nederland

Iskandr – Gelderse Poort

Iskandr is het geesteskind van O. die ook betrokken is bij Turia, Lubbert Das (tenminste, de laatste keer dat ik keek in ieder geval), Galg en Nusquama onder andere. Opgericht in 2016 is Iskandr zijn atmosferische blackmetal soloproject. Ik moet bekennen dat Iskandr eigenlijk sinds die tijd onder mijn radar gebleven is, terwijl ik wel groot fan ben van Turia en Lubbert Das. “Gelderse Poort” is de eerste EP die ik luister van dit project. Het eerste nummer van de EP verhaalt over het natuurgebied Gelderse Poort, nabij Nijmegen tot aan Pannerden, aan weerszijden van de Waal en het Pannerdensch Kanaal. Toen ik nog in Arnhem woonde, fietste ik daar regelmatig. Het is een aardig stuk om doorheen te fietsen, maar ik ben er niet bijzonder van onder de indruk, vergeleken met mijn andere routes. Kasteel Doornenburg is voor mij de eyecatcher in het gebied.  Hetzelfde gevoel als bij het gebied bekruipt mij ook bij het nummer. Het is heel aardig: slepende atmosferische black metal, die meandert zoals de Waal ook doet in dat gebied. De opbouw is prima, maar ik voel er geen connectie mee. Hetzelfde gebrek aan verbinding bekruipt me bij het tweede nummer. Het is een, door de vader van O., gedeclameerde (gedeeltelijke) versie van de eerste zang van “Het graf“, een leerdicht van Rhijnvis Feith uit 1791. Ik bewonder hoe O. het metrum in zijn cleane gitaarspel heeft verwerkt. Voor de verandering stoor ik me eens niet aan de dictie bij een recitatie van een gedicht in het Nederlands. Zijn vader heeft een prettige stem. De break op tweederde met wat meer up tempo black metal lijkt toegevoegd te zijn om het toch wat meer variatie te geven. Het lijkt allemaal te kloppen, maar ik voel er gewoon niets bij. Deze EP zit erg goed in elkaar. De productie, de kwaliteit van het spel, het gevoel; het klopt allemaal. Ik zou dit goed moeten vinden; ik hou van tragere atmosferische black metal. Toch raakt het mij niet en dat vind ik best wel jammer.  Maar ach, het is niet zo dat O. het afgelopen jaar niets heeft uitgebracht waar ik wel iets mee kan. Ik zet zo nog even “Degen van licht” op.

MISCHA : 72/100

Iskandr – Gelderse Poort (Eisenwald/Haeresis Noviomagi 2020)
1. Gelderse Poort
2. Het graf

Gärgäntuah – Dödenlicht

Er komen dezer dagen niet alleen belachelijk veel langspelers uit, ook in de sectie “splits, EP’s en demo’s” is het haast aan een rotvaart bijklussen. Tussen deze kortere releases zitten trouwens heel wat verborgen pareltjes. Neem nu dit Gärgäntuah, een nagelnieuwe Nederlandse blackmetalband die vormgegeven wordt door Forgotten (zang, gitaar en bas) en Unknown (drums en toetsen). “Dödenlicht” is een eerste fel gesmaakte drie songs tellende manifestatie waarvoor drie labels de handen in mekaar slagen. Het Chinese Goatowarex zal de tape voor de Aziatische markt uitbrengen terwijl het Canadese Tour de Garde Noord-Amerika voor zijn rekening zal nemen. Dichter bij huis staat het Nederlandse New Era Productions in voor de verdeling. Elke versie zal in 100 exemplaren beschikbaar gesteld worden en dit telkens met een andere cover en kleur. Ik was er als de kippen bij om de Europese versie op de kip te tokken…euh kop te tikken en sindsdien is deze nog amper uit mijn cassettedeck weg te slagen. Grimmige second wave black metal doorspekt met beklijvende melodieën, begeesterende heldere (koor)zang en ondersteunend raadselachtig toetsenwerk is waar Gärgäntuah voor staat. Het eindresultaat klinkt heerlijk ouderwets, mysterieus en ondoorgrondelijk en ik voel mij plots terug een tiener die zichzelf en zijn verbeelding kan laten verliezen in de pracht en mystiek van dit soort excellent zwartmetaal. Met de ogen dicht zie ik de ossaert, een spottende watergeest die voorkomt in volksverhalen uit de Lage Landen, voor mij opdagen, ook al is hij meestal onzichtbaar als hij op de rug van zijn slachtoffers springt. Het bizar getitelde “Nwylljocht” straalt een hallucinogeen effect uit doordat een repetitief clean gitaarriedeltje zich voortdurende doorheen de grauwe onderlaag probeert te friemelen. De melodieënpracht is naderhand van een betoverende aard en de diepere heldere vocalen bedwelmen mijn geest. Hier word ik intens gelukkig van. Je voelt dat black metal in elke vezel van het lichaam van dit duo vervat zit want deze muziek wordt met een vurige passie gebracht die je nog maar zeden tegenkomt. “Ein” is geen puur blackmetalnummer in de ware zin van het woord, maar een outro waarvoor de heren met een voorliefde voor umlauten allerhande samples van gure wind, accordeonklanken en creepy achtergrondgeluiden uit hun keyboards toveren. De eerste twee platen van Satyricon kunnen als referentiepunt meegegeven worden, hoewel Gärgäntuah ook zo veel meer is dan dat. Opnieuw een ijzersterke aanwinst voor de Nederlandse blackmetalscene die blijft verbazen. P.S. Excuses voor de flauwe woordspeling.

