nederland

Silver Knife – Unyielding/Unseeing

Het mes snijdt aan twee kanten. Een samenwerking tussen muzikanten die hun sporen reeds verdiend hebben in het verleden, kan mooie nieuwe perspectieven bieden, maar tegelijk is de druk om te presteren ook groot, zeker als je een kwalitatieve muzikale rugzak meedraagt. Daarom verkiezen sommige van dergelijke nieuwe constellaties om de identiteiten in stilzwijgen te hullen. Dat is echter niet het geval bij Silver Knife, een nieuw project dat initieel op poten gezet werd door onze landgenoot Hans Cools (o.a. Monads, ex-Trancelike Void, Hypothermia, Cult Of Erinyes) en onze Noorderbuur Nicky die – al dan niet gemaskerd – muzikaal actief is met o.a. Laster, Reiziger en Nusquama. De ietwat depressieve sluier die dikwijls over Hans zijn werk gedrapeerd is en de wat progressievere insteek die we van Nicky kennen, resulteerde in een adembenemend mooi debuut getiteld “Unyielding/Unseeing“. Meer inkijk in het creatie- en opnameproces konden jullie reeds hier lezen. Producer Déhà, die hier tegenwoordig regelmatig de revue passeert, nam ook plaats op de drumkruk om dit debuut aan een verschroeiend hoog en metronoomvast tempo in te spelen, maar zal de drumstokken voortaan aan Pierre van Paramnesia overhandigen. Deze Fransman, die ook creatief bezig is onder de noemer Business For Satan, voorzag “Unyielding/Unseeing” tevens van verbluffend artwork. Met deze line-up is er bij Silver Knife écht wel sprake van een internationaal gegeven. Maar genoeg randinfo en over naar de muziek want dat is tenslotte het aller belangrijkste. Reeds vanaf de openingstonen meten de heren zich een hoog tot zéér hoog tempo aan, maar ondanks deze sneltrein ontplooit het gelaagde gitaarwerk zich ook tot mooie, dromerige soundscapes zoals dat het geval is in “Silver_red“, mijn persoonlijk hoogtepunt en één van de meer dynamische composities op dit debuut. Echo’s van oude Alcest of Woods Of Desolation horen we op tijd en stond opduiken en doen ons instant wegdromen. Zowel Nicky als Hans namen de zang voor hun rekening, maar de boodschap van wat er gekrijst wordt ontgaat me zo goed als volledig. Dat is ook helemaal niet erg want bij Silver Knife vervullen de high pitched screams eerder de rol van een extra laag in de dichtgeplamuurde sound van het trio. Ruimtelijkheid en dynamiek worden eerder via melodie en structuur gecreëerd dan via de productie. Zo vormt “Unseeing” met diens vrouwelijke spoken word passage een rustpunt tussen alle verwoestende snelheden die we elders op de plaat over ons uitegstort krijgen. Silver Knife verschiet niet al zijn kruid in de eerste nummers want ook “Conjuring traces” en diens zeer catchy en aanstekelijke gitaarmelodie en op de voorgrond tredende basgitaar mogen niet onvermeld blijven. Silver Knife maakt met “Unyielding/Unseeing” van meet af aan een statement en legt de lat voor zichzelf naar de toekomst hoog. Het is tevens een werkstuk dat absoluut niet moet onderdoen voor het werk van de andere bands en projecten van de heren. Aanrader!

JOKKE: 83/100

Silver Knife – Unyielding/Unseeing (Amor Fati Productions/Entropic Recordings 2020)
1. Unyielding
2. This luminous loom
3. Silver_red
4. Unseeing
5. Conjuring traces
6. Sundown

