martrod

Fides Inversa – Historia nocturna

Dat Gionata Potenti een wünderkind is hoef ik niet meer te vertellen. Met verdiensten bij onder andere Blut Aus Nord, Chaos Invocation, Darvaza, Enepsigos, Martröð en een verleden bij Acherontas heeft de Italiaan een bijzonder indrukwekkend palmares opgebouwd. In 2006 richtte hij onder het pseudoniem Omega A.D. samen met Void A.D. de entiteit Fides Inversa op, en drie jaar later werd het geniale “Hanc aciem sola retundit virtus (the algolagnia divine)” op de mensheid losgelaten, een album dat hier nog steeds heel regelmatig eens de revue passeert. Ook het prima “Mysterium tremendum et fascinans” (van een originele titel gesproken zeg) en de daaropvolgende “Rites of inverse incarnation” EP wisten onze honger voor orthodoxe black metal (hoe kan het ook anders bij een label als World Terror Committee?) te stillen. Anno 2020 komen de heren terug ten tonele, maar hebben een zeer interessante beslissing genomen: blijkbaar hadden de Italianen nood aan een zuchtje noorderwind dat eerder een wervelstorm is geworden, want niemand minder dan Wraath werd ingelijfd. Dezelfde Wraath die we kennen van ondermeer Darvaza, Behexen, Mare, Ritual Death en One Tail, One Head en die zonder enige twijfel één van de beste frontmannen binnen hedendaagse black metal is en zodus een aanwinst is voor zo goed als elk project waarmee hij in aanraking komt. Ook labeleigenaar Unhold is op de plaat te horen. De niet onbesproken Absurd-zanger speelde de baspartijen in maar zal live niet van de partij zijn. Zoals vanouds speelt Fides Inversa orthodoxe black metal volgens de regels van de kunst, maar het gitaarwerk klinkt gejaagder, opgefokter (“A wanderer’s call and orison”) en triomfantelijker (“I glance you with a touch…”) dan ooit, waarbij op dat laatste nummer de gecombineerde stemmen van Potenti en Wraath het nummer nog eens extra epiek meegeven. Op een nummer als “The Visit” blijkt dat de heren nog steeds goed geluisterd hebben naar “Si monvmentvm reqvires, circvmspice” en “Paracletus”, maar Fides Inversa heeft gelukkig nog steeds een eigen smoelwerk. Geen klassieke intermezzo’s deze keer, al wordt er wel wat geëxperimenteerd met repetitieve gitaarloopjes en vooral helder ‘roepende’ zang, in “Syzygy” zelfs bijgestaan door hoge vrouwelijke vocalen, en in tegenstelling tot op “Rites of inverse incantation” is dit experiment hier meer dan geslaagd en creëert dit veel variatie op een album dat het voor de rest vooral van hoge tempo’s moet hebben en waar de retestrakke blast beats van Potenti de plek in de schijnwerpers opeisen. Na deze epiek grijpt het energieke “I am the iconoclasm” echter nog eens duidelijk terug naar de begindagen van de band, en komen ook wat thrash-invloeden van om de hoek piepen, wat ik enkel kan toejuichen! Fides Inversa heeft met de huidige line-up enkele knallers van muzikanten in de gelederen, en “Historia nocturna” is zodus opnieuw een zeer degelijk werk geworden dat in tegenstelling tot vorig werk een zeer volle sound heeft meegekregen, nog steeds nét wordt overschaduwd door het monumentale debuut maar voor de rest met kop en schouders boven de twee voorgaande releases uitsteekt.

CAS: 85/100

Fides Inversa – Historia nocturna (World Terror Committee Productions 2020)
1. Intro
2. A wanderer’s call and orison
3. Transcendental lawlessness
4. The visit
5. I glance at you with a touch…
6. Syzygy
7. I am the iconoclasm

