griekenland

Katavasia – Magnus venator

Katavasia betekent ‘afdaling’. Het wordt gebruikt om de afsluitende hymne in een oosters orthodox christelijke viering aan te geven. Daarbij verlaten de zangers hun plaatsen om af te dalen naar de vloer om samen met de kerkgangers te zingen. Het wordt gezien als de wervelende afsluiting van de eredienst. Daarnaast schijnt het, maar dat heb ik niet onafhankelijk kunnen bevestigen, een afdaling naar hel te betekenen volgens de mededelingen op Metal Archives. Katavasia, de band uit Griekenland, is een blackmetalalliantie. Hun leden zitten onder andere ook in Hail Spirit Noir, Varathron, Aeneon en Melan Selas. Voor mij heb ik hun tweede album, “Magnus venator.” Hun eerste album stamt uit 2015 en draagt de naam “Sacrilegious testament”. Als we het over hun muziek hebben, is de meest treffende omschrijving Griekse melodische blackmetal. Al hun nummers hebben een bepaalde bombastische inslag. Nergens is het ingetogen of subtiel. “Magnus venator” bestaat uit ruim 41 minuten grootse en meeslepende muziek, die ontzettend goed in elkaar zit en voorzien is van dito productie. Er is niets op de kwaliteit van de muziek aan te merken. Op de originaliteit trouwens wel. Daar is zelfs een heleboel op aan te merken. In een diep grijs verleden heb ik moeten toegeven in mijn recensie van Rotting Christ’s “Κατά τον δαίμονα εαυτού” (uit 2013) dat ik dat helemaal niet zo vreselijk vond als eerder werk van die band. Of het iets met blackmetal te maken heeft? Wat mij betreft niet. Bij het luisteren van “Magnus venator” bekruipt mij steeds het gevoel dat ik naar het album van Rotting Christ aan het luisteren ben. Tot de opbouw van de nummers en volgorde op de plaat aan toe. Toegegeven, zo vaak luister ik niet naar “Κατά τον δαίμονα εαυτού”. Om niet te zeggen, ik luister slechts naar twee nummers van die plaat. De heren van Katavasia doen het zeker niet onverdienstelijk. Echt niet, maar ik heb deze plaat al gehoord, en gerecenseerd en dat al zeven jaar terug. Stel nou dat je écht geen bezwaar hebt tegen een bijna letterlijke kopie van Rotting Christ, en je vindt dat soort muziek echt heel gaaf, dan mag je nog 15 punten bij de score optellen.

MISCHA: 65/100

Katavasia – Magnus venator (Floga Records 2020)
1. Daughters of darkness
2. The tyrant
3. Blood be my crown
4. Chthonic oracle
5. Saturnalia magnus cult
6. Triumphant fate
7. Sinistral covenant
8. Hordes of oblivion
9. Babylon (Sammu-Rawat)

