funeral mist

Drastus – La croix de sang

Wanneer Norma Evangelium Diaboli iets nieuws uitbrengt, ben ik er altijd als de kippen bij want met bands als o.a. Deathspell Omega, Katharsis, Funeral Mist, Antaeus, Teitanblood en Sorhin hebben ze de crème de la crème van de black metal-scene in hun rangen. Deze keer heeft het label haar schouders gezet onder het tweede album van Drastus, een veredeld éénmansproject waarbij aldoener Drastus zich enkel voor het inmeppen van de drums liet bijstaan door Sad die reeds de vellen geselde bij o.a. Cantus Bestiae, S.V.E.S.T. en Chemin de Haine. De bandnaam deed niet meteen een belletje rinkelen en bij nader onderzoek leek Drastus de voorbije jaren ook niet zo actief te zijn geweest. Op twee EP’s na (“Serpent’s chalice – Materia prima” uit 2009 en “Taphos” uit 2006) moeten we al veertien jaar terug de tijd induiken voor debuut “Roars from the old serpent’s paradise“. Op “La croix de sang” presenteert Drastus ons een geluid dat duidelijk geënt is op haar vaderlandse black metal-scene want invloeden van Antaeus en Aosoth zijn overduidelijk hoorbaar: een radicale en gewelddadige vorm van black metal dus waarbij het spervuur aan vlammende riffs door de ene na de andere blastpartij voortgestuwd wordt. Er zit bij momenten een machinaal en militaristisch kantje aan de muziek zodat de latere Mayhem ook als referentie kan aangehaald worden. De grommende hese screams klinken overtuigend maar laten aanvankelijk weinig afwisseling horen. De muziek op het eerste gehoor ook niet, maar gelukkig wordt er toch de nodige aandacht aan dynamiek geschonken want het bijna negen minuten durende “Crawling fire” verkent tussen de blastsalvo’s ook mysterieuze atmosferische oorden waarbij cleane gezangen een sacrale sfeer creëren. De heldere zang eist in het mid-tempo “The crown of death” een nog grotere rol op en brengt meer variatie in het vocaal klankenpallet. Naar het einde van de plaat toe, komt de nadruk opnieuw meer op agressie te liggen maar de Attila-achtige vocalen in “Occisor” doen het nummer ook in een occulte sfeer baden. “La croix de sang” is een beestige plaat voor liefhebbers van de reeds aangehaalde bands. De invloeden vallen niet te ontkennen, maar Drastus heeft met de gekende ingrediënten toch een erg onderhoudende plaat weten schrijven die het spannendst klinkt wanneer mysterieuze paden bewandeld worden.

JOKKE: 80/100

Drastus – La croix de sang (Norma Evangelium Diaboli 2019)
1. Nihil sine polum
2. Ashura
3. Crawling fire
4. The crown of death
5. Hermetic silence
6. Occisor
7. Constrictor Torrents

Groza – Unified in void

Groza. Meer dan dat woord heb ik hoogstwaarschijnlijk niet nodig om de geest van menig lezer met een vleug nostalgie en affectie te laten terugblikken op de eerste echte langspeler van Mgła. Echter zou een review van dat album nogal laattijdig zijn, dus dissecteren we hier het debuut van de gelijknamige Duitse band. Met “Unified in void” stappen de heren helaas mee in de trend om een release van minder dan een half uur toch een full length te noemen, maar zo’n schoonheidsfoutje kunnen we door de vingers zien. Op naar de muziek dus! Vol goede moed werd de startknop ingedrukt, en vanaf de eerste noot valt op dat niet enkel de bandnaam van de Poolse meesters werd overgenomen. Letterlijk alles aan dit werk schreeuwt Mgła en Groza doet geen enkele moeite dit te verbergen. De anonieme (hoe kan het ook anders?) drummer doet erg zijn best de karakteristieke ride-patronen van Darkside na te apen maar slaagt er maar half in, en ook het twin-gitaarspel waarmee de Polen naam hebben gemaakt is terug te vinden. Het gaat zelfs zo ver dat in “Thanatos” een riff te bespeuren valt die bijna letterlijk copy-paste is van “Exercises in futility I”. Het punt waarop de Duitsers dan toch enige vorm van originele insteek in hun muziek proberen te steken zijn de vocals, die vaak afglijden richting diepere grunts – maar hier komt de naam Uada dan weer bovendrijven. Ook de productie met sterke focus op de basgitaar horen we terug bij de laatstgenoemden, en dan heb ik het nog niet over de wel erg gelijkaardige bandfoto’s gehad. Wat het plaatje echter helemaal compleet maakt is dat het artwork een bijna exacte kopie is van “Hekatomb”, het laatste uitbraaksel van Funeral Mist: dezelfde cirkel bomen, met exact dezelfde plaatsing van het logo. Uiteraard dient na deze tirade de bemerking gemaakt te worden dat elke band de mosterd en inspiratie wel van ergens haalt, maar in dit geval gaat het niet meer om inspiratie maar om knip- en plakwerk. Hoewel Jokke lovend was over Uada’s “Cult of a dying sun” vond ik dat album al een ongeïnspireerde Mgła- en Dissectionkloon, maar Groza tart de verbeelding en brengt de overtreffende trap van schaamteloos pikken uit. Waarom een vrij gewaardeerd label als Art of Propaganda Records deze band heeft getekend blijft me een raadsel. Heb ik dan helemaal niets positief te zeggen over “Unified in void”, hoor ik u vragen? Jawel: deze band gaan zodanig schaamteloos met het concept ‘artistieke integriteit’ om waardoor ze hopelijk, waarschijnlijk, even snel terug van de aardbol zullen verdwijnen als dat ze ten tonele zijn gekomen. Ze zouden moeten beschaamd zijn.

