deathspell omega

Throane – Une balle dans le pied

De Parijzenaar Vincent Petitjean, beter gekend als Dehn Sora, is een artiest die van vele markten thuis is. Muzikaal kan hij zijn ei kwijt met Sembler Deah, Ovtrenoir en Throane. Zijn grafische creaties sierden releases van ondermeer Amenra en Blut Aus Nord en hij had de eer een fenomenale videoclip te mogen maken voor het nummer “Ad arma! Ad arma!” van het onvolprezen Deathspell Omega. Met Throane is deze creatieve geest aan een nieuwe EP toe nadat eerder al twee langspelers verschenen (“Derrière nous, la lumière” uit 2016 en “Plus une main à mordre” uit 2017). Daar waar Sembler Deah gitzwarte elektronische soundscapes schetst en Ovtrenoir (trouwens geen soloproject van Dehn Sora) zich in de sludge/postmetal hoek bevindt, smeedt de Fransman met Throane een geluid uit elementen van blackmetal, donkere ambient, drone en industrial. En natuurlijk gaan muziek en visuele esthetiek daarbij hand in hand. Opnieuw prijkt een zwartwitte foto van een menselijke figuur uit de muzikant zijn dichte omgeving op de cover. Deze keer is het Dehn Sora’s zus die we zien die als verpleegster tewerkgesteld is en daarbij aan heel wat leed wordt blootgesteld en voor de fotogelegenheid het eelt van haar voeten aan het trekken is. De titel van de EP verwijst naar het gezegde ‘zichzelf in de voet schieten’ waarbij je jezelf benadeelt. De EP beslaat één nummer van zo’n dertien minuten, of eerder gezegd twee nummers die één geheel vormen aldus Dehn Sora. Het muzikale spektakel dat zich dertien minuten lang voltrekt bestaat uit hoekige drumritmes die door Throane’s live drummer Julien T. ingespeeld werden. Ten gepaste tijde vallen de industrieel klinkende percussie en militante doomriffs en dissonanten stil waarna gitzwarte ambient en noise de overhand nemen om daarna terug naar de diepste krochten van Dehn’s psyche af te dalen. Het zorgt voor de nodige dynamiek maar komt me ook wat onsamenhangend over. “Une balle dans le pied” klinkt daarentegen wel uitermate verstikkend en er is absoluut geen plaats voor daglicht, zelfs geen subtiel straaltje zonlicht is in staat hier ook maar enige sprankel hoop te laten uitschijnen.

JOKKE: 75/100

Throane – Une balle dans le pied (Debemur Morti Productions 2020)
1. Une balle dans le pied

Kyrios – Saturnal chambers

Het begeleidend promopraatje voor “Saturnal chambers“, de debuut EP van het uit New York City afkomstige Kyrios, strooit met allerhande grote namen uit het blackmetalgenre in het rond en voor één keer is dat ook eens niet gelogen qua invloeden. Kyrios smeedt immers een geluid uit enkele van de fundamenten van de Scandinavische blackmetalscene aangevuld met invloeden van meer avontuurlijke spelers. “The utterance of foul truths” combineert al meteen het dissonante en chaotische van een Deathspell Omega met wat avantgarde van Ved Buens Ende, het technische van latere Emperor, een heuse leadsolo en intergalactische keyboards en dat allemaal verpakt in een compacte song van drie minuten die ondanks zijn drukke karakter niet als knip- en plakwerk overkomt. De titeltrack is een kort intermezzo opgetrokken uit verwrongen orgelklanken, spacey keyboards en ambient soundscapes en vormt een bruggetje naar “A mare in the wire” dat grossiert in bombastisch en triomfantelijk toetsenwerk, Mayhem “Wolf’s lair abyss“-era venijn, Abigoresque twists, Abbath-achtige vocalen en leadgitaarmasturbatie. Het trio bestaande uit Hypatian (gitaar, bas, synths), Satan’s Sword (drums) en Vornag (zang) heeft onze interesse op nog geen tien minuten tijd weten wekken. Liefhebbers van avant-garde, technische en avontuurlijke black moeten dit zeker eens opsnorren.

