deathspell omega

Mystagos – Azoth

Wanneer “Adam-Kadmon” uit de startblokken schalt, vrees ik in de vorm van Mystagos met de zoveelste Deathspell Omega-kloon van doen te hebben, ondanks de zompige death metal die eveneens in het uit dissonanten opgetrokken openingsnummer vervat zit. Het daaropvolgende nummer “Solve” is geenszins van hetzelfde laken een broek, want deze song klinkt luchtiger, swingender, progressiever en bevat ook heldere experimentele zang in het straatje van Ved Buens Ende, die wat mij betreft echter gerust achterwege had mogen gelaten worden. “Empire of bones” zoekt opnieuw de aggressievere dissonante sfeer van de opener op, maar door de zompige productie mist het geheel aan kracht. “Ritual” doet zijn naam alle eer aan en zoekt het contrast op tussen razendsnelle black/death en heldere proclamerende koorzangen alvorens ook enkele psychedelische kaarten uit te spelen. Het is één van de betere songs op de plaat want “Shamdon” is me opnieuw een te groot geforceerd experimenteel allegaartje aan extreme stijlen. Geef me dan maar de beklemmende post-apocalyptische ambient-track “The weight of a burial ground” die op atmosfeer in plaats van techniek gestoeld is en zich gaandeweg tot een pakkende dark-metal track ontpopt. Met “Wind of death” wordt er nog een overtuigend einde aan “Azoth” gebreid. Mystagos laat op diens tweede, van alchemistische concepten doordrongen langspeler een schizofreen gezicht zien waaraan blijkbaar bijna tien jaar gewerkt werd. Dit doet mijns inziens afbreuk aan spontaneïteit want veel van wat Mystagos laat horen klinkt té doordacht. Het gevoel is voor mij uit de composities weggeslopen door voorrang aan de ratio te hebben gegeven. Wel knap dat Mystagos een eenmansproject is van een zekere Heolstor die verder ook actief is bij o.a. Alverg. In de beginjaren heette het project trouwens Chains Ov Beleth, waarmee twee langspelers en twee demo’s werden uitgebracht. Fans van de aangehaalde referenties moeten dit misschien toch eens een kans geven, je weet maar nooit.

JOKKE: 71/100

Mystagos – Azoth (BlackSeed productions 2019)
1. Adam-Kadmon
2. Solve
3. Empire of bones
4. Ritual
5. Shamdon
6. The weight of a burial shroud
7. Wind of death

Kostnatění – Hrůza zvítězí

Dat er de laatste jaren een heuse trend was om black metal met hopen dissonante klanken te doorspekken, is een understatement. Op de vorig jaar verschenen demo “Konec je všude” werd de USBM soloband Kostnatění nog beïnvloed door black metal-buitenbeetjes Odz Manouk en Tukaaria van het Rhinocervs-label, maar op de eerste volwaardige langspeler “Hrůza zvítězí” (Tsjechisch voor “horror overwint”) haalde D.L. toch ook wel wat mosterd bij de dissonanten van het onvolprezen Deathspell Omega. Mare Cognitum’s Jacob Buczarski stond de man bij met het programmeren van de drumpatronen en verzorgde ook de mix en mastering. D.L. werd een tijd lang gekweld door paniekaanvallen omtrent zijn eigen dood en het schrijven van deze plaat was gelukkig voor hem een bevrijdend en meditatief proces. Zijn beklemmende doodsangst wordt perfect gecapteerd door de kakofonie aan verwrongen klanken die we 37 minuten lang voorgeschoteld krijgen. Regelmatig verkennen D.L.’s vocalen diepere regionen, wat in combinatie met de zwaardere sound, een iets groter death metal-randje aan het geheel geeft wanneer het gaspedaal ingeduwd wordt en aan doom refereert in de slome passages. De elf minuten durende binnenkomer “Hrůza zvítězí” is meteen een zwaar te verduren brok razende chaos die zich alle kanten uit murwt en opgesmukt wordt met (deels door de mangel gehaalde) trompetpartijen. “Jedna generace” piept, kraakt en knarst dat het een lieve lust is en is een heuse aanval op mijn zenuwstelsel, niet altijd in de positieve zin weliswaar door de bij momenten te groten tsjingeltsjangel-factor. Er wordt met cleane avantgardistische zang geëxperimenteerd en in de tweede helft ontwaar ik wat Cobalt-invloeden die mij beter afgaan. Aan het einde krijgen we nog clean gitaargetokkel dat eventjes rust lijkt te brengen maar waarbij de gekozen noten toch ook weer niet meteen de voor de hand liggende zijn die je in de muziekles hebt aangeleerd gekregen. “Každé zranění předurčeno” en “Únik z existencestaat” staan bol van de krankzinnige leads die mijn tronie in allerlei verwrongen grimassen trekken (op die manier heb ik wel wat weg van de figuur op de hoes) waarbij ik mijn trommelvliezen menig maal moet samenpersen om de schade te beperken. En alsof dat nog niet genoeg is, worden in afsluiter “Donekonečna v přítomném čase” alle registers open getrokken en het aantal BMP vertienvoudigd wat de intensiteits- en maniakaliteitsfactor compleet in het rode duwt. Voeg hier nog wat noise aan toe en het feestje kan niet meer stuk voor zij die over stalen zenuwen beschikken. Na de ontmanteling van Fallen Empire Records, staat Kostnatění er momenteel alleen voor. Labels die niet vies zijn van bands die buiten de lijntjes kleuren (want zelfs naar FER-begrippen is dit zware toebak), zien hier misschien wel potentieel in. Voor mij bijwijlen te enerverend en een plaat die me haast onverwijld klaar maakt voor het gesticht.