Vaal – Rehearsal

De Nederlander Vaal is waarschijnlijk opgelucht dat ie na alle COVID19-miserie terug met zijn live-muzikanten het repetitiehok in kon duiken. De man met de traditionele kijk op het genre die hier onlangs nog uitgebreid aan het woord kwam, repeteert immers graag (vermoed ik), getuige deze tweede rehearsaltape. Drie nieuwe nummers worden er op zeventien minuten tijd aan ons voorgesteld. Deze bulken zoals te verwachten van het zwartmetaal van de oude stempel waarin de riffs grimmigheid alom uitdrukken, de krijszang vol weemoed verlangens naar lang vervlogen tijden uitroepen en toetsen niet geweerd worden. Opener “De astrale vloek” bevat ook een thrashy speed-metal riff, die op het eerste gehoor wat misplaatst, maar uiteindelijk toch verfrissend uitpakt. Maar geef me toch maar eerder de traditionele no-nonsense aanpak van het wat ruigere “Het zwarte rijk“. “Winter’s tovenarij” laat het tempo zakken en tovert mystieke keyboardklanken en een verhalende heldere stem uit zijn zwarte hoed. In de finale seconden – alvorens een lange krijs er een einde aan maakt – is er opnieuw plaats voor wat meer opzwepende old-school riffs, die deze keer veel minder uit de toon vallen. Net zoals bij de “Ondood” rehearsal-tape is de geluidskwaliteit dik in orde, zeker voor een home recording. Als pure underground black je ding is en je over een cassettedeck beschikt, raad ik je deze tape dan ook zeker aan!

JOKKE: 80/100

Vaal – Rehearsal (Tour de Garde 2020)
1. De astrale vloek
2. Het zwarte rijk
3. Winter’s tovenarij

Verval – Beeldenstorm

Black metal muzikanten houden het zelden bij één uitlaatklep, zo ook het duo dat achter Verval schuilgaat. De heren R. Schmidt (zang, gitaar, bas en cello) en W. Damiaen (drums) hebben een gemeenschappelijk verleden in White Oak en zijn verder ook actief bij bands als Laster, Wesenwille, Nevel en Mystagogue. Na de debuut langspeler “Wederkeer” uit 2018 keert het duo twee jaar later terug met een EP getiteld “Beeldenstorm“. Tussen deze kortere release en het debuut vallen twee parallellen te trekken: beide releases bevatten drie composities die thematisch gezien met mekaar verbonden zijn en op de hoes prijkt opnieuw prachtig abstract artwork, deze keer van Joost Vervoort, frontman van Terzij de Horde. Ik ben dan ook vragende partij om deze EP op vinyl te persen zodat dit kunstwerkje optimaal tot zijn recht komt (“Beeldenstorm” is momentel enkel voorzien om door Tour de Garde op tape uit te komen en de band verzorgt zelf de CD-release). De dichterlijke atmosferische black van het debuut is ook nog in zekere mate aanwezig maar dan wel met een meer vurige, agressieve en rauwe aanpak en een productie die meer knalt. “Vlammenzee” zet de boel dan ook meteen in lichterlaaie, maar de neo-klassieke invloeden die we van de band kennen, blijven niet achterwege en komen middels het gebruik van cello naar het oppervlak geborreld. Een tweetal minuten voor het einde van deze negen minuten durende opener maakt de aggresieve black metal plaats voor meer ingetogen gemusiceer waarop natuurelementen zoals ruisende wind voor een serene toets zorgen. In het titelnummer piercen iele post-black metal riffs zich doorheen de mid-tempo intro om vervolgens overstag te gaan en het tempo op te drijven. Opnieuw volgen er wijdse en melancholisch klinkende post-riffs die de leidende rol even van de screamende zang overnemen. In de grafische weergave van dit nummer vallen ook de pieken en dalen op die de eb- en vloedaanpak van Verval bevestigen, hoewel het rustiger middenstuk me hier wat geforceerd overkomt. Het enerverende riffwerk dat daarna volgt heeft wel wat weg van wat een band als Yellow Eyes uitspookt. Met “Een leven tussen één en nul” krijgen we de meer groovende single van deze EP te horen. De heren verkennen in dit nummer interpersoonlijke relaties in de context van het welvarende digitale tijdperk. Het resulteert in een song waarin we tussen al het geweld door ook vele mooie melodieën, frivole baslijnen en een gevoel voor epiek en bombast ontwaren. Verval levert met deze EP een ge(s)laagd nieuw werkstukje af waarop voor een meer agressieve aanpak gekozen werd en hierdoor wat uit het vaarwater van een band als Laster richting woeligere wateren wegdrijft.

