deathspell omega

Ayyur – The lunatic creature

De heimat van Ayyur ligt in Tunesië, aan de grens van de Middellandse Zee waar de Westerse wereld plaats maakt voor een land van verloren geschiedenis en geheime mysteriën. Tunesische black metal klinkt eerder als uitzondering dan als regel. Ik ken dan ook geen enkele andere metal-band uit het land, laat staan eentje die duivelsmuziek speelt. Ayyur werd in 2007 opgericht en heeft reeds een EP, twee splits en een demo op haar palmares staan. In de vorm van “The lunatic creature” wordt na een afwezigheid van negen jaar een nieuwe EP uitgebracht waarvoor Sentient Ruin en Vendetta Records de handen in mekaar hebben geslagen zodat ie in alle mogelijke digitale en fysieke formaten te verkrijgen zal zijn. De band is er even tussenuit geweest en dat heeft geloond. Zanger/basgitarist Angra Mainyu heeft in Dagon een nieuwe gitarist gevonden en heeft zich voor deze release op drums laten bijstaan door Shaxul, zanger van Annthennath en ex-Deathspell Omega. Qua uitvoering werden dan ook grote stappen voorwaarts gezet maar ook op gebied van sound laat de band haar demoperiode nu ver achter zich. Ayyur laat twintig minuten lang melodieuze mid-tempo black horen waarbij de desolate sfeer ontleend lijkt aan die van atmosferische USBM. “Lugubrious fields” bevat slepende, melancholische klanken, grootse post-achtige melodieën, maar draagt ook een gevoel van isolationisme uit. De bandleden voelen zich immers totaal niet verbonden met de familiariteit van de Westerse wereld – de titel “The outcast” windt er dan ook geen doekjes om – en verdiepen zich middels Ayyur in hermetisme en mysticisme. In de gedistilleerde black van “The outcast” gaan grimmigheid en melodie hand in hand. Geen franjes, geen opsmuk…enkel riffs en kwaadheid. Het titelnummer is een pakkende mid-tempo melodieuze song die een mysterieus gevoel uitademt en naar het einde toe feller uit de kast komt. Ook hekkensluiter “He who dwells in the trenches” weet absoluut de juiste snaar te raken met haar kwaadaardig sluimerende enigszins ondoordringbare sound waar toch subtiele melodieën doorheen sijpelen. Hoewel Ayyur absoluut geen technische band is, is haar muziek wel dodelijk effectief door de gevoelsmatige aanpak en de overtuigende vocalen van Angra Mainyu. Met “The lunatic creature” bewijst Ayyur dat Tunesische black bestaansreden heeft en voor Vendetta Records is het één van de beste releases sinds lange tijd.

JOKKE: 81/100

Ayyur – The lunatic creature (Vendetta Records/Sentient Ruin 2018)
1. Lugubrious fields
2. The outcast
3. The lunatic creature
4. He who dwells in the trenches

 

Ævangelist – Matricide in the temple of omega

Iedereen heeft een muzikale grens qua extremiteit en muzikaliteit. Bij mij schoof die tussen mijn negende en zestiende op van Guns ‘N Roses over Metallica naar Fear Factory, Cradle Of Filth, Sinister en uiteindelijk “Scum” van Napalm Death. Als tiener kon alles niet extreem genoeg zijn, nadien werden ook meer mellow paden bewandeld. De laatste tien jaar vindt er door de wildgroei aan dissonante bands en het unieke karakter van een Blut Aus Nord of Deathspell Omega opnieuw een aftasting van de grenzen plaats. Momenteel ligt die bij ondergetekende bij een band als Ævangelist die reeds sinds de “Oracle of infinite despair” EP uit 2011 elk jaar wel iets van zich liett horen met uitzondering van 2017 toen Matron Torn, die samen met Ascaris Ævangelist vormgeeft, even op de grenzen van het tijdelijke en het eeuwige balanceerde. Alle frustraties, pijn, woede, krankzinnigheid en leed moesten uit lichaam en ziel verdreven worden en de muzikale output is dit jaar dan ook al groot geweest want recent verschenen ook al de in eigen beheer uitgebrachte “Aberrant genesis” EP en de “Heralds of nightmare descending” langspeler. De laatste nieuwe telg “Matricide in the temple of omega” verschijnt via I, Voidhanger Records en is al de zesde full length en staat opnieuw een uur lang garant voor een verstikkende mix van avantgarde en extreme metal die experimenteler dan ooit klinkt. De intro en vijf nummers klinken als een cryptische puzzel van suïcidale psychedelica en claustrofobische, dodelijke, ontspoorde en van het pad verdwaalde metal. Op vocaal vlak zijn er enkele nieuwigheden te horen. In het verleden genereerden de in reverb doordrenkte vocalen van Ascaris dikwijls een soort van oneindige loop die een pijnigend onbehagen uitdroeg. Op “Matricide in the temple of omega” wordt de zang schaarser ingezet en is deze meer begraven in de achtergrond. Black metal screams in “Æon death knell” wisselen af met gotisch gekreun in “Serpentine as lustful nightmare” en het waanzinnige twintig minuten durende “Ascending into the pantheon” waarin tussen de jazzy aanpak ook enkele meer rock-georiënteerde riffs opduiken. En in “Omen of the barren womb” wordt een spookachtig klinkend orgel ingezet dat doet denken aan jaren ’70 progressieve muziek. “Matricide in the temple of omega” is opnieuw een sterk staaltje paranoïde en polyritmische kakofonie geworden die bovendien gemastered werd in de Belgische Blackout Studio van Jeremie Bezier (Emptiness, ex-Enthroned). De grens is weeral verlegd.