JOKKE: 70/100

Kostnatění – Hrůza zvítězí (Eigen beheer 2019)
1. Hrůza zvítězí
2. Jedna generace
3. Každé zranění předurčeno
4. Únik z existence
5. Donekonečna v přítomném čase

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia

Het Franse Deathspell Omega is een extreem metal-instituut dat tot de verbeelding spreekt en al dikwijls geïmiteerd is, doch zelden geëvenaard. Samen met landgenoten Blut Aus Nord vormden ze vanaf meesterwerk “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” uit 2004 de blauwdruk voor de dissonantie vererende black metal muzikant (voorheen deed de band eerder aan Darkthrone worship). Interviews en bandfoto’s zijn een unicum en ook over de identiteit van de bandleden bestaat nog geen 100% duidelijkheid (wie is die waanzinnig goede drummer nu eigenlijk?). Zonder al te veel bombarie werd enkele weken geleden plots het nieuwe nummer “Ad arma! Ad arma!” middels een fenomenale videoclip van Dehn Sora op de mensheid losgelaten. En nu is er in de vorm van “The furnaces of palingenesia” een nieuwe langspeler, de zevende ondertussen. Over het als teaser losgelaten mid-tempo nummer leken de meningen verdeeld te zijn, vooral door diens meer toegankelijke karakter. Maar vreest niet want hoewel de band meer dan op voorganger “The synarchy of molten bones” wat gas terug schroeft, gebeurt er weer heel wat in het Deathspell Omega-universum en blijft ook het snelle, hyperkinetische werk niet achterwege (“The fires of frustration“, “Absolutist regeneration“). Tussen alle jazzy en progressieve black metal riff-waanzin en het pandemonische drumwerk door, eist de zwaar ronkende basgitaar een erg belangrijke en prominente plek op, vooral in trager werk zoals “1523” en “Standing on the work of slaves“. En meermaals zorgt subtiele orchestratie in de vorm van strijkers en blazers voor een extra dosis drama. Over het algemeen merk ik ook wat meer melodie op hoewel Deathspell Omega nog steeds een natte droom is voor liefhebbers van gecontroleerde dissonante chaos. Overgangen – hoe technisch, onverwacht of abrupt ook – komen zelden geforceerd over en de dynamiek en flow van de tamelijk compacte nummers wordt zorgvuldig in het oog gehouden net zoals de nodige hooks zodat de nummers ook daadwerkelijk blijven hangen. Persoonlijke favorieten op dat punt zijn het van een heerlijke riff voorziene “Imitatio dei” en het razende met cleane zang en orchestratie opgesmukte “Renegade ashes“. In het afsluitende atmosferische “You cannot even find the ruins…” experimenteert Mikko Aspa met zijn vocalen wat een extra apocalyptische toets toevoegt. De meerwaardezoeker op gebied van lyrics – voor zover er nog mensen zijn die hier een zier om geven – komt zoals steeds weer uitgebreid aan zijn trekken met de filosofische en theologische teksten (bijna eerder kortverhalen) die handelen over extase, palingenese (een concept van wedergeboorte of re-creatie) en Janus, de Romeinse god van het begin en het einde. Kortom, “The furnaces of palingenesia” is op-en-top Deathspell Omega spierbalgerol met meer aandacht voor orchestrale elementen, dynamiek, melodie, mid-tempo werk en ronkende bastonen die succesvol aan het gekende dissonante, beklemmende en grandiose bandgeluid toegevoegd worden. De grote afwisseling die deze plaat rijk is, maakt het voor mij de beste Deathspell Omega release sinds “Kénôse“. De grote kudde schapen mag weeral een tandje bijsteken.

