griekenland

Funeral Storm – Arcane mysteries

Ook al bestaat de band reeds acht jaar, dit is het eerste full length studio album van de Grieken van Funeral Storm. Meteen na het openen van de post-intro voordeur “Ego sum filius draconis” zal het de fans van vroege Rotting Christ deugd doen om dit te horen van het Hellenistische Zuiden. De luisteraar krijgt namelijk een leuke portie sfeervolle, melodische black metal voorgeschoteld die nergens genoeg afwijkt van de middenweg om iemand geweldig voor het hoofd te stoten. De hele plaat is afwisselend genoeg om eventuele transgressies naar saaiheid toe te vergeven qua slaapverwekkendheid binnen nummers. Waar de melodieuze tragere kant duidelijk wordt, opteert de band erna vrij snel voor een licht verteerbare aanpak in de vorm van door keyboard begeleide riffs en middelmatige extreme vocalen. Eigenlijk is dit een “out of time album” zoals ik er wel meerdere hoor. Met andere woorden, een plaat die twintig jaren geleden immens veel potten had gebroken, maar een release die anno 2019 nauwelijks opzien zal baren. Ik hou wel van de vroege Gehenna, Dimmu Borgir en Old Man’s Child stijl, … maar het zal aan de individuele luisteraar liggen om die dit wil aanschaffen.

Xavier: 74/100

Funeral Storm – Arcane mysteries (Hells Headbangers Records 2019)
1. Invocation of the great red dragon
2. Ego sum filius draconis
3. The martyr of the lake
4. Wandering through the abyss
5. Necromancer
6. Necromancer part 2
7. Funeral storm
8. Origin of utter evil
9. From the great deep of the primordial waters of creation
10. Flowers of my youth

Akrotheism – Law of seven deaths

Akrotheism is – voor ondergetekende althans – niet meteen de bekendste naam uit de boeiende Griekse black metal-scene. Met haar nieuwe tweede langspeler “Law of seven deaths” zal daar ongetwijfeld verandering in komen want de Grieken – waarvan een deel een gemeenschappelijk verleden in de band Astral Aeon deelt – trakteren ons op een klein uur aan verstikkende occulte black gericht op de ongecontroleerde bevrijding van onderbewuste energieën. De ietwat vreemde mix van Stephen Lockhart en zijn Emissary Studio (o.a. Sinmara, Rebirth Of Nefast en Svartidauði) is even wennen want deze klinkt vrij dof en zompig maar past uiteindelijk wel bij het beklemmende sfeertje dat opgewekt wordt. Zanger Aeon perst de meest uiteenlopende keelgeluiden uit zijn strot gaande van getormenteerde screams over mysterieus gefluister tot sacrale gezangen en proclamerende vocalen. Aeon wordt voor de koorzang bij momenten ook bijgestaan door Acherontas V. Priest die wel meer bijklust als gastzanger. Er vallen in de magnifieke opener “Typhonian serpents” raakvlakken te noteren met een Akhlys, Bestia Arcana of Nightbringer en ook later duiken diens snerpende invloeden nog op. Maar evengoed horen we Blut Aus Nord-dissonantie in deze onheilspellende black terug. Het aanvankelijk op doomtempo startende maar nadien openbarstende “Manifesting tartarus” weet zich vanaf de eerste luisterbeurt in ons geheugen te nestelen en bleef daar nog enkele dagen rondspoken. “Desmotropia” sleept zich tergend traag voort maar haar tentakels kronkelen zich gaandeweg rond je lichaam en houden je een kleine tien minuten lang in een wurggreep vast. “Virtue of Satyr” start met een spoken word afkomstig uit de film “Caligula” en neigt – net zoals het artwork – opnieuw naar de eerder aangehaalde bands van Naas Alcameth hoewel er ook ruimte is voor melodieuze leads en groots klinkende zangpartijen. “Oracle mass” doet dienst als instrumentaal intermezzo en bulkt van de occulte ritualistische klanken. Het twaalf minuten durende “Skeptomorphes (The origin of I)” is allesbehalve een hapklare brok black metal waar je je nog tientallen keren mee kan vermaken om je tanden in te zetten en volledig te doorgronden. Subliem nummer! Ook hekkensluiter “En” heeft heel wat te bieden, maar dan zonder het gekende black metal-instrumentarium in te zetten. Ur Nahath leeft zich hier uit middels rituele percussie, mythische oerwoudgeluiden, bevreemdende ambient en naargeestige tribal-zang. Het voelt aan alsof we in een koperen ketel op het pruttelend vuur bij één of andere koppensnellersstam aanbeland zijn en langzamerhand het bewustzijn verliezen terwijl we gaar gekookt worden. Kortom, “Law of seven death” laat de typische Helleense sound achterwege en mixt het beste van USBM en de dissonantie aanbiddende IJslandse scene in een abstracte, angstaanjagende en hypnotiserende plaat die onder je vel kruipt, alle positiviteit uit je lichaam zuigt en een dissociatieve staat opwekt. Zo horen we het graag!