JOKKE: 82/100

Ævangelist – Matricide in the temple of omega (I, Voidhanger Records 2018)
1. Divination
2. Æon death knell
3. Omen of the barren womb
4. Thesonance of eternal discord
5. Serpentine as lustful nightmare
6. Ascending into the pantheon

Paragon Impure – Sade

English review can be seen below the music video for “Sade III – Mors in excelsis deo” underneath this review in Dutch.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dertien jaar na “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” brengt Paragon Impure haar langverwachte tweede langspeler uit. Reeds in 2008 werd begonnen aan een opvolger voor het – door velen bejubelde – debuut, maar ontevredenheid over het resultaat deed de muziek, die onder de werktitel “The fall of man” opgenomen werd, in de vuilbak belanden. Dat bleek nu echter eerder de diepvries te zijn want “Sade” is een herwerking van het oude ontdooide concept. De ondertitel van de plaat is “Of virtue and vice“; het betreft hier – voor wie het nog niet wist – dus een hommage aan viespeuk extraordinaire Markies de Sade. Geen Romeinse toestanden deze keer maar beschrijvingen van de sadistische en pornografische werken en het leven van deze welbesproken figuur uit de Franse literaire geschiedenis. Daar waar “To Gaius” een vrij directe aanpak had en het geluid van de Darkthrone-klassiekers “Under a funeral moon” en “Transilvanian hunger” eerde, klinkt “Sade” alvast een pak moderner met dank aan PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings die aan de draaiknoppen zat en Jérémy Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) van de Blackout Studio die de mastering verzorgde. Verder horen we lichte en meer toegankelijke Deathspell Omega-dissonantie in het gitaarwerk terug zonder dat er al té technisch en ingewikkeld gemusiceerd wordt. De haat in Noctiz zijn vocalen lijkt een beetje weggeëbd te zijn en plaats te hebben gemaakt voor meer variatie zoals we die ook horen bij de hedendaagse orthodoxe en occulte black metal bands zoals Ofermod. Bovendien is er ook meer plaats voor muzikaliteit, dat wordt al meteen duidelijk bij het inleidende “Introduction to the divine marquis“. De toegenomen muzikaliteit heeft echter geen invloed op het tempo van de plaat want Paragon Impure trekt nog steeds snel en hard van leer en vliegt dankzij het sterke en strakke drumwerk van Svein (Lugubrum) nergens uit de bocht. De eerste noten van het negen minuten durende “Juliette, queen of vice” maken al meteen een toppertje van deze song die een sterke dynamiek kent en meermaals knappe gitaarloopjes laat horen. “Mors in excelsis deo” klinkt aanvankelijk iets meer als oude Paragon Impure, maar wordt ook al snel muzikaler en “Repentence of a dying libertine” is een nummer waarin allerlei op de achtergrond verborgen elementen een meerwaarde aan het nummer geven. “Philosophy in the bedroom” klinkt als het meest technische/progressieve nummer waarin naast heel wat melodie ook een zekere thrash-vibe vervat zit en de basgitaar anders dan gewoonlijk ingevuld wordt. “The final passion, or the passion of hell” sluit de plaat op meesterlijke wijze af. Tomeloze agressie en akelige ingetogen stukken maken middels puike instrumentbeheersing en adembenemende passie twaalf minuten lang het mooie weer. “To Gaius” is mijn persoonlijke numero uno wat betreft vaderlandse black metal platen. Van tevoren lag de lat dus héél hoog en was ik erg benieuwd of het debuut overtroffen zou kunnen worden. “Sade” is in elk geval een plaat die, in tegenstelling tot “To Gaius“, heel wat luisterbeurten vraagt alvorens haar gruwelijke geheimen prijs te geven. Na enkele maanden te hebben gerijpt, ben ik van mening dat “Sade” een erg waardige opvolger is geworden, die door de meer dissonante, progressieve en orthodoxe invloeden misschien wel niet alle liefhebbers van het debuut zal kunnen bekoren. Maar dat zal Noctiz waarschijnlijk toch worst wezen. Hulde aan de man om ons na al die jaren toch nog met deze dijk van een plaat te verblijden!

