i voidhanger records

Kosmovorous – Glorification sermons

In 2013 bedachten S. (bas) en Antinomos (gitaar) in Griekenland dat ze samen een occulte blackmetalband wilden starten. In 2015 kwam daar de Duitser Valkenstijn (Ysengrin onder anderen) bij als vocalist. Aan het eind van oktober kwam hun debuut EP “Glorification sermons” uit bij het Italiaanse I, Voidhanger Records. Deze EP bestaat uit twee nummers die beiden meer dan tien minuten klokken. Ik kan eigenlijk vrij kort zijn over de EP: het is een prima eerste release. De passie voor wat ze willen overbrengen is heel goed merkbaar en de productie is helder, maar niet steriel. Valkenstijn’s vocalen zijn gepast getormenteerd en gevarieerd. Muzikaal gezien is het een hele goede mix van up- en midtempo ritmes en dissonante melodieën. Hou je van Aosoth, Svartidau∂i, Verbum Verus, Barshasketh en anderen? Dan kan je deze zonder problemen aanschaffen. Ik kan hier ontzettend van genieten. Alleen nog een drummer om het nog iets meer organisch te laten klinken, dan zou het helemaal perfect zijn. De kracht van deze EP zit hem in de compactheid van de nummers, ondanks hun lengte. Het vliegt voorbij en je zet de EP graag nog eens op. En dat cover artwork: geweldig! Kom maar op met de eerste langspeler.

MISCHA: 79/100

Kosmovorous – Glorification sermons (I, Voidhanger Records, 2020)
1. Perilous flesh and the devouring Light
2. Flagellation litanies





Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros

Wat veel releases van I, Voidhanger Records gemeen hebben, is dat ze doorgaans magnifiek cover artwork hebben dat overloopt van de symboliek en dat de muziek licht avontuurlijke trekken vertoont. Zo ook in het geval van deze split tussen het Mexicaanse Precaria en onze landgenoot Ôros Kaù, twee namen die hier al eerder passeerden. De vier nummers die Precaria aanlevert, vormen het tweede en laatste deel van een diptiek rond het concept ‘Theion‘, het goddelijke vuur dat diegenen transformeert die het ware licht door de duisternis zoeken en dit op een wonderbaarlijke manier vormgegeven door Elijah Tamu (Ikonostasis). Voor het eerste luik genaamd ““Metamorphosphoros” werd het Mexicaanse duo vergezeld door Deathspiral Of Inherited Suffering en Dominus Ira, en voor “Theosulphuros” dus door de mysterieuze Belg wiens overrompelende debuut “Imperii templum aries” hoer goed scoorde. Beide Precaria delen zullen trouwens ook als aparte release onder de noemer “Nigraluminiscencia” gebundeld worden. Precaria speelt een woeste mixvorm van black en death metal die als een ziel in beroering klinkt. Een shitload aan donkere riffs wordt op mekaar gestapeld, tempowisselingen volgen mekaar in sneltempo op en zwavelige melodieën en dartele baslijnen zweven doorheen het hyperkinetische eindresultaat. Hermit, de man met de muzikale en thematische visie, en Bestia, de drummende octopus (want hij lijkt bij momenten een stel extra armen en voeten in de strijd te gooien), beschikken over heel wat technische bagage, maar laten dat wat mij betreft soms ook wat te graag horen, want er blijft eerlijk gezegd niet gek veel hangen van de übersnelle, op militaristische tred afgevuurde passages die de drie volwaardige, lange nummers bevatten (“Ritus absconditus” fungeert als intro). Het is pas wanneer er sporadisch wat gas teruggenomen wordt, zoals in enkele passages van het strijdlustig klinkende en in het Spaans vertolkte “Heautontimorumenos“, dat het duo weet te beklijven. Maar overrompelen is wat de heren het liefst doen met hun mix van barbaars klinkende black/death die fans van Aosoth, Antaeus en het latere werk van Behemoth (vooral vocaal dan) wel zal kunnen bekoren. Voor wie Precaria al zwaar op de maag ligt, zal Ôros Kaù helemaal als een indigestie aanvoelen, want wat deze multi-instrumentalist uit zijn koker tovert klinkt haast onmenselijk. Hier hebben de drums dan ook een machinale in plaats van menselijke oorsprong. Ôros Kaù schuurt, schaaft en rijt geheelde wonden terug open. Ôros Kaù maalt, vermorzelt en verbrijzelt alles op zijn weg. En hoewel dit éénmansproject als de overtreffende trap van Precaria klinkt, weet het me meer te raken daar techniciteit hier, zoals dat bijvoorbeeld ook het geval is bij Skáphe, meer in dienst van atmosfeer staat. Ondanks de gewelddadige en compromisloze aanpak blijven de blackmetalexorcismen van Ôros Kaù immers meditatief en hypnotiserend aanvoelen. Het monumentale “Solve“, dat bol staat van psychedelische geluiden en noisey ambientdampen, breit een perfect einde aan de spirituele zoektocht van “Theosulphuros“, een split die geen spek voor ieders bek is. Maar we hadden ook niet anders verwacht van I, Voidhanger Records natuurlijk.