JOKKE: 81/100

Verval – Beeldenstorm (Tour de Garde 2020)
1. Vlammenzee
2. Beeldenstorm
3. Een leven tussen één en nul

Mirre – Het gedoofde licht

Utrecht is zowat het epicentrum van de hedendaagse NLBM-scene en in diens diepste krochten waren bevreemdende creaturen zoals Cruentare, Himelvaruwe, Kaffaljidhma en Mirre rond. Die laatste brengt na een resem demo’s nu eindelijk een eerste langspeler uit, maar “Het gedoofde licht” blijkt – zoals de titel eigenlijk al aangeeft – ook meteen de zwanenzang van het trio te zijn. Een half uur lang dompelt het trio ons onder in een hypnotische waas aan rauwe riffs die even overweldigend als bedwelmend klinken en die, net zoals de geur van mirre en wierook, in je kleren kruipen en daar zelfs na ettelijke wasbeurten blijft hangen. Doorheen de penetrante wasem waart het hopeloze gehuil en gekrijs van Myrrha’s verbazingwekkende stem. Dronende repetitieve drums en verwrongen noisey gitaarriffs zijn uit op een verstikkende gloed en slagen in hun opzet. Vergeleken met het demomateraal klinken de vier “nummers” hier meer gepolijst maar laat dat nu nog relatief wezen voor dit soort atmosferische rauwe black. Voer voor wie niet vies is van experimentele lo-fi black en noise.

JOKKE: 77/100

Mirre – Het gedoofde licht (Eigen beheer 2020)
1. I
2. II
3. III
4. IV

Standvast – Oersymboliek

Standvast is voor mij een nieuwe naam in de florerende NLBM-scene maar blijkbaar is het duo toch reeds een vijftal jaar actief. “Oersymboliek” is de intrigerende titel van de tweede langspeler. Standvast wordt vorm gegeven door de heerschappen Nortfalke (muziek) en Rödulv (zang en teksten) die een gemeenschappelijk verleden hebben in Kaeck en Tarnkappe. De heren grijpen terug naar de oerdagen van het black metal-genre want invloeden van Darkthrone en Celtic Frost vallen niet te ontkennen. Het riffwerk is met andere woorden simpel, maar effectief en aanstekelijk. En de Nederlandstalige teksten zijn vrij goed te volgen zonder tekstvel in de hand. “Oersymboliek” en diens negen nummers hebben een energieke productie meegekregen die echter iets te weinig dynamiek laat horen. De drums klinken vrij artificieel en zorgen daardoor voor een militant randje. “Wolfsanker” wordt afgetrapt met een Nederlandstalige sample en bevat tevens subtiele (!) engelachtige vrouwelijke zang op de achtergrond, maar het zouden evengoed keyboards kunnen zijn hoor. “Dolken in het duister” bevat dan weer een punk/black ’n roll-vibe en deze opzwepende aanpak wordt in “Gevangen in het bestaan” doorgetrokken hoewel dit nummer me wel wat te simplistisch overkomt. Met “Eer en geweten“, diens ‘oomph’ kreten, heldere zangkoren en bescheiden toetsen volgt dan terug een nummer met iets meer compositorische diepgang. “Opperman” werd als teaser vrijgegeven en dat is een goede zet want dit meer agressieve nummer is één van de beste composities die er op “Oersymboliek” staan. Nu het duo op dreef is, vervolgen ze met het eveneens kwalitatieve eerder mid-tempo “Volkswoede” waarvan het gitaarwerk heel Noors aanvoelt. Ze bewandelen nu eenmaal graag het Noordse pad waar stilstand volgens de tekst achteruitgang betekent. Ik moet dit waarschijnlijk in een andere context dan een muzikale plaatsen, want Standvast is een band die toch eerder naar het verleden teruggrijpt dan met een progressieve bril op naar het genre te kijken. Conclusie: “Oersymboliek” bevat black metal die vrij gemakkelijk verteerbaar is. Standvast laat horen met beperkte ingrediënten toch een paar knappe composities te kunnen pennen, maar er staan ook enkele nummers op het album die na een paar luisterbeurten geen uitdaging meer bieden voor wie graag zijn tanden meermaals in een plaat zet.