JOKKE: 78/100

Kyrios – Saturnal Chambers (Caligari Records 2020)
1. The utterance of foul truths
2. Saturnal chambers
3. A mare in the wire

Imperial Triumphant – Alphaville

Beklijvend. Ik heb lang gezocht naar een woord, één woord, dat deze band beter kan omschrijven, maar volgens mij komt het voorgenoemde nog het dichtst in de buurt. Imperial Triumphant maakt uiterst beklijvende muziek. Het is goed mogelijk dat het niet eens hun opzet is om je de stuipen op het lijf te jagen, soms maar enkele minuten nadat ze je nog in totale vervoering hadden gebracht. Ze doen het misschien wel gewoon per ongeluk. “Vile luxury” was al een opeenstapeling van beklijvende momenten. “Vatican lust”, of” Krokodil” van “Abyssal Gods” waren reeds knipoogjes naar een rauwe genialiteit waarvan ik toen niet kon vermoeden dat het beste nog moest komen. Ook live kon Imperial Triumphant zich met schijnbaar gemak van zijn beste technische én groovende kant laten zien, het vakmanschap was altijd al ontegensprekelijk aanwezig. En laat het geweten zijn, dat vakmanschap begraven de heren uit New York met plezier onder een tormentueuze, auditieve hel. Amper twee jaar later is daar plots een eerste single van het nieuwe album; “Rotted futures“. Onheilspellende intro, dissonante riffs, staccato, schijnbaar aritmisch met momenten, Imperial Triumphant hield alle symptomen voor een waardige opvolger duidelijk in het gareel. De track stond meteen op hoge rotatie bij ondergetekende. Op de laatste dag van juli kwam “Alphaville” uit, via Century Media – een grote stap van het vorige Gilead Media, en eentje waar ik mijn hart onterecht voor vasthield. De plaat beukt langs alle kanten tegen de grenzen van je comfortzone aan. De productie zit ongelofelijk strak, zonder dat de band daarbij aan hun kenmerkende sound moet inboeten. Sterker nog, Imperial Triumphant klonk nog nooit zo goed. De gitaarlijnen doen soms niet meer dan de percussie naar een hoger niveau tillen – maar nog vaker zagen ze je grijze massa op een slopend tempo aan gruis. Er zijn vocalen die tegelijkertijd uit een ver verleden als een dystopische toekomst lijken te komen. Absolute showsteler is mijns inziens “Atomic age”. De kwartetzang aan het begin, de hypnotiserende handdrums, de half schreeuwende, half mechanische stem die de titel van het nummer ‘produceert’, en de barrage van geluid die de band daar even later weer overheen weet te gieten – ongezien. Er zijn momenten op “The greater good” en de titeltrack die moeiteloos op een futuristisch jazzalbum zouden kunnen staan, als leden van die band bij Deathspell Omega hadden gespeeld, tenminste. En dan heb ik het nog niet over de auditieve heroïne van “Transmission to Mercury” gehad. Het geheel is, zonder meer, beklijvend. Dit album moet iedere fan van avant garde, nay, van jazz – nee, van black metal, in zijn collectie hebben. Petje af. 

JULES: 92/100

Imperial Triumphant – Alphaville (Century Media 2020)
1. Rotted futures
2. Excelsior
3. City swine
4. Atomic age
5. Transmission to Mercury
6. Alphaville
7. The greater good
8. Experiment (Voivod cover)
9. Happy home (The Residents cover) 

