nederland

Duivel – Duivel

De in lichterlaaie staande kerk die op de cover van de eerste seven inch van het Nederlandse Duivel prijkt, lijkt wel een profetie te zijn voor het lot dat de Notre Dame een week na de release van dit duivelse kleinood onderging. Het kwintet brengt Dutch black metal the old way. Aan de tronies van de bandleden te zien, hebben we hier niet met een bende jonkies van doen maar met veteranen die het schijt hebben aan elke vorm van vernieuwing in de scene. Geen hipstertoestanden of boomgeknuffel dus, maar vieze en vuile archaïsche black metal-klanken waar echo’s van oude Samael en oer-Finse acts als Beherit of een Impaled Nazarene doorheen waren. P’s basklanken ronken lekker zwaar door en complementeren de simpele maar effectieve riffs van N die weliswaar wel wat te zacht in de mix staan. De keys van K zorgen – waar nodig – voor extra beleving zonder dat we met bombastische of symfonische toestanden te maken hebben. Het tempo bevindt zich grotendeels in de mid-regionen, hoewel drummer D ook de gaspedaal weet staan en de dynamiek dus niet uit het oog verliest. De raspende strot van frontman S scheurt nachtgewaden van wulpse nonnetjes aan flarden terwijl hij zijn Nederlandse teksten uitbraakt: “Ik ben de haat, allesverterend tot er niks meer in de kosmos bestaat!” Ván Records heeft o.a. van Urfaust, Kwade Droes, :Nodfyr:, Svartidauði en King Dude al sterke seven inches uitgebracht. Deze Duivel mag gerust aan het rijtje toegevoegd worden. Weeral een Nederlandse band bij om in de gaten te houden! Fans van Moenen Of Xezbeth en Perverted Ceremony moeten Duivel zeker eens een kans geven.

JOKKE: 83/100

Duivel – Duivel (Ván Records 2019)
1. Schaduw over God’s verdomde oord
2. In ketens & vlammen

Cirith Gorgor – Sovereign

Het blijft maar black metal-releases regenen bij onze Noorderburen. Deze keer is het de beurt aan Cirith Gorgor, één van de veteranen in de Nederlandse scene met bijna vijfentwintig jaar op de teller. Na de eerste drie platen verloor ik de band wat uit het oog om terug in te pikken bij het uit 2016 stammende “Visions of exalted Lucifer” en de daaropvolgende ietwat teleurstellende EP “Bi den dode hant“. “Hellbound” was de eerste teaser van “Sovereign“, de alweer zevende langspeler van het gecorpsepainte gezelschap, die ik hoorde en kon – ondanks de Marduk-referenties – maar matig boeien. Ik had met andere woorden niet echt veel zin meer om de rest van de plaat te checken, maar besloot dat om één of andere reden uiteindelijk toch nog maar te doen. Of ik daar al dan niet spijt van heb, lees je in de volgende regels. De symfonische en bombastische inleidende klanken van “Funeral march for modern man” had ik niet van een band als Cirith Gorgor verwacht en contrasteren met de hellepoorten die in de snelle songs wagenwijd opengetrokken worden. Frontman Satanael heeft duidelijk werk van zijn zang gemaakt want hij combineert nu meermaals Mortuus-achtige screams met hogere cleane uithalen zoals Wraath/Luctus – de beste frontman uit de hedendaagse scene – dat ook doet. In “Sovereign” gaat de voet aanvankelijk terug van het gaspedaal en doemen moderne Satyricon invloeden op. Noctiz (van Paragon Impure en Lugubrum-fame) voorziet de titeltrack trouwens van gastzang. “Luciferian deathsquad” is retesnel, soms wat rechtlijniger maar weet naar het einde toe terug meer variatie in te bouwen. In “Deathcult” weet het kwartet opnieuw te verrassen door een slepend nummer met proclamerende zang neer te zetten dat uitmondt in melodieuze black waarbij nog een gitaarsolo en meerstemmige koorzang passeren. Ook in “Legio luporum” en het eerder mid-tempo “Dominion” hebben de muzikanten rekening gehouden met de kracht van dynamiek zodat de blastpartijen hun doel niet missen als ze uit de startblokken schieten. “Sovereign” kakt nergens in, ook niet naar het einde toe, want we blijven bij de les: of er nu doorgeraasd wordt of de band zich van haar melodische kant laat zien. Erg afwisselende plaat die me positief verrast heeft.

