galg

Knoest – Dag

Het stopt écht niet bij onze noorderburen hé. 2018 was een knaljaar voor de NLBM-scene en 2019 lijkt ook weer goed op weg te zijn om voor een groot stuk gekaapt te worden door releases van bestaande en nieuwe Nederlandse spelers. Een neofiet in de scene is Knoest hoewel het trio reeds een heus palmares aan activiteiten in andere bands kan voorleggen. Drummer Mink Koops kennen we als vellenmepper van Fluisteraars, Galg, Nusquama en Solar Temple en de unieke strot van frontman Joris hoorden we in het verleden reeds schallen bij Wederganger, :Nodfyr: en Heidevolk. Op gitaar treffen we Harold aan, die reeds ervaring opdeed bij Mondvolland en Bottenkoning. Knoest is het resultaat van een mooie bromance tussen drie kerels uit Gelderland. Een gedeelde passie voor de natuur en omgeving van Nederland’s grootste provincie vormde de voedingsbodem voor hun debuutplaat. Trek- en rijtochten doorheen Gelderland in de ochtend, de middag, de avond en de nacht resulteerden in het toepasselijk getitelde “Dag“. De unieke diepe heldere vocalen van Joris trekken van meet af aan de aandacht maar staan wel iets te ver vooraan in de mix wat bij opener “De ochtend” zelfs wat storend is. De riffs die Harold uit zijn gitaar tovert schipperen tussen weids meanderende melancholische klanken en meer rechttoe rechtaan black metal riffs of rockgetinte passages. Het spanningsveld tussen de guur klinkende zwartmetalen riffs en de ietwat genrevreemde vocale aanpak levert soms mooie contrasten op die in het toegankelijke startende “De avond” wondermooi samengaan, maar honderd procent overtuigd zijn we nog niet. Daar waar de plechtstatige gezangen van Joris bij Wederganger afgewisseld werden met krijszang, blijft die aanpak hier achterwege waardoor de zang een love it or hate it ding wordt. In het bijna twaalf minuten durende “De nacht” lijken de muzikanten bij momenten bezeten te zijn door de volle maan die door de bladerhemel in de Gelderse bossen schijnt en wordt het onderste uit de kan gehaald middels energieke en overstuurde uithalen op gitaar en drum. Maar evengoed schakelt Knoest even later op een akoestische passage over. Knoest is een band die op alle vlakken het contrast in haar muzikale landschap opzoekt, gaande van kabbelende akoestische passages tot stormende zwartgeblakerde watervallen, van brede laagvlaktes tot extreme pieken en dit alles overgoten met theatrale vocalen. Interessante eerste kennismaking die je kort door de band genomen kan omschrijven als een kruisbestuiving tussen Fluisteraars (muzikaal gezien) en :Nodfyr: (vocaal gezien, hoewel Joris bij Knoest eerder klassiek theatraal dan folky klinkt) maar het niveau van beide bands vooralsnog niet haalt.

JOKKE: 70/100

Knoest – Dag (Ván Records 2019)
1. De ochtend
2. De middag
3. De avond
4. De nacht

Solar Temple – Fertile descent

Met haar demo “Rays of brilliance” wist het Nederlandse Solar Temple het tot mijn eindejaarslijstje van 2017 te schoppen. De verwachtingen voor nieuw werk waren dus hooggespannen en worden amper een jaar later al ingelost middels de release van een volwaardig debuut. “Fertile descent” kent slechts twee tracks, maar die klokken gezamenlijk wel op vijfendertig minuten speeltijd af. De wervelende black van de demo is nog steeds aanwezig en aan het unieke riffwerk van “Those who dwell in the spiral dark” hoor je meteen dat O (Turia, Galg, Iskandr, Lubbert Das) de gitaar hier hanteert, bijgestaan door M op drums. O’s bezwerende en plechtstatige (meestal heldere) vocalen galmen doorheen de furieuze riffs als een lokstem die je doorheen de donkere, oude bossen van de Veluwe meevoert naar lang vervlogen tijden. Hoewel het doorsnee gevoel van black metal eerder koud en kil is, wasemt de muziek van Solar Temple toch ook een warme, uitnodigende echo uit. De band raast niet alleen als een wervelwind doorheen haar riffs, maar bouwt ook meer ingetogen, repetitieve en psychedelische partijen in waarbij orgelklanken bijdragen aan het begeesterend gevoel. Het gitaarwerk van “White jaw” knipoogt bij aanvang naar de melancholie en triomfantelijke insteek van de Oekraïense grootmeesters Drudkh, maar al gauw ontbloot het duo haar tanden met haar eigen intrigerende sound waarin allerlei bevreemdende kreten zich doorheen de psychedelische en denderende maalstroom aan riffs boren en subtiele verwrongen dissonantie zich Swans-gewijs manifesteert. Solar Temple laat haar muziek bovendien voldoende ademen en bouwt lange instrumentale passages in die eigenwijs verschillende richtingen uit meanderen en de luisteraar zo meenemen op een dromerige trip. Solar Temple slaat met haar debuut de nagel op de kop. Straffen toebak!