JOKKE: 90/100

Paragon Impure – Sade (Ván Records 2018)
1. Introduction to the divine marquis
2. Juliette, queen of vice
3. Mors in excelsis deo
4. Repentence of a dying libertine
5. Philosophy in the bedroom
6. The final passion, or the passion of hell

Hell must have frozen over. Thirteen years after the release of “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”, Paragon Impure reveals their long-awaited second full length. As far back as 2008, the band started writing a successor to the – heavily praised – debut, yet discontentment about the result made sure the music, recorded under the working title “The fall of man”, received a one way ticket to the trash can. That trash can however seems to have been more of a fridge, since “Sade” is a revision of the old, thawed concept. “Of virtue and vice” is the sub-title, so the album is – for those who weren’t aware yet – a homage to pervert extraordinaire Marquis de Sade. Contrary to the Roman thematics of the debut, Paragon Impure offers descriptions of sadistic and pornographic works and the life of the most notorious figure from French literature. Contrary to “To Gaius”, which sounded pretty straightforward and was a homage to the sound of Darkthrone-classics such as “Under a funeral moon” and “Transilvanian hunger”, “Sade” has been blessed with a more modern sound thanks to the mixing skills of PJ Turlinckx (A Thousand Sufferings) and Jérémie Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) who took care of mastering duties in his Blackout Studio. Musically speaking we hear a slight, and maybe more accessible, Deathspell Omega-like dissonance in the guitars, without getting lost in all too complex technicalities. The hate that previously characterized Noctiz’ vocals seems to have lessened in favour of more variation in the vein of modern orthodox and occult black metal bands such as Ofermod. There’s also more room left for musicality, which already becomes clear in the opening track “Introduction to the divine marquis”. This increase in musicality however doesn’t affect the overall pace of the album, since Paragon Impure still punches hard and fast yet never spins out of control due to the tight drumming of Svein (Lugubrum). The first few notes of the nine-minute long “Juliette, queen of vice” already raise the bar of a song that exhibits strong dynamics and a few neat guitar-loops. With “Mors in excelsis deo”, Paragon Impure initially reawakens the spirit of the debut album, yet becomes musically more diverse and where “Repentance of a dying libertine” is concerned there’s a lot of hidden elements to be found in the background of the sonic landscape, pushing the track to newer heights. The most technical/progressive track then would be “Philosophy in the bedroom”, which exudes a certain thrash-vibe, contains a lot of melody and reserves a different role than usual for the bass guitar. “The final passion, or the passion of hell” concludes the record in a masterful way. Prime instrumentation and breath-taking passion fill up twelve minutes of unbridled aggression and haunting and dismal subdued passages. “To Gaius” is my personal number one record concerning Belgian black metal, so I was curious if Paragon Impure would be able to top their debut. In any case, “Sade” is an album that requires, contrary to “To Gaius”, a lot of spins before revealing its dreadful secrets. After having spun the record multiple times during the past 3 months, “Sade” convinced me to be a very worthy successor that due to the progressive and orthodox influences might not win over all the fans from the first hour, but Noctiz himself probably couldn’t be bothered less. Praised be the man who, after all these years, still gladdens us with this monolith of an album!

JOKKE: 90/100 (review written by Cas)

