mare cognitum

To Conceal The Horns – Purist

Keyboards in black metal zijn precies nog nooit zo ‘in’ gebleken als de laatste jaren en dan met name in Finland. To Conceal The Horns heeft dat geroken en probeert een graantje mee te pikken van deze ‘hype’. De band is het solo ruimtetuig van ene Joni Salaamo aka Agitathur Vexd met een verleden in de ter ziele gegane bands Ghost Brigade en Alghazanth. Dit project werd vorig jaar het leven in geroepen en resulteerde meteen in twee EP’s (“Kun luovun” en “Transformaation yöpuolta“) waarbij die laatste vooral een heuse ontwikkeling richting kosmische black liet horen. De eerste langspeler “Purist“, waarop Vexd door drummer Syntinen bijgestaan wordt, zet die lijn verder. To Conceal The Horns zet hier een astraal black metal-geluid neer waar de geest van oude-Covenant en Troll doorheen waart. De biografie haalt ook Limbonic Art aan, maar dat vind ik persoonlijk een brug te ver aangezien de kosmische paden die hier bewandeld worden verre van zo avant-garde en bombastisch klinken als wat Morpheus en Daemon destijds uit hun toverhoed te voorschijn haalden. Naast een intro en interlude staan er vijf échte nummers op de tracklist die gemiddeld op zo’n dikke zeven minuten afklokken wat maakt dat er op deze trips heel wat ruimte is voor mooie spanningsopbouwen, knappe overgangen en weelderige melodieën. Zo stuwen de koorgezangen van het weids klinkende “Wanderer in time” je verder de galaxies in. De architectuur van “The rite of purification” is uit modernere riffs opgetrokken daar waar de eerdere songs meer teruggrijpen naar de mystieke uitspattingen van halfweg de jaren ’90. In het nummer draven tevens enkele death metal growls op die de droge krijsstrot vergezellen. Wanneer Vexd in het Zweeds aandoende en met pakkende leads doorspekte “Death horizon” of het in het Fins vertolkte “Musta usva” wat steviger van leer trekt, kunnen parallellen met Mare Cognitum getrokken worden hoewel “Musta usva” ook enkele meer op klassieke muziek gestoelde partijen bevat. Aan het einde van dit nummer wordt nog een solo ingezet, maar dan dooft het nummer plotsklaps uit om over te gaan op akoestisch getokkel in “Vapaus“. “Purist” laat niets nieuws onder de zon horen, maar is wel een erg degelijke plaat met enkele knappe melodieën en goed uitgewerkte songs. Prima spul voor liefhebbers van de aangehaalde bands, het recent besproken The True Werwolf of de revelatie Vargrav, niet voor niks drie Finse bands.

JOKKE: 81/100

To Conceal The Horns – Purist (Purity Through Fire 2020)
1. Ataraxy – Intro
2. Realm of Averiandur
3. Wanderer in time
4. The rite of purification
5. Musta usva
6. Vapaus – Interlude
7. Death horizon

