nachtmystium

Nachtmystium – Resilient

Nachtmystium is terug na een afwezigheid van vier jaar. Niet iedereen zal hiermee opgezet zijn aangezien bandleider/enfant terrible Blake Judd de afgelopen jaren op de tenen van heel wat fans en mensen uit de platenbusiness heeft getrapt. Het wangedrag van meneer Judd was toe te schrijven aan zijn drugsverslaving, maar hij zou nu al meer dan twee jaar clean moeten zijn. Het blijkt echter moeilijk om het verleden achter te laten, want recent stond Blake weer in het middelpunt van de belangstelling naar aanleiding van oplichting via heruitgaves van de back catalogue van Judas Iscariot door het Ascension Monuments Media-label waaraan hij verbonden is. Soit, de details laten we over aan de metalen roddelpers-sites. Lupus Lounge was bereid Blake een tweede kans te geven en tekende Nachtmystium. Hopelijk fuckt hij ze niet op. De Amerikaan hervormde zijn band met muzikanten uit twee werelddelen. De Nederlandse maar in het Noorse Bergen wonende keyboardspeler Job ‘Phenex” Bos werkte reeds in het verleden samen met Blake voor het fijne Hate Meditation en kennen we verder van Dark Fortress en als live-muzikant voor o.a. Satyricon, The Ruins Of Beverast, Dordeduh en In The Woods. De ritmesectie bestaat uit de Duitse bassist Martin van Valkenstijn (Mosaic, Ysengrin en live-lid van o.a. Sun Of The Sleepless, The Vision Bleak en Empyrium) en de Amerikaanse drummer Jean Graffio van Sumeria. Met de nagelnieuwe “Resilient” EP breekt een nieuw hoofdstuk aan voor Judd en Nachtmystium. Na de inleidende klanken van “Conversion” valt het titelnummer in waarbij meteen de grote rol van Job Bos opvalt. De mid-tempo riffs worden immers begeleid door dromerige keyboards. Blake heeft altijd al een goed oor gehad voor melodie, hooks en catchy refreinen, en dat is ook in dit nummer weer het geval zonder te verzanden in een platvloerse meezinger. Verderop in het nummer krijgen we nog een eighties gothrock-achtige solo en cleane koorzang te horen wanneer het nummer met een groots klinkende atmosfeer open barst. De psychedelische landscapes  uit het verleden blijven grotendeels achterwege ten voordele van bakken extra donkere atmosfeer. “Silver lanterns” ligt in de lijn van de fantastische voorganger “The world we left behind“. Het nummer kent een simpele maar effectieve hoofdriff waarover een pakkende melodieuze single note tremololijn gespeeld wordt en subtiele keyboards vormen de lijm tussen de kippenvel opwekkende riffs en half-blastende drums. Er duikt ook een spoken word sample op en de song blijft voortdurend van gedaante veranderen door met verschillende tempo’s en snelheden te spelen. Met het bijna tien minuten durende “Desert illumination” zijn we spijtig genoeg al aan het laatste nummer gekomen. Het is echter een epische song waarin heel wat gebeurt. Er wordt aan een doomtempo gestart waarbij gesproken vocalen, grootse keyboards, akoestische gitaren en bongo’s een gezapige dromerige toon zetten. Gewaagd en iets wat we niet onmiddellijk van de band verwacht hadden, maar eerder aan een moderne Katatonia zouden toeschrijven. Black metal lijkt hier ver zoek…alhoewel. Halfweg perst Jake een schitterende black metal-riff uit zijn gitaar, versnellen de drums en maakt de band zich op voor een zinderende repetitieve finale waarin de instrumenten het voor het zeggen hebben. Nachtmystium levert met “Resilient” een pracht comeback. Hopelijk blijft Blake nu op het rechte pad zodat we nog meer moois van zijn band te horen krijgen.

