nederland

Lubbert Das – De plagen

Het Nederlandse Haeresis Noviomagi heeft er een enorm productief en succesvol jaar opzitten met killer releases van Solar Temple en Iskandr en twee fantastische splits van Turia met Vilkacis en Fluisteraars. Als kers op de taart krijgen we op tweede kerstdag nog een eerste volwaardige langspeler van Lubbert Das. De band werd in 2012 in Nijmegen opgericht en bracht reeds een demo (“Keye“) uit in 2013 en een EP (“Deluge“) in 2015. Het trio bestaande uit R (gitaar en zang), O (bas en zang) en J (drums en zang) heeft met “De plagen” een zinderende brok black uitgebracht die fans van het label blind kunnen aanschaffen, want hoewel het grootste deel van de muziek van R’s hand is hoor je naast echo’s van USBM à la Vilkacis en Predatory Light toch ook de invloed van enkele van O’s andere bands en dan voornamelijk Turia. Het trio vertrekt op “De plagen” waar “Deluge” stopte maar op productioneel vlak werd dankzij de mastering door Greg Chandler (Priory Recording Studios) een grote stap voorwaarts gezet maar met behoud van een ongepolijst karakter. Thematisch gezien heeft Lubbert Das vier plagen die de duistere middeleeuwen kwelden in songs gegoten: de vernietigende kracht van hongersnood, de verwoestende zwarte dood, het bloedvergieten veroorzaakt door strijd en oorlog en de monsterlijke beesten die in de wildernis huishouden. Het groovende canvas van de vier lange nummers wordt tot een maximum opgespannen middels door merg en been snijdende riffs, bezeten ijle screams en diepere growls, repetitieve drumsalvo’s en een voortdurende drang naar duistere melodie. “De honger” opent “De plagen” veelbelovend met een heerlijke brok snelle hypnotiserende black waarbij er ook diepe putgorgels opborrelen uit de hellekrochten die geopend worden. De repetitieve drums en de bezwerende onderstroom aan riffs en melodieën van de opener hakken meteen tot in het diepste van onze ziel en maken ons hongerig naar de rest van de plaat. “De pest” ontpopt zich na een meer ingetogen intro en een slepende aanzet na een drietal minuten tot een dodelijke en besmettelijke parasitaire aanval op de zenuwen waarbij snedige riffs doorheen onze gehoorgang klieven. Wat een nummer goddomme! “Het zwaard” snijdt aan twee kanten middels mid-tempo en up-tempo black die de adem doet stokken met haar ongebreidelde duisternis en dreigende onderhuidse baslijnen. In het venijnige “Het zwijn” worden voor een laatste keer alle remmen los gelaten en klinkt het alsof we vertrappeld worden door een kudde op hol geslagen everzwijnen waarbij gitaar, drums, bas en zang elkaar in een vurige brok lo-fi waanzin meezuigen doorheen een verstikkende maalstroom totdat mens en dier mekaar vinden en primaire menselijke krijsen een symbiose vormen met knorgeluiden van zwijnen. De zwarte (metaal)dood verspreidt zich heden ten dage als een plaag over de aardbol en maakt wereldwijd slachtoffers waarbij het wel lijkt alsof Nederland het nieuwe IJsland is geworden op vlak van infectueuze, intrigerende en incestueuze black. De bloeiende scene bij onze noorderburen resulteert volgend jaar dan ook terecht in een showcase en commissioned piece op het prestigieuze Roadburn. 

