post punk

Yerûšelem – The sublime

Blut Aus Nord is niet voor één gat te vangen, dat weten we al langer dan vandaag. Wie de discografie van deze Franse band erop naslaat, zal een avontuurlijke evolutie detecteren die startte in de vorm van atmosferische black waarin gaandeweg allerlei elementen uit industrial, avantgarde en ambient slopen. Zo vervulde Blut Aus Nord een experimentele pioniersrol in een destijds vrij conservatief genre. De band werd ondertussen meermaals gekopieerd, maar nooit geëvenaard. In het omvangrijke oeuvre van deze twee avontuurlijke Fransmannen zijn er enkele platen die thematisch en stilistisch met mekaar verbonden zijn. Zo heb je de “Memoria vetusta“-trilogie, de “What once was“-trilogie en de “777“-trilogie. De genieën Vindsval en W.D. Feld wilden het sonisch pallet van “777 – Cosmosophy“, het sluitstuk van die laatst vernoemde trilogie, verder exploreren en doen dat gek genoeg niet onder de noemer Blut Aus Nord. Voor deze zijstap werd Yerûšelem in het leven geroepen en de plaat kreeg de titel “The sublime” mee. Een woord dat tevens van toepassing is op het intrigerende artwork van Dehn Sora. Het duo liet zich inspireren door Godflesh, Ministry, Pitchshifter en Skin Chamber maar ook door electronica, post-punk, new wave en dub. Ik las ergens een recensie waarin de reviewer de vergelijking maakte met Godflesh en Jesu, een goede analyse want zo verhouden Blut Aus Nord en Yerûšelem zich inderdaad ook ten opzichte van elkaar. “The sublime” laat immers een toegankelijker en bijwijlen dromerig geluid horen daar waar de hoofdband toch wel een pak dissonanter, duisterder en ontoegankelijker klinkt. In de negen nummers die “The sublime” telt, gooit Vindsval enkel zijn heldere zang in de strijd waarbij de vocalen meestal als extra laag in de muziek gemixt zijn, hoewel ze in “Reverso” ook iets meer op de voorgrond treden. Verder horen we ook beduidend minder distorted gitaren en de geprogrammeerde drums zijn bij wijlen dansbaar. De ruggegraat van de songs wordt in de meer heavy nummers zoals “Autoimmunity” en het mechanische “Joyless” door beats en loops of in “Triiiunity” en “Babel” door groovy baslijnen gevormd in plaats van door riffs. En in de titeltrack of het kippenvelopwekkende “Eternal” lagen meeslepende, repetitieve en hypnotiserende melodieën duidelijk aan de basis. Het korte “Sound over matter” en het afsluitende “Textures of silence” zijn dan weer rustgevende ambient-soundscapes waarvan de titels alleszeggend zijn. We hoorden in de wandelgangen dat de heren na het volgende Blut Aus Nord album, dat voor september gepland staat, aan de opvolger van “The sublime” zullen beginnen. Twee maal een goednieuwsshow dus!

JOKKE: 85/100

Yerûšelem – The sublime (Debemur Morti Productions 2019)
1. The sublime
2. Autoimmunity
3. Eternal
4. Sound over matter
5. Joyless
6. Triiiunity
7. Babel
8. Reverso
9. Textures of silence