JOKKE: 88/100

Akrotheism – Law of seven deaths (Osmose Productions 2019)
1. Typhonian serpents
2. Manifesting tartarus
3. Desmotropia
4. Virtue of Satyr
5. Oracle mass
6. Skeptomorphes (The origin of I)
7. En

Mortuus/Serpent Noir – Split

Enkele maanden geleden verscheen een interessante 7 inch split die ik u toch niet wil onthouden. Zoals iedereen ondertussen wel weet is het met Daemon Worship Productions niet zo goed afgelopen. Heel wat bands zijn dan ook in de zak gezet door het label en enkele releases zijn in de vergetelheid geraakt. Het plan was dat er op een bepaald moment een labelcompilatie zou verschijnen, maar dat is nooit waar geworden. Links en rechts zijn al enkele van die songs opgedoken en ook op deze split prijken twee nummers die voor de verzamelaar bestemd waren: ééntje van Mortuus en ééntje van Serpent Noir. Beide songs werden door Abigor’s TT uit de compilatie geselecteerd en middels World Terror Committee uitgebracht. Het Zweedse Mortuus staat gekend voor haar slepende black die een penetrante grafgeur uitademt. En dat is op “Nyctophilia” niet anders. Je hoort zelfs wat invloeden van Thorns ten tijde van diens legendarische “Trøndertun“-tape uit 1992 terug. Ook de Grieken van Serpent Noir brengen geen blastfestijn met “Dreaming iblis“. Een dromerige ietwat sensuele atmosfeer kronkelt zich doorheen de occulte akkoorden en ritmes, maar het nummer klinkt toch wat ruwer dan wat we op diens laatste plaat “Erotomysticism” voorgeschoteld kregen. Interessante split voor de liefhebbers.

JOKKE: 82/100 (Mortuus: 82/100 – Serpent Noir: 82/100)

Mortuus/Serpent Noir – Split (World Terror Committee 2018)
1. Mortuus – Nyctophilia
2. Serpent Noir – Dreaming iblis

