hellhammer

Clavus – Rebus paranormalibus

Bij een land als Zwitserland denk je nu niet meteen aan een rijke geschiedenis op gebied van extreme metal, hoewel het neutrale land wel degelijk enkele groete namen heeft voortgebracht. Denk maar aan Hellhammer/Celtic Frost en Samael en recenter en meer underground Bölzer, Darkspace en Paysage d’Hiver. Als we écht de allerdiepste krochten van de reusachtige Zwitserse Alpen induiken, treffen we daar Clavus aan, een gloednieuwe anonieme blackmetalentiteit die, naast enkele (digitale) demo’s, dit jaar onder de noemer “Rebus paranormalibus” ook een eerste full-length uitbracht. Deze plaat staat garant voor een dik half uur cryptische en hypnotiserende blackmetal die uitpuilt van somberheid en verstikkend kwaad. De auditieve sonische terreur is verdeeld over twee korte en twee lange nummers, aangevuld met ambientintermezzi die wat zuurstof in de verstikkende geluidsmuur pompen. De man achter deze raadselachtige entiteit betovert de luisteraar met ijskoude riffs die een aura van hypnotiserende grandeur verspreiden en verstrengeld zijn met uitgestrekte kosmische keyboardlandschappen die diepte en ruimte geven aan de rauwe, grofkorrelige en ijzige gitaarlagen die door de pulserende kracht van woest drumwerk voortgestuwd worden, maar waarbij gezegd moet worden dat de geprogrammeerde drumlijnen soms wat rommelig overkomen in het geheel. Halfweg “Rebus paranormalibus” passeert “Dark tree from the golden forest” waarin meeslepende gitaarleads meer op de voorgrond treden, terwijl in opener “Acies ventos” en het geweldige “Jantar mantar jadu mantar” de toetsen voor de majestueuze extase zorgen. Voeg daar nog de wrede, vervormde en huiveringwekkende krijsen bij en je hebt alle ingrediënten voor een beklijvende atmosferische blackmetalplaat. Clavus is een nieuwe underground act om in het oog te houden. Voer voor fans van Paysage d’Hiver en Darkspace, maar met nog wat groeimarge vergeleken met deze twee referenties.

JOKKE: 78/100

Clavus – Rebus paranormalibus (Dawnbreed Records/Lèpre Productions 2020)
1. Acies ventos
2. Pythonicus
3. Six black candles
4. Majestic tower
5. Dark tree from the golden forest
6. Uromancia
7. Jantar mantar jadu mantar
8. Rebus paranormalibus

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

Hellehond – Verslonden

Een hellehond of kardoes is een wezen met het voorkomen van een hond dat in verschillende mythologieën en volksverhalen voorkomt en dat meestal in verband gebracht wordt met dood en rampspoed. Een bekende mythische hellehond in de Griekse mythologie is Cerberus, de bewaker van de onderwereld. In volksverhalen is het vaak een spookhond waarvan de verschijning onheil en dood aankondigt. De heren Botmuyl, De Uytvaert, Batraof en Kauw konden zich wel met dit wezen vereenzelvigen en kozen deze naam voor hun nieuwe band die zich toewijdt aan het spelen van “Neerlands oude school black metal“. Botmuyl’s haatbek kennen we nog van o.a. Wederganger, Gevlerkt en Fluisterwoud maar de overige muzikanten komen met jarenlange ervaring in bands als Asphyx en Rectal Smegma uit de dode hoek van de extreme metal-scene. “Caveman black metal – by cavemen, for cavemen. Music lovers…stay away!” lees ik in het label statement. Het resulteert in zeven songs vol primitieve black waarin de gezamenlijke voorliefde voor acts als Hellhammer, vroege Celtic Frost en Bathory gezegevierd wordt. Aan post-, emo- of orthodox gedoe hebben deze rakkers m.a.w. het vliegend schijt. Daar waar vele bands voor een snelle opener kiezen, besloot Hellehond om met het mid-tempo “Kardoes” in huis te vallen. Ook in de titeltrack wil het kwartet geen snelheidsrecords breken, hoewel dit nummer pompender en stuwender is. De laaggestemde gitaren geven de totaalsound trouwens een death metal-feel mee, geen typische tremoloriffs of schelle sound hier. De melodie en slome baspulsen van het hieronder geposte “Rattenmantel” blijven na elke luisterbeurt nog uren doorzinderen. In dit nummer wordt wat meer met dynamiek gegoocheld, maar blastbeats blijven uit (spoiler alert: die vallen ook verderop niet te bespeuren). “Onbegraafbaar” is dankzij repetitieve stuwende drums en een klievende gitaarlijn, het meest black metal-achtige nummer dat er op “Verslonden” te vinden is. “Hamerslagen” is dan weer de meest nostalgische song die ons middels een oereenvoudige maar o zo effectieve gitaarriff terug naar het midden van de jaren ’80 katapulteert. Ook het slepende “Over de kling” bewijst dat er geen kernfysica en een overkill aan aantal breaks per minuut aan te pas moeten komen om een goede metalsong te schrijven. In de vorm van “Kerkerlust” met diens heerlijke old school riffs en opzwepende meebrulrefrein zit het venijn hem hier duidelijk in de staart. En Botmuyl? Die rijt zijn stembanden in frut vaneen terwijl hij zijn Nederlandstalige teksten uitbraakt. Na een klein half uur heeft “Verslonden” ons met huid en haar opgepeuzeld.