JOKKE: 87/100

Lubbert Das – De plagen (Fallen Empire Records/Haeresis Noviomagi/Amor Fati Productions 2018)
1. De honger
2. De pest
3. Het zwaard
4. Het zwijn

Afvallige – Nevelveld

De prijs voor demo van de maand gaat ongetwijfeld naar Afvallige, een nieuwe creatie van de heer Nortfalke die een hand heeft/had in zowat de helft van de Nederlandse black metal-scene. Als ik alle bands moet vermelden waar de man iets in de pap te brokken heeft/had, spendeer ik de helft van deze review daaraan. Laten we het daarom maar over de muziek hebben en laat jullie daarbij vooral niet hinderen door het feit dat het hier om een demotape gaat, want zelden heb ik een cassette gehoord met zulke goede sound. Afvallige raast er vier songs in een klein kwartier door waarvan “De oneindige leegte” een duister klinkende instrumentale ambient-track is. De eerste drie songs daarentegen staan bol van de old-school neurotische black die de hoogdagen van Dødheimsgard’s “Kronet til konge” en Zyklon B’s “Blood must be shed” doen herleven. Niet geheel ontoevallig was het meesterzanger Aldrahn die deze beide klassiekers van vocalen voorzag en dat is zonder te overdrijven een referentie die ook van toepassing is op de bezeten semi-cleane en half-verstaanbare vocale prestatie van Nortfalke. Aan de reacties op internet te lezen is het duidelijk een love it or hate it-aanpak, maar ik ben absoluut fan. Onze afvallige speelde ook de drums, gitaren en bas op zijn eentje in en vond het belangrijk te vermelden dat er geen keyboards en drumcomputer te horen zijn op “Nevelveld“. Er is echter maar één nadeel aan deze release en dat is dat hij slechts een kwartier duurt. Het voordeel van een tape is dan weer dat de vier nummers op beide kanten staan en dat we deze dus oneindig in een loop kunnen laten afspelen. Afvallige kan niet snel genoeg met een langspeler op de proppen komen!

JOKKE: 85/100

Afvallige – Nevelveld (Heidens Hart Records 2018)
1. Nevelveld
2. Op het scherpst van de snede
3. Wanneer de zon zwart kleurt
4. De oneindige leegte

Witte Wieven/Reiziger – Vlucht

Als afsluiter van een wederom erg sterk black metal-jaar bij onze noorderburen, krijgen we naast een nieuwe Lubbert Das ook nog een split tussen Witte Wieven en Reiziger voorgeschoteld waarbij beide bands één lange atmosferische black metal-song laten horen. Witte Wieven uit Tilburg bijt de spits af en pikt de draad op waar haar eerste EP “Silhouettes of an imprisoned mind” twee jaar geleden stopte. Het duo bestaande uit zangeres/gitariste/bassiste Carmen Raats en drummer Sarban Grimminck creëert een wazige en ijle atmosfeer des te meer door Carmen’s frêle zang die naar bands als Amesoeurs en Les Discrets neigt, maar we horen in “Met beide benen in het niets” ook wel wat Agalloch terug in de melancholische gitaarleads rond de 5:30 grens. De dissonante elementen die we op de EP nog hoorden, zijn echter verdwenen in het niets en hebben plaatsgemaakt voor een dromerig geluid. De serene openingsklanken en de opbouw van diens melodie doen heel hard denken aan “Earth as a womb” van het geniale Altar Of Plagues. Wanneer na drie minuten de black metal-klanken uit de startblokken schieten, zoekt Carmen het contrast op tussen haar engelenzang en hoge screams en de gitaren rangeren tussen cleane klanken en lage, modern klinkende riffs. “Met beide benen in het niets” is een dynamisch nummer dat enkele mooie opbouwen kent en haar mysteries gaandeweg prijsgeeft. Benieuwd naar de opkomende Roadburn-performance! Daarna is het de beurt aan Reiziger, de soloband van Laster’s N en niet te verwarren met de Belgische postcore-band uit Hechtel. “Dauw en daad” duurt negen minuten en hield me met haar hypnotiserende klanken, lo-fi riffs, repetitief drumspel, ijzige synths en ijle screams vanaf de eerste luisterbeurt in een grip die me niet meer los liet. Hoewel Reiziger minder buiten de lijntjes kleurt dan Laster, hoor je in de overall sound toch wel enkele gelijkenissen. Reiziger onderscheidt zich echter door een triomfantelijk gevoel dat inherent aanwezig is door een keyboardlaag die de sound van hoorngeschal en blazers evenaart. Een intrigerend epos en één van de beste nummers van het afgelopen jaar dat zo hard om meer roept. Ook de split-tape “Hertovenarij” van Reiziger en Alruin uit 2016 is de moeite waard. Mensen die van hun exemplaar af willen (aan een redelijke prijs natuurlijk), mogen me altijd contacteren! Dikke duim voor Babylon Doom Cult Records om ons met deze interessante split te verblijden.

