griekenland

Kosmovorous – Glorification sermons

In 2013 bedachten S. (bas) en Antinomos (gitaar) in Griekenland dat ze samen een occulte blackmetalband wilden starten. In 2015 kwam daar de Duitser Valkenstijn (Ysengrin onder anderen) bij als vocalist. Aan het eind van oktober kwam hun debuut EP “Glorification sermons” uit bij het Italiaanse I, Voidhanger Records. Deze EP bestaat uit twee nummers die beiden meer dan tien minuten klokken. Ik kan eigenlijk vrij kort zijn over de EP: het is een prima eerste release. De passie voor wat ze willen overbrengen is heel goed merkbaar en de productie is helder, maar niet steriel. Valkenstijn’s vocalen zijn gepast getormenteerd en gevarieerd. Muzikaal gezien is het een hele goede mix van up- en midtempo ritmes en dissonante melodieën. Hou je van Aosoth, Svartidau∂i, Verbum Verus, Barshasketh en anderen? Dan kan je deze zonder problemen aanschaffen. Ik kan hier ontzettend van genieten. Alleen nog een drummer om het nog iets meer organisch te laten klinken, dan zou het helemaal perfect zijn. De kracht van deze EP zit hem in de compactheid van de nummers, ondanks hun lengte. Het vliegt voorbij en je zet de EP graag nog eens op. En dat cover artwork: geweldig! Kom maar op met de eerste langspeler.

MISCHA: 79/100

Kosmovorous – Glorification sermons (I, Voidhanger Records, 2020)
1. Perilous flesh and the devouring Light
2. Flagellation litanies





Akantha – Gnothi seauton

Na het lezen van Rotting Christ’s biografie begon ik me meer en meer in de oude Griekse blackmetalscene te verdiepen, daar ik die destijds grotendeels links liet liggen. Stilaan geven bands als Rotting Chist, Varathron en Necromantia me hun geheimen prijs. Toen ik via New Era Productions Akantha voorgeschoteld kreeg en las dat de bandleden een Grieks paspoort bezitten, werd ik getriggerd om “Gnoti seauton“, de derde langspeler van het trio, onder de loep te nemen. Ik kwam echter bedrogen uit want met de typische Helleense sound heeft “My throne is the epicenter“, de opener van “Gnoti seauton” niet veel van doen. Geen mid-tempo gemusiceer en warmbloedige leads hier, maar furieuze Scandinavisch getinte black die aan een rotvaart voorbij dendert met vlijmscherpe stalagtieten die van de venijnige tremoloriffs druipen. Samen met verbeten screams vormt dit zes nummers en een dik half uur lang zo wat het scenario voor deze derde worp. Zanger/snarenplukker (zowel de dikke als de dunne) Athanasios Valeras en drummer Sakis Spiropoulos beheersen hun instrumenten meer dan naar behoren en voorzien met het mid-tempo “The mystical nyx” na twee nummers raggen en blazen een eerste rustpunt. Hoewel het verre van een slechte song is, ligt de kracht van deze Grieken toch eerder bij het wat vinniger en sneller spul, dat lijken ze na een viertal minuten zelf ook door te hebben. “Anaclisis of a threnody” hakt er dan ook opnieuw als een bezetene zwaar op in en het daaropvolgende “Chasm” moet er amper voor onderdoen. De zeven minuten durende afsluiter “Spiralling up the cosmos” laat het tempo opnieuw wat zakken maar maakt een betere beurt dan “The mystical nyx” doordat de riffs een zeker triomfantelijk gevoel weten op te wekken. De laatste twee minuten gaat de voet terug op het gaspedaal voor een zinderende blastfinale. Ondanks het feit dat de snellere stukken soms wat onderling inwisselbaar zijn, ligt hierin toch de kracht van de heren. De albumtitel staat dan ook voor “Ken uzelf”, het duizenden jaren oude motto van de Griekse wijsbegeerte, dat in marmer met gouden letters uitgebeiteld boven de ingang van de tempel van Apollo, ook wel het orakel van Delphi genaamd, prijkt, en door Sokrates als zijn lijfspreuk verkozen werd. De kunst van het leven dus, dat echter in schril contrast lijkt te staan met de lijkverbranding die we op de cover aantreffen. Weldra verschijnt er via Vendetta Records (CD en tape) en Not Kvlt Records (vinyl) ook nog een vierdelige split waarop naast Akantha ook hun landgenoten Sørgelig, de Duitse revelatie Nimbifer en het Bulgaarse Hajduk prijken.

