diabolical masquerade

Mörk Gryning – Hinsides vrede

Vijftien jaar na de self-titled zwanenzang keert het Zweedse Mörk Gryning terug aan het front. Stichtende leden Draakh Kimera en Goth Gorgon brengen samen met drie kompanen “Hinsides vrede” uit, langspeler nummer zes en de eerste dus nadat de band in 2016 de koppen terug bij mekaar stak voor live concerten. Mörk Gryning heeft altijd wat in de schaduw van grotere broertjes als Dissection, Dark Funeral, Setherial en Naglfar gestaan, hoewel debuut “Tusen år har gått…” uit 1995 toch echt wel als een semi-klassieker mag beschouwd worden wat betreft Zweedse meloblack. “Return fire“, dat twee jaar later verscheen, liet een meer agressieve aanpak horen en het is met deze plaat dat “Hinsides vrede” de meeste parallellen vertoont, hoewel er ook echo’s van het meer orchestrale “Maelstrom chaos“, dat een jaar na de millenniumwissel verscheen, rondzweven. Het tempo ligt in elk geval doorgaans erg hoog en de moderne, maar ietwat steriele sound spat krachtig uit de boxen. Twaalf nummers waarvan een intro, outro en twee korte (in mijn ogen overbodige) instrumentaaltjes worden er in een dikke 35 minuten doorgejaagd. Maar dat snel musiceren niet altijd in eenheidsworst moet resulteren, bewijst het kwintet door elementen als dramatische koorzang, heldere epische mannelijke en vrouwelijke vocalen, cleane en akoestische gitaren, flitsende leads en subtiele toetsen in de songs te verwerken, waardoor elk nummer een eigen ziel heeft meegekregen. Het erg aanstekelijke “Infernal” heeft bovendien alles in zich om, net als bijvoorbeeld “Tsar bomba” van Necrophobic, een moderne klassieker in het wereldje van Zweedse meloblack te worden. Tremolo’s for the win! Let ook op de knipoog naar Dimmu Borgir’s “Kings of the carnaval creation“, maar er passeren in andere composities even goed stukjes Nightingale en Diabolical Masquerade. De albumtitel betekent zo veel als “toorn van de wereld daarbuiten” en slaat op het onontkoombare doomscenario dat inmiddels ingezet werd. Mörk Gryning is terug en hoe! Normaal gezien hadden we de heren aan het werk kunnen zien op Unholy Congregation maar dat gaat als vanzelfsprekend niet door. Herkansing in 2021 dan maar!

JOKKE: 85/100

Mörk Gryning – Hinsides vrede (Season of Mist 2020)
1. The depths of Chinnereth
2. Fältherren
3. Existence in a dream
4. Infernal
5. A glimpse of the sky
6. Hinsides
7. The night
8. Sleeping in the embers
9. For those departed
10. Without crown
11. Black spirit
12. On the Elysian fields

