i voidhanger records

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old

De mythe van Prometheus verhaalt dat de mens er bij de toebedeling van gaven en vaardigheden door de Griekse goden maar bekaaid afkwam. Zowel op het vlak van de overlevingsinstincten als op het vlak van de natuurlijke verdedigingsmiddelen waren de andere levende wezens er veel beter aan toe. Uit liefde voor de mensheid stal Prometheus het vuur bij de Olympische goden en schonk het aan de mensen. Hij leerde de mens er metaal mee te bewerken en leerde hun technische vaardigheden toe te eigenen. Het drietal Esophis (gitaar, bas, synths), Aggelos (zang) en Nodens (drums) werd op vlak van ‘metaalbewerking’ goed bedeeld want wat de heren op hun tweede langspeler “Resonant echoes from cosmos of old” laten horen, kan ons uitermate bekoren. Waarom het promopraatje de band als blackmetal labelt, ontging me aanvankelijk wel een beetje want de strot van Aggelos situeert zich in het openende “Gravitons passing through Yog-Sothoth” en het loodzware groovende “Azathoth” toch vooral in diepere deathmetalregionen. Ook muzikaal horen we heel wat esoterisch doodsmetaal echoën in de muziek van deze Grieken, die in het vaarwater van een band als Sulphur Aeon opereren. De Lovecraftiaanse themathiek delen ze trouwens ook met deze Duitsers. De blackmetalreferentie slaagt hier met andere woorden eerder op de hoge dosis duistere atmosfeer die in de muziek geïnjecteerd is en op de dissonante riffjes die in de monsterlijke composities zoals het slepende “Astrophobos” verstopt zitten. Dit is het eerste nummer dat in zijn totaliteit meer naar zwart- dan doodsmetaal overhelt en vanaf de zevenminutengrens ook ruimte laat voor een ingetogen heavymetalachtige gitaarlead. Het is een melodieuze aanpak die teruggrijpt naar de eerste twee Rotting Christ platen die zowat de blauwdruk voor de Helleense blackmetalsound vormen. Met het daaropvolgende titelnummer gooit het trio het lichtjes over een andere boeg daar er hier ook aandacht is voor een zeker majestueus en symfonisch gevoel. Gaandeweg trapt Nodens op het gaspedaal en lanceren de heren zichzelf in furieuze blackmetalversnellingen, om dan plots schril te contrasteren door al het muzikale geweld te laten stilvallen en opnieuw op melodieuze hypnotiserende gitaarmelodieën over te schakelen waarvoor de Helleens scene zo gekend staat. Ook meer naar het einde van deze negen minuten durende compositie laat Prometheus nog verschillende gezichten zien; we horen zelfs even een Emperor-achtig stukje terug. Het maakt dat we bij de les blijven en ons niet snel vervelen met deze plaat. Het Grieks getitelde nummer “Ανεμοι των Αστρων” (‘ik weet het niet’) is een atmosferisch mystiek klinkend intermezzo dat een brug bouwt naar het afsluitende “The crimson tower of the headless God” waarin het beste van black- en deathmetal gecombineerd wordt tot een beklijvend epos waarin naarmate het einde nadert een heuse plaats is weggelegd voor majestueuze synths die de zintuigen prikkelen en een ruimtelijk vacuüm creëren dat psychedelische ambient-allures aanneemt. Voeg daar nog feërieke vrouwelijke engelenzang bij en we lijken ons haast even van het aardse bestaan te kunnen losmaken. Prometheus weet zich met “Resonant echoes from cosmos of old” resoluut op mijn radar te spelen. Dit is immers een avontuurlijke plaat waarop een band te horen is die niet voortdurend uit hetzelfde vaatje tapt maar verschillende gedaantes aanneemt wat bijdraagt aan het luisterplezier.