Fides Inversa – Historia nocturna

Dat Gionata Potenti een wünderkind is hoef ik niet meer te vertellen. Met verdiensten bij onder andere Blut Aus Nord, Chaos Invocation, Darvaza, Enepsigos, Martröð en een verleden bij Acherontas heeft de Italiaan een bijzonder indrukwekkend palmares opgebouwd. In 2006 richtte hij onder het pseudoniem Omega A.D. samen met Void A.D. de entiteit Fides Inversa op, en drie jaar later werd het geniale “Hanc aciem sola retundit virtus (the algolagnia divine)” op de mensheid losgelaten, een album dat hier nog steeds heel regelmatig eens de revue passeert. Ook het prima “Mysterium tremendum et fascinans” (van een originele titel gesproken zeg) en de daaropvolgende “Rites of inverse incarnation” EP wisten onze honger voor orthodoxe black metal (hoe kan het ook anders bij een label als World Terror Committee?) te stillen. Anno 2020 komen de heren terug ten tonele, maar hebben een zeer interessante beslissing genomen: blijkbaar hadden de Italianen nood aan een zuchtje noorderwind dat eerder een wervelstorm is geworden, want niemand minder dan Wraath werd ingelijfd. Dezelfde Wraath die we kennen van ondermeer Darvaza, Behexen, Mare, Ritual Death en One Tail, One Head en die zonder enige twijfel één van de beste frontmannen binnen hedendaagse black metal is en zodus een aanwinst is voor zo goed als elk project waarmee hij in aanraking komt. Ook labeleigenaar Unhold is op de plaat te horen. De niet onbesproken Absurd-zanger speelde de baspartijen in maar zal live niet van de partij zijn. Zoals vanouds speelt Fides Inversa orthodoxe black metal volgens de regels van de kunst, maar het gitaarwerk klinkt gejaagder, opgefokter (“A wanderer’s call and orison”) en triomfantelijker (“I glance you with a touch…”) dan ooit, waarbij op dat laatste nummer de gecombineerde stemmen van Potenti en Wraath het nummer nog eens extra epiek meegeven. Op een nummer als “The Visit” blijkt dat de heren nog steeds goed geluisterd hebben naar “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” en “Paracletus”, maar Fides Inversa heeft gelukkig nog steeds een eigen smoelwerk. Geen klassieke intermezzo’s deze keer, al wordt er wel wat geëxperimenteerd met repetitieve gitaarloopjes en vooral helder ‘roepende’ zang, in “Syzygy” zelfs bijgestaan door hoge vrouwelijke vocalen, en in tegenstelling tot op “Rites of inverse incantation” is dit experiment hier meer dan geslaagd en creëert dit veel variatie op een album dat het voor de rest vooral van hoge tempo’s moet hebben en waar de retestrakke blast beats van Potenti de plek in de schijnwerpers opeisen. Na deze epiek grijpt het energieke “I am the iconoclasm” echter nog eens duidelijk terug naar de begindagen van de band, en komen ook wat thrash-invloeden van om de hoek piepen, wat ik enkel kan toejuichen! Fides Inversa heeft met de huidige line-up enkele knallers van muzikanten in de gelederen, en “Historia nocturna” is zodus opnieuw een zeer degelijk werk geworden dat in tegenstelling tot vorig werk een zeer volle sound heeft meegekregen, nog steeds nét wordt overschaduwd door het monumentale debuut maar voor de rest met kop en schouders boven de twee voorgaande releases uitsteekt.

CAS: 85/100

Fides Inversa – Historia nocturna (World Terror Committee Productions 2020)
1. Intro
2. A wanderer’s call and orison
3. Transcendental lawlessness
4. The visit
5. I glance at you with a touch…
6. Syzygy
7. I am the iconoclasm