JOKKE: 86/100

Nachtmystium – Resilient (Lupus Lounge 2018)
1. Conversion
2. Resilient
3. Silver lanterns
4. Desert illumination

Lord Mantis – NTW

Het feit dat Lord Mantis aan de line-up van Roadburn 2015 werd toegevoegd was voor mij de hoofdreden om voor het eerst naar het vierdaagse festival af te zakken. Het was dan ook serieus balen toen ik vernam dat de band uit Chicago enkele weken voor hun overtocht naar het Oude Continent het bericht de wereld instuurde dat hun op til staande tour werd geannuleerd wegens interne problemen (geweldige shows van Subrosa, Thou, Tombs en Enslaved zorgden ervoor dat het toch nog een geweldige ervaring werd). Frontman en bassist Charlie Fell bleek met een knoert van een drank- en drugsverslaving te kampen waardoor hij onhandelbaar werd en de overige bandleden niet langer met hem door één deur konden. Op sociale media werd wat met modder over-en-weer gegooid (ze spelen sludge voor iets!) en al gauw communiceerden overgebleven leden Bill Bumgardner (drummer en oprichter van de band, tevens deel uitmakend van Indian) en gitarist Andrew Markuszewski (Avichi, ex-Nachtmystium) dat de line-up verder gecompleteerd werd met vocalist Dylan O’Toole (Indian en in het verleden ook reeds meewerkend aan enkele Lord Mantis songs), bassist Will Lindsay (Indian, ex-Nachtmystium, ex-Wolves In The Throne Room) en tweede gitarist Scott A. Shellhamer. Met driekwart van de line-up van Indian die nu deel uitmaakte van Lord Mantis, was het ook meteen game over voor die eerste. Ondertussen zijn Scott en Will ook alweer van het toneel verdwenen waarbij die laatste vervangen werd door bassiste Alletta Ergun. Van position switches gesproken! En tikkende tijdbom Charlie Fell? Die verkaste naar het licht-geniale Cobalt waar ondertussen ook een knoert van een plaat mee uitgebracht werd. Lord Mantis wou zo snel mogelijk bewijzen dat de nieuwe line-up beter dan ooit was door de studio in te duiken voor de opnames van een EP en qua statement kan “NTW“, die in eigen beheer op het New Density label van Andrew uitkomt,  absoluut tellen! De energie en punch van de vier tracks ligt eerder in het verlengde van “Pervertor” uit 2012 in plaats van verder te bouwen op het met industrial invloeden doorspekte “Deathmask” uit 2014, voor ondergetekende beide tot de beste (blackened) sludge platen allertijden behorend. In opener “SIG safer” ligt het tempo een pak hoger dan wat we van de band gewend zijn en sijpelen de black metal invloeden nog duidelijker door. De bijtende en blaffende vocalen van Dylan die onuitputtelijk “safer safer safer safer!” proclameren, belichamen als het ware de dood die de luisteraar op de hielen zit. Wat een binnenkomer! Op de titeltrack krijgen we ronkende en dreigende sludge zoals we van Lord Mantis gewend zijn en eerlijk is eerlijk: eigenlijk is het verschil in stemgeluid tussen Dylan en Charlie amper te horen, waarmee beide heren bewijzen tot de absolute top qua sludge brakers te behoren. Wel verslapt de aandacht een beetje naar het einde van de zeven minuten durende song. “Semblances” lijkt iets luchtiger qua karakter, maar zal bij de ongeoefende luisteraar waarschijnlijk toch zwaar op de maag liggen. Zoals we van Bill gewend zijn, lijkt hij zijn drumvellen weer eerder met boomknotsen te geselen dan met drumstokjes. Wat kan die man toch rake klappen uitdelen! Ook in “Final division” laat de band horen wat een haatdragende mensenhatende bende te zijn.”NTW” laat een band horen die zijn zaakjes nu eindelijk en hopelijk op orde heeft (de andere leden hebben immers ook met enkele demonen af te rekenen). Of misschien is het maar beter zo, want niet-getormenteerde zielen zie ik niet in staat om platen uit te brengen die aan Lord Mantis kunnen tippen.

