Nuclear Blast

Enslaved – Utgard

Utgard” is alweer de vijftiende langspeler van het uit het Noorse Bergen afkomstige Enslaved. De band rond stichtende leden Ivar Bjørnson en Grutle Kjellson houdt er sinds diens oprichting in 1991 een naarstig werktempo op na, zonder daarbij afbreuk te doen aan kwaliteit. Althans als je de meer progressieve richting kunt smaken die de heren sinds “Mardraum” uit 2000 zijn ingeslagen. Doorheen zijn lange carrière is de band onderhevig geweest aan tal van line-up wissels en ook nu valt er op de drumkruk een nieuw gezicht te bespeuren. Iver Sandøy nam de stokken over van Cato Bekkevold, maar is eigenlijk geen échte nieuwkomer, want hij maakt als producer reeds sinds “Axioma ethica odini” (2010) deel uit van het Enslaved universum. En het mag gezegd worden dat hij met zijn gevarieerd drumspel en aanstekelijke heldere zang een absolute meerwaarde vormt voor Enslaved. In de eerste single “Homebound” schittert de man naast zijn andere bandleden. Het is een héél aanstekelijk nummer waarin Enslaved extreme metalelementen afwisselt met progressievere stukken en dat een heerlijk meeslepende leadsolo bevat van Arve Isdal, die ondertussen ook al 18 jaar meedraait, en dan is er natuurlijk nog die kippenvelopwekkende zang van Iver in het refrein. Heldere zang is voor Enslaved anno 2020 misschien nog belangrijker dan vroeger en het feit dat er nu met Iver, Grutle en – de enorm gegroeide – Håkon drie zangers in de band zitten die over een goede zangstem beschikken, draagt toe tot het gevarieerde luisterspel dat natuurlijk ook nog steeds door de raspende strot van Grutle opgeschrikt wordt. Zelfs Ice Dale en Ivar draven als achtergrondzangers op in het met vikingkoren ingeluide “Fires in the dark“, dat voorts geen evident nummer is om een plaat mee te openen, en in het afsluitende meeslepende en progrockerige “Distant seasons” horen we Ivar’s dochters op de achtergrond mee zingen. Maar er zijn ook nog voldoende extreme metalpassages die voor tegengewicht zorgen. Zo is er de dreigende adrenalinestoot “Jettegryta“, maar Enslaved zou natuurlijk Enslaved niet zijn als er ook geen progressievere oorden en afwijkende maatsoorten verkend zouden worden. Ook het mooi opbouwende “Flight of thought and memory” kent heerlijk zwartgeblakerd riffwerk en dito vocalen afgewisseld met zalvende heldere zang en een progressieve gitaarsolo die gelukkig niet in geneuzel vervalt. “Storms of Utgard” ligt wat in het verlengde en Grutle ontketent hier met zijn kenmerkende strot wel degelijk de storm waarover gezongen wordt. De grootste verrassing valt waarschijnlijk te bespeuren in het van post-punk, krautrock en elektronica doordrongen “Urjotun“, een experiment dat ik als uitermate geslaagd bestempel. “Sequence“, waarin een gastbijdrage te horen valt van percussionist/toetsenist Martin Horntveth, is dan weer de meest progressieve compositie die er op “Utgard” prijkt en waar de muzikanten het zich permitteren even te losgehen wat o.a. resulteert in syncopisch toetsenspel. Het Vikingelement vertaalt zich dan weer naar de veelvuldige koortjes die her en der opduiken en ook veelal Noorse teksten brengen. “Utgard” is met net geen 45 minuten speeltijd de kortste plaat sinds “Blodhemn” uit 1998 waarop Enslaved bewijst ook meer compactere songs (binnen de vier tot zes minuten) te kunnen schrijven waarin een veelvoud aan stijlelementen passeert die de eigenzinnige Enslaved-stempel meekrijgen. Deze heren zijn nog lang niet uitgemusiceerd!