Acherontas – Psychic death – The shattering of perceptions

Een tijdspanne van gemiddeld twee jaar is zo wat de tijd die het Griekse Acherontas nodig heeft om een nieuwe langspeler neer te pennen en uit te brengen, waarbij het laatste nieuwe wapenfeit getiteld “Psychic death – The shattering of perceptions” enkele maanden later dan gepland verschijnt via Agonia Records. Covid19, je weet wel…Als je de eerste levensjaren onder de noemers Worship en het wenkbrauwfronsende Stutthof mee telt, timmert opperhoofd V.Priest al ruim 25 jaar aan zijn black metal pad dat bezaait ligt met allerhande mystieke, magische en occulte topics als astraal vampirisme, hermeticisme, de Kaballah en Luciferiaanse Magie. Bij momenten iets te veel hocus pocus waarbij de heren wat mij betreft over de rand van hun gewaden struikelden en los op hun bakkes gingen. Muzikaal gezien is het merendeel van de platen uit de back catalogue echter meer dan in orde, hoewel Acherontas in de wandelgangen ook wel meermaals van plagiaat beschuldigd wordt. Op “Psychic death – The shattering of perceptions“, de achtste langspeler die onder de naam Acherontas verschijnt, horen we het gekende New Wave of Greek Black Metal-geluid terug dat sterk beïnvloed wordt door het oorspronkelijke geluid van de Helleense black metal, aangevuld met jaren ’70 retro-rock (vooral hoorbaar in de klassieke gitaarsolo’s). De nummers hebben een gemiddelde speelduur van zeven minuten maar vervelen nergens doordat ze vernuftig in mekaar zitten. Acherontas denkt goed na over spanningsopbouw en dynamiek, zorgt dat pakkende melodieuze leads (het inlijven van Naer Mataron gitarist Indra in 2017 bleek een gouden zet) niet ontbreken en de frontman houdt met zijn breed keelklankenpallet het ritueel ook op vocaal vlak interessant. De overvloedig getattoeëerde bezieler van de band kan verscheidene toonhoogtes qua screams aan, zet zijn stem ook op een verhalende of proclamerende manier in en natuurlijk mogen ook sacrale koorgezangen niet ontbreken. “Kiss the blood” is één van die hoogtepunten waarin al deze elementen – samen met allerhande details zoals het inzetten van orgels of samples van krijsende meeuwen – samenkomen. Twee andere composities die eruit springen zijn het akoestisch startende titelnummer en het afsluitende “Μαγεια των καθρεφτων (Magick of mirrors)” waarin men het – toevallig of niet – tweemaal op zijn Grieks doet en het tempo meer naar dat van een epische ballade neigt. In de overige nummers gaat het er, ondanks de nodige bombast, snediger aan toe. Ondanks het feit dat “Psychic death – The shattering of perceptions” in drie verschillende studio’s in Griekenland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk opgenomen werd, komt het totaalplaatje niet gefragmenteerd of als een samenraapsel over. Au contraire, Acherontas klinkt hier écht als een hecht broederschap. Ferme plaat en een sterke uitbreiding van hun œuvre!

JOKKE: 85/100

Acherontas – Psychic death – The shattering of perceptions (Agonia Records 2020)
1. Paradigms of Nyx
2. Κiss the blood
3. The brazen experimentalist
4. Psychic death “The shattering of perceptions”
5. Coiled splendor
6. The offering of Hemlock
7. Sermons of the psyche
8. Μαγεια των καθρεφτων (Magick of mirrors)

Walpurgia – Altar of the goatbaphomet

Het woordje “goatbaphomet” uit de titel van Walpurgia’s eerste demo verraadt meteen wat voor rottend vlees we hier in de kuip hebben: nucleaire apocalyptische war metal voor geitenneukers die woorden als “infernal hails” en “true cult” doorgaans als “infernal hailz” en “true kvlt” schrijven. Deze Griekse band is ontsproten aan het brein van gitaarvernieler Porphyrion (Nergal, Kawir, Cult of Eibon, etc.) die kortelings daarna een bloedpact sloot met vuilbekker Nyogtha Zalon Nazaron (Hate Manifesto, Black Blood Invocation, etc.) en bassist Sadistic Necrofagos (Kawir, Caedes Cruenta, etc.). Voor de opnames van “Altar of the goatbaphomet” werd de Duitser Hyperion (Kawir, Abyssus) als huurling voor het slachtwerk aangetrokken. De demo verscheen in een oplage van 50 handgenummerde exemplaren en het feit dat die in sneltempo van eigenaar veranderd waren, trok het Zweedse Regain Records aan om het onding opnieuw te verspreiden op analoge en digitale dragers. Het powertrio raast er vijf blasfemische nummers in 21 minuten door en eert daarbij het “trve” Helleense geluid hoewel Walpurgia doorgaans een pak bestialer, rauwer, brutaler en aggressiever klinkt. De gitaren zijn laaggestemd en zorgen samen met de diepe onverstaanbare growls voor een regelrechte aanval in de lage regionen. Aan het woord “progressie” hebben deze beeldenstormers het groengespikkeld schijt en nummers als “Anomalistic orgies of the Mephistopheles” en het afsluitende “Desecration ritual” zijn dan ook geschreven zonder compromissen te maken. Vooruit met de geit en slacht ze op het altaar van de Gehoornde die met een goedkeurend alziend oog vanuit het door onze landgenoot Christophe  Szpajdel ontworpen gave logo toekijkt! De organisch klinkende drums hakken er in de snelle passages als een op hol geslagen naaimachine op los en toch bevat bijvoorbeeld de openende titeltrack ook opvallend veel schwung. Het wat langere “Sadistic recrucifixion” kent een dynamische songstructuur terwijl “Rites of the black mass” dan weer een tergend traag repetitief death/doom-nummer is waarbij door de mangel gehaalde heldere proclamerende zang een liturgie verkondigt. Deze afwisseling zorgt ervoor dat ik Walpurgia een pak beter trek dan veel genregenoten. Als oude rukkers als Blasphemy, Beherit of Bestial Warlust uw meug zijn, moet je Walpurgia zeker eens checken.