JOKKE: 91/100

Solar Temple – Fertile descent (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Those who dwell in the spiral dark
2. White jaw

Iskandr – Euprosopon

Het lijkt wel alsof alle muziek die de heer O aanraakt in goud verandert. We zijn immers al meermaals ferm onder de indruk geweest van zijn muzikale uitspattingen in onder andere Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Galg en ook Iskandr, waarmee de man nu een tweede langspeler aflevert. Deze komt er na het debuut “Heilig land” uit 2016 en de EP “Zon” die later dat jaar uitkwam. De nieuwe plaat kreeg de ietwat vreemde titel “Euprosopon” mee en verwijst naar de onmogelijkheden van de ideale man (“prosopon” betekent het aanzien of de gestalte van een mens en is afkomstig uit het Grieks waar het woord oorspronkelijk “gezicht” of “masker” betekende). Er is echter nood aan een nieuw soort heldendom binnen het werelds verval en de plaat wil een heroïsch en middeleeuws symbolisme opwekken bij de luisteraar. O geeft zelf aan dat Noorse klassiekers zoals “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades de voornaamste blauwdrukken voor Iskandr’s heidense black vormen. Drie platen die ik zelf ook met warme gevoelens onthaal, maar het is nu niet zo dat de invloeden er vingerdik opliggen. Het zijn eerder de strijdvaardige, heroïsche en triomfantelijke gevoelens van die albums die ook in de riffs, melodieën en strijdlustige zang van “Euprosopon” gecapteerd zijn. Bovendien zijn de vier lange composities complexer dan het oude werk en bevatten ze meer atmosferische elementen. Zo kent “Regnum” een meer timide akoestische passage die een heidens verlangen en terugkeer naar lang vervlogen tijden uitademt. Dit vormt een mooi contrast met de black metal passages. Ook het gebruik van koebellen en andere traditionele instrumenten in onder andere “Heriwalt” verrijkt de sound. Dit is echt een nummer dat de glorieuze oude Hades-dagen doet herleven terwijl de hoofdmelodie van “Verban” dan weer Drudkh uitademt en catchy klinkt. Nadat O in het verleden alle instrumenten zelf verzorgde, heeft hij nu in M. Koops van Fluisteraars een nieuwe strijdmakker gevonden voor de battle drums, wat op ritmisch vlak sterker uitpakt. Koops stond O tevens op productioneel vlak bij waardoor de plaat meer open en natuurlijk klinkt. De ambities van Iskandr reiken ver en met “Euprosopon” slagen ze erin om de verwachtingen meer dan waar te maken.

JOKKE: 86/100

Iskandr – Euprosopon (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Vlakte
2. Regnum
3. Verban
4. Heriwalt

Turia – Dede kondre

We zijn midden januari en Turia opent haar tweede – mysterieus getitelde – langspeler “Dede kondre” (Surinaams voor “land van de doden”) met de titeltrack die meteen aast op een plaatsje in mijn “songs-van-het-jaar-lijstje” dat binnen elf maanden zal verschijnen. De hypnotiserende riffs van O (Galg, Iskandr, Lubbert Das) zwellen gemoedelijk uit hun feedback aan totdat drummer J zijn simpele maar effectieve groove inzet en T met haar ijle, pakkende screams de koude rillingen over mijn rug doet lopen…goed voor zeven minuten pure gitzwarte zelfexpressie.  Ook “Een poort van takken en loof” weet met dezelfde basisingrediënten een innemende song neer te zetten waar de geest van een Ash Borer nog wel doorheen waait, hoewel Turia toch steeds meer een eigen draai aan haar atmosferische muziek heeft weten geven. Zo valt “Houten tempel” positief op door de cleane gezangen aan het begin van de song en domineren slepende doomritmes met melodieuze uitwaaiers over de black metal aggressie om uiteindelijk te stranden in akoestische gitaren en noise. En halverwege “Waterzucht” menen mijn aandachtige oren zelfs een mondmuziekske waar te nemen. Positief is dat de vrij uitgesponnen songs – opgebouwd uit nochtans repetitieve drum- en gitaarpartijen – nergens lang aanvoelen en voorbij zijn voor je het weet. Eindigen doet Turia met het tergend trage, getormenteerd klinkende “De toorn der goden” dat op je gemoed inhakt zoals de regering op onze levensstandaard en je leeg en verweesd achterlaat eens ook hier de akoestische klanken en noise weggeëbd zijn. Over eersteling “Dor” was ik al lovend, maar op deze opvolger heeft het trio zich nog weten overtreffen. Zoals met de voorganger het geval was staat hun eigen Haeresis Noviomagi label in voor een gelimiteerde run op cassette en zal het Portugese Altare Productions de vinylrelease op zich nemen. Snel handelen zal de boodschap zijn!

