predatory light

Vanum – Ageless fire

We zijn nog aan het bekomen van “Sacrifice“, de nieuwe release van Ruin Lust, of daar is Michael Rekevics al weer. Deze keer laat hij van zich horen in de vorm van Vanum, de band die de drummer (maar zeg gerust ook multi-instrumentalist) in 2014 samen met Kyle Morgan (Ash Borer, Predatory Light, Superstition) oprichtte. We zijn na het sterke debuut “Realm of sacrifice” uit 2015 en de twee jaar geleden verschenen EP “Burning arrow” ondertussen bij de tweede langspeler “Ageless fire” aanbeland waarop het duo naar een kwartet is uitgegroeid doordat de voormalige live-muzikanten E. Priesner en L. Sheppard nu als permanente leden aan boord getrokken zijn. Het debuut liet een sombere insteek horen met een focus op texturen en traag opbouwende dynamiek terwijl op de EP meer invloeden uit de klassieke Helleense scene verkend werden. Platen zoals Rotting Christ’s “Triarchy of the lost lovers” en “Walpurgisnacht” van Varathron vormen nog steeds een inspiratiebron maar ook het majestueuze en triomfantelijke van een Bathory waart doorheen de zes songs. Het album handelt over de brutaliteiten van oorlog voeren maar ook over – hoe raar het soms kan klinken – de schoonheid die erin ontdekt kan worden. De toon wordt gezet middels de instrumentale opener “War” waarin de spanningsboog langzaamaan opgespannen wordt om vervolgens middels “Jaws of rapture” een salvo aan in-vuur-gedrenkte pijlen op de luisteraar af te vuren. De vurige tremolo riffs vallen uit de hemel op je neer en het is wanhopig zoeken naar een veilige plek om aan dit helse bombardement te ontkomen. Naarmate de song vordert vinden we gelukkig een schuilplaats in de meer melodieuze passages waarin keys opdraven die wat ademruimte inbouwen tussen de goed geplaatste gitaarsolo’s. “Eternity” klokt op meer dan tien minuten af en bevat een Agallochiaanse melodieuze lead die dwars doorheen de eerste helft van het nummer klieft totdat ze moederziel alleen overblijft. De spanning wordt opnieuw gestaag opgebouwd waarbij majestueuze black een nieuwe mood switch inluidt. De triomfantelijke door keyboards ondersteunde epiek wordt verder doorgetrokken in “Under the banner of death” totdat na een drietal minuten de vocalen invallen en “Under the banner of death I am alive” scanderen. De blaffende, nogal vlakke zang zal misschien niet iedereen kunnen bekoren en staat bij momenten in schril contrast met het erg melodieuze karakter van de muziek. De emotionele geladenheid is echter torenhoog, iets waar de met veel gevoel uitgevoerde solo’s en minutieuze keyboardpartijen toe bijdragen. Alvorens “Erebus” de plaat op een introspectieve instrumentale wijze een halt toeroept, is er nog de titeltrack die opnieuw uitblinkt in een pakkende mix van adembenemende melodie en razernij waarin de eerder aangehaalde Griekse invloeden duidelijk naar voor komen. Vanum gaat heel wat nieuwe zieltjes veroveren met deze geweldige nieuwe schijf. Een tour met Ultha zou in de maak zijn. Mooi, dan kunnen de Amerikanen hun overrompelende Roadburnset van twee jaar geleden herhalen. Dat belooft!

JOKKE: 90/100

Vanum – Ageless fire (Profound Lore Records 2019)
1. War
2. Jaws of rapture
3. Eternity
4. Under the banner of death
5. Ageless fire
6. Erebus

Lubbert Das – De plagen

Het Nederlandse Haeresis Noviomagi heeft er een enorm productief en succesvol jaar opzitten met killer releases van Solar Temple en Iskandr en twee fantastische splits van Turia met Vilkacis en Fluisteraars. Als kers op de taart krijgen we op tweede kerstdag nog een eerste volwaardige langspeler van Lubbert Das. De band werd in 2012 in Nijmegen opgericht en bracht reeds een demo (“Keye“) uit in 2013 en een EP (“Deluge“) in 2015. Het trio bestaande uit R (gitaar en zang), O (bas en zang) en J (drums en zang) heeft met “De plagen” een zinderende brok black uitgebracht die fans van het label blind kunnen aanschaffen, want hoewel het grootste deel van de muziek van R’s hand is hoor je naast echo’s van USBM à la Vilkacis en Predatory Light toch ook de invloed van enkele van O’s andere bands en dan voornamelijk Turia. Het trio vertrekt op “De plagen” waar “Deluge” stopte maar op productioneel vlak werd dankzij de mastering door Greg Chandler (Priory Recording Studios) een grote stap voorwaarts gezet maar met behoud van een ongepolijst karakter. Thematisch gezien heeft Lubbert Das vier plagen die de duistere middeleeuwen kwelden in songs gegoten: de vernietigende kracht van hongersnood, de verwoestende zwarte dood, het bloedvergieten veroorzaakt door strijd en oorlog en de monsterlijke beesten die in de wildernis huishouden. Het groovende canvas van de vier lange nummers wordt tot een maximum opgespannen middels door merg en been snijdende riffs, bezeten ijle screams en diepere growls, repetitieve drumsalvo’s en een voortdurende drang naar duistere melodie. “De honger” opent “De plagen” veelbelovend met een heerlijke brok snelle hypnotiserende black waarbij er ook diepe putgorgels opborrelen uit de hellekrochten die geopend worden. De repetitieve drums en de bezwerende onderstroom aan riffs en melodieën van de opener hakken meteen tot in het diepste van onze ziel en maken ons hongerig naar de rest van de plaat. “De pest” ontpopt zich na een meer ingetogen intro en een slepende aanzet na een drietal minuten tot een dodelijke en besmettelijke parasitaire aanval op de zenuwen waarbij snedige riffs doorheen onze gehoorgang klieven. Wat een nummer goddomme! “Het zwaard” snijdt aan twee kanten middels mid-tempo en up-tempo black die de adem doet stokken met haar ongebreidelde duisternis en dreigende onderhuidse baslijnen. In het venijnige “Het zwijn” worden voor een laatste keer alle remmen los gelaten en klinkt het alsof we vertrappeld worden door een kudde op hol geslagen everzwijnen waarbij gitaar, drums, bas en zang elkaar in een vurige brok lo-fi waanzin meezuigen doorheen een verstikkende maalstroom totdat mens en dier mekaar vinden en primaire menselijke krijsen een symbiose vormen met knorgeluiden van zwijnen. De zwarte (metaal)dood verspreidt zich heden ten dage als een plaag over de aardbol en maakt wereldwijd slachtoffers waarbij het wel lijkt alsof Nederland het nieuwe IJsland is geworden op vlak van infectueuze, intrigerende en incestueuze black. De bloeiende scene bij onze noorderburen resulteert volgend jaar dan ook terecht in een showcase en commissioned piece op het prestigieuze Roadburn. 