JOKKE: 87/100

Prometheus – Resonant echoes from cosmos of old (I, Voidhanger Records 2020)
1. Gravitons passing through Yog-Sothoth
2. Azathoth
3. Astrophobos
4. Resonant echoes from cosmos of old
5. Ανεμοι των Αστρων
6. The crimson tower of the headless God

Verikyyneleet – Ilman kuolemaa

Verikyyneleet is een eenmansproject dat al sinds 1999 bezig is. De man erachter is Isla Valve, een voor mij verder onbekend persoon. Ik kan vinden dat de beste man ook nog een ander project heeft met een Portugees met de naam shadoW dat de naam E draagt. Hun laatste plaat heet “Verikyyneleet” en deelt nogal wat songtitels (waaronder de titel van deze plaat) met wat nu voor mij ligt. Online kan ik daar echter niets van vinden. “Verikyyneleet” betekent ‘bloedtranen’. De titel van de plaat betekent vrij vertaald ‘Zonder dood’. “Ilman kuolemaa” is de eerste langspeler van dit project en is afgelopen augustus uitgekomen op het onvolprezen I, Voidhanger Records. De nummers zijn in de afgelopen twintig jaar geschreven en zijn, voor zover ik na kan gaan, eerder als de demo’s en platen van zowel Verikyyneleet als het eerdergenoemde E uitgebracht. De plaat is daarmee een lijvig werk geworden en klokt ruim zeventig minuten. Het is een gevarieerde plaat geworden, die mij heel erg aanspreekt op één punt na. Daar komen we zo meteen op terug. Atmosferische blackmetal is heel erg mijn stiel. Ik hou van meeslepende muziek die zich binnen een nummer ontwikkelt en evolueert. “Ilman kuolemaa” levert op dat punt alles wat ik zoek in mijn muziek. De thema’s zijn onder andere de zwaarte van het bestaan, vergankelijkheid en natuur. De muziek bestaat uit schelle tremologitaren, furieuze drumcomputerbeats en veel synths. Normaal gesproken ga ik dan even in een hoekje zitten huilen, want synthesizers in blackmetal vind ik meestal een gruwel. In deze uitvoering heb ik er echter veel minder bezwaren tegen. De muziek is heel goed uitgedacht en zorgvuldig opgebouwd. Daardoor passen de synths ook erg goed in de composities. Tussen de nummers door staan er ook vijf korte ambientstukken, die wat mij betreft eruit gelaten hadden mogen worden. Voor het overige staat de muziek als een huis. Het doet mij bij tijd en wijle denken aan bands als Krallice en Laster. De melancholie en sfeer druipen er vanaf. Het smaakt mij erg goed. Wat mij minder goed af gaat, is de ontzettend wisselende productie op de plaat. Ik denk dat het een goed idee zou zijn geweest de nummers opnieuw te masteren voor deze release. Soms verdwijnen instrumenten volledig in de mix. Dit overkomt zeker de drums nogal eens. Dat is een best heel storende factor in de plaat die toch heel veel invloed heeft op het luistergenot. Ik vind het ontzettend zonde: zonder dat gebrek aan consistente productie, zou ik deze plaat een veel hoger cijfer geven.

MISCHA: 72/100

Verikyyneleet – Ilman kuolemaa (I, Voidhanger Records 2020)
1. (T) (
2. Ilman kuolemaa
3. Mitätön elämä
4. (I)
5. Ei todellista voimaa
6. Muinainen kosketus
7. (E)
8. Yhtä luonnon kanssa
9. The great scream in nature
10. (T)
11. Taivas kuolee, hän elää
12. Ikuinen paluu
13. (O)
14. Ajan haudalla
15. Mitätön elämä (osa 2)