JOKKE: 90/100

Turia – Dede kondre (Altare Productions/Haeresis Noviomagi 2017)
1. Dede kondre
2. Een poort van takken en loof
3. De houten tempel
4. Waterzucht
5. De toorn der goden

Iskandr – Heilig land

Niet alleen het noodweer van de voorbije weken creëerde modderstromen waar het moeilijk aan ontkomen was. Ook de zwartmetalen maalstroom die zich van bij onze noorderburen een weg baant doorheen de Lage Landen, maakt de nodige slachtoffers. Zandzakjes zijn niet opgewassen tegen deze – als het ware – NWODBM. In de diepste krochten van hun enerzijds vruchtbare, anderzijds verrotte ondergrond schuilt het Haeresis Noviomagi label dat in alle obscuriteit enkele interessante titels op cassette – zij het in sterk gelimiteerde oplages – uitbrengt. Eén van de vier individuen achter het label en enkele van hun releases is meneer O, die opduikt bij onder andere Galg, Lubbert Das en Turia en nu met Iskandr opnieuw zwaar geschut op ons afvuurt. De term “iskandr” verwijst immers naar een Russische ballistische raket, hoewel het eveneens de Oosterse naamgeving voor Alexander De Grote is. Daar ik geen oorlogsverheerlijking bespeur, maar de vier songs handelen over donkere middeleeuwse atmosferen, een melancholisch verlangen en vorstelijke triomfen, lijkt de tweede verklaring voor de bandnaam aannemelijker. De veertig minuten die “Heilig land” opeisen zijn er waarbij je bevangen wordt in een bedwelmend net van zich traag voortslepende doomy black metal met suïcidale screams en repetitieve snellere uitbarstingen. Wanneer de voet op het gaspedaal gaat, loeren Ash Borer en Fell Voices doorheen het donkere struikgewas en wijkt het totaalplaatje amper een duimbreed af van het lichtjes fenomenale Turia. Begin nu niet te zeurenpieten over wat dan het bestaansrecht van Iskandr kan zijn, want de meerwaarde van deze laatste vinden we voornamelijk terug in de afwisseling tussen de repetitieve knuppeltranscendentie en het tragere doomy werk. De akkoordenprogressies in “Galgenveld” zijn van Oost-Europese inslag en dan voornamelijk Oekraïne, want de geest van grootmeesters Drudkh waart overduidelijk rond over deze afschrikwekkende executiepleinen. In de claustrofobische waanzin die we te verwerken krijgen, slaagt de basgitaar er toch in om de aandacht op te eisen. Voornamelijk in “Bottendael” zorgen de trage maar lage baspulsen voor een doomdenderende puls. De aftrap van “Wolfskuil” bevat dan weer die huiveringwekkende grandeur die een Fell Voices, Ash Borer of Vanum ook weten op te wekken met hun ijskoude riffwerk. Iskandr levert met “Heilig land” opnieuw een schot in de zwarte roos af en verdient het om bij meer dan vijfenvijftig gelukkige bezitters van een cassettedek terecht te komen.

JOKKE: 83/100

Iskandr – Heilig land (Haeresis Noviomagi 2016)
1. Berg en dal
2. Galgenveld
3. Bottendael
4. Wolfskuil

 