JOKKE: 88/100

Lord Mantis – NTW (New Density 2016)
1. SIG safer
2. Nice teeth whore
3. Semblances
4. Final division

Abigail Williams – The accuser

Ken Sorceron, oprichter en bezieler van het Amerikaanse Abigail Williams heeft me hier serieus bij mijn pietje. Daar waar ik dacht dat zijn band eerder in de symfonische black metal hoek of zelfs het metalcore straatje zat, is daar op het nieuwe “The accuser” niet veel van te merken, gelukkig maar! Oorspronkelijk was de band gesitueerd in Phoenix (Arizona), maar momenteel is Olympia (Washington) de uitvalsbasis. En dat heeft zo zijn invloed op het geluid dat nu sterke paralellen vertoont met streekgenoten Wolves In The Throne Room en dus vrij rauwe en primitieve, doch atmosferische black metal omvat. Maar er is veel meer aan de hand. Eigenlijk biedt “The accuser” een dwarsdoorsnede van de huidige USBM-scene: ruw blastwerk met striemende riffs à la Fell Voices (“Path of broken glass”), creepy noisy en psychedelisch materiaal dat aan Twilight refereert (“The cold lines”), met lichte New Wave invloeden doordrenkte Krieg worship (“Nuumite”), beklemmende en verstikkende duisternis in het straatje van Nightbringer (“Of the outer darkness” en “Godhead”), meer catchy naar Nachtmystium neigend materiaal inclusief melodieuze solo (“Will, wish and desire”) en snerpende schuursponsvocalen die herinneren aan George Clarke (Deafheaven). Deze invloeden worden voor de hand liggend als je ziet welke strijdkrachten de heer Sorceron rond zich verzameld heeft om deze plaat in te blikken: Jeff Wilson (o.a. Wolvhammer), Charlie Fell (ex-Nachtmystium, ex-Lord Mantis), Will Lindsay (Indian, Lord Mantis, ex-Wolves In The Throne Room), Neil Jameson (Krieg, Twilight). Need I say more? Wees echter op je hoede met het ouder materiaal van deze band, want dat is toch wel beduidend minder. “The accuser” is echter een schot in de roos bij ondergetekende!

JOKKE: 85/100

Abigail Williams – The accuser (Candlelight Records 2015)
1. Path of broken glass
2. The cold lines
3. Of the outer darkness
4. Will, wish and desire
5. Godhead
6. Forever kingdom of dirt
7. Lost communion
8. Nuumite

Kjeld – Skym

Reeds meer dan tien jaar actief, en op een meer dan aardige EP uit 2005 na, komt debuutplaat “Skym” van het Friese Kjeld hier ten huize jokkeman vrij overdonderend binnen gefierljept. Deze Hollanders hebben ervoor gekozen om de lyriek van de plaat volledig in het Fries neer te pennen, wat nog steeds een officieel erkende minderheidstaal is bij onze noorderburen. De eerste keer dat ik de Friese taal in muzikale vorm tegen kwam, moet zo’n vijftien jaar geleden geweest zijn toen het duo Twarres de hitparade bestormde met hun popballade “Wêr bisto”. Op “Skym” echter geen popballades, maar elf knetterharde black metal songs die verhalen over de in Nederlandse folkloristische sagen besproken “witte wieven”, afschuwelijke geesten die ’s nachts in verraderlijke moerasgebieden ronddoolden en eenzame reizigers met zich mee lokten. De vijf schimmen die deel uitmaken van Kjeld zijn hier niet aan hun proefstuk toe, maar konden hun zwartgeblakerde hart reeds uitleven in acts zoals Lugubre, Salacious Gods en Gheestenland. Wie niet beter weet, zou zeggen dat Kjeld geografisch gezien nog Noordelijker door de bossen zou dwalen, want hun op een vrij hoog tempo doorrazende black metal is duidelijk Noors geënt. De aftrap van “Tuzen sinnen” situeert zich in het tijdperk waarin Satyricon met “Rebel extravaganza” nog spannende muziek maakte terwijl de grandeur van de synths zonder blikken of blozen naar het almachtige Emperor knipoogt. Zeker in “Gerlofs donia” roepen de blazers een soortgelijk triomfantelijk gevoel op als in “In the wordless chamber” van de Noorse keizers. Het is echter niet al Noors wat de klok slaat, want de slepende melancholie van de gitaarlead in “Us grun” refereert eerder aan “Instinct: decay” van het Amerikaanse Nachtmystium. Het titelnummer gaat erin als zoete koek en rockt bij momenten zoals ook de Zweden van Craft dat kunnen. Bij de salpetervocalen van Skier moet ik dan weer regelmatig aan het (in deze context minder voor de hand liggende) Franse Celeste denken. Het riffwerk in “Baduhenna” kent tenslotte een subtiele Svartidauði touch. Denk nu echter niet dat Kjeld hier schaamteloos de groten na-aapt want in plaats van “kopiëren” is hier eerder sprake van “eren”. “Ivich libben” vonden we ook op de eerste EP “De tiid hâldt gjin skoft” terug maar werd opnieuw onder handen genomen. De onderhuids verscholen melancholie van “Stoarm” doet rillingen over mijn ganse lijf lopen. De plaat wordt met het groots klinkende “Bern fan freya” op gepaste wijze afgesloten en mondt uit in een wegebbende akoestische gitaar. Zestig minuten kunnen soms heel lang duren, maar in het geval van “Skym” volstaat het een paar keer met je ogen te knipperen om daarna vast te stellen dat je weeral een uur dichter tegen je dood kan aankijken. In die tijdspanne heb ik echter onophoudelijk kunnen genieten van passioneel gebrachte en bovendien professioneel uitgevoerde (wat een sound met een duidelijk hoorbare basgitaar!) black metal. Ik kan zonder overdrijven zeggen dat dit met gemak dan ook zowat de beste Nederlandse black metal plaat in tijden moet zijn. Ondertussen is er zelfs nog een EP uitgebracht met landgenoten Cirith Gorgor, die ik ook al eventjes uit het oog verloren ben en dus dringend eens moet opsnorren.