Onirik – The fire cult beyond eternity / Noite – A cor do fogo

Het doet deugd om Dirge Rep (ex-Gehenna, ex-Enslaved, The Konsortium, …) nog eens te horen drummen op een plaat want het is ondertussen weeral van Djevel’s “Norske ritualer” uit 2016 geleden dat ik deze legendarische, maar vaak ondergewaardeerde Noorse trommelaar nog aan het werk heb gehoord. Daar waar hij bij zijn landgenoten vrij typisch blackmetaldrumwerk liet horen, mag hij zich bij het Portugese Onirik nog eens uitleven door zich in allerlei bochten te wringen. Goede zet van meesterbrein Gonius rex om de Noor als huurkracht aan te trekken voor zijn vijfde langspeler. Het werd trouwens hoogtijd want voorganger “Casket dream veneration” ligt weeral vijf jaar achter ons. Onirik is actief sinds 2002 en heeft het blackmetalgenre door de jaren heen in verschillende benaderingen verkend, maar is altijd trouw gebleven aan zijn oorspronkelijke doel: een ongewone, dissonante en rauwe uitvoering van het genre met trance-inducerende sferen, ijskoud en badend in magie. Dat dissonante aspect is op “The fire cult beyond eternity” nóg prominenter aanwezig dan ooit tevoren, maar tegelijk klinkt Onirik ook meer old-school, sinister en rauw dan op de voorganger. De vaak atonale gitaarlijnen spinnen als een krolse kater rond de vaak gekke en geïnspireerde baslijnen en het non-lineaire drumwerk. Songstructuren zijn in dit geval een abstract gegeven. De atmosfeer die neergezet wordt is ronduit verstikkend en hallucinogeen. Elke noot lijkt een directe uitdrukking te zijn van de gitzwarte poëzie die met de grootste minachting op een dramatische manier wordt gezongen waarbij regelmatig heldere zang opduikt die wat naar Ved Buens Ende neigt en je als luisteraar meezuigt in dit duistere universum waar je tere communiezieltje in lichterlaaie gezet wordt. Semjaza (Thy Darkened Shade) verzorgde niet alleen de ambientpartijen die her en der in de zeven, bovengemiddeld lange songs opduiken maar nam ook de mix en mastering voor zijn rekening in zijn Sitra Ahra studio, waar trouwens niets op aan te merken valt. Gelijktijdig met “The fire cult beyond eternity“, brengt Gonius Rex ook werk uit van zijn ander project Noite (‘nacht’) waarvoor hij inspiratie haalde uit middeleeuwse en neo-klassieke muziek. Dit levert een bevreemdende reeks, in het Portugees gezongen, psalmen vol boetedoening op waar ik echter zo nerveus van wordt dat ik na enkele minuten nagelbijten bijna aan mijn ellebogen zit te knabbelen. Noite grossiert een half uur lang in een wirwar aan psychedelische cleane zang, contrasterende koren, multi-gelaagde kerkelijke bezweringen en spreuken, treurige litanieën en schemerige melodieën, met cleane gitaren en een wulpse bas die overal ronddraait. De drums werden voor de eerste keer door Gonius rex zelf ingespeeld, wat met de niet-evidente ritmes wel een knappe prestatie is. Toch is dit debuut totaal geen spek voor mijn bek, en dat heeft niets te maken met het feit dat dit amper nog iets met metal te maken heeft. Onirik daarentegen kan mij wel bekoren met zijn moeilijk te doorgronden, avontuurlijke en technische, doch ook traditionele kijk op blackmetal.

JOKKE: Onirik (80/100); Noite (60/100)

Onirik – The fire cult beyond eternity (I, Voidhanger Records 2020)
1. Cult beyond eternity
2. Trapped in flesh, blood and dirt
3. Assigned to the inexorable flames
4. Melodies of reflection and praise
5. Granted the vision, molded into stone
6. Murmurs of the aging vessel
7. Apathy of might

Noite – A cor do fogo (I, Voidhanger Records 2020)
1. Noite eterna
2. A cor do fogo
3. No inferno e na terra
4. Centelha
5. Monstro adormecido
6. Marcha do caldeirão

God’s Bastard – Last standing village

God’s Bastard is een tweemansformatie uit Brooklyn. De leden zijn Drew Hayes (zang en gitaar) en Lev Weinstein (drums). Weinstein zou je kunnen kennen van Krallice, Anicon of Bloody Panda. Hayes heeft in Floods gezeten. In 2019 hebben ze de EP “Last standing village” op Bandcamp gezet onder lovende reacties. Het Italiaanse I, Voidhanger Records heeft besloten om deze EP ook fysiek uit te brengen. Is dat een goed idee geweest? Ik vind van wel. Ik hou wel van de progressieve blackmetal die uit Amerika afkomstig is. Wolves in the Throne Room, Alda, Sadhaka en ook Krallice reken ik tot mijn favoriete bands. Dus als iemand als Weinstein een nieuwe band start, zal ik het altijd een kans geven. De drie nummers op deze schijf zijn verrassend divers. De openende gitaarriff in het eerste nummer “Chaos apologist” is net zo stuwend als een vroeger werk van Primordial, maar door het drumwerk is de compositie chaotischer. Een Maelstrom zogezegd. Het nummer heeft wel een prettige lengte voor de chaos. Het is bijna de helft korter dan de andere twee. Dat zorgt ervoor dat je aandacht niet verslapt. “God raise the sea” tapt uit een net iets ander vaatje, lijkt iets meer crust te bevatten en het tempo ligt lager. Ik ben een ontzettende liefhebber van de dreigende mid-tempo dubbele basdrum. De uithalen van de zanger gaan door merg en been bij mij. Het nummer verhaalt een worsteling om te ontkomen aan de dagelijkse sleur en het daarin falen. Naast de chaotische wervelwind van het eerste nummer is dit bijna stroperig te noemen. De derde song “To the last standing village” is de culminatie van de eerste twee nummers. Chaos en rust strijden om voorrang. Nergens klinkt Hayes meer getormenteerd. De post hardcore break met cleane muziek is een balsem voor de ziel, maar je voelt aan alles dat dit niet kan voortduren. Nooit zal gods bastaard rust kennen. De vloek van rusteloosheid blijft over hen heen. De climax is heel intens: alles komt tot een onvermijdelijk tragisch einde. I, Voidhanger Records heeft naar mijn mening de goede keuze gemaakt. De EP staat als een huis en kent in de drie nummers behoorlijk veel variatie. Progressieve blackmetal heeft vaak last van tot in de oneindigheid doorgaan met een thema. Niet bij God’s Bastard. Heerlijk.