JOKKE: 73/100

Standvast – Oersymboliek (Werewolf Promotion 2020)
1. The death of discipline
2. Wolfsanker
3. Dolken in het duister
4. Gevangen in het bestaan
5. Eer en geweten
6. Opperman
7. Volkswoede
8. Langs het Noordse pad
9. Stoic warrior

Evilfeast/Uuntar – Odes to lands of past traditions

If it ain’t broke, don’t fix it! Dit is zowat het levensmotto van het Poolse Evilfeast want reeds vijf langspelers en ettelijke kleinere releases lang, houdt GrimSpirit zich koppig vast aan de stijl die hij met deze one man band laat horen. We hebben het dan over met dikke keyboardlagen en heldere zangkoren doordrongen grimmige black die zo cinematografisch van aard is dat je als luisteraar weinig moeite hebt om het verhaal en de scene achter een titel als “A castle enfolded in crimson twilight” voor de geest te halen. Als kleine extra krijgen we op deze split met het Nederlandse Uuntar, naast de dertien minuten durende eigen compositie, nog een cover van Helgrindr voor de kiezen. Deze Franse band, die er al in 1993 bij was, was me onbekend en het gecoverde nummer stamt van diens zwanenzang, de uit 2001 stammende EP “Von den Vorfahren herstammend Landen“. Deze song past EvilFeast als gegoten hoewel het tempo wat hoger ligt dan in het meer repeitieve eigen nummer. En zoals steeds lijkt het alsof de tijd midden jaren ’90 is blijven stilstaan, hoewel je je als luisteraar eerder in de donkere middeleeuwen waant. De twee andere songs zijn van de hand van Uuntar, wat Oud-Duits is voor ‘winter’. Het duo achter deze band met een meer heidense insteek kan je gerust als veteranen beschouwen want zowel zanger/gitarist/bassist Herjann als drummer/gitarist/toetsenist Nortfalke hebben een cv waarop zowat de helft van de NLBM-scene prijkt, waarbij hun wegen in het verleden o.a. kruisten bij Lugubre. Voorafgaand aan deze split verscheen in 2018 reeds de debuutlangspeler “Voorvaderverering“. Ook bij Uuntar staan keyboards en heldere zang centraal in hun muzikale visie. De toetsen klinken voortdurend alsof een groepje engelen mee loopt te neuriën met de gitaarriffs en tussen de raspende vocalen door zorgen de vele zangkoren op Falkenbachse wijze voor extra epiek. Naar het einde van het bijna elf minuten durende “Zon op de boer” toe, ontbloot het duo de tanden van hun riek wat meer wat geen kwaad kan om de schwung in de lange composities te houden. Ook “De man van Mander” houdt soms wat te lang dezelfde thema’s aan en ik ben blij wanneer de voet uiteindelijk dan toch op het gaspedaal belandt. Nog even meegeven dat de Nederlandstalige teksten redelijk goed verstaanbaar zijn, iets wat je kopje thee moet zijn. “Odes to lands of past traditions” is geen verplichte kost maar een fijne split voor liefhebbers van black metal, keyboards en heldere zangkoren.