JOKKE: 86/100

Kjeld – Skym (Hammerheart Records 2015)
1.
Tuzen sinnen
2. Skym
3. Gerlofs donia
4. Gjin ferjouwing
5. Us grun
6. Bonifatius
7. Baduhenna
8. Brek en bran
9. Ivich libben
10. Stoarm
11. Bern fan freya

Leviathan – Scar sighted

Jef Whitehead hoort zeker thuis in het rijtje van beruchte en illustere (black) metal figuren. De controversiële Amerikaan is al meermaals met het gerecht in aanraking gekomen o.a. voor seksuele aanranding en huishoudelijk geweld. Deze, breed in de media uitgesmeerde vuile was resulteerde in het album “True traitor, true hore” (ik moet hier geen tekeningetje bij maken om je te vertellen aan wie dit album gericht was). De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik zijn solo band Leviathan natuurlijk wel kende, en links of rechts wel eens wat songs heb beluisterd, maar echt onder de indruk van ’s mans werk was ik nooit (hoewel er op de “Verrater” compilatie wel een paar vree wijze songs staan). Ook na het zien van de driedelige “One man metal” documentaire (die ook de clowneske einzelgängers Xasthur en Striborg volgde) bleek dat Wrest een naargeestig individu is, nog steeds worstelend met zichzelf en de fucked up world rondom hem. De veelbesproken Decibel cover waarop hij met zijn zoon poseert en het recente interview met Noisey, trokken echter mijn aandacht en besloten om zijn nieuwste plaat “Scar sighted” toch maar eens deftig te checken. Na een duistere intro dringen de verwrongen riffs van “The smoke of their torment” je hersenpan binnen. Dit is wel wat andere koek dan wat ik van Wrest gewoon was.  Doordat de beste man terug de liefde van zijn leven gevonden heeft en het vaderschap zijn volle aandacht vraagt, verwacht je als luisteraar misschien een toegankelijker album. No way José! De rauwe black metal heeft met momenten (en voornamelijk in de twee openingstracks) dan wel plaats geruimd voor een veel warmer death metal georiënteerd basisgeluid (think The Ruins Of Beverast), de smeltkroes van Deathspell Omega/Blut Aus Nord dissonantie en trippende rituele ambient blijven voor een behoorlijk onbehaaglijk gevoel en destructief sfeertje zorgen. Voor de vocale aanpak hanteert Wrest nog wel de rauwe zwartmetalen salpetervocalen, die afgewisseld worden met een diepe vervormde stem (en me dikwijls doet denken aan zo’n kermisattractie lokstem). In “Gardens of coprolite” gaat het er bij momenten heel DSO jazzy aan toe. Een verre van gemakkelijke song die na ettelijke luisterbeurten wel tot één van de hoogtepunten van de plaat uitgegroeid is. De eindeloze gelaagdheid van de nummers, het grillige verloop van de songstructuren en de in een wazige mist verstopte details maken van deze plaat een vette kluif voor wie geen hapklare brok extreme metal zoekt. De psychedelische madness van “A veil is lifted” zou zo van de “Instinct: Decay” plaat van landgenoot Nachtmystium kunnen komen en in de titelsong, waarin Whitehead het experiment nog verder doordrijft, wordt de link met het ter zielen gegane Twilight natuurlijk snel gelegd. Ook hier doemt The Ruins Of Beverast als referentiepunt op en doen de diepe verhalende vocalen me soms aan Diabolical Masquerade denken. Zonder de meer dan dertig releases van Leviathan allen gehoord te hebben, ga ik er prat op dat geen enkel van voorgaande albums zo’n emotionele impact op mij zal hebben als deze “Scar sighted”. Ik ben nu al benieuwd of Wrest de ingeslagen weg op volgende albums verder gaat zetten, maar in tussentijd ga ik nog verder op zoek naar de donkere geheimen van deze plaat.