JOKKE: 90/100

Enslaved – Utgard (Nuclear Blast 2020)
1. Fires in the dark
2. Jettegryta
3. Sequence
4. Homebound
5. Útgarðr
6. Urjotun
7. Flight of thought and memory
8. Storms of Utgard
9. Distant seasons

Oranssi Pazuzu – Mestarin kynsi

Het Finse Oranssi Pazuzu maakte de overstap van het kleinere artistieke Svart Records naar het megalomane Nuclear Blast, als dat maar goed komt! “Mestarin kynsi” (‘klauw van de meester’) is langspeler nummer vier die evenveel jaar op zich heeft laten wachten. Dat was ook zo wat de tijd die we nodig hadden om voorganger “Värähtelijä” volledig te doorgronden want wie de muziek van deze Finnen kent, weet dat dit geen hapklare brok commerciêle bagger is. Oranssi Pazuzu creëert immers een universum waarbij elementen van progressieve moderne metal, acid house, krautrock en zelfs jazz tot een overheerlijke gehaktbal geboetseerd worden waarbij de screams de lekkernij in een black metal dipsaus soppen. Nu mag vier jaar lang lijken, maar in tussentijd verschenen er wel nog twee EP’s en de samenwerking met Dark Buddha Rising in de vorm van Waste Of Space Orchestra. “Mestarin kynsi” klokt op een vijftigtal minuten af, wat een pak minder is dan de zeer lijvige voorganger, maar die nog steeds langer duurt dan de gemiddelde plaat die we tegenwoordig voorgeschoteld krijgen. Een hele uitdaging dus voor mensen met een korte aandachtspanne. Alhoewel, er gebeurt zó veel in het Oranssi Pazuzu universum dat verveling ver weg blijft. Herhaling is de ruggengraat van psychedelische muziek en Oranssi Pazuzu beheerst het trucje meesterlijk. Ritmische en melodieuze patronen herhalen zichzelf voortdurend terwijl nieuwe elementen zich gestaag in de strijd gooien om naar een climax toe te werken. Opener “Ilmestys” is hier een treffend voorbeeld van en klinkt haast als een psychedelische western waarbij een cowboy met een onnoemelijk droog bakkes op sterven na dood door de zinderende hitte op de prairie zwalpt. Bedwelmende gitaarloopjes en repetitieve pulserende beats zwellen aan totdat ze in een zwartgeblakerde uitbarsting culmineren. “Tyhjyyden sakramentti” is erop uit om een spookachtig gevoel van discomfort en onbehagen neer te zetten en slaagt hier met glans in. Voor het fenomenale “Uusi teknokratia” werd een super knappe videoclip gecreëerd die een schoolvoorbeeld is van hoe beeld en geluid mekaar kunnen versterken. Het nummer klokt op meer dan tien minuten af en is een caleidoscopische nachtmerrie van panfluiten die in loopjes met helse vocalen interageren. Portalen van bijtende, repetitieve gitaarlijnen worden opengebroken en een orkestrale deining van spookachtige zang zorgt voor een gotische majestueuze toets. Je moet het horen om zelf te geloven! “Oikeamielisten sali” is een mindfuck voor je ritmegevoel en zet je voortdurend op het verkeerde been en een heel arsenaal aan strijk- en blaasinstrumenten zorgt voor een delirium. Pas in de finale van deze acht minuten durende verwarrende schoonheid komen de black metal vocalen op de proppen. “Kuulen ääniä maan alta” gooit het met zijn claustrofobische drones en militaristische beats die in een furieuze orgie uitmonden over een geheel andere boeg. De rustgevende uitlopende klanken vormen slechts stilte voor de storm – of beter gezegd apocalyps – want “Taivaan portti” barst los in een blastende woestenij die je haast gillend als een klein meisje het straat doet oplopen. “Mestarin kynsi” is nu een tweetal weken uit en heeft al wat tijd gekregen om te bezinken. Conclusie: Oranssi Pazuzu heeft opnieuw een eclectisch meesterwerk in mekaar geraaid dat ontegensprekelijk als Oranssi Pazuzu klinkt maar toch ook wel weer fris en fruitig voor de dag komt. Bovendien één die opnieuw in mijn eindejaarslijst zal opduiken. Hopelijk gaat de geplande tour voor het najaar door zodat het weer genieten wordt van de mensen rondom jou spastisch te zien dansen op zoek naar een houvast in deze psychedelische hoogmis.