JOKKE: 81/100

Cirith Gorgor – Sovereign (Hammerheart Records 2019)
1. Funeral march for modern man
2. Hellbound
3. Sovereign
4. Luciferian deathsquad
5. Deathcult
6. Legio luporum
7. Dominion
8. Manifestation of evil
9. Blood and iron

Laster – Het wassen oog

Heb je je black het liefst in een strak keurslijf en lederen jekker met patches en spikes geperst? Blijf dan maar ver weg van het Nederlandse Laster want dit avant-gardistisch gezelschap uit Utrecht tast reeds drie langspelers lang de grenzen van het genre af. Na “Ons vrije fatum” uit 2017 bleek ook Prophecy Productions overtuigd van het kunnen van het trio want voor “Het wassen oog” werd bij het Duitse label getekend. De band beschrijft haar eclectische stijl zelf als “obscure dance music” en integreert – net als stadsgenoten Grey Aura – met het grootste gemak invloeden uit post en jazz rock, shoegaze en art pop binnen het kaderwerk van extreme metal. Deze van alle-oogkleppen-ontdane-aanpak werd op de nieuwe langspeler nog verder uitgediept wat resulteert in de meest cinematografische sound die Laster ooit neerzette. En dankzij de fel verbeterde productie – die liet in het verleden al eens wat te wensen over – komt deze smeltkroes aan invloeden nu ook veel beter over. Opvallend is dat reeds vanaf de opener “Vacuüm ≠ behoud” de heldere vocalen een veel grotere rol opeisen dan in het verleden. De bijwijlen excentrieke zangstijl roept meteen een link met Ved Buens Ende op, maar ook die typische hoge gortdroge screams zijn nog veelvuldig van de partij. De subtiele keys en progressieve riffs zouden ook fans van het latere Enslaved moeten kunnen bekoren. Frivole basloopjes huppelen doorheen bleke riffkleuren, melancholische melodieën en flamenco-gitaren. Het voor Laster begrippen kort durende “Schone schijn” wordt middels enkele drumroffels door Wessel Reijman (ook actief bij Nevel, Verval en Willoos) ingezet en de bedwelmende cleane vocalen tillen het nummer dat enkele bizarre wendingen bevat hier echt naar een hoger niveau. Nu het deksel van het experimentele vat wagenwijd opengetrokken is, gaat de band op “Zomersneeuw” nog een stapje verder. Bij dit nummer dat stukjes shoegaze rock en pompende baslijnen bevat, wordt duidelijk wat Laster met “obscure dansmuziek” bedoelt. Na het speelse intermezzo “Ondersteboven” geven de heftige black metal klanken van “Haat & bonhomie” je een fikse trap onder de reet voor moest je vergeten zijn dat de gemaskerde bende toch ook nog wel een degelijk potje zwartmetaal uit de instrumenten kan persen. Het duurt echter niet al te lang vooraleer de experimentele kaart terug getrokken wordt en verstaanbare heldere vocalen de Nederlandstalige poëtische teksten vertolken. Ook op de tweede helft van de plaat horen we nog enkele verrassende zaken zoals de accordeon in de inleiding van “Blind staren“, de spoken word-passage, samples en strijkers in “Weerworm” en de psychedelische en jazzy toets van afsluiter “Zinsbetovering“. Hoewel de band op “Het wassen oog” black metal gerelateerde archetypen zoals het kwaadaardige of alziend oog in vraag stelt, blijft de basis van Laster’s muziek toch nog ontegensprekelijk geworteld in black metal. Door de vele cleane vocalen en progressieve stukken klinkt Laster echter avontuurlijker én enigszins toegankelijker dan ooit. Nog even meegeven dat de dubbele CD-versie met art book ook nog de “Stadsluik” EP als bonus bevat. Ik ben fan!