JOKKE: 84/100

Leviathan – Scar sighted (Profound Lore Records 2015)
1. –
2. The smoke of their torment
3. Dawn vibration
4. Gardens of coprolite
5. Wicked fields of calm
6. Within thrall
7. A veil is lifted
8. Scar sighted
9. All tongues toward
10. Aphōnos

Krieg – Transient

Neil Jameson ofte N.Imperial is kwaad, héél kwaad getuige het nieuwe album “Transient” van zijn geesteskindje Krieg. Van de zeer uitgebreide discografie (waaronder zeven full albums en een waslijst aan splits) moet ik bekennen dat ik enkel de vorige plaat “The isolationist” in mijn collectie heb, dewelke me echter wel erg beviel. Om de een of andere reden heb ik echter nooit de moeite gedaan om in zijn back catalogue te gaan snuisteren. Samen met Absu en Profanatica stond Krieg aan de wieg van de USBM-beweging, die initieel verbleekte tegenover de Scandinavische tegenhanger, maar gaandeweg toch wel een hele resem sterke bands en een kwaliteitsvolle scene heeft voortgebracht. Naast Krieg, maakt of maakte Imperial van tientallen bands deel uit en heeft hij zijn sporen dus al dubbel en dik verdiend bij o.a. het geweldige Twilight (dat eerder dit jaar het lichtjes geniale “III: Beneath trident’s tomb” uitbracht), Nachtmystium en Judas Iscariot. Dat hij ook bij zijn eigen band van afwisseling houdt, getuigen de elvendertig muzikanten die het bordje “ex-bandlid” opgespeld krijgen. Op de nieuweling laat hij zich omringen door vier dudes afkomstig van, voor mij grotendeels onbekende, bands (de geïnteresseerden moeten Metal Archives er maar op naslaan). “Black Metal ist Krieg” verkondigde een Duitse wanker ooit “…und Krieg ist Black Metal”, maar ook véél meer dan dat. Openingstrack “Order of the solitary road” zet meteen de stemming voor de rest van het album. Imperial ventileert zijn haat en woede in de vorm van nihilistische black metal die verre van eendimensionaal klinkt. Halverwege “Circling the drain” zorgt een intermezzo van echoënde drums en subtiele noise voor een rustpuntje in de verder als een rotvaart vooruit schroeiende song. In “Return fire” komen de crustpunk-roots van Imperial bovendrijven. “To speak with ghosts” is echter weer van een ander allooi. Deze midtempo kraker doet de nekspieren geduchtig op en neer bewegen.  In het snedige en van een coole songtitel voorziene “Atlas with a broken arm” wordt het tempo weer serieus opgeschroefd. Doorheen de razernij is de bas echter goed hoorbaar, wat bij vele andere black metal bands dikwijls nog als een euvel beschouwd kan worden. Tegen het einde van de song popt er warempel een toegankelijke melodie op. Ook in “Time” knuppelt de drummer er duchtig op los. Dat Krieg niet voor één gat te vangen is, bewijzen ze in “Winter”, een track die erg naar hun landgenoten Tombs neigt, zowel door de hese cleane vocalen als het meer sludge aandoende drum- en riffwerk. De experimenteerdrift wordt in de daaropvolgende songs nog meer de vrije loop gelaten. “Walk with them unnoticed” is de meest toegankelijke track waarbij de melodielijn me meermaals doet denken aan oude Katatonia of new wave en goth rock van de jaren ’80, hoewel ook hier de rust verstoord wordt door ziekelijke black metal. De benadering van deze song vinden we ook terug bij Nachtmystium, een band waarvan Imperial ook enkele jaren deel uitmaakte, maar met bandleider Blake Judd kan hij momenteel niet meer door één deur. Halverwege “Ruin our lives”  slaat de black metal over in griezelige en bevreemdende noise. “Home” is de meest vreemde eend in de bijt met zijn proclamerende vocalen bovenop een laag sinistere noise en akoestische gitaren. Een track die je niet meteen zou verwachten op een black metal album, maar er wel voor zorgt dat het de massa ontstijgt. Met “Gospel hand” is het op het eerste gehoor nog één keer “alle remmen los”, hoewel de sfeer halverwege deze song weer van setting verandert middels een rockende gitaar. Na 56 minuten komt er met deze kraker een eind aan deze avontuurlijke black metal plaat. Klasse!