JOKKE: 79/100 (Precaria: 76/100; Ôros Kaù: 82/100)

Precaria/Ôros Kaù – Theosulphuros (I, Voidhanger Records 2020)
1. Precaria – Ritus absconditus
2. Precaria – Ex nigredo
3. Precaria – Darkness is my light
4. Precaria – Heautontimorumenos
5. Ôros Kaù – Exorcisme du sel
6. Ôros Kaù – Exorcisme du feu
7. Ôros Kaù – Exorcisme de l’eau
8. Ôros Kaù – Solve

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old

De mythe van Prometheus verhaalt dat de mens er bij de toebedeling van gaven en vaardigheden door de Griekse goden maar bekaaid afkwam. Zowel op het vlak van de overlevingsinstincten als op het vlak van de natuurlijke verdedigingsmiddelen waren de andere levende wezens er veel beter aan toe. Uit liefde voor de mensheid stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden en schonk het aan de mensen. Hij leerde de mens er metaal mee te bewerken en leerde hun technische vaardigheden toe te eigenen. Het drietal Esophis (gitaar, bas, synths), Aggelos (zang) en Nodens (drums) werd op vlak van ‘metaalbewerking’ goed bedeeld want wat de heren op hun tweede langspeler “Resonant echoes from cosmos of old” laten horen, kan ons uitermate bekoren. Waarom het promopraatje de band als blackmetal labelt, ontging me aanvankelijk wel een beetje want de strot van Aggelos situeert zich in het openende “Gravitons passing through Yog-Sothoth” en het loodzware groovende “Azathoth” toch vooral in diepere deathmetalregionen. Ook muzikaal horen we heel wat esoterisch doodsmetaal echoën in de muziek van deze Grieken, die in het vaarwater van een band als Sulphur Aeon opereren. De Lovecraftiaanse themathiek delen ze trouwens ook met deze Duitsers. De blackmetalreferentie slaagt hier met andere woorden eerder op de hoge dosis duistere atmosfeer die in de muziek geïnjecteerd is en op de dissonante riffjes die in de monsterlijke composities zoals het slepende “Astrophobos” verstopt zitten. Dit is het eerste nummer dat in zijn totaliteit meer naar zwart- dan doodsmetaal overhelt en vanaf de zevenminutengrens ook ruimte laat voor een ingetogen heavymetalachtige gitaarlead. Het is een melodieuze aanpak die teruggrijpt naar de eerste twee Rotting Christ platen die zowat de blauwdruk voor de Helleense blackmetalsound vormen. Met het daaropvolgende titelnummer gooit het trio het lichtjes over een andere boeg daar er hier ook aandacht is voor een zeker majestueus en symfonisch gevoel. Gaandeweg trapt Nodens op het gaspedaal en lanceren de heren zichzelf in furieuze blackmetalversnellingen, om dan plots schril te contrasteren door al het muzikale geweld te laten stilvallen en opnieuw op melodieuze hypnotiserende gitaarmelodieën over te schakelen waarvoor de Helleens scene zo gekend staat. Ook meer naar het einde van deze negen minuten durende compositie laat Prometheus nog verschillende gezichten zien; we horen zelfs even een Emperor-achtig stukje terug. Het maakt dat we bij de les blijven en ons niet snel vervelen met deze plaat. Het Grieks getitelde nummer “Ανεμοι των Αστρων” (‘ik weet het niet’) is een atmosferisch mystiek klinkend intermezzo dat een brug bouwt naar het afsluitende “The crimson tower of the headless God” waarin het beste van black- en deathmetal gecombineerd wordt tot een beklijvend epos waarin naarmate het einde nadert een heuse plaats is weggelegd voor majestueuze synths die de zintuigen prikkelen en een ruimtelijk vacuüm creëren dat psychedelische ambient-allures aanneemt. Voeg daar nog feërieke vrouwelijke engelenzang bij en we lijken ons haast even van het aardse bestaan te kunnen losmaken. Prometheus weet zich met “Resonant echoes from cosmos of old” resoluut op mijn radar te spelen. Dit is immers een avontuurlijke plaat waarop een band te horen is die niet voortdurend uit hetzelfde vaatje tapt maar verschillende gedaantes aanneemt wat bijdraagt aan het luisterplezier.