Häxanu – Snare of all salvation

Naast stoere trve kvlt promofoto’s heeft Alex Poole nog iets anders geleerd uit zijn samenwerking met Swartadauþuz bij Gardsghastr, namelijk het idee om voor elk album dat je schrijft een nieuw project te beginnen. Zodus begint Poole ondertussen een even brede discografie op te bouwen met projecten als het hiervoor vernoemde Gardsghastr, Ringarë, Chaos Moon, Entheogen, Skáphe, Guðveiki, Krieg, Martröð en dan nu het nagelnieuwe Häxanu dat aan de reeds indrukwekkende lijst wordt toegevoegd (en die van Poole één van de meest veelzijdige muzikanten in het huidige landschap maakt). Met “Snare of all salvation” behoudt hij de welgekende formule die hij al enkele jaren aanhoudt: snijdende riffs die je terugkatapulteren naar de jaren negentig met een subtiele laag aan keyboards, rauwe maar heldere en haast verstaanbare vocalen en een fantastische productie. Amor Fati Productions staat in voor de release, en zij weten ons te vertellen dat “Snare of all salvation” gaat over de studie van alchemie (vandaar ook alle symboliek op de albumhoes) en de poging de Toren van Babel de beklimmen vanuit een esoterisch, neoplatonisch standpunt. Voor lyrische en esoterische overpeinzingen verwijs ik jullie door naar de booklet van de fraai uitziende vinyl-uitgave. Häxanu ligt qua stijl wat in de lijn van Ringarë en Gardsghastr maar legt minder nadruk op keyboards. Het gevarieerde drumwerk heeft Poole deze keer zelf op zich genomen in plaats van hier de getalenteerde Jack Blackburn (Entheogen, Chaos Moon) voor in te schakelen, en dat gaat hem bijzonder goed af. Na een korte intro trapt “Materia prima” de drie kwartier ingenieuze black metal in gang met melodieuze maar ijskoude riffs en een spervuur aan blast beatsalvo’s. Ondanks de thematiek horen we hier geen occulte hocus-pocus frasen of clean gezongen incantaties, maar houdt de Amerikaan het op rechttoe rechtaan black metal. Cátchy black metal zelfs, want sommige riffs blijven dagenlang terug in je hoofd opduiken, zoals het begin van “Sulfur, salt, mercury”. Dit pallet wordt gecomplementeerd door de vocalen van de mij onbekende zanger L.C., die naast vrij felle screams regelmatig eens een keelgeluid voortbrengt dat meer op roepende grunts dan screams lijkt, een dynamiek die het rijke klankenpallet enkel meer in de verf zet. “Smaragdina” heeft dan wat meer weg van later werk van Chaos Moon, maar het volledige album bouwt een half uur lang op naar de mastodont die na het melodieuze “Anima mundi” komt: de zeventien minuten durende afsluiter en tevens titelnummer dat “Snare of all salvation” is. Dit nummer alleen al toont hoe meesterlijk Poole is als componist: van een rollende, zich herhalende riff wordt gas teruggenomen om het meest atmosferische deel van het album (denk aan het afsluitend titelnummer van Chaos Moons “Eschaton Mémoire”) in te leiden, dat rustig opbouwt naar een furieuze ontknoping rond de zevende minuut. Rond de tien minuten komen wat semi-akoestische tokkels (nog zo’n knipoog naar zijn samenwerking met Swartadauþuz) alvorens het album richting het einde te laten kabbelen. Variatie troef op “Snare of all salvation” dus, en dankzij het hoge gehalte aan catchiness is het een album dat na meerdere luisterbeurten zeker niet gaat vervelen. Net zoals zijn kompaan van de Ancient Records stal heeft Alex Poole precies een onvermogen om slechte muziek te schrijven, en dat juichen we hier van harte toe. We zijn nog maar april, maar Häxanu komt zonder enige twijfel in de jaarlijst terecht.

CAS: 92/100

Häxanu – Snare of all salvation (Amor Fati Productions 2020)
1. The pale
2. Materia prima
3. Sulfur, salt, mercury
4. Smaragdina
5. Anima mundi
6. Snare of all salvation