JOKKE: 77/100

Walpurgia – Altar of the goatbaphomet (Regain Records/Helter Skelter 2020)
1. Altar of the goatbaphomet
2. Anomalistic orgies of the mephistopheles
3. Sadistic recrucifixion
4. Rites of the black mass
5. Desecration ritual

Nox Formulae – Drakon darshan Satan

Hoewel de oude Griekse black metal scene niet altijd mijn kopje thee is geweest, staat de bakermat van de westerse beschaving de dag van vandaag vooral bekend om de export van de orthodoxe variant van het genre. Naast olijfbomen is Griekenland ook de vruchtbare bodem voor een kern aan die hard esoterisch geïnspireerde artiesten waarvan de bekendste ongetwijfeld Acherontas, Serpent Noir en Thy Darkened Shade zijn. Aan dit rijtje occult gestemde zielen kan Nox Formulae toegevoegd worden die voor de tweede keer hun Luciferiaanse incantaties op de wereld loslaten. Gek genoeg doen ze dat niet naar goede gewoonte via World Terror Committee maar werd gekozen om met het Amerikaanse Dark Descent Records in zee te gaan. Opmerkelijk, gezien het label zich voornamelijk met rottende death metal bezighoudt. Een titel als “Drakon darshan Satan” laat geen twijfel bestaan over waar de heren hun inspiratie hebben gehaald, maar in tegenstelling tot de meeste van hun landgenoten worden de ambient intermezzo’s en ritualistische hocus-pocus geschrapt. Onversneden black metal die in uw bakkes geramd wordt dus. Hoewel minder progressief en technisch subtiel dan pakweg Thy Darkened Shade weet Nox Formulae ingenieus gitaarspel in hun relatief snelle black metal te krijgen, zoals de passende solo in “Eclipse of Gharrasielh”. Ondanks het gebrek aan traditionele intermezzo’s weten de Grieken op deze manier hun album toch bezwerend te doen klinken. De hese en vrij verstaanbare zang van de drie (3!) vocalisten lijkt bovenop de krachtige mix te zweven, maar het is toch de continue stroom aan intrigerende riffs die het album naar een hoger niveau tilt. Drummer Mezkal kan een aardig potje meppen en houdt het tempo consistent hoog maar mist variatie in zijn spel. Na twintig minuten rammen duikt het tempo met “The blood oath of Thagirion” initieel wat naar beneden (hoewel dit bijzonder relatief is) waardoor je even naar adem kunt happen. Een zeer welkom rustpunt, en door de relatief andere aanpak van dit nummer is het meteen één van de interessantste tracks die het album rijk is, niet in het minst door de langgerekte solo op het eind. Aan dissonantie geen gebrek ook op “Drakon darshan Satan”, maar het zijn toch vooral de harmonieuze melodieën die de aandacht opeisen. “The arrival of Noctifer” bouwt dan weer opzwepend en onheilspellend op middels elektronische beats en hierop wordt de Gehoornde dan toch opgeroepen met clean gezongen incantaties (met zodanig veel delay en reverb op dat ze even goed new wave zouden kunnen maken). Op deze manier omzeilen ze het herhalen van ritualistische ambient en steken ze dit concept in een nieuw jasje dat niet voor iedereen zal passen, maar mij wel bevalt. Eens Noctifer is gearriveerd wordt beslist er terug volop voor te gaan en met “Berzeks of OD” krijgen we terug een heel dynamisch Nox Formulae te horen, dat gezapig rollende riffs ten berde brengt en opnieuw een solo tentoonspreidt waar de Noren van Tortorum trots op zouden zijn. Ook vocaal wordt hier alles uit de kast getrokken, getuigen de overslaande, pijnlijke screams die doorheen het nummer te horen zijn. Ondanks het feit dat ik pas bij deze tweede langspeler lucht kreeg van het kwintet weet Nox Formulae me aardig te verrassen met een aanpak die zeer dynamisch, gevarieerd en bijwijlen inventief is maar toch trouw blijft aan de fundamenten van het orthodoxe genre.