JOKKE: 90/100

Oranssi Pazuzu – Mestarin kynsi (Nuclear Blast 2020)
1. Ilmestys
2. Tyhjyyden sakramentti
3. Uusi teknokratia
4. Oikeamielisten sali
5. Kuulen ääniä maan alta
6. Taivaan portti

My Dying Bride – The ghost of Orion

My Dying Bride is na bijna dertig jaar uitgegroeid tot een icoon binnen de metal wereld. Met afwisselende albums, sterke live performances en een goed contact met de fanschare, heeft deze Engelse doom metal band meer dan eens de lat gelegd. Een introductie is dus niet nodig. Het is geen geheim dat ik een fan ben, al moet ik bekennen dat het van “A line of deathless kings” uit 2009 geleden is dat ik nog heel warm heb gelopen voor één van hun releases. Iets wat niet aan de kwaliteit per se ligt, maar vooral aan mijn eigen voorkeuren. Gezien de complicaties in het persoonlijke leven van frontman Aaron Stainthorpe zijn deelname aan het schrijfproces bemoeilijkten, had ik dus geen hoge verwachtingen voor “The ghost of Orion“. Iets wat helaas deels terecht is gebleken, want hoewel het album enkele erg sterke nummers bevat, verdrinken deze in de iets minder geslaagde deuntjes zoals de totaal overbodige en vrij amateuristische titeltrack. De productie is natuurlijk niet slecht, al klinken de gitaren hier en daar nu niet bepaald stabiel. Wat ik vreemd vind voor een band in dit stadium van zijn carrière. Het eerste nummer “Your broken shore” is een moderne versie van de klassieke My Dying Bride standaard en laat horen dat de heren het ook in 2020 nog klaargespeeld krijgen. “To Outlive the Gods” en “Tired of tears” zijn dan weer typische nummers in de nieuwere stijl. Minder mijn ding, maar zeker en vast van degelijk niveau. Dan gaat het echter mis bij “The solace“, een gitaar gebaseerde song zonder percussie die me helaas veel te veel doet denken aan een twijfelachtig nummer dat ik zelf ooit heb geschreven, maar dan hier geïmpregneerd met vrouwelijke vocalen die niet passen bij de melodie. “The long black land” en “The old earth” trekken weer wat steviger van leer en zijn zeker niet slecht, maar toch net iets te standaard om potten te breken. Het titelnummer is, zoals aangegeven, weinig meer dan een saaie rotsong en werpt een schaduw over het hele album. Iets wat in combinatie met “The solace” en de degelijke maar totaal onnodige outro “Your woven shore” het gevoel geeft dat de band gewoon “iets” van full-length moest uitbrengen om hun contractuele verplichtingen na te komen. Dus hoewel “The ghost of Orion” zeker flarden van de genialiteit van My Dying Bride laat horen, is het een erg gemengde release geworden. Ligt misschien deels aan de nieuwe gitarist Neil Blanchett en vooral aan de nieuwe drummer Jeff Singer die net dat tikkeltje mist of aan de zang die zich soms te hard lijkt in te spannen, maar wat de reden ook moge zijn, als fan heb je er gewoon niet veel aan. Met pijn in het hart kan ik dit niet meer geven dan een, voor de meeste bands respectable 79 op 100.

Xavier: 79/100

My Dying Bride – The ghost of Orion (Nuclear Blast 2020)
1. Your broken shore
2. To outlive the gods
3. Tired of tears
4. The solace
5. The long black land
6. The ghost of Orion
7. The old earth
8. Your woven shore