JOKKE: 84/100

Laster – Het wassen oog (Prophecy Productions 2019)
1. Vacuüm ≠ behoud
2. Schone schijn
3. Zomersneeuw
4. Ondersteboven
5. Haat & bonhomie
6. Blind staren
7. Weerworm
8. Zinsbetovering

Ûngrûn – Demo 2019

Wie Frisian black metal zegt, roept meestal Kjeld of Lugubre in één en dezelfde adem. Maar in de vorm van Ûngrûn is er een veelbelovende nieuwe speler bijgekomen. Achter de band gaat dan ook een trio met heel wat ervaring schuil. Gitarist JB van der Wal kennen we o.a. van Herder, Verwoed, Dool, Lugubre en Aborted, zanger Asega maakt(e) het mooie weer ook bij Hellewacht, Lugubre en Kjeld en drummer Joris Nijenhuis mepte al op de ezelsvellen bij Verwoed, Atrocity en Leaves’ Eyes. De eerste demo van Ûngrûn handelt over de vele ontstaanslegendes van Friesland, verteld in de taal die wordt gebruikt in de Oera Linda, een verzameling van oude mythen die de basis zouden vormen voor veel rituelen die nog steeds in ons Westerse bestaan doordringen. De sound van de drie nummers is erg goed voor een demo (JB zat zelf aan de knoppen) wat de band meteen extra punten doet scoren. Er wordt heel wat aandacht besteed aan het incorporeren van lokale folklore. Zo bevat het begin van “It hiele brânoffer” ijle vrouwelijke zang en de lange instrumentale triomfantelijke start van “De oanstjit ta hjar üngerjuchtichheit” klinkt heel plechtstatig. Eens de zwaarden geslepen zijn, krijgen we beklijvende authentiek klinkende black op ons afgevuurd waarbij er voldoende spanningsbogen in de nummers ingebouwd zijn en de zwartmetalen klanken soms van het melodieuze pad afdwalen om dissonante oorden te verkennen maar de songs blijven ten allen tijde volgbaar. De band klinkt op haar best wanneer ze ons op een psychedelische manier de dieperik mee insleurt, dat kan via beklijvende riffs zijn maar ook middels bezwerende heldere samenzang. Het laatste nummer “It ûnheil dat ik oer hjar bringe stil” is wat steviger van aard en kan je enkel beluisteren als je de demo fysiek aanschaft. Deze werd met veel zorg door Tartarus Records op tape uitgebracht in een oplage van 100 stuks – ik zou niet te lang wachten om er één aan te schaffen.

JOKKE: 85/100

Ûngrûn – Demo 2019 (Tartarus Records 2019)
1. It hiele brânoffer
2. De oanstjit ta hjar üngerjuchtichheit
3. It ûnheil dat ik oer hjar bringe stil

Grey Aura – 2: De bezwijkende deugd

Wie het Utrechtse Grey Aura al langer dan vandaag volgt, weet dat we met een modernistisch Gesamtkunstwerk clubje van doen hebben. De uit 2016 stammende anderhalfuurdurende debuutplaat met de welluidende titel “Waerachtighe beschryvinghe van drie seylagien, ter wereld noyt ghehoort” was gebaseerd op allerlei literaire werken die de derde en laatste reis beschreven van de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz om een noordoostelijke passage naar India te vinden. Hoewel de muziek duidelijk haar roots had in midden jaren ’90 black metal schuwde het Utrechtse trio het experiment niet. Er werden neoklassieke composities geïntegreerd evenals theatermonologen en -dialogen. Grey Aura besloot haar opvolger te baseren op “De protodood in zwarte haren“, een roman van zanger/gitarist Ruben Wijlacker. Kort gezegd handelt dit verhaal over een jonge schilder die verzwolgen wordt door radicaal modernisme en een grote drang voor abstractie. Wegens de grote omvang van dit ambitieuze project besloot de band om demo’s op te nemen en uit te brengen om zo met allerhande elementen te kunnen experimenteren. In 2017 verscheen via The Throat de eerste demo “1: Gelige, traumatische zielsverrukking” en nu is het de beurt aan deel twee, getiteld “2:De bezwijkende deugd“, dat via Tartarus Records op cassette zal verschijnen. Wie de eerste demo heeft gehoord, weet dat Grey Aura haar drang om buiten de lijntjes te kleuren nóg verder doorgetrokken heeft vergeleken met het debuut. Daar waar het eerste deel van het verhaal zich door het incorporeren van flamencogitaren en koperblazers hoorbaar in Spanje afspeelde, verhuizen we voor “2: De bezwijkende deugd” naar Parijs. Dit vertaalt zich onder andere in allerhande Franstalige monologen en licht-erotisch getinte jazzy partijen die de nummers inkleuren. Er moet wel gezegd worden dat het geheel bij momenten vrij fragmentarisch overkomt. Wanneer je de poëtische teksten echter bij de hand neemt en je je meer in het verhaal verdiept, vallen de puzzelstukjes langzaam op hun plaats en wordt je in de flow van het verhaal meegezogen. In de vocale invulling van de black metal-stukken horen we vooral de invloed van een Aldrahn (Urarv, ex-Dødheimsgard) terug, een man die het ook niet al te nauw neemt met de strak afgebakende lijntjes die de puristische liefhebbers van het genre wensen. De vreemde kronkels en vocale capriolen die in de eclectische composities ingebouwd zijn en de zinloze geest van het hoofdpersonage vertolken, doen ook hard denken aan onze eigen bruine helden van Lugubrum. Verder nog even vermelden dat de basklanken van S (Laster) ook nog op een nummertje te horen zijn. Het werk van Grey Aura is voorbestemd voor avontuurlijke muziekliefhebbers en arty farty hipsters, de trve ende cvlt black metal-fanaten lopen hier best in een heel grote boog omheen.