MISCHA: 87/100

God’s Bastard – Last Standing Village (I, Voidhanger Records 2020)
1. Chaos apologist
2. God raise the sea
3. To the last standing village

Ars Magna Umbrae – Apotheosis

Over Ars Magna Umbrae’s eerste langspeler “Lunar ascension” waren we twee jaar geleden erg te spreken. De Pool K.M. speelde gretig in op de dissonante trend die al een tijdje bezig was en vooral door IJslandse acts geëxploiteerd werd hoewel de origines ervan eerder tot de Franse scene te herleiden zijn. Ook het snerpende, nerveuze, demonische en kille gitaarwerk van USBM acts als Nightbringer of Bestia Arcana vond zijn weg naar het Ars Magna Umbrae universum. Al deze elementen zijn op het nagelnieuwe “Apotheosis” opnieuw aanwezig. Atonale klanken en dissonanten stromen nog steeds gretig door de riffaders en de link naar de aangehaalde USBM referenties wordt vooral in een kraker als “On the wings of divine fire” nogmaals bevestigd. Dit nummer heeft tevens een waas van oosters aandoende mystiek over zich gedrapeerd en speelt gretig met dynamische elementen. Ook de titeltrack is vermeldenswaardig en start met een monsterriff, probeert je nadien voortdurend op het verkeerde been te zetten met afwijkende tempo’s en ritmes, maar ontplooit zich wat later ook tot een meer melodische song. Het is typerend voor de occulte en esoterische black waarin we hier een kleine veertig minuten ondergedompeld worden en die ons het ene moment mee de abyssale dieptes in sleurt maar ons even later even goed in kosmische sterrenstelsels katapulteert. En of deze taferelen zich nu aan een horroreske rotvaart manifesteren of ons op traag glooiende uitdijingen doet meesurfen, maakt niet uit want Ars Magna Umbrae’s creaties barsten steeds van een gezwinde hypnose die droom en realitet doen samensmelten. Op vocaal vlak krijgen we heel diverse keelklanken voorgeschoteld gaande van raspend gekrijs over mysterieus gefluister, sappige screams en verhalende vrouwelijke stemmen. Deze tweede langspeler is opnieuw een schot in de roos en hopelijk nog niet de apotheose van deze uitermate getalenteerde one-man band. Nog even meegeven dat K.M. tot voor kort ook deel uitmaakte van Cultum Interitum die op de laatste dag van augustus hun eerste langspeler op de mensheid loslaten. Ook een aanrader voor fans van Ars Magna Umbrae en de aangehaalde referenties.