CAS: 85/100

Nox Formulae – Drakon darshan Satan (Dark Descent Records 2020)
1. Psychopath of NOX
2. Ravens of terror
3. Eclipse of Gharrasielh
4. The black stone of Satan
5. The blood oath of Thagirion
6. The arrival of Noctifer
7. Berzeks of OD
8. Eve of annihilation

Kawir – Adrasteia

Het kan aan onze lijst van labels of een gat in mijn cultuur liggen, maar ik leer vrij veel Griekse metal-bands kennen de laatste tijd. Ook Kawir was me relatief onbekend al zijn ze blijkbaar reeds actief sinds 1993. Het zou gaan om black metal met een folklore inslag, waarbij de teksten op dit album vooral draaien om oud-Griekse mythologie en tragedie. Dit kan je op het gehoor natuurlijk niet meteen herkennen, maar het is wel een leuke info om te hebben als je poogt de lyrics te ontcijferen. “Adrasteia” heeft slechts zes nummers en ik weet niet of dit een goede of slechte zaak is. Van opener “Tydeus” word ik namelijk niet bepaald enthousiast. Een vrij saai cliché folk metal-nummer van bijna zeven minuten is namelijk nou niet iets waarmee ik de spits zou afbijten. Pas tegen het einde van dit nummer en gedurende de volgende twee songs, laten deze Grieken horen dat ze iets meer in hun mars hebben door wat sneller en complexer materiaal op de luisteraar af te vuren. De vierde track “Limniades” is weer een stap terug, terwijl “Colchis” een poging tot folk is die beter in de vergetelheid was gebleven. Afsluiter “Medea” is dan weer een doorsnede van de eerdere nummers met sterkere black metal stukken en zwakkere folk elementen. We horen hier een band met potentieel die zich echter vergaloppeerd aan de “folk elementen” die ze pogen naar voren te brengen. Kawir is namelijk op zijn best bij het aframmelen van melodische black en gaat een beetje de mist in zodra ze een soort “pagan stijl” trachten na te bootsen. Dit is zeker en vast geen slechte release. Sound zit prima, speltechnisch is alles in orde en ook het artwork is mooi. Maar mij kan deze, middelmatige, release helaas niet echt bekoren.

Xavier: 67/100

Kawir – Adrasteia (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Tydeus
2. Atalanti
3. Danaides
4. Limniades
5. Colchis
6. Medea

Primeval Mass – Nine altars

Orth, de bezieler achter Primeval Mass neemt na elke langspeler voldoende tijd voor het schrijfproces van een opvolger. Dat maakt dat er opnieuw vier jaar verstreken zijn sinds voorganger “To empyrean thrones“, die we voor de gelegenheid nog eens vanonder de mottenballen hebben gehaald. Wat een vette black/speed/thrash-schijf was me dat toch. Voor “Nine altars” heeft Orth echt het onderste uit de kan gehaald qua songstructuren en op alle vlakken werd de lat hoger gelegd. De duivel zit ‘em duidelijk ook in de details want er gebeurt heel wat in de complexe en volgepropte songs. En zoals steeds is de sound van Primeval Mass een melting pot van Europese en Amerikaanse thrash uit de jaren ’80, het klassieke heavy metal-geluid, eerste en tweede wave black en progressieve rock. Orth heeft voor deze vierde langspeler beroep kunnen doen op de talenten van heel wat illustere individuen. Zo wordt de Griek door producer George Christoforidis (War Possession) op drums bijgestaan. Hij blijkt niet alleen goed aan de knoppen te kunnen draaien want in een hectisch en experimenteel nummer als “Burning sorcery” of de opzwepende opener “Circle of skulls” wordt qua snelheden en ritmewijzigingen topsport afgeleverd. Leuk weetje is dat de drums voor “The irkallian born“, een rechttoe rechtaan speed/thrash nummer met zwart randje, kortelings na een aardbeving in Athene ingespeeld werden. Orth’s Witchcrawl makkers Tasos Molyviatis en Yiannis K. dragen respectievelijk hun heavy metal uithalen op “Firecrowned” en een akoestische gitaarsolo op het bijna twaalf minuten durende “The Hourglass Still” bij. Semjaza (Acrimonious, Thy Darkened Shade) levert dan weer een ellenlange solo in het instrumentale “Amidst twin horizons” aan. Liefhebbers van gitaarsolo’s komen hier serieus aan hun trekken, hoewel het voor mij soms wel wat te veel naar gitaarmasturbatie overhelt. En last but not least draven ook de twee voormalige Primeval Mass vocalisten Merkaal en Alchemoth nog op om wat mee te komen brullen op “Orphne” en “Night rapture“. Maar de meeste credits gaan natuurlijk naar Orth zelf die met “Nine altars” zijn meest energieke, intense en emotioneel geladen plaat tot op heden aflevert. Voor mij bij momenten echter ook wel iets té druk, virtuoos en hyperkinetisch. Nu Absu haar “eastern candle” uitgeblazen heeft, kunnen de black/thrash/speed-maniakken bij dit Primeval Mass aan hun trekken komen.

