manii

Mons Veneris – Mons veneris

Het Portugese Mons Veneris ken ik al een tijdje van naam daar ze samen met Vetala, Decrepitude, Irae en Rainha Cólera deel uitmaken van de (ter ziele gegane) Black Circle. Samen met labelmaat Irae zijn ze één van de langstlopende en meest actieve blackmetalacts van Portugal. Met een ellenlange discografie van meer dan vijftig releases sinds de oprichting in 2004 op hun naam, heb ik echter nooit de moeite gedaan om hierdoor te grasduinen. Met de nagelnieuwe “self-titled” EP die Harvest Of Death, een sub-label van Signal Rex, op 1 januari jongstleden uitbracht, wou ik daar verandering in brengen. Twee nummers prijken er op deze 10 inch, beide met een double digit speelduur en netjes over beide kanten verdeeld. Het lome “Ritual of a neverending doom” kent een langzame en gestage opbouw, hoewel het nergens tot een uitbarsting komt. Griezelige orgelklanken, die aan Manii en oude Manes doen denken, en tribale drumritmes vormen de leidraad waarover door de mangel gehaalde gekwelde vocalen en erg rudimentaire, ietwat atonale riffs waren. Naar het einde toe slaan de vocalen kortstondig over in heldere castraatzang, niet doen aub. Dit samenspel aan horroreske elementen bewerkstelligt een hypnotiserend effect en slaagt daar bijwijlen ook wel in. Hoewel het nummer, dat heel wat ritualistische trekken vertoont, wat geïmproviseerd overkomt, blijkt dit geenszins het geval te zijn. “A scythe infested with plagues…” beoogt eveneens een hypnotiserend effect maar start met een smerige en kletterende uptempo drumbeat. Even later schakelt de drummer terug naar een slepend ritme doorspekt met een grote hoeveelheid ellende en melancholie. De riffs hebben een nog groter verwrongen karakter – soms klinken ze zelfs ronduit vals – dan in het eerste nummer en kunnen me, net als de getergde vocalen, slechts matig bekoren. Het hypnotiserende keyboardriedeltje dat zich op de achtergrond doorheen de ruizige atmosfeer probeert te manifesteren, mist haar doel dan weer niet. De twee nummers werden in isolatie en gebukt onder een knoert van een depressie gecomponeerd en opgenomen en hoewel de opzet van Mons Veneris me duidelijk is, slaagt de Portugese band er niet in mijn hart te veroveren met diens zelfdestructieve black metal.

JOKKE: 69/100

Mons Veneris – Mons veneris (Harvest of Death 2021)
1. Ritual of a neverending doom
2. A scythe infested with plagues…

Draug – Irreelle sindelag

Ik zie een oud mevrouwtje dat eenzaam haar laatste adem uitblaast nu ze door COVID-19 geen bezoek kan krijgen in het rusthuis. Ik zie een jong koppeltje voor een klein grafzerkje met houten kruisje instorten op het kerkhof. Ik zie een vrouw met tranen in de ogen het hospitaal verlaten nadat ze van de oncoloog vernomen heeft dat ze nog slechts enkele maanden te leven heeft. Ik zie een man met een touw rond zijn nek op een stoel in zijn keuken staan wankelen nadat zijn bedrijf failliet gegaan is. Ik zie in de gietende regen een doodskist ten grave gedragen worden waarin het stoffelijk overschot van een aan de kou overleden dakloze schuilt die moederziel alleen deze wereld verlaat. Het zijn slechts enkele voorbeelden van de dramatische en hartverscheurende gemoedstoestanden die opdoemen wanneer ik de naald van mijn platenspeler kennis laat maken met “Irreelle sindelag“, de debuutlangspeler van het Zweedse Draug, nadat eerder al twee EP’s en een compilatie verschenen. Achter deze negatieve en miserabele muziek gaan Sir N, die er voorts nog heel wat activiteiten met o.a. Acerbitas, Grav, Grifteskymfning, Hädanfärd, Helgedom, Reverorum ib Malacht en Svartrit op nahoudt en de Deen Nohr schuil, waarmee Sir N, op Raksu na, reeds samenwerkte in Grav, Grifteskymfning en Svartrit. Het duo wordt verder nog bijgestaan door drummer Frater R., gitarist/bassist Conrad en violiste Grevinnan S. De jammerende en klagende vioolklanken zijn trouwens onontbeerlijk in de diepdroevige, terneergeslagen en deprimerende sfeerschepping die hier neergezet wordt. In een nummer als “En legemesløs fødsel” nemen ze de rol van de gitaar bij momenten haast volledig over. Dit is depri en droefgeestig zwartmetaal dat zich tergend langzaamaan vooruit sleept en gestaag onder je huid kruipt met “Vissen eksistens” als absoluut hoogtepunt (of dieptepunt, ’t is maar hoe je het bekijkt). Voor wie een referentiekader wil, kan ik de “Kollaps“-plaat van Manii meegeven. Draug wil niet de meest complexe, snoeiharde of haatdragende blackmetalband op aarde zijn, die rol laten ze aan andere collega’s over. Neen, Draug is het muzikale vleesgeworden equivalent van alle negativiteit, zwartgalligheid, depressiviteit en mistroostigheid die er onder het gedoemde mensenras rondgaat. “Irreelle sindelag” is absoluut geen plaat om vrolijk van te worden of geschikt is voor elk moment van de dag. Ze is wel de ideale soundtrack voor een dag als 1 november.