JOKKE: 87/100

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old (I, Voidhanger Records 2020)
1. Gravitons passing through Yog-Sothoth
2. Azathoth
3. Astrophobos
4. Resonant echoes from cosmos of old
5. Ανεμοι των Αστρων
6. The crimson tower of the headless God

Verikyyneleet – Ilman kuolemaa

Verikyyneleet is een eenmansproject dat al sinds 1999 bezig is. De man erachter is Isla Valve, een voor mij verder onbekend persoon. Ik kan vinden dat de beste man ook nog een ander project heeft met een Portugees met de naam shadoW dat de naam E draagt. Hun laatste plaat heet “Verikyyneleet” en deelt nogal wat songtitels (waaronder de titel van deze plaat) met wat nu voor mij ligt. Online kan ik daar echter niets van vinden. “Verikyyneleet” betekent ‘bloedtranen’. De titel van de plaat betekent vrij vertaald ‘Zonder dood’. “Ilman kuolemaa” is de eerste langspeler van dit project en is afgelopen augustus uitgekomen op het onvolprezen I, Voidhanger Records. De nummers zijn in de afgelopen twintig jaar geschreven en zijn, voor zover ik na kan gaan, eerder als de demo’s en platen van zowel Verikyyneleet als het eerdergenoemde E uitgebracht. De plaat is daarmee een lijvig werk geworden en klokt ruim zeventig minuten. Het is een gevarieerde plaat geworden, die mij heel erg aanspreekt op één punt na. Daar komen we zo meteen op terug. Atmosferische blackmetal is heel erg mijn stiel. Ik hou van meeslepende muziek die zich binnen een nummer ontwikkelt en evolueert. “Ilman kuolemaa” levert op dat punt alles wat ik zoek in mijn muziek. De thema’s zijn onder andere de zwaarte van het bestaan, vergankelijkheid en natuur. De muziek bestaat uit schelle tremologitaren, furieuze drumcomputerbeats en veel synths. Normaal gesproken ga ik dan even in een hoekje zitten huilen, want synthesizers in blackmetal vind ik meestal een gruwel. In deze uitvoering heb ik er echter veel minder bezwaren tegen. De muziek is heel goed uitgedacht en zorgvuldig opgebouwd. Daardoor passen de synths ook erg goed in de composities. Tussen de nummers door staan er ook vijf korte ambientstukken, die wat mij betreft eruit gelaten hadden mogen worden. Voor het overige staat de muziek als een huis. Het doet mij bij tijd en wijle denken aan bands als Krallice en Laster. De melancholie en sfeer druipen er vanaf. Het smaakt mij erg goed. Wat mij minder goed af gaat, is de ontzettend wisselende productie op de plaat. Ik denk dat het een goed idee zou zijn geweest de nummers opnieuw te masteren voor deze release. Soms verdwijnen instrumenten volledig in de mix. Dit overkomt zeker de drums nogal eens. Dat is een best heel storende factor in de plaat die toch heel veel invloed heeft op het luistergenot. Ik vind het ontzettend zonde: zonder dat gebrek aan consistente productie, zou ik deze plaat een veel hoger cijfer geven.