JOKKE: 72/100 (EvilFeast: 74/100 – Uuntar: 70/100)

Evilfeast/Uuntar – Odes to lands of past traditions (Heidens Hart Records 2020)
1. Evilfeast – A castle enfolded in crimson twilight
2. Evilfeast – In umbra refugiis luminem exsecrari (Helgrindr cover)
3. Uuntar – Zon op de boer
4. Uuntar – De man van Mander

Dool – Summerland

Het Rotterdamse Dool timmert al sinds 2015 aan de weg en ontstond uit de restanten van het mij onbekende Elle Bandita, Herder en een andere band die velen nauw aan het hart ligt: The Devil’s Blood, en bevat dus wel wat leden die niet onbekend zijn. De Rotterdammers zijn toe aan hun tweede langspeler die in april uitkwam en de naam “Summerland” kreeg. Of ze daarmee onze living bedoelen is nog steeds de vraag, gezien we komende zomer bitter weinig anders te zien zullen krijgen. Doorheen de jaren zijn er enkele wissels in de bandbezetting geweest, met als resultaat dat we Omar van Turia, Iskandr (en al de rest) nu ook bij Dool terugvinden. Omar kennen we als begenadigd black metalmuzikant, maar Dool gooit het over een andere boeg, want raakvlakken met (black) metal zijn er muzikaal gezien nauwelijks. De groep houdt er een dark rock/occulte rock benadering aan over die meer dan eens knipoogt naar The Devil’s Blood (zoals op “The well’s run dry”) die het diverse stemgeluid van zangeres en gitariste Ryanne Van Dorst. Waar “Wolf moon” een meer dan degelijke single was, “Be your sins” een opzwepende nervositeit aan de dag legt, “Dust & shadow” zelfs eventjes de wereld van de doom metal aanraakt en het album middels lang uitgesponnen epiek kundig afsluit én opener “Sulphur & starlight” wel wat wegheeft van The Sisters of Mercy, is het toch moeilijk me volledig in de wereld van Dool onder te dompelen. Op “Summerland” horen we naast de band zelf ook Okoi Jones (Bölzer) en Farida Lemouchi (The Devil’s Blood) terug als gastzangers, terwijl Per Wiberg (Opeth, Candlemass) het hammondorgel voor zijn rekening neemt. Veel namedropping hier, waardoor Dool soms wat aanvoelt als een samenraapsel van getalenteerde en gewaardeerde muzikanten, die wel wat kunstmatig overkomt. De nummers zijn niet slecht, maar weten me niet naar hogere sferen te tillen en voelen soms wat geforceerd aan – behalve op “God particle” dan, waar de groep een glimps van hun volle potentieel laat horen dankzij postrockachtige gitaarlijnen, waarna het nummer op duistere wijze wordt afgesloten. Ik hoor steeds dat Dool vooral een goede liveband is – en ving op dat net hun liveshow het bij veel mensen deed klikken. Ik heb het plezier nog niet gehad ze te aanschouwen maar ben dat zeker van plan, eens dat terug aan de orde is. Ik kan me perfect inbeelden dat Dool zalen plat kan spelen en er een zekere intensiteit van zangeres Ryanne Van Dorst uitgaat, maar op album schiet “Summeland” naar mijn bescheiden mening toch wat naast de roos. Ondanks de getalenteerde mensen die achter het album schuilgaan en ondanks het feit dat elk nummer zeker wat interessants te bieden heeft mis ik een rode draad doorheen het album. Slecht is het allerminst, maar me omverblazen doet het evenmin.

CAS: 73/100

Dool – Summerland (Prophecy Productions 2020)
1. Sulphur & starlight
2. Wolf moon
3. God particle
4. Summerland
5. A glass forest
6. The well’s run dry
7. Ode to the future
8. Be your sins
9. Dust & shadow