JOKKE: 81/100

Draug – Irreelle sindelag (Amor Fati Productions 2020)
1. Dage ved galgebakken
2. Absolutte domme
3. Vissen eksistens
4. En legemesløs fødsel
5. Irreelle sindelag
6. Den oplyste sti

Whoredom Rife – Ride the final tide

Ongelofelijk hoeveel monsterriffs er jaren hebben liggen sluimeren in de hersenpan van V. Einride, het muzikale mastermind achter Whoredom Rife. Sinds de band in 2016 uit het niets met diens gelijknamige EP toesloeg en een krater in het ietwat vastgeroeste Noorse black metal landschap sloeg, is Whoredom Rife op kruissnelheid. In een tijdspanne van ruim vier jaar volgden immers nog twee langspelers, een akoestische EP en recent ook nog een split met Taake. Een nieuwe full-length zou weeral in de maak zijn en weldra op ons losgelaten worden, maar voor het zo ver is, lost het duo nu middels “Ride the final tide” nog een extra EP, daar dit titelnummer nog net een tikkeltje aggressiever is dan het nieuwe materiaal dat op de langspeler zal prijken. Dit resulteert ook in een ietwat atypische videoclip vol oorlogstaferelen, wat ik nu niet meteen van deze Noren verwacht had. Soit, de venijnige, heerlijk opzwepende tremeloriffs en blastbeats vliegen je om de oren en ook Kjell Rambeck’s vocalen klinken nog net wat dieper en woester dan gewoonlijk. Er valt deze keer haast eerder een Zweedse zweem à la Setherial of Dark Funeral te bespeuren, vooral ook in de afsluitende leadpartij. Om al deze razernij te counteren en omdat de band een belangrijke speler was in de ontwikkeling van de black metal scene rond Trondheim waaruit ook Whoredom Rife afkomstig is, kozen de heren middels een cover van “Maane(n)s natt” voor een ode aan Manes. Wie oude Manes kent – heden ten dage klinkt die band veel experimenteler en hebben ze haast niets meer met metal te maken, hoewel ze middels de reïncarnatie Manii ook terug black metal spelen – weet dat dit nummer heel slepend en atmosferisch is. Whoredom Rife blijft vrij dicht tegen de versie die op debuut “Under ein blodraud maane” uit 1999 prijkt (je hebt ook nog de demoversies), maar dan in een betere en wat zwaardere productie gestoken. De sinistere orgelklanken, penetrante slome riffs, traag rollende dubbele basdrums, echoënde vocalen en percussie zijn nog aanwezig, maar enkele pianoriedeltjes werden wel achterwege gelaten. Ook in deze andere setting weet Whoredom Rife te beklijven (ook akoestisch heeft de band al bewezen overeind te blijven). “Ride the final tide” is de aankoop zeer zeker waard, zelfs als je niet zo’n fan bent van het 7 inch formaat. Laat die nieuwe langspeler maar komen en hopelijk tot op Unholy Congregation in november!