Devathorn/Inferno – Zos vel thagirion

Het is weer tijd voor een lesje mystagogie. Het Duitse World Terror Committee liet twee van haar leerlingen, het Tsjechische Inferno en het Griekse Devathorn,  een werkgroepje “inwijding in de mysteriën” oprichten met “Zos vel thagirion” als eindwerk. Het is zoals we van beide bands gewend zijn opnieuw een werkstuk vol draconische grootspraak geworden. Je doet ermee wat je wil. Ik snap er geen jota van en zou zwaar gebuisd zijn als er een examen zou volgen op het aanhoren van deze split. Laten we het dus maar over de muzikale output hebben. Beide entiteiten boksten het eindresultaat niet op eigen houtje in mekaar. Devathorn liet zich bijstaan door de Zweedse componist, audiokunstenaar, schilder en schrijver Michael Idehall en Inferno kreeg hulp van Acherontas V. Priest. Devathorn bijt de spits af en laat voor het eerst in drie jaar tijd nieuwe muziek horen. De laatste langspeler “Vritra” kon ons absoluut bekoren. Op deze twee nieuwe nummers fronsen we meteen de wenkbrauwen bij het aanhoren van de vocalen, want die klinken veeleer hardcore dan black metal, voor mij persoonlijk een afknapper. De vurige en dynamische muziek van “Azazyel iscariot” klinkt met haar Zweedse insteek echter nog steeds à point, er flitst zelfs nog een zinderende solo voorbij. “Omphalos” is experimenteler qua opzet. Het nummer kent een duistere en rituele start en klinkt dreigend en mysterieus door het gebruik van koorgezangen en spoken word samples en doet me soms wat aan Behemoth denken, zonder de snelheidsuitbarstingen dan. In het einde van het nummer duiken we terug rituele sferen in met tribal percussie en mystieke gezangen. Geslaagd nummer! Van het Tsjechische Inferno zijn we behoorlijk fan. De twee voorgangers “Gnosis kardias (of transcension and involution)” en “Omniabscence filled by his greatness” werden dan ook een hoge score toebedeeld op Addergebroed. “The solitary immersion into autarchic silence” neemt de helft van de drieëndertig minuten totale speeltijd voor haar rekening en borduurt verder op de uitwaaierende en psychedelische klanken die op de voorganger verkend werden. De sound van Inferno is heel sacraal en de blasts en riffs zweven als het ware door het ijle universum. Er zijn heel wat rustige stukken in dit kolossale nummer verweven die een beklijvend gevoel opwekken en de spanningsbogen heel strak aantrekken alvorens Inferno haar demonen ontketent. Van welomlijnde songstructuren is er nog amper sprake. Daarna volgt nog het titelnummer van deze split, een heuse ambient/licht-industriële soundscape die op gepaste manier een einde breit aan deze interessante collaboratie. Beide bands slagen dan ook met grootste onderscheiding.

JOKKE: 85/100 (Devathorn: 82/100 – Inferno: 88/100)

Devathorn/Inferno – Zos Vel Thagirion (World Terror Committee 2018)
1. Devathorn – Azazyel iscariot
2. Devathorn – Omphalos
3. Inferno – The solitary immersion into autarchic silence
4. Inferno – Zos vel thagirion