MISCHA: 72/100

Verikyyneleet – Ilman kuolemaa (I, Voidhanger Records 2020)
1. (T) (
2. Ilman kuolemaa
3. Mitätön elämä
4. (I)
5. Ei todellista voimaa
6. Muinainen kosketus
7. (E)
8. Yhtä luonnon kanssa
9. The great scream in nature
10. (T)
11. Taivas kuolee, hän elää
12. Ikuinen paluu
13. (O)
14. Ajan haudalla
15. Mitätön elämä (osa 2)

Onirik – The fire cult beyond eternity / Noite – A cor do fogo

Het doet deugd om Dirge Rep (ex-Gehenna, ex-Enslaved, The Konsortium, …) nog eens te horen drummen op een plaat want het is ondertussen weeral van Djevel’s “Norske ritualer” uit 2016 geleden dat ik deze legendarische, maar vaak ondergewaardeerde Noorse trommelaar nog aan het werk heb gehoord. Daar waar hij bij zijn landgenoten vrij typisch blackmetaldrumwerk liet horen, mag hij zich bij het Portugese Onirik nog eens uitleven door zich in allerlei bochten te wringen. Goede zet van meesterbrein Gonius rex om de Noor als huurkracht aan te trekken voor zijn vijfde langspeler. Het werd trouwens hoogtijd want voorganger “Casket dream veneration” ligt weeral vijf jaar achter ons. Onirik is actief sinds 2002 en heeft het blackmetalgenre door de jaren heen in verschillende benaderingen verkend, maar is altijd trouw gebleven aan zijn oorspronkelijke doel: een ongewone, dissonante en rauwe uitvoering van het genre met trance-inducerende sferen, ijskoud en badend in magie. Dat dissonante aspect is op “The fire cult beyond eternity” nóg prominenter aanwezig dan ooit tevoren, maar tegelijk klinkt Onirik ook meer old-school, sinister en rauw dan op de voorganger. De vaak atonale gitaarlijnen spinnen als een krolse kater rond de vaak gekke en geïnspireerde baslijnen en het non-lineaire drumwerk. Songstructuren zijn in dit geval een abstract gegeven. De atmosfeer die neergezet wordt is ronduit verstikkend en hallucinogeen. Elke noot lijkt een directe uitdrukking te zijn van de gitzwarte poëzie die met de grootste minachting op een dramatische manier wordt gezongen waarbij regelmatig heldere zang opduikt die wat naar Ved Buens Ende neigt en je als luisteraar meezuigt in dit duistere universum waar je tere communiezieltje in lichterlaaie gezet wordt. Semjaza (Thy Darkened Shade) verzorgde niet alleen de ambientpartijen die her en der in de zeven, bovengemiddeld lange songs opduiken maar nam ook de mix en mastering voor zijn rekening in zijn Sitra Ahra studio, waar trouwens niets op aan te merken valt. Gelijktijdig met “The fire cult beyond eternity“, brengt Gonius Rex ook werk uit van zijn ander project Noite (‘nacht’) waarvoor hij inspiratie haalde uit middeleeuwse en neo-klassieke muziek. Dit levert een bevreemdende reeks, in het Portugees gezongen, psalmen vol boetedoening op waar ik echter zo nerveus van wordt dat ik na enkele minuten nagelbijten bijna aan mijn ellebogen zit te knabbelen. Noite grossiert een half uur lang in een wirwar aan psychedelische cleane zang, contrasterende koren, multi-gelaagde kerkelijke bezweringen en spreuken, treurige litanieën en schemerige melodieën, met cleane gitaren en een wulpse bas die overal ronddraait. De drums werden voor de eerste keer door Gonius rex zelf ingespeeld, wat met de niet-evidente ritmes wel een knappe prestatie is. Toch is dit debuut totaal geen spek voor mijn bek, en dat heeft niets te maken met het feit dat dit amper nog iets met metal te maken heeft. Onirik daarentegen kan mij wel bekoren met zijn moeilijk te doorgronden, avontuurlijke en technische, doch ook traditionele kijk op blackmetal.