Esben And The Witch – Nowhere

Older terrors“, de vorige plaat van het naar een Deens sprookje vernoemde Esben And The Witch was een magistraal pareltje. Ook live wist het trio me omver te blazen met haar pure en ingetogen maar duisternisomarmende performance. Met het nagelnieuwe “Nowhere” breekt een nieuw hoofdstuk aan in de carrière van de Britse, maar vanuit Duitsland opererende band. “The unspoiled” werd als eerste single vrijgegeven en liet een sound horen die verder borduurde op de twee voorgaande platen. De band gaat bij momenten serieus dreunend te werk waarbij de crashende cymbalen en repetitieve drumritmes een storm lijken aan te kondigen, maar verzeilt regelmatig ook in rustigere wateren waarin keyboards subtiel bijdragen aan het mysterieuze gevoel dat de song opwekt. Ook in de bezwerende opener “A desire for light” speelt Esben And The Witch met de tegenstrijdige elementen ‘licht’ en ‘donker’ zoals we dat ondertussen van hen gewend zijn. Het trio gaat op zoek naar een lichtpuntje in de duisternis middels de dronende gitaren van Thomas Fisher, tribalachtige drums van Daniel Copeman en de betoverende zang van Rachel. De electro- en gothicelementen uit het vroeger werk lijken nu wel volledig tot het verleden te behoren. Tweede single “Dull gret” – vernoemd naar het bekende Breughel schilderij – wordt door de bastonen van Rachel in gang gezet waarna haar zang al snel de instrumenten vervoegt en de band middels hoogtes en laagtes in riffs en texturen een post-rock-aanpak in heuse doomstijl aan het nummer geeft. De eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat de hoge uithalen van Rachel me hier lichtjes irriteren. Godslastering, ik weet het. “Golden purifier” is de kortste en meest mellow-track van “Nowhere” waar de drums – op enkele cymbaalklanken op de achtergrond na – achterwege blijven. Een mooie, beklijvende en breekbare song die als een donkere versie van The xx klinkt. In het dromerige en weemoedige “Seclusion” horen we net als in “Golden purifier” subtiele mannenzang die een extra timbre aan de vocale invulling van de nummers geeft. Na deze twee rustigere songs laat het trio in “Darkness (I too am here)” een laatste keer haar unieke mix van pop psychedelia, post-rock, melancholie, doom en post-punk op de luisteraar los. Ten opzichte van de twee voorgaande albums werd subtiel aan die formule gesleuteld. “Nowhere” klinkt immers nóg somberder en donkerder, hoewel “light” het eerste woord is dat in de albumopener gezongen wordt. Met haar rauwe puurheid is “Nowhere” ook directer. De zes songs zijn vrij compact naar Esben And The Witch-normen waarbij er met een speeltijd van minder dan veertig minuten ook minder lange dromerige psyche-pop te bespeuren vallen. “Nowhere” vereiste – zoals elke Esben And The Witch-plaat – de nodige luisterbeurten alvorens haar geheimen volledige prijs te geven. Extra punten tenslotte nog voor de knappe hoesfoto die de muzikale emoties die we op “Nowhere” te horen krijgen perfect capteert.

JOKKE: 85/100

Esben And The Witch – Nowhere (Season Of Mist 2018)
1. A desire for light
2. Dull gret
3. Golden purifier
4. The unspoiled
5. Seclusion
6. Darkness (I too am here)

Ultha – The inextricable wandering

Na een mooi underground-parcours te hebben afgelegd via Vendetta Records, is het grote Century Media de nieuwe thuisbasis geworden van Ultha, zowat dé beste band die de black metal-scene van onze oosterburen te bieden heeft. “Black” is in dit geval echter een groot woord (dixit de band zelf) want hoewel het kwartet puurt uit de duisternis van het genre gaat het echter niet de religieuze, occulte of orthodoxe tour op. En qua sound vindt Ultha zichzelf dichter aanleunen bij post-punk en darkwave dan bij een Darkthrone of Marduk. De nieuwe derde langspeler “The inextricable wandering” draait om melancholie, alomtegenwoordige droefheid en hopeloosheid. Gitarist/zanger en songschrijver Ralph Schmidt bevond zich tijdens het schrijfproces van de plaat dan ook in de zes zwaarste maanden van zijn leven. Als promopraatje voor een metalplaat is een gekwelde ziel natuurlijk altijd mooi meegenomen, maar wie de beste man kent, weet dat dit welgemeende ernst is. Ook angst vormt een rode draad doorheen de plaat. Elk van de zes nummers handelt over een angstpatroon en de gevolgen die Ralph daarvan ondervond. De zesenzestig minuten durende rit is als het ware een dagboek geworden van de algemene angsten die de muzikant voelde en alle rotzooi die hij de afgelopen maanden heeft doorgemaakt. “The inextricable wandering” gebruikt herhaling en repetitieve elementen als grootste kracht en het resultaat klinkt in de magistrale achttien minuten durende afsluiter “I’m afraid to follow you there” hypnotiserend, emotioneel beklijvend en introspectief. In de overrompelende partijen van binnenkomer “The avarist (Eyes of a tragedy)” klinkt het viertal dan weer roofzuchtig en bijtend agressief. In de donkere spleten van Ultha’s sound, waar insecten thuishouden en nachtmerries zich manifesteren, horen we echo’s van Emperor, Wolves In The Throne Room, Fields Of The Nephilim en Neurosis. De darkwave waarover we het eerder hadden, komt duidelijk naar voor in songs als “There is no love, high up in the gallows” en “We only speak in darkness” dat ook wel wat recente Tombs uitademt. Standaard black metal-elementen zoals blast beats, gure riffs en ijzige screams komen er in deze nummers niet aan te pas; duisternis en desolaatheid des te meer. Ook in de riffs van “Cyanide lips” snappen we het statement van de band aangaande post-punk en horen we best wel wat Planks terug, de oude band van Ralph. Ultha heeft zich met “The inextricable wandering” opnieuw overtroffen en verkent duidelijk nieuwe paden ten opzichte van de reeds geweldige voorganger “Converging sins“, hier kunnen we alleen maar respect voor hebben. Misschien dat sommigen echter wel teleurgesteld gaan zijn daar er iets minder échte black metal-stukken te horen zijn, hoewel deze puristen met het keizerlijke “With knives to the throat and hell in your heart“, waarin triomfantelijke keys heel wat speelruimte krijgen, toch serieus aan hun zwartgeblakerde trekken zullen komen. Het onvolprezen Ultha levert opnieuw jaarlijstmateriaal af!