JOKKE: 80/100

Grey Aura – 2: De bezwijkende deugd (Tartarus Records 2019)
1. Sonate
2. De onnoemelijke verleidelijkheid van de bezwijkende deugd
3. Parijs is een portaal
4. De drenkeling
5. Beschonken slaapwandelaar
6. Dialoog: Restaurant
7. Sierlijke schaduwmond

Wrang – Domstad swart metael

Doorheen de donkere steegjes van Utrecht dwaalt een agnostisch black metal-monster genaamd Wrang. Er verschijnt weldra een split met Grafjammer maar eerst buigen we ons over debuut “Domstad swart metael“, een titel die niet alleen een verwijzing naar thuishaven Utrecht bevat maar ook naar het genre dat de heren brengen. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Galgenvot (Iron Harvest, Nevel), bassist Eitr (Deleterious) en drummer Valr (Grafjammer, Iron Harvest, Wesenwille, Weltschmerz) probeert echter buiten de lijntjes van de zwarte kunst te kleuren en geeft een eigen twist aan haar nihilistische black. De band wisselt furieuze slachtpartijen inclusief snedige tremolo riffs en bijtende vocalen af met heldere epische Viking-achtige zangstukken en hoge uithalen, piano-interludes en grandioos klinkende melodieën. De knappe eclectische titeltrack die de plaat aftrapt, bevat reeds alle vernoemde ingrediënten. Keer op keer bekruipen ons nostalgische gevoelens naar het oude werk van een band als Ved Buens Ende, Fleurety of In The Woods. “Tot dwalen verdomd” klinkt grimmiger en iets minder experimenteel hoewel cleane vocalen ook nog van de partij zijn. In “Propaganda der afvalligen” wordt het tempo teruggeschroefd en zoekt zanger Galgenvot de grenzen van zijn stembanden op door ze in alle mogelijke richtingen te stretchen. Eens halfweg het nummer vindt slagwerker Valr het slakkengangetje genoeg geweest en krijgen we enkele snelheidsuitbarstingen voor de kiezen die een melodieuze finale inluiden. Knap voorbeeld van een dynamische, goed gecomponeerde song waarin heel wat te beleven valt qua tempo’s en gemoedstoestanden. “Stormend naar de nietigheid” is meer bezwerend van aard met haar repetitieve riffje en heldere zang totdat bassist Eitr de song een nieuwe wending geeft en we opzwepende black voorgeschoteld krijgen. Deze thrashy insteek met melodieuze leads gaat me echter minder goed af. Geef me dan maar de zwartgeblakerde pandoering waar Wrang ons plotsklaps weer op trakteert. In de start van “Heerser van niemandsland” heeft de bassist opnieuw heel wat in de pap te brokken. Doorheen de black metal-melodieën schijnt een folky insteek door en er kwamen hoorbaar nog enkele vrienden langs om een potje mee te brullen. De hevige uithalen zijn wederom enorm effectief maar de heren rocken er ook deftig op los. Eindigen doet Wrang met een mysterieus klinkende en bezwerende melodie. Zo eclectisch en avontuurlijk als in de titeltrack gaat het er verder op de plaat niet meer aan toe. Van mijn part mag dat buiten-de-hokjes-denken van de opener echter nog verder geëxploreerd worden. Met “Domstad swart metael” heeft Wrang meteen een duidelijk statement gemaakt dat ook zij meedingen naar een plaatsje in de top van de erg sterke en kwaliteitsvolle Nederlandse black metal-scene. Dikke pluim trouwens voor Tour de Garde om de band een kans te geven en hierbij uit haar sinistere comfortzone te treden.