Guðveiki – Vængför

De Amerikaanse duizendpoot Alex Poole is een muzikale held. En de IJslandse H.V Lyngdal is eveneens een muzikaal genie. Alex was een groot liefhebber van H.V.’s Wormlust en kwam zo in contact met de IJslander wat resulteerde in botergeile samenwerkingen in o.a. Martröð en Skáphe, maar beide heren richtten ook het creatieve collectief/platenlabel Mystískaos op. Eén van de nieuwe releases die het label nu op ons loslaat is “Vængför“, het debuut van Guðveiki, een project waarin beide heren mekaar terugvinden maar waar ook de broertjes Jackson en Steven Blackburn (Chaos Moon, Entheogen) en de IJslander Þórður Indriði (Endalok, Naught) aan meewerkten. In de zes songs die dit onding telt, herkennen we ontegensprekelijk de inbreng van zowel Alex en H.V. Lyngdal. “Vængför” staat immers barstensvol technische, apocalyptische en desoriënterende extreme black en death metal die ongeoefende oortjes hoogstwaarschijnlijk als een kakofonie zullen bestempelen, maar die voor de liefhebbers van eerder vernoemde bands orgastisch in de oren zal klinken. Want hoewel we alle kanten uitgeslingerd worden, is dit strak uitgevoerde en georkestreerde chaos van de bovenste plank. “Vængför” is zo’n plaat waar je de nummers niet afzonderlijk moet bespreken maar die je als één geheel dient te inhaleren. De laaggestemde gitaren creëren zware maalstromen die op je onderbuik inbeuken en je maag doen omkeren. Over deze onderstroom aan nerveuze vibraties glooien hypnotiserende gitaarleads die kosmische echo’s opwekken, terwijl het gezwinde, progressieve drumwerk van meestderdrummer Jack Blackburn de boel strak bij mekaar houdt en van de nodige pulsen en blast-opstoten voorziet. Voeg hierbij nog H.V.’s enigmatische vocalen die je vanuit de afgrond mee zuigen en je hebt alle ingrediënten voor een katalytische en hallucinogene trip. Nog even meegeven dat de mix in handen was van Swartadauþuz (Afgrundsmysticism Studio), nog zo’n held! Het knappe artwork van Ikonostasis maakt het plaatje af. Dit debuut heeft de voorbije dagen heel wat rondjes gedraaid en zal nog heel wat luisterbeurten vragen alvorens volledig doorgrond te kunnen worden. Indien “Vængför” vroeger op het jaar was verschenen, had er dan misschien ook wel een jaarlijstnotering ingezeten. De LP-versie van deze magnifieke plaat wordt één van de laatste doodsreutels van het in palliatieve staat verkerende Fallen Empire Records. Doodzonde.

JOKKE: 86/100

Guðveiki – Vængför (Mystískaos/Fallen Empire Records 2018)
1. Fóstureyðing stjarna
2. Blóðhunang
3. Hin endalausa
4. Vængför
5. Gullveigar sverðsins
6. Undan stormi eiturtára

Negativa – 03

Het Spaanse Negativa doet het cryptisch maar simpel. Nummers hebben Romeinse cijfers als titel en ook de talrijke split-releases worden aangeduid middels Romeinse cijfers die verwijzen naar het jaar van uitgave, de eerste compilatie heet “Untitled I” en langspelers dragen een code bestaande uit 2 cijfers. Een rekenwonder hoef je bijgevolg niet te zijn om uit te vissen over de hoeveelste full length we het hier hebben. D.B. richtte Negativa in 2012 op als een middel om alle negativiteit uit zijn lijf te spuwen. Zoals het orthodoxe depressieve black metal betaamt, is het project volledig gedehumaniseerd en gedepersonaliseerd. Veel meer info is er dus niet over Negativa te vinden. Of toch, na de opnames van “02” vervoegde H.V. Lyngdal (Ljáin, Martröð, Afsprengi Satans, Mystískaos) zich als zanger ter vervanging van D.R. van Atrabilis, waarmee Negativa enkele splits uitbracht. En zo komen een IJslander en Spanjaard mekaar dus tegen en werd mijn interesse gewekt. Door het toetreden van H.V. wordt de muzikale output naar een hoger niveau getild, maar het depressieve randje is wel verwaterd. De vocalen klinken gevarieerd maar minder gepijnigd en getormenteerd en de sound is er met rasse schreden op vooruitgegaan. Zo hard zelfs, dat deze best aangenaam in de oren klinkt. Een evolutie die waarschijnlijk niet door de volledige oude aanhang van de band gesmaakt wordt daar het voorgaande werk meer underground-karakter had, hoewel Negativa nooit overdadig groezelig of luizig of écht bijtend agressief heeft geklonken. Dat wil echter niet zeggen dat het gaspedaal niet ingedrukt wordt, maar Negativa loost haar negativiteit grotendeels slepend tot mid-tempo-gewijs. Geen suïcidale black vol droeftoeterij of krakkemikkige uitvoeringen maar degelijk uitgevoerde (depri-) black waar ook de nodige dissonantie in opduikt. Dat kan bijna niet anders als H.V. erbij betrokken is. Toch is er ook voldoende ruimte voor neerslachtige melodieën waarbij ook de basgitaar duidelijk iets te vertellen heeft. Ik smaak dit wel maar de cassette verscheen natuurlijk in zo’n beperkte oplage, dat ik weeral achter het net vis.