CAS: 5/100

Groza – Unified in void (Art Of Propaganda Records 2018)
1. Unified In Void
2. Ouroboros
3. Amongst the Worms
4. Unworthy
5. Thanatos

Funeral Mist – Hekatomb

Eerder dit jaar kregen we een nieuw album van Marduk voor de kiezen – eentje dat mij persoonlijk niet in de minste mate kon bekoren. Onverwacht kondigde het toonaangevende Norma Envangelium Diaboli in dezelfde periode dan zonder veel boe of ba “Hekatomb” aan. Naast het non-stop touren met Marduk moet frontman Mortuus (hier onder het pseudoniem Arioch) ergens de tijd hebben gevonden om negen jaar na het gerevereerde “Maranatha” een nieuw hoofdstuk te breien aan de discografie van Funeral Mist, waarmee hij middels het uit 2003 afkomstige “Salvation” mee aan de wieg stond van de orthodoxe black metal. Hype en enthousiasme alom! “Hekatomb” is voorzien van oersaai artwork – foto’s van een bos zijn achterhaald en bovendien al beter uitgevoerd (en dan denk ik bijvoorbeeld aan het artwork van de laatste Cosmic Church). Gelukkig is de muziek die de Zweed maakt dat niet. Zo brengt Funeral Mist ons naar goede gewoonte opnieuw een album dat tot de nok toe vol zit met blastbeats en waarop zelden gas wordt teruggenomen. Echter is er iets meer ruimte gelaten voor wat geëxperimenteer, iets wat hem niet altijd even goed afgaat. Zo lijken de eerste riffs van opener “In nomine domini” niet in het plaatje te passen. Het is eigenlijk pas met “Cockatrice” dat we een nummer te horen krijgen dat waarlijk fantastisch is en dat me meteen zin doet krijgen om de rest van de discografie terug op repeat te zetten. Ook al is de Burzum-esque ambient passage in het midden van de song misschien wat overbodig, toch weet Arioch hier enkele meesterlijke, melodische riffs uit zijn mouw te schudden. “Metamorphosis” teert dan iets verder op trage tot mid-tempo Marduk nummers, en voorziet met epische achtergrondzang een eerste relatief rustpunt op het album, dat misschien iets te eentonig aandoet. Nadien wordt het gaspedaal weer volledig ingedrukt: Marduk-oudgediende Lars Broddesson neemt trouwens de rol van vellenmepper op zich en doet dit met verve. Wat ook vanaf de eerste noot opvalt is dat Ariochs zang veel veelzijdiger en dynamischer is dan de nogal ééndimensionale kreten die hij op Marduks “Viktoria” slaakt – de man is de kunst nog niet verleerd, ondanks dat de Marduk-telg het tegendeel deed vermoeden. Zoals gewoonlijk bij Funeral Mist zit ook de productie terug snor, waarbij vooral de zeer heldere gitaarsound opvalt. Met “Hekatomb” levert Funeral Mist opnieuw (en zoals verwacht) een zeer degelijk werk af, waarbij helaas nog enkele losse eindjes te bespeuren vallen. De razernij, blasfemie en muzikale variatie zijn nog steeds aanwezig. Echter kan ik me niet van de indruk ontdoen dat er meer uit dit album kon worden gehaald. Alles doet wat gestroomlijnder aan dan op eerder materiaal het geval was, alsof wat op veilig wordt gespeeld. Overtuigen doet Funeral Mist zeker, maar “Hekatomb” haalt helaas het torenhoge niveau van “Salvation” en “Maranatha” niet, en ondanks enkele fantastische songs lijkt het feit dat vaak luidkeels wordt geroepen dat dit één van de beste black metal albums ooit zou zijn me toch ferm overdreven. Nuja, met elk album opnieuw een baanbrekend werk uitbrengen is sowieso al een moeilijke opgave, niet?