JOKKE: 80/100

Primeval Mass – Nine altars (Katoptron IX Records)
1. Circle of skulls
2. The irkallian born
3. Night rapture
4. Amidst twin horizons
5. Burning sorcery
6. Orphne
7. Firecrowned
8. The hourglass still

Serpent Noir – Death clan OD

Serpent Noir is zo’n band die haar occulte thematiek dodelijk serieus neemt. U weze gewaarschuwd! Kijk maar eens naar de hieronder geposte rituele videoclip van “Goeh Ra Reah: Garm unchained“, de afsluiter van “Death clan OD“, de derde langspeler voor het Griekse gezelschap (hoewel bassist Johannes Kvarnbrink (o.a. Mortuus) over een Zweeds paspoort beschikt). In dit experimentele nummer horen we Thomas Karlsson, occult schrijver en stichter van de magische orde van de “Dragon Rouge” op zang. De Zweed verzorgde tevens alle teksten voor deze plaat, iets wat hij in het verleden ook al deed voor o.a. Therion, Saturnalia Temple en Ofermod. Wat overduidelijk opvalt is dat het tempo op “Death clan OD” een pak hoger ligt dan op voorganger “Erotomysticism“. Bovendien verwerkt bandleider Y.K. heel wat elementen van traditionele heavy metal in zijn occulte black. Ondanks een speelduur van zo’n 37 minuten, lijkt de plaat door haar divers karakter, de soms verhalende opzet van de nummers en de nodige dynamiek en variatie langer te duren. “Asmodeus: The sword of Golachab” is hier een mooi voorbeeld van. Net wanneer je denkt dat het nummer er na de melodieuze lead gitaarpartij op zit, volgt nog een introverte passage vol clean gitaarwerk en ambient-geluiden. Het vormt de perfecte overgang naar “Astaroth: The jaws of Gha’Agsheblah” dat na een korte spanningsopbouw volledig losbarst in helse black waarin de voorliefde voor heavy metal bij wijlen boven komt drijven. Met “Death clan OD” levert het zwarte serpent haar meest venijnige plaat tot op heden uit. Liefhebbers van occulte black weten wat doen.

JOKKE: 82/100

Serpent Noir – Death clan OD (World Terror Committee 2020)
1. The black knighthood of OD
2. Cutting the umbilical cord of hel
3. Hexcraft
4. Asmodeus: The sword of Golachab
5. Astaroth: The jaws of Gha’Agsheblah
6. Necrobiological chant of Talas
7. Goeh Ra Reah: Garm unchained