JOKKE: 80/100

Negativa – 03 (Sentient Ruin 2018)
1. XVII
2. XVIII
3. XIX
4. XX
5. XXI
6. XXII

Aosoth – The inside scriptures

Of het toeval is of niet dat mijn derde Addergebroed review opnieuw handelt over een release die uit het land van cider en croissants afkomstig is, laat ik aan u over. Het blijft echter een feit dat onze Franse buren album na album blijven uitspuwen. Deze keer gaat het om niemand minder dan Aosoth, het gitzwarte monster dat na vier full lengths en een berg splits al lang niet meer aan zijn proefstuk toe is. Sterker nog, het in 2013 verschenen “IV: An arrow in heart” blijft met zijn onheilspellende sfeer en verstikkende uitbarstingen een uniek album dat hier tot op heden minstens wekelijks eens de revue passeert. Projecten als Antaeus, VI en Martröð, waarvan de leden eveneens deel uitmaken, klinken evenmin onbekend in de oren. Dat de verwachtingen voor de nieuwste uitspatting van MkM en kompanen hooggespannen zijn komt dus allerminst als een verrassing. Op het eerste zicht ligt “V: The inside scriptures” in dezelfde lijn als zijn voorganger, al is het maar omwille van het kleurrijke artwork van de hand van schilder Benjamin A. Vierling, waarin ondanks de helderheid de paralellen met “IV: An arrow in heart” overduidelijk zijn. “V: The inside scriptures” werd er dan ook van verdacht het laatste hoofdstuk in het Aosoth-epos te zijn, hoewel brulboei MkM deze geruchten ondertussen de mond heeft gesnoerd. Productiegewijs klinkt het album subliem, ondanks het feit dat de typische, smerige vocalen af en toe dreigen te verdrinken in het landschap van chaotische, dissonante gitaarpartijen. Aosoth slaagt er opnieuw in de luisteraar mee te sleuren in een wervelwind die uit één brok duisternis opgetrokken lijkt te zijn. De iets slepender passages uit het voorgaande album worden grotendeels achterwege gelaten om plaats te maken voor een verzwelgende draaikolk aan riffs. Al bij al komt onheilig kind nummer vijf een stuk agressiever uit de hoek. Het album zit barstensvol met ideeën – maar daar komt meteen ook mijn grootste (en laat ons eerlijk zijn, enige) punt van kritiek om de hoek piepen. Hoewel er variatie troef is op het album, was de eerste luisterbeurt licht teleurstellend. Nu, een Aosoth album geeft zijn geheimen natuurlijk niet van het eerste moment prijs en de plaat is dan ook gestaag blijven groeien doorheen de tijd. Echter besluipt me nog steeds het gevoel dat ondanks het feit dat er absoluut geen gebrek aan inspiratie is, de band méér uit het album kon halen. Aosoth presenteert ons een album dat vaak klimt naar, maar de piek nét niet haalt. Waar bijvoorbeeld de openingstrack “A heart to judge” schitterend opbouwt naar het einde toe (denk “Ritual marks of penitence”) wordt met dit potentieel uiteindelijk weinig meer gedaan. Deze trend blijft zich doorheen het hele verhaal doorzetten: waar Aosoth op zijn sterkst zou kunnen zijn, kiest de band er vaak voor het over een andere boeg te gooien. Gelukkig zijn er nog tracks als “Her feet upon the earth, blooming the fruits…” en het allesverslindende “Contaminating all tongues” (meteen ook het nummer dat met kop en schouders boven de rest uitstreekt) die het album naar een hoger niveau tillen. Hoewel ik Aosoth met plezier een perfecte score zou toekennen, blijf ik wat op mijn honger zitten. Maar who cares, want uiteindelijk is “V: The inside scriptures” nog steeds een zeer sterk en consistent album en een logische verderzetting van de ranzige chaos die Aosoth altijd al heeft voortgebracht. En laat ons nu vooral hopen dat de beste heren niet van gedacht veranderen en gewoon beginnen schrijven aan plaat nummer zes.

CAS: 87/100

Aosoth – V: The inside scriptures (Agonia Records 2017)
1. A heart to judge
2. Her feet upon the earth, blooming the fruits…
3. The inside scriptures
4. Premises of a miracle
5. Contaminating all tongues
6. Silver dagger and the breathless smile