JOKKE: 80/100

Akantha – Gnothi seauton (His Wounds/New Era Productions 2020)
1. My throne is the epicenter
2. Synergies (skepsis, logos, praxis)
3. The mystical nyx
4. Anaclisis of a threnody
5. Chasm
6. Spiralling up the cosmos

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old

De mythe van Prometheus verhaalt dat de mens er bij de toebedeling van gaven en vaardigheden door de Griekse goden maar bekaaid afkwam. Zowel op het vlak van de overlevingsinstincten als op het vlak van de natuurlijke verdedigingsmiddelen waren de andere levende wezens er veel beter aan toe. Uit liefde voor de mensheid stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden en schonk het aan de mensen. Hij leerde de mens er metaal mee te bewerken en leerde hun technische vaardigheden toe te eigenen. Het drietal Esophis (gitaar, bas, synths), Aggelos (zang) en Nodens (drums) werd op vlak van ‘metaalbewerking’ goed bedeeld want wat de heren op hun tweede langspeler “Resonant echoes from cosmos of old” laten horen, kan ons uitermate bekoren. Waarom het promopraatje de band als blackmetal labelt, ontging me aanvankelijk wel een beetje want de strot van Aggelos situeert zich in het openende “Gravitons passing through Yog-Sothoth” en het loodzware groovende “Azathoth” toch vooral in diepere deathmetalregionen. Ook muzikaal horen we heel wat esoterisch doodsmetaal echoën in de muziek van deze Grieken, die in het vaarwater van een band als Sulphur Aeon opereren. De Lovecraftiaanse themathiek delen ze trouwens ook met deze Duitsers. De blackmetalreferentie slaagt hier met andere woorden eerder op de hoge dosis duistere atmosfeer die in de muziek geïnjecteerd is en op de dissonante riffjes die in de monsterlijke composities zoals het slepende “Astrophobos” verstopt zitten. Dit is het eerste nummer dat in zijn totaliteit meer naar zwart- dan doodsmetaal overhelt en vanaf de zevenminutengrens ook ruimte laat voor een ingetogen heavymetalachtige gitaarlead. Het is een melodieuze aanpak die teruggrijpt naar de eerste twee Rotting Christ platen die zowat de blauwdruk voor de Helleense blackmetalsound vormen. Met het daaropvolgende titelnummer gooit het trio het lichtjes over een andere boeg daar er hier ook aandacht is voor een zeker majestueus en symfonisch gevoel. Gaandeweg trapt Nodens op het gaspedaal en lanceren de heren zichzelf in furieuze blackmetalversnellingen, om dan plots schril te contrasteren door al het muzikale geweld te laten stilvallen en opnieuw op melodieuze hypnotiserende gitaarmelodieën over te schakelen waarvoor de Helleens scene zo gekend staat. Ook meer naar het einde van deze negen minuten durende compositie laat Prometheus nog verschillende gezichten zien; we horen zelfs even een Emperor-achtig stukje terug. Het maakt dat we bij de les blijven en ons niet snel vervelen met deze plaat. Het Grieks getitelde nummer “Ανεμοι των Αστρων” (‘ik weet het niet’) is een atmosferisch mystiek klinkend intermezzo dat een brug bouwt naar het afsluitende “The crimson tower of the headless God” waarin het beste van black- en deathmetal gecombineerd wordt tot een beklijvend epos waarin naarmate het einde nadert een heuse plaats is weggelegd voor majestueuze synths die de zintuigen prikkelen en een ruimtelijk vacuüm creëren dat psychedelische ambient-allures aanneemt. Voeg daar nog feërieke vrouwelijke engelenzang bij en we lijken ons haast even van het aardse bestaan te kunnen losmaken. Prometheus weet zich met “Resonant echoes from cosmos of old” resoluut op mijn radar te spelen. Dit is immers een avontuurlijke plaat waarop een band te horen is die niet voortdurend uit hetzelfde vaatje tapt maar verschillende gedaantes aanneemt wat bijdraagt aan het luisterplezier.