Bezwering – Aan de wormen overgeleverd

Het heengaan van Wederganger vonden we in 2018 best sneu, maar gelukkig herrees een deel van de line-up al snel in de vorm van Bezwering als een feniks uit diens smeulende assen. Hun vuurdoop vond in november vorig jaar plaats tijdens Unholy Congregation fest en naar aanleiding van deze seance werden reeds twee veelbelovende voortekenen gelost. Nu verschijnt via het toonaangevende Ván Records het volwaardige, smakelijk getitelde en door Karmazid van fantastisch artwork voorziene debuut “Aan de wormen overgeleverd” waarop – naast de twee eerder geloste omens – nog zeven nieuwe decomposities prijken. “Vredeloos” trapt het zaakje op gang en handelt over het schrijnende vooruitzicht van de outlaw op een rusteloos hiernamaals. De mid-tempo undeath metal van de Gelderse ondoden schurkt in deze opener best tegen het moderner werk van een Satyricon aan, alleen veel overtuigender gebracht. “Nagezeten” vertelt over een verdwaalde zwerver die in het bos opgejaagd wordt wat zich vertaalt in meer rusteloze en uptempo passages. Het navolgende “Rouwstoet” volgt het lome tempo van de heerlijk bedwelmende gitaarmelodie en plechtstatige rouwende heldere zang van Alfschijn die de stoet traag door de ijskoude regen voorstuwt totdat de serene atmosfeer plotseling in duivelse toestanden omslaat en er voortaan getreurd kan worden om de rouwenden. Sowieso het hoogtepunt van de plaat! De helse finale van dit beklijvende nummer wordt verder doorgetrokken in het felle “Uitgeteerd” dat toepasselijk handelt over de eersten die stierven aan een epidemie en de anderen met zich meesleurden in het graf. Ik werkte aan deze review tijdens het hoogtepunt van de Corona-crisis en hoopte stiekem dat de horroreske taferelen van dit nummer geen werkelijkheid zouden worden. In “Aan gene zijde” wordt zowel middels de typerende heldere zang als sappige screams een dialoog met de doden aangegaan. Het resulteert in een catchy song met rockende ritmes. Het dynamische “Terror terroris” kent een meer historische aanpak en roept de geest van de wrede Gelderse veldmaarschalk Maarten van Rossum aan wat resulteert in een blitzkrieg einde alvorens met “Geen bloemen op mijn graf” opnieuw terug te keren naar de tragedie van de vergeten doden. Een gevoel dat uitgedragen wordt door de vele doomy treurige gitaarleads, hoewel het spelen met verschillende ritmes ook nu weer voor de nodige variatie en dynamiek zorgt waardoor dit allesbehalve een zielepotige bedoening is. Het over de vloek van helderziendheid handelende meer atmosferische “Het tweede gezicht” komt traag en instrumentaal op gang maar weet zich uiteindelijk toch een feller gezicht aan te meten waarbij heldere vocalen de ziedende black metal vergezellen. “Waanzinskolk” heeft zijn naam niet gestolen en gedijt langzaamaan verder om uiteindelijk in een krankzinnige finale uit te monden. Het nummer vormt een treffend sluitstuk voor deze negen-nagels-tellende doodskist waarin het stoffelijk overschot van Bezwering aan de wormen overgeleverd ligt weg te rotten maar regelmatig halfvergaan ontwaakt om ons de stuipen op het lijf te jagen.

JOKKE: 85/100

Bezwering – Aan de wormen overgeleverd (Ván Records 2020)
1. Vredeloos
2. Nagezeten
3. Rouwstoet
4. Uitgeteerd
5. Aan gene zijde
6. Terror terroris
7. Geen bloemen op mijn graf
8. Het tweede gezicht
9. Waanzinskolk

God Dethroned – Illuminati

Geen idee hoe populair ze nog zijn vandaag de dag, maar vroeger behoorde God Dethroned tot de Nederlandse metaltop. Meer dan 20 jaar geleden waren “The grand grimoire” en “Bloody blasphemy” dan ook twee van mijn favoriete albums. De opvolgers spraken me niet echt meer aan en dus verloor ik de band rond Henri Sattler uit het gehoor. Vorige release “The world ablaze” uit 2017 is destijds wel eens mijn luidsprekers gepasseerd, maar liet geen blijvende indruk na. Het is enkel op aanraden dat ik het nagelnieuwe “Illuminati” een kans heb gegeven en daar heb ik absoluut geen spijt van. Het album begint sterk met de titeltrack. Een klassiek opgebouwd metal nummer dat wisselt tussen slepend en furieus en veel baat heeft bij de keyboards op de achtergrond. De rest van de plaat laat de voor God Dethroned typische blackened death thrash horen, maar heeft door de goed verwerkte synths en de vele tragere passages een leuke sfeer die alles wat verheft. Iets wat voor mij lange tijd ontbrak bij de band. De sound van de gitaren is me iets te droog, de drums mochten wat inventiever en niet elke track is even interessant, toch is album nummer elf zeker en vast geen misser. “Illuminati” is niet baanbrekend of spraakmakend, maar het is een heel erg degelijke plaat die ik vaak opzet als ik iets tof wil horen zonder dat ik me hoef te concentreren op details.