JOKKE: 87/100

Gärgäntuah – Dödenlicht (New Era Productions/Tour de Garde/Goatowarex 2020)
1. Ossaert
2. Nwylljocht
2. Ein (Outro)

Grafjammer – De zoute kwel

De grootste uitdaging tijdens het beluisteren van een Grafjammer album is onbewogen op je stoel blijven zitten. Ook nu weer roepen de negen nummers die op “De zoute kwel“, langspeler nummer drie, prijken op om de ballen uit het ballenbad van dochterlief alle kanten van de woonkamer uit te gooien en als een bezetene op haar van de Sint gekregen schommelpaard te keer te gaan. Primitieve Nederlandstalige Necrorock noemen de heren hun opzwepende zwartmetalen klanken en die vlag dekt de lading wel. Daar waar menig black ’n roll band voortdurend in dezelfde regionen blijft baggeren, valt er bij Grafjammer heel wat meer variatie te horen. Drummer Jahwe stuurt alles in goede banen, of het nu zwaar hakkend, met een rockende schwung en rollende basdrums of middels allesvernietigende blastbeats is. Ook het riffwerk van Jouter en Jeroen klinkt bijzonder effectief: de ene keer vurig en explosief zoals in de opzwepende binnenkomer “Jajempriester“, de andere keer wat meer ingetogen en melodisch (“Zelfverminkers & spiritusdrinkers“) en ook een goedgeplaatste gitaarsolo mag zo nu en dan niet ontbreken. Bassist Jelle is trouwens ook onmisbaar in het muzikale geheel want zijn zwaar ronkende snaren zorgen voor extra punch en diepgang. Luister maar een naar zijn bijdrage in “De kinderen branden” of de slepende afsluiter “Kolkgat“. Bijkomend pluspunt zijn de erg gesmaakte Nederlandstalige teksten die Jorre uitspuwt. Het verdient dan ook aanbeveling het tekstvel bij de hand te nemen en je zo te verdiepen in de teksten die handelen over misantropie en dood in combinatie met Nederlandse volksverhalen, spookverhalen en nautische onderwerpen. Die maritieme inspiratie is natuurlijk niet nieuw voor de band en deze keer wordt die invalshoek in een nummer als “De bakboordshand” middels toepasselijke accordeonklanken van Jacco De Wijs (Heidevolk) extra onderstreept. Mijn absolute favoriet is het alles vermorzelende “De bijlman van trecht” dat geen spaander heel laat van al wat er op deze alternatieve toeristische trip doorheen Utrecht op het pad van de heren komt. Op dit nummer horen we Galgevot (van partners in crime Wrang) meekwelen en ook op het zinderende “Affreus. Infaam. Abject.” en het cool getitelde “Bijbelgordelgesel” staat hij Jorre bij. “De zoute kwel” is de ideale plaat om al die opgekropte coronafrustraties de vrije loop te laten. Vooral live staat Grafjammer steeds garant voor een demolition party, maar ik moet zeggen dat de heren er met glans in geslaagd zijn hun live-energie ook op plaat te capteren, dus hopelijk zijn we snel van dat kutvirus verlost en kunnen we armen en benen op een Grafjammer concert losgooien.