JOKKE: 81/100

Hellehond – Verslonden (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Kardoes
2. Verslonden
3. Rattenmantel
4. Onbegraafbaar
5. Hamerslagen
6. Over de kling
7. Kerkerlust

Baxaxaxa – The old evil

Wie had ooit verwacht dat het uit Beieren afkomstige Baxaxaxa na 27 jaar (!!!) terug uit de dood zou herrijzen? Ik in elk geval niet. Deze Duitse band was erbij toen black metal begin jaren negentig uit de startblokken schoot. In 1992 verscheen de “Hellfire“-demo, maar nadien hield de band het al snel voor bekeken. Drummer Condemptor en zanger/gitarist Ancient Blasphemic Grave Invocator gingen hun weg verder met Ungod dat, op een winterslaap tussen 2002 en 2008 na, nog steeds actief is. In 2018 werd Baxaxaxa terug leven ingeroepen naar aanleiding van een Duitse en Amerikaanse show op Destroying Texas Fest. Blijkbaar heeft dit het vuur terug aangewakkerd, want momenteel knalt de nieuwe demo “The old evil” hier uit de boxen. Van de oorspronkelijke line-up is enkel Condemptor nog overgebleven, verder aangevuld met bassist Sulphur Irae en gitarist Cryptic Tormentor (beiden van Ungod) , zanger Traumatic en keyboardspeler Antitron Desecratum W2J1L8, die beiden in tal van Duitse underground-bands actief zijn/waren. Bij het aanhoren van deze 24 minuten durende demo lijkt het alsof de tijd daadwerkelijk 27 jaar heeft stilgestaan, want wat Baxaxaxa ons presenteert is ouwegetrouwe mid-tempo black met op Hellhammer, Master’s Hammer, Bathory en oude Rotting Christ gestoelde riffs en mysterieuze keyboards, waarvan de band destijds beweerde de eerste te zijn die dit instrument in black metal verweefde. De geluidskwaliteit van deze demo bevat een zekere necro feel, maar is wel beduidend beter dan de “Hellfire“-demo. De songs staan als een huis en ook de zang is beter dan toen. Straf hoe Baxaxaxa die nostalgische sfeer van begin jaren ’90 perfect heeft weten te transponeren naar 2019. Hulde!

JOKKE: 85/100

Baxaxaxa – The old evil (Eigen beheer 2019)
1. Intro
2. Sepulchral winds return
3. In shadows they lurk
4. Bells of charon
5. The old evil