JOKKE: 90/100

Ultha – The inextricable wandering (Century Media 2018)
1. The avarist (Eyes of a tragedy)
2. With knives to the throat and hell in your heart
3. There is no love, high up in the gallows
4. Cyanide lips
5. We only speak in darkness
6. I’m afraid to follow you there

Witch Trail – Thole

Het sympathieke Babylon Doom Cult Records heeft al enkele interessante releases op haar palmares staan en voegt daar met “Thole“, de nieuwe EP van ons eigenste Witch Trail, een puike uitgave aan toe. Hoewel qua speelduur langer dan debuut “Nithera“, beschouwt het trio “Thole” dus toch niet als een volwaardige langspeler. Het zij zo. Wat ik zo fijn vind aan Witch Trail is dat ze elementen van black, thrash, punk, en death-rock in één grote mengketel gieten en daar een vrij unieke en eigenwijze sound uit weten distilleren. “Fever pulse” en “New worlds for old” klinken als een kruisbestuiving tussen punky Darkthrone, rechttoe-rechtaan Aura Noir en een noisey variant van Pixies. Op plaat vind ik het black metal-aandeel zwaarder doorwegen dan tijdens live optredens, waar een no-nonsense attitude en een op het eerste zicht nonchalante punk-spirit de overhand nemen, hoewel de jongens best weten waar ze mee bezig zijn. “Splendour” is een mooi voorbeeld van een song die haast in ware goth-rock stijl aftrapt maar gaandeweg extremere oorden verkent waarbij er zowaar enkele blasts voorbijkomen en naar het einde een post-rock climax opdraaft. In het lange en loodzware “Unnatural caresses” ragt Hendriks bas als een tientonner door waarna opzwepend drumwerk en punky riffs het overnemen. Met vocalen wordt spaarzaam omgesprongen maar zowel drummer Laurens als gitarist Jeffrey verdelen de taak van het screamen met verve wanneer de songs erom vragen. De plaat klinkt dynamisch en heeft een rauw karakter wat uitermate past bij de ietwat chaotische muziek van het trio. Vooral naar het einde van de EP toe toont Witch Trail in het sludgy “Transe” haar voorliefde voor uitbundige noise-achtige chaos. In afwachting van de fysieke releases, die door een misprint en ellenlange vertragingen wel behekst lijken te zijn, valt de EP te beluisteren op de Bandcamp-pagina van de band. Allen daarheen en daarna richting Babylon Doom Cult Records voor een CD of vinyl!

JOKKE: 82/100

Witch Trail – Thole (Babylon Doom Cult Records 2017)
1. Fever pulse
2. New worlds for old
3. Splendour
4. Unnatural caresses
5. Thin
6. Transe