Kostnatění – Hrůza zvítězí

Dat er de laatste jaren een heuse trend was om black metal met hopen dissonante klanken te doorspekken, is een understatement. Op de vorig jaar verschenen demo “Konec je všude” werd de USBM soloband Kostnatění nog beïnvloed door black metal-buitenbeetjes Odz Manouk en Tukaaria van het Rhinocervs-label, maar op de eerste volwaardige langspeler “Hrůza zvítězí” (Tsjechisch voor “horror overwint”) haalde D.L. toch ook wel wat mosterd bij de dissonanten van het onvolprezen Deathspell Omega. Mare Cognitum’s Jacob Buczarski stond de man bij met het programmeren van de drumpatronen en verzorgde ook de mix en mastering. D.L. werd een tijd lang gekweld door paniekaanvallen omtrent zijn eigen dood en het schrijven van deze plaat was gelukkig voor hem een bevrijdend en meditatief proces. Zijn beklemmende doodsangst wordt perfect gecapteerd door de kakofonie aan verwrongen klanken die we 37 minuten lang voorgeschoteld krijgen. Regelmatig verkennen D.L.’s vocalen diepere regionen, wat in combinatie met de zwaardere sound, een iets groter death metal-randje aan het geheel geeft wanneer het gaspedaal ingeduwd wordt en aan doom refereert in de slome passages. De elf minuten durende binnenkomer “Hrůza zvítězí” is meteen een zwaar te verduren brok razende chaos die zich alle kanten uit murwt en opgesmukt wordt met (deels door de mangel gehaalde) trompetpartijen. “Jedna generace” piept, kraakt en knarst dat het een lieve lust is en is een heuse aanval op mijn zenuwstelsel, niet altijd in de positieve zin weliswaar door de bij momenten te groten tsjingeltsjangel-factor. Er wordt met cleane avantgardistische zang geëxperimenteerd en in de tweede helft ontwaar ik wat Cobalt-invloeden die mij beter afgaan. Aan het einde krijgen we nog clean gitaargetokkel dat eventjes rust lijkt te brengen maar waarbij de gekozen noten toch ook weer niet meteen de voor de hand liggende zijn die je in de muziekles hebt aangeleerd gekregen. “Každé zranění předurčeno” en “Únik z existencestaat” staan bol van de krankzinnige leads die mijn tronie in allerlei verwrongen grimassen trekken (op die manier heb ik wel wat weg van de figuur op de hoes) waarbij ik mijn trommelvliezen menig maal moet samenpersen om de schade te beperken. En alsof dat nog niet genoeg is, worden in afsluiter “Donekonečna v přítomném čase” alle registers open getrokken en het aantal BMP vertienvoudigd wat de intensiteits- en maniakaliteitsfactor compleet in het rode duwt. Voeg hier nog wat noise aan toe en het feestje kan niet meer stuk voor zij die over stalen zenuwen beschikken. Na de ontmanteling van Fallen Empire Records, staat Kostnatění er momenteel alleen voor. Labels die niet vies zijn van bands die buiten de lijntjes kleuren (want zelfs naar FER-begrippen is dit zware toebak), zien hier misschien wel potentieel in. Voor mij bijwijlen te enerverend en een plaat die me haast onverwijld klaar maakt voor het gesticht.

JOKKE: 70/100

Kostnatění – Hrůza zvítězí (Eigen beheer 2019)
1. Hrůza zvítězí
2. Jedna generace
3. Každé zranění předurčeno
4. Únik z existence
5. Donekonečna v přítomném čase

Acathexis – Acathexis

Fallen Empire Records is stervende, en met haar laatste ademtocht blies het label op tweede kerstdag 4 nieuwe releases onze richting uit, die we hier bij Addergebroed niet links kunnen laten liggen. Op de bewuste dag hadden we het nog over Lubbert Das, vandaag valt de eer aan Acathexis, die een eerste echte teken van leven geven. Het gezelschap overstijgt niet enkel de landsgrenzen, maar we vinden de drie leden over evenzoveel continenten terug. Gitaar- en baswerk krijgen we voornamelijk geserveerd door onze landgenoot Déhà (Imber Luminis, Slow, Aurora Borealis, Yhdarl,…), die ons hier één van zijn beste werken tot nu toe voorschotelt. De scherpe, furieuze drums worden dan weer aangeleverd door de Amerikaan Jacob Buczarski, het meesterbrein achter Mare Cognitum en over wie we later meer te vertellen hebben. Om het trio compleet te maken schreeuwt Dany Tee het boeltje zeer overtuigend bij elkaar, waarbij hij striemende, uitgerekte screams met gorgelende maar heldere grunts combineert. Voor zij die hem niet kennen, de Argentijn maakte eerder lid uit van Seelenmord en heeft zangprestaties op zijn naam staan bij onder andere Downfall of Nur en het dit jaar ter ziele gegane (en eveneens Belgische) Ter Ziele. “Acathexis” is een dwarsdoorsnede van de stijlen van de drie muzikanten: waar de vocalist en Déhà voornamelijk repetitieve, slepende muziek uitbrachten wordt die verder uitgediept en slagen ze erin meer dynamiek te creëren dan hun eerdere projecten uitstraalden, dit alles ondersteund door Buczarski’s strakke drumsalvo’s en zijn dito gevoel voor dramatiek, daar een vergelijking met Mare Cognitum niet zelden steek houdt. Acathexis werkt volgens een eb- en vloedstructuur maar blijft bijzonder interessant, waarbij de stevige maar ijzige gitaarsound de plaats in de spotlight terecht opeist. De groep schept geen grote spanningsbogen maar stevent onbevreesd af op beklijvende crescendo’s zoals we te horen krijgen op “Veins hollowed”, de track die meteen de eer van beste nummer op het album wegkaapt. Hoewel Acathexis binnen de psychoanalyse een staat beschrijft waarin normaal verwachte emoties afwezig blijven en de helder gemixte sound bijzonder koud klinkt, weet het album toch een gevoelige snaar te raken. Je wordt als luisteraar meegesleept en het album blijft even aan je lijf plakken.  Fallen Empire mag dan op sterven na dood zijn, het label weet net voor de eindmeet van het jaar enkele zeer interessante releases uit te spuwen. Acathexis’ debuut met dezelfde naam blijkt een terechte toevoeging aan het lijstje te zijn!