Skáphe – Untitled

Het venijnige serpent dat onder de naam Skáphe doorheen de extreme ondergrond kronkelt, weet als geen ander de luisteraar te verstikken eens haar giftanden zich in je malse vlees nestelen. De lente is eindelijk daar, de konijntjes beginnen te huppelen en de eerste zonnestralen doen de knopjes aan platen en bomen weelderig groeien. Alex Poole en Dagur Gonzales – ik hoef beide heren ondertussen niet meer voor te stellen aan de trouwe volgelingen van onze blog – doen deze lentetaferelen echter als sneeuw voor de zon verdwijnen, want hun ultieme duisternis werpt een doodse sfeer op het eerste nieuwe leven. Een tweeëntwintigminuten durende “song” “VII” gaat verder waar “I” tot en met “VI” van “Skáphe²” ophielden. Gestroomlijnde partijen gaan hand in hand met ongecontroleerde chaos en jazzy improvisatie – zo lijkt het althans toch – en gitzwarte atmosfeer. En toch is er geen sprake van een ongeleid projectiel want er is een zekere flow ingebouwd die je stelselmatig een stapje verder het vacuum inzuigt. Ik kan hier echt hele dagen naar zitten luisteren, ook al gaat dit nog een stapje verder dan het alom geprezen Deathspell Omega, en krijgt de Studio 100 black metal-liefhebber hier waarschijnlijk een instant zenuwinzinking van. Deze EP verschijnt via het nieuwe, mysterieuze Mystiskaos cassettelabel en kan ook via Fallen Empire Records en haar gekende distributiekanalen opgepikt worden.

JOKKE: 85/100

Skáphe – Untitled (Mystiskaos/Fallen Empire Records 2017)
1. VII

Manetheren – The end

Het Amerikaanse Manetheren – vernoemd naar één van de tien naties uit de boekenserie “The wheel of time” van de Amerikaanse auteur James Oliver Rigney – was bij ondergetekende in vergetelheid geraakt, hoewel “Time” uit 2012 best wist te overtuigen. Aan EP’s of splits doet deze band niet mee, want sinds haar oprichting in 2003, ligt de focus van Manetheren enkel op het gestaag uitbrengen van volwaardige langspelers, hoewel de kloof die tussen de platen gaapt wel steeds langer wordt. Tussen “Time” en het kakelverse “The end” liggen deze keer vijf jaren. Nu is daartussen wel heel wat gebeurd. Voor “Time” – wat eigenlijk een ge-update versie en herwerking van debuut “The seven realms of Manetheren” was – trok oprichter Gabe Jorgenson (aka Azlum) meesterdrummer Thorns aan (u wel gekend van ondermeer Darvazas, Blut Aus Nord, Martröð, Fides Inversa, Acherontas en ga zo maar door). Na de release van het album vervoegden bassist Davide Gorrini (Frostmoon Eclipse en een paar andere bands waar deze Italiaan samen met zijn landgenoot Thorns deel van uitmaakt) en zanger Eric Baker (Chaos Moon) de line-up. Met een fifty-fifty Italo-Amerikaanse constellatie, waarin bovendien enkele bezige bijtjes zitten, is het niet te verwonderen dat het schrijven en opnemen van een album de nodige tijd vraagt. Bovendien is Manetheren een band die geen hapklare nummers brengt, maar mastodonten van songs die rangeren tussen acht en vijftien minuten. Met 74 minuten was de voorganger wel aan de erg lange kant, wat naar het einde toe de aandacht deed verslappen doordat het te veel van hetzelfde werd. Op “The end” krijgt je als luisteraar met een vol uur atmosferische black metal nog steeds absoluut waar voor je geld, hoewel voor de meeste mensen een aandachtsspanne van een uur al héél veel gevraagd is. We hebben hier met een apocalyptisch en nihilistisch getint conceptalbum van doen waarbij de protagonist doorheen verschillende landen trekt terwijl het einde van de wereld aangebroken is. Hierbij beschrijft elke song de gebeurtenissen die zich afspelen tijdens dit vervalproces en naarmate het einde dichterbij komt beschouwt dit individu zich meer en meer als God of de Dood die heerst over de woestenij die overblijft. De USBM van Manetheren is er geen van de meest rauwe en agressieve soort, maar is wel extreem layered waarbij de atmosferische lagen elkaar opstapelen en de gitaar dikwijls klinkt alsof er samples of keyboards aan te pas zijn gekomen (niet dus). Tevens klinkt de productie waarvoor bassist D.G. en zijn BeastCave Studio optekenden, vrij transparant. Dit is een album om in één ruk te ondergaan, bij gedimde lichten, lang uitgerekt op de sofa en in gezelschap van een goede fles wijn, waarbij een song als “When all is still, there is nothing” je in vervoering brengt of “The end” je bij je stort grijpt en mee de abyss insleurt terwijl de majestueuze finale zich openbaart. Benieuwd of Manetheren na het verkassen van Debemur Morti naar Avantgarde Music meer aandacht zal krijgen en overtuigd kan worden om live de hort op te gaan.

JOKKE: 81/100

 

 

Manetheren – The end (Avantgarde Music 2017)
1. The sun that bled
2. And then came the pestilence
3. The ritual
4. When all is still, there is nothing
5. Darkness enshrouds
6. The end