Prison Of Mirrors – De ritualibus et sacrificiis ad serviendum abysso

Dat deze Italianen hun bandnaam ontleend hebben aan het gelijknamige Xasthur-nummer lijkt me vrij ondenkbaar, want met lo-fi depressieve éénmans black metal heeft dit niets van doen. Integendeel, “De ritualibus et sacrificiis ad serviendum abysso“, het debuut (er verschenen eerder al twee EP’s) van Prison Of Mirrors, staat bol van de avontuurlijke black en death metal waarin met de nodige dissonanten in het rond gestrooid wordt. Een geluid dat oorspronkelijk door Franse pioniers als Deathspell Omega en Blut Aus Nord verkend werd en nadien gretig gekopieerd werd door tal van IJslandse bands. Het moge met andere woorden geen verrassing wezen dat Prison Of Mirrors onderdak heeft gevonden bij Oration, het label van Studio Emissary producer Stephen Lockhart en meesterbrein achter Rebirth Of Nefast. Stephen heeft immers een groot aandeel in de sound van het gros van de IJslandse black metal bands en nam ook de mix en mastering van deze plaat voor zijn rekening. De vier composities die op deze eerste langspeler prijken, vormen dan ook geen easy listening-materiaal. Opener “The unquenchable visions from the abyss” klokt meteen op negen minuten af. De twee volgende nummers doen daar telkens nog een minuutje bij en het afsluitende “Ascending through the majesty of the dark towers” verdubbelt de speeltijd van “Sigils for the ritual exhumation” en neemt een dikke 22 minuten voor zijn rekening. U weze gewaarschuwd! De duistere, occulte en rituele sfeerschepping die van de knappe albumhoes van Khaos Diktator Design (ofte Atterigner, die de Gorgoroth-plaat “Instinctus bestialis” inzong) afdruipt, vindt zijn weerga ook in het muzikale gebeuren. Met zo’n lange composities kan het ook niet anders dat Prison Of Mirrors de instrumenten ook geregeld lange tijd voor zich laat spreken. Hierbij creëren de riffs van Anubis en Lord Swart mystieke spanningsvelden waarin heel wat atonale riffs een akelig sfeer scheppen. Om de albumtitel geen onrecht aan te doen, mogen ook ritualistische elementen zoals sacrale Russische gezangen en rituele percussie niet ontbreken, maar drummer Bestia (o.a. Earth And Pillars) gooit ook tal van blastpartijen, tempowissels en minder gangbare ritmes in de strijd. Dikwijls vinden deze overgangen abrupt plaats in plaats van gelijdelijk aan aangekondigd en opgebouwd te worden. En wanneer Lord Swart zijn strot dan toch open trekt, ontsnappen er gortdroge screams die de satanische en orthodoxe boodschap verkondigen. Wel moeten de Italianen erover waken dat ze zichzelf niet te veel verliezen in hun ellenlange composities. Ik mis immers soms een kapstok, leidraad of écht memorabele riff die het ene nummer van het andere onderscheidt. Natuurlijk draait het bij een plaat als dit om de totaalbeleving en niet zo zeer om de indivuele songs, maar soms is minder ook meer weet je wel.

JOKKE: 79/100

Prison Of Mirrors – De ritualibus et sacrificiis ad serviendum abysso (Oration 2020)
1. The unquenchable visions from the abyss
2. Blaze of the ecstatic liturgy
3. Sigils for the ritual exhumation
4. Ascending through the majesty of the dark towers

Grave Circles – Tome II

Het Franse LADLO label staat ondertussen haast bij elke release garant voor kwalitatieve extreme metal. Zo ook in het geval van dit Grave Circles dat in 2016 in het Oekraïense stadje Vinnytsia in het leven werd geroepen door enkele leden van Goatflesh. Er verscheen een eerste EP getiteld “Tome I” via Shadow Records en nu ligt de logisch getitelde opvolger via LADLO in het – veelal online – winkelrek. Wie de bands uit de stal van dit label kent, weet dat velen onder hen best een moderne feel hebben en dat geldt ook voor Grave Circles. Goed geproduceerde, maar niet te gladde, black knalt dan ook zeven nummers lang uit onze boxen. De muzikanten zijn niet vies van experiment en voegen zo bijvoorbeeld koperblazers toe in het oosters aanvoelende “Predominance” en de complexe, technische afsluiter “Abstract life, abstract death“. De progressieve black metal giert veelal als een wervelwind door onze woonkamer en trakteert ons meermaals op hakkende en groovende breaks. Maar de band voelt zich niet te macho om ook ruimte te laten voor tragere, meer atmosferische passages, al dan niet inclusief heldere zangpartijen, ambient of meditatieve gezangen waarbij gebruik gemaakt wordt van een Tibetaanse singing bowl. Ook atonale dissonanten maken hun opwachting. Grootmeester Deathspell Omega komt dan obligaat vanachter het hoekje piepen, maar zo extreem als bij deze Fransen gaat het er niet aan toe. “Faith that fades” kent een ingewikkelde sonstructuur die regelmatig plaats maakt voor rituele incantaties. Niets nieuws onder de zon, maar het komt de dynamiek wel ten goede en het laat horen dat vocalist Baal, die ook actief is bij het Franse Peste Noire, over een veelzijdige strot beschikt. Die hoeft trouwens niet altijd extreme klanken te produceren want in het melodieuze “Thy light returneth” draagt zijn fluisterende stem bij aan de mystieke toon die hier neergezet wordt. In “When birthgivers recognize the atrocity” laat de band horen een gouden zet te hebben gedaan met het inhuren van drummer S.S. die zich volledig kan uitleven met enkele supersnelle blastpartijen. De riffs zijn dan weer even vlijmscherp als de sikkels uit het bandlogo en maaien al wat op het pad van Grave Circles komt met één welgemikte zwier omver. Het gitaarwerk in “The unspoken curse” heeft bij momenten wat weg van een Mgła, zonder echter klakkeloos te kopiëren. Knap plaatje dit “Tome II” waarop Grave Circles laat horen intrigerende en ingenieuze moderne black metal nummers te kunnen schrijven en spelen!