JOKKE: 90/100

Whoredom Rife – Ride the final tide (Terratur Possessions 2020)
1. Ride the final tide
2. Maanens nat (Manes cover)

Borgne – Y

Fans van kosmische/industriële black kunnen niet om Borgne, het geesteskind van de Zwitser Sergio Da Silva beter bekend als Bornyhake, heen. Sinds 2017 omringde de multi-instrumentalist, die een graag geziene gast is bij tal van andere bands zoals Darvaza, Manii, Serpens Luminis en Schammasch, zich met keyboardspeelster Lady Kaos (Asagraum). Met “Y” is Borgne al aan zijn negende (!) langspeler toe, die zoals gewoonlijk op een dik uur afklokt. Borgne is een labelhopper en nadat de vorige plaat via Avantgarde Music verscheen werd nu een deal met het Franse Les Acteurs de l’Ombre Productions getekend. Die waren zo opgetogen over het feit dat ze eindelijk met deze act konden samenwerken dat ze voor het eerst uit hun carrière een band een meerplatendeal aanboden. Borgne is zo’n band waarvan je op voorhand weet wat je kan verwachten hoewel sinds voorganger “[∞]” toch wel een hoorbare verschuiving van ambient black naar industriële atmosblack plaatsvond. Opener “As far as my eyes can see” klinkt als een kruisbestuiving tussen het kosmische Limbonic Art en het militaristische Mysticum. “Je deviens mon propre abysse” voegt modern klinkende machinale riffs en beats aan het klankpallet toe en de start van “A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence” klinkt als een door de mangel gehaalde Oranssi Pazuzu. Dit nummer bevat, net als het afsluitende “A voice in the land of stars“, een bijdrage op zang en gitaar van Schammasch opperhoofd C.S.R. De statische vrouwelijke vocalen zijn afkomstig uit de strot van ene Ruby Bouzioti die bij enkele symfonische bands zingt. Deze bijna tien minuten durende klepper ontwikkelt zich tot een traag voortstuwende en bombastisch gedragen compositie. In de aftrap van “Derrière les yeux de la création” trekken akoestische gitaren en aanzwengelende elektronische percussie de spanningsboog aan om zich vervolgens te ontpoppen tot een gothisch horror aandoend nummer waarin pas naar het einde toe het tempo wat omhoog gaat. Het was wachten tot “Qui serais-je si je ne le tentais pas?” om nog eens via een intergalactische roetsjbaan de kosmos ingestuwd te worden. Beats en bliepjes wringen zich doorheen de ratelende drumpulsen die weids klinkende gitaarpanorama’s doen openvouwen. “Paraclesium” is van een heel andere orde en is eerder een soort van soundscape-achtige speeltuin waarin de heer en dame zich met allerhande elektronica en samples kunnen uitleven; goed voor een minuut of drie maar geen negen. Gelukkig is er dan nog de titaan “A voice in the land of stars“, een zeventien minuten durende klepper die nog eens opsomt waar Borgne voor staat en stilistisch terug aanknoopt bij de opener met aangrijpende heldere zangpartijen van C.S.R. als extra bonus. Guillame Schmid van Serpens Luminis leverde deze keer de afwisselend Engels- en Franstalige teksten aan en Kruger-drummer Raphaël Bovey verzorgde de mastering en leverde nog enkele samples aan. Qua intensiteit, zwartheid en integriteit zit het zoals gewoonlijk snor, maar het is vooral de geboden variatie die “Y” tot een klepper bombardeert!