JOKKE: 81/100

Grafjammer – De zoute kwel (Folter Records 2020)
1. Jajempriester
2. Affreus. Infaam. Abject.
3. Zelfverminkers & spiritusdrinkers
4. De bijlman van trecht
5. De bakboordshand
6. Bijbelgordelgesel
7. De kinderen branden
8. Maak het kort
9. Kolkgat

Wroth – Verwoesting

Verwoesting” is het eerste teken van leven van het Nederlandse Wroth nadat het duo Jeroen (beter gekend onder zijn blackmetalalias Morden Demstervold) en Bram (ex-Folteraar, ex-Hidden Dagger) de koppen eerder dit jaar na een hiaat van drie jaar terug bij mekaar stak. Uit de eerste drie levensjaren van Wroth blijven drie demo’s voor het nageslacht achter. Nu zijn de heren dus terug en deze nieuwe EP heeft zijn naam alvast niet gestolen, want de tien nummers hakken menig boom tot brandhout. “10 tracks of necro forest metal” zegt het duo zelf. We moeten dan instant aan “Folkloric necro metal” denken, de eerste en enige plaat van Sort Vokter, een kortstondig zijproject van Ildjarn. Niet alleen muzikaal, maar ook qua overlappende natuurthematiek en gebruikte hoesfotografie moeten we het precies niet al te ver gaan zoeken. Ildjarn en Sort Voktr vallen in de eerste helft van de glorieuze jaren ’90 te situeren en ook Wroth lijkt een broertje dood te hebben aan al wat naar modernisme binnen black metal ruikt. De tien misantropische nummers, inclusief intro- en outro, worden er in een krappe 25 minuten doorgejaagd. Geen post-invloeden of dissonante chaos hier, maar rechttoe rechtaan simpel maar effectief gitaarwerk met rockende vibes waarbij oude Darkthrone ook nooit veraf lijkt. Tussen de haatdragende gevoelens die vooral middels het up-tempo materiaal tot uiting komen, heb je ook een traag en instrumentaal nummer als “Nature’s gloom” dat repetitief en eerder terneergeslagen klinkt. Ook “Stone oak” is eerder mid-tempo en is opgebouwd rond een heerlijke glooiende riff. “Nightwoods” is het tweede instrumentale nummer dat opnieuw draait rond het hypnotiserend effect van herhaling, alleen wordt hier beduidend sneller gemusiceerd. Leuk detail is dat het aftikken van de drummer bij menig nummer mee opgenomen werd; het draagt bij tot het organische live gevoel dat gecreëerd wordt in plaats van naar een klinisch opgenomen studioplaat te zitten luisteren. Overtollig vet druipt er niet meteen van de analoog opgenomen en ongecompliceerde songs af en over songeindes werd niet al te lang nagedacht. Het geheel piept en kraakt langs alle kanten wat bijdraagt tot het auditief discomfort dat trotse bezitters van een cassettedeck te beurt zal vallen als ze “Verwoesting” afspelen. Heerlijk!

JOKKE: 78/100

Wroth – Verwoesting (New Era Productions 2020)
1. Intro
2. Thorns
3. Nature’s gloom
4. Inner forest
5. Stone oak
6. The felling
7. Nightwoods
8. Wandering
9. Hatred II
10. Outro