JOKKE: 87/100

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old (I, Voidhanger Records 2020)
1. Gravitons passing through Yog-Sothoth
2. Azathoth
3. Astrophobos
4. Resonant echoes from cosmos of old
5. Ανεμοι των Αστρων
6. The crimson tower of the headless God

Katavasia – Magnus venator

Katavasia betekent ‘afdaling’. Het wordt gebruikt om de afsluitende hymne in een oosters orthodox christelijke viering aan te geven. Daarbij verlaten de zangers hun plaatsen om af te dalen naar de vloer om samen met de kerkgangers te zingen. Het wordt gezien als de wervelende afsluiting van de eredienst. Daarnaast schijnt het, maar dat heb ik niet onafhankelijk kunnen bevestigen, een afdaling naar hel te betekenen volgens de mededelingen op Metal Archives. Katavasia, de band uit Griekenland, is een blackmetalalliantie. Hun leden zitten onder andere ook in Hail Spirit Noir, Varathron, Aeneon en Melan Selas. Voor mij heb ik hun tweede album, “Magnus venator.” Hun eerste album stamt uit 2015 en draagt de naam “Sacrilegious testament”. Als we het over hun muziek hebben, is de meest treffende omschrijving Griekse melodische blackmetal. Al hun nummers hebben een bepaalde bombastische inslag. Nergens is het ingetogen of subtiel. “Magnus venator” bestaat uit ruim 41 minuten grootse en meeslepende muziek, die ontzettend goed in elkaar zit en voorzien is van dito productie. Er is niets op de kwaliteit van de muziek aan te merken. Op de originaliteit trouwens wel. Daar is zelfs een heleboel op aan te merken. In een diep grijs verleden heb ik moeten toegeven in mijn recensie van Rotting Christ’s “Κατά τον δαίμονα εαυτού” (uit 2013) dat ik dat helemaal niet zo vreselijk vond als eerder werk van die band. Of het iets met blackmetal te maken heeft? Wat mij betreft niet. Bij het luisteren van “Magnus venator” bekruipt mij steeds het gevoel dat ik naar het album van Rotting Christ aan het luisteren ben. Tot de opbouw van de nummers en volgorde op de plaat aan toe. Toegegeven, zo vaak luister ik niet naar “Κατά τον δαίμονα εαυτού”. Om niet te zeggen, ik luister slechts naar twee nummers van die plaat. De heren van Katavasia doen het zeker niet onverdienstelijk. Echt niet, maar ik heb deze plaat al gehoord, en gerecenseerd en dat al zeven jaar terug. Stel nou dat je écht geen bezwaar hebt tegen een bijna letterlijke kopie van Rotting Christ, en je vindt dat soort muziek echt heel gaaf, dan mag je nog 15 punten bij de score optellen.