Acherontas – Faustian ethos

Wandelend occult tattoo-kleurboek Acherontas V. Priest heeft duidelijk geen zittend gat want elk jaar schotelt de Griek ons met zijn Acherontas wel een nieuw album voor. Drie jaar geleden werd met “Ma-IoN (Formulas of reptilian unification)” een trilogie gestart. Hoewel elk Acherontas-album bovengemiddeld goed is, haalden de veelvuldige ambient-intermezzo’s de vaart uit die plaat. Op opvolger “Amarta अमर्त (Formulas of reptilian unification part II)” werden deze niet-metalen klanken echter zo goed als compleet verbannen. Acherontas V. Priest kan zich middels Shibalba blijkbaar voldoende in rituele dark ambient uitleven. Ook op dit laatste deel, dat “Faustian ethos” getiteld werd, trekt de band de lijn van zijn voorganger door. Het songmateriaal dateert dan ook uit de schrijfperiode van “Amarta” maar de nummers werden voor een aparte release opzij gehouden aangezien de thematiek verschilt van de eerste twee delen. “Ma-Ion” en “Amarta” stonden in het teken van respectievelijk de Thelema-filosofie en de Rig-Veda, de oudste van de vier godsdienstige hindoegeschriften die bekendstaan als de Veda’s. De nieuwe plaat handelt over Westerse kunst, filosofie en religie, zwarte magie en de Left Hand Path-ideologie, een invalshoek die ook reeds op de “Chtonic libations” samenwerking met het Zweedse Nåstrond verkend werd. Gek genoeg verschijnt dit derde deel wel niet meer via World Terror Committee maar luidt het de terugkeer in naar het Poolse Agonia Records. De voornaamste line-up wissel die in tussentijd heeft plaatsgevonden is die op de drumkruk waarbij de Italiaanse interimdrummer Gionata Potenti zijn plaats afstond aan de Engelsman Dothur aka Tom Vallely die we kennen van onder andere Lychgate en het fantastische Macabre Omen. En gitarist Indra (Naer Mataron) die op de voorganger nog als gast te horen was, is als vast lid toegetreden tot de coven wat maakt dat er nu naast de bandleider en oudgediende Saevus H. drie snarenplukkers actief zijn. En dat werpt zijn verboden vruchten af, want het gitaarspel op “Faustian ethos” is om duimen en vingers bij af te likken. Zo bevat opener “The fall of the first pillar” pakkende gitaarmelodieën en gevarieerde zang en zit er ook wel wat Nightbringer in vervat. De harmonieën in “Sorcery and the apeiron” dragen eerder een sinister gevoel uit vooral wanneer het tempo drastisch terugzakt aan het einde van het nummer. Met de dynamiek is alles in orde want naast het snellere werk zijn songs als “Aeonic alchemy (Act I)” en de bezwerende, in de moedertaal gezongen titeltrack en “Decline of the west (O Ιερεας και ο Ταφος)” uit tragere tempo’s opgebouwd wat een melancholisch sfeertje creëert. De productie die in handen was van George Emmanuel (Rotting Christ, Old Man’s Child) is een pak beter dan op de voorganger: iets minder ruw en meer kracht en helderheid. Verder geen overdaad aan magische hocus pocus, maar acht straightforward nummers waar de occulte geest subtiel doorheen waait en doen terugdenken aan “Vamachara“, samen met de nieuweling de beste Acherontas platen.

JOKKE: 87/100

Acherontas – Faustian ethos(Agonia Records 2018)
1. Τhe fall of the first pillar
2. Sorcery and the apeiron
3. Aeonic alchemy (Act I)
4. Faustian ethos
5. The old tree and the wise man
6. The alchemists of the radiant sepulchre (Act II)
7. Decline of the west (O Ιερεας και ο Ταφος)
8. Vita nuova

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics

Toen ik als ukkie van 11 jaar de mysterieuze wereld van black metal ontdekte, was mijn blik vooral op het hoge noorden gericht. Ik vond het toen nogal een ridicuul idee dat deze duistere muziek ook in mediterrane landen zou worden gespeeld. Ik heb me met andere woorden nooit echt ondergedompeld in de oervaders van bv. de Griekse scene zijnde Rotting Christ, Necromantia, Varathorn, Kawir en Zemial. Stom natuurlijk. In de latere, meer occulte exploten van deze scene (Acherontas, Acrimonious, Serpent Noir, Thy Darkened Shade, …) ben ik beter thuis. Embrace Of Thorns heeft met haar mix van black, death en bestial war metal echter nooit in een bepaald hokje gepast. De band is sinds 1999 actief, na een jaartje eerder onder de naam Requiem geopereerd te hebben. Sinds de naamsverandering was de band vrij consistent qua muzikale output. Nu heeft het iets langer dan normaal geduurd, maar vier jaar na “Darkness impenetrable” valt het nieuwe “Scorn aesthetics” nu toch op de deurmat. Er is bitter weinig veranderd in het receptuur van de band want hun black metal wordt nog steeds met een zeer fikse scheut death metal en een snuifje war metal op smaak gebracht. Zo hoor je in opener “The wanderer and his shadow” ongetwijfeld de invloed van Morbid Angel doorschemeren. De vocalen klinken dan ook wat dieper en de sound wat zwaarder (hoor die bas maar eens ronken) dan de doorsnee black metal band. Melodieuze partijen en mid-tempo nummers (bijvoorbeeld “Reducto ad absurdum” dat een Deströyer 666-achtige solo bevat) worden afgewisseld met beukende dubbele basritmes (“Mutter aller Leiden” of de titeltrack) of opzwepend snel geschut. “In our image, after our likeness” is met haar negen minuten speeltijd en ingebouwde spoken word-samples de langste en meest epische track van het album. Met de dynamiek zit het alvast helemaal snor. Volgens de heren is het feit dat ze de voorbije twintig jaar voor velen noch vis noch vlees waren, de verklaring voor het feit dat de band nog vrij diep in de underground verscholen zit. Hoewel Embrace Of Thorns nog nooit zo goed geklonken heeft en er best een paar knallers op “Scorn aesthetics” prijken (“Stoking the fire of resentment” en de opener), kan ik me in deze redenering slechts deels vinden. Een grotere oorzaak voor hun onbekendheid is het songmateriaal dat niet genoeg blijft plakken en te weinig beklijft. Het niveau van de aangehaalde referentiebands (voeg hier gerust ook oude Celtic Frost, Dissection en Incantation aan toe) wordt dan ook nergens geëvenaard.  De songschrijvers Herald of Demonic Pestilence en Archfiend DevilPig zullen dus nog een tandje moeten bijsteken als ze echt potten willen breken.

