdruk voor deze genre-afsplitsing leverden. Het kortere en meer rechtdoor stuwende “Drep” is welgekomen na de haast improvisatie-achtige aanpak van “Lofsöngur hinna rotnu“, hoewel ook hier de grenzen van toonvastheid opgezocht worden. “Hafið yfirþyrmandi” doet hier nog een schepje bovenop en is een hoekige song waar ik het elke keer opnieuw moeilijk mee heb. gelukkig zit de waanzin er na een minuut of drie telkens weer op. Geef me dan maar het trippende “Paradis” dat de plaat dan toch weer knap afsluit. “Þar sem skepnur reika” de eerste keer vlak voor het slapengaan beluisteren was geen meesterzet want deze luistertrip zette de deur wagenwijd open voor een nacht vol angstzweet en ijlende nachtmerries. Origineel is deze aanpak van het zwartgeblakerde genre ondertussen voor geen hol meer, maar voor wie het allemaal niet te rechtlijnig hoeft te zijn, kan Hræ misschien wel een oorsnoepje zijn. De titel van het oorspronkelijk werk dat voor de hoes gebruikt werd heet trouwens niet geheel ontoevallig “Fiero monstruo!” wat zo veel als ‘woest monster’ betekent en de nagel op de kop slaat.

JOKKE: 72/100

Hræ – Þar sem skepnur reika (Eigen beheer 2020)
1. Sköpunarverkið
2. Tungur og eiturský
3. Lofsöngur hinna rotnu
4. Drep
5. Hafið yfirþyrmandi
6. Hryllingurinn
7. Paradís

Gouffre – Grim spirit

Bij het besnuffelen van “Grim spirit“, de eerste demo tape van het Waalse Gouffre, deed de line-up me een belletje rinkelen. Gitarist Infame, schreeuwlelijk Tsotha, bassist D en drummer Decombre was ik immers recent nog tegengekomen op de – eveneens eerste – demo van Effroi uit Verviers. Met dit Gouffre houdt het viertal er – op nog een hele resem andere bands – dus nog een tweede uitlaatklep op na. Allemaal leuk en wel als je bruist van de negatieve energie en die via het spelen van demonische black kan kanaliseren, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de scheidingslijn tussen Effroi en Gouffre flinterdun is. Opnieuw old school zwartmetaal waarin de voorliefde voor bands als oude-Darkthrone, oude Deathspell Omega en Gorgoroth botgevierd wordt. Eens de instrumentale inleidende klanken uitgestorven zijn, krijgen we nog een kleine dertien minuten lang drie nummers voorgeschoteld waarin het tempo misschien net wat lager ligt dan bij Effroi, als we dan toch op zoek moeten naar verschillen tussen beide bands. Drummer Decombre schudt met andere woorden andere tempo’s en snelheden dan de obligate blastbeats uit zijn mouw. Ook hier lijkt het alsof de tape live ingespeeld werd want de sound is eerlijk en ruw maar iets minder scherp dan bij Effroi. Tsotha’s vermassacreerde vocalen klinken trouwens ook net wat gevarieerder. Deze demo werd op 100 stuks uitgebracht en is te verkrijgen via Rempart Immortel, het zoveelste underground black metal label dat ondertussen een vijftal tapes op de mensheid losliet waarvan naast Gouffre ook Expostulation aan de Belgische ondergrond ontsproot. Van deze band werd de uit 2016 stammende “Between Kharybdis and Scylla“-tape heruitgebracht. Initiatieven die we alleen maar kunnen toejuichen. Support your local underground!

JOKKE: 76/100

Gouffre – Grim spirit (Rempart Immortel 2019)
1. Intro
2. Demon path
3. Throne made of skulls
4. Ooirim

Effroi – Cryptic prophecies

In de buurt van Verviers loopt een stel black metal-maniakken rond die de buurt teisteren en ‘schrik’ aanjagen met hun diabolisch zwartmetaal. Band van dienst is Effroi met leden van o.a. Nartvind (RIP), Dikasterion, Hertogenwald, Possession, Heinous, Eole Noire en Gouffre. Wie deze demonische orkestjes volgt, weet al min of meer wat er van Effroi en diens eerste demo “Cryptic prophecies” verwacht kan worden: black metal volgens de oude school, wars van alle moderne trends en terend op lang vervlogen tijden toen Gorgoroth nog iets voorstelde, Darkthrone nog onvervalste black speelde, Deathspell Omega de dissonante toer nog niet opgegaan was en Judas Iscariot ons in vervoering bracht met diens rammelend zwartmetaal. De sound van “Cryptic prophecies” is ruw en kent een heus live-gevoel. Scherpe hoekjes werden niet weg gevijld en zelfs D’s basgitaar weet doorheen het hels lawaai te penetreren. Bij momenten denk je het vervolg van de gitaarriffs te kunnen mee zoemen, maar dan kiest gitarist Infame toch plots voor een onverwachts akkoord. Wereldschokkend is het allemaal niet, maar dat lijkt me ook allerminst het opzet van Effroi te zijn. En ondanks het feit dat zanger Tsotha wat gevarieerder zou mogen krijsen, weet Effroi toch dat vuur voor old school black metal op te wakkeren bij ondergetekende. Een band om in’t oog te houden met andere woorden. Een tweede demo zou trouwens niet al te lang meer op zich moeten laten wachten.