JOKKE: Onirik (80/100); Noite (60/100)

Onirik – The fire cult beyond eternity (I, Voidhanger Records 2020)
1. Cult beyond eternity
2. Trapped in flesh, blood and dirt
3. Assigned to the inexorable flames
4. Melodies of reflection and praise
5. Granted the vision, molded into stone
6. Murmurs of the aging vessel
7. Apathy of might

Noite – A cor do fogo (I, Voidhanger Records 2020)
1. Noite eterna
2. A cor do fogo
3. No inferno e na terra
4. Centelha
5. Monstro adormecido
6. Marcha do caldeirão

God’s Bastard – Last standing village

God’s Bastard is een tweemansformatie uit Brooklyn. De leden zijn Drew Hayes (zang en gitaar) en Lev Weinstein (drums). Weinstein zou je kunnen kennen van Krallice, Anicon of Bloody Panda. Hayes heeft in Floods gezeten. In 2019 hebben ze de EP “Last standing village” op Bandcamp gezet onder lovende reacties. Het Italiaanse I, Voidhanger Records heeft besloten om deze EP ook fysiek uit te brengen. Is dat een goed idee geweest? Ik vind van wel. Ik hou wel van de progressieve blackmetal die uit Amerika afkomstig is. Wolves in the Throne Room, Alda, Sadhaka en ook Krallice reken ik tot mijn favoriete bands. Dus als iemand als Weinstein een nieuwe band start, zal ik het altijd een kans geven. De drie nummers op deze schijf zijn verrassend divers. De openende gitaarriff in het eerste nummer “Chaos apologist” is net zo stuwend als een vroeger werk van Primordial, maar door het drumwerk is de compositie chaotischer. Een Maelstrom zogezegd. Het nummer heeft wel een prettige lengte voor de chaos. Het is bijna de helft korter dan de andere twee. Dat zorgt ervoor dat je aandacht niet verslapt. “God raise the sea” tapt uit een net iets ander vaatje, lijkt iets meer crust te bevatten en het tempo ligt lager. Ik ben een ontzettende liefhebber van de dreigende mid-tempo dubbele basdrum. De uithalen van de zanger gaan door merg en been bij mij. Het nummer verhaalt een worsteling om te ontkomen aan de dagelijkse sleur en het daarin falen. Naast de chaotische wervelwind van het eerste nummer is dit bijna stroperig te noemen. De derde song “To the last standing village” is de culminatie van de eerste twee nummers. Chaos en rust strijden om voorrang. Nergens klinkt Hayes meer getormenteerd. De post hardcore break met cleane muziek is een balsem voor de ziel, maar je voelt aan alles dat dit niet kan voortduren. Nooit zal gods bastaard rust kennen. De vloek van rusteloosheid blijft over hen heen. De climax is heel intens: alles komt tot een onvermijdelijk tragisch einde. I, Voidhanger Records heeft naar mijn mening de goede keuze gemaakt. De EP staat als een huis en kent in de drie nummers behoorlijk veel variatie. Progressieve blackmetal heeft vaak last van tot in de oneindigheid doorgaan met een thema. Niet bij God’s Bastard. Heerlijk.

MISCHA: 87/100

God’s Bastard – Last Standing Village (I, Voidhanger Records 2020)
1. Chaos apologist
2. God raise the sea
3. To the last standing village

Ars Magna Umbrae – Apotheosis

Over Ars Magna Umbrae’s eerste langspeler “Lunar ascension” waren we twee jaar geleden erg te spreken. De Pool K.M. speelde gretig in op de dissonante trend die al een tijdje bezig was en vooral door IJslandse acts geëxploiteerd werd hoewel de origines ervan eerder tot de Franse scene te herleiden zijn. Ook het snerpende, nerveuze, demonische en kille gitaarwerk van USBM acts als Nightbringer of Bestia Arcana vond zijn weg naar het Ars Magna Umbrae universum. Al deze elementen zijn op het nagelnieuwe “Apotheosis” opnieuw aanwezig. Atonale klanken en dissonanten stromen nog steeds gretig door de riffaders en de link naar de aangehaalde USBM referenties wordt vooral in een kraker als “On the wings of divine fire” nogmaals bevestigd. Dit nummer heeft tevens een waas van oosters aandoende mystiek over zich gedrapeerd en speelt gretig met dynamische elementen. Ook de titeltrack is vermeldenswaardig en start met een monsterriff, probeert je nadien voortdurend op het verkeerde been te zetten met afwijkende tempo’s en ritmes, maar ontplooit zich wat later ook tot een meer melodische song. Het is typerend voor de occulte en esoterische black waarin we hier een kleine veertig minuten ondergedompeld worden en die ons het ene moment mee de abyssale dieptes in sleurt maar ons even later even goed in kosmische sterrenstelsels katapulteert. En of deze taferelen zich nu aan een horroreske rotvaart manifesteren of ons op traag glooiende uitdijingen doet meesurfen, maakt niet uit want Ars Magna Umbrae’s creaties barsten steeds van een gezwinde hypnose die droom en realitet doen samensmelten. Op vocaal vlak krijgen we heel diverse keelklanken voorgeschoteld gaande van raspend gekrijs over mysterieus gefluister, sappige screams en verhalende vrouwelijke stemmen. Deze tweede langspeler is opnieuw een schot in de roos en hopelijk nog niet de apotheose van deze uitermate getalenteerde one-man band. Nog even meegeven dat K.M. tot voor kort ook deel uitmaakte van Cultum Interitum die op de laatste dag van augustus hun eerste langspeler op de mensheid loslaten. Ook een aanrader voor fans van Ars Magna Umbrae en de aangehaalde referenties.