Xavier: 80/100

God Dethroned – Illuminati (Metal Blade Records 2020)
1. Illuminati
2. Broken halo
3. Book of lies
4. Spirit of Beelzebub
5. Satan spawn
6. Gabriel
7. Eye of Horus
8. Dominus muscarum
9. Blood moon eclipse

Treurwilg – An end to rumination

Of het nou lag aan de Nederlandse bandnaam of het logo, om één of andere reden nam ik aan dat dit een black metal schijf zou zijn. Ik was dus enigszins verbaasd toen bleek dat de Tilburgers van Treurwilg eigenlijk een soort slepende doom metal spelen. Met deze release in eigen beheer zijn ze, naar vier jaar stilte, toe aan hun tweede studio album. Hoewel je op basis van hun bijgevoegde biografie, de term “studio album” moet nuanceren. De heren delen namelijk mee dat het allemaal min of meer live werd opgenomen met een minimum aan overdubs of opsmuk en dat de vijf nummers dienen gezien te worden als één enkel stuk over angst, zwakte en de mogelijke overwinning op deze emoties. Vandaar waarschijnlijk ook het unieke cover artwork, welke vermoedelijk een kunstzinnige representatie is van de voornoemde gevoelens, maar voor mijn ogen teveel lijkt op een eindwerk aan de kunsthumaniora. Kortom, een ambitieuze aanpak, die niet helemaal heeft geloond. Hoewel ik veel respect heb voor bands die dit doen en daarmee het verschil tussen opname en live performance verkleinen, heb ik daar als luisteraar en recensent gewoon niet geweldig veel aan. Zeker niet als het muziek betreft die had kunnen profiteren van een betere sound en een paar extra takes. Begrijp me niet verkeerd, het is allemaal zeker niet slecht en als dit niveau effectief live wordt gehaald, dan prima… maar onder deze omstandigheden, ben ik toch niet geheel overtuigd. Daarvoor is de sound soms wat te modderig, het spel hier en daar niet strak genoeg en zijn de nummers vaak wat te langdradig. Dit laatste is, volgens mij dan, vooral te wijten aan de lang uitgerokken tokkels en de nogal eentonige drums. Deze zijn ook weer absoluut niet slecht te noemen, maar ze missen gewoon de inventieve afwisseling en sfeervolle klank die broodnodig is om dergelijke lange tracks interessant te houden. Iets wat misschien anders was geweest met een modernere aanpak achter de knoppen. De zeer sterke strot van zanger/gitarist Rens draagt heel veel op dit album. Enkel wat sneu dat er geen cleane zang te horen is. Goede toonvaste vocalen, op die tokkels bijvoorbeeld, hadden een meerwaarde kunnen betekenen. Een speciale vermelding blijkbaar voor Faal- en Fenadorn keyboardiste Catía, die de nummers aan elkaar rijgt met synth outros die, jammer genoeg, niet bijzonder indrukwekkend zijn qua sound of compositie. Weliswaar met als uitzondering, de laatste twee mooie minuten van afsluiter “Shallow pools of Grief“. De beste stukken op het album vind ik terug in het meer up-tempo “The fragility of mankind“, een nummer dat dan toch wat flirt met atmosferische black, en het funeral doom geïnspireerde “Myosotis“. Dit is een album dat, ondanks enkele tekortkomingen, veel belooft voor de toekomst en ik hoop dan ook van harte dat Treurwilgs volgende opus de knaller is waar “An end to rumination” naar hint.

Xavier: 69/100

Treurwilg – An end to rumination (Eigen beheer 2020)
1. Fragility of mankind
2. In ruin and misery
3. Myosotis
4. I
5. Shallow pools of grief