Wesenwille – I: Wesenwille

Bam, kletsen rond de oren! Wat het Nederlandse Wesenwille op haar eerste langspeler laat horen is potverdikke niet mis! De band bestaat uit het duo  R. Schmidt (zang en gitaar) en D. Schermann (drums) die we ook kennen van o.a. Grafjammer, Verval, en Weltschmerz. Op plaat horen we ook nog bassist M. van der Werff terug, maar die is er ondertussen niet meer bij. Wesenwille speelt moderne black metal (post-black voor wie wil) en bezingt daarbij onderwerpen als industrialisatie, kapitalisme en modernisme. De vijf songs – waarvan er drie boven de negen minuten afklokken – knallen als een tiet dankzij de kraakheldere productie van JB van der Wal (Dool, Verwoed, Herder). Ik zag in reviews al referenties naar Deathspell Omega, Dodecahedron, Svart Crown en Svartidauði voorbijkomen en hoewel ik deze verwijzingen zeker snap, klinkt Wesenwille toch net een tikkeltje minder beklemmend, dissonant en verstikkend dan deze grootheden. In de snelle, meer rechtlijnige stukken hoor ik ook wel wat Wiegedood terug. Na de verschroeiende tempo’s die in opener “The churning masses” op de luisteraar afgevuurd worden, klinkt de ingetogen intro van “Prosopopoeia” poeslief, maar al gauw merken we dat we op het verkeerde been gezet worden want ook in deze song krijgen we weer een fikse pandoering te verwerken, hoewel er soms ook wel wat gas terug wordt genomen. “Golden rays of the sun” is met haar catchy karakter, progressieve opbouw, onmenselijke snelheden die een spanningsveld creëren met de trage riffs en zinderende finale, mijn persoonlijke favoriet. Wat kan die drummer een meer dan aardig potje spelen zeg! En de heer Schmidt krijst het boeltje vakkundig bijeen. In “Rising tides” gaat het er technischer aan toe en wordt met verschillende maatsoorten gespeeld. Wanneer de band voluit voor agressie gaat, neemt die proporties van een apocalyptische verwoesting aan. Wesenwille levert met haar debuut een overrompelende, technische en moderne black metal plaat af. Verrassing van de maand!

JOKKE: 85/100

Wesenwille – I: Wesenwille (Redefining Darkness Records 2018)
1. The churning masses
2. Prosopopoeia
3. Golden rays of the sun
4. Rising tides
5. From one, we are many

DSKNT – PhSPHR entropy

Hoewel Zwitserland in eerste instantie niet snel aan metal gelinkt zal worden, heeft het land van raclette, jodelaars, zakmessen en polshorloges in het verleden al enkele interessante metal-bands voorgebracht. Denken we maar aan Celtic Frost, Triptykon, Bölzer, Borgne of Schammasch. Een nieuwe interessante speler is DSKNT, het geesteskind van Asknt (Ab Occulto, AION, ex-Exordium), dat met “PhSPHR entropy” haar debuutplaat aflevert. Liefhebbers van het betere dissonante werk, spitst uw oren! De vreemde titel verwijst naar de wanorde, ontaarding, instabiliteit en chaos van de interne en externe metastabiliteit van de mens en dat wordt op een misselijkmakende manier vertaald naar extreme muziekklanken. Vermits DSKNT een éénmansproject is – hoewel Deus Mortuus van Antiversum de vocalen op zich nam – hoeft Asknt geen muzikale compromissen te sluiten en levert het een onconventionele sound op waarbij black, doom en death metal op verstikkende wijze gecombineerd worden. Het tegendraads en industrieel aandoend riffwerk van “S.O.P.O.R.” doet me soms wat denken aan de dit jaar verschenen “Arrayed claws“-plaat van het Italiaanse Lorn. In “Kr. Vy. rites” leeft Asknt zich uit met knetterharde hardware disto/fuzz effecten en reverbs om alzo het immens log beukende doomy “Kr. Vy. portals” in te luiden. Het snellere “Resurgence of primordial void aperture” is technischer van opzet en sleurt je bij je nekvel regelrecht mee de dieperik in. En de afsluitende titeltrack gaat qua extremiteiten zelfs nog een stapje verder. Liefhebbers van Deathspell Omega en Blut Aus Nord raad ik aan dit DSKNT eens aan een luisterbeurt te onderwerpen.

JOKKE: 82/100

DSKNT – PhSPHR entropy (Clavis Secretorvm/Babylon Doom Cult Records/Sentient Ruin Laboratories 2017)
1. Exhaling dust
2. S.O.P.O.R
3. Kr. Vy. rites
4. Kr. Vy. portals
5. Resurgence of primordial void aperture
6. PhSPHR Entropy