JOKKE: 86/100

Ars Magna Umbrae – Apotheosis (I, Voidhanger Records 2020)
1. Through fields of Asphodel
2. She who splits the earth
3. On the wings of divine fires
4. Apotheosis
5. Mare tenebrarum
6. Oracle of luminous dark
7. Of divine divergence
8. In tenebris ignis

Esoctrilihum – Eternity of Shaog

Weinig mensen brengen 5 full length albums uit op 4 jaar tijd en zij die het doen, boeten vaker wel dan niet in aan kwaliteit. De anonieme Fransman Astâghul probeert het tegendeel te bewijzen én pakt die opdracht op zijn eentje aan middels het vehikel Esoctrilihum. In zijn eentje wat menselijke inbreng betreft dan toch, want de heremiet haalt inspiratie uit een uitgebreide fantasywereld die hij van de protagonist van dit album, Shaog Og Mogtoth, krijgt doorgespeeld. Shaog is een godheid die buiten tijd en ruimte verblijft en knarsetandend wacht tot hij binnen kan breken in dit universum. Deze Sovereign Of Nothingness is één van de Immemorial Gods waarvan op album nummer vier, “The Telluric Ashes of the Ö Vrth Immemorial Gods” sprake was en hanteert dezelfde werkwijze als Markov Soroka’s Tchornobog, met dat verschil dat Shaog eerder lijkt op H.P. Lovecrafts Azatoth. Niet in staat het universum binnen te breken en het met een vingerknip weg te vagen, dus beïnvloedt hij het maar middels het uitzenden van dromen die wij nu in auditieve vorm te horen krijgen. I, Voidhanger Records heeft altijd al een voorliefde gehad voor acts die buiten de lijntjes kleuren en wijkt met Esoctrilihum niet van dit stramien af. Voor het immer kleurrijke love-it-or-hate-it artwork werd het schilderij The Dracula Of Mars van Alan E. Brown gebruikt, die sinds de vorige plaat deze taak van Jeff Whitehead overnam. Alles is bevreemdend aan Esoctrilihum en zo ook de muziek: een mix van blackened death metal met ingetogen passages en een enorm experimenteel gehalte – zonder het overgewaardeerde label progressive te willen gebruiken. Esoctrilihum klinkt met momenten verstikkend, zoals in het met dissonante viool doorspekte “Thritônh (2nd passage: the colour of death)” waarin de blastbeats met machinale precisie op ons af worden gevuurd, wat best impressionant is gezien Astâghul ook deze zelf heeft ingespeeld. Op andere momenten is er dan weer tijd voor wat ingetogen contemplatie zoals op het melodisch beginnende “Amenthlys (5th passage: through the Yth-Whtu seal)” waarin melodische riffs en ondersteunende synths het geweld wat doorbreken. Maak u echter geen illusies, echt kalm wordt het nergens en het met momenten zwaar verwrongen gekrijs blijft de geschifte sfeer verder in de verf zetten en wisselt af tussen hoge stembandscheurende uithalen en agressieve grunts. Her en der worden chaotische solo’s ingezet en ook een traditioneel Fins instrument als de kantele wordt niet geschuwd om de boel nog wat buitenaardser te doen klinken. Zij die houden van voorspelbare, rechtdoorzee songstructuren zijn er ook meteen aan voor de moeite, want de muziek van Esoctrilihum blijft constant onverwachte kanten opgaan. Één van de weinige constanten zijn een vaak doorratelende basdrum en rollende riffs die hier meer een black randje, dan weer een vunzige death metal kant meekrijgen en de volle, bombastische productie. Opnieuw klokt de speelduur op ongeveer een uur af, en opnieuw spuwt Esoctrilihum van aan de randen van het universum een brok excentrieke vuiligheid in onze oren. Astâghul schrijft verre van toegankelijke muziek, maar liefhebbers van acts als Blut Aus Nord, Tchornobog, Ævangelist en The Ruins Of Beverast kunnen deze plaat blindelings aanschaffen.