JOKKE: 81/100

Grave Circles – Tome II (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2020)
1. Both of me
2. Predominance
3. Faith that fades
4. Thy light returneth
5. When birthgivers recognize the atrocity
6. The unspoken curse
7. Abstract life, abstract death

Amnutseba – Emanatism

Wat we over Amnutseba weten is niet veel. Naast het feit dat het om Parisiens gaat en ze twee demo’s uitbrachten die in 2018 als compilatie door Iron Bonehead Productions zijn uitgebracht, valt er bitter weinig op te spitten, al zou het me niet verwonderen moesten enkele leden ook in Novae Militiae terug te vinden zijn. Nu brengt datzelfde label uiteindelijk een volwaardig debuutalbum uit, dat afklokt op een goeie 36 minuten. Normaalgezien zou ik hier in vraag stellen of de speelduur de titel ‘langspeler’ rechtvaardigt, maar in het geval van Amnutseba moest het niet veel langer geduurd hebben. Wat mijn trommelvliezen teistert is zodanig condens en beklemmend dat mijn luchtwegen zich ook zonder corona vernauwen. “Emanatism” klinkt op en top Frans, en daarmee bedoel ik: vuil en godverdomde dissonant. Invloeden van Deathspell Omega zijn niet te ontkennen, maar dan in een chaotischer versie – denk oude Medico Peste of nieuwere Fides Inversa, maar dan met een hoop ranzigheid over gegoten die we bij Skáphe en Irkallian Oracle terugvinden. Vanuit deze beerput rochelen ook de hier diepe, death metal-aandoende growls op, al houden de Fransozen wat ruimte voor ruwe, pijnlijk klinkende krijsen. Structuur? Niks van aan. Vanaf de eerste noten van opener “Abstinence” krijgen we een constant spervuur aan scherpe dissonanten te verwerken, gelaagd op een meer dan onheilspellende vorm aan slepende black metal, verpakt in een van alle franjes ontdane productie. Hierna trekt het mysterieuze gezelschap het tempo omhoog met “Ungrund”. Amnutseba komt nog experimenteler uit de hoek met “Dislumen”, waar Death Fetishist om de hoek komt piepen maar waarin naar het einde toe ook een soort trap-beat zit verwerkt die ze voor mijn part achterwege mochten laten. Het draagt bij tot de ontmenselijking van de sound, maar voegt muzikaal gezien weinig toe. Afsluiter “Tabula” verwerkt dan weer wat bijbels aandoend gepreek, maar wordt na negen minuten wat langdradig gezien de chaos die het begin van het album kenmerkte hier wat lijkt te verdwijnen. Amnutseba trekt op dit debuutalbum alle registers open om hun verwrongen visie op black metal te uiten, maar net daardoor wordt het soms wat ratatouille aan ideeën. De eerste twee nummers voor intermezzo “.” zijn een nietsontziende maalstroom aan messcherpe riffs en onwezenlijk gekrijs, maar dit momentum wordt niet behouden naar het einde toe. Weliswaar laat het geheel een zeer desoriënterende indruk na, en het moge duidelijk wezen dat dat een compliment is.