Clandestine Blaze – Tranquility of death

Bij Clandestine Blaze zijn we qua no-nonsense black reeds twintig jaar en tien langspelers lang aan het juiste adres. Sinds 1999 verschijnen alle releases van de band steevast op Northern Heritage Records, het label van Mikko Aspa, de man achter Clandestine Blaze. Opener “God on the cross” wint er geen doekjes om en is vergeleken met wat volgt een korte uptempo song met een basic, old school rechttoe-rechtaan aanpak die eindigt met een blitse chaotische solo. Het daaropvolgende “Tragedy of humanization” gooit het met haar slepende en mid-tempo gemusiceer en subtiel triomfantelijk toetsenwerk meteen over een andere boeg en doet wat denken aan Satyricon ten tijde van diens middeleeuws geïnspireerde periode. Maar ook oude Darkthrone en Hellhammer blijven natuurlijk een grote invloed op het werk van Clandestine Blaze. “Blood of the enlightenment” wordt door stompende ritmes aangedreven waarbij de sound van de snaredrum echter nogal vlak klinkt. “Tamed hearts” zet de luisteraar met haar mid-tempo start op het verkeerde been wanneer even later snellere old-school black uit de boxen rolt. In de titeltrack worden akoestische klanken meermaals vermengd met de grimmige riffs en is er heel wat ruimte voor melodie, voornamelijk in de slepende passages. Uitsmijter “Triumphant empire” is zo’n steengoede catchy mid-tempo kraker wiens riffs lange tijd in je hoofd blijven zitten. Clandestine Blaze stelt zelden teleur en levert met “Tranquility of death” opnieuw een sterke plaat uit waarbij het gitaargeluid teruggrijpt naar de sound van de allereerste platen. Respect voor Mikko die stug en wars van alle trends zijn eigen traditionele black metal-pad blijft bewandelen.

JOKKE: 83/100

Clandestine Blaze – Tranquility of death (Northern Heritage Records 2018)
1. God on the cross
2. Tragedy of humanization
3. Blood of the enlightenment
4. Tamed hearts
5. Tranquility of death
6. Triumphant empire

Possession – Exorkizein

Met de demo “His best deceit” en twee EP’s (“Anneliese” en “1585 – 1646“) op zak heeft het uit Namen afkomstige Possession al heel wat verdorven en bezeten black/death/thrash-metal zieltjes voor zich weten winnen. Na heel wat oefenruimteperikelen en een herschikking in de line-up, waarbij bassist V. Viriakh voortaan de microfoon ter hand neemt ter vervanging van de vertrokken Mestema en S. Iblis (ex-Maleficence) de dikke snaren voortaan zal bespelen, besmeurt het kwartet deze zonnige zondag met haar debuut “Exorkizein“. Possession geeft haar muziek steeds een historische insteek en in het geval van de nieuwe plaat is dat het leven en werk van eerwaarde Gabriele Amorth, de laatste exorcist van Rome die in september 2016 op 91-jarige leeftijd overleed. Op de tonen van Beethoven’s “Moonlight sonata“, waardoor ijselijke gillen van een in Griekenland uitgevoerd exorcisme weerklinken, wordt de juiste toon gezet voor zesendertig minuten opzwepende en primitieve black/death-metal met een flinke portie thrash-bevlogenheid à la oude-Bathory en Hellhammer. Hoewel de jongens volwassener geworden zijn, klinkt nog steeds een jeugdige bevlogenheid doorheen de songs. Dit is geen kernfysica of hogere wiskunde – en dat is ook absoluut geen vereiste bij dit soort bestiale herrie –  maar de repetitieve riffs en eentonig hakkende drumtempo’s weten niet over de gehele lijn te overtuigen. Wanneer we halverwege bij “In vain” aanbeland zijn, verdwijnt de voet van het gaspedaal en weet Possession meer te beklijven. Ook “Take the oath” en de bijna acht minuten durende afsluiter “Preacher’s death” – met overigens knap soleerwerk – zijn afwisselender en dynamischer, waardoor de tweede helft van het debuut me meer bevalt dan het begin. En hoewel V. Viriakh zich allesbehalve slecht van zijn nieuwe taak kwijt, was ik meer voor de occulte charmezang van Mestema te vinden. Op muzikaal gebied teert Possession op de old-school waarden van de extreme metalscene en ook op artistiek vlak werd naar aloude traditie gekozen voor een blasfemisch zwart-wit-ontwerp van Christophe Moyen (o.a. Archgoat, Incantation, Absu, Vader en zo veel meer bands) om de hoes van de plaat te sieren. Allesbehalve een slecht debuut, hoewel ik er net iets meer van verwacht had op basis van de sterke EP’s.

JOKKE: 79/100

Possession – Exorkizein (Iron Bonehead Productions/Invictus Productions 2017)
1. Intro
2. Sacerdotium
3. Infestation – Manifestation – Possession
4. Beast of prey
5. In vain
6. Take the oath
7. Preacher’s death