CAS: 87/100

Acathexis – Acathexis (Fallen Empire Records 2018)
1. Immurement
2. Life only Festers
3. Veins hollowed
4. Stillborn // Isolate

Ars Magna Umbrae – Lunar ascension

Ik kan I, Voidhanger Records geen ongelijk geven dat ze het Poolse Ars Magna Umbrae ingelijfd hebben. De vorig jaar verschenen EP “Through lunar gateways” klonk reeds zeer veelbelovend en de hoge verwachtingen naar meer worden middels de eerste volwaardige langspeler “Lunar ascension” volledig ingelost. Duivel-doet-al Kthunae Mortifer geeft Ars Magna Umbrae in zijn eentje vorm en heeft een grote fascinatie voor de krachten van de maan, de kosmos en de mysteries die de nacht, de duisternis en de dood omarmen. De negen nummers die “Lunar ascension” telt, zijn aan de compacte kant voor het genre maar klinken daarom niet minder complex. De occulte black metal-toren van Ars Magna Umbrae is grotendeels uit dissonante riffbakstenen en betoverende melodiemortel opgetrokken en leunt Pisa-gewijs in de richting van bands als Nightbringer en Blut Aus Nord. De dissonante materie klinkt echter niet zo verstikkend of industrieel als bij de aangehaalde Franse referentie, maar heeft eerder een zekere slependheid en repetitiviteit in zich zoals duidelijk wordt in het einde van opener “Through thorns and bones” of de dissonante oorworm “Dying sun divination“. Nightbringer-gewijs passeren er tal van beklijvende scherptonige riffs zoals in “Daughter of endless light“, “Fallen star’s light” of de memorabele instrumentale titeltrack. Het trage “The wanderer” doet me dan weer net iets minder. Je zou ook een link met Mare Cognitum kunnen maken op basis van het kosmisch thema en de professionaliteit waarmee dit eenmanswerkstuk in mekaar gebokst werd. De betoverende vrouwelijke vocalen van Hekte Zaren die op de EP te horen waren, bleven deze keer op aarde achter. Atmosferische intermezzi nemen de spanning even weg hoewel de rauwe donkere ambient hier nog steeds bijdraagt aan het sinister esoterisch sfeertje waarin we veertig minuten lang ondergedompeld worden. Aan de originele versie die in eigen beheer enkel digitaal werd uitgebracht, werd ondertussen de nieuwe track “The feast of shades” toegevoegd die de plaat op triomfantelijke wijze afrondt. Dikke duim trouwens ook voor het magnifieke artwork van de Pakistaanse kunstenaar Babar Moghal dat heel wat kleurrijker is vergeleken met de hoes van de EP.