Empire Of The Moon – Εκλειψις

Zoals de bandnaam aangeeft, draait het occulte concept van Empire Of The Moon rond de maan. Zo kan de titel van het uit 2014 daterende debuut “Πανσέληνος” als ‘volle maan’ vertaald worden en de nieuwe tweede langspeler kreeg de titel “Εκλειψις ” mee, wat Grieks is voor ‘eclips’. Nu is het trio geen black metal-fabriek dat aan de lopende band platen aflevert want tussen de eerste demo en het debuut lag een gapend gat van maar liefst zeventien jaar (!) en ook tussen beide langspelers nestelde zich een winterslaap van zes jaar. Ondertussen hield gitarist/bassist/zanger R.W.Draconium zich wel nog bezig met Chaosbaphomet en keyboardspeler S.V.Mantus met Wampyrinacht, twee acts die niet meteen een kerkbelletje doen rinkelen. Empire Of The Moon speelt black metal die van een heuse thrash-injectie voorzien is, dat maakt “Imperium tridentis” van meet af aan duidelijk. Wat nog opvalt is de werkelijk gortdroge krijszang van Ouroboros die wel wat weg heeft van Pest (ex-Gorgoroth). Melodieuze lead-partijen moeten voor wat tegengewicht zorgen in de bij momenten hondsdolle voortrazende riffs zoals die van het eerste deel van het vierluik “Per aspera ad lunae“. Qua intensiteit kan Empire Of The Moon zich meten met een band als 1349. Opnieuw een Noorse referentie dus, want met de gekende Helleense black metal-sound hebben deze Grieken niet veel van doen of het moest in het licht-ritualistische “Devi maha devi” zijn. In het vervolg van het centraal staande vierdelige nummer “Per aspera ad lunae” wordt meer aandacht besteed aan melodieuzere passages. Zo bevat het derde deel ondersteunende toetsen die eigenlijk best weinig ingezet worden om een volbloed keyboardspeler in de gelederen te hebben. Het sluitstuk “Son of fire” klokt op net geen tien minuten af en kan gerust als het meest epische nummer op deze plaat bestempeld worden waarbij licht symfonische elementen, koorgezangen en emotioneel geladen atmosfeer de thrashy black verder kleur geven. Qua sound krijgen we een dichtgeplamuurde productie met weinig ademruimte voorgeschoteld waarbij de bastonen uit de bocht gaan wanneer het volume ietwat opengedraaid wordt. Jammer, want een ietwat meer organische sound had beter gepast. Ook de vocalen beginnen na een tijdje wel wat tegen te steken. Ouroboros gooit links en rechts wel eens een helder stukje koorzang in de strijd, maar wanneer hij voluit screamt mis ik de nodige afwisseling en dynamiek. Voor de rest geen klachten over “Εκλειψις“.

JOKKE: 75/100

Empire Of The Moon – Εκλειψις (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Arrival
2. Imperium tridentis
3. Per aspera ad lunae – I. The resonance within
4. Per aspera ad lunae – II. Two queens appear
5. Per aspera ad lunae – III. Descending
6. Devi maha devi
7. Per aspera ad lunae – IV. Son of fire

Haxandraok – Ki si kil ud da kar ra

Het is niet de eerste keer dat er een alliantie wordt gesmeed tussen het Griekse Devathorn en de Tsjechen van Inferno. We verwijzen daarvoor terug naar de conceptuele split “Zos vel thagirion“. Haxandraok is een nieuwe entiteit die door Devathorn’s Saevus H. Aldra -Al-Melekh (zang, gitaar en tekst) en oud Inferno-drummer Marcello gestalte kreeg. Toen ik de albumtitel “Ki si kil ud da kar ra” de eerste keer uitsprak, veranderde mijn vriendin plotsklaps in een kikker. Om maar te zeggen dat dit werkje bol staat van de mantra’s en betoveringen ontleend aan Qliphotische tovenarij en oerhekserij. Als we de bijhorende grootspraak van het persbericht naast ons neerleggen, horen we een werkstuk dat er desondanks in geslaagd is om een half uur lang een meeslepende en intrigerende rituele atmosfeer neer te zetten. Dit met name dankzij Saevus’ semi-cleane-semi-raspende strot die de vele spreuken op een hypnotiserende manier ten berde brengt. Muzikaal gezien worden verscheidene toverformules uit de zwarte kunsten aangewend zoals het vinnige op Zweedse leest gestoelde “Ba’al Zel Bul at the Gates of NOX” of het meeslepende mid-tempo “Lilith unbound” waarvoor de tekst werd aangeleverd door de Zweedse occulte en esoterische auteur Thomas Karlsson die lange tijd de teksten voor Therion verzorgde. Rituele ambient mag natuurlijk ook niet ontbreken en wordt bewaard voor het afsluitende “La sorciere rouge“. Wat Haxandraok van alle andere occulte black metal-bands onderscheidt is de zekere schwung die in de riffs en het drumwerk schuilt. Het regenereert een soort van mediterrane zwoelheid en oosterse mystiek. Tel daar nog eens de puike sound bij die werd vastgeleged door Arek ”Malta”  Malczewski (o.a. Behemoth, Hate, Lost Soul en Vesania) en we kunnen concluderen dat “Ki si kil ud da kar ra” een knappe occulte black metal-plaat geworden is.