JOKKE: 87/100

Lubbert Das – De plagen (Fallen Empire Records/Haeresis Noviomagi/Amor Fati Productions 2018)
1. De honger
2. De pest
3. Het zwaard
4. Het zwijn

De Pankraker

Ondergetekende had de eer om gisteren als laatste interimkracht De Pankraker over te nemen. Een twee uur durende black metal trip met ondermeer mijn persoonlijke top 3 qua Belgische black metal platen. Enjoy!

JOKKE

Playlist:
1. Volahn – Chamalcan
2. Twilight – 8,000 years
3. Reverorum Ib Malacht – Etia si omnes, ego non
4. Óreiða – Blindur
5. Knokkelklang – Urstanken
6. Kvist – Vettenetter
7. Vargrav – Limbo of abysmal void
8. Lunar Aurora – Im Gartn
9. Predatory Light – Death essence
10. Uškumgallu – Dreams of blood
11. Gnipahålan – Inom det förgångna
12. Kwade Droes – Witte duivel
13. Gotmoor – Vergane glorie
14. Iconoclasm – Levend vuur
15. Paragon Impure – To Gaius part 1

Mania – Reality is the true horror

Toen Wolves In The Throne Room met het magistrale “Two hunters” mijn wereld op zijn kop zette, begon ik als een gek alle Cascadian bands uit te checken. Zo kwam ik ook terecht bij het uit Oregon afkomstige Mania en haar plaat “The death of birth“. Erg ondersteboven was ik hier niet van maar de “selftitled” uit 2010 kon me met haar mix van ruwe old school black, ingetogen passages en doom al meer bekoren. Fast Forward naar Roadburn 2018. Door de grote verscheidenheid aan bands is het steeds keuzes maken op deze hoogmis van avontuurlijke heavy muziek. En kiezen is verliezen. Dit jaar was dat ondermeer het missen van Mania in de Cul de Sac want nadien hoorde ik niets dan superlatieven over diens set. De line-up is in de loop der jaren gereduceerd van een trio tot een éénmansband waarbij Nate Myers als enige overgebleven is. We kennen de man onder andere van de geweldige orkestjes Predatory Light, Vanum en Hell. Op het podium vertaalt dit eenmansgegeven zich tot zowat het tegenovergestelde van een band met drumcomputer. Achter een vijftal versterkers zónder instrumenten staat Meyers’ drumkit waarop hij alle ritmes uitperst terwijl hij alle overige instrumenten via een gesplitst signaal vanuit zijn laptop naar de amps stuurt. Moet een héél cool zicht geweest zijn naar ’t schijnt. Op aanraden van mijn vrienden ben ik zijn laatste nieuwe release dan maar aan de merchstand gaan oppikken. Omdat diskettes nu echt wel niet meer van deze wereld zijn (ik vraag me nog altijd af wat daarop zou staan), schafte ik “Reality is the true horror” op DIY cassette aan. Meteen valt op dat de korte, maar woeste opener “Getting nowhere” ook al op “Mania” te horen was terwijl de twee laatste nummers “No escape” en “No future” origineel ook op “The death of birth” verschenen. De overige zes tracks zijn spiksplinternieuw en zoeken opnieuw het spanningsveld op tussen ongepolijste en compromisloze black enerzijds en ingetogen passages anderzijds. Ingetogen betekent echter niet liefelijk in dit geval, want het instrumentale “Virion” wasemt toch een zeker horrorsfeertje uit. In het striemende, zeven minuten durende “Where is God?” splijten melodieuze gitaarsolo’s onze schedel in twee en dragen piano- en serene vioolklanken even later bij tot het schizofrene karakter van de muziek. “Endless state of decay” doet het zonder luide drums en maniakale screams, maar vormt middels gitaar, piano en viool een – zij het macaber – rustpunt op deze plaat met nihilistische en pessimistische kijk op de wereld. “Philosophy of desire” heeft dan weer meer weg van een instrumentale jam en vloeit naadloos over in “Black” waar de black metal elementen terug de overhand nemen en deze een triomfantelijk gevoel uitstralen (hier horen we dan ook subtiele invloeden van WITTR terug). Het oudje “No escape” mixt punky black met melodieuze doomleads en “No future” bevat dan weer progressiever en technischer gitaarwerk dat in combinatie met een synth-onderlaag naar Mare Cognitum neigt. Kortom, Nate Myers laat een gevarieerde sound horen op zijn vijfde langspeler die hier nog regelmatig door de boxen zal knallen.