JOKKE: 85/100

Borgne – Y (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2020)
1. As far as my eyes can see
2. Je deviens mon propre abysse
3. A hypnotizing, perpetual movement that buries me in silence
4. Derrière les yeux de la création
5. Qui serais-je si je ne le tentais pas?
6. Paraclesium
7. A voice in the land of stars

Manii – Sinnets irrganger

Het vanuit Trondheim, Noorwegen opererende Manes leverde in 1999 met “Under ein blodraud maane” een werkstukje af dat nog steeds als een semi-klassieker binnen het symfonisch black metal-wereldje wordt beschouwd. Zanger Sargatanas hield het na de release van de plaat reeds voor bekeken en multi-instrumentalist Cernunnus verzamelde andere muzikanten rondom zich. Met de albums die zouden volgen ging Manes de avant-garde tour op waarop er hoe langer hoe meer buiten de lijntjes gekleurd werd vergeleken met het debuut en de voorafgaande demo’s. Gisteren verscheen het album “Slow motion death sequence” waarop toch wel een heel andere sound te horen valt ten opzichte van hun muzikale beginselen. Rond 2013 begon het bij beide oprichters echter te kriebelen om terug de diepere black metal-krochten in te duiken en de geest van de jaren ’90 te doen herleven. Manii werd hiervoor in het leven geroepen en datzelfde jaar werd onder deze moniker het sterke album “Kollaps” via Avantgarde music uitgebracht. Vijf jaar later verschijnt nu eindelijk via Terratur Possessions de opvolger getiteld “Sinnets irrganger” wat kan vertaald worden als “syndroom van de geest”. Ik had dit nieuwe werkje reeds een tijdje op cassette in mijn bezit, maar het album krijgt nu ook een groter bereik middels een CD- en elpee-release. Nog even meegeven dat op de cassetteversie ook nog de “Skuggeheimen” EP als bonus toegevoegd werd, die oorspronkelijk in 2015 via het Franse Debemur Morti verscheen, en heropnames bevat van twee nummers die destijds op de “Til kongens grav de døde vandrer” en “Ned i stillheten” Manes-demo’s verschenen. Hoewel Manii als Manes-reïncarnatie wel degelijk diens oer-black metal-sound opzoekt, is de symfonische bombast die het Manes-debuut kenmerkte niet meer aanwezig (behalve op de twee bonustracks dan). De ongemakkelijk aanvoelende duisternis en de kille, spookachtige sfeer die we reeds op “Kollaps” hoorden dan weer wel. Ook de geprogrammeerde drums behoren tot de verleden tijd want ondertussen ontfermt de Zwitser Bornyhake (o.a. Borgne) zich over de organische drumlijnen en de man speelde ook links en rechts nog een gitaarlijntje in. Het tempo ligt op “Sinnets irrganger” meermaals een pak hoger dan op diens voorganger die eerder als doomy slow-motion depressieve black kon omschreven worden en met “Kaldt” een nummer bevatte dat nog steeds tot tranen toe beroert. Openen doet Manii met “Da har de sænket mig ned i jord” wat nu niet meteen hun sterkste nummer is. Het daaropvolgende uptempo “Gravsang” is met haar betoverend en etherisch klinkend keyboardlijntje dan weer met voorsprong de beste nieuwe song. “Dødmands ben” leunt het meest naar de voorganger toe en bevat opnieuw een betoverend keyboardriedeltje. Het tot de essentie gestripte “Hundre gonger hengd” is het snelste nummer dat Manii ooit schreef en komt het dichtst bij pure old-school Noorse black. Het contrast met de tergend trage voortkruipende titeltrack die heel wat neerslachtige melodieuze leads bevat, kan haast niet groter zijn. Hier horen we Manii de desolaatheid en treurnis van “Kollaps” terug opzoeken. Concluderend kunnen we stellen dat Manii afgeweken is van de beklemmende sound van de voorganger wat best jammer is, want niet alle songs raken me zoals dat hoogstwaarschijnlijk bedoeld is. Het siert de Noren dat ze niet in herhaling willen vallen, maar “Sinnets irrganger” is wel de minste langspeler die het duo tot hiertoe heeft uitgebracht.

JOKKE: 79/100

Manii – Sinnets irrganger (Terratur Possessions 2018)
1. Da har de sænket mig ned i jord
2. Gravsang
3. Dødmands ben
4. Hundre gonger hengd
5. Sinnets irrganger