JOKKE: 87/100 (Witte Wieven: 84/100 – Reiziger: 90/100)

Witte Wieven/Reiziger – Vlucht (Babylon Doom Cult Records 2018)
1. Witte Wieven – Met beide benen in het niets
2. Reiziger – Dauw en daad

Lucifericon – Al-Khem-Me

Onze Nederlandse vrienden kennen de laatste jaren een serieuze opflakkering van hun black metal-scene, maar laat ons niet vergeten dat ze in een verder verleden ook op death metal-gebied vaak baanbrekend werk afleverden. Lucifericon is een band die in 2009 opgericht werd en wiens (ex-)leden een verleden hebben in Nederlandse grootheden zoals Asphyx, Pentacle en God Dethroned. Deze veteranen van dienst brachten reeds 2 EP’s uit (“The occult waters” uit 2012 en “Brimstone altar” uit 2016), maar het nagelnieuwe “Al-khem-me” is mijn eerste kennismaking met de band. Geen gore toestanden of horroreske taferelen, maar zwartgeblakerd doodsmetaal met occulte thematiek en uit de alchemie ontleende inspiratie zoals de woordspeling in de titel aangeeft. De muziek van Lucifericon bevat een heuze old-school insteek en enkele thrash-elementen. Daar zit het kortstondig lidmaatschap van frontman/bassist Rob Reijnders bij Deströyer 666 misschien wel voor iets tussen? Diens raspende vocalen hebben trouwens ook heel wat weg van Pete Helmkamp’s (Angelcorpse) stijl. Maar ook muzikaal vallen er in bijvoorbeeld “Flesh unto void, void unto flesh (The twofold gate)“, “Azothoz : The alpha & omega of Zoa-Azoa” of de felle titeltrack parallellen te trekken met dit Amerikaanse trio. De band verliest de dynamiek niet uit het oog zodat er tussen de blastbeats en energieke tremoloriffs ook mid-tempo werk te beluisteren valt zoals “Zsin-Niaq-Sa“, “Intrinsic being” en de hekkensluiter “Sevenfold“, tevens ook de iets langere tracks op “Al-Khem-Me“. In de razernij is ruimte behouden voor (melodieuze) leads en ook de basgitaar eist meermaals haar plaatsje op in de mix die lekker korrelig maar krachtig klinkt. Wanneer het vijftal een gave riff heeft weten schrijven, passeert die ook meermaals de revue, waarbij dat in de afsluiter misschien net wat te veel van het goede is. Dat is dan ook het enige minpuntje dat ik op deze eerste langspeler van Lucifericon kan aanmerken. Voor de rest is “Al-khem-me” dan ook een plaat om trots op te zijn.

JOKKE: 80/100

Lucifericon – Al-khem-me (Invictus 2018)
1. Inside the serpent’s “I”
2. Succubus of the 12th aether
3. Zsin-Niaq-Sa
4. Flesh unto void, void unto flesh (The twofold gate)
5. Intrinsic being
6. Azothoz : The alpha & omega of Zoa-Azoa
7. Al-khem-me
8. Sevenfold