JOKKE: 80/100

Mania – Reality is the true horror (Eternal Warfare Records 2018)
1. Getting nowhere
2. End everything
3. Virion
4. Where is God?
5. Endless state of decay
6. Philosophy of desire
7. Black
8. No escape
9. No future

Mûspellzheimr – Nidhöggr

Als de lijstjes van gelukkigste mensen ter wereld bekend worden gemaakt, staan de Denen doorgaans ergens bovenaan. Dat heeft onder andere te maken met de uitstekende werking van hun sociale zekerheid, de goede gezondheidszorg, het prima onderwijs en de manier waarop de arbeid is georganiseerd. Hierdoor blijft er voldoende tijd over voor “hygge“, de Deense manier van genieten van het leven, een modewoord dat de afgelopen twee jaar ook hier bij ons opdook. Haaks op die Deense gezelligheid en het creëren van fijne warmte staat de nieuwe, tweede langspeler van Mûspellzheimr. Denemarken heeft altijd al wat achterop gehinkt als we over Scandinavische black metal spreken, hoewel deze band (samen met Solbrud) bewijst dat er ook in het land van het smørrebrød en Carlsberg nog steeds héél degelijke black metal gespeeld wordt. Net zoals de tracklist van haar platen, baadt ook de line-up van Mûspellzheimr in één groot mysterie. Met een speeltijd van een half uurtje lijkt het nieuwe “Nidhöggr” misschien wat aan de korte kant te zijn, maar ik verzeker je dat je compleet uitgeteld zal zijn na het aanhoren van al deze angstaanjagende rauwe zwartgeblakerde klanken. De distorted gitaren creëren een verstikkende maalstroom aan verzengende vulkanische hitte – de bandnaam verwijst niet voor niets naar de Vuurwereld uit de Noordse mythologie – waar schrikwekkende hoge, ijle screams doorheen klieven. Waar de zanger het over heeft, is me een raadsel, maar afgaande op de albumtitel vermoed ik dat de nummers handelen over de draak of slang die eeuwig en altijd aan de wortels van de levensboom Yggdrasil knaagde. Een song zoals “II” springt eruit met haar repetitieve, trance-opwekkende karakter en penetrante duisternis en de snijdende leads van “V” ademen een triomfantelijk gevoel uit. Doorheen de dichte waas aan riffs en blasts zal het getrainde oor een goed verstopte sacraal aanvoelende ambient-laag ontwaren die desondanks haar subtiele karakter onlosmakelijk bijdraagt tot deze pikzwarte hoogmis. Mûspellzheimr is voer voor avontuurlijke black metal fanaten die hun favoriete muziek verre van gestroomlijnd, dun afgelijnd en fijn afgeborsteld willen hebben (denk aan Skáphe, maar ook aan bands als Predatory Light of Throne Of Katharsis). Waarmee ik niet wil zeggen dat de Denen een ongeleid projectiel zijn, want wie deze duisternis meermaals ondergaat zal na verloop van tijd de nodige houvast vinden in deze chaotische draaikolk. Nog even meegeven dat debuutplaat “Hyldest til trolddommens flamme” recent ook door Amor Fati terug op de markt werd gebracht. Aanschaffen die handel!

JOKKE: 82/100

Mûspellzheimr – Nidhöggr (Amor Fati Productions 2017)
1. I
2. II
3. III
4. IV
5. V
6. VI

Vanum – Burning arrow

De heren Kyle Morgan en Mike Rekevics kunnen weinig fout doen bij ondergetekende. Elke week spint er wel een plaat waar één van hen op te horen is haar rondjes op mijn draaitafel. Zij het Ash Borer, Predatory Light, Vilkacis, Fell Voices, Vorde, Yellow Eyes of Ruin Lust. Met “Realm of sacrifice” leverde Vanum twee jaar geleden al een knap debuut af. Met een gezamenlijke tour met Ash Borer op de planning, levert het duo vers plaatwerk af, zij het deze keer een EP getiteld “Burning arrow“. Hoewel de drie songs gemiddeld een minuut of acht duren, zijn ze ten opzichte van het debuut meer gestroomlijnd en van overtollig vet ontdaan. Bovendien werd de inspiratie deze keer meer uit de klassieke Griekse en Slavische black metal scene van begin jaren negentig gehaald, hoewel er op het debuut ook al een enkele knipoog naar een band als Drudkh te ontwaren viel. Adjectieven die de sound en atmosfeer beschrijven zijn deze keer dus eerder “triomfantelijk”, “tragisch”, “bombastisch” en “glorieus” in plaats van “melancholisch” en “introspectief”. Doorheen de multi-gelaagde gitaarsound weerklinken orchestrale toetsen die refereren aan het latere werk van Bathory. Hoewel er links en rechts enkele typische signature riffs van Kyle opduiken, onderscheidt Vanum zich nu met een eigen smoelwerk meer van Ash Borer en Fell Voices. Op tekstueel vlak zijn de songs doordrongen van alchemie en het gedachtegoed van psycholoog Carl Jung met betrekking tot “nigredo” of “zwartheid”, in alchemistische termen ook wel “verrotting” of “ontbinding” betekenend. Jung interpreteerde “nigredo” als een moment van maximale wanhoop en zag het als een voorwaarde voor verdere persoonlijke ontwikkeling. De innerlijke zoektocht naar het zelfbewustzijn en de eindeloze persoonlijke strijd komen sterk tot uiting in deze spirituele black metal met “Spring of life” als hoogtepunt. Sterke EP die met elke luisterbeurt groeit. Benieuwd naar Vanum’s live show op Roadburn waarvoor bijkomende muzikanten uit het aanverwante Predatory Light opgetrommeld worden.