JOKKE: 74/100

Effroi – Cryptic prophecies (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Introduction
2. Impurity
3. Master of shadows
4. Realm of the eternal dark

Mystagos – Azoth

Wanneer “Adam-Kadmon” uit de startblokken schalt, vrees ik in de vorm van Mystagos met de zoveelste Deathspell Omega-kloon van doen te hebben, ondanks de zompige death metal die eveneens in het uit dissonanten opgetrokken openingsnummer vervat zit. Het daaropvolgende nummer “Solve” is geenszins van hetzelfde laken een broek, want deze song klinkt luchtiger, swingender, progressiever en bevat ook heldere experimentele zang in het straatje van Ved Buens Ende, die wat mij betreft echter gerust achterwege had mogen gelaten worden. “Empire of bones” zoekt opnieuw de aggressievere dissonante sfeer van de opener op, maar door de zompige productie mist het geheel aan kracht. “Ritual” doet zijn naam alle eer aan en zoekt het contrast op tussen razendsnelle black/death en heldere proclamerende koorzangen alvorens ook enkele psychedelische kaarten uit te spelen. Het is één van de betere songs op de plaat want “Shamdon” is me opnieuw een te groot geforceerd experimenteel allegaartje aan extreme stijlen. Geef me dan maar de beklemmende post-apocalyptische ambient-track “The weight of a burial ground” die op atmosfeer in plaats van techniek gestoeld is en zich gaandeweg tot een pakkende dark-metal track ontpopt. Met “Wind of death” wordt er nog een overtuigend einde aan “Azoth” gebreid. Mystagos laat op diens tweede, van alchemistische concepten doordrongen langspeler een schizofreen gezicht zien waaraan blijkbaar bijna tien jaar gewerkt werd. Dit doet mijns inziens afbreuk aan spontaneïteit want veel van wat Mystagos laat horen klinkt té doordacht. Het gevoel is voor mij uit de composities weggeslopen door voorrang aan de ratio te hebben gegeven. Wel knap dat Mystagos een eenmansproject is van een zekere Heolstor die verder ook actief is bij o.a. Alverg. In de beginjaren heette het project trouwens Chains Ov Beleth, waarmee twee langspelers en twee demo’s werden uitgebracht. Fans van de aangehaalde referenties moeten dit misschien toch eens een kans geven, je weet maar nooit.

JOKKE: 71/100

Mystagos – Azoth (BlackSeed productions 2019)
1. Adam-Kadmon
2. Solve
3. Empire of bones
4. Ritual
5. Shamdon
6. The weight of a burial shroud
7. Wind of death

Kostnatění – Hrůza zvítězí

Dat er de laatste jaren een heuse trend was om black metal met hopen dissonante klanken te doorspekken, is een understatement. Op de vorig jaar verschenen demo “Konec je všude” werd de USBM soloband Kostnatění nog beïnvloed door black metal-buitenbeetjes Odz Manouk en Tukaaria van het Rhinocervs-label, maar op de eerste volwaardige langspeler “Hrůza zvítězí” (Tsjechisch voor “horror overwint”) haalde D.L. toch ook wel wat mosterd bij de dissonanten van het onvolprezen Deathspell Omega. Mare Cognitum’s Jacob Buczarski stond de man bij met het programmeren van de drumpatronen en verzorgde ook de mix en mastering. D.L. werd een tijd lang gekweld door paniekaanvallen omtrent zijn eigen dood en het schrijven van deze plaat was gelukkig voor hem een bevrijdend en meditatief proces. Zijn beklemmende doodsangst wordt perfect gecapteerd door de kakofonie aan verwrongen klanken die we 37 minuten lang voorgeschoteld krijgen. Regelmatig verkennen D.L.’s vocalen diepere regionen, wat in combinatie met de zwaardere sound, een iets groter death metal-randje aan het geheel geeft wanneer het gaspedaal ingeduwd wordt en aan doom refereert in de slome passages. De elf minuten durende binnenkomer “Hrůza zvítězí” is meteen een zwaar te verduren brok razende chaos die zich alle kanten uit murwt en opgesmukt wordt met (deels door de mangel gehaalde) trompetpartijen. “Jedna generace” piept, kraakt en knarst dat het een lieve lust is en is een heuse aanval op mijn zenuwstelsel, niet altijd in de positieve zin weliswaar door de bij momenten te groten tsjingeltsjangel-factor. Er wordt met cleane avantgardistische zang geëxperimenteerd en in de tweede helft ontwaar ik wat Cobalt-invloeden die mij beter afgaan. Aan het einde krijgen we nog clean gitaargetokkel dat eventjes rust lijkt te brengen maar waarbij de gekozen noten toch ook weer niet meteen de voor de hand liggende zijn die je in de muziekles hebt aangeleerd gekregen. “Každé zranění předurčeno” en “Únik z existencestaat” staan bol van de krankzinnige leads die mijn tronie in allerlei verwrongen grimassen trekken (op die manier heb ik wel wat weg van de figuur op de hoes) waarbij ik mijn trommelvliezen menig maal moet samenpersen om de schade te beperken. En alsof dat nog niet genoeg is, worden in afsluiter “Donekonečna v přítomném čase” alle registers open getrokken en het aantal BMP vertienvoudigd wat de intensiteits- en maniakaliteitsfactor compleet in het rode duwt. Voeg hier nog wat noise aan toe en het feestje kan niet meer stuk voor zij die over stalen zenuwen beschikken. Na de ontmanteling van Fallen Empire Records, staat Kostnatění er momenteel alleen voor. Labels die niet vies zijn van bands die buiten de lijntjes kleuren (want zelfs naar FER-begrippen is dit zware toebak), zien hier misschien wel potentieel in. Voor mij bijwijlen te enerverend en een plaat die me haast onverwijld klaar maakt voor het gesticht.