JOKKE: 85/100

Ars Magna Umbrae – Lunar ascension (I, Voidhanger Records 2018)
1. Through thorns and bones
2. Daughter of endless light
3. Dying sun divination
4. Lunar ascension
5. The wanderer
6. Fallen star’s light
7. A whisper from the void (Interlude)
8. Chthonic torches of gnosis
9. The feast of shades

Mania – Reality is the true horror

Toen Wolves In The Throne Room met het magistrale “Two hunters” mijn wereld op zijn kop zette, begon ik als een gek alle Cascadian bands uit te checken. Zo kwam ik ook terecht bij het uit Oregon afkomstige Mania en haar plaat “The death of birth“. Erg ondersteboven was ik hier niet van maar de “selftitled” uit 2010 kon me met haar mix van ruwe old school black, ingetogen passages en doom al meer bekoren. Fast Forward naar Roadburn 2018. Door de grote verscheidenheid aan bands is het steeds keuzes maken op deze hoogmis van avontuurlijke heavy muziek. En kiezen is verliezen. Dit jaar was dat ondermeer het missen van Mania in de Cul de Sac want nadien hoorde ik niets dan superlatieven over diens set. De line-up is in de loop der jaren gereduceerd van een trio tot een éénmansband waarbij Nate Myers als enige overgebleven is. We kennen de man onder andere van de geweldige orkestjes Predatory Light, Vanum en Hell. Op het podium vertaalt dit eenmansgegeven zich tot zowat het tegenovergestelde van een band met drumcomputer. Achter een vijftal versterkers zónder instrumenten staat Meyers’ drumkit waarop hij alle ritmes uitperst terwijl hij alle overige instrumenten via een gesplitst signaal vanuit zijn laptop naar de amps stuurt. Moet een héél cool zicht geweest zijn naar ’t schijnt. Op aanraden van mijn vrienden ben ik zijn laatste nieuwe release dan maar aan de merchstand gaan oppikken. Omdat diskettes nu echt wel niet meer van deze wereld zijn (ik vraag me nog altijd af wat daarop zou staan), schafte ik “Reality is the true horror” op DIY cassette aan. Meteen valt op dat de korte, maar woeste opener “Getting nowhere” ook al op “Mania” te horen was terwijl de twee laatste nummers “No escape” en “No future” origineel ook op “The death of birth” verschenen. De overige zes tracks zijn spiksplinternieuw en zoeken opnieuw het spanningsveld op tussen ongepolijste en compromisloze black enerzijds en ingetogen passages anderzijds. Ingetogen betekent echter niet liefelijk in dit geval, want het instrumentale “Virion” wasemt toch een zeker horrorsfeertje uit. In het striemende, zeven minuten durende “Where is God?” splijten melodieuze gitaarsolo’s onze schedel in twee en dragen piano- en serene vioolklanken even later bij tot het schizofrene karakter van de muziek. “Endless state of decay” doet het zonder luide drums en maniakale screams, maar vormt middels gitaar, piano en viool een – zij het macaber – rustpunt op deze plaat met nihilistische en pessimistische kijk op de wereld. “Philosophy of desire” heeft dan weer meer weg van een instrumentale jam en vloeit naadloos over in “Black” waar de black metal elementen terug de overhand nemen en deze een triomfantelijk gevoel uitstralen (hier horen we dan ook subtiele invloeden van WITTR terug). Het oudje “No escape” mixt punky black met melodieuze doomleads en “No future” bevat dan weer progressiever en technischer gitaarwerk dat in combinatie met een synth-onderlaag naar Mare Cognitum neigt. Kortom, Nate Myers laat een gevarieerde sound horen op zijn vijfde langspeler die hier nog regelmatig door de boxen zal knallen.

