gothrock

Ultha – Floors of heaven

Ultha’s statement over het einde van de band heeft bij ondergetekende eigenlijk van in den beginne in de schemerzone rond gezweefd. Muziek is immers therapie voor deze gasten (en dan vooral voor gitarist/songschrijver Ralph Schmidt), dus het was enkel een kwestie van tijd vooraleer het Duitse vijftal opnieuw van zich zou laten horen. Enter: COVID-19 en de daaropvolgende isolatieperiode; Exit: “Floors of heaven“, een nieuwe twee songs tellende 7 inch EP die haast even snel weer verdwenen was van de zwarte markt als dat ie erop verscheen. Dit analoge medium heeft natuurlijk enkele beperkingen, de voornaamste qua speelduur wat betekent dat Ultha zijn melancholische blackmetalklanken hier in een compacter jasje moet steken. “Forever always comes to an end” bevat inderdaad alle typerende Ultha ingrediënten: ijle screams, bijtende riffs, ijselijke keyboardtonen, repetitief drumwerk en subtiele gothrock gitaarlijntjes, maar dan in een song gepropt die onder de vijf minuten afklokt. Geslaagde stijloefening. “To the other shore of the night” laat een andere kant van het bandgeluid horen, maar klinkt niet zo vreemd als je Ultha’s vorige uitstapjes naar donkere new wave en gothrock reeds kent. Minder wanhoopskrijsen hier en vooral een diepe donkere stem die je mee de dieperik insleurt terwijl de muzikale ondertoon repetitief en bevreemdend is, maar dan toch plots tot een catharsis komt waarin echo’s van het geweldige Planks (Ralph’s oude band) doorschemeren. Hopelijk wordt die uitgestelde eenmalige reünie volgend jaar een feit jongens! De sombere, fatalistische en uitzichtloze kijk op de wereld is nog steeds present: “Forget everything and remember: As another passing phase on the way to the grave visions start to skew and life will always provide one last chance to get it all wrong.” horen we de mannen uiten. Het benadrukt nogmaals dat Ralph pas muziek kan maken als hij met zijn innerlijke demonen strijdt. Vandaar ook zijn samenwerking met “Me(n)tal Health“, een initiatief gericht op mensen die donkere muziek spelen en omgaan met de duisternis in ons allemaal. Het idee is om meer bekendheid te geven aan dergelijke onderwerpen bij de bredere (metal)muziekgemeenschap, om anderen te helpen zien dat ze niet alleen zijn en om individuele strategieën te tonen om met een last als deze ziekte om te gaan. Mooi initiatief! En nu hopen dat deze EP de weg plaveit voor een vierde langspeler.

JOKKE: 82/100

Ultha – Floors of heaven (Vendetta Records 2020)
1. Forever always comes to an end
2. To the other shore of the night

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

Grave Pleasures – Funeral party

Het kan soms hard gaan met een band. Neem nu het in 2010 door Mat “Kvohst” McNerney, Johan Snell, Valtteri Arino and Paile opgerichte Beastmilk. Met hun apocalyptische Finse death rock weten ze al snel talloze zieltjes voor zich te winnen en hun naam verspreidt zich razendsnel als een straal warme urine door een dik pak sneeuw. Na het succes van hun debuutplaat “Climax” staan de grote platenbonzen in rij om de gehypte Finnen in te lijven. De druk neemt toe en de band wordt een tikkende tijdbom wat resulteert in het vertrek van gitarist Johan “Goatspeed” Snell en drummer Paile. Met hen verdwijnt ook de naam Beastmilk en de achtergebleven leden maken een doorstart onder de naam Grave Pleasures, waarin de nieuwe gitaartandem Linnea Olsson (ex-The Oath) en Juho Vanhanen (Oranssi Pazuzu) evenals drummer Uno Bruniusson (ex-In Solitude) hun opwachting maken. In deze constellatie verschijnt in 2015 via Nuclear Blast het album “Dreamcrash” dat een deels ander geluid laat horen en hierdoor niet bij iedereen in goede aarde valt. Waar “Climax” bulkte van de opzwepende; dansbare goth rock oorwurmen, verkent de band nu meermaals rustigere meer rock-getinte wateren. In tussentijd werd opnieuw grote kuis in de line-up gehouden. Linnea en Uno vertrokken met de noorderzon en met het aantrekken van Kohu 63 gitarist Aleksi Kiiskilä en ex-Shining drummer Rainer Tuomikanto is de nieuwbakken line-up opnieuw voor de volle honderd procent in Finland gevestigd. In de vorm van de “Funeral party“seven inch – die via Mat’s eigen Secret Trees label verschijnt – laat Grave Pleasures nu een terugkeer naar de begindagen horen. Er wordt opnieuw op de apocalyps gesurft in twee songs waarin Mat zijn fascinatie voor het einde der tijden niet onder stoelen of banken steekt. Vooral “Deadenders” is met haar aanstekelijk jaren’80 surfritme een song waarvoor je je dansschoenen terug mag afstoffen. “Dance with the skeletons, there’s nothing left, dance with the skeletons, gasp for breath, raised up by the end, generation death, we’re dead ends, we’re dead ends.” Laten we dansen voordat de bom valt. De mensheid viert haar nihilisme terwijl ze als een zinkend schip ten onder gaat. In “Cold war funeral” lijken ze even van zichzelf te jatten om daarna eerder een mid-tempo doembeeld te schetsen van onze ondergang. Deze EP belooft het beste voor de later te verschijnen nieuwe langspeler. Laten we hopen dat die opnieuw gevuld is met catchy apocalyptische oorwurmen à la “Deadenders“.

JOKKE: 85/100

Grave Pleasures – Funeral party (Secret Trees 2016)
1. Deadenders
2. Cold war funeral