MISCHA: 65/100

Katavasia – Magnus venator (Floga Records 2020)
1. Daughters of darkness
2. The tyrant
3. Blood be my crown
4. Chthonic oracle
5. Saturnalia magnus cult
6. Triumphant fate
7. Sinistral covenant
8. Hordes of oblivion
9. Babylon (Sammu-Rawat)

Acherontas – Psychic death – The shattering of perceptions

Een tijdspanne van gemiddeld twee jaar is zo wat de tijd die het Griekse Acherontas nodig heeft om een nieuwe langspeler neer te pennen en uit te brengen, waarbij het laatste nieuwe wapenfeit getiteld “Psychic death – The shattering of perceptions” enkele maanden later dan gepland verschijnt via Agonia Records. Covid19, je weet wel…Als je de eerste levensjaren onder de noemers Worship en het wenkbrauwfronsende Stutthof mee telt, timmert opperhoofd V.Priest al ruim 25 jaar aan zijn black metal pad dat bezaait ligt met allerhande mystieke, magische en occulte topics als astraal vampirisme, hermeticisme, de Kaballah en Luciferiaanse Magie. Bij momenten iets te veel hocus pocus waarbij de heren wat mij betreft over de rand van hun gewaden struikelden en los op hun bakkes gingen. Muzikaal gezien is het merendeel van de platen uit de back catalogue echter meer dan in orde, hoewel Acherontas in de wandelgangen ook wel meermaals van plagiaat beschuldigd wordt. Op “Psychic death – The shattering of perceptions“, de achtste langspeler die onder de naam Acherontas verschijnt, horen we het gekende New Wave of Greek Black Metal-geluid terug dat sterk beïnvloed wordt door het oorspronkelijke geluid van de Helleense black metal, aangevuld met jaren ’70 retro-rock (vooral hoorbaar in de klassieke gitaarsolo’s). De nummers hebben een gemiddelde speelduur van zeven minuten maar vervelen nergens doordat ze vernuftig in mekaar zitten. Acherontas denkt goed na over spanningsopbouw en dynamiek, zorgt dat pakkende melodieuze leads (het inlijven van Naer Mataron gitarist Indra in 2017 bleek een gouden zet) niet ontbreken en de frontman houdt met zijn breed keelklankenpallet het ritueel ook op vocaal vlak interessant. De overvloedig getattoeëerde bezieler van de band kan verscheidene toonhoogtes qua screams aan, zet zijn stem ook op een verhalende of proclamerende manier in en natuurlijk mogen ook sacrale koorgezangen niet ontbreken. “Kiss the blood” is één van die hoogtepunten waarin al deze elementen – samen met allerhande details zoals het inzetten van orgels of samples van krijsende meeuwen – samenkomen. Twee andere composities die eruit springen zijn het akoestisch startende titelnummer en het afsluitende “Μαγεια των καθρεφτων (Magick of mirrors)” waarin men het – toevallig of niet – tweemaal op zijn Grieks doet en het tempo meer naar dat van een epische ballade neigt. In de overige nummers gaat het er, ondanks de nodige bombast, snediger aan toe. Ondanks het feit dat “Psychic death – The shattering of perceptions” in drie verschillende studio’s in Griekenland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk opgenomen werd, komt het totaalplaatje niet gefragmenteerd of als een samenraapsel over. Au contraire, Acherontas klinkt hier écht als een hecht broederschap. Ferme plaat en een sterke uitbreiding van hun œuvre!

JOKKE: 85/100

Acherontas – Psychic death – The shattering of perceptions (Agonia Records 2020)
1. Paradigms of Nyx
2. Κiss the blood
3. The brazen experimentalist
4. Psychic death “The shattering of perceptions”
5. Coiled splendor
6. The offering of Hemlock
7. Sermons of the psyche
8. Μαγεια των καθρεφτων (Magick of mirrors)