JOKKE: 92/100

Deathspell Omega – The furnaces of palingenesia (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Neither meaning nor justice
2. The fires of frustration
3. Ad arma! Ad arma!
4. Splinters from your mother’s spine
5. Imitatio dei
6. 1523
7. Sacrificial theopathy
8. Standing on the work of slaves
9. Renegade ashes
10. Absolutist regeneration
11. You cannot even find the ruins…

Sinmara – Hvísl stjarnanna

Één van de albums die mij finaal het zwartmetalen genre binnensleurden was ongetwijfeld Sinmara’s meesterlijke “Aphotic womb” uit 2014, met zijn dissonant gitaarwerk en vooral experimentele en enorm catchy drumpatronen. Sinmara slaagde er ook in om vanaf het debuut een eigen sound te ontwikkelen. Een EP en split met Misþyrming later komt de langverwachte opvolger, “Hvísl stjarnanna” die eindelijk het levenslicht ziet. Eindelijk, gezien de IJslanders er precies prat op gaan hun tijd te nemen voordat een opvolger van een geniaal debuut uitkomt – de bewijzen zijn ernaar, de voorbeelden zijn legio. Sinmara behoudt de formule die barst van dissonantie, inventief slagwerk en zang die met momenten haast verstaanbaar is, maar bewandelt compositorisch gezien verder het pad dat werd ingeslagen met de “Within the weaves of infinity” EP. Grootser, melodieuzer, langer uitgerokken. De catchiness van het debuut wordt overboord gegooid en Sinmara zet meer in op het creëren van atmosfeer. Goeie zet of niet? Zoals Varg zou zeggen: let’s find out. De songs zelf zitten boordevol variatie op vlak van tempo, en hier en daar weet Sinmara ons volledig onder te dompelen in meeslepende riffs, waarvan die op het eind van “Mephitic haze” een mooi voorbeeld is en waaraan riffmachine Þórir Garðarsson ongetwijfeld aan de basis ligt. Ondanks het consistent hoge niveau van de tracks, de heldere productie (nog iets waarop de IJslandse scene prat gaat) en de lagen gitaar die ingenieus over elkaar heen worden gedrapeerd besluipt echter het gevoel dat de nummers minder op zichzelf staan dan eerder het geval was, en – helaas – soms wat onderling inwisselbaar worden. Daar waar “Aphotic womb” een geheel eigen geluid en identiteit bezit strompelt het lelijke beest dat Sinmara heet beetje bij beetje richting een meer (maar kap hier gerust een vat zout over, het gaat tenslotte nog steeds om Deathspell Omegaiaanse black metal) toegankelijke sound, en ruimt het opzwepend demonische plaats voor meer uitgesponnen melodie. Ikzelf ben grote voorstander van een evolutie in sound, maar merk dat het debuut nog meer echt als een monument binnen de IJslandse scene geldt. “Hvísl stjarnanna” is bijgevolg nog steeds een coherent, meeslepend werk, maar blijft wat in de schaduw van zijn oudere broer staan.