JOKKE: 80/100

Mania – Reality is the true horror (Eternal Warfare Records 2018)
1. Getting nowhere
2. End everything
3. Virion
4. Where is God?
5. Endless state of decay
6. Philosophy of desire
7. Black
8. No escape
9. No future

Chaos Moon – Eschaton mémoire

De laatste weken bevatten enkele momenten van contemplatie: twee webzines, meerdere organisaties waarvoor ik bookings help regelen en daarnaast nog twee jeugdhuiswerkingen kunnen op lange termijn overrompelen. Iets met bomen en het bos. De vraag die ik mezelf stelde was deze: waarom review ik albums? Verdergaand: waarom zet ik ze publiek online? Reviews zijn in se futiel: ieder vormt zijn eigen mening over het materiaal dat hem of haar wordt voorgeschoteld. Het antwoord op mijn  waarom-vraag was op het eind van de rit vrij simpel: ik hou ‘the scene’ vrij nauwlettend in het oog (met dank aan iedereen die mij attent maakt op nieuwe releases) en schrijf iets over albums die in mijn ogen de moeite waard zijn en waarvan ik denk dat liefhebbers ze ook zullen appreciëren. Dit is zeker weten het geval bij Chaos Moon. Zij die Addergebroed volgen hebben misschien gelezen dat “Eschaton mémoire” mijn nummer één van 2017 heeft weten te veroveren. Alex Poole, die deze keer het ganse album schreef (in tegenstelling tot enkel de vocale verdiensten bij Entheogen), blijft niet bij de pakken neerzitten. Verre van zelfs. Na het meer atmosferisch (en volgens mijn huisgenoot zelfs als DSBM gelabeld) aandoend “Resurrection extract” uit 2014 smijt de beste man een nieuwe full length naar onze kop: eentje die we niet snel zullen vergeten. “Eschaton mémoire” bezit alles wat ik van een hedendaags black metalalbum verwacht: Emperor-aandoende synths die mij geen moment voor het hoofd stoten (wat een groot compliment uit mijn mond is) in combinatie met een sublieme balans tussen agressie en voortslepende, atmosferische passages. Het artwork dat precies een combinatie is tussen Salvador Dali en het horroruniversum van H.P. Lovecraft gunt ons een blik in wat de muziek zelf te bieden heeft. Jeff Whitehead aka Wrest, die we kennen van Leviathan en Lurker of Chalice, heeft zich dus thematisch gezien perfect van zijn taak gekweten. “Eschaton mémoire” bevat knipogen naar Emperor, Mare Cognitum, Leviathan en nog een resem acts – you get the point. Of het album drie dan wel vijf nummers kent is voor discussie vatbaar, gezien zowel “The pillar, the fall, and the key” alsook “Eschaton mémoire” uit twee tracks opgebouwd zijn – het nut ervan ontgaat mij, gezien de tracks perfect in elkaar overlopen. Naast furieuze passages, ondersteund door het strakke drumspel van Jack Blackburn zoals op “Of wrath and forbidden wisdom” is er ook ruimte voor introspectie, iets wat ten volle hoorbaar is op beide “Eschaton mémoire” tracks. Niet-zo-subtiele synths vormen een toch subtiele sfeer die je bij de keel grijpt en je aandacht veertig minuten lang in de greep houdt. Eric Baker bezit hiernaast de gepaste strot voor dit soort meeslepende black metal: meeslepend, getergd, maar toch niet over the top. Vooral “Eschaton mémoire II” weet keer op keer te overtuigen: een nummer schrijven van om en bij de veertien minuten dat geen enkel moment verzwakt lijkt me een puike prestatie. Wat de productie betreft werd dit album me in de schoot geworpen: deze vierde langspeler werd gemixt en gemastered door niemand minder dan Swartadauþuz, die een gezonde dosis Ancient Records-mystiek aan het album toevoegt. Ondanks het feit dat mijn persoonlijke collectie vrij beperkt is – ik ben ook maar student – kon ik een blik werpen op de vinyluitgave: Wormlust-genie H.V. Lyngdal werkte in perfecte symbiose met Wrest om deze uitgave lay-outgewijs de moeite waard te maken. Chaos Moon zet zichzelf met behulp van het eclectische Blood Music definitief op de kaart. Enfin, een album waaraan zoveel getalenteerde zielen hebben meegewerkt kon toch niets anders dan een gesamtkunstwerk worden, niet?