JOKKE: 85/100

Krieg – Transient (Candlelight Records 2014)
1. Order of the solitary road
2. Circling the drain
3. Return fire
4. To speak with ghosts
5. Atlas with a broken arm
6. Time
7. Winter
8. Walk with them unnoticed
9. Ruin our lives
10.Home
11. Gospel hand

Nachtmystium – The world we left behind

Wie de facebookpagina volgt van Blake Judd, oprichter en bezieler van de experimentele USBM band Nachtmystium, weet dat de man de laatste tijd met zijn persoonlijke demonen (alcoholverslaving en druggebruik) heeft afgerekend en tevens besloten heeft een punt te zetten achter Nachtmystium. Echter wou hij zijn geesteskind met een allerlaatste knaller van formaat ten gave dragen. De titel van de zevende en dus tevens laatste langspeler van Blake en co is dan ook toepasselijk getiteld “The world we left behind”. De band draait volledig rond de figuur van Blake en hij wisselt sneller van muzikanten dan jij en ik van onderbroek, maar eigenlijk hoor je dat niet terug in het eindresultaat. “Fireheart” is de openingssong van de plaat en bevat een galopperende heavy metal riff, maar voor de rest is dit een typisch Nachtmystium nummer. De tekst van de song verwijst naar het afkickproces dat de frontman onderging (“I’ve returned…from the lowest realms. Taken a journey through my own personal hell”). “Voyager” vormt meteen een eerste hoogtepunt van de plaat: het is een vrij toegankelijk nummer met een aanstekelijk refrein en een mooie solo op het einde. Hetzelfde geldt voor “In the abscense of existence”. Over het algemeen is deze plaat minder rauw dan zijn voorganger “Silencing machine”. Het klinkt allemaal ongelofelijk catchy, maar toch is dit geen hapklare brok muziek. Laat dat nu net de verdienste van deze band zijn. Titelsong “The world we left behind” en vooral het rete aanstekelijke “On the other side” horen ook in het rijtje van meebrul nummers thuis. In het razende begin van “Into the endless abyss” horen we enkele biepjes en subtiele electronica terug, maar voor de échte experimenteerdrift die de “Black meddle” platen definieerde moeten we wachten tot de tweede helft van de plaat met het bezwerende “Tear you down”, waarvan de gitaarriffs doen denken aan de tijden van “Instinct:Decay”, en afsluiter “Epitaph for a dying star”. Deze ruim zeven minuten durende song bevat mooie vrouwelijke vocalen en heerlijk psychedelisch gitaarwerk. Spijtig dat dit het einde van de band betekent. Voortaan richt Judd al zijn pijlen op Hate Meditation waarmee hij vorig jaar reeds de debuutplaat “Scars” heeft uitgebracht.  Ik ga Blake en Nachtmystium missen.  Stoppen op je hoogtepunt noemen we zoiets!

JOKKE: 95/100

Nachtmystium – The world we left behind (Century Media 2014)

1. Intrusion
2. Fireheart
3. Voyager
4. Into the endless abyss
5. In the abscense of existence
6. The world we left behind
7. Tear you down
8. On the other side
9. Epitaph for a dying star