Immortal – Northern chaos gods

De afgelopen week zorgde de langverwachte nieuwe langspeler van het Noorse Immortal voor welgekomen verkoeling tijdens de tropische temperaturen die we dagelijks op ons dak kregen. Het was ondertussen weeral negen jaar geleden dat we nog eens nieuw materiaal te horen kregen van deze sons of northern darkness. Zes jaar na het verschijnen van het weinig spectaculaire “All shall fall” kwam het nieuws van het vertrek van Abbath als een donderslag bij heldere hemel. De frontman met iconisch gepainte tronie verzamelde nieuwe muzikanten rond zich en bracht twee jaar geleden onder eigen naam een eerste worp uit. Naar aanleiding daarvan lazen we in de pers dat Demonaz beweerde dat die plaat eigenlijk de nieuwe Immortal-nummers bevatte en Abbath daarmee aan de haal was gegaan. Hierdoor werd ons geduld nog twee jaar langer op de proef gesteld, maar nu is “Northern chaos gods” er eindelijk. Immortal anno 2018 bestaat uit zanger/gitarist Demonaz en diens trouwe drumbeest Horgh die op deze plaat bijgestaan werden door Peter Tägtgren die de basgitaren geselde en de plaat tevens opnam in zijn befaamde Abyss Studio. De titeltrack werd als eerste nummer vrijgegeven en verraste vriend en vijand met haar frostbitten karakter en de ijzige snelheden die de band liet horen. Met het vertrek van Abbath leek het clowneske plaats te hebben gemaakt voor een herwonnen grote portie grimmigheid. Daarna kregen we “Mighty ravendark” (de laatste track op de plaat) als teaser te horen en die liet een compleet ander gezicht van de band zien want daar waar “Northern chaos gods” teruggreep naar het “Battles in the north” en “Blizzard beasts” tijdperk zou deze negen minuten durende mid-tempo track vol Bathory-epiek en ijzige cleane gitaarstukken zo op “At the heart of winter” kunnen staan. Wel moet hierbij vermeld worden dat het nummer reeds vanaf de eerste luisterbeurt heel vertrouwd aanvoelde en er dus wel voor een stuk op veilig werd gespeeld door het herrezen Immortal. De zes andere songs liggen in het verlengde van “Damned in black“, mijn favoriete plaat uit het tijdperk met Horgh op drums, en laten met andere woorden een krachtige en agressieve insteek horen. Het gaspedaal wordt in het openingsnummer, “Into battle ride“, “Grim and dark” en “Blacker of worlds” diep ingedrukt zodat we kunnen genieten van het strakke drumspel van Horgh en de venijnige riffs van Demonaz. “Gates to blashyrkh“, “Called to ice” en “Where mountains rise” zijn beukende songs zonder blasts maar mét krachtige riffs én meebrulrefreinen om je vuisten bij in de lucht te steken. Hoewel Demonaz zijn stemgeluid iets heser en minder scherp klinkt als dat van Abbath, kwijt de Noor zich heel goed van zijn taak. Qua lyrics daarentegen moet hij toch dringend eens een nieuw woordenboek aanschaffen want wat we hier (in nog steeds half zijn gat Engels) te lezen krijgen is bijna klakkeloze recyclage van de vorige platen. Deze kritiek ten zijde lijkt Immortal toch een stukje onsterfelijk te zijn want het vertrek van Abbath blijkt geen doodsteek te zijn. Ondanks het feit dat de songs voorspelbaar zijn en meteen heel vertrouwd klinken, laten ze wel een mooie dwarsdoorsnede van de op-en-top signature Immortal-sound horen en overtreffen ze wat mij betreft zelfs het Abbath-debuut. ’t Is alleen te hopen dat de plaat ook spannend genoeg is om binnen enkele maanden nog op te leggen. De hamvraag die nu rest is of Immortal ook terug live gaat spelen en of Demonaz al dan niet de gitaar ter hand zal nemen wegens zijn tendinitis. A voir.

JOKKE: 90/100

Immortal – Northern chaos gods (Nuclear Blast 2018)
1. Northern chaos gods
2. Into battle ride
3. Gates to blashyrkh
4. Grim and dark
5. Called to ice
6. Where mountains rise
7. Blacker of worlds
8. Mighty ravendark