JOKKE: 86/100

Ars Magna Umbrae – Apotheosis (I, Voidhanger Records 2020)
1. Through fields of Asphodel
2. She who splits the earth
3. On the wings of divine fires
4. Apotheosis
5. Mare tenebrarum
6. Oracle of luminous dark
7. Of divine divergence
8. In tenebris ignis

Esoctrilihum – Eternity of Shaog

Weinig mensen brengen 5 full length albums uit op 4 jaar tijd en zij die het doen, boeten vaker wel dan niet in aan kwaliteit. De anonieme Fransman Astâghul probeert het tegendeel te bewijzen én pakt die opdracht op zijn eentje aan middels het vehikel Esoctrilihum. In zijn eentje wat menselijke inbreng betreft dan toch, want de heremiet haalt inspiratie uit een uitgebreide fantasywereld die hij van de protagonist van dit album, Shaog Og Mogtoth, krijgt doorgespeeld. Shaog is een godheid die buiten tijd en ruimte verblijft en knarsetandend wacht tot hij binnen kan breken in dit universum. Deze Sovereign Of Nothingness is één van de Immemorial Gods waarvan op album nummer vier, “The Telluric Ashes of the Ö Vrth Immemorial Gods” sprake was en hanteert dezelfde werkwijze als Markov Soroka’s Tchornobog, met dat verschil dat Shaog eerder lijkt op H.P. Lovecrafts Azatoth. Niet in staat het universum binnen te breken en het met een vingerknip weg te vagen, dus beïnvloedt hij het maar middels het uitzenden van dromen die wij nu in auditieve vorm te horen krijgen. I, Voidhanger Records heeft altijd al een voorliefde gehad voor acts die buiten de lijntjes kleuren en wijkt met Esoctrilihum niet van dit stramien af. Voor het immer kleurrijke love-it-or-hate-it artwork werd het schilderij The Dracula Of Mars van Alan E. Brown gebruikt, die sinds de vorige plaat deze taak van Jeff Whitehead overnam. Alles is bevreemdend aan Esoctrilihum en zo ook de muziek: een mix van blackened death metal met ingetogen passages en een enorm experimenteel gehalte – zonder het overgewaardeerde label progressive te willen gebruiken. Esoctrilihum klinkt met momenten verstikkend, zoals in het met dissonante viool doorspekte “Thritônh (2nd passage: the colour of death)” waarin de blastbeats met machinale precisie op ons af worden gevuurd, wat best impressionant is gezien Astâghul ook deze zelf heeft ingespeeld. Op andere momenten is er dan weer tijd voor wat ingetogen contemplatie zoals op het melodisch beginnende “Amenthlys (5th passage: through the Yth-Whtu seal)” waarin melodische riffs en ondersteunende synths het geweld wat doorbreken. Maak u echter geen illusies, echt kalm wordt het nergens en het met momenten zwaar verwrongen gekrijs blijft de geschifte sfeer verder in de verf zetten en wisselt af tussen hoge stembandscheurende uithalen en agressieve grunts. Her en der worden chaotische solo’s ingezet en ook een traditioneel Fins instrument als de kantele wordt niet geschuwd om de boel nog wat buitenaardser te doen klinken. Zij die houden van voorspelbare, rechtdoorzee songstructuren zijn er ook meteen aan voor de moeite, want de muziek van Esoctrilihum blijft constant onverwachte kanten opgaan. Één van de weinige constanten zijn een vaak doorratelende basdrum en rollende riffs die hier meer een black randje, dan weer een vunzige death metal kant meekrijgen en de volle, bombastische productie. Opnieuw klokt de speelduur op ongeveer een uur af, en opnieuw spuwt Esoctrilihum van aan de randen van het universum een brok excentrieke vuiligheid in onze oren. Astâghul schrijft verre van toegankelijke muziek, maar liefhebbers van acts als Blut Aus Nord, Tchornobog, Ævangelist en The Ruins Of Beverast kunnen deze plaat blindelings aanschaffen.

CAS: 85/100

Esoctrilihum – Eternity of Shaog (I, Voidhanger Records 2020)
1. Orthal
2. Exh-Enî Söph (1st passage: Exiled from sanity)
3. Thritônh (2nd passage: The colour of death)
4. Aylowenn Aela (3rd passage: The undying citadel)
5. Shtg (4th passage: Frozen soul)
6. Amenthlys (5th passage: Through the Yth-Whtu seal)
7. Shayr-Thàs (6th passage: Walk the oracular way)
8. Namhera (7th passage: Blasphemy of Ephereàs)
9. Eternity of Shaog (∞th passage: Grave of agony)
10. Monotony of a putrid life in the eternal nothingness