JOKKE: 85/100

Vanum – Burning arrow (Profound Lore Records/Psychic Violence 2017)
1. Watcher in the eastern sky
2. Immortal will
3. Spring of life

Ash Borer – The irrepassable gate

Tijdens het gesprek dat ik eerder dit jaar met Michael Rekevics voerde, liet de trommelaar zich ontvallen dat er snel nieuw werk van het geniale Ash Borer zat aan te komen. Hij zit natuurlijk dicht bij de bron vermits hij samen met Kyle Morgan (Ash Borer’s zanger/gitarist) ook Vanum vormgeeft en nog een tijdje als live-sessie bassist fungeerde. In de periode 2010 tot 2013 werden we met de regelmaat van de klok op nieuw werk van de Amerikanen getrakteerd (zes releases in totaal), maar na het uitstekende “Bloodlands” moesten we drie jaar op onze honger blijven zitten. In tussentijd verschenen van genre- en bondgenoten Vanum, Vilkacis en Predatory Light natuurlijk ook de nodige knappe releases waar we onze tanden op kapot konden bijten. Maar toch is Ash Borer steeds mijn favorietje geweest binnen de atmosferische USBM-scene. De verwachtingen voor “The irrepassable gate” zijn met andere woorden hoog, torenhoog. En de twaalf minuten durende openingstrack waarbij een trage gitaarriff onderstuwd wordt door snelle drums – wat een knappe dynamiek oplevert-   lost deze meteen ook in. De overheersende lead guitar vervult haar rol als leidraad doorheen het nummer en wekt voortdurend ononderdrukbare emoties op. Niet alleen in dit openingsnummer maar ook in “Lacerated spirit” zit een soort onoverwinnelijk en triomfantelijk gevoel vervat dat door subtiel aangewende keys gecreëerd wordt. Het is tevens een grotendeels midtempo song waarop Ash Borer haar gekende sound verlaat en voorzichtig nieuwe paden betreedt – vooral in de eerste helft – want nadien krijgen we hun trademark snelle overrompelende atmosferische krachtpatserij terug te verwerken. “Grey marrow” is van begin tot eind op-en-top vintage Ash Borer met high pitched licks zoals we die ook kennen van Predatory Light, een andere band waar Kyle actief in is. Bassist R, die van een hele resem bands van het Vrasubatlat-label deel uitmaakt, neemt voor het eerst het gros van de vocalen op zich en kwijt zich goed van zijn taak. Ook met “Rotten firmament” consolideert Ash Borer haar vakmanschap als het aankomt op het schrijven van lang uitgerekte atmosferische black metal die geen seconde verveelt, maar je als luisteraar meermaals in vervoering brengt. Ongetwijfeld jaarlijstmateriaal!

JOKKE: 90/100

Ash Borer – The irrepassable gate (Profound Lore Records 2016)
1. The irrepassable gate
2. Lacerated spirit
3. Lustration I
4. Grey marrow
5. Rotten firmament
6. Lustration II

Ultha – Converging sins

Je hebt bands die er acht jaar over doen om met een nieuw album op de proppen te komen en je hebt er waarbij de inspiratiebron eerder like an everflowing stream is. Het Duitse Ultha behoort tot de laatste categorie en lijkt in een vat toverdrank gevallen te zijn want sinds hun oprichting in 2014 zijn ze erg actief met het afgelopen jaar zelfs drie releases op de teller. Eerst was er de “Dismal ruins” EP die een lichte sluier ophief over de nieuwe sound die ontwikkeld werd na toevoeging van keyboardspeler Andy Rosczyk, terwijl we kortelings daarna een split met Morast voorgeschoteld kregen waarop beide bands hun liefde voor Bathory in het zwarte wax beitelden. En nu is met “Converging sins” ook de tweede langspeler een feit. De Ultha leden namen in het verleden al ruim de tijd om hun zegje te doen, maar op de nieuwe plaat draaien ze hun hand niet om voor songs die het kwartier overschrijden. De voorliefde voor USBM was reeds hoorbaar in het oude werk, maar nu is de invloed van Ash Borer, Weakling, Wolves In The Throne Room en andere boomknuffelaars nog verder in de sound van het vijftal doorgedrongen en dat juich ik met open armen toe! “The night took her right before my eyes” is met zeventien minuten speeltijd niet meteen een Radio 2-hitje. Na een heel-erg-aan-Ash-Borer-schatplichtige intro met cleane gitaren worden alle registers open getrokken en vliegen de blasts en razende riffs ons rond de oren. Op vocaal gebied valt er voldoende afwisseling te bespeuren tussen de hoge, ijle screams van bassist Chris en de diepere stembandverkrachting van gitarist Ralph. De vrouwelijke zanglijnen die het veel rustigere, maar daarom niet minder intense “Mirrors in a black room” inkleuren, werden ingezongen door Rachel A. Davies van Esben and The Witch. ’t Is eens iets anders om haar vocalen in een metalen omgeving te horen opduiken in plaats van in de electronic dubstep soundscapes die we van het Britse trio gewend zijn. In het snelle, hypnotiserende “You will learn about loss” worden grote stukken dan weer door een bezwerende cleane diepe mannenstem gedragen. Met “Athame | Bane emanations” bewijst Ultha ook doomy slepende tracks te kunnen pennen. Sowieso draagt de wisselwerking tussen snelle en trage passages enorm bij aan de dynamiek van het werk. Hoewel de plaat over de gehele lijn erg sterk is, wordt met het massieve “Fear lights the path (Close to our hearts)” het beste voor het letste bewaard. Opnieuw een lang uitgesponnen track met een duidelijke knipoog naar de USBM-scene, waarin voortdurend met erg pakkende gitaarmelodieën en snijdende leads à la Predatory Light wordt uitpakt die nog een tijdje blijven nazinderen. Kippenvel galore! Nieuwkomer Andy bewijst een absolute meerwaarde te zijn en verrijkt niet alleen de sound met zijn electronics en keyboardklanken, maar nam meteen ook maar plaats achter de knoppentafel en hoewel de plaat in het repetitiekot van de band opgenomen werd, is de sound enorm krachtig, vuil en rauw. Zo horen we het graag! Met tweede gitarist Ralf Conrad werd Ultha opnieuw van vers zwart bloed voorzien, hoewel ook oudgediende Jens op “Converging sins” nog op gitaar te horen is. “Converging sins” is een major leap vooruit ten opzichte van debuut “Pain cleanses every doubt” en biedt een uur kwaliteitsmuziek waar ik de winter zeker mee ga doorkomen. Wat laat Ultha het in Keulen donderen met deze beest van een plaat zeg!