CAS: 83/100

Funeral Mist – Hekatomb (Norma Evangelium Diaboli 2018)
1. In nomine domini
2. Naught but death
3. Shedding skin
4. Cockatrice
5. Metamorphosis
6. Within the without
8. Hosanna
9. Pallor Mortis

Fides Inversa – Mysterium tremendum et fascinans

Fides Inversa, na schone dames het beste exportproduct uit de Laars. Een half decennium geleden zag “Hanc aciem sola retundit virtus” het levenslicht en de band already had me with hello. Destijds speelde ik de plaat ontelbare keren en het frostbitten Limburgse winter landschap van toen staat voor eeuwig gelinkt aan de Italianen. Fides Inversa zat, kort door de bocht genomen, ergens tussen Watain en Deathspell Omega in. Maar dan beter. Vijf jaar lang hebben we moeten wachten op opvolger “Mysterium tremendum et fascinans“. Vijf jaar lang lang heb ik hun aan hun oren gezaagd om te vragen waar die nieuwe plaat bleef. Werd het wachten beloond? Ja. En neen. Zonder twijfel gaat “Mysterium tremendum et fascinans” knalhard, maar hij tipt niet aan het debuut. Doch, mijn beste Gionata is een machine! Er is echt wel een reden waarom deze rasmuzikant speelt (of speelde) bij Enthroned, Glorior Belli, Frostmoon Eclipse, Acherontas, Blut Aus Nord en een honderdtal andere bands. Beeld je daarbij in dat hij ook de zang voor zijn rekening neemt. Klasse! Onmiddellijk moet ik dan ook denken aan andere zingende drummers, zoals bij Infinity en Absu. En dat is nog niet eens zo een gek idee, want daar ook de Hollanders een lichte Texaanse invloed kende op hun laatste, heeft ook Fides Inversa’s nieuweling een thrashy tintje, zoals in nummer “IV” en “VI” (“because the band apparently used up its whole vocabulary with the album title” las ik ergens). Nummer “V” is dan weer lekker traag en dissonant zoals enkel Deathspell Omega (goed geluisterd naar “Si monumentum“, gasten) dat kan. Voeg daarbij nog een vleugje Funeral Mist en het recept is gereed. Bijna,… Net zoals op het debuut worden klassieke intermezzo’s niet geschuwd. De heerlijke Gregoriaanse gezangen in “VI“, het bombastische einde van “V“,… Maar zoals eerder geschreven: “Mysterium tremendum et fascinans” haalt het niet van zijn voorganger, ook al liggen ze absoluut niet ver uit mekaar. Alleen, het debuut kent meer furie, meer diabolische zang en het bevat simpelweg meer sterkere composities. Desalniettemin steekt Fides Inversa met kop en schouders uit boven de middelmaat! Religieuze (quoi?) black metal ten voeten uit!

Flp: 83/100

Fides Inversa – Mysterium tremendum et fascinans (W.T.C. 2014)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI
7. VII

Mgla – With hearts toward none

We hebben er vier jaren op moeten wachten, maar hij is er! De nieuwste van Mgla wordt in alle furie op de mensheid losgelaten en we zullen het geweten hebben. Polens beste exportproduct heeft slechts enkele noten nodig om te weten dat het menens is – Soms tergend snel, soms wat trager. De eerste seconden van “With hearts toward none” grijpen onmiddellijk terug naar het in 2008 verschenen “Groza” en heel het album gaat verder op hetzelfde elan. Sleutelwoorden zijn: orthodox, afgewerkt en hypnotiserend. Orthodox, omdat Mgla het soort religieuze black metal brengt wat onder die noemer valt. Afgewerkt, omdat de productie staat als een huis. Menig black metal puristen zullen deze plaat te afgelikt vinden klinken, terwijl niet-ingewijden steevast zullen klagen over de slechte sound. Maar laat er geen twijfel over bestaan; “With hearts toward none” klinkt zoals een black metal plaat moet klinken: sfeervol, duister, zeker niet te gepolijst en nog minder als een afgedankte stofzuiger. Het derde trefwoord, hypnotiserend, weegt het zwaarste door. De uitgesponnen melodieën blijven maar doorgaan en onbewust creëren ze een soort trance. Voor de ongelovigen; zet nummer drie (naar Mgla-traditie geen titels, enkel nummers) maar op repeat en we spreken elkander nadien weer. Net zoals voordien kan gezegd worden dat Mgla klinkt als een traditionele black metal band. Maar een geoefend oor hoort toch dat er meer achter zit. In feite snijdt “With hearts toward none” een relatief onontgonnen aspect aan in een toch wel erg verzadigde scene. M.’s andere band Kriegsmaschine kan de boeken beter dichtdoen want dit niveau halen ze niet. Vergeet Behemoth en Hate, Polen heeft zoveel beters in de aanbieding!

fLP: 92/100

Mgla – With hearts toward none (Northern Heritage 2012)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI
7. VII