Tirgûl – Promo 2020

Het is niet de eerste keer dat Morden Demstervold’s en The Specter’s pad elkaar kruisen in de ongure, donkere blackmetalbossen. Deze keer is het middels Tirgûl, een gloednieuw project dat ons alvast op twee nummers trakteert als amuse bouche voor meer muzikaal lekkers dat (hopelijk snel) verwacht wordt in 2021. Label van dienst is Skyggeraich Productions dat ondermeer werkte met Blood Tyrant, Ultima Thule, Old Tower en Warden. Wie deze promotracks voor de eerste keer hoort en ietwat muzikale blackmetalbagage in zijn rugzak heeft zitten, zal ongetwijfeld instant moeten terugdenken aan “First spell” van het Noorse Gehenna. Deze EP uit 1994 met alles behalve vervaarlijk klinkende, maar o zo atmosferische mid-tempo black en dominante keyboards vindt nog regelmatig zijn weg naar mijn playlist. Tirgûl brengt eerlijk gezegd bij momenten een haast klakkeloze kopie van het werk van deze Noren, maar incorporeert in “Awakening the mythos of our past” naast slepend zwartmetaal ook een versnelling met een meer rockende, op Darkthrone geïnspireerde riff. Het meer dan zes minuten durende “A distant empire” start dan weer up-tempo om de boeg na een tweetal minuten, opnieuw via een Darkthrone-achtige riff, om te gooien naar mid-tempo black metal. De sfeervolle klanken die uit het keyboard getoverd worden gaan van grandiose synthlagen en extreem catchy riedeltjes, over sfeervol pianospel tot kloek hoorngeschal. De gevarieerde vocalen (hoge screams, diepere growls, koorzang, spoken word) vertolken een verhalende rol en voeren je mee naar lang vervlogen tijden. De laatste screams die eruit geperst worden, voel ik trouwens tot in mijn kleine teen sidderen. Het is overduidelijk waar Tirgûl de mosterd haalt, maar laat Gehenna nu net één van mijn all time favourites in het genre zijn. Reuze benieuwd naar meer dus!

JOKKE: 82/100

Tirgûl – Promo 2020 (Skyggeraich Productions 2020)
1. Awakening the mythos of our past
2. A distant empire

Shagor – Sotteklugt

Ik heb het best wel voor bands die Oud- of Middelnederlandse woorden in hun titels gebruiken of neologismen uitvinden om hun titels een wat antieke bijklank mee te geven. ’t Nederlands is een rijke taal en het moet nu eenmaal niet altijd in het Engels of Noors te doen zijn. Die roep werd vooral bij onze noorderburen gehoord, getuige een indrukwekkende resem Nederlandstalige releases van onder andere Wederganger, Laster en Fluisteraars. Aan dat rijtje wordt Shagor toegevoegd, dat hun eerste plaat “Sotteklugt” (wat een titel!) via het immer sympathieke Babylon Doom Cult Records ter wereld brengt. Jo Versmissen gaat er prat op dat hij met zijn label enkel releases uitbrengt waar hij zelf volledig achter staat, en in het geval van Shagor slaat hij wederom niet naast de bal. Naast de hiervoor genoemde bands worden door Shagor en het label ook referenties aangehaald zoals Ulver ten tijde van het magistrale “Bergtatt” en ook Aversio Humanitatis, maar dan op zeer melodieuze wijze met langdurende opbouwen. Langdurig, niet langdradig, want de vier volwaardige nummers die op “Sotteklugt” prijken zijn elk op zijn minst een kleine zeven minuten lang. Daartussen vinden we nog “Verdoolde hemelbol”, een drietal minuten akoestische gitaar met dromerige zang, die even respijt geeft vooraleer “Dodendans” middels dragend gitaarwerk en een hoog tempo er een einde aan breit en met momenten – zeker dankzij de cleane zang die afwisselt met hese screams – zelfs even parallellen trekt met Woods of Desolation of Austere. Dit ook niet in het minst omdat “Sotteklugt” vol zit van tremoloriffs die wel uit een postrocknummer lijken weggelopen te zijn en de ganse plaat lang een heel dromerige, atmosferische en haast zweverige toon neerzetten. Met opener “Schemerzever” wordt meteen volle gas gegeven en komt inderdaad die knipoog naar Fluisteraars om de hoek kijken in de vorm van stuwend gitaarwerk. Halfweg wordt het tempo wat teruggeschakeld en wordt het repetitieve – ietwat ruizig en toch modern geproducet, trouwens – gitaarwerk doorspekt met akoestische tokkels die godbetert zelfs wat aan Lifelovers “Pulver” doen denken. Niet dat deze referenties ernaar hinten dat Shagor een DSBM-plaat heeft geschreven, maar wel dat “Sotteklugt” dezelfde melancholische emotionele intensiteit bezit die hiervoor vermelde bands als handelsmerk uitdragen. Shagor straalt naast melancholie ook verbetenheid uit en dit door middel van bijna catchy hooks die her en der opduiken, zoals iets voorbij de tweede minuut van “Nachtdwaler”: zo’n riff die meteen je aandacht opeist en even voor niets anders ruimte laat. Ook in “Respijt” komen er van die oorwurmen terug – naast het feit dat hier ook de bas een welverdiende plek opeist en het kwartet plots wel zeer venijnig uit de hoek weet te komen. Shagor mag dan misschien wat traditioneler klinken dan veel wat we heden ten dage uit Nederland voorgeschoteld krijgen, maar blijft gedurende de kleine veertig minuten heel consistent in thematiek en sfeer waarbij vooral de warme leads en de variatie in zang opvallen. ’t Moet niet altijd vernieuwend zijn om beklijvend te kunnen zijn, en dat heeft Shagor goed begrepen. De warme, heldere en vrij moderne productie draagt toch een rauw kantje met zich mee en dat voelt aan alsof Shagor niet gewoon een ode aan melancholische black metal van een goeie twintig jaar geleden brengt, maar hun debuut net in die mindset van weleer heeft geschreven. Shagor haalt her en der de mosterd, maar heeft duidelijk een eigen visie en smeedt deze elementen doelbewust om tot een eigen stijl, sound en identiteit. Authenticiteit boven alles, en daaraan is er bij Shagor alvast geen gebrek.