Walpurgia – Altar of the goatbaphomet

Het woordje “goatbaphomet” uit de titel van Walpurgia’s eerste demo verraadt meteen wat voor rottend vlees we hier in de kuip hebben: nucleaire apocalyptische war metal voor geitenneukers die woorden als “infernal hails” en “true cult” doorgaans als “infernal hailz” en “true kvlt” schrijven. Deze Griekse band is ontsproten aan het brein van gitaarvernieler Porphyrion (Nergal, Kawir, Cult of Eibon, etc.) die kortelings daarna een bloedpact sloot met vuilbekker Nyogtha Zalon Nazaron (Hate Manifesto, Black Blood Invocation, etc.) en bassist Sadistic Necrofagos (Kawir, Caedes Cruenta, etc.). Voor de opnames van “Altar of the goatbaphomet” werd de Duitser Hyperion (Kawir, Abyssus) als huurling voor het slachtwerk aangetrokken. De demo verscheen in een oplage van 50 handgenummerde exemplaren en het feit dat die in sneltempo van eigenaar veranderd waren, trok het Zweedse Regain Records aan om het onding opnieuw te verspreiden op analoge en digitale dragers. Het powertrio raast er vijf blasfemische nummers in 21 minuten door en eert daarbij het “trve” Helleense geluid hoewel Walpurgia doorgaans een pak bestialer, rauwer, brutaler en aggressiever klinkt. De gitaren zijn laaggestemd en zorgen samen met de diepe onverstaanbare growls voor een regelrechte aanval in de lage regionen. Aan het woord “progressie” hebben deze beeldenstormers het groengespikkeld schijt en nummers als “Anomalistic orgies of the Mephistopheles” en het afsluitende “Desecration ritual” zijn dan ook geschreven zonder compromissen te maken. Vooruit met de geit en slacht ze op het altaar van de Gehoornde die met een goedkeurend alziend oog vanuit het door onze landgenoot Christophe  Szpajdel ontworpen gave logo toekijkt! De organisch klinkende drums hakken er in de snelle passages als een op hol geslagen naaimachine op los en toch bevat bijvoorbeeld de openende titeltrack ook opvallend veel schwung. Het wat langere “Sadistic recrucifixion” kent een dynamische songstructuur terwijl “Rites of the black mass” dan weer een tergend traag repetitief death/doom-nummer is waarbij door de mangel gehaalde heldere proclamerende zang een liturgie verkondigt. Deze afwisseling zorgt ervoor dat ik Walpurgia een pak beter trek dan veel genregenoten. Als oude rukkers als Blasphemy, Beherit of Bestial Warlust uw meug zijn, moet je Walpurgia zeker eens checken.

JOKKE: 77/100

Walpurgia – Altar of the goatbaphomet (Regain Records/Helter Skelter 2020)
1. Altar of the goatbaphomet
2. Anomalistic orgies of the mephistopheles
3. Sadistic recrucifixion
4. Rites of the black mass
5. Desecration ritual