JOKKE: 92/100

Ultha – Converging sins (Vendetta Records 2016)
1. The night took her right before my eyes
2. Mirrors in a black room
3. Athame | Bane emanations
4. You will learn about loss
5. Fear lights the path (Close to our hearts)

Michael Rekevics – Prefereert eerlijkheid boven aanstellerij of pose

Een paar maanden  geleden ontmoette ik de Amerikaan Michael Rekevics in de Antwerpse Kavka toen hij op tour was met Yellow Eyes. Hoewel hij zijn identiteit niet verbergt achter een welluidend pseudoniem zoals Frost of Hellhammer, is hij toch een opmerkelijke drummer. Wat Michael van vele andere black metal drummers onderscheidt, is zijn ongetemde energie en rauwe, primaire en agressieve speelstijl. We vinden de Amerikaan op de drumkruk terug bij tal van USBM bands (Fell Voices, Vorde, Yellow Eyes, Vanum, etc.), maar daarnaast is Michael ook een multi-instrumentalist, wat hij bewijst met zijn éénmansbands Sleepwalker en Vilkacis. Omdat interviews met zijn bands schaars zijn, leek het me de ideale gelegenheid om Michael eens wat vragen voor te schotelen omtrent al zijn bands en projecten. Daar hij zo’n bezige bij is, heeft het dan ook nog enkele maanden geduurd vooraleer zijn antwoorden in mijn mailbox terecht kwamen. (JOKKE)

michael1(c) Jack Crosbie

Hi Michael! Laten we van start gaan met Yellow Eyes, de in New York gevestigde black metal band, die je in de loop van vorig jaar vervoegde ter vervanging van drummer Jon Chamberlin. Je dook de studio in met de Skarstad broers wat resulteerde in de release van “Sick with bloom” (Gilead Media), meteen ook het hoogtepunt in de Yellow Eyes discografie. Hoe ben je bij de band terecht gekomen en hoe verlief de Europese tour?
Ik ben al geruime tijd bevriend met Yellow Eyes. Ze deelden regelmatig de affiche met Vorde, Vilkacis en Fell Voices waardoor een gemeenschappelijke band tussen ons ontstond op vlak van gevoel en benadering van kunst en muziek. We voelden ons een soort outsiders binnen de dominante metal “scene” en groeiden op een natuurlijke manier naar mekaar toe als samenwerkers. Toen Jon aankondigde dat hij naar Californië wou verhuizen, vroegen ze me initieel enkel om de drums in te spelen op “Sick with bloom“. Ik ging de uitdaging meteen aan, maar was me er ook wel degelijk van bewust dat mijn drumstijl in vrij groot contrast staat met de techniciteit van Jon zijn speelstijl. Tijdens het schrijf- en repeteerproces werd me echter duidelijk dat de Skarstad broers gretig waren om samen met mij te schrijven in plaats van me enkel als menselijke drummachine te gebruiken waardoor ik al snel een vast bandlid werd in plaats van een sessielid. Het daaropvolgende tourproces is immens positief verlopen, waardoor ik er enorm naar uitkijk om met hen aan nieuw materiaal te werken.

Je bent het meest gekend als drummer van Fell Voices. Na het wereldwijde succes van Wolves In The Throne Room, begon de zogenaamde Cascadian black metal stijl uit zijn voegen te barsten. Samen met Ash Borer, bracht Fell Voices meerdere fantastische releases uit voor zij die het graag iets rauwer hebben vergeleken met Wolves In The Throne Room. Het laatste Fell Voices album (“Regnum saturni“) dateert alweer uit 2013. Wat is de status van de band? Is er een nieuwe plaat op komst?
Vooraleer op je vraag te antwoorden toch even meegeven dat Fell Voices zich nooit profileerde als een “Cacscadian” black metal band. De term “Cascadian” verwijst naar een specifieke geografische regio die zich uitstrekt van het Noord-Westen van de Verenigde Staten tot de Zuid-Westelijke hoek van Canada. Wij zijn ontstaan in Santa Cruz (California), HONDERDEN kilometers verwijderd van zelfs de meest zuidelijke uitloop van de Cascadian bergketen. Fell Voices als “Cascadian” bestempelen zou hetzelfde zijn als een band van Amsterdam bestempelen als Iberische black metal band. Totaal absurd!
Dit terzijde is er inderdaad vooruitgang met het nieuwe album, zij het enorm traag. Het schrijfproces bij Fell Voices verloopt erg organisch en collectief en wordt gekenmerkt door herhaling, improvisatie en voortdurende herziening. Het is niet zo simpel als één persoon die al het materiaal schrijft en dit de anderen aanleert, zoals bij andere bands waarvan de bandleden ver uit mekaar wonen. Het feit dat ik aan de andere kant van de Verenigde Staten woon, gekoppeld aan alle niet muziekgerelateerde verplichtingen, maakt het moeilijk om met enige consistentie aan de nieuwe plaat te schrijven. Dat gezegd zijnde, is Fell Voices zeker niet gedaan voor mij. Het spelen bij deze band is absoluut uniek ten opzichte van alle andere projecten waarbij ik betrokken ben en ik denk dat we allemaal de intensie hebben ons collectieve werk verder te zetten, zelfs als het de nodige tijd zal vragen.