JOKKE: 70/100

Kostnatění – Hrůza zvítězí (Eigen beheer 2019)
1. Hrůza zvítězí
2. Jedna generace
3. Každé zranění předurčeno
4. Únik z existence
5. Donekonečna v přítomném čase

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia

Het Franse Deathspell Omega is een extreem metal-instituut dat tot de verbeelding spreekt en al dikwijls geïmiteerd is, doch zelden geëvenaard. Samen met landgenoten Blut Aus Nord vormden ze vanaf meesterwerk “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” uit 2004 de blauwdruk voor de dissonantie vererende black metal muzikant (voorheen deed de band eerder aan Darkthrone worship). Interviews en bandfoto’s zijn een unicum en ook over de identiteit van de bandleden bestaat nog geen 100% duidelijkheid (wie is die waanzinnig goede drummer nu eigenlijk?). Zonder al te veel bombarie werd enkele weken geleden plots het nieuwe nummer “Ad arma! Ad arma!” middels een fenomenale videoclip van Dehn Sora op de mensheid losgelaten. En nu is er in de vorm van “The furnaces of palingenesia” een nieuwe langspeler, de zevende ondertussen. Over het als teaser losgelaten mid-tempo nummer leken de meningen verdeeld te zijn, vooral door diens meer toegankelijke karakter. Maar vreest niet want hoewel de band meer dan op voorganger “The synarchy of molten bones” wat gas terug schroeft, gebeurt er weer heel wat in het Deathspell Omega-universum en blijft ook het snelle, hyperkinetische werk niet achterwege (“The fires of frustration“, “Absolutist regeneration“). Tussen alle jazzy en progressieve black metal riff-waanzin en het pandemonische drumwerk door, eist de zwaar ronkende basgitaar een erg belangrijke en prominente plek op, vooral in trager werk zoals “1523” en “Standing on the work of slaves“. En meermaals zorgt subtiele orchestratie in de vorm van strijkers en blazers voor een extra dosis drama. Over het algemeen merk ik ook wat meer melodie op hoewel Deathspell Omega nog steeds een natte droom is voor liefhebbers van gecontroleerde dissonante chaos. Overgangen – hoe technisch, onverwacht of abrupt ook – komen zelden geforceerd over en de dynamiek en flow van de tamelijk compacte nummers wordt zorgvuldig in het oog gehouden net zoals de nodige hooks zodat de nummers ook daadwerkelijk blijven hangen. Persoonlijke favorieten op dat punt zijn het van een heerlijke riff voorziene “Imitatio dei” en het razende met cleane zang en orchestratie opgesmukte “Renegade ashes“. In het afsluitende atmosferische “You cannot even find the ruins…” experimenteert Mikko Aspa met zijn vocalen wat een extra apocalyptische toets toevoegt. De meerwaardezoeker op gebied van lyrics – voor zover er nog mensen zijn die hier een zier om geven – komt zoals steeds weer uitgebreid aan zijn trekken met de filosofische en theologische teksten (bijna eerder kortverhalen) die handelen over extase, palingenese (een concept van wedergeboorte of re-creatie) en Janus, de Romeinse god van het begin en het einde. Kortom, “The furnaces of palingenesia” is op-en-top Deathspell Omega spierbalgerol met meer aandacht voor orchestrale elementen, dynamiek, melodie, mid-tempo werk en ronkende bastonen die succesvol aan het gekende dissonante, beklemmende en grandiose bandgeluid toegevoegd worden. De grote afwisseling die deze plaat rijk is, maakt het voor mij de beste Deathspell Omega release sinds “Kénôse“. De grote kudde schapen mag weeral een tandje bijsteken.

JOKKE: 92/100

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Neither meaning nor justice
2. The fires of frustration
3. Ad arma! Ad arma!
4. Splinters from your mother’s spine
5. Imitatio dei
6. 1523
7. Sacrificial theopathy
8. Standing on the work of slaves
9. Renegade ashes
10. Absolutist regeneration
11. You cannot even find the ruins…