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight

Vorig jaar namen we “Azoth“, Mystagos’ tweede langspeler onder de loep. We waren niet meteen overtuigd van die plaat want de hersenspinsels van Heolstor, de bezieler van dit eenmansproject, voelden té doordacht aan. Nu laat de Spanjaard opnieuw van zich horen in de vorm van At The Altar Of The Horned God waarvan het debuut “Through doors of moonlight” via I, Voidhanger Records verschijnt. Van wierook doordrongen en onder druppelend kaarsvet bedolven occulte black is het eerste wat door mij heen schiet. Ik blijk het niet volledig bij het rechte eind te hebben, hoewel het ritualistisch gedoe van vele bands uit deze niche hier wel degelijk van toepassing is. “Through doors of moonlight” is een verzameling donkere hymnes, nocturnale gezangen en heidense gebeden ten aanzien van Pan, Cernunnos, Bacchus en andere oude goden. De muziek van At The Altar of The Horned God is grotendeels traag en meditatief van aard, maar komt in “Prayer I” ook tot een uitbarsting van primitieve black genre Arckanum doorspekt met religieuze heldere gezangen. Het schudt je wakker nadat de eerste twee nummers je langzaam meevoerden op een mix van ritualistische Urfaustiaanse atmosfeer en ambient. Een aanpak die vergelijkbaar is met die van het Amerikaanse Fauna. Het vervolggebed “Prayer II (Oh glorious Pan)” is uit allerhande rituele percussie, folk en sacrale zang opgetrokken en maakt de heidense insteek duidelijk: een ode aan moeder Natuur en Pan, de Griekse God van het woud. In “Perdition in the oness” kiest Heolstor opnieuw resoluut voor rauwe en grimmige black metal doorspekt met allerhande occulte taferelen. “Through doors of moonlight” laat een geslaagde multi-gelaagde en organische blend aan verschillende muziekstijlen horen, gaande van black metal primitivisme zoals te horen is in de afsluiter “A circle of swaying leaves” en de eerder aangehaalde nummers tot Dead Can Dance-achtige elegantie in een nummer als “Malediction“. Dit debuut is een écht luisteralbum waarvoor je best met gesloten ogen op de sofa gaat liggen om in de juiste stemming te geraken en je te laten meevoeren op de flow van de muziek. Gelukkig heeft Heolstor zich hier vooral door zijn gevoel laten leiden en minder door ratio.

JOKKE: 78/100

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight (I, Voidhanger Records 2020)
1. A ka dua
2. Before the flames of undefied knowledge
3. Prayer I
4. Prayer II (Oh glorious Pan)
5. Perdition in the oneness
6. Malediction
7. A circle of swaying leaves

Midnight Odyssey – Biolume part 1 – in tartarean chains

De aandachtsspanne van de gemiddelde luisteraar gaat met rasse schreden achteruit door de stortvloed van releases en de mogelijkheid om alles snel even te pauzeren of over te schakelen op iets anders. Ook de shuffle-knop is hier debet aan, want veel mensen nemen zelfs de tijd niet meer een release volledig door te nemen. Ik snap dat niet, en Dis Pater van Midnight Odyssey duidelijk ook niet. In een wereld waar releases vaak onder het halfuur afklokken knalde de Australiër al twee langspelers de ether in. Neem langspeler trouwens maar letterlijk, want beide duurden langer dan twee uur omwille van de uitgesponnen ambient-stukken doorheen de atmosferische black metal. De eenmansband begon aan nummer drie maar bleek te beseffen dat deze nóg langer uit zou draaien. Zodus werd besloten om het album op te splitsen in drie delen, waarvan “Biolume part 1 – in tartarean chains” het eerste is. Naar Midnight Odyssey-standaarden hebben we hier eigenlijk een EP voor onze neus, want het kleinood bedraagt ‘maar’ een schamele 72 minuten. Wat in vergelijking met de vorige albums meteen opvalt is dat er geen lange ambient intro is, en dat ook de twintig minuten durende keyboardpassages achterwege zijn gelaten, wat voor een compactere songstructuur zorgt. Dat het langste nummer van de plaat maar twaalf minuten bedraagt getuigt hiervan – op eerder werk was dit maar een intro of intermezzo geweest. Midnight Odyssey is anno 2019 dus meer to the point, wat voor een veel dynamischer luisterervaring zorgt. Dankzij de bombastische productie komen de doom metalinvloeden, zoals in “A storm before a fiery dawn”, goed tot hun recht en ook zijn de synths niet al te overstemmend, hoewel ook nooit afwezig. Het voorgenoemde nummer bevat trouwens ook een heel interessante spanningsboog die de titel reflecteert. In “Of golden age descended” krijgen we ook even een harp te horen, wat een opwekkend kantje aan het nummer geeft. Tijdens “When titans fall” wordt dit doorgetrokken want miljaar, black metal hoort helemaal zo vreugdevol niet te klinken, zelfs niet als het spacy ambient atmospheric black metal is! Dis Paters screams zijn vol van klank en hebben een raspend kantje, en worden constant afgewisseld met vol klinkende, cleane vocalen. De bas ondersteunt de hier eens dreigende, daar weer zweverige riffs en geeft het geheel een mooi, vol geluid mee. Ik zei al dat er geen ambient interludes te bespeuren zijn, maar vertelde er nog niet bij dat “Pillars in the sky” de rol van ambient outro op zich neemt, daarbij duidelijk knipoogt naar de intro van vorige langspeler “Shards of silver fade” én tegelijk aanvoelt als een intro voor deel twee van de trilogie. Laat dat tweede deel trouwens maar komen, want ik ben wel te vinden voor deze nieuwe aanpak!