Fluisteraars/Turia – De oord

Als twee van Nederland’s beste huidige black metal bands besluiten de handen in elkaar te slaan, levert dat ongetwijfeld vuurwerk op. En het mooie aan Fluisteraars en Turia is ook dat als deze bands samen iets op poten zetten, ze dit met de nodige diepgang doen en niet louter elk een nummertje opnemen en samen kletsen. Fluisteraars bewees dat reeds met de vormgeving van de in 2016 verschenen EP “Gelderland“. Ook Turia is uit het beboste Gelderland afkomstig waardoor beide bands besloten inspiratie te halen uit de geschiedenis en natuur van de streek. Conceptueel gezien handelt de split over twee rivieren (de Waal en de Rijn) die doorheen hun respectievelijke thuishavens Arnhem en Nijmegen stromen. De collaboratie vertaalt zich ook naar de titel “De oord“, een oud-Nederlands woord om de plaats aan te duiden waar twee rivieren samen komen. En om nog een stapje verder te gaan, namen beide bands hun bijdrage gelijktijdig op in de Klaverland Studio, die zich in een natuurreservaat bevindt waar de Rijn Nederland binnenkomt en splitst in de Nederrijn en de Waal. Zoals je uit de titels van beide nummers kan afleiden, wordt een verhaal verteld waarin water centraal staat en via metaforen de reis van het water beschreven wordt vertrekkende vanuit de rustige bron tot in de dieperik van de zee en op haar weg alle sporen van het verleden uitwist. In vergelijking met haar laatste EP trekt Fluisteraars op “Oeverloos” opnieuw de kaart van epische, lang uitgesponnen en bijwijlen dromerig klinkende atmosferische black metal zoals die op de laatste langspeler “Luwte” werd gebracht. “Oeverloos” tikt dan ook op net geen kwartier af en kent een boeiende dynamiek. Majestueus en melancholisch van aard maar met minder opvallende verwijzingen naar Drudkhiaanse gitaarmelodieën, hoewel nog steeds subtiel aanwezig, vooral in de pakkende finale waarin de plechtige klanken ondersteund worden door diepe mannelijke en ijle vrouwelijke koorzang. De mid-tempo black bevat ook heel wat aan postrock ontleende crescendo-gitaarpartijen en weet meermaals de gevoelige snaar te raken. Dit weemoedig klinkende epos waarin heel wat ruimte is voor cinematografische instrumentale passages, heeft soms wel wat weg van een treurzang, des te meer door de orgelklanken die ik meen te ontwaren. Aan de B-kant maakt Turia het mooie weer nadat ze nog maar recent een geslaagde samenwerking met Vilkacis afleverde. Met achttien minuten speeltijd, levert het trio meteen de langste song uit haar oeuvre af. Het tempo ligt bij Turia een pak hoger en de band leeft zich uit in de meer experimentele en psychedelische kant van haar sound met enerzijds repetitieve riffs en drums waar de vocalen van T zoals steeds doorheen klieven en anderzijds breed uitwaaierende Floydiaanse grootsheid en met piano op smaak gebrachte rustiek. In de razende partijen sleurt Turia de luisteraar mee de tomeloze diepten van de zee in, terwijl de finale iets berustends in zich heeft en de stilte na de storm symboliseert. Héél knappe en geslaagde samenwerking waarin de thematiek en muzikale uitvoering mekaar versterken!

JOKKE: 87/100 (Fluisteraars: 86/100 – Turia: 88/100)

Fluisteraars/Turia – De oord (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Fluisteraars – Oeverloos
2. Turia – Aan den golven der aarde geofferd