Nox Formulae – Drakon darshan Satan

Hoewel de oude Griekse black metal scene niet altijd mijn kopje thee is geweest, staat de bakermat van de westerse beschaving de dag van vandaag vooral bekend om de export van de orthodoxe variant van het genre. Naast olijfbomen is Griekenland ook de vruchtbare bodem voor een kern aan die hard esoterisch geïnspireerde artiesten waarvan de bekendste ongetwijfeld Acherontas, Serpent Noir en Thy Darkened Shade zijn. Aan dit rijtje occult gestemde zielen kan Nox Formulae toegevoegd worden die voor de tweede keer hun Luciferiaanse incantaties op de wereld loslaten. Gek genoeg doen ze dat niet naar goede gewoonte via World Terror Committee maar werd gekozen om met het Amerikaanse Dark Descent Records in zee te gaan. Opmerkelijk, gezien het label zich voornamelijk met rottende death metal bezighoudt. Een titel als “Drakon darshan Satan” laat geen twijfel bestaan over waar de heren hun inspiratie hebben gehaald, maar in tegenstelling tot de meeste van hun landgenoten worden de ambient intermezzo’s en ritualistische hocus-pocus geschrapt. Onversneden black metal die in uw bakkes geramd wordt dus. Hoewel minder progressief en technisch subtiel dan pakweg Thy Darkened Shade weet Nox Formulae ingenieus gitaarspel in hun relatief snelle black metal te krijgen, zoals de passende solo in “Eclipse of Gharrasielh”. Ondanks het gebrek aan traditionele intermezzo’s weten de Grieken op deze manier hun album toch bezwerend te doen klinken. De hese en vrij verstaanbare zang van de drie (3!) vocalisten lijkt bovenop de krachtige mix te zweven, maar het is toch de continue stroom aan intrigerende riffs die het album naar een hoger niveau tilt. Drummer Mezkal kan een aardig potje meppen en houdt het tempo consistent hoog maar mist variatie in zijn spel. Na twintig minuten rammen duikt het tempo met “The blood oath of Thagirion” initieel wat naar beneden (hoewel dit bijzonder relatief is) waardoor je even naar adem kunt happen. Een zeer welkom rustpunt, en door de relatief andere aanpak van dit nummer is het meteen één van de interessantste tracks die het album rijk is, niet in het minst door de langgerekte solo op het eind. Aan dissonantie geen gebrek ook op “Drakon darshan Satan”, maar het zijn toch vooral de harmonieuze melodieën die de aandacht opeisen. “The arrival of Noctifer” bouwt dan weer opzwepend en onheilspellend op middels elektronische beats en hierop wordt de Gehoornde dan toch opgeroepen met clean gezongen incantaties (met zodanig veel delay en reverb op dat ze even goed new wave zouden kunnen maken). Op deze manier omzeilen ze het herhalen van ritualistische ambient en steken ze dit concept in een nieuw jasje dat niet voor iedereen zal passen, maar mij wel bevalt. Eens Noctifer is gearriveerd wordt beslist er terug volop voor te gaan en met “Berzeks of OD” krijgen we terug een heel dynamisch Nox Formulae te horen, dat gezapig rollende riffs ten berde brengt en opnieuw een solo tentoonspreidt waar de Noren van Tortorum trots op zouden zijn. Ook vocaal wordt hier alles uit de kast getrokken, getuigen de overslaande, pijnlijke screams die doorheen het nummer te horen zijn. Ondanks het feit dat ik pas bij deze tweede langspeler lucht kreeg van het kwintet weet Nox Formulae me aardig te verrassen met een aanpak die zeer dynamisch, gevarieerd en bijwijlen inventief is maar toch trouw blijft aan de fundamenten van het orthodoxe genre.

CAS: 85/100

Nox Formulae – Drakon darshan Satan (Dark Descent Records 2020)
1. Psychopath of NOX
2. Ravens of terror
3. Eclipse of Gharrasielh
4. The black stone of Satan
5. The blood oath of Thagirion
6. The arrival of Noctifer
7. Berzeks of OD
8. Eve of annihilation

Kawir – Adrasteia

Het kan aan onze lijst van labels of een gat in mijn cultuur liggen, maar ik leer vrij veel Griekse metal-bands kennen de laatste tijd. Ook Kawir was me relatief onbekend al zijn ze blijkbaar reeds actief sinds 1993. Het zou gaan om black metal met een folklore inslag, waarbij de teksten op dit album vooral draaien om oud-Griekse mythologie en tragedie. Dit kan je op het gehoor natuurlijk niet meteen herkennen, maar het is wel een leuke info om te hebben als je poogt de lyrics te ontcijferen. “Adrasteia” heeft slechts zes nummers en ik weet niet of dit een goede of slechte zaak is. Van opener “Tydeus” word ik namelijk niet bepaald enthousiast. Een vrij saai cliché folk metal-nummer van bijna zeven minuten is namelijk nou niet iets waarmee ik de spits zou afbijten. Pas tegen het einde van dit nummer en gedurende de volgende twee songs, laten deze Grieken horen dat ze iets meer in hun mars hebben door wat sneller en complexer materiaal op de luisteraar af te vuren. De vierde track “Limniades” is weer een stap terug, terwijl “Colchis” een poging tot folk is die beter in de vergetelheid was gebleven. Afsluiter “Medea” is dan weer een doorsnede van de eerdere nummers met sterkere black metal stukken en zwakkere folk elementen. We horen hier een band met potentieel die zich echter vergaloppeerd aan de “folk elementen” die ze pogen naar voren te brengen. Kawir is namelijk op zijn best bij het aframmelen van melodische black en gaat een beetje de mist in zodra ze een soort “pagan stijl” trachten na te bootsen. Dit is zeker en vast geen slechte release. Sound zit prima, speltechnisch is alles in orde en ook het artwork is mooi. Maar mij kan deze, middelmatige, release helaas niet echt bekoren.