CAS: 83/100

Midnight Odyssey – Biolume part 1 – In tartarean chains (I, Voidhanger Records 2019)
1. Hidden in tartarus
2. Forever silenced
3. Biolume
4. A storm before a fiery dawn
5. Of golden age descended
6. When titans fall
7. Pillars in the sky

Ars Magna Umbrae – Lunar ascension

Ik kan I, Voidhanger Records geen ongelijk geven dat ze het Poolse Ars Magna Umbrae ingelijfd hebben. De vorig jaar verschenen EP “Through lunar gateways” klonk reeds zeer veelbelovend en de hoge verwachtingen naar meer worden middels de eerste volwaardige langspeler “Lunar ascension” volledig ingelost. Duivel-doet-al Kthunae Mortifer geeft Ars Magna Umbrae in zijn eentje vorm en heeft een grote fascinatie voor de krachten van de maan, de kosmos en de mysteries die de nacht, de duisternis en de dood omarmen. De negen nummers die “Lunar ascension” telt, zijn aan de compacte kant voor het genre maar klinken daarom niet minder complex. De occulte black metal-toren van Ars Magna Umbrae is grotendeels uit dissonante riffbakstenen en betoverende melodiemortel opgetrokken en leunt Pisa-gewijs in de richting van bands als Nightbringer en Blut Aus Nord. De dissonante materie klinkt echter niet zo verstikkend of industrieel als bij de aangehaalde Franse referentie, maar heeft eerder een zekere slependheid en repetitiviteit in zich zoals duidelijk wordt in het einde van opener “Through thorns and bones” of de dissonante oorworm “Dying sun divination“. Nightbringer-gewijs passeren er tal van beklijvende scherptonige riffs zoals in “Daughter of endless light“, “Fallen star’s light” of de memorabele instrumentale titeltrack. Het trage “The wanderer” doet me dan weer net iets minder. Je zou ook een link met Mare Cognitum kunnen maken op basis van het kosmisch thema en de professionaliteit waarmee dit eenmanswerkstuk in mekaar gebokst werd. De betoverende vrouwelijke vocalen van Hekte Zaren die op de EP te horen waren, bleven deze keer op aarde achter. Atmosferische intermezzi nemen de spanning even weg hoewel de rauwe donkere ambient hier nog steeds bijdraagt aan het sinister esoterisch sfeertje waarin we veertig minuten lang ondergedompeld worden. Aan de originele versie die in eigen beheer enkel digitaal werd uitgebracht, werd ondertussen de nieuwe track “The feast of shades” toegevoegd die de plaat op triomfantelijke wijze afrondt. Dikke duim trouwens ook voor het magnifieke artwork van de Pakistaanse kunstenaar Babar Moghal dat heel wat kleurrijker is vergeleken met de hoes van de EP.

JOKKE: 85/100

Ars Magna Umbrae – Lunar ascension (I, Voidhanger Records 2018)
1. Through thorns and bones
2. Daughter of endless light
3. Dying sun divination
4. Lunar ascension
5. The wanderer
6. Fallen star’s light
7. A whisper from the void (Interlude)
8. Chthonic torches of gnosis
9. The feast of shades