CAS: 85/100

Esoctrilihum – Eternity of Shaog (I, Voidhanger Records 2020)
1. Orthal
2. Exh-Enî Söph (1st passage: Exiled from sanity)
3. Thritônh (2nd passage: The colour of death)
4. Aylowenn Aela (3rd passage: The undying citadel)
5. Shtg (4th passage: Frozen soul)
6. Amenthlys (5th passage: Through the Yth-Whtu seal)
7. Shayr-Thàs (6th passage: Walk the oracular way)
8. Namhera (7th passage: Blasphemy of Ephereàs)
9. Eternity of Shaog (∞th passage: Grave of agony)
10. Monotony of a putrid life in the eternal nothingness

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight

Vorig jaar namen we “Azoth“, Mystagos’ tweede langspeler onder de loep. We waren niet meteen overtuigd van die plaat want de hersenspinsels van Heolstor, de bezieler van dit eenmansproject, voelden té doordacht aan. Nu laat de Spanjaard opnieuw van zich horen in de vorm van At The Altar Of The Horned God waarvan het debuut “Through doors of moonlight” via I, Voidhanger Records verschijnt. Van wierook doordrongen en onder druppelend kaarsvet bedolven occulte black is het eerste wat door mij heen schiet. Ik blijk het niet volledig bij het rechte eind te hebben, hoewel het ritualistisch gedoe van vele bands uit deze niche hier wel degelijk van toepassing is. “Through doors of moonlight” is een verzameling donkere hymnes, nocturnale gezangen en heidense gebeden ten aanzien van Pan, Cernunnos, Bacchus en andere oude goden. De muziek van At The Altar of The Horned God is grotendeels traag en meditatief van aard, maar komt in “Prayer I” ook tot een uitbarsting van primitieve black genre Arckanum doorspekt met religieuze heldere gezangen. Het schudt je wakker nadat de eerste twee nummers je langzaam meevoerden op een mix van ritualistische Urfaustiaanse atmosfeer en ambient. Een aanpak die vergelijkbaar is met die van het Amerikaanse Fauna. Het vervolggebed “Prayer II (Oh glorious Pan)” is uit allerhande rituele percussie, folk en sacrale zang opgetrokken en maakt de heidense insteek duidelijk: een ode aan moeder Natuur en Pan, de Griekse God van het woud. In “Perdition in the oness” kiest Heolstor opnieuw resoluut voor rauwe en grimmige black metal doorspekt met allerhande occulte taferelen. “Through doors of moonlight” laat een geslaagde multi-gelaagde en organische blend aan verschillende muziekstijlen horen, gaande van black metal primitivisme zoals te horen is in de afsluiter “A circle of swaying leaves” en de eerder aangehaalde nummers tot Dead Can Dance-achtige elegantie in een nummer als “Malediction“. Dit debuut is een écht luisteralbum waarvoor je best met gesloten ogen op de sofa gaat liggen om in de juiste stemming te geraken en je te laten meevoeren op de flow van de muziek. Gelukkig heeft Heolstor zich hier vooral door zijn gevoel laten leiden en minder door ratio.

JOKKE: 78/100

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight (I, Voidhanger Records 2020)
1. A ka dua
2. Before the flames of undefied knowledge
3. Prayer I
4. Prayer II (Oh glorious Pan)
5. Perdition in the oneness
6. Malediction
7. A circle of swaying leaves