Xavier: 67/100

Kawir – Adrasteia (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Tydeus
2. Atalanti
3. Danaides
4. Limniades
5. Colchis
6. Medea

Primeval Mass – Nine altars

Orth, de bezieler achter Primeval Mass neemt na elke langspeler voldoende tijd voor het schrijfproces van een opvolger. Dat maakt dat er opnieuw vier jaar verstreken zijn sinds voorganger “To empyrean thrones“, die we voor de gelegenheid nog eens vanonder de mottenballen hebben gehaald. Wat een vette black/speed/thrash-schijf was me dat toch. Voor “Nine altars” heeft Orth echt het onderste uit de kan gehaald qua songstructuren en op alle vlakken werd de lat hoger gelegd. De duivel zit ‘em duidelijk ook in de details want er gebeurt heel wat in de complexe en volgepropte songs. En zoals steeds is de sound van Primeval Mass een melting pot van Europese en Amerikaanse thrash uit de jaren ’80, het klassieke heavy metal-geluid, eerste en tweede wave black en progressieve rock. Orth heeft voor deze vierde langspeler beroep kunnen doen op de talenten van heel wat illustere individuen. Zo wordt de Griek door producer George Christoforidis (War Possession) op drums bijgestaan. Hij blijkt niet alleen goed aan de knoppen te kunnen draaien want in een hectisch en experimenteel nummer als “Burning sorcery” of de opzwepende opener “Circle of skulls” wordt qua snelheden en ritmewijzigingen topsport afgeleverd. Leuk weetje is dat de drums voor “The irkallian born“, een rechttoe rechtaan speed/thrash nummer met zwart randje, kortelings na een aardbeving in Athene ingespeeld werden. Orth’s Witchcrawl makkers Tasos Molyviatis en Yiannis K. dragen respectievelijk hun heavy metal uithalen op “Firecrowned” en een akoestische gitaarsolo op het bijna twaalf minuten durende “The Hourglass Still” bij. Semjaza (Acrimonious, Thy Darkened Shade) levert dan weer een ellenlange solo in het instrumentale “Amidst twin horizons” aan. Liefhebbers van gitaarsolo’s komen hier serieus aan hun trekken, hoewel het voor mij soms wel wat te veel naar gitaarmasturbatie overhelt. En last but not least draven ook de twee voormalige Primeval Mass vocalisten Merkaal en Alchemoth nog op om wat mee te komen brullen op “Orphne” en “Night rapture“. Maar de meeste credits gaan natuurlijk naar Orth zelf die met “Nine altars” zijn meest energieke, intense en emotioneel geladen plaat tot op heden aflevert. Voor mij bij momenten echter ook wel iets té druk, virtuoos en hyperkinetisch. Nu Absu haar “eastern candle” uitgeblazen heeft, kunnen de black/thrash/speed-maniakken bij dit Primeval Mass aan hun trekken komen.

JOKKE: 80/100

Primeval Mass – Nine altars (Katoptron IX Records)
1. Circle of skulls
2. The irkallian born
3. Night rapture
4. Amidst twin horizons
5. Burning sorcery
6. Orphne
7. Firecrowned
8. The hourglass still