CAS: 85/100

Sinmara – Hvísl stjarnanna (Ván Records 2019)
1. Apparitions
2. Mephitic haze
3. The arteries of withered earth
4. Crimson stars
5. Úr kaleik martraða
6. Hvísl stjarnanna

Drastus – La croix de sang

Wanneer Norma Evangelium Diaboli iets nieuws uitbrengt, ben ik er altijd als de kippen bij want met bands als o.a. Deathspell Omega, Katharsis, Funeral Mist, Antaeus, Teitanblood en Sorhin hebben ze de crème de la crème van de black metal-scene in hun rangen. Deze keer heeft het label haar schouders gezet onder het tweede album van Drastus, een veredeld éénmansproject waarbij aldoener Drastus zich enkel voor het inmeppen van de drums liet bijstaan door Sad die reeds de vellen geselde bij o.a. Cantus Bestiae, S.V.E.S.T. en Chemin de Haine. De bandnaam deed niet meteen een belletje rinkelen en bij nader onderzoek leek Drastus de voorbije jaren ook niet zo actief te zijn geweest. Op twee EP’s na (“Serpent’s chalice – Materia prima” uit 2009 en “Taphos” uit 2006) moeten we al veertien jaar terug de tijd induiken voor debuut “Roars from the old serpent’s paradise“. Op “La croix de sang” presenteert Drastus ons een geluid dat duidelijk geënt is op haar vaderlandse black metal-scene want invloeden van Antaeus en Aosoth zijn overduidelijk hoorbaar: een radicale en gewelddadige vorm van black metal dus waarbij het spervuur aan vlammende riffs door de ene na de andere blastpartij voortgestuwd wordt. Er zit bij momenten een machinaal en militaristisch kantje aan de muziek zodat de latere Mayhem ook als referentie kan aangehaald worden. De grommende hese screams klinken overtuigend maar laten aanvankelijk weinig afwisseling horen. De muziek op het eerste gehoor ook niet, maar gelukkig wordt er toch de nodige aandacht aan dynamiek geschonken want het bijna negen minuten durende “Crawling fire” verkent tussen de blastsalvo’s ook mysterieuze atmosferische oorden waarbij cleane gezangen een sacrale sfeer creëren. De heldere zang eist in het mid-tempo “The crown of death” een nog grotere rol op en brengt meer variatie in het vocaal klankenpallet. Naar het einde van de plaat toe, komt de nadruk opnieuw meer op agressie te liggen maar de Attila-achtige vocalen in “Occisor” doen het nummer ook in een occulte sfeer baden. “La croix de sang” is een beestige plaat voor liefhebbers van de reeds aangehaalde bands. De invloeden vallen niet te ontkennen, maar Drastus heeft met de gekende ingrediënten toch een erg onderhoudende plaat weten schrijven die het spannendst klinkt wanneer mysterieuze paden bewandeld worden.

JOKKE: 80/100

Drastus – La croix de sang (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Nihil sine polum
2. Ashura
3. Crawling fire
4. The crown of death
5. Hermetic silence
6. Occisor
7. Constrictor Torrents

Noctambulist – Atmospheres of desolation

Toen ik hoorde dat het debuut van Noctambulist ons had bereikt, was ik benieuwd naar de post-black die onze Noorderburen zouden brengen. Een met verbazing opgetrokken wenkbrauw was dan ook het resultaat wanneer plots avant-garde death metal uit mijn speakers kwam beuken en ik las dat het hier over een relatief nieuw kwartet uit Denver, Colorado zou gaan. Deze jongens brengen met “Atmospheres of desolation” hun debuutalbum op de markt. Zelf noemen ze het een full length, maar ik ken EP’s die langer duren dan deze zevenentwintig minuten. Waarom ze als bandnaam het Latijnse woord voor ‘slaapwandelaar’ hebben gekozen blijft me ook een raadsel, want wat ze spelen is brutaal genoeg om je meteen klaarwakker te schudden. De vijf relatief compacte – allen rond de vijf minuten – songs puilen uit van de blastbeats en een hoeveelheid dissonante noten waar Deathspell Omega trots op zou zijn (en waarvan het geluid soms wel erg goed op dat van “Paracletus” lijkt). Nu is technische, drukkende death metal niet volledig mijn area of expertise, maar wat van bij de eerste luisterbeurt meteen in het oor springt is dat de Amerikanen het hunne al eens graag down under te luisteren leggen en dan vooral bij Ulcerate, en in mindere mate Convulsing. “Atmospheres of desolation” bevat een spervuur aan messcherpe riffs die bij bovengenoemde bands niet zouden misstaan, en waar de onfrisse geur van een Gorguts aan vastkleeft. De drums klinken clean en Michael Nolan weet als geen ander hoe gewoon fucking raggen ineenzit, maar speelt helaas minder inventief en gevarieerd dan Ulcerates Jamie Saint Merat, waardoor de stuwende kracht die ervan had kunnen uitgaan nu eerder wat gaat vervelen. Compositorisch lijkt het viertal nog wat zoekende: waar hier en daar enkele sublieme riffs schitteren (zoals in “Jubilant cataclysm”) klinkt het geheel wat rommelig en stuurloos. Tijdens het constante rammen en beuken passeren heel wat goede ideeën de revue, die echter nooit volledig uitgewerkt aanvoelen. Gecombineerd met de korte speelduur merk je dat Noctambulist ambitieus is, maar nog veel groeiruimte heeft wat dynamiek betreft. De ietwat eenzijdige schrijfstijl doet wat afbreuk aan een album waarop ongetwijfeld technisch getalenteerde muzikanten te horen zijn, maar waar geen echte rode draad door te weven valt. Jammer dit, maar als hondsbrutaal, doch niet licht verteerbaar tussendoortje valt “Atmospheres of desolation” wel te smaken!