CAS: 85/100

Shagor – Sotteklugt (Babylon Doom Cult Records 2020)
1. Schemerzever
2. Nachtdwaler
3. Respijt
4. Verdoolde hemelbol
5. Dodendans

Meslamtaea – Geketend in de schaduw van het leven

In 1998 richt Floris Velthuis Meslamtaea op als eenmansformatie waarmee hij tussen 2004 en 2017 een demo, een langspeler en twee splits uitbrengt. In 2017 vervoegt Asgrauw-collega Ward de band als vocalist en volgen er nog een split en in 2019 de tweede langspeler “Niets en niemandal“. Nu een jaar later is daar alweer het derde album “Geketend in de schaduw van het leven“. Ik ben niet de eerste Addergebroed recensent die deze plaat voor zich heeft gekregen. Niet eens de tweede. De andere heren kunnen de kwaliteit wel horen, maar kunnen er zelf heel weinig mee. Vanaf het eerste moment dat ik de plaat opzet, voel ik al dat dit voor mij een geweldig album zal wordt. De intro van het eerste nummer zou niet misstaan op een album van Les Discrets of Alcest. Zwevende ‘cleane’ tremolo gitaarklanken ondersteunen de stem van Fraukje van Burg (Doodswens). Het is bijna magisch te noemen. Dan barst de muziek los: de midtempo drums, de door merg en been gaande ‘screams’ van Kaos, het wordt perfect in balans gehouden door rustige breaks. Dit is duidelijk geen blackmetal van de oude school. De progressieve trends die je in nieuwe Nederlandse blackmetalbands zoals Laster, Terzij de Horde, White Oak en dergelijke ziet, kom je ook hier tegen. Meslamtaea is zeker niet vies van een experiment. Zo hebben ze op dit album de hulp ingeroepen van saxofonist Otto Kokke (Dead Neanderthals) en dat smaakt mij uitermate goed. Geen blazer kan zo gevarieerd klinken als een saxofoon. Ook gebruiken de heren een Vocoder. Her en der zijn naast de shoegaze/post-blackmetal invloeden ook screamo, prog en avant-garde elementen te ontwaren. Ik hou hiervan: blackmetal die buiten de lijntjes kleurt. Toch is het veel meer een blackmetalalbum dan je van deze beschrijving zou verwachten. De progressieve passages versterken de blackmetal juist. Het steekt feller af. Ik kan hiernaar blijven luisteren. Het album is een doorlopend geheel, alle nummers lopen naadloos in elkaar over. Thema’s komen terug, maar het is een ontzettend gevarieerd album datt verhaalt over hoe de wereld en in het bijzonder onze habitat de mensheid ontvalt door onze eigen acties. Wij zijn de plaag die de wereld vernietigt en dit album is een uiting van de frustratie, de wanhoop, het verdriet, de woede en de acceptatie van die realisatie. Op “Bitter” en “Vuilnis” horen we ook de vocale kunsten van Kevin Kentie (Sauron, Ibex Angel Order en Abysmal Darkening). Muziek is emotie. Dat is een hard gegeven. De één voelt wat meer bij een album dan de ander. Ik kan alleen maar zeggen dat “Geketend in de schaduw van het leven” mij erg veel doet en dat deze hoog gaat scoren op mijn jaarlijst, heel hoog. Ik ben er nog ondersteboven van.