Ondanks de radiostilte van Fell Voices tijdens de afgelopen jaren, heb je je volgers wel nog weten plezieren met twee andere bands, zijnde Vilkacis, waarmee je het rauwe “The fever of war” uitbracht en Vanum, een samenwerking met Kyle Morgan (Ash Borer en Predatory Light), wat in 2015 resulteerde in de schitterende “Realm of sacrifice” plaat die uitkwam op Profound Lore. Hoewel beide bands als ruwe, doch atmosferische black metal omschreven kunnen worden, wou ik graag weten waar voor jou persoonlijk het verschil ligt tussen Vilkacis en Vanum. Vanwaar de drang om de Vilkacis plaat uit te brengen, daar er toch heel wat parallellen getrokken kunnen worden met het werk van Fell Voices?
Elk project waarin ik betrokken ben, is uniek omwille van de welbepaalde groep mensen die erin samenwerkt (of het ontbreken daarvan zoals bij Vilkacis). Hoewel er dus een zekere mate van sonische gelijkenissen te bespeuren valt, verschilt de chemie van elk van de projecten dus wat mij betreft. Daarenboven zijn zowel Vanum als Vilkacis vanuit compositorisch standpunt veel meer “song” gericht dan Fell Voices. Daar waar Fell Voices meer en meer richting een onverzettelijke minimalistische en pure krachtinspanning opschoof, gefocust op gevoel en hypnotiserend effect, gaan de twee andere, meer recentere projecten, eerder op zoek naar een grotere melodieuze en structurele dynamiek. Naarmate meer werk uitgebracht wordt door beide bands, zullen de verschillen in benadering en intentie volgens mij nog duidelijker worden. Vilkacis is van alle projecten absoluut de meest moedwillig beperkte qua speelruimte, daar grotendeels gebonden aan een single-minded nadruk op krachtige en elementaire melodieën, die de sleutel tot elke song vormen. Vanum, echter, verkent meer en meer het potentieel van textuur en zowel ritmische als structurele variatie als verhalend en emotioneel element.

vilkacis-europa
(c) Invisible Oranges Instagram

Welk project beschouw je zelf als het meest dierbare? Ik kan veronderstellen dat – hoewel allemaal op de één of andere manier met elkaar verbonden – er een verschil in persoonlijke voldoening en ontwikkeling als muzikant bestaat, afhankelijk van het feit of je enkel als drummer actief bent en geen deel neemt aan het schrijfproces of wanneer je zelf voor alles verantwoordelijk bent in je éénmansbands? In welke projecten ben je actief bij het schrijfproces betrokken?
Ik kan niet zeggen dat één welbepaald project het belangrijkste voor mij is. Zoals eerder gezegd, reflecteert elke band een unieke relatie tussen mijzelf en de andere leden, waardoor elke samenwerking onderscheidend en waardevol is voor mijn creatief proces. Ik tracht actief bij te dragen tot het schrijfproces van elke band waar ik deel van uitmaak, waardoor elk project een aspect van mijn zelfexpressie reflecteert en een bewijs naar buiten draagt van mijn persoonlijke bijdrage.

Enkele van je bands hebben New York als uitvalsbasis, terwijl andere gesitueerd zijn in Californië. Waar woon jij en maken de afstanden het niet moeilijk om te reizen afhankelijk van de band waar je mee optreedt, opneemt of repeteert?
Ik woon sinds zes jaar in New York, maar ben oorspronkelijk afkomstig van Californië. Fell Voices ontstond in Santa Cruz (Californië) en mijn bandmakkers leven nog in die buurt. De live muzikanten van Vanum wonen allen verspreid over het westen van de Verenigde Staten. Hoewel het wel degelijk een dure en tijd consumerende bezigheid is om alle bands gaande te houden, is de connectie die ik met de andere individuen als vriend of muzikant heb uiteindelijk veel belangrijker dan gemakzucht of functionaliteit.

Een project dat zich enigszins onderscheid van de rest is Sleepwalker. Hoewel dikwijls omschreven als black metal met ambient en post-rock invloeden, zei je me dat je het zelf eerder als indie rock beschouwt. Na enkele draaibeurten van de vinyluitgave van je demo uit 2010 versta ik beter waarom je er dit label aan ophangt, vooral in het akoestische “Dead moon“. Welk doel had je voor ogen met het oprichten van Sleepwalker en welke invloeden zijn er merkbaar? Waarom beschouw je Sleepwalker als indie rock?
Het conceptueel begin van zowel Vilkacis en Sleepwalker gaat terug naar de Letse mythologie waaraan de bandnaam Vilkacis ontsproten is. De mythe van de vilkacis (letterlijke vertaling: “wolfsogen”), zoals ze mij verteld werd, handelt over een weerwolfachtige geest die uit de dromen van een sterfelijk individu ontstaat en gedurende de nacht een ravage aanricht om pas bij ochtenddauw terug te keren en te dematerialiseren in het onderbewustzijn van de dromer. Ik werd in het verhaal aangetrokken door zowel het ontbreken van fysische transformatie als de helende functie die het beest leek te hebben in het omgaan met psycho-spirituele onderdrukking. Er lag een zekere intelligentie en nuance in deze mythe die ik grotendeels vond ontbreken in de andere weerwolf mythologieën die ik voorhaan had gelezen. In 2007 werd deze mythe de centrale tekstuele en thematische focus voor mijn toenmalige nieuwe project Sleepwalker. Oorspronkelijk had ik de intentie om dit project Vilkacis te dopen, maar verkoos uiteindelijk een iets subtielere naam die beter pastte bij de sonische kwaliteiten waarmee ik aan het werk was: de droom die het beest voortbrengt eerder dan het beest an sich. De logica verder trekkend, omvat Vilkacis de andere kant van het spectrum: geheim, gewelddadig en onverzettelijk, zoals het beest zich manifesteert.
Muzikaal gezien vormen mijn invloeden voor Sleepwalker voornamelijk de noise rock acts uit de late jaren ’80 zoals Sonic Youth en My Bloody Valentine ten tijde van “Isn’t anything“. Dat gezegd zijnde, vonden de atmosfeer en kracht van black metal onvermijdelijk ook hun weg naar het geheel. Ik denk dat ik ultiem op zoek was naar een soort van niet-idiomatische vrijheid die het black metal label niet noodzakelijk toelaat, vandaar de deels als grap bedoelde “indie rock” omschrijving. Ik erken en respecteer dat er een soort van code in black metal bestaat en dat een zuiverheid qua visie en doel daar belangrijk voor is. Ik wou niet lichtvoetig of onrespectvol omgaan met het genre en haar traditie waar ik een enorm respect voor heb. Ik denk dat dat een veel voorkomend probleem is bij tal van hedendaagse bands: de onmogelijkheid om zich te differentiëren tussen invloeden en de daadwerkelijke hechting aan een genre en traditie.