Turia – Dor

Hoewel “Dor” van het Nederlandse Turia reeds in november vorig jaar het levenslicht zag, neem ik toch nog even de moeite om deze vijf maanden later onder jullie aandacht te brengen, want dit moet zo ongeveer het beste debuut zijn dat ik het afgelopen jaar te horen kreeg. De Amsterdamse/Nijmeegse band werd in 2014 opgericht en bestaat uit het trio J (drums), T (vocalen) en O (gitaar) waarbij deze laatste ook actief is in Galg en Lubbert Das, tevens twee veelbelovende Nederlandse acts. Ik vraag mij naderhand af wat er bij onze noorderburen wel niet in het leidingwater moet zitten, want de prachtreleases die het afgelopen jaar op ons werden afgevuurd, zijn naderhand nog amper bij te houden. Jawaddedadde! Qua titel slaat “Dor” de nagel op de kop want we mogen veertig minuten lang vier uitgestrekte en uitgesponnen, doch uitzichtloze, dorre en van-alle-franjes-ontdane atmosferische black metal landschappen doorkruisen. Liefhebbers van Ash Borer (waar blijft die nieuwe plaat?), Fell Voices (waar blijft die nieuwe plaat?), Wolves In The Throne Room (waar blijft die nieuwe plaat?) of ons eigenste Wiegedood (waar blijft die nieuwe plaat?) zullen hier watertandend hun gebit op kapot bijten, want in afwachting van nieuwe releases van deze bands, ga je je met deze eerste van Turia absoluut niet vervelen. “Behoudenis” brengt mij vanaf de eerste seconde in vervoering met zijn repetitieve drumslachtingen, transcenderende riffstructuren en wanhopige echoënde oerschreeuwen. In “Ascese” wordt dit nog eens allemaal netjes overgedaan en hoewel deze song in het begin weinig lijkt af te wijken van de opener, kan het mij geen bal schelen want opnieuw is het volledig opgaan in de opgetrokken muur van grootse desolaatheid en het weidse spectrum aan gevoelens zoals hopeloosheid, eenzaamheid, uitzichtloosheid en nietigheid van de mens tegenover de kosmos. Naarmate dit nummer vordert, zakt het tempo totdat we bij “Zuiverheid” aanbelanden en het trio laat zien ook middels mid-tempo werk onze aandacht te kunnen vastklampen om slechts aan het einde van deze tien-minuten-durende track terug het gaspedaal in te duwen. Met het angstvallige “Halsstarrig de dood tegemoet” dat uitmondt in beklijvende ambient akoestiek, krijgen we een laatste pandoering van jewelste. Voor een cassetterelease is de productie fenomenaal als je natuurlijk het rauwe en (h)eerlijke karakter van de muziek in beschouwing neemt en daar komt nog eens bij dat de songs live ingespeeld werden. Zoals het het repetitieve karakter van deze muziek betaamt, staat deze hier de laatste dagen onafgebroken op repeat. Via het Portugese Altera Productions zou de vinylversie van deze underground parel in de maak zijn en ook Lubbert Das is bezig aan een volwaardige langspeler die via de gerenommeerde labels Amor Fati en Fallen Empire Records zou moeten verschijnen! Interessante vooruitzichten!

JOKKE: 87/100

Turia – Dor (Haeresis Noviomagi 2015)
1. Behoudenis
2. Ascese
3. Zuiverheid
4. Halsstarrig de dood tegemoet

Lubbert Das – Deluge

Welke bacterie er in de kaasbollen bij onze Noorderburen zit weet ik niet, maar dat de black metal scene daar momenteel overactief is, is nog een understatement. De band met het hoogste underground gehalte is hoogstwaarschijnlijk dit Lubbert Das, een trio uit Nijmegen waarvan de bassist ook bij Galg de snaren misbruikt. De bandnaam is ontleend aan het schilderij “De keisnijding” van de Zuid-Nederlandse schilder Jheronimus Bosch, waarop een keisnijder te zien is. Deze verzonnen kwakzalver buitte de domheid uit van de eveneens verzonnen sukkel Lubbert Das, door hem wijs te maken dat hij van zijn domheid kon genezen door een kei uit zijn hoofd te halen (of in dit geval een bloem) wat symbool staat voor genezing van waanzin of dwaasheid. Interessant! Met “deluge” hebben ze nu een tweede demo uitgepoept na “Keye” uit 2013, opnieuw enkel op cassette als fysieke muziekdrager. De twee songs klokken netjes op vijfentwintig minuten af en weten beter te overtuigen dan de eerste demo. Hoewel nog steeds een charmant undergound karakter bezittend, zijn de nieuwe songs minder primitief, beter uitgewerkt en pakkender. Vooral door de langere speelduur krijgt de old school black metal de tijd om zijn weg te zoeken doorheen de atmosfeer. Hoewel de sound een tikkeltje dof klinkt, past dit natuurlijk wel bij de sfeer die de band wil oproepen en vervalt de herrie niet in hersenloos geruis. Wanneer de band de zaken iets atmosferischer aanpakt in “Forlorn ages” komt de cascadian scene om de hoek piepen (denk aan een Ash Borer). Veelbelovend en eentje om in ’t oog te houden. Wie niet over een cassettedeck beschikt, kan de demo downloaden via hun bandcamp: https://lubbertdas.bandcamp.com/

JOKKE: 77/100

Lubbert Das – Deluge (Haeresis Noviomagi 2015)

1. Stone, God’s blood
2. Forlorn ages