Valdrin – Effigy of nightmares

Effigy of nightmares” is de derde langspeler op rij voor het Amerikaanse Valdrin, een band die al een decennium lang aan de weg timmert en ervoor een kleine drie jaar actief was onder de noemer Dawn Of Wolves. Beide namen zeggen me niets, maar Blood Harvest is blijkbaar al voor de tweede keer overtuigd om hun plaatwerk op de oververzadigde markt te brengen. Inhoudelijk borduurt “Effigy of nightmares” verder op een soort horrorverhaal dat gestart werd op voorganger “Two carrion talismans“. We volgen Nex Animus, de antagonist van de zelf gecreëerde hoofdrolspeler Ausadjur Mythos uit de Orcus onderwereld, die door het nachtmerrieziekenhuis Hosptium Mortis waart, maar wat me verder geen moer interesseert. Het label beveelt deze plaat aan aan liefhebbers van Zweedse black à la Vinterland, Dawn en Sacramentum, maar wij horen vooral het Noorse Ancient ten tijde van “The Cainian chronicle” terug, te meer daar Valdrin toch wel wat gebruik maakt van toetsen en deze minder van belang zijn in de sound van de drie Zweedse referenties. De deuren van het horrorziekenhuis worden middels aanzwellende symfonische horrorklanken inclusief piano, strijkers en een fluisterstem geopend, om pas een goed half uur later terug te sluiten. Wanneer de inluidende klanken erop zitten, verwacht je een uitbarsting, maar “Exsanguination tunnels” start vreemd genoeg opnieuw met een korte intro. Zodra de zwartmetalen klanken prevaleren, hoor ik dus vooral een Ancient doorschemeren zowel qua productie, het toetsenwerk en de ietwat droge screams. Maar qua gitaarmelodieën geef ik toe dat een Zweedse insteek inderdaad niet ontkend worden. Diepe heldere narratieve vocalen beklemtonen des te meer dat er hier een verhaal verteld wordt. Valdrin maakt gretig gebruik van contrasten tussen verschroeiende agressie en atmosferische rust en betoverende melodieën versus brute kracht, maar (zoals bij veel symfonische bands) bevatten de toetsen voor mij persoonlijk soms een te hoog fantasy gehalte. Een nummer als “Red burning candles of hatred” focust gelukkig ook veel op gitaarriffs en daar horen we wel een blauwdruk van het latere Emperor of een Diabolical Masquerade in doorschemeren. In “Serpentine bloodhalls” wordt het roer omgegooid en zorgen betoverende orkestratie, griezelige synths, humeurige akoestische arpeggio’s en een onheilspellende proclamerende stem voor een mijmerend gevoel dat als stilte voor de storm dient die in “Basilisk of light“, een vrij heftig nummer inclusief gitaarsolo, terug uit de speakers knalt. “Down the oubliette Of maelstrom” is met acht en een halve minuut speeltijd de langste compositie van “Effigy of nightmares” en gebruikt die speelduur ook om een dynamisch horrorverhaal neer te zetten waarbij toetsen en gitaarriffs voortdurend met mekaar in de clinch gaan. Voilà, voldoende name dropping in deze review, dus als deze bands je aanspreken of je black metal met een zekere theatrale extravaganza wel smaakt, moet je “Effigy of nightmares” maar eens een luisterbeurt gunnen.

JOKKE: 79/100

Valdrin – Effigy of nightmares (Blood Harvest 2020)
1. Gates of hospice
2. Exsanguination tunnels
3. Red burning candles of hatred
4. Serpentine bloodhalls
5. Basilisk of light
6. Down the oubliette of maelstrom

Vaeok – Vaeok

Wanneer, na een sfeerscheppende inleidende passage, de eerste metalen tonen van “Terricula nox” uit de boxen schallen, dacht ik even met nieuw werk van Nightbringer te doen te hebben, want de snerpende gitaarriffs en Gollum-achtige vocalen klinken me bekend in de oren. Nu is dat op zich niet zo gek als we weten dat VJS (Sargeist, Kult ov Azazel, Adaestuo, Demoncy en dus ook Nightbringer), naast de mij onbekende M.S., één van de twee spilfiguren in deze nieuwe band is. Een verschil met Nightbringer is dat Vaeok kosmische toetsenpartijen aan haar atmosferische black toevoegt zonder écht symfonische paden te bewandelen. Denk aan een mix van enkele grootheden uit de jaren negentig zoals Emperor (de majestueuze toetsen) of Diabolical Masquerade (de vinnige agressie). Het tempo ligt regelmatig verschroeiend hoog, maar door een geslaagde productie van de Necromorbus Studio verzanden de flitsende passages nergens in een brij. Het tweede nummer, “Atrox“, bevat een melodieus refrein dat “Mother north’‘-gewijs in arena’s zou kunnen meegekeeld worden, maar iets zegt me dat Vaeok nooit zo’n grote band zal worden. Daar is de concurrentie tegenwoordig te moordend voor (waar ik absoluut niet mee wil zeggen dat dit geen kwalitatieve release is) en Vaeok’s muzikanten te integer. Sterke EP!