Ik kom niet dikwijls bij muziek uit die door sommigen als black metal omschreven wordt en door anderen als indie rock, wat het interessant maakt, omdat de meeste mensen muziek graag in hokjes onderbrengen. Bands zoals een Watain of een Marduk zien black metal gerelateerd aan duivelaanbidding. Vermits ik geen satanische referenties terug vind in je muziek – behalve misschien bij Vorde, wiens teksten handelen over occulte en gnostische onderwerpen – vroeg ik me af wat black metal voor jou betekent en welke definitie jij aan dit genre geeft? Naar welke niet-metal gerelateerde muziek luister je verder nogal?
Zonder overdrijven, staat black metal voor spirituele oorlog. De generieke kenmerken van metal zijn uiteindelijk van weinig belang voor mij. Wat mij aanspreekt en interesseer is de ecstatische spirituele traditie die veel van wat zich als black metal identificeert, onderbouwt: een traditie die de moderne idiomatische opvatting van “metal” voorafgaat, één die voor mij meer resoneert met de “Chöd“-rituelen van de boeddhistische en “Bön“-tradities of het “Sama“-ritueel van het soefisme. Het doorsnijden van het ego om tot een meer zuivere destillatie van je eigen geest te komen. Diezelfde zienswijze kan eveneens aangeboord en benaderd worden vanuit de perspectieven van satanisme of heidendom, persoonlijke esoterische oefeningen enzovoort.
Wat mijn non-metal muzikale smaak betreft, ben ik vooral geïnteresseerd in pure en onvolprezen expressie, wat zich in verscheidene vormen manifesteert. Ik probeer mezelf en mijn interesses niet te beperken tot het ghetto van deze homogene subcultuur. Het filosoferen even daar gelaten, is de muziek van Phil Lynott, Greg Sage en John Coltrane doorheen de jaren van grote betekenis voor mij geweest.

Tijdens mijn roadtrip door Noorwegen van vorig jaar werd me duidelijk waarom Noorse black metal bands inspiratie halen uit de natuur en de koude winters en iconische albumhoezen regelmatig gelijk staan aan gecorpsepainte individuen die in donkere bossen poseren. Hetzelfde geldt voor punk en hardcore bands die in een urbane/industriële omgeving opgroeien en bijvoorbeeld met graffiti bekladde muren als achtergrond voor bandfoto’s gebruiken. Waar haal jij – als black metal muzikant – inspiratie uit?
Mijn inspiratie komt voornamelijk eerder vanuit een innerlijke zoektocht dan van invloeden van buitenaf, hoewel je omgeving onvermijdelijk een zekere impact op je heeft. Hoewel het niet iets is dat ik toen perse probeerde vast te leggen, kan ik er niet omheen dat ik de invloed en aanwezigheid van de regenachtige en dichte mist van de kust in Santa Cruz, waar ik leefde, terug voel en hoor als ik naar de platen van Fell Voices en Sleepwalker luister. Dat gezegd zijnde voel ik uiteindelijk niet dat mijn locatie zo’n enorme impact heeft op wat ik tegenwoordig creëer. Ik woon nu in New York City en ik zou mijn huidige projecten nu niet meteen als “stads” of “industrieel” omschrijven.

Het lijkt me duidelijk dat je het grootste deel van je tijd muzikaal gezien op je drumstoel doorbrengt, hoewel je ook gitaar en basgitaar speelt. Beschouw je jezelf voornamelijk een drummer of eerder een multi-instrumentalist? Op welke leeftijd besloot je te beginnen met drummen en welk parcours heb je sindsdien afgelegd? Wie zijn je voornaamste inspiratiebronnen als drummer en wat trekt je zo aan in dit instrument?
Ik speelde eigenlijk al veel langer gitaar alvorens ik met drummen begon, maar uiteindelijk bespeelde ik beide instrumenten reeds als kind. Ik denk dat wat me toen aantrok tot drummen nog steeds datgene is waarom ik ook nu nog zo van het instrument hou: het fysische aspect ervan. Ik apprecieer de onverwijlde natuur van ritme. Het gebrek aan bemiddeling tussen de ideeën van woede en razernij en de heel echte fysische manifestatie van die idee. Er ligt een zuiverheid qua expressie in drummen.

Ik heb je twee keer live als drummer bezig gezien. De eerste keer was tijdens de tour van Fell Voices met Ash Borer in Ancienne Belgique en de tweede keer was tijdens de Europese Yellow Eyes tour. Hoewel muziek niet als een wedstrijd beschouwd dient te worden, prefereer ik Ash Borer op plaat iets boven Fell Voices, hoewel jullie live set ongemeen intens was en die van jullie vrienden oversteeg. Tot op de dag van vandaag heb ik nog nooit een drummer zo intens aan het werk gezien. Niet alleen was je voortdurend als een gek over je drums aan het rossen, je was tegelijkertijd ook je longen uit je lijf aan het screamen – zonder gebruik van een microfoon – waarbij de primaire screams zelfs nog boven de muzikale razernij uitkwamen en me perplex deden staan. Wat me zo in je drumstijl aanspreekt is dat je niet lijkt te drummen met je verstand maar met je hele lijf, wat duidelijk werd bij het aanschouwen van je spieren en lichaam die duidelijk afzagen tijdens de intense snelheid waarmee je aan het performen was.
Mijn manier van drummen is simpelweg een verlenging van wat ik onder black metal versta: black metal IS oorlog! Als het geen pijn doet, doe ik het niet goed. Voor mij is dat gevoel van totale toewijding en opgave absoluut noodzakelijk om me in die staat te krijgen die ik wil bereiken.