JOKKE: 72/100

Embrace Of Thorns – Scorn aesthetics (Iron Bonehead Productions 2018)
1. The wanderer and his shadow
2. Mutter aller Leiden
3. Reducto ad absurdum
4. Stoking the fire of resentment
5. Scorn aesthetics
6. In our image, after our likeness
7. Wolf uncaged _ Prometheus unbound

Natvre’s – Early cvlts

Er kan er maar één de hardste zijn. En in het geval van Griekse extreme metal bands is dat ongetwijfeld Natvre’s. Twee jaar geleden blies het Helleense blackened power trio me al van mijn sokken met debuutplaat “Wrath” en zelden sloeg een albumtitel de nagel ook zo hard op de kop. Onder het motto “No useless complexity, no hocus-pocus, and no black metal traditionalism” laat de rauwe brok energie die in de negen songs van het nieuwe “Early cvlts” vervat is, geen spaander heel van de conventionele black metal ideologie. Hoewel het vertrekpunt ontegensprekelijk black metal is, worden de mid-tempo riffs serieus gedowntuned en op smaak gebracht met een destructieve punk vibe. Drummer Saathield lijkt eerder boomstammen dan drumstokjes te hanteren, de basstonen van Aethiᴙ raggen en ploeteren dat het een lieve lust is en de cirkelzaagriffs en maniakale overstuurde vocalen van frontman Foedraan maken het gitzwarte doembeeld dat geschetst wordt compleet. Het tekstuele plaatje is een collage van natuurfenomenen, koud realisme en de hoop dat de mensheid zich snel de verdoemenis inpleurt. De negatieve energie van “Death of the earth” en vooral het snellere “Prototype II” ontketent een haatvolle maalstroom aan terreur en gecontroleerde chaos. Burzum waart op één of andere manier nog steeds doorheen de gesatureerde sound, hoewel deze invloed er absoluut niet vingerdik bovenop ligt. Hetzelfde geldt voor een post-punk band als Killing Joke. Er mocht misschien net iets meer afwisseling ingebouwd worden in de zes reguliere tracks want enkel het inleidende “Tundra” en “Prehistoric technology” en “Speleogenesis” aan het einde van de plaat vormen de experimentele (industrieel klinkende) buitenbeentjes. Hoewel het overdonderende verrassingseffect er wat af is, produceert Natvre’s nog steeds de perfecte soundtrack voor elke demolition party.

JOKKE: 80/100

Natvre’s – Early cvlts (Argento records 2017)
1. Tundra
2. Night of the sun
3. Death of the earth
4. Early cults
5. Geometrical confuse
6. Prototype II
7. Something deeper that grows
8. Prehistoric technology
9. Speleogenesis