CAS: 78/100

Amnutseba – Emanatism (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Abstinence
2. Ungrund
3. .
4. Dislumen
5. Tabula

Hræ – Þar sem skepnur reika

Voor een IJslandse bak teringherrie mag je me altijd wakker maken. Dat weten mijn bevriende muzieknerds ook zodat ik op het bestaan van Hræ werd gewezen, een nieuwe one man band uit het land van ijs en geisers. De illustere muzikant die achter Hræ (‘karkassen’) schuilgaat doet dit onder het pseudoniem I, maar bij nader inzien blijkt het hier om Þórður Indriði Björnsson te gaan, een IJslander die we van Endalok, Guðveiki en Naught kennen. “Þar sem skepnur reika” (‘waar wezens rondlopen’) is de titel die het in eigen beheer uitgebrachte debuut meekreeg en het zwart/rode hoesontwerp – dat een bewerking is van een werk van de Spaanse kunstschilder en graveur Francisco Goya – deed me meteen aan Skáphe denken. Niet zo gek, als je bedenkt dat de Amerikanen van deze Amerikaans/IJslandse alliantie ook met Þórður in Guðveiki spelen. Vanaf de eerste openingstonen die zich in onze maag spitsen, wordt meteen duidelijk dat ook qua sound een Skáphe niet zo gek ver weg lijkt. Het is hier immers één en al dissonantie wat de klok slaat. Verwrongen a-tonale riffs die met mekaar vechten om door dezelfde deur te kunnen, door de mangel gehaalde vocalen en geprogrammeerde drums die bepalen aan welke snelheid deze niet te stuiten brok lava uit de ondergrond spuwt; het zijn de ingrediënten voor een cocktail die bij wijlen zwaar op de maag ligt en voor een rondtollend hoofd zorgt. “Tungur og eiturský” is zo’n negen en een halve minuut durend ongeleid projectiel dat van het kastje naar de muur schiet. In dit experimenteel black metal-avontuur passeren heel wat über coole passages maar evengoed zijn er stukken bij die mij krankjorum maken. Het inbouwen van rustige, maar onheilspellend klinkende intermezzi tussen de kakofonische maalstromen is schatplichtig aan grootmeesters Deathspell Omega, maar hé, deze Fransen waren dan ook pioniers die de blauwdruk voor deze genre-afsplitsing leverden. Het kortere en meer rechtdoor stuwende “Drep” is welgekomen na de haast improvisatie-achtige aanpak van “Lofsöngur hinna rotnu“, hoewel ook hier de grenzen van toonvastheid opgezocht worden. “Hafið yfirþyrmandi” doet hier nog een schepje bovenop en is een hoekige song waar ik het elke keer opnieuw moeilijk mee heb. gelukkig zit de waanzin er na een minuut of drie telkens weer op. Geef me dan maar het trippende “Paradis” dat de plaat dan toch weer knap afsluit. “Þar sem skepnur reika” de eerste keer vlak voor het slapengaan beluisteren was geen meesterzet want deze luistertrip zette de deur wagenwijd open voor een nacht vol angstzweet en ijlende nachtmerries. Origineel is deze aanpak van het zwartgeblakerde genre ondertussen voor geen hol meer, maar voor wie het allemaal niet te rechtlijnig hoeft te zijn, kan Hræ misschien wel een oorsnoepje zijn. De titel van het oorspronkelijk werk dat voor de hoes gebruikt werd heet trouwens niet geheel ontoevallig “Fiero monstruo!” wat zo veel als ‘woest monster’ betekent en de nagel op de kop slaat.