michael2(c) Stefan Raduta

Tijdens je Yellow Eyes set merkte ik op dat je misschien niet de meest metronoomvaste drummer in de scene bent – wat ook niet perse altijd noodzakelijk is – maar dit is op een bepaalde manier charmant en het past goed bij de ruwe en ongetemde muziek van zowel Fell Voices als Yellow Eyes. In vergelijk met vele death metal muzikanten die dikwijls onafgebroken staan te headbangen of over het podium hossen, beweegt het merendeel van de black metal muzikanten amper wanneer ze live optreden, en lijken ze zich daarbij eerder te focussen op foutloos spelen dan in hun optreden op te gaan. Bij Yellow Eyes zouden jij en je drumstel vooraan op het podium moeten staan want terwijl de anderen vrij passief optreden, vraag en ontketen jij de meeste energie binnen de band. Vind je het in zekere zin niet spijtig dat de andere bandleden niet zo veel energie lijken te geven als jijzelf?
Ik speel met veel kracht omdat dat de manier is waarop ik moet spelen. Ik hoef of verlang hetzelfde niet van anderen. Bij black metal ga ik eerder op zoek naar focus en intentie dan naar energie. Ik ben niet noodzakelijk geïnteresseerd in entertainment of rock ’n roll capriolen op het podium. Als gevolg hiervan ben ik dus niet teleurgesteld in het gebrek aan energie bij mijn bandmaten of hun niet-verbondenheid met het publiek. Ik prefereer eerlijkheid boven aanstellerij of pose.

Het moge duidelijk zijn dat je niet kan leven zonder muziek. Naast alle reeds eerder besproken bands, maakt Metal Archives nog vermelding van tal van andere – al dan niet nog bestaande – projecten zoals Astron Argon, Demencia, Mohoram Atta, Resin Hits en Skeleton Closet. Wat kan je hierover kwijt? Waar ben je momenteel nog zoal mee bezig?
Ik speel reeds vijftien jaar lang live met allerhande bands, waarvan een groot deel het vermelden niet waard is. Momenteel ben ik erg druk bezig met allerhande zaken. Ik heb juist het nieuwe Vilkacis album “Beyond the mortal gate” afgewerkt dat in de herfst zal uitkomen via Psychic Violence. Ruin Lust heeft het opnemen van een nieuwe plaat bijna afgewerkt. Vanum staat op het punt aan een nieuw album te beginnen. Vorde is intensief bezig geweest met het schrijven van een nieuwe langspeler. En Yellow Eyes heeft de bedoeling om zich aan nieuw materiaal te zetten zodra de korte US tour, die momenteel bezig is, achter de rug is. Buiten black metal, heb ik me de laatste jaren ook bezig gehouden met een project genaamd Grey Hell, wat een beetje een terugkeer naar mijn punk roots inhoudt. Verwacht enkele demo’s van dit project in de nabije toekomst!  

Bedankt voor het interview!
Jij bedankt! De interesse in mijn bands en projecten wordt oprecht gewaardeerd.

 

Volahn / Shataan / Arizmenda / Kallathon – Desert dances and serpent sermons

De blakkies onder ons kennen ongetwijfeld Les Légions Noires, het mysterieuze Franse black metal collectief dat ondermeer Vlad Tepes, Belkètre en Mütiilation voortbracht. Welnu, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, friemelt een soortgelijke commune zich als een serpent doorheen de Amerikaanse woestijnondergrond, met thuisbasis in Zuid-Californië. We hebben het hier over de Black Twilight Circle, opgericht door Eduardo “Volahn” Ramirez, en bekend om de maalstroom aan gelimiteerde cassettereleases die via het Crepusculo Negro label uitgebracht worden. De vele bands of eenmansprojecten die deel uitmaken van dit roemruchte collectief worden gekenmerkt door een eigenwijze kijk op het genre en vertonen tekenen van incestueus gedrag vermits er vele overlappingen qua line-up zijn. In 2013 werd een compilatie uitgebracht (tongbreker “Tliltic tlapoyauak”) waarop maar liefst zestien BTC-gerelateerde bands schitterden. Vorig jaar kwam er onder de noemer “Desert dances and serpent sermons” opnieuw een noemenswaardige verzamelaar uit, zij het ditmaal echter beperkt tot vier bands, die elk een vrij lange track brengen. De bekendste exploten zijn Volahn en Arizmenda, die beiden in 2014 een fantastische langspeler uitbrachten, respectievelijk getiteld “Aq’Ab’Al” en “Stillbirth in the temple of venus”. Volahn trekt de split op gang met zwoel klinkende Americana en spaghetti-Western gitaarklanken (even denk je aan de soundtrack van “True Blood”) alvorens de boel in overdrive getrokken wordt en overschakelt naar pittige black metal, waarbinnen regelmatig bluesy riffs passeren. ’s Mans interesse in zijn Indiaanse/Mexicaanse erfgoed en cultuur komen duidelijk naar voor in zijn frisse aanpak van het atmosferische black metal genre. Ook Shataan maakt volop gebruik van Indiaanse melodieën, instrumenten en percussieritmes om hun prog-black af te kruiden. De (niet altijd toonvaste) cleane zang, fluit(!) en het mondmuziekske zorgen ervoor dat dit de meest exotische bijdrage op de split oplevert. Daarna wordt de stemming een pak grimmiger wanneer Arizmenda aan de beurt is. Hun USBM leunt dicht aan tegen een Predatory Light behalve wanneer het tempo serieus de dieperik ingaat en we doomy black in onze maag gespietst krijgen. Kallathon trekt dan weer eerder de pagan/black kaart. Hun bijdrage komt traag op gang maar wordt na een minuut of vier de moeite. Wie niet vies is van een snuifje experiment, raad ik aan deze split op te snorren. Iron Bonehead en The Ajna Offensive sloegen immers de handen in elkaar om een mooi afgewerkte vinylversie van deze release te brengen.

JOKKE: 85/100

Volahn / Shataan / Arizmenda / Kallathon – Desert dances and serpent sermons (Crepusculo Negro 2015 – Iron Bonehead/The Ajna Offensive 2016)
1. Volahn – Chamalcan
2. Shataan – Caminando del destino/Desert smoke/Wells run dry
3. Arizmenda – Ropeburn mutilation on the outskirts of life
4. Kallathon – Falling into the horizon, burning into the black twilight