Iskandr – Euprosopon

Het lijkt wel alsof alle muziek die de heer O aanraakt in goud verandert. We zijn immers al meermaals ferm onder de indruk geweest van zijn muzikale uitspattingen in onder andere Turia, Solar Temple, Lubbert Das, Galg en ook Iskandr, waarmee de man nu een tweede langspeler aflevert. Deze komt er na het debuut “Heilig land” uit 2016 en de EP “Zon” die later dat jaar uitkwam. De nieuwe plaat kreeg de ietwat vreemde titel “Euprosopon” mee en verwijst naar de onmogelijkheden van de ideale man (“prosopon” betekent het aanzien of de gestalte van een mens en is afkomstig uit het Grieks waar het woord oorspronkelijk “gezicht” of “masker” betekende). Er is echter nood aan een nieuw soort heldendom binnen het werelds verval en de plaat wil een heroïsch en middeleeuws symbolisme opwekken bij de luisteraar. O geeft zelf aan dat Noorse klassiekers zoals “Eld” van Enslaved, “Dark sorcery” van Aeternus en “…Again shall be” van Hades de voornaamste blauwdrukken voor Iskandr’s heidense black vormen. Drie platen die ik zelf ook met warme gevoelens onthaal, maar het is nu niet zo dat de invloeden er vingerdik opliggen. Het zijn eerder de strijdvaardige, heroïsche en triomfantelijke gevoelens van die albums die ook in de riffs, melodieën en strijdlustige zang van “Euprosopon” gecapteerd zijn. Bovendien zijn de vier lange composities complexer dan het oude werk en bevatten ze meer atmosferische elementen. Zo kent “Regnum” een meer timide akoestische passage die een heidens verlangen en terugkeer naar lang vervlogen tijden uitademt. Dit vormt een mooi contrast met de black metal passages. Ook het gebruik van koebellen en andere traditionele instrumenten in onder andere “Heriwalt” verrijkt de sound. Dit is echt een nummer dat de glorieuze oude Hades-dagen doet herleven terwijl de hoofdmelodie van “Verban” dan weer Drudkh uitademt en catchy klinkt. Nadat O in het verleden alle instrumenten zelf verzorgde, heeft hij nu in M. Koops van Fluisteraars een nieuwe strijdmakker gevonden voor de battle drums, wat op ritmisch vlak sterker uitpakt. Koops stond O tevens op productioneel vlak bij waardoor de plaat meer open en natuurlijk klinkt. De ambities van Iskandr reiken ver en met “Euprosopon” slagen ze erin om de verwachtingen meer dan waar te maken.

JOKKE: 86/100

Iskandr – Euprosopon (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2018)
1. Vlakte
2. Regnum
3. Verban
4. Heriwalt

Kwade Droes – De duivel en zijn gore oude kankermoer

Vorig jaar deed Kwade Droes ons met haar gelijknamige EP schuimbekkend watertanden naar meer van deze aanstekelijke duivelse kankerherrie. De symbiose tussen black metal en doom zoals we die horen in het zinnenprikkelende “De geile lokroep van gene zijde“, de rituele duisternis die de zeven songs uitdragen, de bezwerende psychedelica en het originele opzet van deze “De duivel en zijn gore oude kankermoer” bevestigen mijn vermoeden dat er serieuze Urfaust-inmenging is aan de muzikale zijde van deze uit de Gelderse drek opstijgende penetrante geluidsuitwasemingen. Over de bijwijlen hallucinogene kakofonie horen we veelzijdige vocale en prozaïsche vuilbekkerij die de grafstemming erin brengt. Hoor maar eens welke verscheidenheid aan schizofrene keelklanken we horen galmen in de ondergrondse krochten van “Lood om oud ijzer” dat halverwege qua riffs een heuse aderlating van het satanische bloed van een Von kent. De vocalen doen meermaals (o.a. in het krankzinnige “De Satan allerheiligst“) denken aan Mikka ten tijde van de eerste Impaled Nazarene-platen. De non-conformistische en punky attitude van sommige nummers is hier eveneens debet aan. “Drank is den duvel” horen we wel eens zeggen en het effect van gerstenat en andere gedistilleerde spiritualiën op de menselijke gemoedstoestand wordt in het orgastische, met piano en andere toeters en bellen opgeluisterde “Drankduivel” muzikaal perfect vertaald. Tijdens de aftrap van het bijzonder heavy “Misdaad loont” verkennen de doodsreutels diepere regionen en structuur is amper aanwezig in deze spastische zwartgeblakerde kneedboel. Ik kan de schadelijke muzikale uitstoot van dit zootje ongeregeld alleen maar toejuichen. De eerste langspeelplaat – ook al duurt ze maar een half uurtje – van deze vieze gore kankerdroezen is dan ook een schot in de roos!

JOKKE: 88/100

Kwade Droes – De duivel en zijn gore oude kankermoer (Ván Records 2018)
1. De teerling is geworpen
2. Lood om oud ijzer
3. De wrange boodschap
4. Drankduivel
5. Misdaad loont
6. De geile lokroep van gene zijde
7. De Satan allerheiligst