JOKKE: 84/100

Haxandraok – Ki si kil ud da kar ra (Ván Records 2019)
1. The temptress of UD DA KAR RA
2. Ba’al Zel Bul at the Gates of NOX
3. Tower Sub Rosa
4. Lilith unbound
5. La sorciere rouge

Amestigon/Heretic Cult Redeemer – Split

Een Oostenrijkse Käsespätzle met Griekse feta, het zou misschien nog wel lekker zijn. Ook al is dit misschien eerder iets voor de nog op te richten kookblog “Addergebraad” in plaats van deze muzieksite. Soit, ik zocht een bruggetje om over te gaan naar deze collaboratie tussen het Oostenrijkse Amestigon en het voor mij onbekende Heretic Cult Redeemer, een band die al een decennium lang in de Griekse scene rond dwarrelt. Beide bands sloegen de handen in mekaar voor een split waarvoor telkens één nummer werd aangeleverd, maar dan wel van respectievelijk dertien en twaalf minuten. Dergelijke lange epossen waren we reeds gewend van Amestigon’s “Thier“-plaat uit 2015; voor de Grieken is het een primeur. De Oostenrijkse band met enkele (ex-)leden van Abigor en Summoning bijt de spits af met een opus getiteld “Qvri Okbish 718“. De compositie kruipt aanvankelijk geniepig langzaam vooruit totdat de drummer rond 3:30 het tempo de hoogte in jaagt. Het venijn wordt uitgespuwd middels repetitieve black metal inclusief bezwerende basgitaar maar na enkele minuten doorspekken de muzikanten hun zwartgeblakerde creatie met enkele hypnotiserende tonen en melodieuze, uit post-metal ontleende elementen. De zinderende finale moet het hebben van haar repetitieve blastmodus en hypnotiserende riffs, waarbij de zanger en zijn nogal droge strot besloten hebben de instrumenten het verhaal te laten vertellen. Het maakt van “Qvri Okbish 718” een interessante compositie waarin heel wat te beleven valt. Na deze helse rit laten we Wenen voor wat het is en verkassen we naar Athene voor “In the depths of the nine chambers of fire“. De sound van dit epos klinkt wat scheller en zanger Funus hanteert een semi-raspende semi-cleane strot, wat deze band meteen in het occulte black metal-hoekje duwt. Muzikaal gezien gebeurt er heel wat. Trage gitaarpartijen gaan haast voortdurend in de clinch met uptempo drumwerk en de Grieken zijn niet vies van een streep dissonantie links of rechts. De overgangen blijven mekaar in sneltempo opvolgen wat maakt dat er heel wat info op de luisteraar afgevuurd wordt. Het maakt van “In the depths of the nine chambers of fire” een eerder fragmentarische aangelegenheid. Vanaf 4:20 heeft een psychedelisch gitaarlijntje het minutenlang alleen voor het zeggen. Je verwacht je natuurlijk op een bepaald moment aan een uitbarsting, maar Heretic Cult Redeemer beslist om de spanningsboog traag en gestaag terug aan te spannen. Drummer Vagelis Felonis blijft allerhande druk drumwerk onder de bezwerende riffs plaatsen en uiteindelijk leveren de Grieken ook een overdonderende apotheose af. Best een aardige split.

JOKKE: 79/100 (Amestigon: 82/100 – Heretic Cult Redeemer: 76/100)

Amestigon/Heretic Cult Redeemer – Split (World Terror Committee 2019)
1. Amestigon – Qvri Okbish 718
2. Heretic Cult Redeemer – In the depths of the nine chambers of fire