Grave Pleasures – Dreamcrash

Ik ben een liefhebber van fysieke muziekreleases en soms (nu minder dan vroeger) laat ik me door een albumhoes overtuigen om een plaat aan te schaffen zonder ook maar één noot muziek gehoord te hebben. En zo geschiedde het dat ik thuis kwam met “Climax” van Beastmilk. De bandnaam en ontzettend gave hoes met doodshoofd en kelk deden me vermoeden dat ik hier met een occult black metal collectief te maken zou hebben. Een blik op de line-up met ondermeer Mat ”Kvohst” McNerney (o.a. ex-Dødheimsgard, Hexvessel, ex-Code) en een gitarist genaamd Goatspeed in de gelederen versterkte mijn voorgevoel nog meer. Groot was mijn verbazing dan ook dat ik extreem catchy apocalyptische post-punk te horen kreeg eens de naald het vinyl raakte. Ik was instant fan en even later schoot de populariteit van de band de hoogte in waarbij hun platen gretig aftrek vonden bij zowel metalheads als indie kids of gothic punks. Spijtig genoeg bleek er al snel een haar in de boter te zitten en na de split met gitarist Johan “Goatspeed” Snell begin 2015, gingen Kvohst en bassist Valtteri Arino verder onder de monniker Grave Pleasures. Enigszins vreemd dat de band zich live nog als een Finse band voorstelt want naast de Finse bassist is Kvohst een Brit en werd de line-up uitgebreid met de (extreem bevallige) Zweedse gitariste en songwriter Linnéa Olsson (ex-The Oath) en vellenmepper Uno Bruniosson van het ter ziele gegane Zweedse In Solitude. Even later vervoegde live en studio gitarist Juho Vanhanen van de Finse psychedelische black metal band Oranssi Pazuzu het kwartet nog wel, maar ik zou de band eerder als een internationaal collectief bestempelen. Soit, over naar de nieuwe plaat “Dreamcrash” die sinds kort in de rekken ligt. Ik ga niet onder stoelen of banken steken dat de eerste twee à drie luisterbeurten vrij teleurstellend waren. De songs bleven niet hangen en het totaalgeluid is van Joy Division worship meer richting indie rock met poppy overtoon opgeschoven. In plaats van “Dreamcrash” meteen volledig af te schrijven, heb ik de plaat echter gemoedelijk op me laten inwerken en uiteindelijk ontplooien de elf nummers zich als een boeiende rit. Up-tempo stampers als “Utopian scream” en “Futureshock“ doen je zowel op plaat als live zin krijgen om je dansschoenen aan te trekken. Zowel Uno als Valtteri zorgen meer dan eens voor een stuwende groove waarover de gitaartandem een dromerig maar tegelijkertijd grimmig sonisch web weeft. Verder valt op dat voornamelijk Kvohst enorm gegroeid is in zijn rol als frontman en een veelzijdig begenadigd zanger blijkt te zijn (hoewel met een hoog love it or hate it gehalte). De teksten bulken nog steeds van onderwerpen als angst, paranoia, dood, liefde, seks, poëzie en tongue-in-cheek sarcasme, hoewel je op basis van het meer poppy karakter het album minder duister zou voordoen dan haar voorganger. Al wie gebrand was op een tweede “Climax” zal dan ook snel met de staart tussen de benen afdruipen. De talrijke krakers als “Death reflects us”, “The wind blows through their skulls”, “Genocidal crush”, “You are now under our control” en “Love in a cold world” van het debuut zijn er niet te vinden, hoewel de single “New hip moon“, het kort maar krachtige “Taste the void” (hallo Danzig!),  en de opener en afsluiter het dichtst in de buurt komen. Grave Pleasures laat op “Dreamcrash” meerdere facetten zien waarbij ze niet bang zijn om ook rustigere wateren te bevaren zoals het ingetogen “Crisis” of het toegankelijke “Girl in a vortex”, zonder dat het er te stroperig aan toe gaat. Een nummer als “Crooked vein” doet het heer dan weer minder goed. De eerder poppy nummers zorgen ervoor dat de band dan ook perfect een meer mainstream StuBru-publiek (liefhebbers van Editors, Kaiser Chiefs, White Lies, …) zou moeten kunnen bekoren. De grote podia lonken dan ook hoewel ik de band liever in een kleine zweterige club bezig zie en hun bandnaam airplay op de grote radiostations niet meteen zal bevorderen, maar dat vinden we allerminst erg!

JOKKE: 83/100

Grave Pleasures – Dreamcrash (Sony Music/Columbia 2015)
1. Utopian scream
2. New hip moon
3. Crying wolves
4. Futureshock
5. Crisis
6. Worn threads
7. Taste the void
8. Lipstick on your tombstone
9. Girl in a vortex
10. Crooked vein
11. No survival