MISCHA: 91/100

Meslamtaea – Geketend in de schaduw van het leven
1. Inktzwart
2. Ontwricht
3. Verdomde wereld
4. Schemerdal
5. Illusie
6. Bitter
7. Vuilnis

Empyrean Grace – Bestowment of the seraphic key

Het is vijf jaar geleden sinds Haeresis Noviomagi ons met een eerste release verblijdde in de vorm van “Deluge” van Lubbert Das. In de slipstream van dit veelbelovende startschot volgden een hele resem tapereleases van Solar Temple, Iskandr, Imperial Cult, Fluisteraars, Nusquama, De Ontkoppeling, Paean en natuurlijk Turia (de meest geprofileerde van het Nederlandse collectief) waarbij de één nog overweldigender klonk dan de andere. Om dit halve decennium aan kwalitatieve muzikale output te vieren en extra kracht bij te zetten worden we getrakteerd op een een live splittape met Turia en Lubbert Das, een nieuwe EP van Iskandr én de debuutrelease van Empyrean Grace, een nieuwe naam op het vanuit Nijmegen en Utrecht opererende label. Wie het mastermind achter Empyrean Grace is wordt niet meegedeeld, maar op basis van het silhouet dat we in het artwork zien, zou ik het niet te ver gaan zoeken. Slechts één nummer prijkt er op deze tape, maar “Bestowment of the seraphic key” klokt wel op een klein half uur af. En wat we te horen krijgen, doet onze mond wijd openvallen van verbazing. Blackmetal linken we doorgaans aan Scandinavische grim and frostbitten landschappen en pikzwarte wouden waar de zonnestralen nooit of te nimmer geraken, maar niet in het geval van Empyrean Grace dat zowat het compleet tegenovergestelde landschap schetst. Er doemen hier geen beelden op van stalagmieten en -tieten of imposante gletsjers en omlaagdonderende sneeuwlawines, maar uitzichtloze, uitgestrekte verdorde grasvlaktes en drukkend warme woestijnen met her en der een verdwaalde eenzame boom prenten zich op ons netvlies als we de wondere bedwelmende klanken van dit werkstuk ondergaan. Een broeierige zonovergoten atmosfeer maakt zich van ons meester wat nog versterkt wordt door de verschenen sepia-achtige kleuren van het sobere, maar smaakvolle artwork. Deze epische muzikale compositie heeft een hoog cinematografisch karakter dat zich het best laat omschrijven als de soundtrack van een film over één of ander Bijbelverhaal dat zich in de Oudheid afspeelt. De muziek is opgetrokken uit lang uitgerekte warmbloedige gitaarpartijen met subtiel verschuivende akkoorden, goudkleurige leads en postrockerige crescendo’s die een branderig rood gevoel aan onze reeds getaande huid geven. En dit in combinatie met schaars ingezette diepe screams, subtiele heldere vocalen die van serafijnen afkomstig lijken te zijn en echo’s van repetitieve drumritmes die zich aan de einder voltrekken en een hallucinerend schouwspel creëren dat zich in onze verbeelding nestelt totdat de laatste uitstervende zonnestralen achter de einder verdwijnen. We moeten meteen denken aan die magistrale “Rays of brilliance” demo van Solar Temple, een werktstukje dat qua thematiek en sound (minder doom wel hier) niet zo gek ver weg ligt van deze eerste worp van Empyrean Grace, en, net zoals de Lubbert Das demo, dringend een heruitgave op vinyl verdient. Broeierig, zinderend, beklijvend en ronduit magistraal zijn de sleutelwoorden van “Bestowment of the seraphic key” die de soundtrack van afgelopen weekend vormde!