JOKKE: 81/100

Vaeok – Vaeok (World Terror Committee 2020)
1. Terricula nox
2. Atrox
3. Malaesthete
4. Souls void

Inferno – Gnosis kardias (of transcension and involution)

Sommige bands verleggen de klemtoon in hun thematiek doorheen de jaren. Zeker wanneer je – zoals in het geval van het Tsjechische Inferno – reeds meer dan twintig jaar op de teller hebt staan. Lange tijd werden hun – grotendeels in hun moedertaal gezongen – teksten op een heidense manier ingekleurd. Langzaamaan begon de focus zich echter te verleggen naar satanisme en occultisme en nam de kwaliteit van het muzikaal gebodene exponentieel toe vanaf de “Black devotion“-plaat, wat in 2013 leidde tot Inferno’s voorlopige hoogtepunt “Omniabscence filled by his greatness“. Ik schrijf met opzet “voorlopig” want het nagelnieuwe “Gnosis kardias (of transcension and involution)” weet de voorganger zelfs nog te overtreffen. Rots-in-de-infernale-branding Adramalech is er sinds de oerdagen van de band bij en heeft door de jaren heen een sterke line-up rond zich weten scharen die perfect weet hoe ze spannende, duivelse klanken uit hun instrumenten moeten persen. De sterke, zij het minder typische en herkenbare Necromorbus-productie, geeft de plaat bovendien een eigenzinnig en mysterieus karakter. Op “Gnosis kardias (of transcension and involution)” portretteert de band de doordringende grootheid van krachten die zowel van binnenuit als van buitenaf op het individu inwerken. De verkenning van de hoogten van spirituele extase, maar evengoed van de abyssale diepten van het onbewuste, wordt perfect getransponeerd naar de dynamische, magische muziek die veel verder gaat dan een zwartmetalen invalshoek. Zo bevat “The innermost disillusion” bij aanvang de nodige psychedelische elementen die over een furieuze black metal basis – inclusief sacrale zang die op sommige nummers mee vertolkt wordt door Acherontas opperhoofd Acherontas V. Priest – gedrapeerd zijn. Halverwege deze song maakt de verzengende agressie echter plaats voor een hypnotiserende kalmte waarbij een eerder sludgy gitaarriff en vergezellende baspuls een totaal ander karakter aan het nummer geven. Think Sunset In The 12th House. De diepe proclamerende vocalen aan het einde van de song doen me dan weer aan het legendarische Diabolical Masquerade denken. Het inbouwen van progressieve partijen, die de dialoog aangaan met meer rechtoe-rechtaan stukken, spant de spanningsboog tot het uiterste op. Zo klinkt Inferno tijdens de rockende riffs in “Upheaval of silence” opnieuw enkele seconden als het zijproject van enkele Dordeduh leden (niet toevallig ook een band die Oost-Europese invloeen in haar muziek verwerkt) om de rest van de song toch voornamelijk zwartgeblakerde razernij tentoon te spreiden. Tijd om in te dutten tijdens de lange nummers is er met andere woorden niet. Aan het einde van “Abysmal cacophony” meen ik zelfs enige Oosters aandoende, orchestrale elementen waar te nemen. Het knappe aan “Ω ≻ 1 (oscillation in timelessness)” is dat grotendeels trage gitaarpartijen door hypersnelle drums ondersteund worden, vooraleer ook deze song zich even later aan occulte ambient en drone waagt om tenslotte in een oriëntaalse apotheose uit te monden. Die Oosterse invalshoek vinden we natuurlijk ook bij landgenoten Cult Of Fire terug, hoewel die nog een stapje verder gaan in hun adoratie voor India. “Gate-eye of fractal spiral” klokt op meer dan tien minuten af en manifesteert een laatste keer een allegaartje aan black metal, psychedelica, Oosterse sfeer, transcendentale ritmiek en symfonische grandeur. Wat zeker niet onvermeld mag blijven is het fe-no-me-na-le artwork van Jose Gabriel Alegría Sabogal, dat bijna onovertrefbaar lijkt qua details en symboliek. Het lijkt wel een deel van één of andere imposante plafondschildering te zijn. Aan de superlatieven die ik gebruik, merken jullie dat ik danig onder de indruk ben van deze zevende langspeler van Inferno. Het wordt hoogtijd dat ik ze ook live eens onderga.