CAS: 95/100

Chaos Moon – Eschaton mémoire (Blood Music 2017)
1. The pillar, the fall, and the key I
2. The pillar, the fall, and the key II
3. Of wrath and forbidden wisdom
4. Eschaton mémoire I
5. Eschaton mémoire II

Midnight Odyssey – Shards of silver fade

Een weekje geleden stuitte ik online, vlak voor het slapen gaan, op “Starlight oblivion”, het eerste vrijgegeven nummer van de nieuwe plaat van het tot dan toe voor mij onbekende Midnight Odyssey. Wat er zich de volgende achttien minuten op auditief vlak afspeelde triggerde mijn interesse om de rest van de plaat op te zoeken. Het feit dat “Shards of silver fade” een mastodont van een plaat bleek te zijn die, verspreid over twee schijfjes, meer dan tweeënhalf uur (!!!) duurt, resulteerde bijgevolg tot een korte nachtrust en wallen waarbij de exemplaren van Walter Grootaers in het niets verdwenen. Van een gebrek aan creativiteit kunnen we mastermind Tony Parker bijgevolg ook niet beschuldigen. Van “zijn verhaal beknopt vertellen” of “straight to the point” komen echter wel. Maar ach, dat is ook helemaal de bedoeling niet van de Australische éénmansband Midnight Odyssey, want deze naam staat garant voor uitgesponnen en über atmosferische progressieve en kosmische ambient black metal (een hele mond vol). Maar staat de kwantiteit in dit geval ook gelijk aan constante kwaliteit? Om deze plaat naar waarde te kunnen schatten, moet je een zekere theatraliteit, progressiviteit of avantgarde in je black metal kunnen smaken. Hoewel dat bij mij maar tot op zekere hoogte het geval is, blijf ik toch aan mijn stereo gekluisterd. Collega Filip overleeft de eerste twee minuten zelfs niet zonder over zijn nek te gaan, daar durf ik mijn handen voor in het vuur te steken. Maar dit geheel ter zijde. De plaat trapt af met plechtstatige en epische cleane zang op een dik aangzwollen tapijt van keyboards. Pas na een kwartier nemen de black metal vocalen en grimmige gitaren de overhand. Net op tijd omdat ik juist begon in te dommelen. De black metal die je hier voorgeschoteld krijgt is geen moment agressief maar draait helemaal rond “atmosfeer” en de klinische drums storen hier zelfs niet bij. Op zijn beste en spannendste momenten neigen de klanken naar Summoning, Bal-Sagoth, Limbonic Art of Lunar Aurora. Spijtig genoeg zijn deze pieken te veel ondergesneeuwd in saaie en langdradige platte meug. De rustige stukken hebben evenveel met black metal te maken als McDonalds met gastronomisch eten. Niks, nada, niente. Het is eerder een soort van new of dark wave achtige (think Dead Can Dance of Fields Of The Nephilim) musical die we dan te verteren krijgen…en ik ben niet zo tuk op musicals. De grandeur in “A ghost in gleaming stars” doet zijn werk wel bij mijn armhaartjes en de grunts in “Asleep in the fire” creëren een episch doom momentum om even later op Dimmu-bombast over te schakelen. In een nachtelijke roes en op een hoog volume scoort de plaat wel beter dan op andere momenten geef ik grif toe. Een tijdje geleden kwam van labelgenoot Mare Cognitum een gelijkaardig album uit dat het een pak beter deed bij ondergetekende. Ik raad Tony aan om de volgende keer voor één schijfje te gaan (disc twee is de betere) en meer gefocust en gestroomlijnder te werk te gaan (tien minuten per nummer in plaats van twintig zullen ook wel volstaan om je verhaal te vertellen). De eerste twee nummers van disc twee zouden immers een knappe plaat van veertig minuten opleveren. By far de moeilijkste plaat die ik al heb gereviewed voor Addergebroed. 60/100 voor disc één en 80/100 voor disc twee bepalen de uiteindelijke score.

JOKKE: 70/100

Midnight Odyssey – Shards of silver fade (I, Voidhanger Records 2015)

Disc 1
1. From a frozen wasteland
2. Hunter of the celestial sea
3. Son of phoebus
4. A ghost in gleaming stars

Disc 2
1. Asleep in the fire
2. Starlight oblivion
3. Darker skies once radiant
4. Shards of silver fade