JOKKE: 95/100

Empyrean Grace – Bestowment of the seraphic key (Haeresis Noviomagi 2020)
1. Bestowment of the seraphic key

De Gevreesde Ziekte – Ω

Zwaertgevegt is een label waarmee ik een geconflicteerde historie heb. Lang geleden negeerde ik steevast alles wat ze uitbrachten. Ik heb het idee dat in die tijd vooral het criterium “het is Nederlands” belangrijker voor Zwaertgevegt was dan het criterium “Is dit nou echt kwaliteit?” Dat is veranderd. Tegenwoordig beluister ik eigenlijk alles wat ze uitbrengen. Waarom? Omdat ze nu wél die kwaliteit uitbrengen. Zo is het ook met het enigmatische De Gevreesde Ziekte. Enigmatisch? Volgens Bandcamp komt de band uit Eindhoven en is de naam in geen opzicht een verwijzing naar Corona. Daarmee moet de nietsvermoedende luisteraar het doen. Van oudsher is de omschrijving ‘de gevreesde ziekte’ een verwijzing naar een ziekte waar geen genezing voor bestaat. Denk aan pokken en vlektyfus in de negentiende eeuw of kanker en aids in de twintigste. De tape die Zwaertgevegt uitbrengt, bestaat uit twee nummers met een totale lengte van bijna zeventien minuten. Tachtig kopieën zijn er van deze tape, en ik raad iedereen die de Nederlandse blackmetalscene een warm hart toedraagt aan hem aan te schaffen. Dit zit wel zo goed in elkaar. De nummers zijn een mix van stijlen van de vroege jaren ’90 tot nu: tweede generatie blackmetal, occulte blackmetal, atmosferische blackmetal, ‘spoken word,’ shoegaze. Er is voor ieder wat wils. Dit vind ik een van de meest interessante releases van dit jaar. Beide nummers bestaan uit rustige en intense stukken, melodie en chaos, melancholie en agressie. Voor mij is het een brok pure emotie. Toch zijn de nummers geen herhaling van elkaar. Het zijn distinctieve eenheden, die je oneindig wil herhalen. De productie lijkt alleen het broodnodige te zijn, maar zorgt toch voor een helder genoeg geluid. Zo zie ik mijn blackmetal graag. Ga snel naar Zwaertgevegt en zorg ervoor dat die tape uitverkoopt.

MISCHA: 90/100

De Gevreesde Ziekte – Ω (Zwaertgevegt 2020)
1. Zelfhaat
2. De gevreesde ziekte

Vorstreus – De vernietiging van Irminsul

We schrijven de achtste eeuw na Christus in wat we momenteel als Duitsland kennen. De Irminsul of “al-zuil” was een belangrijk heiligdom voor de Saksen met vermoedelijk grote symbolische betekenis. Het is een grote opgerichte houten stam die volgens de Saksen de gehele wereld ondersteunde en vergeleken kan worden met Yggdrasil uit de Noordse mythologie: de wereldboom die zijn wortels in de onderwereld heeft en met zijn takken het dak van de wereld ondersteunt. In 772 werd de Irminsul door Karel de Grote in zijn oorlog tegen de Saksen verwoest. De in de Verenigde Staten residerende Nederlander Lars Marte vernoemde de tweede EP van zijn éénmansproject Vorstreus naar deze gebeurtenis. Vorig jaar verscheen reeds een self-titled EP. Vorstreus speelt black metal van het rauwe en grauwe soort met een licht depressieve inslag die geënt is op het geluid van second wave black uit de jaren negentig, toen onze vriend waarschijnlijk nog niet geboren was. In “helder water“, een song waarin de open akkoorden een heidens gevoel uitstralen, gooit Lars zijn heldere stem op een verhalende manier in de strijd, wat een schril contrast vormt met zijn raspend Nederlandstalig gekrijs. Vreemd dat het daaropvolgende “Webben” precies een iets krachtigere productie heeft aangemeten gekregen dan de eerste twee nummers. “Voorouderen“, dat met een Burzumesque riff start, klinkt opnieuw wat minder luid en heeft een sound die wat in de verte weggemoffeld lijkt. “Het laatste lied” is met een speelduur van zes minuten het langste nummer op deze EP. Lars wisselt hier rauwe snelle partijen af met slepende trage passages vol verwrongen melodie en ijzingwekkende vervormde screams. Links en rechts horen we op “De vernietiging van Irminsul” wel een paar goede ideeën, maar ze komen nog niet volledig tot hun recht. Als deze jonge knaap nog wat verder blijft schaven en middels nog wat EP’s verder zijn weg zoekt, komt het wel goed.

JOKKE: 70/100

Vorstreus – De vernietiging van Irminsul (Knekelput 2020)
1. Plaag
2. Helder water
3. Webben
4. Voorouderen
5. Het laaste lied
6. Outro