Enslaved – E

Sommigen onder jullie zijn ongetwijfeld afgehaakt zodra het Noorse Enslaved rond de millenniumwissel begon te flirten met psychedelica en progressieve elementen en die stelselmatig haar viking/black-metal liet doordringen en overheersen. En ja ja, sommigen hielden het waarschijnlijk al voor bekeken na “Vikingligr veldi” of “Frost“, maar ik niet! Ik kan elke stijlperiode van Enslaved erg waarderen en vind het kwintet, waarbij zanger/bassist Grutle Kjelsson en gitarist Ivar Bjørnson reeds meer dan 25 jaar de spilfiguren zijn, één van de meest interessante bands van onze aardkloot. Voor het eerst sinds de “Isa“-plaat uit 2004 heeft er trouwens een nieuwe line-upwissel plaats gevonden aangezien keyboardspeler Herbrand Larsen het tourleven grondig beu was en meer tijd in zijn eigen studio wou doorbrengen als producer. Deze switch hield echter ook in dat de overgebleven bandleden op zoek moesten gaan naar een nieuw begenadigd zanger aangezien Herbrand ook instond voor de cleane vocalen die ondertussen niet meer weg te denken zijn uit de Enslaved-sound. Maar wie zoekt die vindt, en jonkie Håkon Vinje (voorheen actief in de progressieve rockband Seven Impale) werd ingelijfd om beide rollen op zich te nemen. Op het kakelverse “E” – langspeler veertien ondertussen waarvan de titel verwijst naar de fonetische waarde van de Ehwaz-rune maar die als een Latijnse M geschreven wordt – is het echter Grutle (in combinatie met co-producer Iver Sandøy) die de cleane zang nog vertolkt aangezien Håkon pas vrij laat aan boord kwam. O.a. in het korte, aanstekelijke en catchy “The river’s mouth” toveren de heldere vocalen kippenvel tevoorschijn. Van Håkon’s fantastische vintage toetsenwerk kan echter wel al volop genoten worden, de ene keer met een serieuze Deep Purple kwinkslag (“Sacred horse“), de andere keer bluesy à la Led Zeppelin (“Axis of the world“). Ondertussen heeft Enslaved een unieke sound die uit de duizenden herkenbaar is, maar de heren dienen toch op te letten dat ze zichzelf niet beginnen herhalen. Zo klinken de main riff en het ritmepatroon aan het begin van opener “Storm son” wel heel gerecycleerd. Toen ik deze elf minuten durende song – die als eerste nieuw nummer vrijgegeven werd – de eerste keer hoorde, was ik niet volledig overtuigd van de flow, maar ondertussen is het kwartje gevallen. Het kolossale nummer bevat zowat alle karakteristieke Enslaved-elementen: de wisselwerking tussen screams en cleane zang, proggy riffs, heftige black metal passages en uitstekend muzikaal vakmanschap. Enslaved levert met “E” dan ook een, enerzijds erg vertrouwd klinkende, plaat af die echter wel weer met kop en schouders boven de grijze massa uitsteekt. Het gaat er best erg progressief aan toe (zoals in het van tegendraadse ritmes aaneengeregen “Feathers of Eolh” en het met saxofoon ingekleurde “Hiindsiight“), maar er zijn nog steeds voldoende heftige passages aanwezig waardoor de contrasterende wisselwerking meermaals voor vuurwerk zorgt. De Röyksopp cover “What else is there?” ontbreekt spijtig genoeg op mijn bruine vinylplaten. Die zal ik dus on-line eens moeten opsnorren. Hulde aan Enslaved; vrijwel de enige Nuclear Blast band die ertoe doet!

JOKKE: 90/100

Enslaved – E (Nuclear Blast 2017)
1. Storm son
2. The river’s mouth
3. Sacred horse
4. Axis of the worlds
5. Feathers of Eolh
6. Hiindsiight
7. Djupet

Vader – Tibi et igni

De nieuwe Vader is de eerste death metal plaat waar ik mijn zegje over doe op Addergebroed. Het genre kan mij al jaren niet meer boeien met al die overgeproduceerde hypersnelle en technische orkestjes, waarbij vingervlug spel en showcase van talent primeert over het schrijven van goede songs. Geef mij dan maar de “gouwe ouwe” bands genre Obituary, Napalm Death, Incantation, Bolt Thrower, Immolation of oude Morbid Angel. Wie natuurlijk niet in dit rijtje mag ontbreken is het Poolse death metal vlaggenschip Vader. Welke muzikanten onze goede vriend Peter op deze elfde full length rond zich verzameld heeft, volg ik al lang niet meer en doet er eigenlijk ook niet toe. Hoewel de andere bandleden wel degelijk deelnemen aan het schrijfproces, hoor je daar niet veel van terug want deze plaat klinkt weer op en top zoals Vader al meer dan 20 jaar klinkt. Bij het aanhoren van openingstrack “Go to hell” lijkt het eerst nog alsof ze de Dimmu Borgir toer opgaan met een majestueuze klassieke intro, maar dan steekt plots een eerste monsterlijke death/trash riff de kop op. Er is geen ontkomen meer aan! Normaal luchtdrum ik erop los, maar bij Vader haal ik mijn luchtgitaar opnieuw van onder het stof. Wat is dit heerlijk opzwepend! Op “Triumph of death” kan je simpelweg niet stil blijven zitten. Rammen en het refrein luidkeels meebrullen is de boodschap. Peter hanteert nog steeds een vrij verstaanbare ruige stem in plaats van een ultradiepe grafputrochel. Op “Hexenkessel” wisselen donderende basdrums af met blast drumwerk en meer hakkende trashpassages. Enkele symfonische toetsen (“The eye of the abyss”, “Hexenkessel”) of technischere stukken zorgen ervoor dat er genoeg afwisseling te horen is en dat de plaat nergens inkakt. Wat me verder opvalt is dat het niveau van de gitaarsolo’s er wel op vooruit is gegaan: meer melodie en minder gescheur. Na al die jaren is Vader het kunstje nog steeds niet verleerd: puur vakmanschap!