JOKKE: 81/100

Wrang – Domstad swart metael (Tour de Garde 2019)
1. Domstad swart metael
2. Tot dwalen verdomd
3. Propaganda der afvalligen
4. Stormend naar de nietigheid
5. Heerser van niemandsland

Lubbert Das – De plagen

Het Nederlandse Haeresis Noviomagi heeft er een enorm productief en succesvol jaar opzitten met killer releases van Solar Temple en Iskandr en twee fantastische splits van Turia met Vilkacis en Fluisteraars. Als kers op de taart krijgen we op tweede kerstdag nog een eerste volwaardige langspeler van Lubbert Das. De band werd in 2012 in Nijmegen opgericht en bracht reeds een demo (“Keye“) uit in 2013 en een EP (“Deluge“) in 2015. Het trio bestaande uit R (gitaar en zang), O (bas en zang) en J (drums en zang) heeft met “De plagen” een zinderende brok black uitgebracht die fans van het label blind kunnen aanschaffen, want hoewel het grootste deel van de muziek van R’s hand is hoor je naast echo’s van USBM à la Vilkacis en Predatory Light toch ook de invloed van enkele van O’s andere bands en dan voornamelijk Turia. Het trio vertrekt op “De plagen” waar “Deluge” stopte maar op productioneel vlak werd dankzij de mastering door Greg Chandler (Priory Recording Studios) een grote stap voorwaarts gezet maar met behoud van een ongepolijst karakter. Thematisch gezien heeft Lubbert Das vier plagen die de duistere middeleeuwen kwelden in songs gegoten: de vernietigende kracht van hongersnood, de verwoestende zwarte dood, het bloedvergieten veroorzaakt door strijd en oorlog en de monsterlijke beesten die in de wildernis huishouden. Het groovende canvas van de vier lange nummers wordt tot een maximum opgespannen middels door merg en been snijdende riffs, bezeten ijle screams en diepere growls, repetitieve drumsalvo’s en een voortdurende drang naar duistere melodie. “De honger” opent “De plagen” veelbelovend met een heerlijke brok snelle hypnotiserende black waarbij er ook diepe putgorgels opborrelen uit de hellekrochten die geopend worden. De repetitieve drums en de bezwerende onderstroom aan riffs en melodieën van de opener hakken meteen tot in het diepste van onze ziel en maken ons hongerig naar de rest van de plaat. “De pest” ontpopt zich na een meer ingetogen intro en een slepende aanzet na een drietal minuten tot een dodelijke en besmettelijke parasitaire aanval op de zenuwen waarbij snedige riffs doorheen onze gehoorgang klieven. Wat een nummer goddomme! “Het zwaard” snijdt aan twee kanten middels mid-tempo en up-tempo black die de adem doet stokken met haar ongebreidelde duisternis en dreigende onderhuidse baslijnen. In het venijnige “Het zwijn” worden voor een laatste keer alle remmen los gelaten en klinkt het alsof we vertrappeld worden door een kudde op hol geslagen everzwijnen waarbij gitaar, drums, bas en zang elkaar in een vurige brok lo-fi waanzin meezuigen doorheen een verstikkende maalstroom totdat mens en dier mekaar vinden en primaire menselijke krijsen een symbiose vormen met knorgeluiden van zwijnen. De zwarte (metaal)dood verspreidt zich heden ten dage als een plaag over de aardbol en maakt wereldwijd slachtoffers waarbij het wel lijkt alsof Nederland het nieuwe IJsland is geworden op vlak van infectueuze, intrigerende en incestueuze black. De bloeiende scene bij onze noorderburen resulteert volgend jaar dan ook terecht in een showcase en commissioned piece op het prestigieuze Roadburn. 

JOKKE: 87/100

Lubbert Das – De plagen (Fallen Empire Records/Haeresis Noviomagi/Amor Fati Productions 2018)
1. De honger
2. De pest
3. Het zwaard
4. Het zwijn