JOKKE: 91/100

Inferno – Gnosis kardias (of transcension and involution) (World Terror Committee 2017)
1. The innermost disillusion
2. Abysmal cacophony
3. Upheaval of silence
4. Ω ≻ 1 (oscillation in timelessness)
5. Gate-eye of fractal spiral
6. Orison for the baneful serpent

Leviathan – Scar sighted

Jef Whitehead hoort zeker thuis in het rijtje van beruchte en illustere (black) metal figuren. De controversiële Amerikaan is al meermaals met het gerecht in aanraking gekomen o.a. voor seksuele aanranding en huishoudelijk geweld. Deze, breed in de media uitgesmeerde vuile was resulteerde in het album “True traitor, true hore” (ik moet hier geen tekeningetje bij maken om je te vertellen aan wie dit album gericht was). De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik zijn solo band Leviathan natuurlijk wel kende, en links of rechts wel eens wat songs heb beluisterd, maar echt onder de indruk van ’s mans werk was ik nooit (hoewel er op de “Verrater” compilatie wel een paar vree wijze songs staan). Ook na het zien van de driedelige “One man metal” documentaire (die ook de clowneske einzelgängers Xasthur en Striborg volgde) bleek dat Wrest een naargeestig individu is, nog steeds worstelend met zichzelf en de fucked up world rondom hem. De veelbesproken Decibel cover waarop hij met zijn zoon poseert en het recente interview met Noisey, trokken echter mijn aandacht en besloten om zijn nieuwste plaat “Scar sighted” toch maar eens deftig te checken. Na een duistere intro dringen de verwrongen riffs van “The smoke of their torment” je hersenpan binnen. Dit is wel wat andere koek dan wat ik van Wrest gewoon was.  Doordat de beste man terug de liefde van zijn leven gevonden heeft en het vaderschap zijn volle aandacht vraagt, verwacht je als luisteraar misschien een toegankelijker album. No way José! De rauwe black metal heeft met momenten (en voornamelijk in de twee openingstracks) dan wel plaats geruimd voor een veel warmer death metal georiënteerd basisgeluid (think The Ruins Of Beverast), de smeltkroes van Deathspell Omega/Blut Aus Nord dissonantie en trippende rituele ambient blijven voor een behoorlijk onbehaaglijk gevoel en destructief sfeertje zorgen. Voor de vocale aanpak hanteert Wrest nog wel de rauwe zwartmetalen salpetervocalen, die afgewisseld worden met een diepe vervormde stem (en me dikwijls doet denken aan zo’n kermisattractie lokstem). In “Gardens of coprolite” gaat het er bij momenten heel DSO jazzy aan toe. Een verre van gemakkelijke song die na ettelijke luisterbeurten wel tot één van de hoogtepunten van de plaat uitgegroeid is. De eindeloze gelaagdheid van de nummers, het grillige verloop van de songstructuren en de in een wazige mist verstopte details maken van deze plaat een vette kluif voor wie geen hapklare brok extreme metal zoekt. De psychedelische madness van “A veil is lifted” zou zo van de “Instinct: Decay” plaat van landgenoot Nachtmystium kunnen komen en in de titelsong, waarin Whitehead het experiment nog verder doordrijft, wordt de link met het ter zielen gegane Twilight natuurlijk snel gelegd. Ook hier doemt The Ruins Of Beverast als referentiepunt op en doen de diepe verhalende vocalen me soms aan Diabolical Masquerade denken. Zonder de meer dan dertig releases van Leviathan allen gehoord te hebben, ga ik er prat op dat geen enkel van voorgaande albums zo’n emotionele impact op mij zal hebben als deze “Scar sighted”. Ik ben nu al benieuwd of Wrest de ingeslagen weg op volgende albums verder gaat zetten, maar in tussentijd ga ik nog verder op zoek naar de donkere geheimen van deze plaat.

JOKKE: 84/100

Leviathan – Scar sighted (Profound Lore Records 2015)
1. –
2. The smoke of their torment
3. Dawn vibration
4. Gardens of coprolite
5. Wicked fields of calm
6. Within thrall
7. A veil is lifted
8. Scar sighted
9. All tongues toward
10. Aphōnos