Ignis Haereticum – Autocognition of light

Als ik me niet vergis, heeft Ignis Haereticum de primeur om als eerste Columbiaanse band op Addergebroed besproken te worden. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat de extreme metalscene uit Centraal- en Zuid-Amerika me nooit zo heeft kunnen boeien op een paar uitzonderingen na (LLuvia!!!). Ignis Haereticum komt echter op de “voortaan te volgen bands”-lijst uit dat continent te staan. Het duo heeft reeds een debuutplaat (“Luciferian gnosis” uit 2014) op haar conto staan evenals enkele kleinere releases en was in haar beginjaren actief als Demogorgon. Na het raadplegen van enkele recensies, bleek dat debuut destijds goed ontvangen te zijn en werd de band als veelbelovend bestempeld. Referenties aan Deathspell Omega doken in bijna elke review op. We weten ondertussen echter dat dat een link is die de dag van vandaag door bands en labels te pas en te onpas wordt gebruikt om nieuwe zieltjes aan te trekken. In het geval van deze Columbianen snap ik de vergelijking wel, hoewel het er bij onze favoriete Fransen toch nog een pak gecompliceerder en technischer aan toegaat. En de genialiteit van Deathspell Omega wordt – zoals zelden – niet geëvenaard. Veelal horen we in de muziek van Ignis Haereticum trage, verwrongen en dissonante riffs terug waaronder de snelle (geprogrammeerde?) drums voor een ritmisch contrast zorgen. “Ekstasis” lijkt halverwege de veertig minuten durende trip een ambient rustpunt te vormen, maar ontpopt zich toch nog tot een tergend trage – bijna funeral doom – apotheose. Ook in de blasts en de razernij van opener “Glorious wounds” en “Lifting the veil” blijkt er plaats te zijn voor doom-passages vergezeld van diepere grunts. Dit komt de afwisseling ten goede en een band als The Ruins Of Beverast kan hierdoor ook wel als vergelijkingsmateriaal dienen. Qua sound (maar ook stijl) moest ik tevens regelmatig aan Aosoth denken en toen bleek dat diens BST instond voor de mix en de mastering (en misschien ook wel het programmeren van de drums?), was dit dus geen foute gedachte. Wel valt op dat de plaat pas goed klinkt als de volumeknop serieus opengedraaid wordt. Met één blik op het knappe artwork en de tracklist weet je dat Ignis Haereticum uit een occult vaatje tapt. “Autocognition of light” bestaat uit twee delen waarbij het eerste draait rond spirituele zuivering en het tweede rond de eindfase van Verlichting waarbij al het materiële achtergelaten wordt. Ignis Haereticum heeft deze thematiek in zes knappe songs weten te vertalen die zich als één geheel dienen te laten beluisteren. De band bewijst dat de invloed van de Franse black metal scene een voedingsbodem is die zelfs tot aan de overkant van de Atlantische oceaan reikt. Hierdoor ontbreekt het Ignis Haereticum wel voor een stuk aan identiteit, maar het vakmanschap, de strakke uitvoering en afwisselende songs maken veel goed.

JOKKE: 79/100

Ignis Haereticum – Autocognition of light (Goathorned Productions 2017)
1. Glorious wounds
2. Atonement of the faithful
3. Mors mystica
4. Ekstasis
5. Lifting the veil
6. Autocognition of light

Almyrkvi – Umbra

Met “Pupil of the searing maelstrom” leverde Almyrkvi vorig jaar reeds een veelbelovend visitekaartje af, maar nu is het tijd voor het echte werk. Ván Records presenteert ons immers het volwaardige debuut “Umbra” van de IJslanders Garðar S. Jónsson en Bjarni Einarsson, beiden gekend van ondermeer Sinmara en Slidhr. Daar waar het gros van de IJslandse scene de voorliefde voor het Franse Deathspell Omega niet onder stoelen of banken steekt en met haar dissonante black metal aan de slag gaat om er een eigen draai aan te geven, leunt Almyrkvi dichter tegen die andere invloedrijke Franse band aan: Blut Aus Nord. Op “Umbra” prijken zes meer-dan-zes-minuten-durende-songs waarin spacey soundscapes gecreëerd worden die de luisteraar trachten mee te sleuren in de melancholische duisternis van de kosmos. Hoewel opener “Vaporous flame” enkele snelle partijen bevat, raast de met-industrial-geïnjecteerde-zwartgeblakerde metal niet tegen lichtsnelheden voorbij zoals bij een Darkspace, maar deint ie mid-tempogewijs uit in de weidsheid van het heelal. Doorheen”Stellar wind of the dying star” waait een post-metal feel en er passeren hevig beukende sludgy aandoende riffs. De cleane samenzang die in enkele nummers opduikt, creëert meermaals een plechtig en triomfantelijk gevoel en wanneer de grootse start van “Cimmerian flame” uit de boxen knalt, klinkt die zó onheilspellend dat het haast lijkt alsof je door een gigantisch zwart gat gaat opgezogen worden. Verslavend plaatje!

JOKKE: 83/100

Almyrkvi – Umbra (Ván Records 2017)
1. Vaporous flame
2. Forlorn astral ruins
3. Severed pillars of life
4. Stellar wind of the dying star
5. Cimmerian flame
6. Fading hearts of umbral nebulas