JOKKE: 72/100

Hræ – Þar sem skepnur reika (Eigen beheer 2020)
1. Sköpunarverkið
2. Tungur og eiturský
3. Lofsöngur hinna rotnu
4. Drep
5. Hafið yfirþyrmandi
6. Hryllingurinn
7. Paradís

Gouffre – Grim spirit

Bij het besnuffelen van “Grim spirit“, de eerste demo tape van het Waalse Gouffre, deed de line-up me een belletje rinkelen. Gitarist Infame, schreeuwlelijk Tsotha, bassist D en drummer Decombre was ik immers recent nog tegengekomen op de – eveneens eerste – demo van Effroi uit Verviers. Met dit Gouffre houdt het viertal er – op nog een hele resem andere bands – dus nog een tweede uitlaatklep op na. Allemaal leuk en wel als je bruist van de negatieve energie en die via het spelen van demonische black kan kanaliseren, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de scheidingslijn tussen Effroi en Gouffre flinterdun is. Opnieuw old school zwartmetaal waarin de voorliefde voor bands als oude-Darkthrone, oude Deathspell Omega en Gorgoroth botgevierd wordt. Eens de instrumentale inleidende klanken uitgestorven zijn, krijgen we nog een kleine dertien minuten lang drie nummers voorgeschoteld waarin het tempo misschien net wat lager ligt dan bij Effroi, als we dan toch op zoek moeten naar verschillen tussen beide bands. Drummer Decombre schudt met andere woorden andere tempo’s en snelheden dan de obligate blastbeats uit zijn mouw. Ook hier lijkt het alsof de tape live ingespeeld werd want de sound is eerlijk en ruw maar iets minder scherp dan bij Effroi. Tsotha’s vermassacreerde vocalen klinken trouwens ook net wat gevarieerder. Deze demo werd op 100 stuks uitgebracht en is te verkrijgen via Rempart Immortel, het zoveelste underground black metal label dat ondertussen een vijftal tapes op de mensheid losliet waarvan naast Gouffre ook Expostulation aan de Belgische ondergrond ontsproot. Van deze band werd de uit 2016 stammende “Between Kharybdis and Scylla“-tape heruitgebracht. Initiatieven die we alleen maar kunnen toejuichen. Support your local underground!

JOKKE: 76/100

Gouffre – Grim spirit (Rempart Immortel 2019)
1. Intro
2. Demon path
3. Throne made of skulls
4. Ooirim

Effroi – Cryptic prophecies

In de buurt van Verviers loopt een stel black metal-maniakken rond die de buurt teisteren en ‘schrik’ aanjagen met hun diabolisch zwartmetaal. Band van dienst is Effroi met leden van o.a. Nartvind (RIP), Dikasterion, Hertogenwald, Possession, Heinous, Eole Noire en Gouffre. Wie deze demonische orkestjes volgt, weet al min of meer wat er van Effroi en diens eerste demo “Cryptic prophecies” verwacht kan worden: black metal volgens de oude school, wars van alle moderne trends en terend op lang vervlogen tijden toen Gorgoroth nog iets voorstelde, Darkthrone nog onvervalste black speelde, Deathspell Omega de dissonante toer nog niet opgegaan was en Judas Iscariot ons in vervoering bracht met diens rammelend zwartmetaal. De sound van “Cryptic prophecies” is ruw en kent een heus live-gevoel. Scherpe hoekjes werden niet weg gevijld en zelfs D’s basgitaar weet doorheen het hels lawaai te penetreren. Bij momenten denk je het vervolg van de gitaarriffs te kunnen mee zoemen, maar dan kiest gitarist Infame toch plots voor een onverwachts akkoord. Wereldschokkend is het allemaal niet, maar dat lijkt me ook allerminst het opzet van Effroi te zijn. En ondanks het feit dat zanger Tsotha wat gevarieerder zou mogen krijsen, weet Effroi toch dat vuur voor old school black metal op te wakkeren bij ondergetekende. Een band om in’t oog te houden met andere woorden. Een tweede demo zou trouwens niet al te lang meer op zich moeten laten wachten.

JOKKE: 74/100

Effroi – Cryptic prophecies (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Introduction
2. Impurity
3. Master of shadows
4. Realm of the eternal dark