JOKKE: 88/100

Vader – Tibi et igni (Nuclear Blast 2014)

1. Go to hell
2. Where angels weep
3. Armada on fire
4. Triumph of death
5. Hexenkessel
6. Abandon all hope
7. Worms of eden
8. The eye of the abyss
9. The light reaper
10. The end

Behemoth – The satanist

Na vijf jaar afwezigheid katapulteert het Poolse blackened death metalmonster Behemoth zich met zijn nieuwste worp “The satanist” in één klap terug naar de allerhoogste regionen van het extreme metalgebeuren. In tussentijd is er natuurlijk veel gebeurd in het kamp van Nergal en zijn kompanen. Zo kreeg de frontman af te rekenen met leukemie. Een strijd die hij met opgeheven hoofd tegemoet ging en (voorlopig) lijkt gewonnen te hebben. Daarnaast bracht deze Poolse ketter zijn biografie nog op de markt en zetelde hij als jurylid in de Poolse editie van The Voice. Over het feit of Nergal al dan niet tot een mediageile aandachtshoer is uitgegroeid, ga ik het hier niet hebben. Wat wel als een paal boven water staat is dat de band zich in tussentijd heeft kunnen herbronnen en ons met “The satanist” toch een enigszins nieuw geluid voorschotelt. Door de bocht genomen, ligt het tempo een tikkeltje lager dan op “Evangelion” en “The apostasy” en door het gebruik van koperblazers en zangkoren in verscheidene nummers klinkt de band ook epischer dan voorheen. Nergals vocalen staan iets minder op de voorgrond dan op vorig plaatwerk en het totaalgeluid ademt terug een meer black metal getinte sfeer uit. Het album trapt af met de als eerste vrijgegeven single “Blow your trumpets Gabriel” waar ook een erg knappe en professionele videoclip van gedraaid werd (zoals we van Behemoth gewend zijn). Hierna is het de beurt aan de meer uptempo song “Furor divinus” die als een goddelijke furie voorbijraast. De volgende tracks “Messe noir” en “Ora pro nobis lucifer” zijn twee midtempo-krakers waarbij vooral in eerstgenoemde track de epische climax van trompetgeschal en een melodische gitaarsolo niet onvermeld mag blijven. Op “Amen” mag drummonster Inferno nog eens laten zien waarom hij tot de absolute top van extreme metaldrummers behoort. Logge passages worden door de man met het grootste gemak afgewisseld met sneller-dan-het-licht blastpassages. “The satanist” is het meest experimentele nummer van  de plaat, waar vooral de vocalen van Nergal terug meer de black metal-richting uit gaan. In “Ben sahar” klinken licht Oosterse invloeden door zoals we die reeds kennen vanop “Zos kia cultus”. In het voorlaatste nummer “In the absence ov light” wordt de extreme razernij onderbroken door een experimenteel middenstuk dat bestaat uit akoestische gitaren, een saxofoonsolo en een Pools spoken word passage. “O father O satan O sun” vormt de epische apotheose van deze beestige plaat. De vorige drie albums lagen me persoonlijk wat minder, maar met “The satanist” heeft Behemoth mijn volle aandacht en interesse terug verdiend, waarvoor hulde!

JOKKE: 89/100

Behemoth – The Satanist (Nuclear Blast)

1.Blow your trumpets Gabriel
2. Furor divinus
3. Messe noire
4. Ora pro nobis lucifer
5. Amen
6. The satanist
7. Ben sahar
8. In the absence ov light
9. O father O satan O sun!