CAS: 78/100

Noctambulist – Atmospheres of desolation (Blood Harvest 2019)
1. Dimming Lights Illuminate
2. Abnegation
3. Atmosphere of Desolation
4. Jubilant Cataclysm
5. Denial of Autonomy
6. Habitual Falsehood 21:03

Ayyur – The lunatic creature

De heimat van Ayyur ligt in Tunesië, aan de grens van de Middellandse Zee waar de Westerse wereld plaats maakt voor een land van verloren geschiedenis en geheime mysteriën. Tunesische black metal klinkt eerder als uitzondering dan als regel. Ik ken dan ook geen enkele andere metal-band uit het land, laat staan eentje die duivelsmuziek speelt. Ayyur werd in 2007 opgericht en heeft reeds een EP, twee splits en een demo op haar palmares staan. In de vorm van “The lunatic creature” wordt na een afwezigheid van negen jaar een nieuwe EP uitgebracht waarvoor Sentient Ruin en Vendetta Records de handen in mekaar hebben geslagen zodat ie in alle mogelijke digitale en fysieke formaten te verkrijgen zal zijn. De band is er even tussenuit geweest en dat heeft geloond. Zanger/basgitarist Angra Mainyu heeft in Dagon een nieuwe gitarist gevonden en heeft zich voor deze release op drums laten bijstaan door Shaxul, zanger van Annthennath en ex-Deathspell Omega. Qua uitvoering werden dan ook grote stappen voorwaarts gezet maar ook op gebied van sound laat de band haar demoperiode nu ver achter zich. Ayyur laat twintig minuten lang melodieuze mid-tempo black horen waarbij de desolate sfeer ontleend lijkt aan die van atmosferische USBM. “Lugubrious fields” bevat slepende, melancholische klanken, grootse post-achtige melodieën, maar draagt ook een gevoel van isolationisme uit. De bandleden voelen zich immers totaal niet verbonden met de familiariteit van de Westerse wereld – de titel “The outcast” windt er dan ook geen doekjes om – en verdiepen zich middels Ayyur in hermetisme en mysticisme. In de gedistilleerde black van “The outcast” gaan grimmigheid en melodie hand in hand. Geen franjes, geen opsmuk…enkel riffs en kwaadheid. Het titelnummer is een pakkende mid-tempo melodieuze song die een mysterieus gevoel uitademt en naar het einde toe feller uit de kast komt. Ook hekkensluiter “He who dwells in the trenches” weet absoluut de juiste snaar te raken met haar kwaadaardig sluimerende enigszins ondoordringbare sound waar toch subtiele melodieën doorheen sijpelen. Hoewel Ayyur absoluut geen technische band is, is haar muziek wel dodelijk effectief door de gevoelsmatige aanpak en de overtuigende vocalen van Angra Mainyu. Met “The lunatic creature” bewijst Ayyur dat Tunesische black bestaansreden heeft en voor Vendetta Records is het één van de beste releases sinds lange tijd.

JOKKE: 81/100

Ayyur – The lunatic creature (Vendetta Records/Sentient Ruin 2018)
1. Lugubrious fields
2. The outcast
3. The lunatic creature
4. He who dwells in the trenches